Aleksis Kivi – De Zeven Broers

Mijn zus gaf me voor mijn verjaardag een boek dat al geruime tijd op mijn verlanglijstje stond: De Zeven Broers van de Finse schrijver Aleksis Kivi. Het boek neemt lezers mee naar het Finland van de 19e eeuw. Daarbij schetst Kivi zo’n gedetailleerd beeld van het imperfecte, doch waardevolle boerenleven dat het boek tot de Finse klassiekers gerekend wordt. Vandaag is het de Dag van de Finse Literatuur, die bewust gebaseerd is op Kivi’s geboortedag (10 oktober). Een mooi moment voor een boekbespreking, dus.

Aleksis Kivi werd in 1834 geboren als Alexis Stenvall in Nurmijärvi, ten noorden van Helsinki. Hij groeide op in een Finssprekend gezin, “verfinste” daarom ook zijn achternaam en zou uiteindelijk de eerste auteur worden die een roman in de Finse taal publiceerde. Dat is belangrijker dan het op het eerste gezicht lijkt. In de 19e eeuw hoorde (het Groothertogdom) Finland bij het Russische Rijk, maar de culturele en bestuurlijke elite sprak er bijna uitsluitend Zweeds. Het Fins werd wel door een groot deel van de bevolking gesproken, maar had veel minder aanzien als volwaardige taal.

Kivi koos er bewust voor om in het Fins te schrijven en het verschil tussen de “volkstaal” en de “elitetaal” te verkleinen. Zijn leven was kort en zwaar. Hij studeerde aan de universiteit van Helsinki, maar leefde later grotendeels in armoede. Hij kampte met gezondheidsproblemen en kreeg tijdens zijn eigen leven totaal geen erkenning voor zijn inspanningen om het Fins te promoten. Kivi overleed op 31 december 1872 en werd maar 38 jaar oud. Tegenwoordig wordt hij juist beschouwd als een belangrijk schrijver en inmiddels wordt hij erkend als één van de grondleggers van de moderne Finse literatuur.

Het verhaal draait (zoals de titel al verraadt) om het leven van zeven eigenzinnige broers die voortdurend met elkaar overhoop liggen, door de bossen trekken en zich weinig aantrekken van wat de samenleving van hen verwacht. Ze komen uit het buurtschap Jukola, waar hun familieboerderij staat. Maar deze Juhani, Tuomas, Aapo, Simeoni, Timo, Lauri en Eero zijn niet bepaald… keurige heren. De broers zijn koppig, luidruchtig en impulsief. De gemeenschap hoopt constant dat ze zich een beetje aanpassen. Dat ze bijvoorbeeld iedere zondag naar de kerk komen en dat ze leren lezen. Maar dat blijkt voor de jongens van Jukola toch allemaal erg lastig.

Wanneer de druk vanuit hun omgeving steeds groter wordt en de boerderij door een stompzinnig meningsverschil afbrandt, besluiten ze te vluchten. Ze trekken door de bossen naar een wilde plek, om midden in de natuur opnieuw te beginnen. Het zal geen verrassing zijn dat het avontuur daar pas écht begint. De natuur werkt soms mee met hun plannen, maar lijkt zich vaker tegen de broers te keren. Ze hebben steeds ruzie over de taakverdeling, maar vinden ook steun in elkaar wanneer ze honger lijden en moeten schuilen voor allerlei wilde beesten.

Het Finland dat Kivi zo gedetailleerd beschrijft, is een agrarische samenleving. De dorpen zijn klein, afstanden worden te voet afgelegd en in de bossen is het gevaarlijk vanwege de beren, elanden, zwijnen en wolven. Ook het feit dat een storm plotseling kan oplaaien en er soms metershoge sneeuw ligt, brengt veel risico’s met zich mee. Dit bos was tegelijkertijd onderdeel van het dagelijks leven. Voor de broers uit het fictieve verhaal, maar zeker ook voor de Finnen in de werkelijkheid. Hout was nodig voor huizen en brandstof. Er werd gejaagd en gevist voor voedsel. Er werden bessen en andere producten uit het bos verzameld. Kortom, het landschap werd volop gebruikt om in leven te blijven.

Kivi neemt je in dit boek echt mee naar die plekken. Je kunt de dennen, sparren, berken, rotsen, moerassen en meertjes zo voor je zien. Heerlijk, vind ik dat. Hierboven heb ik twee werken van Berndt Lindholm ingevoegd die dit voor mij symboliseren. Ik las ergens dat Kivi een groot liefhebber was van de natuur en de jacht, wat me niets verbaast. Een groot respect voor Finland is de rode lijn door zijn verhalen, maar hij idealiseert de Finse natuur niet. Het bos is mooi en sprookjesachtig mysterieus, maar het kan ook donker, nat, koud en gevaarlijk zijn. Het levert voedsel en grondstoffen, maar is voor de broers ook ontzettend uitdagend qua kennis en arbeid. Wie wil weten hoe de broers daarmee omgaan, zal het verhaal zelf moeten lezen. 😉

Het thema van het boek is tijdloos, namelijk de worsteling tussen individualiteit en saamhorigheid binnen een samenleving. Ook vandaag zijn mensen volop verbonden, maar toch eenzaam. En ook vandaag zouden we het liefste alles zelf oplossen, maar hebben we toch weleens hulp van buitenaf nodig. De broers uit Jukola verzetten zich tegen de maatschappij, maar kunnen uiteindelijk ook niet zonder diezelfde maatschappij. Het is met humor beschreven, je struikelt soms over de scheldwoorden. Daar moest ik persoonlijk soms hardop om lachen, maar dat is vast omdat ik zelf ook enigszins grofgebekt ben (oeps). De diepere betekenis van het verhaal kan zijn dat veel Finnen snakten naar meer zelfstandigheid, waarmee Kivi misschien wel doelde op onafhankelijkheid van Rusland. Als dat zo was, dan moest hij dit sentiment slim in het verhaal verwerken zonder het daadwerkelijk uit te spreken… En dat lijkt hij gedaan te hebben.

