Kan een kind opgroeien zonder mensen? Dit thema vormt al eeuwenlang het uitgangspunt van verschillende mythen, saga’s en wonderverhalen. Wolven spelen hierbij vaker een rol dan andere dieren, omdat de mens eigenlijk altijd al (en overal ter wereld) in de nabijheid van wolven en wilde honden geleefd heeft. Kinderen die opgevoed zouden zijn door dieren, noemen we daarom “wolvenkinderen”. Hieronder bespreek ik ─zonder spoilers─ een boek waarin een wolvenkind centraal staat en vervolgens kijken we naar voorbeelden uit de geschiedenis.


De roman “Als de wolven huilen” van de Amerikaanse auteur Kristin Hannah draait om Alice, een verwilderd meisje dat plotseling opduikt in Rain Valley, een echte stad in de staat Washington. Het meisje ziet er verwaarloosd uit, spreekt niet, ontwijkt mensen en lijkt meer vertrouwd met de natuur dan met de samenleving. Kinderpsychiater Julia Cates probeert voorzichtig contact met haar te krijgen, terwijl alle inwoners van het stadje zich afvragen wat het kind heeft meegemaakt. Dat er sprake is van trauma, is overduidelijk. Maar heeft Alice ooit met mensen geleefd? En is ze het praten verleerd, of heeft ze het nooit gekund? Met steun van haar zus Ellie (politiechef in Rain Valley) en dokter Max, gaat Julia een intensief traject aan met het wolvenmeisje. In de loop van het verhaal melden zich allerlei personen met interesse in Alice, maar waar de één hoopt op een sensationeel nieuwsartikel of een wetenschappelijke publicatie, hoopt de ander op hereniging met een verloren dochter.
Ik vind de verhaallijnen voorspelbaar. Hoewel ieder nieuw personage dat geïntroduceerd wordt als een verrassing komt qua timing, kun je direct al raden welke rol hij of zij gaat vervullen in het verhaal. De romantische stukken lezen als een doktersroman. Kristin Hannah geeft de hoofdpersonen “een verleden”, maar bij Julia wordt dit verleden woord voor woord uitgeschreven en bij dokter Max wordt de crux genoemd, maar verder niet uitgewerkt. Zo wordt de spanning niet opgebouwd, maar juist afgevlakt. De rechtszaken en politieonderzoeken worden beschreven alsof ze één op één gebaseerd zijn op zaken uit de geschiedenis. Alsof ze gekopieerd, minimaal aangepast en dan in het verhaal geplakt zijn. Wat dat betreft kan het verhaal feitelijk kloppen en is het realistisch geschreven. Maar sorry, ik vond er geen zak aan.


Het thema intrigeert me daarentegen wél. Wolvenkinderen kennen we namelijk uit de geschiedenis en de herkomst of opvoeding van deze kinderen blijft altijd een mysterie. We zijn het erover eens dat de bekendste wolvenkinderen uit de wereldgeschiedenis, Romulus en Remus, nooit hebben bestaan. De jongetjes behoren tot de stichtingsmythe van het oude Rome. Volgens de overlevering werden de tweelingbroers als baby achtergelaten aan de oever van de Tiber, waarna een wolvin voor hen zorgde totdat een herder hen vond. Historisch bewijs van het bestaan van de broers is er niet; laat staan bewijs van hun opvoeding. Maar volgens de mythe stichtte Romulus later de stad Rome, waardoor de wolvin óók een blijvend symbool werd van de Eeuwige Stad.
Ook later bleven zulke verhalen opduiken. In de Middeleeuwen beschreven kroniekschrijvers regelmatig kinderen die diep in bossen werden gevonden. Ze zouden op handen en voeten lopen, rauw vlees eten, nauwelijks geluid maken en geen menselijke taal spreken. Vrijwel automatisch werd aangenomen dat zij door wolven waren “opgevoed”. Dat paste goed binnen het wereldbeeld van die tijd, waarin uitgestrekte bossen nog echte wildernissen waren en wolven nog overal in Europa voorkwamen. Werkelijkheid, volksverhalen en bijgeloof liepen bovendien ook nog wat vloeiender door elkaar dan tegenwoordig. 😉

Publiek domein.

