Het zwaarste geld ter wereld

Stel je voor dat je naar de markt gaat om brood en groenten te kopen. In plaats van een portemonnee neem je een slee of een karretje met geld mee. Dat klinkt als een grap, maar in Zweden was dit in de 17e en 18e eeuw bittere ernst. Daar betaalden mensen namelijk met enorme koperen platen die zo zwaar konden zijn dat je ze nauwelijks kon meenemen. Dit betaalmiddel staat bekend als Zweeds plaatgeld en behoort tot de meest opvallende betaalmiddelen die ooit in omloop zijn geweest.

In de 17e eeuw was Zweden een echte Europese grootmacht. We spreken zelfs van het Zweedse Rijk; een periode die in Scandinavië bekend staat als de “Stormaktstiden” (“Grootmacht-tijd“; 1611-1721). Op het hoogtepunt werden er ook gebieden die tegenwoordig onder Finland, Estland, Letland, Duitsland, Rusland, Noorwegen en Denemarken vallen door de Zweedse regering bestuurd. Daarmee beheerste Zweden dus een zeer groot deel van de Oostzee(kust).

Zweden zelf beschikte over rijke koperaders, met de beroemde mijn in Falun (provincie Dalarna) als belangrijkste leverancier. Terwijl zilver schaars was, was koper juist in overvloed aanwezig. Dat bracht de Zweedse overheid op het idee om vooral koper te gebruiken voor het Zweedse muntgeld.

In die tijd vertegenwoordigde een munt (ongeveer) de waarde van het metaal waarvan hij gemaakt was. Omdat koper minder waard was dan zilver, moest een koperen munt veel groter en zwaarder zijn om dezelfde monetaire waarde te vertegenwoordigen. En waarom zou je dan nog de moeite nemen om er een mooi rond exemplaar met een voor- en achterkant van te maken? Een snellere oplossing was om een rechthoekige koperen plaat van officiële stempels te voorzien; in alle vier de hoeken en eentje in het midden. Het plaatgeld was geboren.

De eerste plaatmunten verschenen in 1644 onder koningin Christina. De grootste exemplaren hadden een waarde van 10 “daler silvermynt” (zilveren daalders) en wogen bijna 20 kilo! Daarmee zijn het de zwaarste circulatiemunten die ooit zijn uitgegeven. Later verschenen er ook kleinere waarden, zoals een halve, één, twee, vier en acht daler. Maar zelfs die waren nog veel zwaarder dan een gewone munt. Met een plaatmunt van 8 daler silvermynt (van circa 14 kg) kon je in de tweede helft van de 17e eeuw meerdere varkens kopen, maar lang niet iedereen woonde in de buurt van de markt. Bovendien is het Zweedse landschap niet overal vlak of makkelijk begaanbaar.

Dus hoewel het plaatgeld als officieel betaalmiddel gold, bleek het in de praktijk toch niet handig om de zware plakkaten mee te sjouwen… Of onopvallend te bewaren. En dat is precies de reden dat Zweden een belangrijke rol ging spelen in de ontwikkeling van Europees papiergeld. Omstreeks 1660 begon Stockholms Banco bankbiljetten uit te geven die ingewisseld konden worden voor het zware koper. Het betalingsverkeer werd daardoor uiteraard veel efficiënter en makkelijker. Iets wat maar weinig mensen beseffen, is dat Zweden tot de eerste landen ter wereld behoorde die papiergeld op grote schaal introduceerden onder het volk.

In de loop van de 18e eeuw fluctueerde de waarde van koper nogal. Simpel gezegd verminderde de waarde geleidelijk. Redenen genoeg voor de Zweedse overheid om het plaatgeld in 1776 officieel uit de circulatie te halen. De platen koper werden nog iets langer gefabriceerd, te gebruiken als ballast voor schepen of voor gereedschappen. Maar de plaatmunten met stempels werden alleen nog als curiosa verhandeld.

Vandaag de dag is dit malle geld een zeer gewild verzamelobject binnen de numismatiek. Ik heb de plaatmunten op twee plekken met eigen ogen bewonderd: in het muntenkabinet van het Kasteel van Turku en in het Ostrobotnisch Museum in Vaasa. Twee plaatsen in Finland dus. In het laatstgenoemde museum leerde ik dat plaatgeld in West- en Zuidwest-Finland relatief vaak als muntschat gevonden wordt. Blijkbaar was het voor de Zweedstalige Finnen een manier om hun rijkdom op te slaan. Het Rijksmuseum in Amsterdam zou ook een exemplaar moeten hebben (volgens de website), maar of deze tentoongesteld wordt, weet ik niet.