Historisch correct?Geschikt en nuttig voor leerlingen?
Ja, zeer realistisch. Waarschijnlijk direct gebaseerd op de samenleving destijds.Hoe zeer ik dit boek ook zou willen behandelen in de klas, denk ik dat het onderwerp te niche is voor scholieren. Kennis over het vooroorlogse Finland is immers niet vereist voor de eindexamens en valt in Nederland buiten het curriculum. Voor studenten die Fennoscandië onderzoeken, is het boek juist wel zeer waardevol.

Kristin Hannah – Als de wolven huilen

Kan een kind opgroeien zonder mensen? Dit thema vormt al eeuwenlang het uitgangspunt van verschillende mythen, saga’s en wonderverhalen. Wolven spelen hierbij vaker een rol dan andere dieren, omdat de mens eigenlijk altijd al (en overal ter wereld) in de nabijheid van wolven en wilde honden geleefd heeft. Kinderen die opgevoed zouden zijn door dieren, noemen we daarom “wolvenkinderen”. Hieronder bespreek ik ─zonder spoilers─ een boek waarin een wolvenkind centraal staat en vervolgens kijken we naar voorbeelden uit de geschiedenis.

De roman “Als de wolven huilen” van de Amerikaanse auteur Kristin Hannah draait om Alice, een verwilderd meisje dat plotseling opduikt in Rain Valley, een echte stad in de staat Washington. Het meisje ziet er verwaarloosd uit, spreekt niet, ontwijkt mensen en lijkt meer vertrouwd met de natuur dan met de samenleving. Kinderpsychiater Julia Cates probeert voorzichtig contact met haar te krijgen, terwijl alle inwoners van het stadje zich afvragen wat het kind heeft meegemaakt. Dat er sprake is van trauma, is overduidelijk. Maar heeft Alice ooit met mensen geleefd? En is ze het praten verleerd, of heeft ze het nooit gekund? Met steun van haar zus Ellie (politiechef in Rain Valley) en dokter Max, gaat Julia een intensief traject aan met het wolvenmeisje. In de loop van het verhaal melden zich allerlei personen met interesse in Alice, maar waar de één hoopt op een sensationeel nieuwsartikel of een wetenschappelijke publicatie, hoopt de ander op hereniging met een verloren dochter.

Ik vind de verhaallijnen voorspelbaar. Hoewel ieder nieuw personage dat geïntroduceerd wordt als een verrassing komt qua timing, kun je direct al raden welke rol hij of zij gaat vervullen in het verhaal. De romantische stukken lezen als een doktersroman. Kristin Hannah geeft de hoofdpersonen “een verleden”, maar bij Julia wordt dit verleden woord voor woord uitgeschreven en bij dokter Max wordt de crux genoemd, maar verder niet uitgewerkt. Zo wordt de spanning niet opgebouwd, maar juist afgevlakt. De rechtszaken en politieonderzoeken worden beschreven alsof ze één op één gebaseerd zijn op zaken uit de geschiedenis. Alsof ze gekopieerd, minimaal aangepast en dan in het verhaal geplakt zijn. Wat dat betreft kan het verhaal feitelijk kloppen en is het realistisch geschreven. Maar sorry, ik vond er geen zak aan.

Het thema intrigeert me daarentegen wél. Wolvenkinderen kennen we namelijk uit de geschiedenis en de herkomst of opvoeding van deze kinderen blijft altijd een mysterie. We zijn het erover eens dat de bekendste wolvenkinderen uit de wereldgeschiedenis, Romulus en Remus, nooit hebben bestaan. De jongetjes behoren tot de stichtingsmythe van het oude Rome. Volgens de overlevering werden de tweelingbroers als baby achtergelaten aan de oever van de Tiber, waarna een wolvin voor hen zorgde totdat een herder hen vond. Historisch bewijs van het bestaan van de broers is er niet; laat staan bewijs van hun opvoeding. Maar volgens de mythe stichtte Romulus later de stad Rome, waardoor de wolvin óók een blijvend symbool werd van de Eeuwige Stad.

