Er staat weer een lezing op het programma! Dit keer kom ik op dinsdagavond 13 oktober in de Domtoren van Utrecht vertellen over de kopie van de Deense Jellingsteen die op het Domplein staat. Een Vikingsteen in Utrecht? Waarom dan? Nou, precies dat zal ik die avond uitleggen. 😉
Deze lezing hoort bij de jubileumviering “Van Puin tot Plein” die op het Domplein georganiseerd wordt. Dit jaar bestaat het plein 200 jaar, hoewel de geschiedenis van de gebouwen en ruïnes rondom de Utrechtse Dom teruggaat naar de Romeinse Tijd. En juist omdat die geschiedenis zo rijk is, worden er dit jaar extra veel evenementen en lezingen georganiseerd waarbij aandacht besteed wordt aan Utrecht, de Dom en het Domplein. Neem zeker even een kijkje op de website. Want of je nu meer van kunst, historie of poëzie houdt, er zit voor iedereen iets leuks bij. Het bezoeken van de Romeinse ruïne bij DomUnder of een ondergrondse tour door het middeleeuwse Paleis Lofen is ook mogelijk.
Tijdens mijn lezing leg ik uit wat de betekenis van de Jellingsteen is. Ook duiken we dieper in een stukje Vikinggeschiedenis van de 10e eeuw (hallo, Harald Blauwtand!) en leg ik de verrassende link tussen Utrecht en Denemarken bloot. Kortom, het wordt een avond vol interessante inzichten. Kaartjes kunnen hier besteld worden.
En dat was een middag die veel indruk op me maakte. We gingen hier al vroeg tijdens de reis aan land, maar omdat ik nog wat dingen wilde uitzoeken liet het artikel even op zich wachten. Het gaat hier om het dorpje Ny-Ålesund, dat op 79 graden noorderbreedte aan de Kongsfjord (Spitsbergen) ligt. Tegenwoordig wonen hier vooral wetenschappers en medewerkers van een mijnbedrijf, maar de nederzetting heeft nog altijd een knus, dorps karakter. En omdat we ons zo diep in het Hoge Noorden bevinden, zijn de alledaagse voorzieningen hier automatisch bijzonder.
Op weg naar de kustlijn zagen we enkele dwergvinvissen. Het was dus al feest voordat we met de zodiacs aan land gingen! De nederzetting tekent zich duidelijk af tegen de coulissen van het toendralandschap, want de industriële bebouwing is al van veraf te zien. Een constructie die letterlijk overal bovenuit steekt is de zeppelinmast die Roald Amundsen en Umberto Nobile gebruikt hebben tijdens hun poolexpedities. Daarover later meer.
Ny-Ålesund is sowieso een plek waar je letterlijk door de geschiedenis loopt, hoewel er “slechts” een eeuw aan bedrijvigheid heeft plaatsgevonden. De nederzetting werd namelijk in 1916 gesticht door de Kings Bay Kull Compani AS (KBKC); een Noors mijnbouwbedrijf uit Ålesund, op het vasteland van Noorwegen. De naam van het bedrijf laat zich makkelijk verklaren: Kings Bay is de Engelse term voor de Kongsfjord, kull betekent “steenkool” en compani betekent “bedrijf”. Het plan voor de KBKC kwam dus uit Ålesund in Noorwegen en Ny-Ålesund werd speciaal aangelegd als mijndorp op Spitsbergen om daar steenkool te kunnen winnen. In 1917 werd er onder leiding van oprichter en ijszeekapitein Peter S. Brandal begonnen met de aanleg van de mijn en de voorzieningen voor de mijnwerkers.
Voordat je aanmeert bij Ny-Ålesund, moet je de WiFi en Bluetooth van je elektronische apparaten uitschakelen. Daartoe is iedereen wettelijk verplicht, omdat hier zeer gevoelige meetapparatuur staat. Ze hebben het liefste dat je helemaal geen apparaten meeneemt. Ik moest ook ruim van tevoren een vergunning voor mijn diabetessensor aanvragen, want dat ding opereert standaard met Bluetooth maar zit vast in mijn lichaam. Beetje moeilijk om hem op de boot te laten liggen… Ook mag je alleen wandelen over de paden van de rode lijn. Overal daarbuiten is de natuur kwetsbaar of wordt er wetenschappelijk onderzoek uitgevoerd. Even opletten dus.
