Een middag in de meest noordelijke civiele nederzetting ter wereld

En dat was een middag die veel indruk op me maakte. We gingen hier al vroeg tijdens de reis aan land, maar omdat ik nog wat dingen wilde uitzoeken liet het artikel even op zich wachten. Het gaat hier om het dorpje Ny-Ålesund, dat op 79 graden noorderbreedte aan de Kongsfjord (Spitsbergen) ligt. Tegenwoordig wonen hier vooral wetenschappers en medewerkers van een mijnbedrijf, maar de nederzetting heeft nog altijd een knus, dorps karakter. En omdat we ons zo diep in het Hoge Noorden bevinden, zijn de alledaagse voorzieningen hier automatisch bijzonder.

Op weg naar de kustlijn zagen we enkele dwergvinvissen. Het was dus al feest voordat we met de zodiacs aan land gingen! De nederzetting tekent zich duidelijk af tegen de coulissen van het toendralandschap, want de industriële bebouwing is al van veraf te zien. Een constructie die letterlijk overal bovenuit steekt is de zeppelinmast die Roald Amundsen en Umberto Nobile gebruikt hebben tijdens hun poolexpedities. Daarover later meer.

Ny-Ålesund is sowieso een plek waar je letterlijk door de geschiedenis loopt, hoewel er “slechts” een eeuw aan bedrijvigheid heeft plaatsgevonden. De nederzetting werd namelijk in 1916 gesticht door de Kings Bay Kull Compani AS (KBKC); een Noors mijnbouwbedrijf uit Ålesund, op het vasteland van Noorwegen. De naam van het bedrijf laat zich makkelijk verklaren: Kings Bay is de Engelse term voor de Kongsfjord, kull betekent “steenkool” en compani betekent “bedrijf”. Het plan voor de KBKC kwam dus uit Ålesund in Noorwegen en Ny-Ålesund werd speciaal aangelegd als mijndorp op Spitsbergen om daar steenkool te kunnen winnen. In 1917 werd er onder leiding van oprichter en ijszeekapitein Peter S. Brandal begonnen met de aanleg van de mijn en de voorzieningen voor de mijnwerkers.

Voordat je aanmeert bij Ny-Ålesund, moet je de WiFi en Bluetooth van je elektronische apparaten uitschakelen. Daartoe is iedereen wettelijk verplicht, omdat hier zeer gevoelige meetapparatuur staat. Ze hebben het liefste dat je helemaal geen apparaten meeneemt. Ik moest ook ruim van tevoren een vergunning voor mijn diabetessensor aanvragen, want dat ding opereert standaard met Bluetooth maar zit vast in mijn lichaam. Beetje moeilijk om hem op de boot te laten liggen… Ook mag je alleen wandelen over de paden van de rode lijn. Overal daarbuiten is de natuur kwetsbaar of wordt er wetenschappelijk onderzoek uitgevoerd. Even opletten dus.

Het eerste wat je ziet als je aan land gaat is een afgeschreven locomotief. Ernaast liggen oude spoorrails. Een opmerkelijk aanzicht, maar eigenlijk logisch om hier tegen te komen. Want om de gewonnen steenkool naar de haven te vervoeren, werden er spoorlijntjes aangelegd. Ny-Ålesund kreeg daarmee de meest noordelijke spoorlijn ter wereld! Het dorpse karakter wordt bepaald door de houten gebouwen. Eenvoudig en sober ingericht, maar knus. De huizen in Ny-Ålesund werden speciaal gebouwd voor de mijnwerkers en hun gezinnen. Maar naast woningen waren er natuurlijk ook werkplaatsen, opslagruimtes en andere voorzieningen nodig voor de gemeenschap die op deze afgelegen plek ging wonen.

De mijnbouw bleef tot 1963 de belangrijkste economische bezigheid. Daarna kreeg Ny-Ålesund geleidelijk aan een nieuwe bestemming als centrum voor (internationaal) wetenschappelijk onderzoek. Je kunt er een gratis museum bezoeken, met enkele objecten en historische foto’s. Het is interessant om daarmee te beginnen, zodat je tijdlijn van het dorpje helder hebt voordat je de gebouwen bekijkt. En eerlijk gezegd was het ook fijn om even binnen te zijn, beschermd tegen de kou en de snijdende wind. Aan de randen van het dorp zijn de overblijfselen van de mijnactiviteiten inmiddels onderdeel geworden van het historische landschap. De installaties worden nu als erfgoed beschermd. Alle historische gebouwen worden daarentegen nog steeds gebruikt, maar meestal wel met een andere functie. Veel woonhuizen zijn bijvoorbeeld getransformeerd tot kantoren en onderzoeksruimten.

Vanaf de jaren ’30 wilde de Noorse regering Ny-Ålesund promoten onder toeristen. Het idee was dat het geld dat zij hier zouden uitgeven, de nederzetting direct ten goede zou komen. Ook zou het eenvoudiger worden om spullen vanuit Noorwegen mee te nemen. Want als er toch al een toeristisch schip heen zou gaan, maak je geen extra kosten. Om die reden opende in 1939 het charmante Nordpolhotellet (het “Noordpoolhotel”). Deze accommodatie paste goed bij de ontwikkelingen van de tijd, want de jaren ’30 vormden min of meer het hoogtepunt van het tijdperk van de poolexpedities (±1890-1950). In deze decennia werden vele wetenschappelijke ontdekkingstochten naar de Noordpool en Zuidpool uitgevoerd, mede mogelijk gemaakt door nieuwe technologieën zoals het luchtschip en het vliegtuig. Hier kwam ook een enorme internationale wedijver bij kijken, want net als in het koloniale tijdperk wilde ieder westers land de eerste, de snelste en de beste zijn. Het Nordpolhotellet is nog steeds een hotel, want je kunt er in principe overnachten. Maar je kunt geen kamer boeken, je moet je met een hele goede reden aanmelden bij de Gouverneur van Svalbard. 😉

Al struinende langs de gebouwtjes, kom je verschillende oude winkeltjes en faciliteiten zoals een schoolgebouw en een telegraafcentrale tegen. In het oog springt een blauw posthuisje, waar je de meest noordelijke postbus ter wereld vindt. En ja, die wordt echt gebruikt! Ik had mijn kaartjes al verstuurd vanuit Longyearbyen en die deden er slechts 8 dagen over om in Nederland bezorgd te worden. Dat hebben ze goed voor elkaar. 🙂