Als je een plaatmunt ziet en bedenkt hoe zwaar ze zijn, is het moeilijk voor te stellen dat mensen er ooit hun dagelijkse boodschappen mee betaalden. Wel heel interessant en indrukwekkend om te zien! 😀

Schilderen met naald en draad

Gisteren rondden we in 2vwo een lessenserie over de Noordse landen af. Het laatste “land” waar ik de leerlingen over vertelde, was Sápmi. Het is een land dat de kinderen niet kennen, omdat het geen natiestaat is. Het is het gebied waar de Sámi nu wonen. Vandaag bezocht ik het Wereldmuseum in Leiden, waar precies op dit moment een aantal kunstwerken van Britta Marakatt-Labba hangt. Dat wist ik niet, maar de timing van deze wisseltentoonstelling kon niet beter.

Sápmi strekt zich uit over het noorden van Noorwegen, Zweden, Finland en Rusland. Het is de traditionele naam voor het oorspronkelijke leefgebied van de Sámi. Ze zijn de enige erkende inheemse bevolkingsgroep van Europa en wonen daar al duizenden jaren. Hun bestaan was lange tijd gebaseerd op jacht, visserij en rendierhouderij. Eventuele bijproducten hiervan werden verkocht aan de lokale bevolking. Vanaf de 19e eeuw werden de Sámi steeds meer onderdrukt door de regeringen van hun leefgebied. Hun taal en cultuur werd als ondergeschikt gezien en veel ervan dreigde voorgoed te verdwijnen. Sommige Sámi-talen zijn zelfs al uitgestorven. Maar de tijden zijn veranderd en de nationale overheden begrijpen inmiddels beter welke gevolgen hun kolonisatiebeleid heeft (gehad). Tegenwoordig wordt er actief gewerkt aan het behoud van hun culturele erfgoed, talen en traditionele levenswijze… maar nog altijd het meeste door de Sámi zelf.

Britta Marakatt-Labba in 2022, © Marja Helander. 

Bijvoorbeeld door de bovengenoemde Britta Marakatt-Labba (1951); één van de bekendste Sami-kunstenaars. Ze groeide op in een Sami-familie van rendierhouders in Noord-Zweden en heeft in haar leven uitsluitend Zweeds onderwijs genoten, waarbij er weinig aandacht aan de geschiedenis van de Sámi werd besteed. Om die reden verwerkt zij in haar kunst wél de geschiedenis, cultuur en leefwereld van haar volk. Haar textielkunst en borduurwerk is internationaal bekend. Met naald en draad verbeeldt Britta kleine verhalen over het dagelijks leven, de relatie met de natuur, oude tradities en de politieke strijd van de Sámi. Schilderen met naald en draad, noemt ze dat.

Haar werk draagt direct bij aan cultuurbehoud. Door verhalen en ervaringen vast te leggen, geeft zij de Sámi-cultuur door aan toekomstige generaties. Het Nasjonalmuseet in Oslo (Noorwegen) heeft haar werk opgenomen in de nationale kunstcollectie. En vandaag stond ik dus in het Wereldmuseum in Leiden te kijken naar twee van haar borduurwerken, allebei even mooi en gedetailleerd.

Met fijne steken en kleine textielfragmentjes creëert Britta begrijpelijke voorstellingen van (onder andere) rendiermigraties, het dagelijks leven van Sámi-families, traditionele gebruiken/rituelen en (soms gruwelijke) gebeurtenissen uit de politieke strijd voor emancipatie. Van veraf lijken haar borduurwerken net schilderijen. Van dichtbij zie je steeds meer details en zo ontdek je langzaam uit hoeveel steken en stofjes één boompje of bergwand bestaat. Ontzettend knap gedaan, ik vind het echt mooi. Deze twee kunstwerken komen allebei uit 2011 en hebben geen titel. Aan de wand tegenover de werken, wordt een korte film over het leven en het werk van Britta vertoond. Het is de documentaire “Sylkvasse Sting” (“Messcherpe Steken”) van het Nasjonalmuseet. De video staat ook op YouTube:

De geschiedenis van de Sámi raakt mij over het algemeen en de borduurwerken van Britta Marakatt-Labba raken mij in het bijzonder. Waarom precies kan ik niet goed uitleggen, maar het gevoel heeft sowieso te maken met de leefwijze van de Sámi. Ik deel hun spirituele opvattingen over de natuur en ik vind dat hun praktische omgang daarmee een voorbeeld moet zijn voor anderen. Als iedereen op aarde filosofieën van balans en eerbied zou nastreven, zou het leven op aarde veel minder penibel zijn. De campagnes die de Sámi voeren gaan over de verbetering van hun eigen positie, natuurlijk, maar tegelijkertijd zijn hun standpunten urgent voor ons allemaal. Misschien is dat precies waarom hun verhaal nog lang niet is uitverteld.

Hyvää Helsinki-päivää!

Ieder jaar op 12 juni wordt de Finse hoofdstad in het zonnetje gezet, want dan is het Helsinki-dag. Het is een stadsfeest waarbij de stichting van Helsinki in `1550 gevierd wordt met optredens, kunsttentoonstellingen en tal van andere culturele en creatieve activiteiten.

Het gaat ook gepaard met een paar unieke tradities. Het meest bekend is de “Pormestarin aamukahvit”, de koffieontvangst van de burgemeester in het stadhuis. Hier kunnen inwoners en bestuurders elkaar ontmoeten. Ook worden de eretitels “Stadin Friidu” en “Stadin Kundi” uitgereikt aan personen die zich op een bijzondere manier voor de stad hebben ingezet. Die titels betekenen respectievelijk “meisje van de stad” en “jongen van de stad” in het dialect van Helsinki. En ook andere personen die een belangrijke bijdrage hebben geleverd aan het openbare leven van de stad krijgen vandaag een medaille. Een meer recente traditie is het vieren van de “Helsinki-päivän vauva”, de eerste baby die op Helsinki-dag wordt geboren. Als er een kindje geboren wordt, wordt het nieuws doorgegeven en verspreid. Dan gaat overal de kurk van de fles, haha!

Deze mooie combinatie van geschiedenis, kunst en cultuur komt natuurlijk niet uit de lucht vallen. Helsinki heeft een lange geschiedenis, met Zweedse, Russische en Finse perioden en een flinke portie oorlog en conflict. Ter ere van Helsinki-päivä heb ik een mini-documentaire over de stad gemaakt… van 0 tot nu. 😉

Fijne Helsinki-dag! 😀

Koska mä oon vantaalainen

Die zin uit Käärijä’s recente nummer vertaalt letterlijk naar: “Omdat ik uit Vantaa kom“. Sinds ik een korte teaser van het lied hoorde, was ik verkocht. En nu hij uit is, luister ik ‘m veel vaker dan ik wil toegeven. 😀 De beat is perfect en de tekst is ludiek. Het nummer is namelijk een soort ode aan Vantaa. Wat is dat dan voor plek?

Käärijä – Vantaalainen (via YouTube):

Vantaa ligt een stukje boven Helsinki. Om de geschiedenis ervan te begrijpen, kijken we eerst naar de tijd waarin Finland nog deel uitmaakte van het Zweedse Rijk (van de 12e eeuw tot aan 1809). In die periode was het gebied een lappendeken van dorpjes langs de Vantaa Rivier. De economie bestond uit landbouw en handel met het achterland. De strategische ligging maakte Vantaa ook interessant voor dienstbodes van de Zweedse koning die belasting kwamen innen in Finland. Lokale bewoners probeerden die belastingen geregeld te ontwijken, wat leidde tot spanningen met de Zweedse autoriteiten. Misschien was dat wel een vroege hint van Vantaa’s eigenzinnigheid. 😉

De historische kern van Vantaa is de Sint-Laurenskerk; een middeleeuws stenen kerkgebouw waarin waar religie en macht hand in hand gingen, want de geestelijken werkten nauw samen met lokale machthebbers. De kerk bewaakte om dezelfde reden ook een beetje de sociale normen van de plattelandsbewoners uit de omgeving. Vanwege de Finse Reformatie verloren de geestelijken in de 16e eeuw echter langzaamaan hun grip op de bevolking. En in de 19e eeuw veranderden zelfs de machthebbers, want toen vestigden de Russen het “Groothertogdom Finland”. Vantaa bleef altijd relatief landelijk, maar zeker niet onbelangrijk. Er werd nieuwe infrastructuur aangelegd, zoals de (vandaag zeer vitale) spoorlijn richting Helsinki.