Het eerste wat je ziet als je aan land gaat is een afgeschreven locomotief. Ernaast liggen oude spoorrails. Een opmerkelijk aanzicht, maar eigenlijk logisch om hier tegen te komen. Want om de gewonnen steenkool naar de haven te vervoeren, werden er spoorlijntjes aangelegd. Ny-Ålesund kreeg daarmee de meest noordelijke spoorlijn ter wereld! Het dorpse karakter wordt bepaald door de houten gebouwen. Eenvoudig en sober ingericht, maar knus. De huizen in Ny-Ålesund werden speciaal gebouwd voor de mijnwerkers en hun gezinnen. Maar naast woningen waren er natuurlijk ook werkplaatsen, opslagruimtes en andere voorzieningen nodig voor de gemeenschap die op deze afgelegen plek ging wonen.
De mijnbouw bleef tot 1963 de belangrijkste economische bezigheid. Daarna kreeg Ny-Ålesund geleidelijk aan een nieuwe bestemming als centrum voor (internationaal) wetenschappelijk onderzoek. Je kunt er een gratis museum bezoeken, met enkele objecten en historische foto’s. Het is interessant om daarmee te beginnen, zodat je tijdlijn van het dorpje helder hebt voordat je de gebouwen bekijkt. En eerlijk gezegd was het ook fijn om even binnen te zijn, beschermd tegen de kou en de snijdende wind. Aan de randen van het dorp zijn de overblijfselen van de mijnactiviteiten inmiddels onderdeel geworden van het historische landschap. De installaties worden nu als erfgoed beschermd. Alle historische gebouwen worden daarentegen nog steeds gebruikt, maar meestal wel met een andere functie. Veel woonhuizen zijn bijvoorbeeld getransformeerd tot kantoren en onderzoeksruimten.
Vanaf de jaren ’30 wilde de Noorse regering Ny-Ålesund promoten onder toeristen. Het idee was dat het geld dat zij hier zouden uitgeven, de nederzetting direct ten goede zou komen. Ook zou het eenvoudiger worden om spullen vanuit Noorwegen mee te nemen. Want als er toch al een toeristisch schip heen zou gaan, maak je geen extra kosten. Om die reden opende in 1939 het charmante Nordpolhotellet (het “Noordpoolhotel”). Deze accommodatie paste goed bij de ontwikkelingen van de tijd, want de jaren ’30 vormden min of meer het hoogtepunt van het tijdperk van de poolexpedities (±1890-1950). In deze decennia werden vele wetenschappelijke ontdekkingstochten naar de Noordpool en Zuidpool uitgevoerd, mede mogelijk gemaakt door nieuwe technologieën zoals het luchtschip en het vliegtuig. Hier kwam ook een enorme internationale wedijver bij kijken, want net als in het koloniale tijdperk wilde ieder westers land de eerste, de snelste en de beste zijn. Het Nordpolhotellet is nog steeds een hotel, want je kunt er in principe overnachten. Maar je kunt geen kamer boeken, je moet je met een hele goede reden aanmelden bij de Gouverneur van Svalbard. 😉
Al struinende langs de gebouwtjes, kom je verschillende oude winkeltjes en faciliteiten zoals een schoolgebouw en een telegraafcentrale tegen. In het oog springt een blauw posthuisje, waar je de meest noordelijke postbus ter wereld vindt. En ja, die wordt echt gebruikt! Ik had mijn kaartjes al verstuurd vanuit Longyearbyen en die deden er slechts 8 dagen over om in Nederland bezorgd te worden. Dat hebben ze goed voor elkaar. 🙂
Het belangrijkste historische object van Ny-Ålesund is de luchtscheepsmast, een enorm metalen bouwwerk ten westen van de bebouwing. Deze constructie was van grote betekenis tijdens het tijdperk van de poolexpedities, want de mast werd gebruikt om luchtschepen aan de grond te bevestigen. In 1926 vertrok het luchtschip Norge vanuit Ny-Ålesund richting de Noordpool, als onderdeel van de expeditie van de Noorse Roald Amundsen, de Amerikaanse Lincoln Ellsworth en de Italiaanse Umberto Nobile. Op 11 mei vloog het luchtschip over de Noordpool om vervolgens door te vliegen naar Alaska. Daarmee was de expeditie een succes en werd Ny-Ålesund internationaal op de kaart gezet als uitvalsbasis voor poolonderzoek.
Het luchtschip Norge (1926).Crew van de Norge (1926). Zittend v.l.n.r. Amundsen, Ellsworth en Nobile.
