Ter voorbereiding van mijn lezing over de replica van de Jellingsteen op het Utrechtse Domplein, nam ik contact op met het team van Kongernes Jelling; het museum waar de échte Jellingstenen staan in de gelijknamige plaats in Denemarken. Dit museum is onderdeel van het Nationalmuseet in Kopenhagen en veel medewerkers zijn actief voor beide musea. Zo vertelden Simon Kjærgaard Hansen en Adam Bak me over een nieuwe tentoonstelling die in het voorjaar van 2027 opent.
Het museum is daarvoor op zoek naar verrassende anekdotes en persoonlijke verhalen die te maken hebben met de replica’s van de Grote Jellingsteen. De kopie in Utrecht is daar slechts één van, want er staan (in Denemarken zelf) ook afgietsels in Kopenhagen, Viborg en Varde en wereldwijd ook nog in Saint-Germain-en-Laye en Rouen (beide Frankrijk), Tokio (Japan), Londen (Engeland) en Yorba Linda (VS). Ja, het pronkstuk van Harald Blauwtand krijgt ruimschoots aandacht. 😉
“Twee wachtende personen op een bankje bij de Runensteen op het Domplein te Utrecht” door J.G. Menningh (jaren ’70), via het Utrechts Archief (CC BY 4.0).
Terug naar mijn oproep. Ik kom graag in contact met mensen die zo’n persoonlijk verhaal hebben over de kopie op het Utrechtse Domplein. Staat de steen op de achtergrond van uw trouwfoto’s? Ging u als kind zomers vaak een ijsje eten op het bankje bij de steen? Laat u vandaag uw hond uit op het plein? Het maakt niet uit hoe klein of hoe (schijnbaar) willekeurig de anekdote is; alle verhalen zijn welkom.
Bent u (of kent u) iemand met een verhaal over de Jellingsteen in Utrecht? Stuur mij dan een berichtje via het contactformulier op de website (links bij “contact”) of stuur een mail naar info@alomhistorisch.nl!
Wat doe je als je een tussenstop van slechts een paar uur in Kopenhagen moet overbruggen? De meeste mensen kruipen dan in bed om uit te rusten, maar kunst- en geschiedenisliefhebbers zoals ik stappen in de eerste de beste stoptrein van het vliegveld naar de stad. Alles eruit halen wat erin zit, is sowieso mijn credo. 😉
En zo bezocht ik vliegensvlug de Ny Carlsberg Glyptotek, een museum dat al enige tijd op mijn bucketlist stond vanwege een imposant achtergrondverhaal. De Glyptotek opende in 1897 zijn deuren dankzij Carl Jacobsen, de zoon van de oprichter van bierbrouwerij Carlsberg. Jacobsen was niet alleen geïnteresseerd in bier, maar ook gepassioneerd kunstverzamelaar. Zijn collectie begon zo’n enorme omvang aan te nemen, dat hij (in lijn met de tijdsgeest) besloot om al dat moois met het publiek te delen. Dat leverde Kopenhagen een museum op waar je met gemak een paar uur kunt spenderen, maar helaas had ik zelf maar een uurtje.
En dat was echt een straf, want het gebouw zelf is meteen al de moeite waard. Het ontwerp is van Vilhelm Dahlerup en werd later uitgebreid door Hack Kampmann. Absolute blikvanger is de wintertuin in het midden van het museum, waar een grote glazen koepel en vele tropische planten zorgen voor een ultieme Instagram-achtergrond. Maar daar mocht ik me niet door laten afleiden, want ik wilde alle zalen bewonderen. Alle objecten bekijken was bij voorbaat onmogelijk, want in de Glyptotek worden meer dan 10.000 kunstwerken en voorwerpen tentoongesteld, die samen maar liefst 6000 jaar aan geschiedenis omvatten. Je vindt er namelijk Egyptische mummies, Griekse en Romeinse archeologische vondsten en Deense en Franse schilder- en beeldhouwkunst uit de 19e en 20e eeuw. De wandelroute in het museum voert je dan ook langs veel uiteenlopende objecten: van gedetailleerde scarabeeën en keizersbeelden van anonieme kunstenaars, tot aan creaties van Auguste Rodin en Paul Gauguin, met bovendien veel (terechte) aandacht voor Deense schilders zoals Christoffer Wilhelm Eckersberg, Elisabeth Jerichau-Baumann, Wilhelm Marstrand, Christen Købke en Vilhelm Hammershøi.