Ook later bleven zulke verhalen opduiken. In de Middeleeuwen beschreven kroniekschrijvers regelmatig kinderen die diep in bossen werden gevonden. Ze zouden op handen en voeten lopen, rauw vlees eten, nauwelijks geluid maken en geen menselijke taal spreken. Vrijwel automatisch werd aangenomen dat zij door wolven waren “opgevoed”. Dat paste goed binnen het wereldbeeld van die tijd, waarin uitgestrekte bossen nog echte wildernissen waren en wolven nog overal in Europa voorkwamen. Werkelijkheid, volksverhalen en bijgeloof liepen bovendien ook nog wat vloeiender door elkaar dan tegenwoordig. 😉

Pas tijdens de Verlichting gingen artsen en wetenschappers zulke verhalen systematisch onderzoeken. Een van de bekendste gevallen is het wolvenjongetje “Victor van Aveyron”. Rond 1800 werd hij in Zuid-Frankrijk gevonden nadat hij vermoedelijk jarenlang alleen in de bossen had geleefd. Hij sprak niet, vermeed oogcontact en leek nauwelijks menselijke omgangsvormen te kennen. De arts Jean Marc Gaspard Itard besloot Victor jarenlang intensief te begeleiden. Zijn experiment moest antwoord geven op een fundamentele vraag: worden mensen gevormd door hun omgeving, of zijn sociale vaardigheden al bij de geboorte aanwezig? Victor leerde uiteindelijk eenvoudige woorden begrijpen, ontwikkelde enige communicatievaardigheden en bouwde een band op met zijn verzorgers. Toch sprak hij nooit vloeiend. Voor veel wetenschappers werd hij het bewijs dat taal zich slechts in de vroege kinderjaren volledig kan ontwikkelen. Zijn verhaal raakte sindsdien verankerd als casestudy in de moderne ontwikkelingspsychologie.

Ook buiten Europa zijn zulke verhalen bekend. De Indiase jongen Dina Sanichar werd in 1867 als klein kind gevonden. Volgens ooggetuigen leefde hij samen met wolven. Hij liep voornamelijk op handen en voeten, gromde in plaats van te spreken en had een sterke voorkeur voor rauw voedsel. Ondanks jarenlange verzorging in een weeshuis ontwikkelde hij nauwelijks taalvaardigheden. Zijn geschiedenis wordt vaak genoemd als inspiratiebron voor Mowgli uit “The Jungle Book“, hoewel dat nooit erkend of bewezen is. In de 20e eeuw veranderde het wetenschappelijke beeld ingrijpend. Academici ontdekten dat veel zogenaamde wolvenkinderen waarschijnlijk helemaal niet door wolven waren grootgebracht, maar simpelweg voor zichzelf gezorgd hadden in de natuur. Sommige kinderen bleken ernstige ontwikkelingsstoornissen te hebben, anderen waren jarenlang opgesloten geweest of zwaar verwaarloosd voordat zij in de wildernis terechtkwamen. Het debat nature versus nurture barstte los.

En hoe zit het dan met de wolven? We weten nu dat wolven in hechte roedels leven en intensief voor hun eigen jongen zorgen. Dat een roedel jarenlang een mensenkind zou opnemen en verzorgen, wordt door biologen uiterst onwaarschijnlijk geacht. Dat betekent niet dat een kind nooit enige tijd tussen wilde dieren kan hebben overleefd, maar de klassieke verhalen over “opvoeding” door wolven, kunnen niet waar zijn. Dat inzicht maakte het lot van wolvenkinderen minder romantisch, maar liet wel zien hoe belangrijk menselijk contact is. Een baby wordt niet geboren met taal of sociale vaardigheden. Die ontstaan juist doordat kinderen voortdurend omgaan met ouders, familie en andere mensen. Ontbreekt dat contact tijdens de eerste levensjaren, dan zijn sommige ontwikkelingen later nauwelijks nog in te halen. Juist daarom vormen historische wolvenkinderen als Victor en Dina nog steeds waardevolle casestudies voor psychologen en pedagogen. Maar het thema wolvenkinderen dient dus ook ter inspiratie voor boeken en films. En het ene fictieve verhaal spreekt daarbij meer tot de verbeelding dan het andere.

Historisch correct?Geschikt en nuttig voor leerlingen?
Ja, realistisch.Het thema is geschikt voor lessen maatschappijleer. Het lezen van dit specifieke boek is daarbij overbodig, maar kan als aanknopingspunt dienen.

Till alla som brinner

In de meivakantie was ik in Vaasa, aan de Ostrobotnische kust van Finland. Hier wordt veel Zweeds gesproken, wat ik met mijn basis-Fins erg prettig vind. Want ondanks de vermeende stugheid van de Finnen, had ik weer veel aanspraak op straat. Het resulteerde in de aanschaf van een interessante roman.

Ik bezocht de bibliotheek voor mijn eigen onderzoek (daarover later meer) en voor een kunstexhibitie. Nadat ik beide doelen bereikt had, maakte ik een praatje met twee behulpzame bibliothecarissen. Ik vroeg hen naar de dubbeltaligheid van de regio en toen kregen we het over het verschil tussen nationale helden en lokale helden. Ze vroegen of ik wist wie Käärijä was, dus vol trots liet ik deze foto zien. Meteen daarna werd KAJ genoemd en vertelde één van de vrouwen dat ze Axel Åhman persoonlijk kent omdat hij naast comedian en muzikant ook auteur is. Ze kon zijn roman, “Eldsjäl“, van harte aanbevelen.

Ik had wel zin in een goed boek, dus de volgende dag ging ik langs Soumalainen. Daar lagen exemplaren van de Finse versie, “Tulisielu“, prominent uitgestald. Gelukkig hadden ze ook de Zweedse versie nog. Ik nam het mee naar mijn appartement en ben gelijk begonnen met lezen. De bibliothecaresse had gelijk; het is ontzettend fijn geschreven.