Twee jaar later keerde Nobile terug naar Ny-Ålesund, deze keer met het Italiaanse luchtschip Italia. Ook deze expeditie had de Noordpool als bestemming. Op 23 mei vertrok hij met zijn bemanning en even later bereikte het luchtschip het poolpunt. Tijdens de terugtocht ging het echter mis: op 25 mei 1928 stortte de Italia neer op het pakijs ten noorden van Svalbard. Een deel van de crew kwam op het ijs terecht, terwijl andere bemanningsleden met het luchtschip in het ijskoude water verdwenen. Er werd direct een internationale reddingsactie op poten gezet, waaraan maar liefst 23 vliegtuigen en 20 schepen uit 7 verschillende landen deelnamen. Ook Roald Amundsen ging op zoek naar de vermiste expeditieleden. Concurrenten of niet, de poolreizigers waren ook altijd nog collega’s. Zijn vliegtuig verdween echter op 18 juni boven zee en daarmee verdween ook Roald Amundsen spoorloos. Hij was dus zelf gesneuveld terwijl hij Nobile probeerde te redden. Uiteindelijk werden de overlevenden van de Italia gevonden en met de Sovjet-ijsbreker Krassin opgehaald. Maar niet iedereen werd gevonden en Amundsen zou nooit meer terugkeren. Het was een internationaal drama en een enorme nationale schok voor Noorwegen en Italië.
Deze geschiedenis is de reden dat Roald Amundsen in Noorwegen, op Svalbard en vooral in Ny-Ålesund geëerd wordt als nationale held. De woning van de directeur van de KBKC werd na het drama omgedoopt tot “Amundsenvilla” omdat Amundsen er in 1925 en 1926 enkele weken had verbleven. Op 11 mei 1976, precies 50 jaar nadat de Norge aan de succesvolle poolreis begon, werd er in het centrum van Ny-Ålesund een bronzen buste van Amundsen onthuld. De (moderne) Noorse ontdekkingsreiziger Helge Ingstad leidde de ceremonie.
Terwijl onze gids vertelde over de Norge en de Italia, verscheen er plotseling een poolvos achter de mast. De eerste die onze groep met eigen ogen kon spotten. Een minuut later hoorden we gespetter achter ons en dook er een zadelrob op in het water van de baai. De natuur is hier echt ongelofelijk.
Na het bezoek aan de luchtscheepsmast was het alweer tijd om terug te keren naar het schip. Voor mij persoonlijk was dit een hoogtepunt van de reis. Amundsen kende ik al, maar in Ny-Ålesund kwam hij voor mij echt “tot leven”. Hier woonde en werkte hij, hier gebeurde het allemaal. En dat nog geen eeuw geleden. Het straatbeeld is zo interessant om te zien. Een oud houten mijnwerkershuis staat makkelijk naast een hypermodern glazen laboratorium. Met de komst van een satellietstation in de jaren ’60 groeide het wetenschappelijke belang van de nederzetting nog meer. En ook dat merk je ter plaatse, want je komt er vriendelijke onderzoekers tegen die niet te beroerd zijn om iets over hun poolexperimenten te vertellen. Zij houden zich onder andere bezig met het klimaat, de atmosfeer, de lokale geologie, de gletsjers, de oceanen en het polaire ecosysteem. Ontzettend interessant allemaal. Op de terugweg in de zodiac volgde de kers op de taart: we zagen een groep bultruggen in de verte. Eentje maakte een diepe duik en liet daarbij zijn staartvin zien. Dat heb ik niet op camera; dat beeld staat voor altijd op mijn netvlies gebrand. 😀
Bij deze excursie was er voor ieder wat wils: natuur, geschiedenis en een flinke dosis actie. Gretig als ik ben, pakte ik alles mee. 😉
Texas Bar is een bepaald gebouwtje, maar daarover later meer. Eerst iets over de omgeving. We zijn vandaag aan land gegaan in de Liefdefjord, in het noordwesten van Spitsbergen. Waarschijnlijk is de naam ontleend aan het 17e-eeuwse Nederlandse walvisvaardersschip Liefde, maar duidelijk bewijs hiervoor ontbreekt. Het landschap bestaat hier uit bergen, valleien, gletsjers en uitgestrekte stukken toendra. De omgeving ziet er op het eerste gezicht misschien kaal uit, maar als je even bukt of op je knieën gaat zitten, kun je toch veel interessante flora tegenkomen. Althans, in de periode tussen juni en september, want de zomer is overal op Svalbard de enige periode waarin vegetatie kan groeien en bloeien.
Maar bloeien doen ze, die poolbloemen! Duidelijk contrasterend in het mossige landschap, is bijvoorbeeld de stengelloze silene (Silene Acaulis). Om precies te zijn is dit een kussenvormige plant die dicht tegen de bodem groeit en kleine roze of paarse bloemen heeft. Prachtige felle kleuren! Ik heb mijn haar ooit in die magentakleur gehad, lol. Hier en daar zagen we ook nog de poolsilene (Silene Uralensis ssp. Arctica). Deze heeft hangende paarse bloemetjes die aan lampionnetjes doen denken. Ook groeit er overal harige rotsbreek (Micranthes Hieraciifolia); een klein plantje dat vaak tussen de rotsen groeit.
Om warm te blijven liepen we vervolgens omhoog, de heuvels in. De mooie uitzichten en bijbehorende fotosessies volgden elkaar op.
