Schilderen met naald en draad

Gisteren rondden we in 2vwo een lessenserie over de Noordse landen af. Het laatste “land” waar ik de leerlingen over vertelde, was Sápmi. Het is een land dat de kinderen niet kennen, omdat het geen natiestaat is. Het is het gebied waar de Sámi nu wonen. Vandaag bezocht ik het Wereldmuseum in Leiden, waar precies op dit moment een aantal kunstwerken van Britta Marakatt-Labba hangt. Dat wist ik niet, maar de timing van deze wisseltentoonstelling kon niet beter.

Sápmi strekt zich uit over het noorden van Noorwegen, Zweden, Finland en Rusland. Het is de traditionele naam voor het oorspronkelijke leefgebied van de Sámi. Ze zijn de enige erkende inheemse bevolkingsgroep van Europa en wonen daar al duizenden jaren. Hun bestaan was lange tijd gebaseerd op jacht, visserij en rendierhouderij. Eventuele bijproducten hiervan werden verkocht aan de lokale bevolking. Vanaf de 19e eeuw werden de Sámi steeds meer onderdrukt door de regeringen van hun leefgebied. Hun taal en cultuur werd als ondergeschikt gezien en veel ervan dreigde voorgoed te verdwijnen. Sommige Sámi-talen zijn zelfs al uitgestorven. Maar de tijden zijn veranderd en de nationale overheden begrijpen inmiddels beter welke gevolgen hun kolonisatiebeleid heeft (gehad). Tegenwoordig wordt er actief gewerkt aan het behoud van hun culturele erfgoed, talen en traditionele levenswijze… maar nog altijd het meeste door de Sámi zelf.

Britta Marakatt-Labba in 2022, © Marja Helander. 

Bijvoorbeeld door de bovengenoemde Britta Marakatt-Labba (1951); één van de bekendste Sami-kunstenaars. Ze groeide op in een Sami-familie van rendierhouders in Noord-Zweden en heeft in haar leven uitsluitend Zweeds onderwijs genoten, waarbij er weinig aandacht aan de geschiedenis van de Sámi werd besteed. Om die reden verwerkt zij in haar kunst wél de geschiedenis, cultuur en leefwereld van haar volk. Haar textielkunst en borduurwerk is internationaal bekend. Met naald en draad verbeeldt Britta kleine verhalen over het dagelijks leven, de relatie met de natuur, oude tradities en de politieke strijd van de Sámi. Schilderen met naald en draad, noemt ze dat.

Haar werk draagt direct bij aan cultuurbehoud. Door verhalen en ervaringen vast te leggen, geeft zij de Sámi-cultuur door aan toekomstige generaties. Het Nasjonalmuseet in Oslo (Noorwegen) heeft haar werk opgenomen in de nationale kunstcollectie. En vandaag stond ik dus in het Wereldmuseum in Leiden te kijken naar twee van haar borduurwerken, allebei even mooi en gedetailleerd.

Met fijne steken en kleine textielfragmentjes creëert Britta begrijpelijke voorstellingen van (onder andere) rendiermigraties, het dagelijks leven van Sámi-families, traditionele gebruiken/rituelen en (soms gruwelijke) gebeurtenissen uit de politieke strijd voor emancipatie. Van veraf lijken haar borduurwerken net schilderijen. Van dichtbij zie je steeds meer details en zo ontdek je langzaam uit hoeveel steken en stofjes één boompje of bergwand bestaat. Ontzettend knap gedaan, ik vind het echt mooi. Deze twee kunstwerken komen allebei uit 2011 en hebben geen titel. Aan de wand tegenover de werken, wordt een korte film over het leven en het werk van Britta vertoond. Het is de documentaire “Sylkvasse Sting” (“Messcherpe Steken”) van het Nasjonalmuseet. De video staat ook op YouTube:

De geschiedenis van de Sámi raakt mij over het algemeen en de borduurwerken van Britta Marakatt-Labba raken mij in het bijzonder. Waarom precies kan ik niet goed uitleggen, maar het gevoel heeft sowieso te maken met de leefwijze van de Sámi. Ik deel hun spirituele opvattingen over de natuur en ik vind dat hun praktische omgang daarmee een voorbeeld moet zijn voor anderen. Als iedereen op aarde filosofieën van balans en eerbied zou nastreven, zou het leven op aarde veel minder penibel zijn. De campagnes die de Sámi voeren gaan over de verbetering van hun eigen positie, natuurlijk, maar tegelijkertijd zijn hun standpunten urgent voor ons allemaal. Misschien is dat precies waarom hun verhaal nog lang niet is uitverteld.

The Vikings are coming…

…en wel naar het WK Voetbal. Het was overal op het nieuws, maar veel mensen dachten dat het nep was, of dat de foto met AI gemaakt was. Niets is minder waar: de spelers van het nationale team van Noorwegen zijn daadwerkelijk als Vikingen op de foto gezet.

© David Yarrow / Norges Fotballforbund

De Schotse fotograaf David Yarrow had een visie en het Noorse team was niet te beroerd om het idee uit te voeren. Over sportief gesproken! Maar waar kwam het idee vandaan, wat is de reden erachter?

