Hyvää Helsinki-päivää!

Ieder jaar op 12 juni wordt de Finse hoofdstad in het zonnetje gezet, want dan is het Helsinki-dag. Het is een stadsfeest waarbij de stichting van Helsinki in `1550 gevierd wordt met optredens, kunsttentoonstellingen en tal van andere culturele en creatieve activiteiten.

Het gaat ook gepaard met een paar unieke tradities. Het meest bekend is de “Pormestarin aamukahvit”, de koffieontvangst van de burgemeester in het stadhuis. Hier kunnen inwoners en bestuurders elkaar ontmoeten. Ook worden de eretitels “Stadin Friidu” en “Stadin Kundi” uitgereikt aan personen die zich op een bijzondere manier voor de stad hebben ingezet. Die titels betekenen respectievelijk “meisje van de stad” en “jongen van de stad” in het dialect van Helsinki. En ook andere personen die een belangrijke bijdrage hebben geleverd aan het openbare leven van de stad krijgen vandaag een medaille. Een meer recente traditie is het vieren van de “Helsinki-päivän vauva”, de eerste baby die op Helsinki-dag wordt geboren. Als er een kindje geboren wordt, wordt het nieuws doorgegeven en verspreid. Dan gaat overal de kurk van de fles, haha!

Deze mooie combinatie van geschiedenis, kunst en cultuur komt natuurlijk niet uit de lucht vallen. Helsinki heeft een lange geschiedenis, met Zweedse, Russische en Finse perioden en een flinke portie oorlog en conflict. Ter ere van Helsinki-päivä heb ik een mini-documentaire over de stad gemaakt… van 0 tot nu. 😉

Fijne Helsinki-dag! 😀

Jeetje! Twijfel nou niet zo!

…Aldus de IJslandse artiest Daði Freyr, gisteravond, tijdens het muzikale intermezzo bij Even Tot Hier. Hij zong over Rob Jetten en het afnemende vertrouwen dat Nederlanders hebben in hun eigen kabinet. Sterker nog, hij gebruikte daar Nederlandse teksten voor, haha!

Zo wordt er met een heel catchy deuntje ingespeeld op het feit dat Nederland recent is gezakt op de lijst van veiligste landen. IJsland staat op die lijst bovenaan en scoort ook goed op onderdelen als corruptie (daar bijna non-existent) en gendergelijkheid (daar bijna 50/50 op topposities). Dit is overigens al jaren zo en heeft te maken met de politieke geschiedenis van IJsland. Ik zal hier volgend jaar een uitgebreider artikel over schrijven, want de link met het Vikingtijdperk is belangrijk om eens te benoemen.

Ik vond de samenloop van omstandigheden in het programma gisteren helemaal geslaagd. Ten eerste wilden Niels en Jeroen dus dat verminderde vertrouwen in de Nederlandse politiek bespreken. Treffend stukje over die AOW, want daar is iedereen boos over. Ten tweede werd het programma eenmalig uitgezonden op vrijdagavond in plaats van zaterdagavond; wat te maken heeft met de finale van het Eurovisie Songfestival vanavond. Ten derde kiezen ze uitgerekend Daði Freyr, een ex-kandidaat uit precies dat land dat het beter doet dan Nederland, om het liedje te brengen. Schitterend.

Daði Freyr is al ongeveer 15 jaar muzikaal actief in IJsland. Hij begon ludieke nummers te creëren met zijn band Gagnamagnið (wat zoiets betekent als “datavolume”), waarmee hij bekend werd bij het grote publiek. In 2020 wonnen ze met het nummer “Think About Things” de IJslandse voorronde voor het Eurovisie Songfestival, maar het evenement werd uiteindelijk afgelast vanwege de coronapandemie. In 2021 deed Daði opnieuw mee namens IJsland, opnieuw samen met Gagnamagnið, maar dit keer met het nummer “10 Years“. Daarmee eindigde IJsland in de finale op de vierde plaats.

Overigens doet IJsland dit jaar niet mee aan het Eurovisie Songfestival, net als Nederland. Beide landen zenden de finale wel uit vanavond.

Screenshots van het optreden via de Instagram van @eventothier_bnnvara.

Mijn eerste Vappu

Niet een vape om te roken, maar Vappu om het voorjaar te vieren. Vappu is in Finland namelijk een nationale feestdag waarop meerdere tradities samenkomen. Dit jaar spendeerde ik twee dagen in Vantaa en Helsinki om het mee te maken.

Met Vappu mag de vlag uit!