Het belangrijkste historische object van Ny-Ålesund is de luchtscheepsmast, een enorm metalen bouwwerk ten westen van de bebouwing. Deze constructie was van grote betekenis tijdens het tijdperk van de poolexpedities, want de mast werd gebruikt om luchtschepen aan de grond te bevestigen. In 1926 vertrok het luchtschip Norge vanuit Ny-Ålesund richting de Noordpool, als onderdeel van de expeditie van de Noorse Roald Amundsen, de Amerikaanse Lincoln Ellsworth en de Italiaanse Umberto Nobile. Op 11 mei vloog het luchtschip over de Noordpool om vervolgens door te vliegen naar Alaska. Daarmee was de expeditie een succes en werd Ny-Ålesund internationaal op de kaart gezet als uitvalsbasis voor poolonderzoek.

Twee jaar later keerde Nobile terug naar Ny-Ålesund, deze keer met het Italiaanse luchtschip Italia. Ook deze expeditie had de Noordpool als bestemming. Op 23 mei vertrok hij met zijn bemanning en even later bereikte het luchtschip het poolpunt. Tijdens de terugtocht ging het echter mis: op 25 mei 1928 stortte de Italia neer op het pakijs ten noorden van Svalbard. Een deel van de crew kwam op het ijs terecht, terwijl andere bemanningsleden met het luchtschip in het ijskoude water verdwenen. Er werd direct een internationale reddingsactie op poten gezet, waaraan maar liefst 23 vliegtuigen en 20 schepen uit 7 verschillende landen deelnamen. Ook Roald Amundsen ging op zoek naar de vermiste expeditieleden. Concurrenten of niet, de poolreizigers waren ook altijd nog collega’s. Zijn vliegtuig verdween echter op 18 juni boven zee en daarmee verdween ook Roald Amundsen spoorloos. Hij was dus zelf gesneuveld terwijl hij Nobile probeerde te redden. Uiteindelijk werden de overlevenden van de Italia gevonden en met de Sovjet-ijsbreker Krassin opgehaald. Maar niet iedereen werd gevonden en Amundsen zou nooit meer terugkeren. Het was een internationaal drama en een enorme nationale schok voor Noorwegen en Italië.

Deze geschiedenis is de reden dat Roald Amundsen in Noorwegen, op Svalbard en vooral in Ny-Ålesund geëerd wordt als nationale held. De woning van de directeur van de KBKC werd na het drama omgedoopt tot “Amundsenvilla” omdat Amundsen er in 1925 en 1926 enkele weken had verbleven. Op 11 mei 1976, precies 50 jaar nadat de Norge aan de succesvolle poolreis begon, werd er in het centrum van Ny-Ålesund een bronzen buste van Amundsen onthuld. De (moderne) Noorse ontdekkingsreiziger Helge Ingstad leidde de ceremonie.

Terwijl onze gids vertelde over de Norge en de Italia, verscheen er plotseling een poolvos achter de mast. De eerste die onze groep met eigen ogen kon spotten. Een minuut later hoorden we gespetter achter ons en dook er een zadelrob op in het water van de baai. De natuur is hier echt ongelofelijk.

Na het bezoek aan de luchtscheepsmast was het alweer tijd om terug te keren naar het schip. Voor mij persoonlijk was dit een hoogtepunt van de reis. Amundsen kende ik al, maar in Ny-Ålesund kwam hij voor mij echt “tot leven”. Hier woonde en werkte hij, hier gebeurde het allemaal. En dat nog geen eeuw geleden. Het straatbeeld is zo interessant om te zien. Een oud houten mijnwerkershuis staat makkelijk naast een hypermodern glazen laboratorium. Met de komst van een satellietstation in de jaren ’60 groeide het wetenschappelijke belang van de nederzetting nog meer. En ook dat merk je ter plaatse, want je komt er vriendelijke onderzoekers tegen die niet te beroerd zijn om iets over hun poolexperimenten te vertellen. Zij houden zich onder andere bezig met het klimaat, de atmosfeer, de lokale geologie, de gletsjers, de oceanen en het polaire ecosysteem. Ontzettend interessant allemaal. Op de terugweg in de zodiac volgde de kers op de taart: we zagen een groep bultruggen in de verte. Eentje maakte een diepe duik en liet daarbij zijn staartvin zien. Dat heb ik niet op camera; dat beeld staat voor altijd op mijn netvlies gebrand. 😀

Een frisse duik bij Texas Bar

Bij deze excursie was er voor ieder wat wils: natuur, geschiedenis en een flinke dosis actie. Gretig als ik ben, pakte ik alles mee. 😉

Texas Bar is een bepaald gebouwtje, maar daarover later meer. Eerst iets over de omgeving. We zijn vandaag aan land gegaan in de Liefdefjord, in het noordwesten van Spitsbergen. Waarschijnlijk is de naam ontleend aan het 17e-eeuwse Nederlandse walvisvaardersschip Liefde, maar duidelijk bewijs hiervoor ontbreekt. Het landschap bestaat hier uit bergen, valleien, gletsjers en uitgestrekte stukken toendra. De omgeving ziet er op het eerste gezicht misschien kaal uit, maar als je even bukt of op je knieën gaat zitten, kun je toch veel interessante flora tegenkomen. Althans, in de periode tussen juni en september, want de zomer is overal op Svalbard de enige periode waarin vegetatie kan groeien en bloeien.

Maar bloeien doen ze, die poolbloemen! Duidelijk contrasterend in het mossige landschap, is bijvoorbeeld de stengelloze silene (Silene Acaulis). Om precies te zijn is dit een kussenvormige plant die dicht tegen de bodem groeit en kleine roze of paarse bloemen heeft. Prachtige felle kleuren! Ik heb mijn haar ooit in die magentakleur gehad, lol. Hier en daar zagen we ook nog de poolsilene (Silene Uralensis ssp. Arctica). Deze heeft hangende paarse bloemetjes die aan lampionnetjes doen denken. Ook groeit er overal harige rotsbreek (Micranthes Hieraciifolia); een klein plantje dat vaak tussen de rotsen groeit.