De titel betekent in beide talen “Vuurziel“. Dat is in het Nederlands niet echt een woord, maar zowel in het Zweeds als in het Fins vertaal je dat als “iemand die ergens veel passie voor heeft”. Misschien komt “enthousiasteling” het meeste in de buurt. Het verhaal gaat over zo’n persoon, Daniel. Hij zet zich volledig in voor zijn gemeenschap en regelt alles voor het plaatselijke buurthuis. Hij onderhoudt het gebouw en regisseert de jaarlijkse toneelvoorstelling… en vertolkt daarin ook nog eens de hoofdrol. Daniel vindt zelf dat hij onbaatzuchtig bezig is, maar de personen om hem heen zien dat niet altijd zo. Ze houden hem allemaal op hun eigen manier een spiegel voor, waardoor Daniel onder toenemende druk komt te staan. Het blijkt niet makkelijk voor hem om te voldoen aan de verwachtingen van anderen én van zichzelf. Uiteindelijk komt alles samen op een hele extreme manier. Het is alles of niets!

Het verhaal is echt spannend, want het gaat steeds slechter met Daniel en met de buurtvereniging. Kleine ruzies blijven terugkomen en gevoelens blijven onuitgesproken. Als lezer wil je echt weten of het nog goed gaat komen. De personen om Daniel heen, leren ook allemaal hun eigen lessen. Zo ontdekt kassamedewerkster Erika middels het toneelspelen hoe ze voor zichzelf moet opkomen. Veronica, de vrouw van Daniel, besluit voor zichzelf wat ze in een huwelijk zoekt. En Ralf, vriend van Daniel en de drijvende kracht achter de kantine van het buurthuis, beseft na een moeilijke tijd dat het toch de kleine dingen zijn die hem zijn levenslust teruggeven.

Axel heeft alle personen hun eigen, volwaardige karakter gegeven. Hun handelingen en hun uitspraken kloppen daarbij precies. Soms bevatten de zinnen zoveel specifieke details, dat de setting van het kleine, Ostrobotnische dorp meteen tot leven komt in je eigen verbeelding. Daarmee vangt Axel ook een aantal culturele concepten in het boek. Een dergelijke buurtvereniging (inclusief geldgebrek en kneuterige tradities) is bijvoorbeeld typisch voor Zweeds-Finland. De bouwstijlen, het bouwmateriaal en de kleuren zijn ook kenmerkend. Zelfs de ongeschreven regels van de gemeenschap vertellen ons iets over de Zweedsfinse cultuur. Natuurlijk is dit ook een kwestie van persoonlijke smaak, maar wat Axel beschrijft, kon ik meteen voor me zien.

Ik miste wel een afronding van de romantische verhaallijnen. Er is bijvoorbeeld ergens sprake van ontrouw en ergens laait een verliefdheidje op, maar beide plots worden niet duidelijk uitgewerkt. Het romantische deel van het verhaal blijft dus een open einde. Dat vind ik persoonlijk jammer, want de aanzet is heel boeiend geschreven. Daniels zoektocht naar zingeving wordt wel prachtig afgerond. Het verhaal heeft een hoopvol einde en doet je dagdromen over je eigen doelen en dromen.

Axel draagt het boek op aan “alla som brinner“, dus aan iedereen die gepassioneerd is. En zo is het een indrukwekkend, soms zelfs heftig verhaal, met een hele mooie boodschap. En extra leuk: momenteel wordt er gewerkt aan de theaterversie! In de herfst van 2027 zal de voorstelling onder regie van David Sandqvist gespeeld worden in het Wasa Teater. Meer informatie daarover kun je hier lezen. 🙂

Historisch correct?Geschikt en nuttig voor leerlingen?
Ja, realistisch.Nee, vanwege de taal (Zweeds of Fins).

Weggevaagde dorpen en verplaatste kerken (en een boekbespreking)

Afgelopen zomer las ik “Go as a river” van Shelley Read. Een belangrijke gebeurtenis uit het boek is de evacuatie van een Amerikaans stadje, omdat de gemeente het gebied wil omvormen tot stuwmeer. Ik heb genoten van het verhaal en las het boek in drie avonden uit. Even later, in augustus, zag de wereld hoe de kerk van de Zweedse stad Kiruna verplaatst werd. Het was een monsteroperatie met soortgelijke achterliggende redenen; het boek kwam ineens overeen met de actuele werkelijkheid. Maar dat dorpen verdwijnen of verplaatsen, komt veel vaker voor in de geschiedenis. Hieronder schrijf ik wat meer over dit fenomeen.

Eerst even over de roman. Het verhaal volgt Victoria Nash, een 17-jarig meisje uit het dorp Iola (Colorado). Ze spendeert haar jeugd op een familieboerderij met een perzikboomgaard, waar ze als enige vrouw omringt wordt door beschadigde mannen. Haar vader is afstandelijk, haar oom is verminkt en verbitterd en haar broer is agressief. Victoria heeft alle huishoudelijke taken op zich genomen. Op een dag ontmoet ze een charmante vreemdeling. Zijn naam is Wil Moon en hij is een inheems-Amerikaanse jongen met een zwervend bestaan en een moeilijk verleden. Tussen hen ontstaat een intense, maar maatschappelijk ongewenste liefde. Hun relatie botst totaal met de bekrompen sfeer in Iola én met de verwachtingen van Victoria’s familie.