Vappu valt ieder jaar op 1 mei. Op deze dag (en in de nacht ervoor) wordt er van alles gecombineerd dat ook in andere landen gevierd wordt, namelijk May Day, Beltane of Walpurgis(nacht), de afstudeerceremonie van scholieren en de Dag van de Arbeid. Enerzijds wordt het nieuwe seizoen feestelijk verwelkomd en anderzijds wordt er stilgestaan bij de internationale arbeidersstrijd. En dan nog een toefje studentencultuur erbij. De wisseling van de seizoenen wordt in Fennoscandië al minstens sinds de middeleeuwen door gemeenschappen samen gevierd. Vappu als combinatie van feesten kreeg in de jaren ’50 haar huidige vorm.

Er gebeurt deze twee dagen dus van alles. Overal in het land worden evenementen georganiseerd, van braderieën tot aan muziekoptredens en van loterijen tot aan tradities die op de nationale televisie worden uitgezonden. In Helsinki vindt op 30 april het grootste ritueel plaats, namelijk het wassen en “aankleden” van het standbeeld Havis Amanda in de haven. De ceremonie staat bekend als “Mantan lakitus” (“het opzetten van de Manta-pet”). Manta is de bijnaam van het standbeeld, omdat zij een zeenimf voorstelt. Op de foto rechts staat ze nog zonder pet.

Aan het begin van de 20e eeuw claimden studentenverenigingen het beeld als hun eigen feestpunt. Ze gingen het beeld symbolisch wassen en versieren, wat langzaam uitgroeide tot een vaste traditie. Nu wordt er ieder jaar een witte studentenpet (de “ylioppilaslakki“) van bovenaf op het beeld gezet door studenten die aan een hijskraan hangen. Deze pet staat in Finland symbool voor het behalen van het eindexamen en het begin van het volwassen leven. De Scandinavische landen kennen dit concept ook, maar onder andere namen. In Denemarken heet het de “studenterhue“, in Zweden de “studentmössa” en in Noorwegen de “studentlue“.

In Helsinki was het een drukte van jewelste bij het standbeeld. Om 18:00 uur precies wordt de pet op het beeld geplaatst, maar zo rond 17:00 uur stonden er al duizenden mensen klaar. Ik had een prima plekje gescoord en na een tijdje deed ik automatisch mee met het juichen en klappen. Het enthousiasme was behoorlijk aanstekelijk. 😀

Na afloop verspreidde de mensenmassa zich over de stad. In Helsinki is het maar twee keer per jaar zo druk, namelijk op Oudjaarsavond en met Vappu. Hoe later het wordt, hoe meer mensen er naar buiten komen. Dat was goed te zien op het Senaatintori; het centrale plein bij de kathedraal. Daar was aan het begin van de middag namelijk rustiger dan aan het begin van de avond.

Terwijl de meeste studenten nog een feestje opzochten, vertrok ik naar mijn appartement in Vantaa. Buiten de stad heerste de gewoonlijke Finse rust en orde, dus ik ging rustig naar bed. De volgende ochtend liep ik over de braderie van Tikkurila, die sterk deed denken aan de Nederlandse seizoensmarkten. Er werden zoetigheden, sieraden en huishoudartikelen verkocht. Er waren groentekraampjes en kermisattracties voor de kinderen. Bijzonder om te merken dat het concept in Finland hetzelfde inhoudt als in Nederland.

Ondertussen begon in Helsinki de volgende traditie, namelijk het zogeheten “vapputervehdykset” (het “Vappu-groeten”). Hierbij ontvangt de Finse president, momenteel Alexander Stubb, diverse groepen bij het Presidentieel Paleis. Het is een informeel moment waarop de president zijn zichtbaarheid en betrokkenheid kan tonen. En volgens mij wordt het ook inderdaad als zodanig door het volk gewaardeerd. Ik was er niet bij, maar heb het later teruggekeken op Instagram.

Eenmaal in de stad aangekomen, kwamen er uit iedere richting vrolijke geluiden. Er speelden veel bandjes en er waren doorlopend parades. Ik ben min of meer door de hele stad gelopen en op sommige plekken bleef ik wat langer staan om naar een optreden te kijken. De sfeer was echt ontzettend ontspannen en vrolijk. Dat het mooi weer was, droeg daar uiteraard ook aan bij. Op de foto’s hieronder kun je zien dat de Esplanadi (de twee hoofdstraten) afgezet waren en dat zich daar de meeste mensen verzameld hadden.