Om warm te blijven liepen we vervolgens omhoog, de heuvels in. De mooie uitzichten en bijbehorende fotosessies volgden elkaar op.

De wandeling voerde weer omlaag, richting de historische hut Texas Bar. Die naam is misleidend, want het was nooit een bar of iets dergelijks. Het gebouwtje is een “fangsthytte“, dus een schuilhut die gebruikt werd door pelsjagers. De hut werd in 1927 gebouwd door de Noorse jagers Hilmar Nøis en (diens oom) Martin Pettersen Nøis, waarvan die eerste uiteindelijk het meest bekend is geworden.

Hilmar Nøis werd in 1891 geboren op Andøya (Noord-Noorwegen) en in 1909 overwinterde hij voor het eerst op Svalbard. In de daaropvolgende decennia bleef hij “plakken” in het Noordpoolgebied, want hij voltooide maar liefst 38 overwinteringsseizoenen in het hoge noorden, waarvan 35 als pelsjager op Svalbard! Daarnaast werkte hij een seizoen in de mijnbouw en nam hij deel aan twee reddingsoperaties om andere mijnwerkers te helpen.

De naam Texas Bar doet denken aan het Wilde Westen. En eigenlijk doet deze eenvoudige hut in dit barre landschap dat ook wel een beetje. Zeker als je naar binnen gaat en stuit op de collectie sterke drank die zich daar door de jaren heen heeft opgestapeld. Verder zag ik nog lucifers, kogels, oud papier, kaarsen en gereedschap op de planken liggen. Aan de muur hing een krant uit januari 1988, wat heerlijk!

Voor de jagers die op Spitsbergen of Svalbard opereerden, waren zulke hutten vooral praktisch. Ze konden er tijdens hun tochten in schuilen (voor ijsberen of sneeuwstormen) en overnachten. Uiteraard kon je er ook wat voorraden en hulpmiddelen opslaan. Verspreid over Svalbard stond in de vorige eeuw nog een aanzienlijk aantal van deze hutten, gebouwd door jagers uit diverse landen. Af en toe ontstond er ruzie over het eigendoms- of gebruiksrecht, maar over het algemeen vormden ze voor de jagers een betrouwbaar netwerk van schuilplaatsen en duidelijke bestemmingen van vaartochten, skitochten of wandeltochten. Reken maar dat die drank er aan het einde van zo’n tocht wel in ging…

Daarbij moet ik ook zeggen dat wij hier in de zomer kwamen. Dus wanneer de zon niet ondergaat, de toendra groen is en het landschap volstaat met bloemen. Voor de familie Nøis en andere overwinteraars was deze omgeving een heel andere wereld van maandenlange duisternis, eindeloze sneeuw en temperaturen ver onder het vriespunt. De jagers die hun brood verdienden op Svalbard zullen zich ongetwijfeld ook vermaakt hebben met spelletjes en hobbyisme, maar ze waagden zich niet aan onze laatste activiteit van de dag…

De beruchte polar plunge! Oftewel, een frisse (ijskoude) duik in het water van de Arctische Oceaan. Ik heb een paar keer meegedaan aan de Nieuwjaarsduik op het strand, maar dit was veel heftiger. Zoals de wind in Nederland meestal de grootste uitdaging vormt als je eenmaal nat bent, was dat hier niet anders. Het was zo koud dat het pijn deed, maar tegelijkertijd was het spannend en zelfs gezellig om te doen.

Ons bezoek aan Texas Bar zal me voor altijd bijblijven, want het was wederom een geweldig mooie en interessante dagtocht, op een belangrijke historische plek. 😀

Kristin Hannah – Als de wolven huilen

Kan een kind opgroeien zonder mensen? Dit thema vormt al eeuwenlang het uitgangspunt van verschillende mythen, saga’s en wonderverhalen. Wolven spelen hierbij vaker een rol dan andere dieren, omdat de mens eigenlijk altijd al (en overal ter wereld) in de nabijheid van wolven en wilde honden geleefd heeft. Kinderen die opgevoed zouden zijn door dieren, noemen we daarom “wolvenkinderen”. Hieronder bespreek ik ─zonder spoilers─ een boek waarin een wolvenkind centraal staat en vervolgens kijken we naar voorbeelden uit de geschiedenis.

De roman “Als de wolven huilen” van de Amerikaanse auteur Kristin Hannah draait om Alice, een verwilderd meisje dat plotseling opduikt in Rain Valley, een echte stad in de staat Washington. Het meisje ziet er verwaarloosd uit, spreekt niet, ontwijkt mensen en lijkt meer vertrouwd met de natuur dan met de samenleving. Kinderpsychiater Julia Cates probeert voorzichtig contact met haar te krijgen, terwijl alle inwoners van het stadje zich afvragen wat het kind heeft meegemaakt. Dat er sprake is van trauma, is overduidelijk. Maar heeft Alice ooit met mensen geleefd? En is ze het praten verleerd, of heeft ze het nooit gekund? Met steun van haar zus Ellie (politiechef in Rain Valley) en dokter Max, gaat Julia een intensief traject aan met het wolvenmeisje. In de loop van het verhaal melden zich allerlei personen met interesse in Alice, maar waar de één hoopt op een sensationeel nieuwsartikel of een wetenschappelijke publicatie, hoopt de ander op hereniging met een verloren dochter.

Ik vind de verhaallijnen voorspelbaar. Hoewel ieder nieuw personage dat geïntroduceerd wordt als een verrassing komt qua timing, kun je direct al raden welke rol hij of zij gaat vervullen in het verhaal. De romantische stukken lezen als een doktersroman. Kristin Hannah geeft de hoofdpersonen “een verleden”, maar bij Julia wordt dit verleden woord voor woord uitgeschreven en bij dokter Max wordt de crux genoemd, maar verder niet uitgewerkt. Zo wordt de spanning niet opgebouwd, maar juist afgevlakt. De rechtszaken en politieonderzoeken worden beschreven alsof ze één op één gebaseerd zijn op zaken uit de geschiedenis. Alsof ze gekopieerd, minimaal aangepast en dan in het verhaal geplakt zijn. Wat dat betreft kan het verhaal feitelijk kloppen en is het realistisch geschreven. Maar sorry, ik vond er geen zak aan.