Dan komt Victoria plotseling in een nachtmerrie terecht. Ze kiest ervoor om de bergen in te vluchten, waar ze probeert te overleven in de wildernis. Dat lukt, maar het duurt lang voordat ze weer naar Iola kan terugkeren. Er volgt een flashforward in het verhaal en dan wordt de evacuatie van Iola het belangrijkste thema. De plannen om de nabijgelegen rivier af te dammen en een stuwmeer aan te leggen, dreigen Victoria’s boomgaard voorgoed onder water te zetten. Terwijl het water stijgt, moet Victoria bepalen wat ze gaat behouden… En wat ze gaat loslaten. Ze moet haar eigen pad blijven volgen, ook als alles verandert en wordt omgeleid. Daar komt ook de titel van het boek vandaan: “Gaan als een rivier”.

Iola (Colorado) vandaag. Foto door Craig Talbert (CCA 4.0).

Zoals ik al zei, heb ik genoten van het verhaal. Het is fictie, maar wel heel realistisch. Het dorp Iola is bijvoorbeeld gebaseerd op een echt plaatsje met dezelfde naam in Colorado, dat in de jaren ’60 daadwerkelijk is verdwenen onder een stuwmeer. Ook de thema’s (de impact van grote infrastructurele projecten op kleine gemeenschappen en de behandeling van inheemse bevolkingsgroepen) zijn historisch correct. Persoonlijk vind ik dat Read de onderwerpen met veel aandacht voor detail uitgewerkt heeft. Het hele verhaal had makkelijk waargebeurd kunnen zijn.

Historisch correct?Geschikt en nuttig voor leerlingen?
Ja, realistisch.Het thema is geschikt voor lessen maatschappijleer. Het lezen van dit specifieke boek is daarbij overbodig, maar kan als aanknopingspunt dienen.

Daarover gesproken: we verleggen even de focus naar Kiruna, de stad in Noord-Zweden. Het lot van Kiruna is altijd nauw verbonden geweest met het reilen en zeilen van de grote plaatselijke ijzerertsmijn in beheer van Luossavaara-Kiirunavaara Aktiebolag (LKAB). Het bedrijf is eigendom van de Zweedse staat en een uiterst belangrijke werkgever in de regio. Zodanig zelfs, dat beslissingen van LKAB de regionale economie beïnvloeden.

De verplaatsing van de historische kerk van Kiruna afgelopen augustus was onderdeel van een doorlopend proces van verplaatsingen. Complete wijken zijn al op nieuwe locaties “herbouwd”, terwijl de uitbouw van de mijn steeds blijft leiden tot verzakkingen onder de stad. Onderzoek wees uit dat het oude centrum op de lange termijn niet meer veilig zou zijn voor bewoning en verkeer. Maar de mijnbouw stilleggen is geen optie; LKAB wordt economisch bezien als cruciaal beschouwd.

Daar gaat de kerk, op twee SPMT’s. Foto door Torbjørn S. (CCA 4.0).

Zodoende kozen de autoriteiten ervoor om het centrum enkele kilometers oostwaarts te verplaatsen, in plaats van de mijn te sluiten. Dit proces is dus al langer gaande. De verplaatsing van de kerk werd echter wereldnieuws, omdat het houten gebouw in één stuk werd overgeheveld naar een nieuwe locatie. En succesvol! Of je het nu eens bent met de activiteiten van LKAB of niet; niemand kan ontkennen dat dit bouwtechnisch ongelofelijk knap is.

Afijn, Kiruna wordt verplaatst. Maar Iola verdween met de jaren. En verdwijnen gebeurt vaker dan verplaatsen, want er zijn nog veel meer voorbeelden te noemen van weggevaagde stadjes. Amy schreef op haar Nederlandstalige website www.sommarmorgen.com een interessant artikel over Messaure; een verlaten dorp rondom een waterkrachtcentrale (klik hier voor het artikel). Het lag net als Kiruna in Zweeds Lapland. En zelf bekeek ik 11 jaar geleden de vergane glorie bij het mijndorpje Åmdals Verk in Noorwegen (klik hier voor het artikel).

Bron: Gemeente Moerdijk (via de website van de NOS).

Dit onderwerp werd onlangs ook relevant voor Nederland, toen er landelijk aangekondigd werd dat er plannen zijn om het Noord-Brabantse dorp Moerdijk op te offeren om het nabijgelegen industrie- en haventerrein uit te breiden. Gisteravond heeft de gemeenteraad ingestemd, maar de definitieve beslissing zal over anderhalve week gezamenlijk door het Rijk, de provincie Noord-Brabant en de gemeente Moerdijk genomen worden. Ik ben benieuwd.

Bas Steman – Morgan, een liefde

Wat als een vervelende ervaring uit je eigen leven, lijkt te wijzen naar de ervaringen van een persoon uit het verleden? En wat als je tijdens een onderzoek naar deze persoon steeds meer historische details ontdekt die aansluiten bij wat je zélf hebt beleefd? Dat is het uitgangspunt van de roman Morgan, een liefde van Bas Steman. Hieronder vertel ik meer over dit ongewone boek, zonder de afloop te verraden.

Ik ken Steman vooral van Ridders van Gelre, de televisieserie van Omroep Gelderland waarin hij samen met René Arendsen op zoek ging naar de geschiedenis van Gelderland. De serie is nu gestopt, maar ik heb de afgelopen jaren echt genoten van hun humor en avontuurlijkheid. Daardoor werd ik nieuwsgierig naar de boeken van Steman; ook omdat zijn werk altijd goed ontvangen wordt.