Ik kwam bij het Natuurhistorisch Museum en zag dat de bronzen eland voor het gebouw ook een ylioppilaslakki gekregen had, haha! Sterker nog, ook Manneken Pis in Brussel deed mee, met dank aan de Finse gemeenschap aldaar (via @finlandineu). Maar naast de studentenpet, is er nog een ander cruciaal onderdeel van de Vappu-outfit: de studentenoverall. In Finland hoort dit echt bij je studie, of je nu een feestbeest bent of een serieuze boekenwurm. De kleuren van de haalarit horen bij bepaalde studierichtingen, dus je overall verraadt meteen welke opleiding je volgt. Het is de bedoeling om hem tijdens je studententijd te versieren met patches van evenementen en verenigingen. Een overall is dus al gauw een heel persoonlijk kledingstuk.

Ik deed nog een laatste rondje door het Museumkwartier en langs het Lasipalatsi en pakte daar nog een optreden mee naast het standbeeld van oud-president Kyösti Kallio. Natúúrlijk had ook hij voor de gelegenheid een petje gekregen.

Verder horen er ook typische gerechten en drankjes bij Vappu, waarvan ik ook iets heb kunnen proeven. Ten eerste heb je de welbekende munkki (donuts). Ze zijn naturel of gevuld met karamel/jam. In de ochtend probeerde ik er eentje in Tikkurila en ’s avonds verhuisde ik naar een hotel, waar ze toevallig ook weer stonden. Daar werd ook sima geserveerd; een gefermenteerde citroen- en honingdrank. De naam sima is een archaïsch woord voor “honing”, zodanig door Elias Lönnrot beschreven in de Kalevala. Ik had geen idee wat het was, dus de eerste slok van het bitterzoete spul was nogal een verrassing.

Door de hele stad stonden kraampjes met snoep. De borden met METRILAKUT trokken steeds mijn aandacht… en toen kon ik de verleiding niet meer weerstaan. Ik heb een zakje met 4 metrilakutten meegenomen, voor onderweg. En eigenlijk ook gewoon omdat ik erom moest lachen. Er staat metri-lakut, niet metrila-kut. Het betekent niets meer of minder dan “drop per meter”, want het gaat hier om snoepslierten van ongeveer een meter. Maar zeg me alsjeblieft dat ik niet de enige ben die moet lachen om die naam!

Dan heb je ook nog tippaleipä, wat een knapperig gebakje is in de vorm van een gefrituurd vogelnestje. De fancy Vappu-gangers drinken daar champagne bij, maar dat heb ik allebei niet geprobeerd. Ach, er is altijd een volgende keer.

Die avond ging ik moe, maar voldaan naar bed. Ik vond de evenementen netjes georganiseerd en de sfeer was echt gezellig en gemoedelijk. Het is zo gaaf dat iedereen meedoet met de tradities, zoals je direct ziet aan het aantal studentenpetten in de stad. Ook alumni doen eraan mee. De bejaarden onder hen hebben hun pet minstens 50 jaar geleden verdiend, dus het is echt een feest voor jong en oud.

Wie weet ben ik er volgend jaar weer bij!

De Tijdlijn van Suomenlinna (Finland)

Eindelijk! Deze nieuwe tijdlijnvideo toont de geschiedenis van Suomenlinna, een forteiland voor de kust van Helsinki (Finland). In de 18e eeuw werden deze kalme, kale rotsen door de Zweedse overheid omgevormd tot een indrukwekkend bastionfort. Het project kreeg de naam “Sveaborg” (“Kasteel van de Zweden“) en was bedoeld om de Finse kustlijn te verdedigen tegen aanvallen van het Russische Rijk.

Als gevolg van de Finse Oorlog (1808-1809) wisselden de eilanden van eigenaar. Terwijl het Zweedse Rijk afbrokkelde, werd Sveaborg door de Russen beheerd en gemoderniseerd. Aan het begin van de 20e eeuw had de Russische administratie de handen vol aan de Eerste Wereldoorlog en de interne Russische Revolutie(s). Finland werd onafhankelijk en het fort werd omgedoopt tot “Suomenlinna” (“Kasteel van Finland“).

Het bezoeken en filmen van Suomenlinna was voor mij een bucket list-ervaring. Al jaren had ik plaatjes en informatie over deze plek op mijn telefoon staan en nu had ik eindelijk de kans om het met eigen ogen te bekijken. Zelfs in de winter is het een fijne en makkelijke plek om te bezoeken; het pontje brengt bezoekers in 15 minuten heen en weer. Veel gebouwen, winkels en cafés zijn open in het laagseizoen; zo ook het Suomenlinna Museum. Dat is sowieso een warme en leerzame plek. Ik was positief verrast door de faciliteiten op de eilanden. Zomers is er zelfs nóg meer te beleven. Dit is in alle seizoenen een indrukwekkende plek. 🙂

De Turun joulurauha – ik was erbij!