Het thema intrigeert me daarentegen wél. Wolvenkinderen kennen we namelijk uit de geschiedenis en de herkomst of opvoeding van deze kinderen blijft altijd een mysterie. We zijn het erover eens dat de bekendste wolvenkinderen uit de wereldgeschiedenis, Romulus en Remus, nooit hebben bestaan. De jongetjes behoren tot de stichtingsmythe van het oude Rome. Volgens de overlevering werden de tweelingbroers als baby achtergelaten aan de oever van de Tiber, waarna een wolvin voor hen zorgde totdat een herder hen vond. Historisch bewijs van het bestaan van de broers is er niet; laat staan bewijs van hun opvoeding. Maar volgens de mythe stichtte Romulus later de stad Rome, waardoor de wolvin óók een blijvend symbool werd van de Eeuwige Stad.

Ook later bleven zulke verhalen opduiken. In de Middeleeuwen beschreven kroniekschrijvers regelmatig kinderen die diep in bossen werden gevonden. Ze zouden op handen en voeten lopen, rauw vlees eten, nauwelijks geluid maken en geen menselijke taal spreken. Vrijwel automatisch werd aangenomen dat zij door wolven waren “opgevoed”. Dat paste goed binnen het wereldbeeld van die tijd, waarin uitgestrekte bossen nog echte wildernissen waren en wolven nog overal in Europa voorkwamen. Werkelijkheid, volksverhalen en bijgeloof liepen bovendien ook nog wat vloeiender door elkaar dan tegenwoordig. 😉

Pas tijdens de Verlichting gingen artsen en wetenschappers zulke verhalen systematisch onderzoeken. Een van de bekendste gevallen is het wolvenjongetje “Victor van Aveyron”. Rond 1800 werd hij in Zuid-Frankrijk gevonden nadat hij vermoedelijk jarenlang alleen in de bossen had geleefd. Hij sprak niet, vermeed oogcontact en leek nauwelijks menselijke omgangsvormen te kennen. De arts Jean Marc Gaspard Itard besloot Victor jarenlang intensief te begeleiden. Zijn experiment moest antwoord geven op een fundamentele vraag: worden mensen gevormd door hun omgeving, of zijn sociale vaardigheden al bij de geboorte aanwezig? Victor leerde uiteindelijk eenvoudige woorden begrijpen, ontwikkelde enige communicatievaardigheden en bouwde een band op met zijn verzorgers. Toch sprak hij nooit vloeiend. Voor veel wetenschappers werd hij het bewijs dat taal zich slechts in de vroege kinderjaren volledig kan ontwikkelen. Zijn verhaal raakte sindsdien verankerd als casestudy in de moderne ontwikkelingspsychologie.

Ook buiten Europa zijn zulke verhalen bekend. De Indiase jongen Dina Sanichar werd in 1867 als klein kind gevonden. Volgens ooggetuigen leefde hij samen met wolven. Hij liep voornamelijk op handen en voeten, gromde in plaats van te spreken en had een sterke voorkeur voor rauw voedsel. Ondanks jarenlange verzorging in een weeshuis ontwikkelde hij nauwelijks taalvaardigheden. Zijn geschiedenis wordt vaak genoemd als inspiratiebron voor Mowgli uit “The Jungle Book“, hoewel dat nooit erkend of bewezen is. In de 20e eeuw veranderde het wetenschappelijke beeld ingrijpend. Academici ontdekten dat veel zogenaamde wolvenkinderen waarschijnlijk helemaal niet door wolven waren grootgebracht, maar simpelweg voor zichzelf gezorgd hadden in de natuur. Sommige kinderen bleken ernstige ontwikkelingsstoornissen te hebben, anderen waren jarenlang opgesloten geweest of zwaar verwaarloosd voordat zij in de wildernis terechtkwamen. Het debat nature versus nurture barstte los.

En hoe zit het dan met de wolven? We weten nu dat wolven in hechte roedels leven en intensief voor hun eigen jongen zorgen. Dat een roedel jarenlang een mensenkind zou opnemen en verzorgen, wordt door biologen uiterst onwaarschijnlijk geacht. Dat betekent niet dat een kind nooit enige tijd tussen wilde dieren kan hebben overleefd, maar de klassieke verhalen over “opvoeding” door wolven, kunnen niet waar zijn. Dat inzicht maakte het lot van wolvenkinderen minder romantisch, maar liet wel zien hoe belangrijk menselijk contact is. Een baby wordt niet geboren met taal of sociale vaardigheden. Die ontstaan juist doordat kinderen voortdurend omgaan met ouders, familie en andere mensen. Ontbreekt dat contact tijdens de eerste levensjaren, dan zijn sommige ontwikkelingen later nauwelijks nog in te halen. Juist daarom vormen historische wolvenkinderen als Victor en Dina nog steeds waardevolle casestudies voor psychologen en pedagogen. Maar het thema wolvenkinderen dient dus ook ter inspiratie voor boeken en films. En het ene fictieve verhaal spreekt daarbij meer tot de verbeelding dan het andere.

Historisch correct?Geschikt en nuttig voor leerlingen?
Ja, realistisch.Het thema is geschikt voor lessen maatschappijleer. Het lezen van dit specifieke boek is daarbij overbodig, maar kan als aanknopingspunt dienen.

Hyvää Helsinki-päivää!

Ieder jaar op 12 juni wordt de Finse hoofdstad in het zonnetje gezet, want dan is het Helsinki-dag. Het is een stadsfeest waarbij de stichting van Helsinki in `1550 gevierd wordt met optredens, kunsttentoonstellingen en tal van andere culturele en creatieve activiteiten.

Het gaat ook gepaard met een paar unieke tradities. Het meest bekend is de “Pormestarin aamukahvit”, de koffieontvangst van de burgemeester in het stadhuis. Hier kunnen inwoners en bestuurders elkaar ontmoeten. Ook worden de eretitels “Stadin Friidu” en “Stadin Kundi” uitgereikt aan personen die zich op een bijzondere manier voor de stad hebben ingezet. Die titels betekenen respectievelijk “meisje van de stad” en “jongen van de stad” in het dialect van Helsinki. En ook andere personen die een belangrijke bijdrage hebben geleverd aan het openbare leven van de stad krijgen vandaag een medaille. Een meer recente traditie is het vieren van de “Helsinki-päivän vauva”, de eerste baby die op Helsinki-dag wordt geboren. Als er een kindje geboren wordt, wordt het nieuws doorgegeven en verspreid. Dan gaat overal de kurk van de fles, haha!