De grootste omwenteling kwam echter pas na de Tweede Wereldoorlog. Voor de Olympische Spelen van 1952 werd in het gebied het huidige Helsinki Airport aangelegd. Een symbool van vooruitgang en goed voor de economie, maar ook een lokaal drama omdat de boeren uit het gebied hun land (onvrijwillig) moesten afstaan. Het landschap van Vantaa veranderde drastisch en het vliegveld kreeg ironisch genoeg de IATA-code “HEL“, voor Helsinki.

Vandaag is de meeste reuring te vinden achter het station van Tikkurila (Dickursby in het Zweeds), want daar strekken de shopcentra en eetgelegenheden zich eindeloos uit. Met de feestdag Vappu was hier de braderie.

Verder heb je in Vantaa een aantal belangrijke musea. Je kunt vliegtuigen bekijken en alles leren over de luchtvaart in het Finse Luchtvaartmuseum. Voor creatieve, culturele uitspattingen moet je in het kunstmuseum Artsi zijn en om het landelijke verleden van de regio te ontdekken kun je naar het Vantaa Landbouwmuseum. In Tikkurila heb je ook nog het gratis stadsmuseum van Vantaa. Het zit in het oude stationsgebouw, recht naast het nieuwe station. Ik had het graag willen bezoeken, maar vanwege de feestdagen was het dicht. Als laatste (en daar direct om de hoek) heb je het wetenschapsmuseum Heureka. Het is extra aantrekkelijk gemaakt voor kinderen, met scheikundige proefjes en wiskundige spelletjes. Het doet sterk denken aan NEMO in Amsterdam. Buiten vind je de “Heureka Stenentuin”, waar steenmonsters liggen van elke soort steen die in Finland voorkomt. Met andere woorden: een hemel op aarde voor een nerd als ik. Ik heb natuurlijk al die bordjes bekeken en me heerlijk staan verwonderen over die stenen. Zo leuk gedaan, wie bedenkt zoiets?! 😀

Vantaa kreeg reeds in 1972 officiële stadsrechten. De meningen van de Finnen zijn hierover nog altijd verdeeld. Voor de één is Vantaa inderdaad een stad, maar toch niet meer dan een zielloze voorstad van Helsinki. Voor de ander is Vantaa nog altijd een dorp. Een rustige plattelandsgemeenschap dichtbij de stad. En voor Käärijä, die er opgroeide, is het een verademing. Een overzichtelijk, charmant stadje met een eigen gezicht. Hij zingt dan ook:

En lang voordat dit nummer uitkwam, maakten de kunstenaars Viivi Vierinen, Juha Lahtinen en Joonas Koponen al een schitterende, megagrote mural van Käärijä op de zijkant van het Prisma-winkelcentrum. Om het kunstwerk te aanschouwen, loop je onder een parkeerpoort door om bij de binnenplaats van een appartementencomplex te komen. Dat betekent dus dat er van alle kanten huizen uitkijken op de mural. Tja, de bewoners beginnen hun dag in ieder geval vrolijk als ze de gordijnen openschuiven.

Ik heb weleens slechte verhalen gehoord over bepaalde buurten in Vantaa. Met name Tikkurila zou onveilig en druk zijn. Als Nederlander die bijna haar hele leven in de buurt van Amsterdam gewoond heeft, vond ik dat allemaal wel meevallen. Laat in de avond zijn er nog mensen op straat en rijden er nog auto’s rond met harde muziek, dat is waar. Maar met het raam dicht merk je dat niet. De feestelijkheden van Vappu waren in Vantaa overdag net zo gemoedelijk en gezellig als in Helsinki. Ik ben het dus wel met Käärijä eens: dat Vantaa, is zo slecht nog niet.

Till alla som brinner

In de meivakantie was ik in Vaasa, aan de Ostrobotnische kust van Finland. Hier wordt veel Zweeds gesproken, wat ik met mijn basis-Fins erg prettig vind. Want ondanks de vermeende stugheid van de Finnen, had ik weer veel aanspraak op straat. Het resulteerde in de aanschaf van een interessante roman.