Daarvoor kijken we naar een eerdere fotoshoot. In 2023 fotografeerde Yarrow de Noorse superspeler Erling Haaland (die nu bij Manchester City speelt). De spits werd door Yarrow neergezet als eenzame Viking, trots uitkijkend over een fjord in zijn geboorteland. Het beeld sloeg aan omdat Haaland de rol ontzettend natuurlijk vervulde. Zijn uiterlijk helpt daarbij ook, want Haaland is lang, gespierd en blond. Hij voldoet simpelweg aan het standaardbeeld van een Viking. Yarrow was de shoot nooit vergeten en vertelde in een interview dat hij de Viking-fotosessie wilde herhalen met het hele team. En zo werd dit het uitgangspunt voor het nieuwe groepsportret van de nationale ploeg.

Een beetje bombarie is ook wel op z’n plaats, want Noorwegen heeft zich voor het eerst sinds 1998 weer voor een wereldkampioenschap geplaatst. Logisch dus dat ervoor gekozen werd om dit moment te verbinden aan een belangrijk onderdeel van de Noorse geschiedenis. Yarrow heeft zijn best gedaan om de groep evenwaardig te fotograferen; hij wilde benadrukken dat het Noorse team uit meer spelers bestaat dan alleen publieksfavoriet Erling Haaland en aanvoerder Martin Ødegaard. De Vikingsymboliek verwijst daarbij niet naar oorlog of verovering, maar naar avontuur en het ontdekken van onbekende bestemmingen, aldus Yarrow.

De Noorse koning kondigde twee weken geleden al de spelerslijst aan in een speciale video, die ook gerust indrukwekkend en cinematisch genoemd kan worden:

Oké dan, haha! De boodschap is duidelijk: na bijna drie decennia van afwezigheid, keert Noorwegen terug op het wereldvoetbaltoneel. Ik heb zelf weinig met voetbal, maar ik vind dit wel leuk om te zien en ik kan me voorstellen dat zulke video’s en foto’s de spanning doen stijgen. 😀

3x Kort Vikingnieuws

Minder dan drie weken geleden berichtte ik over de ontdekking van de Mørstad Hoard, de grootste Vikingmuntschat die ooit in Noorwegen gevonden is. Maar enkele dagen later las ik dat er in Denemarken in dezelfde periode ook iets moois opgeduikeld was. Vervolgens zag ik nog een ontdekking voorbijkomen op het Noorse nieuws. En ondertussen kwam er ook Vikingnieuws uit Zweden. Het ging sneller dan ik kon typen, ook omdat ik druk bezig was met de eindexamens. Maar het is allemaal zo interessant, dat ik besloten heb om de nieuwtjes te bundelen in dit artikel. Nooit gedacht dat ik dit ooit zou schrijven, maar ik presenteer u… het Vikingnieuwsbulletin van mei 2026.

Denemarken – 8 mei 2026

Op 22 april ontdekte een man tijdens een boswandeling in Rold (provincie Nordjylland) iets heel opmerkelijks. Tussen het struikgewas staken twee gouden (!) armbanden uit de grond. De man maakte een melding en archeologen haastten zich naar de vindplaats voor verder onderzoek. Ze vonden uiteindelijk nog vier armbanden, samen goed voor bijna 800 gram goud! De schat kreeg direct een naam, namelijk de “Rold Hoard“. Deze vondst is één van de grootste Viking-goudvondsten ooit in gevonden Denemarken… En dat terwijl goud als materiaal voor juwelen veel minder vaak voorkwam dan zilver. De sieraden stammen uit de regeerperiode van koning Harald Blauwtand, net als de recent ontdekte graven bij Lisbjerg waar ik al eerder over schreef. De armbanden kunnen als koninklijke geschenken aan bondgenoten of krijgers gegeven zijn. Een andere mogelijkheid is dat het goud bewust door een rijke eigenaar begraven is tijdens een onrustige periode of als offer aan de goden. Eén van de armbanden valt extra op door een uniek zigzagpatroon dat zelden bij Vikingkunst wordt gezien. Net als bij de Mørstad Hoard, werd de vindplaats een paar weken geheimgehouden voordat het nieuws naar buiten kwam. Binnenkort zullen de armbanden te zien zijn in het Aalborg Historiske Museum.

© Nordjyske Museer

Noorwegen – 10 mei 2026

In de buurt van het Noorse dorp Brandbu (provincie Innlandet) trok de 6-jarige Henrik Refsnes Mørtvedt een Vikingzwaard uit de grond. Hij was met zijn klas op schooltrip bij de Rækstad-boerderij en de kinderen liepen over omgeploegde velden. Henrik zag een ijzeren knop uitsteken en trok vervolgens letterlijk een artefact uit de grond dat meer dan een millennium oud is. Het zwaard stamt vermoedelijk uit het vroege Vikingtijdperk, dus het einde van de 8e eeuw. Dat was in Scandinavië de Merovingische periode en daarover is minder bekend dan over het late Vikingtijdperk. Het type zwaard is een enegget (een enkelsnijdend zwaard, met één scherpe kant). Het onderzoek loopt nog en archeologen hopen met röntgenonderzoek en metaalanalyse te ontdekken hoe het zwaard gemaakt en gebruikt is. Wat een verhaal voor die kleine man! 😀