De wandeling voerde weer omlaag, richting de historische hut Texas Bar. Die naam is misleidend, want het was nooit een bar of iets dergelijks. Het gebouwtje is een “fangsthytte“, dus een schuilhut die gebruikt werd door pelsjagers. De hut werd in 1927 gebouwd door de Noorse jagers Hilmar Nøis en (diens oom) Martin Pettersen Nøis, waarvan die eerste uiteindelijk het meest bekend is geworden.
Hilmar Nøis werd in 1891 geboren op Andøya (Noord-Noorwegen) en in 1909 overwinterde hij voor het eerst op Svalbard. In de daaropvolgende decennia bleef hij “plakken” in het Noordpoolgebied, want hij voltooide maar liefst 38 overwinteringsseizoenen in het hoge noorden, waarvan 35 als pelsjager op Svalbard! Daarnaast werkte hij een seizoen in de mijnbouw en nam hij deel aan twee reddingsoperaties om andere mijnwerkers te helpen.
De jagersfamilie Nøis in 1912…Soortgelijke foto met gids Adam in 2026
De naam Texas Bar doet denken aan het Wilde Westen. En eigenlijk doet deze eenvoudige hut in dit barre landschap dat ook wel een beetje. Zeker als je naar binnen gaat en stuit op de collectie sterke drank die zich daar door de jaren heen heeft opgestapeld. Verder zag ik nog lucifers, kogels, oud papier, kaarsen en gereedschap op de planken liggen. Aan de muur hing een krant uit januari 1988, wat heerlijk!
Voor de jagers die op Spitsbergen of Svalbard opereerden, waren zulke hutten vooral praktisch. Ze konden er tijdens hun tochten in schuilen (voor ijsberen of sneeuwstormen) en overnachten. Uiteraard kon je er ook wat voorraden en hulpmiddelen opslaan. Verspreid over Svalbard stond in de vorige eeuw nog een aanzienlijk aantal van deze hutten, gebouwd door jagers uit diverse landen. Af en toe ontstond er ruzie over het eigendoms- of gebruiksrecht, maar over het algemeen vormden ze voor de jagers een betrouwbaar netwerk van schuilplaatsen en duidelijke bestemmingen van vaartochten, skitochten of wandeltochten. Reken maar dat die drank er aan het einde van zo’n tocht wel in ging…
Daarbij moet ik ook zeggen dat wij hier in de zomer kwamen. Dus wanneer de zon niet ondergaat, de toendra groen is en het landschap volstaat met bloemen. Voor de familie Nøis en andere overwinteraars was deze omgeving een heel andere wereld van maandenlange duisternis, eindeloze sneeuw en temperaturen ver onder het vriespunt. De jagers die hun brood verdienden op Svalbard zullen zich ongetwijfeld ook vermaakt hebben met spelletjes en hobbyisme, maar ze waagden zich niet aan onze laatste activiteit van de dag…
De beruchte polar plunge! Oftewel, een frisse (ijskoude) duik in het water van de Arctische Oceaan. Ik heb een paar keer meegedaan aan de Nieuwjaarsduik op het strand, maar dit was veel heftiger. Zoals de wind in Nederland meestal de grootste uitdaging vormt als je eenmaal nat bent, was dat hier niet anders. Het was zo koud dat het pijn deed, maar tegelijkertijd was het spannend en zelfs gezellig om te doen.
Ons bezoek aan Texas Bar zal me voor altijd bijblijven, want het was wederom een geweldig mooie en interessante dagtocht, op een belangrijke historische plek. 😀
We zijn nogmaals getrakteerd op een prehistorisch cadeautje, namelijk een excursie op de landtong Selmaneset, waar je gesteentelagen kunt bekijken uit de overgangsperiode van het Perm naar het Trias. Met het blote oog kun je fossielen spotten van meer dan 250 miljoen jaar oud!
Deze bestaan voornamelijk uit kleine mariene fossielen uit het Perm. In het oog springen meteen de ammonieten vanwege de typische krulvormen. Talrijker aanwezig zijn de koraalfossielen en schelpdieren, zoals mosselachtige soorten. Deze zijn minder herkenbaar dan ammonieten of haaientanden, maar er zijn op Selmaneset wel heel veel verschillende soorten te vinden.
Verder kun je botfragmenten van gewervelde dieren tegenkomen, zoals vissen, brachiopoden en andere kleine zeedieren. En geologen hebben hier zelfs koralen gevonden in nóg oudere kalksteenlagen, namelijk uit het Laat-Carboon en Vroeg-Perm. Deze zijn dan minstens 300 miljoen jaar oud!