Ik bezocht de bibliotheek voor mijn eigen onderzoek (daarover later meer) en voor een kunstexhibitie. Nadat ik beide doelen bereikt had, maakte ik een praatje met twee behulpzame bibliothecarissen. Ik vroeg hen naar de dubbeltaligheid van de regio en toen kregen we het over het verschil tussen nationale helden en lokale helden. Ze vroegen of ik wist wie Käärijä was, dus vol trots liet ik deze foto zien. Meteen daarna werd KAJ genoemd en vertelde één van de vrouwen dat ze Axel Åhman persoonlijk kent omdat hij naast comedian en muzikant ook auteur is. Ze kon zijn roman, “Eldsjäl“, van harte aanbevelen.

Ik had wel zin in een goed boek, dus de volgende dag ging ik langs Soumalainen. Daar lagen exemplaren van de Finse versie, “Tulisielu“, prominent uitgestald. Gelukkig hadden ze ook de Zweedse versie nog. Ik nam het mee naar mijn appartement en ben gelijk begonnen met lezen. De bibliothecaresse had gelijk; het is ontzettend fijn geschreven.

De titel betekent in beide talen “Vuurziel“. Dat is in het Nederlands niet echt een woord, maar zowel in het Zweeds als in het Fins vertaal je dat als “iemand die ergens veel passie voor heeft”. Misschien komt “enthousiasteling” het meeste in de buurt. Het verhaal gaat over zo’n persoon, Daniel. Hij zet zich volledig in voor zijn gemeenschap en regelt alles voor het plaatselijke buurthuis. Hij onderhoudt het gebouw en regisseert de jaarlijkse toneelvoorstelling… en vertolkt daarin ook nog eens de hoofdrol. Daniel vindt zelf dat hij onbaatzuchtig bezig is, maar de personen om hem heen zien dat niet altijd zo. Ze houden hem allemaal op hun eigen manier een spiegel voor, waardoor Daniel onder toenemende druk komt te staan. Het blijkt niet makkelijk voor hem om te voldoen aan de verwachtingen van anderen én van zichzelf. Uiteindelijk komt alles samen op een hele extreme manier. Het is alles of niets!

Het verhaal is echt spannend, want het gaat steeds slechter met Daniel en met de buurtvereniging. Kleine ruzies blijven terugkomen en gevoelens blijven onuitgesproken. Als lezer wil je echt weten of het nog goed gaat komen. De personen om Daniel heen, leren ook allemaal hun eigen lessen. Zo ontdekt kassamedewerkster Erika middels het toneelspelen hoe ze voor zichzelf moet opkomen. Veronica, de vrouw van Daniel, besluit voor zichzelf wat ze in een huwelijk zoekt. En Ralf, vriend van Daniel en de drijvende kracht achter de kantine van het buurthuis, beseft na een moeilijke tijd dat het toch de kleine dingen zijn die hem zijn levenslust teruggeven.

Axel heeft alle personen hun eigen, volwaardige karakter gegeven. Hun handelingen en hun uitspraken kloppen daarbij precies. Soms bevatten de zinnen zoveel specifieke details, dat de setting van het kleine, Ostrobotnische dorp meteen tot leven komt in je eigen verbeelding. Daarmee vangt Axel ook een aantal culturele concepten in het boek. Een dergelijke buurtvereniging (inclusief geldgebrek en kneuterige tradities) is bijvoorbeeld typisch voor Zweeds-Finland. De bouwstijlen, het bouwmateriaal en de kleuren zijn ook kenmerkend. Zelfs de ongeschreven regels van de gemeenschap vertellen ons iets over de Zweedsfinse cultuur. Natuurlijk is dit ook een kwestie van persoonlijke smaak, maar wat Axel beschrijft, kon ik meteen voor me zien.

Ik miste wel een afronding van de romantische verhaallijnen. Er is bijvoorbeeld ergens sprake van ontrouw en ergens laait een verliefdheidje op, maar beide plots worden niet duidelijk uitgewerkt. Het romantische deel van het verhaal blijft dus een open einde. Dat vind ik persoonlijk jammer, want de aanzet is heel boeiend geschreven. Daniels zoektocht naar zingeving wordt wel prachtig afgerond. Het verhaal heeft een hoopvol einde en doet je dagdromen over je eigen doelen en dromen.