Zweden – 11 mei 2026

Het Historiska (Historisch Museum) in Stockholm heeft 3D-scans van de Vendel-helmen gemaakt en gepubliceerd op hun website. Deze beroemde helmen werden gevonden in bootgraven in Vendel, Valsgärde en Ultuna (provincie Uppland) en stammen uit de Vendeltijd (ca. 550-750). Het einde van deze periode vormde het begin van het Vikingtijdperk. De Vendeltijd wordt als een eigen periode gezien vanwege de uitgesproken krijgerscultuur en de rijk versierde wapens. Het museum heeft de helmen met fotogrammetrie tot in de kleinste details digitaal vastgelegd, inclusief de bronzen decoraties en brilvormige gezichtsbescherming. Via deze link kun je de modellen bekijken. Je kunt behoorlijk inzoomen en je kunt ze met je muis draaien en zelfs downloaden via platforms als Sketchfab. Het project maakt deel uit van een groter Europees project (met de naam “Twin It!“) om erfgoed te digitaliseren en toegankelijk te maken voor een wereldwijd publiek. Ik dacht meteen na over manieren om de scans te gebruiken voor de geschiedenislessen op school. Dit vind ik nog eens een geweldige inzet van moderne technologie! 🙂

© Historiska Stockholm, CC-BY 4.0

Grootste Vikingmuntschat ooit gevonden in Noorwegen

Soms ga je op pad met de metaaldetector en vind je iets leuks, of iets waardevols. Meestal niet. Maar wat de Noorse detectoristen Vegard Sørlie (links op de foto) en Rune Sætre (rechts) onlangs aantroffen, is ongekend bijzonder.

Ze haalden in de buurt van Rena (zo’n 180 km ten noorden van Oslo) de ene zilveren munt na de andere naar boven, totdat ze er 19 bij elkaar gevonden hadden. Ze besloten om een archeologische melding te maken, want dit vroeg om versterking en expertise. Een team van archeologen werd naar het specifieke veld gestuurd waar de heren zo veel succes hadden… en samen haalden ze maar liefst 3000 munten naar boven!

Beide foto’s © May-Tove Smiseth, Innlandet fylkeskommune

Het zijn voornamelijk Engelse en Duitse munten uit het late Vikingtijdperk. Interessant genoeg is een deel van de munten geslagen in Denemarken en in Noorwegen zelf, tijdens de regeerperiode van Harald Hardrada (Sigurdsson). Deze koning had het succes van een nationaal muntsysteem meegemaakt in Byzantium en voerde dit na zijn terugkeer zelf ook in, zo rond het jaar 1045. Numismatist Svein Harald Gullbekk vermoedt dat de muntschat rond 1050 begraven is, waarmee de Noorse exemplaren nog vrij ‘jong’ waren voordat ze de grond in gingen. De (her)ontdekking vond bijna een millennium later plaats, namelijk op 10 april 2026. De vindplaats werd aanvankelijk geheimgehouden en vanwege het Noorse allemannsretten is dat natuurlijk niet verrassend. Afgelopen maandag is het grootste deel van de vondst naar het muntenkabinet van het Kulturhistorisk Museum in Oslo gebracht. Daar worden de munten nu verder onderzocht.

Er wordt nog steeds gegraven en er worden nog steeds munten gevonden. Daarmee worden nu de eerste 3000 munten aangeduid als de “Mørstad Hoard“, vernoemd naar de boerderij waar het veld bij hoort. Het begraven van rijkdom was in het Vikingtijdperk een algemeen gebruik. Je stopte je munten in een tasje, buidel of kistje (je ‘portemonnee’) en vervolgens verborg je het op een strategische plek die je geheimhield (je ‘bank’ of ‘kluis’). De grond deed dan het bewaarwerk voor jou. Dat zulke muntdeposities niet (meer) zijn opgegraven door de eigenaar, kon allerlei redenen hebben. Denk aan sterfte, oorlogen en gedwongen verhuizingen. En zo fungeert de bodem niet meer alleen als kluis, maar ook als tijdcapsule.

Gullbekk verwacht nog meer te vinden in het gebied en gehoopt wordt op sporen van menselijke activiteit, met name van nederzettingen. Het onderzoek zal de komende maanden doorgaan, want nu zijn de omstandigheden perfect om te graven. Indien er weer nieuws is, verschijnt het hier in het Nederlands. 😉

En daar gaat ook het laatste Vikingschip…

Niet weg, niet naar de overkant van de Noordzee, niet over woeste wateren om te handelen met onbekende volken… Nee, vandaag wordt het Tune-schip verplaatst naar het nieuwe Vikingtidsmuseet nabij Oslo.

