Koska mä oon vantaalainen

Die zin uit Käärijä’s recente nummer vertaalt letterlijk naar: “Omdat ik uit Vantaa kom“. Sinds ik een korte teaser van het lied hoorde, was ik verkocht. En nu hij uit is, luister ik ‘m veel vaker dan ik wil toegeven. 😀 De beat is perfect en de tekst is ludiek. Het nummer is namelijk een soort ode aan Vantaa. Wat is dat dan voor plek?

Käärijä – Vantaalainen (via YouTube):

Vantaa ligt een stukje boven Helsinki. Om de geschiedenis ervan te begrijpen, kijken we eerst naar de tijd waarin Finland nog deel uitmaakte van het Zweedse Rijk (van de 12e eeuw tot aan 1809). In die periode was het gebied een lappendeken van dorpjes langs de Vantaa Rivier. De economie bestond uit landbouw en handel met het achterland. De strategische ligging maakte Vantaa ook interessant voor dienstbodes van de Zweedse koning die belasting kwamen innen in Finland. Lokale bewoners probeerden die belastingen geregeld te ontwijken, wat leidde tot spanningen met de Zweedse autoriteiten. Misschien was dat wel een vroege hint van Vantaa’s eigenzinnigheid. 😉

De historische kern van Vantaa is de Sint-Laurenskerk; een middeleeuws stenen kerkgebouw waarin waar religie en macht hand in hand gingen, want de geestelijken werkten nauw samen met lokale machthebbers. De kerk bewaakte om dezelfde reden ook een beetje de sociale normen van de plattelandsbewoners uit de omgeving. Vanwege de Finse Reformatie verloren de geestelijken in de 16e eeuw echter langzaamaan hun grip op de bevolking. En in de 19e eeuw veranderden zelfs de machthebbers, want toen werd Finland het door de Russen gecontroleerde Groothertogdom Finland. Zie de video over Helsinki voor dit stukje politieke historie. Vantaa bleef altijd relatief landelijk, maar zeker niet onbelangrijk. Er werd nieuwe infrastructuur aangelegd, zoals de (vandaag zeer vitale) spoorlijn richting Helsinki.

De grootste omwenteling kwam echter pas na de Tweede Wereldoorlog. Voor de Olympische Spelen van 1952 werd in het gebied het huidige Helsinki Airport aangelegd. Een symbool van vooruitgang en goed voor de economie, maar ook een lokaal drama omdat de boeren uit het gebied hun land (onvrijwillig) moesten afstaan. Het landschap van Vantaa veranderde drastisch en het vliegveld kreeg ironisch genoeg de IATA-code “HEL“, voor Helsinki.

Vandaag is de meeste reuring te vinden achter het station van Tikkurila (Dickursby in het Zweeds), want daar strekken de shopcentra en eetgelegenheden zich eindeloos uit. Met de feestdag Vappu was hier de braderie.

Verder heb je in Vantaa een aantal belangrijke musea. Je kunt vliegtuigen bekijken en alles leren over de luchtvaart in het Finse Luchtvaartmuseum. Voor creatieve, culturele uitspattingen moet je in het kunstmuseum Artsi zijn en om het landelijke verleden van de regio te ontdekken kun je naar het Vantaa Landbouwmuseum. In Tikkurila heb je ook nog het gratis stadsmuseum van Vantaa. Het zit in het oude stationsgebouw, recht naast het nieuwe station. Ik had het graag willen bezoeken, maar vanwege de feestdagen was het dicht. Als laatste (en daar direct om de hoek) heb je het wetenschapsmuseum Heureka. Het is extra aantrekkelijk gemaakt voor kinderen, met scheikundige proefjes en wiskundige spelletjes. Het doet sterk denken aan NEMO in Amsterdam. Buiten vind je de “Heureka Stenentuin”, waar steenmonsters liggen van elke soort steen die in Finland voorkomt. Met andere woorden: een hemel op aarde voor een nerd als ik. Ik heb natuurlijk al die bordjes bekeken en me heerlijk staan verwonderen over die stenen. Zo leuk gedaan, wie bedenkt zoiets?! 😀

Vantaa kreeg reeds in 1972 officiële stadsrechten. De meningen van de Finnen zijn hierover nog altijd verdeeld. Voor de één is Vantaa inderdaad een stad, maar toch niet meer dan een zielloze voorstad van Helsinki. Voor de ander is Vantaa nog altijd een dorp. Een rustige plattelandsgemeenschap dichtbij de stad. En voor Käärijä, die er opgroeide, is het een verademing. Een overzichtelijk, charmant stadje met een eigen gezicht. Hij zingt dan ook:

En lang voordat dit nummer uitkwam, maakten de kunstenaars Viivi Vierinen, Juha Lahtinen en Joonas Koponen al een schitterende, megagrote mural van Käärijä op de zijkant van het Prisma-winkelcentrum. Om het kunstwerk te aanschouwen, loop je onder een parkeerpoort door om bij de binnenplaats van een appartementencomplex te komen. Dat betekent dus dat er van alle kanten huizen uitkijken op de mural. Tja, de bewoners beginnen hun dag in ieder geval vrolijk als ze de gordijnen openschuiven.