Aanvankelijk lijkt het boek vooral te gaan over reïncarnatie, maar er gaat een diepe historische gelaagdheid achter schuil (die mij persoonlijk steeds dwong om verder te lezen). Het boek begint met een herinnering van Steman uit zijn eigen leven. Hij beschrijft hoe hij bij een parachutesprong tijdens een bedrijfsuitje een paniekaanval kreeg. Voor hem was deze reactie ongewoon. Onverklaarbaar. Tuurlijk, een parachutesprong is spannend. Maar Steman voelde zich alsof hij al eens eerder uit een vliegtuig gesprongen was… waarna het op de grond finaal misging. Dit was voor hem de reden om in regressietherapie te gaan. Dat is een vorm van therapie waarbij iemand onder begeleiding (dan wel hypnose) teruggaat naar herinneringen of ervaringen uit het verleden. Er wordt daarbij contact gemaakt met de onderbewuste leefwereld. Wanneer het lukt om heftige gebeurtenissen opnieuw te beleven, dan kunnen er vervolgens andere vormen van therapie ingezet worden om de ervaringen (beter) te verwerken.

Op die manier onderzoekt Steman waar zijn angst vandaan komt. Er komen bij hem beelden naar boven van een parachutist die in 1944 ingezet werd bij de Slag om Arnhem, dus aan het einde van de Tweede Wereldoorlog. Ook verschijnt er een naam: Morgan. Steman gaat vervolgens op zoek naar de historische werkelijkheid achter deze ervaring. Hij ontdekt dat er inderdaad iemand heeft bestaan bij wie de ervaring past, namelijk de 26-jarige Britse parachutist Morgan Gethin Probert, die tijdens Operation Market Garden in september 1944 om het leven kwam.

Vanaf dat moment verandert het boek eigenlijk in een historische speurtocht. Steman duikt in de geschiedenis van deze Morgan, die uit Wales komt en van racefietsen houdt. Ook onderzoekt Steman de gebeurtenissen rondom Market Garden en de rol die de legereenheid van Morgan daarbij speelde. De oorlog is daardoor niet slechts op de achtergrond aanwezig, maar vormt juist de context van het verhaal. Je krijgt een goed en kleurrijk beeld van de jonge Welshman die zich bij het leger aansluit, wordt opgeleid tot parachutist en uiteindelijk in Nederland terechtkomt. De gebeurtenissen rond de Slag om Arnhem krijgen zo een “gezicht” en dat vind ik een sterke kant van het boek. De grote geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog wordt teruggebracht tot het leven van een paar personen. Morgan is geen anonieme soldaat uit een geschiedenisboek meer, maar iemand met een naam, een familie, een geliefde en een eigen verhaal. De beschreven liefdesscènes tussen Morgan en zijn vriendinnetje vind ik bijvoorbeeld heel aandoenlijk geschreven. Zo zijn er middenin alle oorlogsellende momenten waarop het verhaal heel teder wordt.

Steman blijft ook niet achter zijn bureau zitten om dat verhaal te reconstrueren. Hij gaat letterlijk op zoek naar Morgan. Eerst bezoekt hij de Airborne Begraafplaats in Oosterbeek, waar Morgan begraven ligt. Hij staat daar om te zien welke gevoelens dat teweegbrengt. Later reist hij naar Wales, naar de omgeving waar Morgan vandaan kwam en waar zijn geliefde Bertrys nog steeds herinneringen aan hem heeft. Daar ontmoet Steman allerlei mensen die Morgan persoonlijk hebben gekend en uiteindelijk raakt hij zelfs met hen bevriend. De familie van Morgan voelt namelijk eenzelfde soort familiariteit, want ook zij kunnen niet uitleggen waarom Steman voor hen als “een vriend van lang geleden” voelt. Hun gesprekken zijn liefdevol en vol verwondering. En volgens mij begint er dan een gezamenlijk rouwproces, dat voor hen allemaal een helende werking heeft.

De vraag of er werkelijk sprake is van reïncarnatie blijft openstaan. Steman zelf lijkt daar ook geen definitief antwoord op te willen geven. Sterker nog, hij was zelf aanvankelijk heel sceptisch en ging juist om die reden op onderzoek uit. En tijdens die zoektocht stuitte hij op de soldaat Morgan Probert, wiens leven vervolgens het doel vormt van een interessante reis. In het verhaal gaat Steman letterlijk op pad om zijn eigen ervaringen te toetsen aan die van Morgan. Zo neemt het boek de lezer mee door Europa én mee op tijdreis. En wat blijkt? De geschiedenis voelt soms verrassend vertrouwd.

Historisch correct?Geschikt en nuttig voor leerlingen?
Ja, in het boek zitten flashbacks naar historische gebeurtenissen.Ja. Het verhaal is niet per se geschreven voor scholieren, maar ik denk dat bovenbouwleerlingen het wel aankunnen. En vanwege de bijzondere insteek (reïncarnatie van een historisch persoon), brengt Steman de geschiedenis van Market Garden en Morgans leefomgeving in Wales echt naar de lezer toe. Dit boek haalt de geschiedenis een stukje dichterbij.

Lezing: De geschiedenis van Amsterdam met een literaire twist

Aanstaande vrijdagavond 18 april is het weer tijd voor een nieuwe lezing! Ik zal vertellen over 750 jaar Amsterdam, wat waarschijnlijk geen verrassing is gezien de eerdere aankondigingen. De locatie is vertrouwd, namelijk wederom Boekhandel Laan in Castricum. Het publiek kan daar weer plaatsnemen in het boekencafé en om 19:45 zal de koffie klaarstaan. De lezing begint om 20:00 uur.