Dit is het laatste Vikingschip dat met bloed, zweet en tranen naar de nieuwe tentoonstellingsruimte verplaatst moet worden. In november schreef ik al over de verhuizing van de Oseberg en de Gokstad (lees het artikel hier). De Tune spreekt misschien minder tot de verbeelding, omdat dit schip er niet zo indrukwekkend uitziet als zijn grotere broers. Het is ook minder gepreserveerd dan de andere twee; dat kun je meteen zien. Maar juist daarom is het ook het meest historisch authentieke schip uit de collectie!

De Tune is in 1867 opgegraven in Sarpsborg (Rolvsøy) in Østfold. Aan het begin van de 10e eeuw is het gebruikt als grafschip, het jaartal wordt geschat op 910. Het schip zelf is iets ouder dan dat en is waarschijnlijk van tevoren nog gebruikt op het water. Het is de laatste onderneming van het monsterproject om het nieuwe Vikingtidsmuseet te realiseren. De Tune legt een “pad” af van maar liefst 130 meter. De totale verhuizing duurt dan ook 3 dagen, waarvan vandaag de belangrijkste dag is. Ik ben deze keer wat meer betrokken dan ik bij de andere schepen was. Omdat het nu voorjaarsvakantie is, kan ik de live-updates volgen. Ook meekijken? Schakel over naar de sociale media van het museum via @vikingtidsmuseet.

Aan het einde van deze week mag het team zó trots zijn op deze prestaties! Dan staan de drie Vikingschepen klaar voor het grote publiek. 🙂

Film: De laatste Viking (2025)

Gisteren heb ik de gloednieuwe Deense film “Den sidste viking” (“De laatste Viking“) in de bioscoop gezien. Het verhaal is geheel fictief, met hoofdrollen voor Mads Mikkelsen, Nikolaj Lie Kaas en Sofie Gråbøl. Maar de laatste Viking bestaat wél als concept en wordt symbolisch verbeeld in Trondheim. In dit artikel leg ik uit wat de connectie is tussen de Deense film en het Noorse concept.

Eerst een woordje over de film. Het verhaal draait om de crimineel Anker die gearresteerd wordt voor een bankoverval. Terwijl hij een gevangenisstraf van 15 jaar uitzit, moet zijn broer Manfred het gestolen geld verstoppen. Na zijn vrijlating ontdekt Anker dat Manfred inmiddels een behoorlijk zware dissociatieve identiteitsstoornis heeft ontwikkeld. Omdat Manfred het ene moment denkt dat hij John Lennon is en het andere moment gelooft dat hij een Viking is, kan hij zich ook niet meer herinneren waar hij het geld verstopt heeft. Het verhaal is typisch en ook tamelijk bizar. Eigenlijk is de hele film gewelddadig, zielig en grappig tegelijk. Deense cinema ten voeten uit; ik vond het een leuke film.

Zentropa / Film i Väst / Vertigo Média (foto door Rolf Konow).

Maar de naam is niet zonder reden gekozen. Referenties aan het Vikingerfgoed moet je in Scandinavië serieus nemen, omdat daarmee vaak een concreet gevoel of concept bedoeld wordt. In mijn beleving is het Vikingtijdperk voor Denemarken net zo belangrijk als voor Zweden en Noorwegen. En zo komen we bij de Noorse stad Trondheim. Wie daar langs de oude vismarkt Ravnkloa wandelt, kan het bronzen beeld “Den siste viking” niet missen. Hoewel de naam anders doet vermoeden, herdenkt het beeld geen historische krijger uit de Vikingtijd. Nee, het is juist een modern symbolisch werk om de Noorse zeevaarttraditie te herdenken.

Het beeld werd in 1990 gemaakt door de Noorse beeldhouwer Nils Aas. Het stelt een visser voor, verwijzend naar de gevaarlijke oceaantochten die de Noorse vissers tot ver in de 20e eeuw maakten voor hun broodwinning. Dat concept (stoere zeevaarders die hun leven wagen op zee) sluit het aan bij het romantische beeld dat veel mensen vandaag van de Vikingen hebben. Op een bepaalde manier is Scandinavië daar ook trots op; want nog altijd worden er boeken, films, kunstwerken en theatervoorstellingen aan gewijd. De naam van het standbeeld benadrukt daarom ook een soort culturele continuïteit tussen de middeleeuwse Vikingen en de (vroeg)moderne Noorse vissers en kustbewoners. In de literatuur, zoals in de roman “Den siste Viking” van Johan Bojer, werd deze vergelijking overigens al veel eerder gemaakt (namelijk in 1929).

De Vikingtijd eindigde rond het midden van de 11e eeuw. Maar de herinnering aan dit tijdperk leeft voor altijd voort… en kunnen we regelmatig in de bioscoop bewonderen. 😉

Historisch correct?Geschikt en nuttig voor leerlingen?
Niet van toepassing.Geschikt, maar zonder educatieve waarde.

Weggevaagde dorpen en verplaatste kerken (en een boekbespreking)

Afgelopen zomer las ik “Go as a river” van Shelley Read. Een belangrijke gebeurtenis uit het boek is de evacuatie van een Amerikaans stadje, omdat de gemeente het gebied wil omvormen tot stuwmeer. Ik heb genoten van het verhaal en las het boek in drie avonden uit. Even later, in augustus, zag de wereld hoe de kerk van de Zweedse stad Kiruna verplaatst werd. Het was een monsteroperatie met soortgelijke achterliggende redenen; het boek kwam ineens overeen met de actuele werkelijkheid. Maar dat dorpen verdwijnen of verplaatsen, komt veel vaker voor in de geschiedenis. Hieronder schrijf ik wat meer over dit fenomeen.