Ik heb weleens slechte verhalen gehoord over bepaalde buurten in Vantaa. Met name Tikkurila zou onveilig en druk zijn. Als Nederlander die bijna haar hele leven in de buurt van Amsterdam gewoond heeft, vond ik dat allemaal wel meevallen. Laat in de avond zijn er nog mensen op straat en rijden er nog auto’s rond met harde muziek, dat is waar. Maar met het raam dicht merk je dat niet. De feestelijkheden van Vappu waren in Vantaa overdag net zo gemoedelijk en gezellig als in Helsinki. Ik ben het dus wel met Käärijä eens: dat Vantaa, is zo slecht nog niet.

De Tijdlijn van Suomenlinna (Finland)

Eindelijk! Deze nieuwe tijdlijnvideo toont de geschiedenis van Suomenlinna, een forteiland voor de kust van Helsinki (Finland). In de 18e eeuw werden deze kalme, kale rotsen door de Zweedse overheid omgevormd tot een indrukwekkend bastionfort. Het project kreeg de naam “Sveaborg” (“Kasteel van de Zweden“) en was bedoeld om de Finse kustlijn te verdedigen tegen aanvallen van het Russische Rijk.

Als gevolg van de Finse Oorlog (1808-1809) wisselden de eilanden van eigenaar. Terwijl het Zweedse Rijk afbrokkelde, werd Sveaborg door de Russen beheerd en gemoderniseerd. Aan het begin van de 20e eeuw had de Russische administratie de handen vol aan de Eerste Wereldoorlog en de interne Russische Revolutie(s). Finland werd onafhankelijk en het fort werd omgedoopt tot “Suomenlinna” (“Kasteel van Finland“).

Het bezoeken en filmen van Suomenlinna was voor mij een bucket list-ervaring. Al jaren had ik plaatjes en informatie over deze plek op mijn telefoon staan en nu had ik eindelijk de kans om het met eigen ogen te bekijken. Zelfs in de winter is het een fijne en makkelijke plek om te bezoeken; het pontje brengt bezoekers in 15 minuten heen en weer. Veel gebouwen, winkels en cafés zijn open in het laagseizoen; zo ook het Suomenlinna Museum. Dat is sowieso een warme en leerzame plek. Ik was positief verrast door de faciliteiten op de eilanden. Zomers is er zelfs nóg meer te beleven. Dit is in alle seizoenen een indrukwekkende plek. 🙂

De Turun joulurauha – ik was erbij!

Dit jaar heb ik een bijzondere Finse traditie meegemaakt, namelijk de “Turun joulurauha“, oftewel, de “kerstvrede van Turku”.

Stadssecretaris Eero Soikkanen leest de vrede voor in 1965. Foto uit het publieke domein.

De kerstvrede van Turku is een belangrijke traditie die stamt uit de middeleeuwen. Jaarlijks wordt deze vrede op 24 december afgekondigd in de stad Turku, om klokslag 12:00 uur. Het is een officiële en nationale gebeurtenis die wordt uitgezonden door de Finse publieke omroep. De “kaupunginlakimies” of “kaupunginsihteeri” (stadssecretaris) van Turku leest de eeuwenoude tekst voor in het Fins en in het Zweeds. Is de stadssecretaris niet beschikbaar, dan doet een andere stadsambtenaar het. Dit jaar werd de vrede uitgesproken door Mika Akkanen, Turku’s “protokollapäällikkö” (het hoofd van de protocollaire dienst).

De tekst is grotendeels historisch authentiek en wordt elk jaar op dezelfde manier voorgelezen. Daarbij wordt de bevolking opgeroepen om de feestdagen in rust en harmonie door te brengen en conflicten te vermijden. De ceremonie symboliseert vrede, saamhorigheid en respect voor elkaar tijdens de donkerste dagen van het jaar.