In een beknopte lezing passeert de geschiedenis van onze hoofdstad de revue, “van 0 tot nu”. Aansluitend zullen we een aantal literaire werken over het thema bespreken. Welk boek is de moeite waard om meer te weten te komen over Amsterdam? En als leuk extraatje mag ik na afloop 3x 2 vrijkaarten voor Zandsculpturen Garderen weggeven. Dit gaan we doen met een loting en iedereen mag meedoen.

Hopelijk wordt het weer gezellig druk! 🙂

Film: Conclave (2024)

Gisteravond heb ik de film Conclave van regisseur Edward Berger gezien in de bioscoop, gebaseerd op het gelijknamige boek van Robert Harris (2016). Een artikel waard, want het onderwerp is ontzettend historisch. Hieronder schrijf ik meer over het verhaal, zonder het einde te verraden.

Ten eerste even over het woord “conclave” of “conclaaf”. Wat betekent dat? Een conclaaf/conclave verwijst officieel naar twee dingen: de plek waar de kardinalen van de Rooms-katholieke Kerk bijeenkomen om een nieuwe paus te kiezen en de vergadering die hiertoe moet leiden. Het woord komt van het Latijnse “cum clave”, wat “met sleutel” betekent. Dit slaat op het feit dat de kardinalen zich tijdens het proces bewust afsluiten van de buitenwereld, dus achter slot en grendel.

FilmNation Entertainment – House Productions

De kijker stapt in het verhaal op het moment dat de hervormingsgezinde paus overlijdt. Zoals de traditie voorschrijft, moeten de kardinalen daarna in conclaaf gaan om een nieuwe paus te kiezen. Maar deze gebeurtenis zet het Vaticaan op zijn kop, want het aanstellen van een nieuwe paus gaat gepaard met een hoop politiek-religieus gekonkel.

Het conclaaf wordt geleid door kardinaal Thomas Lawrence (gespeeld door Ralph Fiennes), omdat hij de deken van het College van Kardinalen is. Het is zijn taak om de procedure te overzien zonder persoonlijke overtuigingen, maar dat blijkt moeilijker dan verwacht. Verschillende kardinalen bezoeken hem en proberen op hem in te praten, waardoor hij op een gegeven moment zelf een voorkeur begint te krijgen.

FilmNation Entertainment – House Productions

De kanshebbers strijden bijna openlijk tegen elkaar en hebben allen een eigen reden om te winnen. Eén van hen wil de hervormingen van de vorige paus voortzetten, kardinaal Bellini (gespeeld door Stanley Tucci). Een ander, kardinaal Tedesco (gespeeld door Sergio Castellitto), wil juist terug naar een conservatieve, Latijnse mis. En kardinaal Joshua Adeyemi (gespeeld door Lucian Msamati) begeert de positie omdat hij daarmee de eerste Afrikaanse paus zou zijn. Aanvankelijk kunnen de kandidaten rekenen op grote steun van de overige kardinalen, maar gaandeweg komen er schandalen aan het licht. Zo vallen zij toch één voor één af als serieuze kanshebbers… en moet er gezocht worden naar een betere kandidaat.

FilmNation Entertainment – House Productions

De film was prettig en ontzettend interessant om naar te kijken. Het moderne einde van het verhaal is wat mij betreft niet realistisch, omdat zoiets (nog) niet geaccepteerd zou worden door de Rooms-katholieke Kerk. Maar het verhaal is wel heel waarheidsgetrouw. De procedure is reëel en de symboliek klopt historisch. Het geheel is mooi in beeld gebracht en de acteurs vertolken hele complexe rollen.

Kortom, Conclave is voor geschiedenisliefhebbers de moeite waard!

Historisch correct?Geschikt en nuttig voor leerlingen?
Het proces van het conclaaf wel.
De plotwendingen niet.
Absoluut.

Terugblik: Lezing Berlijnse Muur

Vorig weekend vond de lezing over de Berlijnse Muur plaats bij Boekhandel Laan in Castricum. We blikken terug op een zeer geslaagde middag! Er moesten bij aanvang extra stoelen gehaald worden, want de opkomst was groter dan verwacht. Hoe leuk is dat?

De lezing werd gewaardeerd als zeer helder en compleet, met aandacht voor zowel perspectieven uit ‘Oost’ (de DDR) als uit ‘West’ (de BRD). Er werd een hand-out uitgedeeld met filmtips voor verder kijken en literaire aanbevelingen voor verder lezen. Klik hieronder op de zwarte knop om deze te downloaden:

De technologie liet ons niet in de steek, want we kregen direct een stabiele verbinding met Dr. Burkhart Veigel. Het publiek had veel vragen en hij beantwoordde ze allemaal live vanuit Berlijn. Dit onderdeel maakte het evenement uniek en bijzonder.

Na afloop heb ik veel complimenten in ontvangst mogen nemen. Voor de aanwezigen: hartelijk dank daarvoor en voor uw interesse! 🙂 Van de organisator Hans Laan kreeg ik een mooi boek over Sovjetarchitectuur als bedankje. De foto’s in dit boek inspireren me om in de toekomst eens een reis langs deze megalomane gebouwen te ondernemen… Wie weet!