Deze mooie combinatie van geschiedenis, kunst en cultuur komt natuurlijk niet uit de lucht vallen. Helsinki heeft een lange geschiedenis, met Zweedse, Russische en Finse perioden en een flinke portie oorlog en conflict. Ter ere van Helsinki-päivä heb ik een mini-documentaire over de stad gemaakt… van 0 tot nu. 😉

Fijne Helsinki-dag! 😀

Jeetje! Twijfel nou niet zo!

…Aldus de IJslandse artiest Daði Freyr, gisteravond, tijdens het muzikale intermezzo bij Even Tot Hier. Hij zong over Rob Jetten en het afnemende vertrouwen dat Nederlanders hebben in hun eigen kabinet. Sterker nog, hij gebruikte daar Nederlandse teksten voor, haha!

Zo wordt er met een heel catchy deuntje ingespeeld op het feit dat Nederland recent is gezakt op de lijst van veiligste landen. IJsland staat op die lijst bovenaan en scoort ook goed op onderdelen als corruptie (daar bijna non-existent) en gendergelijkheid (daar bijna 50/50 op topposities). Dit is overigens al jaren zo en heeft te maken met de politieke geschiedenis van IJsland. Ik zal hier volgend jaar een uitgebreider artikel over schrijven, want de link met het Vikingtijdperk is belangrijk om eens te benoemen.

Ik vond de samenloop van omstandigheden in het programma gisteren helemaal geslaagd. Ten eerste wilden Niels en Jeroen dus dat verminderde vertrouwen in de Nederlandse politiek bespreken. Treffend stukje over die AOW, want daar is iedereen boos over. Ten tweede werd het programma eenmalig uitgezonden op vrijdagavond in plaats van zaterdagavond; wat te maken heeft met de finale van het Eurovisie Songfestival vanavond. Ten derde kiezen ze uitgerekend Daði Freyr, een ex-kandidaat uit precies dat land dat het beter doet dan Nederland, om het liedje te brengen. Schitterend.

Daði Freyr is al ongeveer 15 jaar muzikaal actief in IJsland. Hij begon ludieke nummers te creëren met zijn band Gagnamagnið (wat zoiets betekent als “datavolume”), waarmee hij bekend werd bij het grote publiek. In 2020 wonnen ze met het nummer “Think About Things” de IJslandse voorronde voor het Eurovisie Songfestival, maar het evenement werd uiteindelijk afgelast vanwege de coronapandemie. In 2021 deed Daði opnieuw mee namens IJsland, opnieuw samen met Gagnamagnið, maar dit keer met het nummer “10 Years“. Daarmee eindigde IJsland in de finale op de vierde plaats.

Overigens doet IJsland dit jaar niet mee aan het Eurovisie Songfestival, net als Nederland. Beide landen zenden de finale wel uit vanavond.

Screenshots van het optreden via de Instagram van @eventothier_bnnvara.

Mijn eerste Vappu

Niet een vape om te roken, maar Vappu om het voorjaar te vieren. Vappu is in Finland namelijk een nationale feestdag waarop meerdere tradities samenkomen. Dit jaar spendeerde ik twee dagen in Vantaa en Helsinki om het mee te maken.

Met Vappu mag de vlag uit!

Vappu valt ieder jaar op 1 mei. Op deze dag (en in de nacht ervoor) wordt er van alles gecombineerd dat ook in andere landen gevierd wordt, namelijk May Day, Beltane of Walpurgis(nacht), de afstudeerceremonie van scholieren en de Dag van de Arbeid. Enerzijds wordt het nieuwe seizoen feestelijk verwelkomd en anderzijds wordt er stilgestaan bij de internationale arbeidersstrijd. En dan nog een toefje studentencultuur erbij. De wisseling van de seizoenen wordt in Fennoscandië al minstens sinds de middeleeuwen door gemeenschappen samen gevierd. Vappu als combinatie van feesten kreeg in de jaren ’50 haar huidige vorm.

Er gebeurt deze twee dagen dus van alles. Overal in het land worden evenementen georganiseerd, van braderieën tot aan muziekoptredens en van loterijen tot aan tradities die op de nationale televisie worden uitgezonden. In Helsinki vindt op 30 april het grootste ritueel plaats, namelijk het wassen en “aankleden” van het standbeeld Havis Amanda in de haven. De ceremonie staat bekend als “Mantan lakitus” (“het opzetten van de Manta-pet”). Manta is de bijnaam van het standbeeld, omdat zij een zeenimf voorstelt. Op de foto rechts staat ze nog zonder pet.

Aan het begin van de 20e eeuw claimden studentenverenigingen het beeld als hun eigen feestpunt. Ze gingen het beeld symbolisch wassen en versieren, wat langzaam uitgroeide tot een vaste traditie. Nu wordt er ieder jaar een witte studentenpet (de “ylioppilaslakki“) van bovenaf op het beeld gezet door studenten die aan een hijskraan hangen. Deze pet staat in Finland symbool voor het behalen van het eindexamen en het begin van het volwassen leven. De Scandinavische landen kennen dit concept ook, maar onder andere namen. In Denemarken heet het de “studenterhue“, in Zweden de “studentmössa” en in Noorwegen de “studentlue“.

In Helsinki was het een drukte van jewelste bij het standbeeld. Om 18:00 uur precies wordt de pet op het beeld geplaatst, maar zo rond 17:00 uur stonden er al duizenden mensen klaar. Ik had een prima plekje gescoord en na een tijdje deed ik automatisch mee met het juichen en klappen. Het enthousiasme was behoorlijk aanstekelijk. 😀

Na afloop verspreidde de mensenmassa zich over de stad. In Helsinki is het maar twee keer per jaar zo druk, namelijk op Oudjaarsavond en met Vappu. Hoe later het wordt, hoe meer mensen er naar buiten komen. Dat was goed te zien op het Senaatintori; het centrale plein bij de kathedraal. Daar was aan het begin van de middag namelijk rustiger dan aan het begin van de avond.