Ook de plek is symbolisch, het gebeurt namelijk vanaf het balkon van het Brinkkala-gebouw op het Oude Grote Plein (“Vanha Suurtori”). De eerste gebouwen van de stad verrezen rondom dit plein, maar inmiddels is de centrale marktfunctie overgenomen door het Marktplein (“Kauppatori”). Dat deze plek belangrijk was/is, merk je ook aan de nabijheid van de twee universiteiten die de stad rijk is: de Finstalige Turun Yliopisto en de Zweedstalige Åbo Akademi.

Het Brinkkala-gebouw diende lang als bestuurscentrum. Nu wordt het gebruikt voor ceremoniële en culturele doeleinden.

Ik was onder de indruk van deze traditie. Het had iets magisch: halverwege de tekst begon het zachtjes te sneeuwen en iedereen deed (alsnog) zijn muts/hoed af voor het volkslied. Bovendien had ik nog nooit zoveel Finnen bij elkaar gezien, haha! We liepen in colonnes naar het plein, maar alles verliep ontzettend kalm en geordend. Na de laatste klanken van het orkest, stroomde het plein leeg en ging iedereen gewoon weer rustig naar huis. Heerlijk! Ik ben blij dat ik erbij was.

Op avontuur onder het Domplein (Utrecht)

Ik kreeg laatst een uitnodiging voor een heel leuk uitje: een rondleiding door Paleis Lofen in Utrecht. Deze keizerlijke residentie staat vandaag niet meer overeind… maar bestaat nog wel onder de grond!

De rondleiding begint op het Domplein. Daar schetst de gids een beeld van de historische context. Hoe zag Utrecht eruit in de hoge middeleeuwen? Wat was het belang van de rivieren in de omgeving? Wie had er de macht? Het begint eigenlijk al met een mini-college op de plek waar het allemaal gebeurde. Daarna loop je door naar de tegenwoordige “ingang” van Paleis Lofen, aan de Vismarkt. Daar daal je af naar beneden, totdat je in zalen staat die onder het Domplein liggen.

Onder de grond vertelt de gids verder. Je krijgt ook een audiotour met meer informatie over de vondsten in de vitrines. En als afsluiter neem je plaats in een filmzaal, waar drie grote schermen ervoor zorgen dat je zelf getuige wordt van de geboorte van Utrecht. Het geluid komt uit alle hoeken en je hebt ogen tekort. Als je in het midden van de zaal zit, lopen de schermen bijna 360 graden rond!

In de video hieronder neem ik jullie mee. Maar eigenlijk gaat er niets boven de ervaring ter plaatse. Als je in de kelders onder de imposante zuilen doorloopt, waan je je direct in de middeleeuwen. Zeker met de archeologische vondsten erbij, krijg je een heel accuraat tijdsbeeld. En in de laatste ruimte waar de rondleiding langs voert, kun je zelfs nog op een stukje Romeinse muur staan. Echt een uniek ondergronds avontuur!


Veel dank aan Stichting Ondergronds Domplein voor de uitnodiging.

De laatste Viking

Gisteren heb ik de gloednieuwe Deense film “Den sidste viking” (“De laatste Viking“) in de bioscoop gezien. Het verhaal is geheel fictief, met hoofdrollen voor Mads Mikkelsen, Nikolaj Lie Kaas en Sofie Gråbøl. Maar de laatste Viking bestaat wél als concept en wordt symbolisch verbeeld in Trondheim. In dit artikel leg ik uit wat de connectie is tussen de Deense film en het Noorse concept.

Eerst een woordje over de film. Het verhaal draait om de crimineel Anker die gearresteerd wordt voor een bankoverval. Terwijl hij een gevangenisstraf van 15 jaar uitzit, moet zijn broer Manfred het gestolen geld verstoppen. Na zijn vrijlating ontdekt Anker dat Manfred inmiddels een behoorlijk zware dissociatieve identiteitsstoornis heeft ontwikkeld. Omdat Manfred het ene moment denkt dat hij John Lennon is en het andere moment gelooft dat hij een Viking is, kan hij zich ook niet meer herinneren waar hij het geld verstopt heeft. Het verhaal is typisch en ook tamelijk bizar. Eigenlijk is de hele film gewelddadig, zielig en grappig tegelijk. Deense cinema ten voeten uit; ik vond het een leuke film.

Zentropa / Film i Väst / Vertigo Média (foto door Rolf Konow).