Dit jaar heb ik een bijzondere Finse traditie meegemaakt, namelijk de “Turun joulurauha“, oftewel, de “kerstvrede van Turku”.

Stadssecretaris Eero Soikkanen leest de vrede voor in 1965. Foto uit het publieke domein.

De kerstvrede van Turku is een belangrijke traditie die stamt uit de middeleeuwen. Jaarlijks wordt deze vrede op 24 december afgekondigd in de stad Turku, om klokslag 12:00 uur. Het is een officiële en nationale gebeurtenis die wordt uitgezonden door de Finse publieke omroep. De “kaupunginlakimies” of “kaupunginsihteeri” (stadssecretaris) van Turku leest de eeuwenoude tekst voor in het Fins en in het Zweeds. Is de stadssecretaris niet beschikbaar, dan doet een andere stadsambtenaar het. Dit jaar werd de vrede uitgesproken door Mika Akkanen, Turku’s “protokollapäällikkö” (het hoofd van de protocollaire dienst).

De tekst is grotendeels historisch authentiek en wordt elk jaar op dezelfde manier voorgelezen. Daarbij wordt de bevolking opgeroepen om de feestdagen in rust en harmonie door te brengen en conflicten te vermijden. De ceremonie symboliseert vrede, saamhorigheid en respect voor elkaar tijdens de donkerste dagen van het jaar.

Ook de plek is symbolisch, het gebeurt namelijk vanaf het balkon van het Brinkkala-gebouw op het Oude Grote Plein (“Vanha Suurtori”). De eerste gebouwen van de stad verrezen rondom dit plein, maar inmiddels is de centrale marktfunctie overgenomen door het Marktplein (“Kauppatori”). Dat deze plek belangrijk was/is, merk je ook aan de nabijheid van de twee universiteiten die de stad rijk is: de Finstalige Turun Yliopisto en de Zweedstalige Åbo Akademi.

Het Brinkkala-gebouw diende lang als bestuurscentrum. Nu wordt het gebruikt voor ceremoniële en culturele doeleinden.

Ik was onder de indruk van deze traditie. Het had iets magisch: halverwege de tekst begon het zachtjes te sneeuwen en iedereen deed (alsnog) zijn muts/hoed af voor het volkslied. Bovendien had ik nog nooit zoveel Finnen bij elkaar gezien, haha! We liepen in colonnes naar het plein, maar alles verliep ontzettend kalm en geordend. Na de laatste klanken van het orkest, stroomde het plein leeg en ging iedereen gewoon weer rustig naar huis. Heerlijk! Ik ben blij dat ik erbij was.

Lesinspiratie: Conferentie van Berlijn (1884-1885)

Barbaar Educatie heeft hun opdracht over de Conferentie van Berlijn (1884-1885) een update gegeven. Ik publiceerde mijn bevindingen al eerder (klik hier), maar ik wil deze leerzame opdracht graag nogmaals met een groter publiek delen, want de les valt bij leerlingen goed in de smaak.

Bij de opdracht horen verschillende bladen. Eén met de uitleg, één met 4 kaartjes met historische personen en drie bladen met geografische kaarten. Het is de bedoeling dat de personen van elkaar losgeknipt worden, want dit zijn de “spelers” waarin de leerlingen zich moeten verplaatsen. Als ik de opdracht gebruik, print ik zelf altijd genoeg bladen zodat iedere leerling in zijn eentje een speler vertegenwoordigt. Dat raad ik ook aan, want na een tijdje barst de competitiviteit los en dan is het leuk als iedereen voor zichzelf kan spelen.

De leerlingen moeten doen alsof zij Otto von Bismarck, Lord Salisbury, Jules Ferry of Leopold II zijn. Op de kaartjes staan hun belangen en hun wensen. De vier heren (dus de leerlingen) komen samen op de Conferentie van Berlijn en proberen allemaal voor hun eigen land “het beste stukje Afrika” te claimen. Net zo absurd als het in het echt gegaan is in 1884-1885; in het gebouw van de oude Rijkskanselarij aan de Wilhelmstraße in Berlijn. De bladen met de geografische kaarten tonen waar de meeste grondstoffen zitten en waar al Europese koloniën zijn. Er is ook een kaart met Afrikaanse staten. Uiteraard moeten de leerlingen daar rekening mee houden… of dat in ieder geval proberen. Het doel is om uiteindelijk tot een akkoord te komen en Afrika op een blanco kaart onderling opnieuw te verdelen.