Axel draagt het boek op aan “alla som brinner“, dus aan iedereen die gepassioneerd is. En zo is het een indrukwekkend, soms zelfs heftig verhaal, met een hele mooie boodschap. En extra leuk: momenteel wordt er gewerkt aan de theaterversie! In de herfst van 2027 zal de voorstelling onder regie van David Sandqvist gespeeld worden in het Wasa Teater. Meer informatie daarover kun je hier lezen. 🙂

Historisch correct?Geschikt en nuttig voor leerlingen?
Ja, realistisch.Nee, vanwege de taal (Zweeds of Fins).

Mijn eerste Vappu

Niet een vape om te roken, maar Vappu om het voorjaar te vieren. Vappu is in Finland namelijk een nationale feestdag waarop meerdere tradities samenkomen. Dit jaar spendeerde ik twee dagen in Vantaa en Helsinki om het mee te maken.

Met Vappu mag de vlag uit!

Vappu valt ieder jaar op 1 mei. Op deze dag (en in de nacht ervoor) wordt er van alles gecombineerd dat ook in andere landen gevierd wordt, namelijk May Day, Beltane of Walpurgis(nacht), de afstudeerceremonie van scholieren en de Dag van de Arbeid. Enerzijds wordt het nieuwe seizoen feestelijk verwelkomd en anderzijds wordt er stilgestaan bij de internationale arbeidersstrijd. En dan nog een toefje studentencultuur erbij. De wisseling van de seizoenen wordt in Fennoscandië al minstens sinds de middeleeuwen door gemeenschappen samen gevierd. Vappu als combinatie van feesten kreeg in de jaren ’50 haar huidige vorm.

Er gebeurt deze twee dagen dus van alles. Overal in het land worden evenementen georganiseerd, van braderieën tot aan muziekoptredens en van loterijen tot aan tradities die op de nationale televisie worden uitgezonden. In Helsinki vindt op 30 april het grootste ritueel plaats, namelijk het wassen en “aankleden” van het standbeeld Havis Amanda in de haven. De ceremonie staat bekend als “Mantan lakitus” (“het opzetten van de Manta-pet”). Manta is de bijnaam van het standbeeld, omdat zij een zeenimf voorstelt. Op de foto rechts staat ze nog zonder pet.

Aan het begin van de 20e eeuw claimden studentenverenigingen het beeld als hun eigen feestpunt. Ze gingen het beeld symbolisch wassen en versieren, wat langzaam uitgroeide tot een vaste traditie. Nu wordt er ieder jaar een witte studentenpet (de “ylioppilaslakki“) van bovenaf op het beeld gezet door studenten die aan een hijskraan hangen. Deze pet staat in Finland symbool voor het behalen van het eindexamen en het begin van het volwassen leven. De Scandinavische landen kennen dit concept ook, maar onder andere namen. In Denemarken heet het de “studenterhue“, in Zweden de “studentmössa” en in Noorwegen de “studentlue“.

In Helsinki was het een drukte van jewelste bij het standbeeld. Om 18:00 uur precies wordt de pet op het beeld geplaatst, maar zo rond 17:00 uur stonden er al duizenden mensen klaar. Ik had een prima plekje gescoord en na een tijdje deed ik automatisch mee met het juichen en klappen. Het enthousiasme was behoorlijk aanstekelijk. 😀

Na afloop verspreidde de mensenmassa zich over de stad. In Helsinki is het maar twee keer per jaar zo druk, namelijk op Oudjaarsavond en met Vappu. Hoe later het wordt, hoe meer mensen er naar buiten komen. Dat was goed te zien op het Senaatintori; het centrale plein bij de kathedraal. Daar was aan het begin van de middag namelijk rustiger dan aan het begin van de avond.

Terwijl de meeste studenten nog een feestje opzochten, vertrok ik naar mijn appartement in Vantaa. Buiten de stad heerste de gewoonlijke Finse rust en orde, dus ik ging rustig naar bed. De volgende ochtend liep ik over de braderie van Tikkurila, die sterk deed denken aan de Nederlandse seizoensmarkten. Er werden zoetigheden, sieraden en huishoudartikelen verkocht. Er waren groentekraampjes en kermisattracties voor de kinderen. Bijzonder om te merken dat het concept in Finland hetzelfde inhoudt als in Nederland.