Maar de naam is niet zonder reden gekozen. Referenties aan het Vikingerfgoed moet je in Scandinavië serieus nemen, omdat daarmee vaak een concreet gevoel of concept bedoeld wordt. In mijn beleving is het Vikingtijdperk voor Denemarken net zo belangrijk als voor Zweden en Noorwegen. En zo komen we bij de Noorse stad Trondheim. Wie daar langs de oude vismarkt Ravnkloa wandelt, kan het bronzen beeld “Den siste viking” niet missen. Hoewel de naam anders doet vermoeden, herdenkt het beeld geen historische krijger uit de Vikingtijd. Nee, het is juist een modern symbolisch werk om de Noorse zeevaarttraditie te herdenken.

Het beeld werd in 1990 gemaakt door de Noorse beeldhouwer Nils Aas. Het stelt een visser voor, verwijzend naar de gevaarlijke oceaantochten die de Noorse vissers tot ver in de 20e eeuw maakten voor hun broodwinning. Dat concept (stoere zeevaarders die hun leven wagen op zee) sluit het aan bij het romantische beeld dat veel mensen vandaag van de Vikingen hebben. Op een bepaalde manier is Scandinavië daar ook trots op; want nog altijd worden er boeken, films, kunstwerken en theatervoorstellingen aan gewijd. De naam van het standbeeld benadrukt daarom ook een soort culturele continuïteit tussen de middeleeuwse Vikingen en de (vroeg)moderne Noorse vissers en kustbewoners. In de literatuur, zoals in de roman “Den siste Viking” van Johan Bojer, werd deze vergelijking overigens al veel eerder gemaakt (namelijk in 1929).

De Vikingtijd eindigde rond het midden van de 11e eeuw. Maar de herinnering aan dit tijdperk leeft voor altijd voort… en kunnen we regelmatig in de bioscoop bewonderen. 😉

Weggevaagde dorpen en verplaatste kerken (en een boekbespreking)

Afgelopen zomer las ik “Go as a river” van Shelley Read. Een belangrijke gebeurtenis uit het boek is de evacuatie van een Amerikaans stadje, omdat de gemeente het gebied wil omvormen tot stuwmeer. Ik heb genoten van het verhaal en las het boek in drie avonden uit. Even later, in augustus, zag de wereld hoe de kerk van de Zweedse stad Kiruna verplaatst werd. Het was een monsteroperatie met soortgelijke achterliggende redenen; het boek kwam ineens overeen met de actuele werkelijkheid. Maar dat dorpen verdwijnen of verplaatsen, komt veel vaker voor in de geschiedenis. Hieronder schrijf ik wat meer over dit fenomeen.

Eerst even over de roman. Het verhaal volgt Victoria Nash, een 17-jarig meisje uit het dorp Iola (Colorado). Ze spendeert haar jeugd op een familieboerderij met een perzikboomgaard, waar ze als enige vrouw omringt wordt door beschadigde mannen. Haar vader is afstandelijk, haar oom is verminkt en verbitterd en haar broer is agressief. Victoria heeft alle huishoudelijke taken op zich genomen. Op een dag ontmoet ze een charmante vreemdeling. Zijn naam is Wil Moon en hij is een inheems-Amerikaanse jongen met een zwervend bestaan en een moeilijk verleden. Tussen hen ontstaat een intense, maar maatschappelijk ongewenste liefde. Hun relatie botst totaal met de bekrompen sfeer in Iola én met de verwachtingen van Victoria’s familie.

Dan komt Victoria plotseling in een nachtmerrie terecht. Ze kiest ervoor om de bergen in te vluchten, waar ze probeert te overleven in de wildernis. Dat lukt, maar het duurt lang voordat ze weer naar Iola kan terugkeren. Er volgt een flashforward in het verhaal en dan wordt de evacuatie van Iola het belangrijkste thema. De plannen om de nabijgelegen rivier af te dammen en een stuwmeer aan te leggen, dreigen Victoria’s boomgaard voorgoed onder water te zetten. Terwijl het water stijgt, moet Victoria bepalen wat ze gaat behouden… En wat ze gaat loslaten. Ze moet haar eigen pad blijven volgen, ook als alles verandert en wordt omgeleid. Daar komt ook de titel van het boek vandaan: “Gaan als een rivier”.

Iola (Colorado) vandaag. Foto door Craig Talbert (CCA 4.0).

Zoals ik al zei, heb ik genoten van het verhaal. Het is fictie, maar wel heel realistisch. Het dorp Iola is bijvoorbeeld gebaseerd op een echt plaatsje met dezelfde naam in Colorado, dat in de jaren ’60 daadwerkelijk is verdwenen onder een stuwmeer. Ook de thema’s (de impact van grote infrastructurele projecten op kleine gemeenschappen en de behandeling van inheemse bevolkingsgroepen) zijn historisch correct. Persoonlijk vind ik dat Read de onderwerpen met veel aandacht voor detail uitgewerkt heeft. Het hele verhaal had makkelijk waargebeurd kunnen zijn.