Terwijl de meeste studenten nog een feestje opzochten, vertrok ik naar mijn appartement in Vantaa. Buiten de stad heerste de gewoonlijke Finse rust en orde, dus ik ging rustig naar bed. De volgende ochtend liep ik over de braderie van Tikkurila, die sterk deed denken aan de Nederlandse seizoensmarkten. Er werden zoetigheden, sieraden en huishoudartikelen verkocht. Er waren groentekraampjes en kermisattracties voor de kinderen. Bijzonder om te merken dat het concept in Finland hetzelfde inhoudt als in Nederland.

Ondertussen begon in Helsinki de volgende traditie, namelijk het zogeheten “vapputervehdykset” (het “Vappu-groeten”). Hierbij ontvangt de Finse president, momenteel Alexander Stubb, diverse groepen bij het Presidentieel Paleis. Het is een informeel moment waarop de president zijn zichtbaarheid en betrokkenheid kan tonen. En volgens mij wordt het ook inderdaad als zodanig door het volk gewaardeerd. Ik was er niet bij, maar heb het later teruggekeken op Instagram.

Eenmaal in de stad aangekomen, kwamen er uit iedere richting vrolijke geluiden. Er speelden veel bandjes en er waren doorlopend parades. Ik ben min of meer door de hele stad gelopen en op sommige plekken bleef ik wat langer staan om naar een optreden te kijken. De sfeer was echt ontzettend ontspannen en vrolijk. Dat het mooi weer was, droeg daar uiteraard ook aan bij. Op de foto’s hieronder kun je zien dat de Esplanadi (de twee hoofdstraten) afgezet waren en dat zich daar de meeste mensen verzameld hadden.

Ik kwam bij het Natuurhistorisch Museum en zag dat de bronzen eland voor het gebouw ook een ylioppilaslakki gekregen had, haha! Sterker nog, ook Manneken Pis in Brussel deed mee, met dank aan de Finse gemeenschap aldaar (via @finlandineu). Maar naast de studentenpet, is er nog een ander cruciaal onderdeel van de Vappu-outfit: de studentenoverall. In Finland hoort dit echt bij je studie, of je nu een feestbeest bent of een serieuze boekenwurm. De kleuren van de haalarit horen bij bepaalde studierichtingen, dus je overall verraadt meteen welke opleiding je volgt. Het is de bedoeling om hem tijdens je studententijd te versieren met patches van evenementen en verenigingen. Een overall is dus al gauw een heel persoonlijk kledingstuk.

Ik deed nog een laatste rondje door het Museumkwartier en langs het Lasipalatsi en pakte daar nog een optreden mee naast het standbeeld van oud-president Kyösti Kallio. Natúúrlijk had ook hij voor de gelegenheid een petje gekregen.

Verder horen er ook typische gerechten en drankjes bij Vappu, waarvan ik ook iets heb kunnen proeven. Ten eerste heb je de welbekende munkki (donuts). Ze zijn naturel of gevuld met karamel/jam. In de ochtend probeerde ik er eentje in Tikkurila en ’s avonds verhuisde ik naar een hotel, waar ze toevallig ook weer stonden. Daar werd ook sima geserveerd; een gefermenteerde citroen- en honingdrank. De naam sima is een archaïsch woord voor “honing”, zodanig door Elias Lönnrot beschreven in de Kalevala. Ik had geen idee wat het was, dus de eerste slok van het bitterzoete spul was nogal een verrassing.

Door de hele stad stonden kraampjes met snoep. De borden met METRILAKUT trokken steeds mijn aandacht… en toen kon ik de verleiding niet meer weerstaan. Ik heb een zakje met 4 metrilakutten meegenomen, voor onderweg. En eigenlijk ook gewoon omdat ik erom moest lachen. Er staat metri-lakut, niet metrila-kut. Het betekent niets meer of minder dan “drop per meter”, want het gaat hier om snoepslierten van ongeveer een meter. Maar zeg me alsjeblieft dat ik niet de enige ben die moet lachen om die naam!

Dan heb je ook nog tippaleipä, wat een knapperig gebakje is in de vorm van een gefrituurd vogelnestje. De fancy Vappu-gangers drinken daar champagne bij, maar dat heb ik allebei niet geprobeerd. Ach, er is altijd een volgende keer.

Die avond ging ik moe, maar voldaan naar bed. Ik vond de evenementen netjes georganiseerd en de sfeer was echt gezellig en gemoedelijk. Het is zo gaaf dat iedereen meedoet met de tradities, zoals je direct ziet aan het aantal studentenpetten in de stad. Ook alumni doen eraan mee. De bejaarden onder hen hebben hun pet minstens 50 jaar geleden verdiend, dus het is echt een feest voor jong en oud.

Wie weet ben ik er volgend jaar weer bij!

De Tijdlijn van Suomenlinna (Finland)

Eindelijk! Deze nieuwe tijdlijnvideo toont de geschiedenis van Suomenlinna, een forteiland voor de kust van Helsinki (Finland). In de 18e eeuw werden deze kalme, kale rotsen door de Zweedse overheid omgevormd tot een indrukwekkend bastionfort. Het project kreeg de naam “Sveaborg” (“Kasteel van de Zweden“) en was bedoeld om de Finse kustlijn te verdedigen tegen aanvallen van het Russische Rijk.

Als gevolg van de Finse Oorlog (1808-1809) wisselden de eilanden van eigenaar. Terwijl het Zweedse Rijk afbrokkelde, werd Sveaborg door de Russen beheerd en gemoderniseerd. Aan het begin van de 20e eeuw had de Russische administratie de handen vol aan de Eerste Wereldoorlog en de interne Russische Revolutie(s). Finland werd onafhankelijk en het fort werd omgedoopt tot “Suomenlinna” (“Kasteel van Finland“).

Het bezoeken en filmen van Suomenlinna was voor mij een bucket list-ervaring. Al jaren had ik plaatjes en informatie over deze plek op mijn telefoon staan en nu had ik eindelijk de kans om het met eigen ogen te bekijken. Zelfs in de winter is het een fijne en makkelijke plek om te bezoeken; het pontje brengt bezoekers in 15 minuten heen en weer. Veel gebouwen, winkels en cafés zijn open in het laagseizoen; zo ook het Suomenlinna Museum. Dat is sowieso een warme en leerzame plek. Ik was positief verrast door de faciliteiten op de eilanden. Zomers is er zelfs nóg meer te beleven. Dit is in alle seizoenen een indrukwekkende plek. 🙂

De Turun joulurauha – ik was erbij!