Ik heb de opdracht nu voor de derde keer gebruikt en de leerresultaten bevallen me zeer goed. Docenten kunnen er vanuit gaan dat de leerlingen na een tijdje fanatiek gaan “vechten” om de Afrikaanse grond. Terwijl de leerlingen bezig zijn, schrijf ik hun uitspraken op de achterkant van het bord. Ik vraag hen of ze een akkoord bereikt hebben en hoor hun motieven en afwegingen aan.

Vervolgens confronteer ik hen met hun eigen quotes, zoals “Ik wil ook een beetje rubber hebben, Engeland heeft rubber nodig!” of “Dit deel hoef ik niet, ik wil dat andere deel hebben!” of zelfs “Laten we dit gebied samen van Frankrijk afpakken, zodat Frankrijk alle inkomsten misloopt!“. Al snel concluderen we gezamenlijk hoe schandalig de hele situatie is. Afrika was nooit het bezit van de Europese machten die samenkwamen op de Conferentie van Berlijn. Afrika kon helemaal niet opnieuw verdeeld worden, maar toch is het gebeurd. Stof tot nadenken.

We sluiten af met het nummer “Plus rien ne m’étonnes” van de Ivoriaanse artiest Tiken Jah Fakoly. Hij zingt heel krachtig “Ze hebben de wereld verdeeld… niets verbaast me meer“. Zo onderstreept de songtekst wat de leerlingen geleerd hebben.

Wie deze opdracht zelf in de klas wil uitvoeren, kan de bladen simpelweg hier bekijken en gratis downloaden. Barbaar Educatie heeft overigens ook nog andere opdrachten, kijk maar op hun website. Zo laat je de lesstof echt landen!

Weggevaagde dorpen en verplaatste kerken (en een boekbespreking)

Afgelopen zomer las ik “Go as a river” van Shelley Read. Een belangrijke gebeurtenis uit het boek is de evacuatie van een Amerikaans stadje, omdat de gemeente het gebied wil omvormen tot stuwmeer. Ik heb genoten van het verhaal en las het boek in drie avonden uit. Even later, in augustus, zag de wereld hoe de kerk van de Zweedse stad Kiruna verplaatst werd. Het was een monsteroperatie met soortgelijke achterliggende redenen; het boek kwam ineens overeen met de actuele werkelijkheid. Maar dat dorpen verdwijnen of verplaatsen, komt veel vaker voor in de geschiedenis. Hieronder schrijf ik wat meer over dit fenomeen.

Eerst even over de roman. Het verhaal volgt Victoria Nash, een 17-jarig meisje uit het dorp Iola (Colorado). Ze spendeert haar jeugd op een familieboerderij met een perzikboomgaard, waar ze als enige vrouw omringt wordt door beschadigde mannen. Haar vader is afstandelijk, haar oom is verminkt en verbitterd en haar broer is agressief. Victoria heeft alle huishoudelijke taken op zich genomen. Op een dag ontmoet ze een charmante vreemdeling. Zijn naam is Wil Moon en hij is een inheems-Amerikaanse jongen met een zwervend bestaan en een moeilijk verleden. Tussen hen ontstaat een intense, maar maatschappelijk ongewenste liefde. Hun relatie botst totaal met de bekrompen sfeer in Iola én met de verwachtingen van Victoria’s familie.

Dan komt Victoria plotseling in een nachtmerrie terecht. Ze kiest ervoor om de bergen in te vluchten, waar ze probeert te overleven in de wildernis. Dat lukt, maar het duurt lang voordat ze weer naar Iola kan terugkeren. Er volgt een flashforward in het verhaal en dan wordt de evacuatie van Iola het belangrijkste thema. De plannen om de nabijgelegen rivier af te dammen en een stuwmeer aan te leggen, dreigen Victoria’s boomgaard voorgoed onder water te zetten. Terwijl het water stijgt, moet Victoria bepalen wat ze gaat behouden… En wat ze gaat loslaten. Ze moet haar eigen pad blijven volgen, ook als alles verandert en wordt omgeleid. Daar komt ook de titel van het boek vandaan: “Gaan als een rivier”.

Iola (Colorado) vandaag. Foto door Craig Talbert (CCA 4.0).