Daarover gesproken: we verleggen even de focus naar Kiruna, de stad in Noord-Zweden. Het lot van Kiruna is altijd nauw verbonden geweest met het reilen en zeilen van de grote plaatselijke ijzerertsmijn in beheer van Luossavaara-Kiirunavaara Aktiebolag (LKAB). Het bedrijf is eigendom van de Zweedse staat en een uiterst belangrijke werkgever in de regio. Zodanig zelfs, dat beslissingen van LKAB de regionale economie beïnvloeden.

De verplaatsing van de historische kerk van Kiruna afgelopen augustus was onderdeel van een doorlopend proces van verplaatsingen. Complete wijken zijn al op nieuwe locaties “herbouwd”, terwijl de uitbouw van de mijn steeds blijft leiden tot verzakkingen onder de stad. Onderzoek wees uit dat het oude centrum op de lange termijn niet meer veilig zou zijn voor bewoning en verkeer. Maar de mijnbouw stilleggen is geen optie; LKAB wordt economisch bezien als cruciaal beschouwd.

Daar gaat de kerk, op twee SPMT’s. Foto door Torbjørn S. (CCA 4.0).

Zodoende kozen de autoriteiten ervoor om het centrum enkele kilometers oostwaarts te verplaatsen, in plaats van de mijn te sluiten. Dit proces is dus al langer gaande. De verplaatsing van de kerk werd echter wereldnieuws, omdat het houten gebouw in één stuk werd overgeheveld naar een nieuwe locatie. En succesvol! Of je het nu eens bent met de activiteiten van LKAB of niet; niemand kan ontkennen dat dit bouwtechnisch ongelofelijk knap is.

Afijn, Kiruna wordt verplaatst. Maar Iola verdween met de jaren. En verdwijnen gebeurt vaker dan verplaatsen, want er zijn nog veel meer voorbeelden te noemen van weggevaagde stadjes. Amy schreef op haar Nederlandstalige website www.sommarmorgen.com een interessant artikel over Messaure; een verlaten dorp rondom een waterkrachtcentrale (klik hier voor het artikel). Het lag net als Kiruna in Zweeds Lapland. En zelf bekeek ik 11 jaar geleden de vergane glorie bij het mijndorpje Åmdals Verk in Noorwegen (klik hier voor het artikel).

Bron: Gemeente Moerdijk (via de website van de NOS).

Dit onderwerp werd onlangs ook relevant voor Nederland, toen er landelijk aangekondigd werd dat er plannen zijn om het Noord-Brabantse dorp Moerdijk op te offeren om het nabijgelegen industrie- en haventerrein uit te breiden. Gisteravond heeft de gemeenteraad ingestemd, maar de definitieve beslissing zal over anderhalve week gezamenlijk door het Rijk, de provincie Noord-Brabant en de gemeente Moerdijk genomen worden. Ik ben benieuwd.

Waar komt de traditie van Sint-Maarten vandaan?

Of heerst er bij jou in de omgeving helemaal geen traditie op 11 november? Lang dacht ik dat Sint-Maarten een nationaal feest was, maar toen ging ik in Leiden studeren en werd mijn wereld iets groter dan het Kennemerland (lol). Ik kwam erachter dat nog niet eens de helft van mijn studiegenoten als kind met Sint-Maarten langs de deuren ging. Cultuurschok!

Eerst even over de oorsprong van deze feestdag, Sint-Maarten. Dit wordt ieder jaar op 11 november gevierd en dan herdenken we Sint Martinus van Tours (ca. 316-397). Deze man was aanvankelijk een Romeinse soldaat, die zich op een gegeven moment tot het christendom bekeerde. Na zijn soldatenleven werd hij bisschop in Tours (Frankrijk) en kwam hij bekend te staan om zijn goedheid en zijn gulheid. Het verhaal gaat dat hij op een koude winterdag een arme bedelaar tegenkwam en zijn mantel met hem deelde. Zo werd de bisschop van Tours een symbool van naastenliefde. Later werd hij hierom zelfs heilig verklaard.