Eerst even over de roman. Het verhaal volgt Victoria Nash, een 17-jarig meisje uit het dorp Iola (Colorado). Ze spendeert haar jeugd op een familieboerderij met een perzikboomgaard, waar ze als enige vrouw omringt wordt door beschadigde mannen. Haar vader is afstandelijk, haar oom is verminkt en verbitterd en haar broer is agressief. Victoria heeft alle huishoudelijke taken op zich genomen. Op een dag ontmoet ze een charmante vreemdeling. Zijn naam is Wil Moon en hij is een inheems-Amerikaanse jongen met een zwervend bestaan en een moeilijk verleden. Tussen hen ontstaat een intense, maar maatschappelijk ongewenste liefde. Hun relatie botst totaal met de bekrompen sfeer in Iola én met de verwachtingen van Victoria’s familie.

Dan komt Victoria plotseling in een nachtmerrie terecht. Ze kiest ervoor om de bergen in te vluchten, waar ze probeert te overleven in de wildernis. Dat lukt, maar het duurt lang voordat ze weer naar Iola kan terugkeren. Er volgt een flashforward in het verhaal en dan wordt de evacuatie van Iola het belangrijkste thema. De plannen om de nabijgelegen rivier af te dammen en een stuwmeer aan te leggen, dreigen Victoria’s boomgaard voorgoed onder water te zetten. Terwijl het water stijgt, moet Victoria bepalen wat ze gaat behouden… En wat ze gaat loslaten. Ze moet haar eigen pad blijven volgen, ook als alles verandert en wordt omgeleid. Daar komt ook de titel van het boek vandaan: “Gaan als een rivier”.

Iola (Colorado) vandaag. Foto door Craig Talbert (CCA 4.0).

Zoals ik al zei, heb ik genoten van het verhaal. Het is fictie, maar wel heel realistisch. Het dorp Iola is bijvoorbeeld gebaseerd op een echt plaatsje met dezelfde naam in Colorado, dat in de jaren ’60 daadwerkelijk is verdwenen onder een stuwmeer. Ook de thema’s (de impact van grote infrastructurele projecten op kleine gemeenschappen en de behandeling van inheemse bevolkingsgroepen) zijn historisch correct. Persoonlijk vind ik dat Read de onderwerpen met veel aandacht voor detail uitgewerkt heeft. Het hele verhaal had makkelijk waargebeurd kunnen zijn.

Daarover gesproken: we verleggen even de focus naar Kiruna, de stad in Noord-Zweden. Het lot van Kiruna is altijd nauw verbonden geweest met het reilen en zeilen van de grote plaatselijke ijzerertsmijn in beheer van Luossavaara-Kiirunavaara Aktiebolag (LKAB). Het bedrijf is eigendom van de Zweedse staat en een uiterst belangrijke werkgever in de regio. Zodanig zelfs, dat beslissingen van LKAB de regionale economie beïnvloeden.

De verplaatsing van de historische kerk van Kiruna afgelopen augustus was onderdeel van een doorlopend proces van verplaatsingen. Complete wijken zijn al op nieuwe locaties “herbouwd”, terwijl de uitbouw van de mijn steeds blijft leiden tot verzakkingen onder de stad. Onderzoek wees uit dat het oude centrum op de lange termijn niet meer veilig zou zijn voor bewoning en verkeer. Maar de mijnbouw stilleggen is geen optie; LKAB wordt economisch bezien als cruciaal beschouwd.

Daar gaat de kerk, op twee SPMT’s. Foto door Torbjørn S. (CCA 4.0).

Zodoende kozen de autoriteiten ervoor om het centrum enkele kilometers oostwaarts te verplaatsen, in plaats van de mijn te sluiten. Dit proces is dus al langer gaande. De verplaatsing van de kerk werd echter wereldnieuws, omdat het houten gebouw in één stuk werd overgeheveld naar een nieuwe locatie. En succesvol! Of je het nu eens bent met de activiteiten van LKAB of niet; niemand kan ontkennen dat dit bouwtechnisch ongelofelijk knap is.

Afijn, Kiruna wordt verplaatst. Maar Iola verdween met de jaren. En verdwijnen gebeurt vaker dan verplaatsen, want er zijn nog veel meer voorbeelden te noemen van weggevaagde stadjes. Amy schreef op haar Nederlandstalige website www.sommarmorgen.com een interessant artikel over Messaure; een verlaten dorp rondom een waterkrachtcentrale (klik hier voor het artikel). Het lag net als Kiruna in Zweeds Lapland. En zelf bekeek ik 11 jaar geleden de vergane glorie bij het mijndorpje Åmdals Verk in Noorwegen (klik hier voor het artikel).

Bron: Gemeente Moerdijk (via de website van de NOS).