Ondertussen begon in Helsinki de volgende traditie, namelijk het zogeheten “vapputervehdykset” (het “Vappu-groeten”). Hierbij ontvangt de Finse president, momenteel Alexander Stubb, diverse groepen bij het Presidentieel Paleis. Het is een informeel moment waarop de president zijn zichtbaarheid en betrokkenheid kan tonen. En volgens mij wordt het ook inderdaad als zodanig door het volk gewaardeerd. Ik was er niet bij, maar heb het later teruggekeken op Instagram.

Eenmaal in de stad aangekomen, kwamen er uit iedere richting vrolijke geluiden. Er speelden veel bandjes en er waren doorlopend parades. Ik ben min of meer door de hele stad gelopen en op sommige plekken bleef ik wat langer staan om naar een optreden te kijken. De sfeer was echt ontzettend ontspannen en vrolijk. Dat het mooi weer was, droeg daar uiteraard ook aan bij. Op de foto’s hieronder kun je zien dat de Esplanadi (de twee hoofdstraten) afgezet waren en dat zich daar de meeste mensen verzameld hadden.

Ik kwam bij het Natuurhistorisch Museum en zag dat de bronzen eland voor het gebouw ook een ylioppilaslakki gekregen had, haha! Sterker nog, ook Manneken Pis in Brussel deed mee, met dank aan de Finse gemeenschap aldaar (via @finlandineu). Maar naast de studentenpet, is er nog een ander cruciaal onderdeel van de Vappu-outfit: de studentenoverall. In Finland hoort dit echt bij je studie, of je nu een feestbeest bent of een serieuze boekenwurm. De kleuren van de haalarit horen bij bepaalde studierichtingen, dus je overall verraadt meteen welke opleiding je volgt. Het is de bedoeling om hem tijdens je studententijd te versieren met patches van evenementen en verenigingen. Een overall is dus al gauw een heel persoonlijk kledingstuk.

Ik deed nog een laatste rondje door het Museumkwartier en langs het Lasipalatsi en pakte daar nog een optreden mee naast het standbeeld van oud-president Kyösti Kallio. Natúúrlijk had ook hij voor de gelegenheid een petje gekregen.

Verder horen er ook typische gerechten en drankjes bij Vappu, waarvan ik ook iets heb kunnen proeven. Ten eerste heb je de welbekende munkki (donuts). Ze zijn naturel of gevuld met karamel/jam. In de ochtend probeerde ik er eentje in Tikkurila en ’s avonds verhuisde ik naar een hotel, waar ze toevallig ook weer stonden. Daar werd ook sima geserveerd; een gefermenteerde citroen- en honingdrank. De naam sima is een archaïsch woord voor “honing”, zodanig door Elias Lönnrot beschreven in de Kalevala. Ik had geen idee wat het was, dus de eerste slok van het bitterzoete spul was nogal een verrassing.

Door de hele stad stonden kraampjes met snoep. De borden met METRILAKUT trokken steeds mijn aandacht… en toen kon ik de verleiding niet meer weerstaan. Ik heb een zakje met 4 metrilakutten meegenomen, voor onderweg. En eigenlijk ook gewoon omdat ik erom moest lachen. Er staat metri-lakut, niet metrila-kut. Het betekent niets meer of minder dan “drop per meter”, want het gaat hier om snoepslierten van ongeveer een meter. Maar zeg me alsjeblieft dat ik niet de enige ben die moet lachen om die naam!

Dan heb je ook nog tippaleipä, wat een knapperig gebakje is in de vorm van een gefrituurd vogelnestje. De fancy Vappu-gangers drinken daar champagne bij, maar dat heb ik allebei niet geprobeerd. Ach, er is altijd een volgende keer.

Die avond ging ik moe, maar voldaan naar bed. Ik vond de evenementen netjes georganiseerd en de sfeer was echt gezellig en gemoedelijk. Het is zo gaaf dat iedereen meedoet met de tradities, zoals je direct ziet aan het aantal studentenpetten in de stad. Ook alumni doen eraan mee. De bejaarden onder hen hebben hun pet minstens 50 jaar geleden verdiend, dus het is echt een feest voor jong en oud.

Wie weet ben ik er volgend jaar weer bij!