Gedurende de middeleeuwen raakte de religieuze betekenis van Sint-Martinusdag vervlochten met de Europese volkscultuur. Het begin van november luidde het einde van het landbouwseizoen in. De laatste gewassen werden geoogst en het vee ging naar het binnenverblijf. De vastentijd (advent) voor kerst begon. Precies nu gingen kinderen en arme(re) mensen langs de deuren om te vragen om “een aalmoes voor Sint-Maarten”. Deze dag transformeerde zo tot een vroege vorm van het bedelritueel. Soms werden daarbij ook liederen gezongen of werd er kort gebeden. In de eeuwen daarna ontwikkelde dit “bedellopen” of “zanglopen” tot het “Sint-Maartenlopen” dat we nu kennen. Inmiddels horen er ook vreugdevuren, fakkels en lampionnen bij de traditie.

Vandaag zijn het vooral kinderen die langs de deuren lopen. Zo ook op sommige plekken in Nederland en België. De viering is altijd op 11 november en begint na zonsondergang. De groepjes trekken met zelfgemaakte lampionnen langs de deuren. De kinderen bellen aan, zingen Sint-Maartenliedjes en krijgen als beloning snoep, fruit of koekjes. Op andere plekken worden er alleen nog vreugdevuren aangestoken. Het maakt niet uit welke vorm de traditie aanneemt, het draait om gezamenlijk delen en gul zijn. Net als Sint-Maarten dat deed. Nog een leuk feitje is dat 11 november op het eiland Sint Maarten wél een nationale feestdag is. Men herdenkt dan de ontdekking van het eiland door Columbus en de verbondenheid van het Franse en Nederlandse deel van het eiland wordt gevierd met muziek, optochten en dans.

Wil je weten of er in jouw woonplaats ook een Sint-Maartentraditie is? Check dan de site van het RTL Nieuws (klik hier).

Wandelen langs de mythische Koortsboom van Heumen (Gelderland)

Aan de rand van Overasselt, in het bosrijke gebied van de Overasseltse en Hatertse Vennen, liggen de resten van een middeleeuwse kapel. Deze Walrickkapel was ooit een klein heiligdom; druk bezocht door mensen uit de wijde omgeving. Zij kwamen hier naartoe om te bidden en om hulp te vragen bij ziekte.

De kapel werd in de 14e eeuw (of 15e eeuw) gebouwd en was gewijd aan Sint Walrick, die ook wel Sint Valerius wordt genoemd. Over deze Heilige Walrick is weinig bekend, maar we weten wel dat hij vereerd werd als genezer; vooral bij koorts. Als je Sint Walrick aansprak in jouw gebeden, zou hij jou of jouw naasten genezing kunnen geven. Dat was in de middeleeuwen een gangbare praktijk; voor iedere situatie was er wel een gepaste heilige om aan te spreken.

Maar al lange tijd voor de bouw van de kapel, was dit gebied heilig voor de oorspronkelijke bewoners. Deze groep kennen we als de Hoemannen, een Germaanse stam die na de Romeinse Tijd in het gebied rondom Nijmegen leefde. Het is aannemelijk dat de naam van de gemeente Heumen van hen is afgeleid. De Hoemannen beschouwden bepaalde plekken in de natuur als sacraal en geneeskrachtig. Vooral bomen speelden een centrale rol in hun rituelen: ze geloofden dat ziektes door speciale handelingen bij de boom konden worden afgewend.

In de 7e en 8e eeuw kwam Willibrord, de beroemde missionaris uit Engeland, naar het gebied om het christendom te verspreiden. Willibrord en zijn volgelingen verweefden het christelijke geloof met de bestaande Germaanse tradities. Zo kwam het door hen dat de eerdergenoemde eikenboom verbonden werd aan Sint Walrick (en er eeuwen later dus ook een kapel naast gebouwd werd). Eigenlijk kreeg de genezende kracht van de boom door Willibrord een christelijke betekenis.

De legende gaat dat de leider van de Hoemannen wanhopig bij Willibrord aanklopte. Zijn dochter Heribertha had hoge koorts en niets leek te helpen. De leider vroeg wat hij moest doen om zijn dochter te genezen en Willibrord raadde hem aan om een lapje stof van haar jurk in de eik te hangen. Zo gezegd, zo gedaan. Maar of Heribertha inderdaad weer beter werd, weten we niet.

De eikenboom werd in ieder geval getransformeerd tot “Koortsboom” en de lokale bevolking nam het gebruik over. Wie ziek was of koorts had, knoopte een lapje stof aan de takken van de boom (of liet dat doen door een familielid). De koorts zou dan “in de boom blijven hangen”, terwijl de zieke weer beter werd. Mensen bleven deze handeling herhalen, generatie na generatie. Later werd het ritueel ook wel gecombineerd met gebeden bij de kapel of het maken van kruistekens.