Dit onderwerp werd onlangs ook relevant voor Nederland, toen er landelijk aangekondigd werd dat er plannen zijn om het Noord-Brabantse dorp Moerdijk op te offeren om het nabijgelegen industrie- en haventerrein uit te breiden. Gisteravond heeft de gemeenteraad ingestemd, maar de definitieve beslissing zal over anderhalve week gezamenlijk door het Rijk, de provincie Noord-Brabant en de gemeente Moerdijk genomen worden. Ik ben benieuwd.

Verplaatsing van eeuwenoude Vikingschepen

Momenteel wordt er in Oslo (de hoofdstad van Noorwegen) een nieuw onderkomen gebouwd voor de wereldberoemde Vikingschepen Oseberg, Gokstad en Tune.

Deze schepen waren tot 2021 te bewonderen in het Vikingskipshuset (Vikingschipmuseum), maar worden nu één voor één verhuisd naar het gloednieuwe Vikingtidsmuseet (Museum van het Vikingtijdperk) dat in 2027 haar deuren zal openen. De verhuizing van de schepen is een uiterst complexe operatie. Je kunt wel bedenken hoe moeilijk het is om de kwetsbare, zware houten schepen in te pakken, te vervoeren en vervolgens weer netjes neer te zetten. De monsterklus krijgt daarom volop aandacht in het nationale nieuws.

Op de kanalen van het museum (bijvoorbeeld op hun Instagramaccount, @vikingtidsmuseet) verschijnen regelmatig updates, maar ze hadden aangekondigd de verplaatsing van de Oseberg live te zullen uitzenden op 11 september 2025. Ik vind het leuk dat ze dit doen, want het is natuurlijk super interessant om te zien hoe dat in zijn werk gaat (en normaal krijgen bezoekers hier niets van te zien). Uiteraard was ik zelf ook benieuwd. Ik kon niet alles direct volgen omdat ik voor de klas stond, maar ik heb wel veel kunnen terugkijken op YouTube en via stories en reels.

Vanwege het succes van de eerste live-uitzending, heeft het museum onlangs ook de verplaatsing van het tweede schip, de Gokstad, met de wereld gedeeld. Wederom kon ik het niet live volgen, maar heb ik er wel veel van kunnen zien via Instagram. Deze operatie zou nóg moeilijker worden, omdat de Gokstad groter en zwaarder is dan de Oseberg. Ik heb zo met het team te doen! Als er iets één millimeter verkeerd wordt ingeschat, dan krijg je een totale ramp. Maar gelukkig ging alles goed. Wat een inspanning, echt ongelofelijk.

De Noorse premier Jonas Gahr Støre kwam ook kijken. Hij onderstreepte het belang van de Vikingschepen voor de Noorse identiteit. Het land draagt goede zorg voor haar cultuurhistorie, zei hij trots. Je kunt nooit spreken voor de gehele bevolking, maar ik weet van mijn eigen contacten in Noorwegen dat veel Noren inderdaad belang hechten aan dit deel van hun geschiedenis. Vandaar ook dat het Vikingtijdperk een gloednieuw museum in de hoofdstad krijgt.

Nu rest alleen nog de verhuizing van de Tune. Dit staat op de planning voor mei of juni volgend jaar, want eerst worden de stellages rond de Oseberg en Gokstad geplaatst en wordt er verder gebouwd aan het museum zelf. Spannend. Ik ben zo ontzettend benieuwd naar het eindresultaat. Ik weet zeker dat het wachten hierop dubbel en dwars beloond gaat worden in 2027!

Documentaire: The Gullspång Miracle (2024)

Vorige week zag ik op tv iets interessants voorbijkomen. Ik kijk zelden tv, maar bij dit programma bleef ik plakken vanwege de taal die ik hoorde. Het was een Scandinavische documentaire, dat was zeker, maar er werden zowel Zweedse als Noorse plaatsnamen genoemd. Ik had het begin gemist en besloot de hele aflevering terug te kijken via NPO Start. Het bleek een waanzinnig verhaal, treffend vastgelegd door regisseur Maria Fredriksson. Hieronder vertel ik er meer over, zonder het einde te verklappen.

Twee bejaarde Noorse zussen, Kari en May, besluiten min of meer noodgedwongen een appartement te kopen in het Zweedse plaatsje Gullspång. De bezichtiging krijgt een onverwachte wending wanneer de verkoper –een Noorse vrouw genaamd Olaug– een opvallende gelijkenis vertoont met hun overleden zus Astrid. Niet alleen qua uiterlijk, maar ook qua details, zoals haar geboortedatum en bijnaam. Maar Astrid zou in 1988 zelfmoord hebben gepleegd. Voor de strenggelovige zussen kan deze ontmoeting geen toeval zijn: ze noemen het een mirakel.

Deze ervaring zet iets in beweging. Langzaam komen vragen naar boven over hun familiegeschiedenis en over wat hen jarenlang verteld is (en wat juist verzwegen werd). In de documentaire worden oude verhalen opnieuw bekeken. Geloof, herinnering en familiebanden raken met elkaar verstrengeld. Maar er ontstaat ook onenigheid. Kari en May zijn aan de ene kant van een fjord opgegroeid, Olaug juist aan de andere kant daarvan. Zo dichtbij, maar toch ook mijlenver van elkaar verwijderd.