Zoals ik al zei, heb ik genoten van het verhaal. Het is fictie, maar wel heel realistisch. Het dorp Iola is bijvoorbeeld gebaseerd op een echt plaatsje met dezelfde naam in Colorado, dat in de jaren ’60 daadwerkelijk is verdwenen onder een stuwmeer. Ook de thema’s (de impact van grote infrastructurele projecten op kleine gemeenschappen en de behandeling van inheemse bevolkingsgroepen) zijn historisch correct. Persoonlijk vind ik dat Read de onderwerpen met veel aandacht voor detail uitgewerkt heeft. Het hele verhaal had makkelijk waargebeurd kunnen zijn.

Daarover gesproken: we verleggen even de focus naar Kiruna, de stad in Noord-Zweden. Het lot van Kiruna is altijd nauw verbonden geweest met het reilen en zeilen van de grote plaatselijke ijzerertsmijn in beheer van Luossavaara-Kiirunavaara Aktiebolag (LKAB). Het bedrijf is eigendom van de Zweedse staat en een uiterst belangrijke werkgever in de regio. Zodanig zelfs, dat beslissingen van LKAB de regionale economie beïnvloeden.

De verplaatsing van de historische kerk van Kiruna afgelopen augustus was onderdeel van een doorlopend proces van verplaatsingen. Complete wijken zijn al op nieuwe locaties “herbouwd”, terwijl de uitbouw van de mijn steeds blijft leiden tot verzakkingen onder de stad. Onderzoek wees uit dat het oude centrum op de lange termijn niet meer veilig zou zijn voor bewoning en verkeer. Maar de mijnbouw stilleggen is geen optie; LKAB wordt economisch bezien als cruciaal beschouwd.

Daar gaat de kerk, op twee SPMT’s. Foto door Torbjørn S. (CCA 4.0).

Zodoende kozen de autoriteiten ervoor om het centrum enkele kilometers oostwaarts te verplaatsen, in plaats van de mijn te sluiten. Dit proces is dus al langer gaande. De verplaatsing van de kerk werd echter wereldnieuws, omdat het houten gebouw in één stuk werd overgeheveld naar een nieuwe locatie. En succesvol! Of je het nu eens bent met de activiteiten van LKAB of niet; niemand kan ontkennen dat dit bouwtechnisch ongelofelijk knap is.

Afijn, Kiruna wordt verplaatst. Maar Iola verdween met de jaren. En verdwijnen gebeurt vaker dan verplaatsen, want er zijn nog veel meer voorbeelden te noemen van weggevaagde stadjes. Amy schreef op haar Nederlandstalige website www.sommarmorgen.com een interessant artikel over Messaure; een verlaten dorp rondom een waterkrachtcentrale (klik hier voor het artikel). Het lag net als Kiruna in Zweeds Lapland. En zelf bekeek ik 11 jaar geleden de vergane glorie bij het mijndorpje Åmdals Verk in Noorwegen (klik hier voor het artikel).

Bron: Gemeente Moerdijk (via de website van de NOS).

Dit onderwerp werd onlangs ook relevant voor Nederland, toen er landelijk aangekondigd werd dat er plannen zijn om het Noord-Brabantse dorp Moerdijk op te offeren om het nabijgelegen industrie- en haventerrein uit te breiden. Gisteravond heeft de gemeenteraad ingestemd, maar de definitieve beslissing zal over anderhalve week gezamenlijk door het Rijk, de provincie Noord-Brabant en de gemeente Moerdijk genomen worden. Ik ben benieuwd.

Spooky season: Japanse “zeemeerminnen” in musea

Jeetjemina… waar kijken we naar? Een monster? Een cultuurhistorisch object? Allebei misschien? Dit zijn ningyo (人魚), oorspronkelijk afkomstig uit Japan.

In Japan bestaan er al eeuwenlang volksverhalen over ningyo. Het zijn wezens die het midden houden tussen mens en vis. Anders dan westerse zeemeerminnen met hun (vaak) verleidelijke schoonheid, werden Japanse ningyo juist gezien als mysterieuze en angstaanjagende schepsels. Volgens oude legendes kon het eten van hun vlees onsterfelijkheid schenken, maar dat bracht tegelijkertijd verdriet. Het zijn daarmee apotropaeïsche objecten: de ningyo beschermen hun eigenaar tegen het kwaad (maar wel tegen een prijs).