Al deze fossielen bewijzen dat Selmaneset vroeger deel uitmaakte van een ondiepe zee. Maar vergeet daarbij niet dat Svalbard vandaag veel noordelijker ligt; dat legde ik al eerder uit in het artikel over dinosauruspootafdrukken op Spitsbergen.
Ik heb enorm genoten van deze excursie, omdat de fossielen het beste zichtbaar waren in een klif waar we met enige moeite doorheen klommen en klauterden. We stonden letterlijk tot onze knieën in de geschiedenis. Eenmaal op de terugweg naar het schip, doorkruisten we een stuk toendra waar we nog enkele Svalbardrendieren zagen grazen. De conclusie blijft elke keer dat dit een enorm indrukwekkend landschap is.
Bron: Forbes, C. L., Harland, W. B., & Hughes, N. F. (1958). Palaeontological evidence for the age of the Carboniferous and Permian rocks of central Vestspitsbergen. Geological Magazine, 95(6), 465–490.
Het is zomer, maar ik draag iedere dag mijn winterjas. Met laarzen, handschoenen en een muts. En in het Arctisch gebied is een bovenste laag waterproof ook nog wettelijk verplicht. Hoe ik me voorbereid op onze tochten aan land in Svalbard, laat ik je zien in een korte video, die nu op YouTube staat. GRWM! 😀
Zeker! En hun pootafdrukken bewijzen het. Momenteel vaar ik met een expeditieschip om Svalbard heen. We gaan elke dag aan land om te genieten van het landschap, de dieren, de geschiedenis en de cultuur van het Arctisch gebied. Vandaag landden we bij Boltodden, waar pootafdrukken van dinosauriërs liggen.
Boltodden ligt in Kvalvågen, aan de oostkust van Spitsbergen; één van de eilanden van Svalbard. Vandaag ligt het op 77° noorderbreedte, maar de paleobreedte is vastgesteld tussen de 63 en 66° noorderbreedte (oftewel: de ligging van deze plek tijdens het Vroege Krijt). Svalbard lag toen in zijn geheel aan de noordwestelijke rand van de Euraziatische Plaat. En ja, daar kwamen dus dinosauriërs voor.
Oercontinenten tegenover huidige situatie.Svalbard, met Boltodden groen omcirkeld.
In 1976 werden er twee pootafdrukken ontdekt. De wetenschappers concludeerden destijds dat de afdrukken bij middelgrote, theropode dinos hoorden vanwege de duidelijke klauw-achtige vormen. Theropode dinosauriërs zijn namelijk soorten die op twee achterpoten liepen, scherpe tanden en (vaak) grote klauwen hadden. Denk bijvoorbeeld aan de Tyrannosaurus Rex en de Velociraptor.
Nieuw onderzoek in 2012 en in 2014 weerlegde dat echter. Er werden moderne morfologische analyses uitgevoerd, waardoor we nu weten dat de afdrukken breed zijn (niet lang), stompe tenen en ronde middenvoetzolen hebben. Ook werden de conserveringskenmerken goed bestudeerd en zag men dat afdrukken van eventuele voorpoten afwezig waren. Als laatste werd er nog sedimentologisch onderzoek uitgevoerd; dus er werd achterhaald hoe en wanneer de verschillende gesteentelagen van het gebied zijn afgezet en ontstaan.
Met dit nieuwe bewijs werd vastgesteld dat de voetafdrukken afkomstig zijn van ornithopode dinosauriërs. Dat zijn soorten die planten aten, een snavelachtige bek en sterke kiezen hadden en meestal op twee poten liepen (hoewel sommige grotere soorten ook op vier poten konden lopen). Voorbeelden zijn de Iguanodon, de Hypsilophodon en de Parasaurolophus. Deze specifieke exemplaren op Svalbard komen van de Iguanodon.
De eerste tentoongestelde Iguanodon (1883). Foto uit het publieke domein.
De onderzoeksteams identificeerden bovendien minstens 34 nog niet eerder herkende afdrukken. Het aantal prehistorische pareltjes op Boltodden verschoof daarmee van 2 naar 36! Voor de wetenschap was dit erg belangrijk, omdat de ontdekking suggereert dat viervoetige ornithopoden in het noordelijke deel van Laurazië (het oercontinent waar het huidige Amerika, Europa en Azië vandaan komen) wijder verspreid waren dan fossiele vondsten doen vermoeden. Deze soorten konden zich ook veel beter aan hun omgeving aanpassen dan we voorheen dachten.
En dat wordt dan uitgerekend in het Noordpoolgebied ontdekt… Wat een bizarre toestand! Ik ben erg dankbaar dat ik mijn eigen handen in de pootafdrukken heb kunnen leggen. 🙂
Gisteren rondden we in 2vwo een lessenserie over de Noordse landen af. Het laatste “land” waar ik de leerlingen over vertelde, was Sápmi. Het is een land dat de kinderen niet kennen, omdat het geen natiestaat is. Het is het gebied waar de Sámi nu wonen. Vandaag bezocht ik het Wereldmuseum in Leiden, waar precies op dit moment een aantal kunstwerken van Britta Marakatt-Labba hangt. Dat wist ik niet, maar de timing van deze wisseltentoonstelling kon niet beter.