En als klap op de vuurpijl schonk een heer uit het publiek me een authentiek stuk van het IJzeren Gordijn. Dit stuk ijzerdraad (van het typische, ondoordringbare en scherpe soort) staat voor mij symbool voor de pijnlijke gevangenschap waarin veel inwoners van de Sovjet-Unie moesten leven. Hij had het zelf uitgesneden en mee naar Nederland genomen en kon me veel details vertellen over de plaats waar het hek gestaan heeft. Het zal nog jarenlang van pas komen in de klas, wanneer ik het IJzeren Gordijn, de DDR en de Berlijnse Muur aan de leerlingen uitleg. Bedankt!

Film: The Promised Land (2023)

Gister heb ik de film The Promised Land (Deense titel: Bastarden) van regisseur Nikolaj Arcel gezien in de bioscoop, gebaseerd op de roman Kaptajnen og Ann Barbara van Ida Jessen (2020). Omdat het onderwerp wat mij betreft meer aandacht verdient in de Europese geschiedenis, wil ik graag meer vertellen over het verhaal; uiteraard zonder spoilers.

Zentropa Entertainments – Nordisk Film & TV Fond

In de film volgen we het verhaal van de Deense veteraan Ludvig Kahlen (gespeeld door Mads Mikkelsen). In de 18e eeuw kunnen veteranen die in het Deens-Duitse leger gediend hebben, aanspraak maken op stukken onontgonnen (lees: onvruchtbaar) land in het noorden van Denemarken. Velen proberen een boerenbedrijf te starten op de heidegronden, maar dit is allesbehalve makkelijk.

Kahlen verwerft in 1755 ook zo’n stuk land. En hij heeft grote plannen, want hij wil het gebied niet alleen voor zichzelf gaan cultiveren, maar hij wil er een nederzetting beginnen. Na de verwachte tegenslagen, de enorme inspanningen en een hoop agrarische experimenten , lukt het hem om bepaalde gewassen -letterlijk- te laten bloeien op zijn land.

Hald Hovedgård nabij Viborg, gebouwd in 1787.

Net op het moment dat Kahlen kolonisten voor zijn nederzetting heeft gevonden, ontstaat er een conflict met de plaatselijke machthebber Frederik de Schinkel (gespeeld door Simon Bennebjerg). De Schinkel is van adel en zijn familie beheert Hald Hovedgård (het landgoed Hald, dat overigens echt bestaat) in de buurt van Kahlens nieuwe nederzetting. Het conflict draait uiteraard om de opbrengsten van het land, die door Kahlens noeste arbeid plotseling positiever uitvallen dan verwacht. Kahlen wordt uitgenodigd op het landgoed, maar als hij daar getrakteerd wordt op een “show” waarbij één van zijn arbeiders door marteling om het leven komt, is wel duidelijk dat Kahlen en De Schinkel elkaars vijand zijn. Het politieke conservatisme waar De Schinkel zich op blijft beroepen, wakkert alleen maar de vlam van Kahlens progressivisme aan. Hoe zal dit aflopen, wie wint het land?

Zentropa Entertainments – Nordisk Film & TV Fond

De reden dat ik de film waardevol vind, is de uitgebreide aandacht voor deze historische periode. We weten veel over de Deense Verlichting van de 18e eeuw, maar daarbij ligt de focus op de mooie, nuttige en indrukwekkende dingen. Wat we gauw vergeten, is dat het alledaagse leven voor de boeren, handwerklieden en veteranen zoals Kahlen ook bestond uit tegenslagen en strijd. De film brengt de politieke en agrarische ellende heel treffend in beeld; je kunt sympathie opbrengen voor beide zijden. Dat gezegd hebbende, hoopt de kijker natuurlijk dat Kahlen de strijd wint. Ik als groot fan van Mads Mikkelsen in ieder geval wel. 😉

Historisch correct?Geschikt en nuttig voor leerlingen?
Ja, zeer realistisch.Ja, vooral omdat de film over een onderbelichte periode uit de geschiedenis gaat. Ook de focus op Denemarken is verfrissend.

Gary Bankhead – Textile Manufacture, Taxation and Trade in Late- and Post-Medieval Durham City

Zo, dat is een hele mond vol. Maar we hebben het hier dan ook over een zeer omvangrijk werk. En specifieke boeken, daar houd ik van. 🙂

Deze dikke pil door onderwaterarcheoloog Gary Bankhead pronkt sinds kort op mijn boekenplank. Het gaat over vondsten die Gary door de jaren heen deed in de rivier de Wear, die door de Engelse stad Durham loopt. De focus ligt op lakenzegels: de kleine loden merktekens waarmee de kwaliteit van textiel aangeduid werd.

Het boek bevat zeer gedetailleerde tekeningen van de vondsten, duidelijke kaarten en uitgebreide beschrijvingen. Er wordt ook stilgestaan bij de middeleeuwse handelsconnecties waarlangs het textiel door Europa verspreid werd. Ik heb Gary over zijn onderzoek gesproken en ik weet nu dat hij zijn enthousiasme voor (en kennis van) onderwaterarcheologie ruimschoots in het boek verwerkt heeft!

Historisch correct?Geschikt en nuttig voor leerlingen?
Ja, alle teksten zijn gebaseerd op archeologisch onderzoek.Dit boek bevat te veel vaktermen voor leerlingen, maar deze zijtak van de archeologie vinden ze wel spannend. Er zijn veel video’s over onderwaterarcheologie op YouTube te vinden, die aan onderwerpen zoals de Hanze of diverse oorlogen gelinkt kunnen worden. Voor studenten archeologie is het boek zeer bruikbaar en leerzaam.