Maar naarmate de eeuwen vorderden, bracht de ontwikkeling van de moderne geneeskunde ook andere oplossingen voor ziektes. Medicijnen en ziekenzorg werden voor steeds meer mensen toegankelijk. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568–1648) raakte de kapel zwaar beschadigd, omdat er in de omgeving veel gevochten werd. De kapel werd niet meer herbouwd en de plek raakte langzaam een beetje in verval.

Toch bleef de boom een plek van hoop en genezing, zelfs nadat de muren van de kapel vervielen tot een ruïne. Tot op de dag van vandaag hangen er nog lapjes aan de takken, stille getuigen van een praktijk die dus al eeuwenlang voortduurt. De Walrickkapel en de Koortsboom laten zien hoe pre-christelijke rituelen, het christelijke geloof en volksgebruiken kunnen samensmelten.

Er komen meerdere wandelroutes langs de Walrickkapel en de Koortsboom, waarvan ik zelf met veel plezier het “Familiepad Vennengebied” gelopen heb. Deze wandeling is 1,7 km lang en duurt ongeveer een uurtje (als je onderweg stopt om foto’s te maken). Het is een rolstoeltoegankelijke route, dwars door het natuurgebied de Overasseltse en Hatertse Vennen. Dat betekent dat je in de nazomer en herfst kunt genieten van het heidelandschap in allerlei tinten paars, rood, geel en oranje.

Er staan veel bankjes langs het pad en de markeringen zijn goed aangegeven. Vlakbij stopt er een streekbus en er zijn twee gratis parkeergelegenheden, waarvan eentje bij Restaurant St. Walrick. Koffie en lunch heb je dus ook binnen handbereik. 😉

Dit is bovendien een ideaal uitstapje bij wisselvallig weer, want je kunt op een paar plekken schuilen voor de regen (en anders ben je snel weer bij je auto of bij het OV). Wat mij betreft is het een heerlijke historische plek. Of je nu komt voor de vroegchristelijke legende of voor de kleurrijke natuur! 🙂

Glasstad, glasmuseum en glasblazerij

Dat kan maar betrekking hebben op één Nederlandse stad: Leerdam! Op weg naar een andere afspraak, maakte ik er een uitgebreide tussenstop om bij het Nationaal Glasmuseum alles te leren over het ambachtelijke glasblazen.

Het feest begint buiten het museum al, want op het parkeerterrein staat “De Tempel” van Hans van der Pennen (een enorm kunstwerk uit 1990). Het trekt meteen je aandacht en als je dichterbij komt, zie je steeds meer gekleurde stukken glas in het bouwwerk. Direct naast het Glasmuseum staan fabriekshallen waar vandaag nog steeds glas verwerkt wordt. Je ziet de grondstoffen en afvalproducten buiten liggen.

Eenmaal in het museum, kom je van alles te weten over de glasindustrie. Van Leerdam natuurlijk, maar ook van andere steden en plekken. Je maakt er kennis met een aantal hoofdpersonen, zoals Petrus Marinus Cochius (toenmalig directeur van de glasfabriek, het museum is in zijn voormalige woonhuis gevestigd) en Karel de Bazel (gerenommeerd architect en glaskunstenaar). Je ziet veel voorwerpen die met het productieproces te maken hebben, zoals grondstoffen en houten mallen.

Beneden, bij de cafetaria, staat een grote glascaleidoscoop. Als je met je hoofd in de tunnel naar voren kijkt en aan de drie wielen draait, verandert het beeld constant met drie verschillende platen (een achtergrond en twee patroonplaten). Ik kan daar echt uren naar kijken. 🙂

In de tuin(huisjes) is momenteel de tentoonstelling “Inflatable Thoughts” (“Opblaasbare Gedachten”) van Marinke van Zandwijk te zien. Een hoop kleurrijke bubbels en bobbels, vrij hangend en rollend, of juist geblazen in een kooitje.

Ook binnen hangt er werkt van haar. Wat mijn aandacht trok, was haar glasversie van de Rorsachplaten. Dat zijn die bekende plaatjes van suggestieve vlekken die in de psychologie gebruikt worden. De cliënt interpreteert de afbeelding op de kaart en vertelt wat de vorm oproept. De behandelaar komt dan meer te weten over het karakter en de denkwijze van de cliënt. Hoewel de waarde van de Rorsachplaten betwist wordt, worden ze nog steeds gebruikt in de psychiatrie. De glasversie van de Rorsachplaat met de meeste kleuren, vult een hele wand in het museum. Zie de linkerfoto. En of je nou interpreteert of “alleen maar kijkt”, dat ziet er prachtig uit.