Sápmi (via de Decolonial Atlas)Traditioneel halfstenen huis van de Sámi.
Sápmi strekt zich uit over het noorden van Noorwegen, Zweden, Finland en Rusland. Het is de traditionele naam voor het oorspronkelijke leefgebied van de Sámi. Ze zijn de enige erkende inheemse bevolkingsgroep van Europa en wonen daar al duizenden jaren. Hun bestaan was lange tijd gebaseerd op jacht, visserij en rendierhouderij. Eventuele bijproducten hiervan werden verkocht aan de lokale bevolking. Vanaf de 19e eeuw werden de Sámi steeds meer onderdrukt door de regeringen van hun leefgebied. Hun taal en cultuur werd als ondergeschikt gezien en veel ervan dreigde voorgoed te verdwijnen. Sommige Sámi-talen zijn zelfs al uitgestorven. Maar de tijden zijn veranderd en de nationale overheden begrijpen inmiddels beter welke gevolgen hun kolonisatiebeleid heeft (gehad). Tegenwoordig wordt er actief gewerkt aan het behoud van hun culturele erfgoed, talen en traditionele levenswijze… maar nog altijd het meeste door de Sámi zelf.
Bijvoorbeeld door de bovengenoemde Britta Marakatt-Labba (1951); één van de bekendste Sami-kunstenaars. Ze groeide op in een Sami-familie van rendierhouders in Noord-Zweden en heeft in haar leven uitsluitend Zweeds onderwijs genoten, waarbij er weinig aandacht aan de geschiedenis van de Sámi werd besteed. Om die reden verwerkt zij in haar kunst wél de geschiedenis, cultuur en leefwereld van haar volk. Haar textielkunst en borduurwerk is internationaal bekend. Met naald en draad verbeeldt Britta kleine verhalen over het dagelijks leven, de relatie met de natuur, oude tradities en de politieke strijd van de Sámi. Schilderen met naald en draad, noemt ze dat.
Haar werk draagt direct bij aan cultuurbehoud. Door verhalen en ervaringen vast te leggen, geeft zij de Sámi-cultuur door aan toekomstige generaties. Het Nasjonalmuseet in Oslo (Noorwegen) heeft haar werk opgenomen in de nationale kunstcollectie. En vandaag stond ik dus in het Wereldmuseum in Leiden te kijken naar twee van haar borduurwerken, allebei even mooi en gedetailleerd.
Met fijne steken en kleine textielfragmentjes creëert Britta begrijpelijke voorstellingen van (onder andere) rendiermigraties, het dagelijks leven van Sámi-families, traditionele gebruiken/rituelen en (soms gruwelijke) gebeurtenissen uit de politieke strijd voor emancipatie. Van veraf lijken haar borduurwerken net schilderijen. Van dichtbij zie je steeds meer details en zo ontdek je langzaam uit hoeveel steken en stofjes één boompje of bergwand bestaat. Ontzettend knap gedaan, ik vind het echt mooi. Deze twee kunstwerken komen allebei uit 2011 en hebben geen titel. Aan de wand tegenover de werken, wordt een korte film over het leven en het werk van Britta vertoond. Het is de documentaire “Sylkvasse Sting” (“Messcherpe Steken”)van het Nasjonalmuseet. De video staat ook op YouTube:
De geschiedenis van de Sámi raakt mij over het algemeen en de borduurwerken van Britta Marakatt-Labba raken mij in het bijzonder. Waarom precies kan ik niet goed uitleggen, maar het gevoel heeft sowieso te maken met de leefwijze van de Sámi. Ik deel hun spirituele opvattingen over de natuur en ik vind dat hun praktische omgang daarmee een voorbeeld moet zijn voor anderen. Als iedereen op aarde filosofieën van balans en eerbied zou nastreven, zou het leven op aarde veel minder penibel zijn. De campagnes die de Sámi voeren gaan over de verbetering van hun eigen positie, natuurlijk, maar tegelijkertijd zijn hun standpunten urgent voor ons allemaal. Misschien is dat precies waarom hun verhaal nog lang niet is uitverteld.
…en wel naar het WK Voetbal. Het was overal op het nieuws, maar veel mensen dachten dat het nep was, of dat de foto met AI gemaakt was. Niets is minder waar: de spelers van het nationale team van Noorwegen zijn daadwerkelijk als Vikingen op de foto gezet.