Tijdens de Edo-periode (1603–1868) raakten deze verhalen verstrengeld met een groeiende fascinatie voor het wonderlijke en het bizarre. Ambachtslieden begonnen de zeewezens te construeren uit echte dieren, om ze nog imposanter te maken. Ze combineerden bijvoorbeeld een apenhoofd met een varkensneus, een vissenstaart en een lichaam van gedroogd leer. En dat alles gedecoreerd met vissenschubben en dierenhaar. Het resultaat was een overtuigende, vaak griezelige figuur die werd getoond in tempels en markten. De Europeanen die naar Japan afreisden, vonden het natuurlijk prachtig. Ze gingen erg ver om de ningyo te verkrijgen; die dingen moesten en zouden mee naar hun thuisland. Daar belandden ze dan in de rariteitenkabinetten van rijke verzamelaars en vorsten. De Japanse “zeemeerminnen” werden beschouwd als curiosa, waarmee je flink indruk kon maken op anderen. Vanaf de 19e eeuw werden ze ook steeds vaker getoond aan een breder publiek, bijvoorbeeld in circussen en op kermissen.

Vandaag zijn ningyo nog altijd te bekijken in musea en tempels. Zelfs in Nederland! En dat terwijl ze behoorlijk zeldzaam zijn, omdat ze moeilijk te conserveren zijn (met al die dierlijke elementen).

Bovenstaande exemplaren zijn tentoongesteld in het Mauritshuis in Den Haag (de ningyo met de grijns) en in Museumkasteel Wijchen (de ningyo die meer op een mummie lijkt). Wat ik heel goed vind, is dat er in beide musea genuanceerde informatie op de bordjes staat. Want wat wij vandaag als exotisch zien, heeft op andere plekken ter wereld misschien wel een belangrijke betekenis. En de manieren waarop de ningyo verkregen zijn en naar Europa gebracht zijn, waren vast niet altijd eerlijk. We weten het simpelweg niet zeker. Maar indrukwekkend zijn de zeemeerminnen in ieder geval!

Glasstad, glasmuseum en glasblazerij

Dat kan maar betrekking hebben op één Nederlandse stad: Leerdam! Op weg naar een andere afspraak, maakte ik er een uitgebreide tussenstop om bij het Nationaal Glasmuseum alles te leren over het ambachtelijke glasblazen.

Het feest begint buiten het museum al, want op het parkeerterrein staat “De Tempel” van Hans van der Pennen (een enorm kunstwerk uit 1990). Het trekt meteen je aandacht en als je dichterbij komt, zie je steeds meer gekleurde stukken glas in het bouwwerk. Direct naast het Glasmuseum staan fabriekshallen waar vandaag nog steeds glas verwerkt wordt. Je ziet de grondstoffen en afvalproducten buiten liggen.

Eenmaal in het museum, kom je van alles te weten over de glasindustrie. Van Leerdam natuurlijk, maar ook van andere steden en plekken. Je maakt er kennis met een aantal hoofdpersonen, zoals Petrus Marinus Cochius (toenmalig directeur van de glasfabriek, het museum is in zijn voormalige woonhuis gevestigd) en Karel de Bazel (gerenommeerd architect en glaskunstenaar). Je ziet veel voorwerpen die met het productieproces te maken hebben, zoals grondstoffen en houten mallen.

Beneden, bij de cafetaria, staat een grote glascaleidoscoop. Als je met je hoofd in de tunnel naar voren kijkt en aan de drie wielen draait, verandert het beeld constant met drie verschillende platen (een achtergrond en twee patroonplaten). Ik kan daar echt uren naar kijken. 🙂

In de tuin(huisjes) is momenteel de tentoonstelling “Inflatable Thoughts” (“Opblaasbare Gedachten”) van Marinke van Zandwijk te zien. Een hoop kleurrijke bubbels en bobbels, vrij hangend en rollend, of juist geblazen in een kooitje.

Ook binnen hangt er werkt van haar. Wat mijn aandacht trok, was haar glasversie van de Rorsachplaten. Dat zijn die bekende plaatjes van suggestieve vlekken die in de psychologie gebruikt worden. De cliënt interpreteert de afbeelding op de kaart en vertelt wat de vorm oproept. De behandelaar komt dan meer te weten over het karakter en de denkwijze van de cliënt. Hoewel de waarde van de Rorsachplaten betwist wordt, worden ze nog steeds gebruikt in de psychiatrie. De glasversie van de Rorsachplaat met de meeste kleuren, vult een hele wand in het museum. Zie de linkerfoto. En of je nou interpreteert of “alleen maar kijkt”, dat ziet er prachtig uit.