Op de overige verdiepingen van het museum is er aan glaskunst geen gebrek, je loopt continu langs het open depot (vitrinekasten met collecties). Op zolder is het werk van Mieke Groot uitgelicht, in de tentoonstelling “Van Klein naar Groot”. Daar zitten veel stukken bij die je zou willen aanraken; met ribbeltjes, bolletjes en laagjes. Maar kijken doen we natuurlijk met onze ogen. 😉

Deel II van het avontuur is een bezoek aan de glasblazerij, die je bereikt door een korte wandeling door Leerdam. Dit hoort bij het museum, maar het is tegelijkertijd een werkplek waar glasblazers en kunstenaars opdrachten en/of eigen werk vervaardigen. Bezoekers zien de vakmensen dus letterlijk aan het werk; er wordt niet zomaar iets gemaakt wat vervolgens weggegooid wordt. Je neemt plaats op een tribune en je blijft zitten zo lang je wil. Er wordt ondertussen uitleg gegeven bij het proces van het glasblazen, zodat je leert hoe glas gemaakt wordt. We mochten op een gegeven moment langs de werkplekken lopen, waar we van de glasblazers meer informatie kregen over de ovens en de gereedschappen. Hoogtepunt (in ieder geval betreft de temperatuur) was dat we ook een kijkje mochten nemen in de oven waar het vloeibare glas in zit. Een heel kort kijkje, want je steekt je hoofd in een oven waarbinnen het 1250 graden is. Unieke ervaring! De werktemperatuur is overigens nog steeds 1130 graden (!).

Op de dag van mijn bezoek was meesterblazer Gert Bullée aan het werk. Hij heeft ontzettend veel vragen beantwoord, ook van mij (haha). Ik wilde bijvoorbeeld weten of de werkwijze anders is voor linkshandigen. Dat kan, soms staat de opstelling gespiegeld voor een linkshandige blazer (en werkt de blazer dus de andere kant op). Maar meestal maakt de dominante hand niet uit; leerlingen beginnen vanaf 0 dus kunnen zichzelf makkelijk aanleren om de gereedschappen met beide handen te hanteren. Interessant, toch?

Die dag werkte hij samen met kunstenaar Hans Muller aan diens patatbakjeslamp. Ja, dat is precies wat je denkt dat het is. Wie altijd al een uniek glazen object in huis had willen hebben, moet maar eens op de website van Gert Bullée kijken (klik hier voor een impressie). Wat een ambachtelijke kunstwerken, ik vind het zo knap! Of bezoek de website van Hans Muller voor de patatbakjes (klik hier).

Het was een leerzame en inspirerende dag in Leerdam. Van meesterproef tot designobject en van koelovens tot blaaspijpen; ik heb echt genoten van wat ik allemaal gezien heb. Aanrader dus!

Wat is de historie van Werelddierendag?

Op 4 oktober zetten we onze huisdieren in het zonnetje. Zelf ben ik ook dol op dieren; ik vind vooral honden, slangen en haaien leuk. De oorsprong van Dierendag is misschien wel ouder dan je denkt. Waar komt die traditie vandaan?

Deze datum is gekozen vanwege Franciscus van Assisi, een Italiaanse monnik uit de 13e eeuw. Hij was zo dol was op dieren (en planten), dat hij volgens de overlevering zelfs preken hield voor vogels. Franciscus werd hierom uitgeroepen tot de beschermheilige van de dieren en de natuur. Zijn sterfdag, 4 oktober, bleek daarmee ook de perfecte dag om dieren wereldwijd te eren.

Maar pas eeuwen later kreeg dat idee echt vorm. In 1929 kwam de Wereldvereniging voor Dierenbescherming bijeen in Wenen en besloot men om 4 oktober uit te roepen tot Werelddierendag. Het doel was helder: aandacht vragen voor de rechten en het welzijn van dieren, waar ook ter wereld. Nederland sloot zich al snel aan en in 1930 werd Dierendag hier voor het eerst gevierd.

Sindsdien is het uitgegroeid tot een traditie die we allemaal kennen. Scholen besteden er aandacht aan, dierenwinkels organiseren acties en asielen gebruiken de dag om mensen bewust te maken van hun werk. Dierendag herinnert ons eraan dat dieren recht hebben op een goed leven en dat wij verantwoordelijk zijn voor hun welzijn. Tegelijkertijd is het ook een vrolijke feestdag geworden, waarop huisdieren extra aandacht, snoepjes en speeltjes krijgen.

En zo is een middeleeuwse monnik de grondlegger geworden van de dag waarop miljoenen mensen stilstaan bij de waarde van dieren. 🙂