De trailer van de documentaire (2024)

Het verhaal krijgt vorm door gesprekken en voicemailberichten rechtstreeks te laten zien en horen. De kijker krijgt de puzzelstukjes één voor één aangereikt en het wordt steeds gekker. Eén van de puzzelstukjes relateert aan de experimenten die de nazi’s uitvoerden op tweelingen in de gebieden die ze tijdens de Tweede Wereldoorlog bezetten (zo ook Noorwegen). Een ander puzzelstukje heeft weer te maken met een dubieuze DNA-test.

Kortom, een krimi-drama waar je u tegen zegt. De documentaire heeft dan ook diverse prijzen gewonnen. Wie hem zelf ook nog gratis wil bekijken, kan tot 27 september terecht op NPO Start (klik hier). Daarna verdwijnt de docu achter een pay wall, dus wacht niet te lang!

Historisch correct?Geschikt en nuttig voor leerlingen?
Niet van toepassing.Minder geschikt voor geschiedenislessen, maar wel waardevol voor maatschappijleerlessen. Vooral leuk voor de bovenbouw.

De saga van Åse Stålekleiv

Toen ik slaagde voor het vwo, wilde ik graag een lange reis maken. De lange zomervakantie na de eindexamens leende zich daar immers goed voor. Terwijl mijn klasgenoten in groepjes naar Albufeira en Barcelona gingen, vertrok ik in mijn eentje naar Noorwegen. Nog even op avontuur voordat ik aan mijn studie zou beginnen.

Ik kwam terecht in het dorpje Dalen, een beetje in het midden van Noorwegen. Ik ging daar werken op een camping, dus het werd een ‘werkvakantie’. Mijn lieve collega Rosalin liet me alles in de omgeving zien. Op een middag klommen we naar Riarhamaren, een plek die ook wel Rui genoemd wordt (hoewel Riarhamaren en Rui twee verschillende bergtoppen zijn die dicht bij elkaar liggen). Het is een cultureel herkenningspunt op een berg net buiten Dalen, waar je een geweldig uitzicht over het Telemarkkanaal hebt. Er staat een trekkershut en onderweg kom je langs een waterval en een aantal spirituele plekken.

Op een informatiebordje las ik dat er ook een saga uit Riarhamaren komt. Het verhaal speelt zich deels af op de berg waar nu de trekkershut staat en deels in het nabijgelegen dorpje Eidsborg.

Rosalin wist niet precies waar het verhaal over ging en we zijn vergeten om het thuis op te zoeken. Dit was in 2014 en met de jaren was ik het hele avontuur alweer vergeten. Totdat ik laatst, ruim 10 jaar later dus, de foto van het informatiebordje weer tegenkwam. Met hernieuwde interesse ben ik nu wél in de saga gedoken. Ik heb het verhaal hieronder samengevat en begeleid met foto’s uit de oude doos. 🙂

De saga van Åse Stålekleiv, de koningin van Eidsborg

De rijke, intelligente vrouw Åse woonde op de boerderij “Stålekleiv” bij Eidsborg. Daar kwam dus ook haar naam vandaan. Haar zus woonde in Skafså aan de andere kant van de fjordvallei van Dalen. De zussen konden elkaar zien, over het dal. Ze waren allebei zeer koppig en maakten ruzie over de vruchtbare weilanden onder hen.

Åse had drie zoons, die bij haar woonden op de Stålekleiv-boerderij. Vanaf deze plek had je een schitterend uitzicht in (en over) de vallei. Iedereen wist dat de familie rijk was, omdat Åse het hele dorpje Eidsborg tot haar bezit kon rekenen. Net als een koningin. Terwijl anderen slechts een kleine waterbak nodig hadden om hun linnen in te wassen, haalde Åse ieder jaar zo’n grote oogst binnen, dat ze het hele meer van Eidsborg nodig had om al haar gewassen te kunnen cultiveren. Åse bewaarde haar stapels linnen in een grote opslaghut die haar zoons voor haar gebouwd hadden. Toen de jongens klein waren en voor het vee zorgden, hadden ze iedere avond een houten plank meegenomen naar de weide. Zo hadden ze stap voor stap de opslaghut gebouwd.

Destijds werd moed gewaardeerd als de grootste deugd en een sterk lijf als de grootste schat. Åse wilde dat haar zoons precies zo zouden opgroeien: sterk en onbevreesd. Op een dag besloot ze dat haar zoons haar konden helpen bij het verkrijgen van de vruchtbare gronden. Maar om dit te bereiken, begreep Åse dat een voedzaam dieet voor de jongens heel belangrijk was. Ze probeerde verschillende soorten voedsel uit op drie van haar jonge stieren. Eén stier kreeg gestremde melk. De tweede stier kreeg normale melk. De derde stier kreeg graan te eten. De stieren werden vernoemd naar het voedsel dat ze kregen. De stier “gestremde melk” en de stier “graan” werden allebei groot en sterk.