Op de overige verdiepingen van het museum is er aan glaskunst geen gebrek, je loopt continu langs het open depot (vitrinekasten met collecties). Op zolder is het werk van Mieke Groot uitgelicht, in de tentoonstelling “Van Klein naar Groot”. Daar zitten veel stukken bij die je zou willen aanraken; met ribbeltjes, bolletjes en laagjes. Maar kijken doen we natuurlijk met onze ogen. 😉

Deel II van het avontuur is een bezoek aan de glasblazerij, die je bereikt door een korte wandeling door Leerdam. Dit hoort bij het museum, maar het is tegelijkertijd een werkplek waar glasblazers en kunstenaars opdrachten en/of eigen werk vervaardigen. Bezoekers zien de vakmensen dus letterlijk aan het werk; er wordt niet zomaar iets gemaakt wat vervolgens weggegooid wordt. Je neemt plaats op een tribune en je blijft zitten zo lang je wil. Er wordt ondertussen uitleg gegeven bij het proces van het glasblazen, zodat je leert hoe glas gemaakt wordt. We mochten op een gegeven moment langs de werkplekken lopen, waar we van de glasblazers meer informatie kregen over de ovens en de gereedschappen. Hoogtepunt (in ieder geval betreft de temperatuur) was dat we ook een kijkje mochten nemen in de oven waar het vloeibare glas in zit. Een heel kort kijkje, want je steekt je hoofd in een oven waarbinnen het 1250 graden is. Unieke ervaring! De werktemperatuur is overigens nog steeds 1130 graden (!).

Op de dag van mijn bezoek was meesterblazer Gert Bullée aan het werk. Hij heeft ontzettend veel vragen beantwoord, ook van mij (haha). Ik wilde bijvoorbeeld weten of de werkwijze anders is voor linkshandigen. Dat kan, soms staat de opstelling gespiegeld voor een linkshandige blazer (en werkt de blazer dus de andere kant op). Maar meestal maakt de dominante hand niet uit; leerlingen beginnen vanaf 0 dus kunnen zichzelf makkelijk aanleren om de gereedschappen met beide handen te hanteren. Interessant, toch?

Die dag werkte hij samen met kunstenaar Hans Muller aan diens patatbakjeslamp. Ja, dat is precies wat je denkt dat het is. Wie altijd al een uniek glazen object in huis had willen hebben, moet maar eens op de website van Gert Bullée kijken (klik hier voor een impressie). Wat een ambachtelijke kunstwerken, ik vind het zo knap! Of bezoek de website van Hans Muller voor de patatbakjes (klik hier).

Het was een leerzame en inspirerende dag in Leerdam. Van meesterproef tot designobject en van koelovens tot blaaspijpen; ik heb echt genoten van wat ik allemaal gezien heb. Aanrader dus!

Wat is de historie van Werelddierendag?

Op 4 oktober zetten we onze huisdieren in het zonnetje. Zelf ben ik ook dol op dieren; ik vind vooral honden, slangen en haaien leuk. De oorsprong van Dierendag is misschien wel ouder dan je denkt. Waar komt die traditie vandaan?

Deze datum is gekozen vanwege Franciscus van Assisi, een Italiaanse monnik uit de 13e eeuw. Hij was zo dol was op dieren (en planten), dat hij volgens de overlevering zelfs preken hield voor vogels. Franciscus werd hierom uitgeroepen tot de beschermheilige van de dieren en de natuur. Zijn sterfdag, 4 oktober, bleek daarmee ook de perfecte dag om dieren wereldwijd te eren.

Maar pas eeuwen later kreeg dat idee echt vorm. In 1929 kwam de Wereldvereniging voor Dierenbescherming bijeen in Wenen en besloot men om 4 oktober uit te roepen tot Werelddierendag. Het doel was helder: aandacht vragen voor de rechten en het welzijn van dieren, waar ook ter wereld. Nederland sloot zich al snel aan en in 1930 werd Dierendag hier voor het eerst gevierd.

Sindsdien is het uitgegroeid tot een traditie die we allemaal kennen. Scholen besteden er aandacht aan, dierenwinkels organiseren acties en asielen gebruiken de dag om mensen bewust te maken van hun werk. Dierendag herinnert ons eraan dat dieren recht hebben op een goed leven en dat wij verantwoordelijk zijn voor hun welzijn. Tegelijkertijd is het ook een vrolijke feestdag geworden, waarop huisdieren extra aandacht, snoepjes en speeltjes krijgen.

En zo is een middeleeuwse monnik de grondlegger geworden van de dag waarop miljoenen mensen stilstaan bij de waarde van dieren. 🙂