Foto uit het publieke domein.
Pas tijdens de Verlichting gingen artsen en wetenschappers zulke verhalen systematisch onderzoeken. Een van de bekendste gevallen is het wolvenjongetje “Victor van Aveyron”. Rond 1800 werd hij in Zuid-Frankrijk gevonden nadat hij vermoedelijk jarenlang alleen in de bossen had geleefd. Hij sprak niet, vermeed oogcontact en leek nauwelijks menselijke omgangsvormen te kennen. De arts Jean Marc Gaspard Itard besloot Victor jarenlang intensief te begeleiden. Zijn experiment moest antwoord geven op een fundamentele vraag: worden mensen gevormd door hun omgeving, of zijn sociale vaardigheden al bij de geboorte aanwezig? Victor leerde uiteindelijk eenvoudige woorden begrijpen, ontwikkelde enige communicatievaardigheden en bouwde een band op met zijn verzorgers. Toch sprak hij nooit vloeiend. Voor veel wetenschappers werd hij het bewijs dat taal zich slechts in de vroege kinderjaren volledig kan ontwikkelen. Zijn verhaal raakte sindsdien verankerd als casestudy in de moderne ontwikkelingspsychologie.
Ook buiten Europa zijn zulke verhalen bekend. De Indiase jongen Dina Sanichar werd in 1867 als klein kind gevonden. Volgens ooggetuigen leefde hij samen met wolven. Hij liep voornamelijk op handen en voeten, gromde in plaats van te spreken en had een sterke voorkeur voor rauw voedsel. Ondanks jarenlange verzorging in een weeshuis ontwikkelde hij nauwelijks taalvaardigheden. Zijn geschiedenis wordt vaak genoemd als inspiratiebron voor Mowgli uit “The Jungle Book“, hoewel dat nooit erkend of bewezen is. In de 20e eeuw veranderde het wetenschappelijke beeld ingrijpend. Academici ontdekten dat veel zogenaamde wolvenkinderen waarschijnlijk helemaal niet door wolven waren grootgebracht, maar simpelweg voor zichzelf gezorgd hadden in de natuur. Sommige kinderen bleken ernstige ontwikkelingsstoornissen te hebben, anderen waren jarenlang opgesloten geweest of zwaar verwaarloosd voordat zij in de wildernis terechtkwamen. Het debat nature versus nurture barstte los.


En hoe zit het dan met de wolven? We weten nu dat wolven in hechte roedels leven en intensief voor hun eigen jongen zorgen. Dat een roedel jarenlang een mensenkind zou opnemen en verzorgen, wordt door biologen uiterst onwaarschijnlijk geacht. Dat betekent niet dat een kind nooit enige tijd tussen wilde dieren kan hebben overleefd, maar de klassieke verhalen over “opvoeding” door wolven, kunnen niet waar zijn. Dat inzicht maakte het lot van wolvenkinderen minder romantisch, maar liet wel zien hoe belangrijk menselijk contact is. Een baby wordt niet geboren met taal of sociale vaardigheden. Die ontstaan juist doordat kinderen voortdurend omgaan met ouders, familie en andere mensen. Ontbreekt dat contact tijdens de eerste levensjaren, dan zijn sommige ontwikkelingen later nauwelijks nog in te halen. Juist daarom vormen historische wolvenkinderen als Victor en Dina nog steeds waardevolle casestudies voor psychologen en pedagogen. Maar het thema wolvenkinderen dient dus ook ter inspiratie voor boeken en films. En het ene fictieve verhaal spreekt daarbij meer tot de verbeelding dan het andere.
| Historisch correct? | Geschikt en nuttig voor leerlingen? |
|---|---|
| Ja, realistisch. | Het thema is geschikt voor lessen maatschappijleer. Het lezen van dit specifieke boek is daarbij overbodig, maar kan als aanknopingspunt dienen. |

































