De Schotse fotograaf David Yarrow had een visie en het Noorse team was niet te beroerd om het idee uit te voeren. Over sportief gesproken! Maar waar kwam het idee vandaan, wat is de reden erachter?
Daarvoor kijken we naar een eerdere fotoshoot. In 2023 fotografeerde Yarrow de Noorse superspeler Erling Haaland (die nu bij Manchester City speelt). De spits werd door Yarrow neergezet als eenzame Viking, trots uitkijkend over een fjord in zijn geboorteland. Het beeld sloeg aan omdat Haaland de rol ontzettend natuurlijk vervulde. Zijn uiterlijk helpt daarbij ook, want Haaland is lang, gespierd en blond. Hij voldoet simpelweg aan het standaardbeeld van een Viking. Yarrow was de shoot nooit vergeten en vertelde in een interview dat hij de Viking-fotosessie wilde herhalen met het hele team. En zo werd dit het uitgangspunt voor het nieuwe groepsportret van de nationale ploeg.
Een beetje bombarie is ook wel op z’n plaats, want Noorwegen heeft zich voor het eerst sinds 1998 weer voor een wereldkampioenschap geplaatst. Logisch dus dat ervoor gekozen werd om dit moment te verbinden aan een belangrijk onderdeel van de Noorse geschiedenis. Yarrow heeft zijn best gedaan om de groep evenwaardig te fotograferen; hij wilde benadrukken dat het Noorse team uit meer spelers bestaat dan alleen publieksfavoriet Erling Haaland en aanvoerder Martin Ødegaard. De Vikingsymboliek verwijst daarbij niet naar oorlog of verovering, maar naar avontuur en het ontdekken van onbekende bestemmingen, aldus Yarrow.
De Noorse koning kondigde twee weken geleden al de spelerslijst aan in een speciale video, die ook gerust indrukwekkend en cinematisch genoemd kan worden:
Oké dan, haha! De boodschap is duidelijk: na bijna drie decennia van afwezigheid, keert Noorwegen terug op het wereldvoetbaltoneel. Ik heb zelf weinig met voetbal, maar ik vind dit wel leuk om te zien en ik kan me voorstellen dat zulke video’s en foto’s de spanning doen stijgen. 😀
Minder dan drie weken geleden berichtte ik over de ontdekking van de Mørstad Hoard, de grootste Vikingmuntschat die ooit in Noorwegen gevonden is. Maar enkele dagen later las ik dat er in Denemarken in dezelfde periode ook iets moois opgeduikeld was. Vervolgens zag ik nog een ontdekking voorbijkomen op het Noorse nieuws. En ondertussen kwam er ook Vikingnieuws uit Zweden. Het ging sneller dan ik kon typen, ook omdat ik druk bezig was met de eindexamens. Maar het is allemaal zo interessant, dat ik besloten heb om de nieuwtjes te bundelen in dit artikel. Nooit gedacht dat ik dit ooit zou schrijven, maar ik presenteer u… het Vikingnieuwsbulletin van mei 2026.
Denemarken – 8 mei 2026
Op 22 april ontdekte een man tijdens een boswandeling in Rold (provincie Nordjylland) iets heel opmerkelijks. Tussen het struikgewas staken twee gouden (!) armbanden uit de grond. De man maakte een melding en archeologen haastten zich naar de vindplaats voor verder onderzoek. Ze vonden uiteindelijk nog vier armbanden, samen goed voor bijna 800 gram goud! De schat kreeg direct een naam, namelijk de “Rold Hoard“. Deze vondst is één van de grootste Viking-goudvondsten ooit in gevonden Denemarken… En dat terwijl goud als materiaal voor juwelen veel minder vaak voorkwam dan zilver. De sieraden stammen uit de regeerperiode van koning Harald Blauwtand, net als de recent ontdekte graven bij Lisbjerg waar ik al eerder over schreef. De armbanden kunnen als koninklijke geschenken aan bondgenoten of krijgers gegeven zijn. Een andere mogelijkheid is dat het goud bewust door een rijke eigenaar begraven is tijdens een onrustige periode of als offer aan de goden. Eén van de armbanden valt extra op door een uniek zigzagpatroon dat zelden bij Vikingkunst wordt gezien. Net als bij de Mørstad Hoard, werd de vindplaats een paar weken geheimgehouden voordat het nieuws naar buiten kwam. Binnenkort zullen de armbanden te zien zijn in het Aalborg Historiske Museum.