Dit jaar heb ik een bijzondere Finse traditie meegemaakt, namelijk de “Turun joulurauha“, oftewel, de “kerstvrede van Turku”.

Stadssecretaris Eero Soikkanen leest de vrede voor in 1965. Foto uit het publieke domein.

De kerstvrede van Turku is een belangrijke traditie die stamt uit de middeleeuwen. Jaarlijks wordt deze vrede op 24 december afgekondigd in de stad Turku, om klokslag 12:00 uur. Het is een officiële en nationale gebeurtenis die wordt uitgezonden door de Finse publieke omroep. De “kaupunginlakimies” of “kaupunginsihteeri” (stadssecretaris) van Turku leest de eeuwenoude tekst voor in het Fins en in het Zweeds. Is de stadssecretaris niet beschikbaar, dan doet een andere stadsambtenaar het. Dit jaar werd de vrede uitgesproken door Mika Akkanen, Turku’s “protokollapäällikkö” (het hoofd van de protocollaire dienst).

De tekst is grotendeels historisch authentiek en wordt elk jaar op dezelfde manier voorgelezen. Daarbij wordt de bevolking opgeroepen om de feestdagen in rust en harmonie door te brengen en conflicten te vermijden. De ceremonie symboliseert vrede, saamhorigheid en respect voor elkaar tijdens de donkerste dagen van het jaar.

Ook de plek is symbolisch, het gebeurt namelijk vanaf het balkon van het Brinkkala-gebouw op het Oude Grote Plein (“Vanha Suurtori”). De eerste gebouwen van de stad verrezen rondom dit plein, maar inmiddels is de centrale marktfunctie overgenomen door het Marktplein (“Kauppatori”). Dat deze plek belangrijk was/is, merk je ook aan de nabijheid van de twee universiteiten die de stad rijk is: de Finstalige Turun Yliopisto en de Zweedstalige Åbo Akademi.

Het Brinkkala-gebouw diende lang als bestuurscentrum. Nu wordt het gebruikt voor ceremoniële en culturele doeleinden.

Ik was onder de indruk van deze traditie. Het had iets magisch: halverwege de tekst begon het zachtjes te sneeuwen en iedereen deed (alsnog) zijn muts/hoed af voor het volkslied. Bovendien had ik nog nooit zoveel Finnen bij elkaar gezien, haha! We liepen in colonnes naar het plein, maar alles verliep ontzettend kalm en geordend. Na de laatste klanken van het orkest, stroomde het plein leeg en ging iedereen gewoon weer rustig naar huis. Heerlijk! Ik ben blij dat ik erbij was.

Lesinspiratie: Conferentie van Berlijn (1884-1885)

Barbaar Educatie heeft hun opdracht over de Conferentie van Berlijn (1884-1885) een update gegeven. Ik publiceerde mijn bevindingen al eerder (klik hier), maar ik wil deze leerzame opdracht graag nogmaals met een groter publiek delen, want de les valt bij leerlingen goed in de smaak.

Bij de opdracht horen verschillende bladen. Eén met de uitleg, één met 4 kaartjes met historische personen en drie bladen met geografische kaarten. Het is de bedoeling dat de personen van elkaar losgeknipt worden, want dit zijn de “spelers” waarin de leerlingen zich moeten verplaatsen. Als ik de opdracht gebruik, print ik zelf altijd genoeg bladen zodat iedere leerling in zijn eentje een speler vertegenwoordigt. Dat raad ik ook aan, want na een tijdje barst de competitiviteit los en dan is het leuk als iedereen voor zichzelf kan spelen.

De leerlingen moeten doen alsof zij Otto von Bismarck, Lord Salisbury, Jules Ferry of Leopold II zijn. Op de kaartjes staan hun belangen en hun wensen. De vier heren (dus de leerlingen) komen samen op de Conferentie van Berlijn en proberen allemaal voor hun eigen land “het beste stukje Afrika” te claimen. Net zo absurd als het in het echt gegaan is in 1884-1885; in het gebouw van de oude Rijkskanselarij aan de Wilhelmstraße in Berlijn. De bladen met de geografische kaarten tonen waar de meeste grondstoffen zitten en waar al Europese koloniën zijn. Er is ook een kaart met Afrikaanse staten. Uiteraard moeten de leerlingen daar rekening mee houden… of dat in ieder geval proberen. Het doel is om uiteindelijk tot een akkoord te komen en Afrika op een blanco kaart onderling opnieuw te verdelen.

Ik heb de opdracht nu voor de derde keer gebruikt en de leerresultaten bevallen me zeer goed. Docenten kunnen er vanuit gaan dat de leerlingen na een tijdje fanatiek gaan “vechten” om de Afrikaanse grond. Terwijl de leerlingen bezig zijn, schrijf ik hun uitspraken op de achterkant van het bord. Ik vraag hen of ze een akkoord bereikt hebben en hoor hun motieven en afwegingen aan.

Vervolgens confronteer ik hen met hun eigen quotes, zoals “Ik wil ook een beetje rubber hebben, Engeland heeft rubber nodig!” of “Dit deel hoef ik niet, ik wil dat andere deel hebben!” of zelfs “Laten we dit gebied samen van Frankrijk afpakken, zodat Frankrijk alle inkomsten misloopt!“. Al snel concluderen we gezamenlijk hoe schandalig de hele situatie is. Afrika was nooit het bezit van de Europese machten die samenkwamen op de Conferentie van Berlijn. Afrika kon helemaal niet opnieuw verdeeld worden, maar toch is het gebeurd. Stof tot nadenken.

We sluiten af met het nummer “Plus rien ne m’étonnes” van de Ivoriaanse artiest Tiken Jah Fakoly. Hij zingt heel krachtig “Ze hebben de wereld verdeeld… niets verbaast me meer“. Zo onderstreept de songtekst wat de leerlingen geleerd hebben.

Wie deze opdracht zelf in de klas wil uitvoeren, kan de bladen simpelweg hier bekijken en gratis downloaden. Barbaar Educatie heeft overigens ook nog andere opdrachten, kijk maar op hun website. Zo laat je de lesstof echt landen!