De Tijdlijn van Suomenlinna (Finland)

Eindelijk! Deze nieuwe tijdlijnvideo toont de geschiedenis van Suomenlinna, een forteiland voor de kust van Helsinki (Finland). In de 18e eeuw werden deze kalme, kale rotsen door de Zweedse overheid omgevormd tot een indrukwekkend bastionfort. Het project kreeg de naam “Sveaborg” (“Kasteel van de Zweden“) en was bedoeld om de Finse kustlijn te verdedigen tegen aanvallen van het Russische Rijk.

Als gevolg van de Finse Oorlog (1808-1809) wisselden de eilanden van eigenaar. Terwijl het Zweedse Rijk afbrokkelde, werd Sveaborg door de Russen beheerd en gemoderniseerd. Aan het begin van de 20e eeuw had de Russische administratie de handen vol aan de Eerste Wereldoorlog en de interne Russische Revolutie(s). Finland werd onafhankelijk en het fort werd omgedoopt tot “Suomenlinna” (“Kasteel van Finland“).

Het bezoeken en filmen van Suomenlinna was voor mij een bucket list-ervaring. Al jaren had ik plaatjes en informatie over deze plek op mijn telefoon staan en nu had ik eindelijk de kans om het met eigen ogen te bekijken. Zelfs in de winter is het een fijne en makkelijke plek om te bezoeken; het pontje brengt bezoekers in 15 minuten heen en weer. Veel gebouwen, winkels en cafés zijn open in het laagseizoen; zo ook het Suomenlinna Museum. Dat is sowieso een warme en leerzame plek. Ik was positief verrast door de faciliteiten op de eilanden. Zomers is er zelfs nóg meer te beleven. Dit is in alle seizoenen een indrukwekkende plek. 🙂

De Turun joulurauha – ik was erbij!

Dit jaar heb ik een bijzondere Finse traditie meegemaakt, namelijk de “Turun joulurauha“, oftewel, de “kerstvrede van Turku”.

Stadssecretaris Eero Soikkanen leest de vrede voor in 1965. Foto uit het publieke domein.

De kerstvrede van Turku is een belangrijke traditie die stamt uit de middeleeuwen. Jaarlijks wordt deze vrede op 24 december afgekondigd in de stad Turku, om klokslag 12:00 uur. Het is een officiële en nationale gebeurtenis die wordt uitgezonden door de Finse publieke omroep. De “kaupunginlakimies” of “kaupunginsihteeri” (stadssecretaris) van Turku leest de eeuwenoude tekst voor in het Fins en in het Zweeds. Is de stadssecretaris niet beschikbaar, dan doet een andere stadsambtenaar het. Dit jaar werd de vrede uitgesproken door Mika Akkanen, Turku’s “protokollapäällikkö” (het hoofd van de protocollaire dienst).

De tekst is grotendeels historisch authentiek en wordt elk jaar op dezelfde manier voorgelezen. Daarbij wordt de bevolking opgeroepen om de feestdagen in rust en harmonie door te brengen en conflicten te vermijden. De ceremonie symboliseert vrede, saamhorigheid en respect voor elkaar tijdens de donkerste dagen van het jaar.

Ook de plek is symbolisch, het gebeurt namelijk vanaf het balkon van het Brinkkala-gebouw op het Oude Grote Plein (“Vanha Suurtori”). De eerste gebouwen van de stad verrezen rondom dit plein, maar inmiddels is de centrale marktfunctie overgenomen door het Marktplein (“Kauppatori”). Dat deze plek belangrijk was/is, merk je ook aan de nabijheid van de twee universiteiten die de stad rijk is: de Finstalige Turun Yliopisto en de Zweedstalige Åbo Akademi.

Het Brinkkala-gebouw diende lang als bestuurscentrum. Nu wordt het gebruikt voor ceremoniële en culturele doeleinden.

Ik was onder de indruk van deze traditie. Het had iets magisch: halverwege de tekst begon het zachtjes te sneeuwen en iedereen deed (alsnog) zijn muts/hoed af voor het volkslied. Bovendien had ik nog nooit zoveel Finnen bij elkaar gezien, haha! We liepen in colonnes naar het plein, maar alles verliep ontzettend kalm en geordend. Na de laatste klanken van het orkest, stroomde het plein leeg en ging iedereen gewoon weer rustig naar huis. Heerlijk! Ik ben blij dat ik erbij was.