In de winter liet Åse de stieren een krachtmeting uitvoeren tegen elkaar. Ze moesten steenblokken uit de plaatselijke mijn trekken, helemaal van het dorp naar boven toe, door de heuvels en de bossen. De stier die gestremde melk gekregen had, gaf als eerste op. De steen werd ter plekke in de grond geslagen, als een monument dat aanduidde waar de stier gestopt was. De stier die normale melk had gekregen, hield het iets langer vol. Het was een wonder, gezien de bescheiden grootte van het dier. Wederom werd de steen ter plekke neergezet. De stier “graan” werd de winnaar. Ook op deze plek werd de steen tot monument gemaakt. Nu wist Åse welk voedsel ze aan haar zoons moest geven.

Aan het einde van het meer Bandak, op een zandbank waar de Tokke-river in de Bandak stroomt, vinden we het dorp Dalen. Zo was het toen Åse en haar zus Gullborg hier leefden en zo is het nog steeds. De zoons van beide zussen waren inmiddels volwassen mannen geworden. En de zoons van beide zussen waren enorm groot geworden, bijna alsof ze van de trollen afstamden.

Op een dag werd er besloten dat de ruzie over de vruchtbare weilanden in de vallei uitgevochten moest worden middels een zwaardgevecht tussen de zoons. Het gevecht zou plaatsvinden in het midden van de weide en de familie die het sterkste bleek, zou de weilanden in de vallei mogen hebben. Terwijl het gevecht losbarstte, keek Åse Stålekleiv toe vanaf haar paard op een bergtop die Riarhamaren genoemd werd. Ze zag hoe haar eigen zoons vermoord werden door hun eigen neven, één voor één, de zoons van haar eigen zus. Uiteindelijk lagen de zoons van Åse dood op de grond.

Åse Stålekleiv werd woedend. Ze kon niet leven met deze schaamte en dit verlies. Ze ging naar huis om haar bezittingen veilig te stellen. Ze heeft haar zilveren en gouden sleutels in het meer Mærdalstjønni nabij Lårdalsstigen geworpen. Daarna keerde ze op haar paard terug naar Riarhamaren, dravend, snel over de bergtop. Ze galoppeerde van de klif af, terwijl ze haar paard nog steeds bereed.

Zo luidt de legende dus. Ik heb niet kunnen ontdekken hoe oud het verhaal is, of hoe lang het al mondeling overgedragen wordt. Het is in ieder geval omstreeks 1820 op papier gezet door de priester Magnus B. Landstad.

Wat weten we vandaag zeker? Er is een ander document van Magnus Landstad, waarin staat “dat er drie grote stenen zijn langs de weg tussen Høydalsmo en Eidsborg”. En deze stenen “staan ongeveer 100 el van elkaar af” en komen bovendien uit de plaatselijke mijn. Uit dit gesteende worden al sinds de 8e eeuw wetstenen gewonnen. Kunnen dit de drie stenen zijn, die de stieren van Åse hebben laten vallen? In Dalen is ook een grafheuvel met de naam “Revahaug”. Hier zou één van de zoons van Åse Stålekleiv begraven liggen, maar de stoffelijke resten onder de heuvel zijn nooit onderzocht.

De gebouwen in de tuin van het Eidsborg Museum, met in het midden de opslaghut van Åse Stålekleiv.

Maar nog interessanter, is dat er zich op de plek van de opslaghut van Åse Stålekleiv een nieuwe boerderij met de naam “Lofthus” ontwikkelde. Historici denken dat de opslaghut gewoon hergebruikt werd. Sterker nog, er zijn aanwijzingen dat de oude hut van Åse zelfs verplaatst werd aan het begin van de 19e eeuw, zodat ook de moderne boerderij “Vindlaus” de hut nogmaals kon gebruiken. Dit gebouwtje is met zekerheid het oudste niet-kerkelijke houten gebouw van Noorwegen. De laatste onderzoeken dateren de opslaghut omstreeks het jaar 1170. En het mooiste? Deze opslaghut is vandaag nog steeds te zien in de tuin van het Eidsborg Museum!

Tekening van de opslaghut uit het regionale archief, omstreeks 1800.

Naast de deur is rond het jaar 1300 een runeninscriptie aangebracht. Op de tekening hierboven staat de inscriptie uitgeschreven in de onderste hoek rechts. Er staat: “Deze runen zijn gekrast door Vestein. Eer komt toe aan degene die deze runen gekrast heeft en aan degene die de runen interpreteert.”

En op de deur zelf zijn kruisjes aangebracht, die met teer zijn ingekleurd. Dit gebruik moest de mensen beschermen tegen bovennatuurlijke wezens die vooral rond jul (de Kerstperiode) vervelende streken uithaalden. Bezien vanuit de Noorse folklore, is het heel logisch om uitgerekend een opslaghut (met kleding en voedsel) op deze manier te beschermen. Om jul te vieren was er immers veel voedsel en drinken nodig.

Hoe meer ik over Åse Stålekleiv ontdek, hoe meer het verhaal me interesseert. Wat een prachtige combinatie van saga, archeologie, archiefonderzoek en geschiedenis!