Weggevaagde dorpen en verplaatste kerken (en een boekbespreking)

Afgelopen zomer las ik “Go as a river” van Shelley Read. Een belangrijke gebeurtenis uit het boek is de evacuatie van een Amerikaans stadje, omdat de gemeente het gebied wil omvormen tot stuwmeer. Ik heb genoten van het verhaal en las het boek in drie avonden uit. Even later, in augustus, zag de wereld hoe de kerk van de Zweedse stad Kiruna verplaatst werd. Het was een monsteroperatie met soortgelijke achterliggende redenen; het boek kwam ineens overeen met de actuele werkelijkheid. Maar dat dorpen verdwijnen of verplaatsen, komt veel vaker voor in de geschiedenis. Hieronder schrijf ik wat meer over dit fenomeen.

Eerst even over de roman. Het verhaal volgt Victoria Nash, een 17-jarig meisje uit het dorp Iola (Colorado). Ze spendeert haar jeugd op een familieboerderij met een perzikboomgaard, waar ze als enige vrouw omringt wordt door beschadigde mannen. Haar vader is afstandelijk, haar oom is verminkt en verbitterd en haar broer is agressief. Victoria heeft alle huishoudelijke taken op zich genomen. Op een dag ontmoet ze een charmante vreemdeling. Zijn naam is Wil Moon en hij is een inheems-Amerikaanse jongen met een zwervend bestaan en een moeilijk verleden. Tussen hen ontstaat een intense, maar maatschappelijk ongewenste liefde. Hun relatie botst totaal met de bekrompen sfeer in Iola én met de verwachtingen van Victoria’s familie.

Dan komt Victoria plotseling in een nachtmerrie terecht. Ze kiest ervoor om de bergen in te vluchten, waar ze probeert te overleven in de wildernis. Dat lukt, maar het duurt lang voordat ze weer naar Iola kan terugkeren. Er volgt een flashforward in het verhaal en dan wordt de evacuatie van Iola het belangrijkste thema. De plannen om de nabijgelegen rivier af te dammen en een stuwmeer aan te leggen, dreigen Victoria’s boomgaard voorgoed onder water te zetten. Terwijl het water stijgt, moet Victoria bepalen wat ze gaat behouden… En wat ze gaat loslaten. Ze moet haar eigen pad blijven volgen, ook als alles verandert en wordt omgeleid. Daar komt ook de titel van het boek vandaan: “Gaan als een rivier”.

Iola (Colorado) vandaag. Foto door Craig Talbert (CCA 4.0).

Zoals ik al zei, heb ik genoten van het verhaal. Het is fictie, maar wel heel realistisch. Het dorp Iola is bijvoorbeeld gebaseerd op een echt plaatsje met dezelfde naam in Colorado, dat in de jaren ’60 daadwerkelijk is verdwenen onder een stuwmeer. Ook de thema’s (de impact van grote infrastructurele projecten op kleine gemeenschappen en de behandeling van inheemse bevolkingsgroepen) zijn historisch correct. Persoonlijk vind ik dat Read de onderwerpen met veel aandacht voor detail uitgewerkt heeft. Het hele verhaal had makkelijk waargebeurd kunnen zijn.

Historisch correct?Geschikt en nuttig voor leerlingen?
Ja, realistisch.Het thema is geschikt voor lessen maatschappijleer. Het lezen van dit specifieke boek is daarbij overbodig, maar kan als aanknopingspunt dienen.

Daarover gesproken: we verleggen even de focus naar Kiruna, de stad in Noord-Zweden. Het lot van Kiruna is altijd nauw verbonden geweest met het reilen en zeilen van de grote plaatselijke ijzerertsmijn in beheer van Luossavaara-Kiirunavaara Aktiebolag (LKAB). Het bedrijf is eigendom van de Zweedse staat en een uiterst belangrijke werkgever in de regio. Zodanig zelfs, dat beslissingen van LKAB de regionale economie beïnvloeden.

De verplaatsing van de historische kerk van Kiruna afgelopen augustus was onderdeel van een doorlopend proces van verplaatsingen. Complete wijken zijn al op nieuwe locaties “herbouwd”, terwijl de uitbouw van de mijn steeds blijft leiden tot verzakkingen onder de stad. Onderzoek wees uit dat het oude centrum op de lange termijn niet meer veilig zou zijn voor bewoning en verkeer. Maar de mijnbouw stilleggen is geen optie; LKAB wordt economisch bezien als cruciaal beschouwd.

Daar gaat de kerk, op twee SPMT’s. Foto door Torbjørn S. (CCA 4.0).

Zodoende kozen de autoriteiten ervoor om het centrum enkele kilometers oostwaarts te verplaatsen, in plaats van de mijn te sluiten. Dit proces is dus al langer gaande. De verplaatsing van de kerk werd echter wereldnieuws, omdat het houten gebouw in één stuk werd overgeheveld naar een nieuwe locatie. En succesvol! Of je het nu eens bent met de activiteiten van LKAB of niet; niemand kan ontkennen dat dit bouwtechnisch ongelofelijk knap is.

Afijn, Kiruna wordt verplaatst. Maar Iola verdween met de jaren. En verdwijnen gebeurt vaker dan verplaatsen, want er zijn nog veel meer voorbeelden te noemen van weggevaagde stadjes. Amy schreef op haar Nederlandstalige website www.sommarmorgen.com een interessant artikel over Messaure; een verlaten dorp rondom een waterkrachtcentrale (klik hier voor het artikel). Het lag net als Kiruna in Zweeds Lapland. En zelf bekeek ik 11 jaar geleden de vergane glorie bij het mijndorpje Åmdals Verk in Noorwegen (klik hier voor het artikel).

Bron: Gemeente Moerdijk (via de website van de NOS).

Dit onderwerp werd onlangs ook relevant voor Nederland, toen er landelijk aangekondigd werd dat er plannen zijn om het Noord-Brabantse dorp Moerdijk op te offeren om het nabijgelegen industrie- en haventerrein uit te breiden. Gisteravond heeft de gemeenteraad ingestemd, maar de definitieve beslissing zal over anderhalve week gezamenlijk door het Rijk, de provincie Noord-Brabant en de gemeente Moerdijk genomen worden. Ik ben benieuwd.