In de buurt van het Noorse dorp Brandbu (provincie Innlandet) trok de 6-jarige Henrik Refsnes Mørtvedt een Vikingzwaard uit de grond. Hij was met zijn klas op schooltrip bij de Rækstad-boerderij en de kinderen liepen over omgeploegde velden. Henrik zag een ijzeren knop uitsteken en trok vervolgens letterlijk een artefact uit de grond dat meer dan een millennium oud is. Het zwaard stamt vermoedelijk uit het vroege Vikingtijdperk, dus het einde van de 8e eeuw. Dat was in Scandinavië de Merovingische periode en daarover is minder bekend dan over het late Vikingtijdperk. Het type zwaard is een enegget (een enkelsnijdend zwaard, met één scherpe kant). Het onderzoek loopt nog en archeologen hopen met röntgenonderzoek en metaalanalyse te ontdekken hoe het zwaard gemaakt en gebruikt is. Wat een verhaal voor die kleine man! 😀
Het Historiska (Historisch Museum) in Stockholm heeft 3D-scans van de Vendel-helmen gemaakt en gepubliceerd op hun website. Deze beroemde helmen werden gevonden in bootgraven in Vendel, Valsgärde en Ultuna (provincie Uppland) en stammen uit de Vendeltijd (ca. 550-750). Het einde van deze periode vormde het begin van het Vikingtijdperk. De Vendeltijd wordt als een eigen periode gezien vanwege de uitgesproken krijgerscultuur en de rijk versierde wapens. Het museum heeft de helmen met fotogrammetrie tot in de kleinste details digitaal vastgelegd, inclusief de bronzen decoraties en brilvormige gezichtsbescherming. Via deze link kun je de modellen bekijken. Je kunt behoorlijk inzoomen en je kunt ze met je muis draaien en zelfs downloaden via platforms als Sketchfab. Het project maakt deel uit van een groter Europees project (met de naam “Twin It!“) om erfgoed te digitaliseren en toegankelijk te maken voor een wereldwijd publiek. Ik dacht meteen na over manieren om de scans te gebruiken voor de geschiedenislessen op school. Dit vind ik nog eens een geweldige inzet van moderne technologie! 🙂
Soms ga je op pad met de metaaldetector en vind je iets leuks, of iets waardevols. Meestal niet. Maar wat de Noorse detectoristen Vegard Sørlie (links op de foto) en Rune Sætre (rechts) onlangs aantroffen, is ongekend bijzonder.
Ze haalden in de buurt van Rena (zo’n 180 km ten noorden van Oslo) de ene zilveren munt na de andere naar boven, totdat ze er 19 bij elkaar gevonden hadden. Ze besloten om een archeologische melding te maken, want dit vroeg om versterking en expertise. Een team van archeologen werd naar het specifieke veld gestuurd waar de heren zo veel succes hadden… en samen haalden ze maar liefst 3000 munten naar boven!
Het zijn voornamelijk Engelse en Duitse munten uit het late Vikingtijdperk. Interessant genoeg is een deel van de munten geslagen in Denemarken en in Noorwegen zelf, tijdens de regeerperiode van Harald Hardrada (Sigurdsson). Deze koning had het succes van een nationaal muntsysteem meegemaakt in Byzantium en voerde dit na zijn terugkeer zelf ook in, zo rond het jaar 1045. Numismatist Svein Harald Gullbekk vermoedt dat de muntschat rond 1050 begraven is, waarmee de Noorse exemplaren nog vrij ‘jong’ waren voordat ze de grond in gingen. De (her)ontdekking vond bijna een millennium later plaats, namelijk op 10 april 2026. De vindplaats werd aanvankelijk geheimgehouden en vanwege het Noorse allemannsretten is dat natuurlijk niet verrassend. Afgelopen maandag is het grootste deel van de vondst naar het muntenkabinet van het Kulturhistorisk Museum in Oslo gebracht. Daar worden de munten nu verder onderzocht.
Er wordt nog steeds gegraven en er worden nog steeds munten gevonden. Daarmee worden nu de eerste 3000 munten aangeduid als de “Mørstad Hoard“, vernoemd naar de boerderij waar het veld bij hoort. Het begraven van rijkdom was in het Vikingtijdperk een algemeen gebruik. Je stopte je munten in een tasje, buidel of kistje (je ‘portemonnee’) en vervolgens verborg je het op een strategische plek die je geheimhield (je ‘bank’ of ‘kluis’). De grond deed dan het bewaarwerk voor jou. Dat zulke muntdeposities niet (meer) zijn opgegraven door de eigenaar, kon allerlei redenen hebben. Denk aan sterfte, oorlogen en gedwongen verhuizingen. En zo fungeert de bodem niet meer alleen als kluis, maar ook als tijdcapsule.
Gullbekk verwacht nog meer te vinden in het gebied en gehoopt wordt op sporen van menselijke activiteit, met name van nederzettingen. Het onderzoek zal de komende maanden doorgaan, want nu zijn de omstandigheden perfect om te graven. Indien er weer nieuws is, verschijnt het hier in het Nederlands. 😉