Afgelopen weekend bezochten mijn moeder en ik het LAM in Lisse. We waren er allebei nog nooit eerder geweest en ik was erg benieuwd naar een specifiek doek waarover ik in het Museumtijdschrift gelezen had: een portret met… kaas.



Op dit moment loopt namelijk de tentoonstelling “Lekker portret”, boordevol eetportretten. Dat zijn kunstwerken waarin voedsel als gezicht of karakter wordt verbeeld. Op de bovenste verdieping loop je als bezoeker zodoende langs kunstwerken waarin je een glimlach kan ontdekken, of juist een sip gezichtje. Het zien van gezichten in dingen die eigenlijk geen gezicht zijn, noem je pareidolie. Het eerdergenoemde doek met de plak kaas vond ik daarvan het beste voorbeeld. Het schilderij is van Tjalf Sparnaay en heet “Cheese”. Ik werd er zelf in ieder geval vrolijk van. 😀

Op de tweede en eerste verdieping (in het LAM loop je van boven naar beneden) zijn nog meer werken te zien die met smaak, voedsel, eetcultuur of walging te maken hebben. Het LAM staat dan ook bekend om moderne kunst rondom eten, drinken en consumeren. De foto’s hierboven en hieronder tonen slechts een greep daarvan. Het ene werk is nog absurder dan het andere, zoals “Jan Patat” van Sietske Zandbergen. Een ongemakkelijk figuur, waar je dan toch even naast wil gaan zitten. Een enkel werk vond ik ronduit smerig, zoals de kauwgomballen van Kira Fröse. Goed, het materiaal was keramiek, maar de associatie met uitgekauwde kauwgomproppen maakte dat ik er geen foto van gemaakt heb. Andere schilderijen waren gelukkig stukken frisser, zoals “Iceberg Lettuce” van Tjalf Sparnaay. Daar kreeg je bijna trek van.



Indrukwekkend is de installatie van Itamar Gilboa, die een jaar lang bijhield wat hij at en dronk en het eindresultaat tot uiting brengt in een werk met 8000 porseleinen voedselproducten. De titel is “Self Portrait – What I Ate in a Year”. Dit is misschien wel het bekendste werk dat het museum heeft.


Het laatste grote driedimensionale werk waar je langsloopt, is “Bad Grapes” van Kathleen Ryan. Deze druiven van edelstenen en kralen trekken meteen de aandacht. De afzonderlijke steentjes glinsteren je tegemoet. Ik, als ekster die van edelstenen houdt, kan hier echt uren naar kijken. Zo mooi. En alle losse delen maken een herkenbaar geheel. Dit zijn de enige rotte druiven die je in je huis zou willen hebben!



En nog een eervolle vermelding voor een foto waar wij hard om moesten lachen, van een druiventakje op een stukje keukenpapier. Als mijn moeder druiven eet, legt ze ook altijd een klein takje op een stukje keukenpapier na het wassen van de druifjes. Dan eet ze het trosje uit de hand, met het keukenpapiertje eronder tegen het druppen. Ze had het thuis direct nagemaakt, hahaha. Kan ze dit werk nu verkopen? 🙂


Of de getoonde werken nu wel of niet kunstwaardig zijn, is natuurlijk een kwestie van perspectief en smaak. Wij hebben in ieder geval een gezellige tijd gehad in het museum en deden na afloop ook nog even een rondje door de tuinen van Kasteel Keukenhof, dat er direct naast ligt. Het LAM is goed te bereiken en er is gratis parkeergelegenheid. Bedenk van tevoren wel even of je het LAM gaat (wilt) bezoeken als de Keukenhof ook open is. Dit veroorzaakt namelijk een behoorlijke file rondom het terrein. Daar hadden wij niet over nagedacht en zo waren we ineens een half uur langer onderweg. Afijn, het was niet onoverkomelijk, maar wel iets om rekening mee te houden. In het museum zelf was het weer rustig en overzichtelijk. 🙂









