Mijn bezoek was kort, maar krachtig en ik hoef waarschijnlijk niet te vermelden dat ik enorm heb genoten van al die verschillende werelden onder één dak. 🙂
Afgelopen dinsdagavond mocht ik een geïnteresseerd publiek vertellen over de replica van de Jellingsteen op het Domplein. Het bleek dat veel van de aanwezigen bijna dagelijks langs de enorme runensteen lopen, maar er eigenlijk niets vanaf wisten. Enorm leuk dus dat ik wat meer duiding kon bieden. Kijk, daar doen we het voor! 😉
En ik dagdroom ook nog even verder over de historische locatie… Zie die prachtige ruimte in de Domtoren! Ik moest het even filmen.
Het was een mooie avond. Veel dank aan de aanwezigen en aan de organisatie!
Er staat weer een lezing op het programma! Dit keer kom ik op dinsdagavond 13 oktober in de Domtoren van Utrecht vertellen over de kopie van de Deense Jellingsteen die op het Domplein staat. Een Vikingsteen in Utrecht? Waarom dan? Nou, precies dat zal ik die avond uitleggen. 😉
Deze lezing hoort bij de jubileumviering “Van Puin tot Plein” die op het Domplein georganiseerd wordt. Dit jaar bestaat het plein 200 jaar, hoewel de geschiedenis van de gebouwen en ruïnes rondom de Utrechtse Dom teruggaat naar de Romeinse Tijd. En juist omdat die geschiedenis zo rijk is, worden er dit jaar extra veel evenementen en lezingen georganiseerd waarbij aandacht besteed wordt aan Utrecht, de Dom en het Domplein. Neem zeker even een kijkje op de website. Want of je nu meer van kunst, historie of poëzie houdt, er zit voor iedereen iets leuks bij. Het bezoeken van de Romeinse ruïne bij DomUnder of een ondergrondse tour door het middeleeuwse Paleis Lofen is ook mogelijk.
Tijdens mijn lezing leg ik uit wat de betekenis van de Jellingsteen is. Ook duiken we dieper in een stukje Vikinggeschiedenis van de 10e eeuw (hallo, Harald Blauwtand!) en leg ik de verrassende link tussen Utrecht en Denemarken bloot. Kortom, het wordt een avond vol interessante inzichten. Kaartjes kunnen hier besteld worden.
En dat was een middag die veel indruk op me maakte. We gingen hier al vroeg tijdens de reis aan land, maar omdat ik nog wat dingen wilde uitzoeken liet het artikel even op zich wachten. Het gaat hier om het dorpje Ny-Ålesund, dat op 79 graden noorderbreedte aan de Kongsfjord (Spitsbergen) ligt. Tegenwoordig wonen hier vooral wetenschappers en medewerkers van een mijnbedrijf, maar de nederzetting heeft nog altijd een knus, dorps karakter. En omdat we ons zo diep in het Hoge Noorden bevinden, zijn de alledaagse voorzieningen hier automatisch bijzonder.
Op weg naar de kustlijn zagen we enkele dwergvinvissen. Het was dus al feest voordat we met de zodiacs aan land gingen! De nederzetting tekent zich duidelijk af tegen de coulissen van het toendralandschap, want de industriële bebouwing is al van veraf te zien. Een constructie die letterlijk overal bovenuit steekt is de zeppelinmast die Roald Amundsen en Umberto Nobile gebruikt hebben tijdens hun poolexpedities. Daarover later meer.
Ny-Ålesund is sowieso een plek waar je letterlijk door de geschiedenis loopt, hoewel er “slechts” een eeuw aan bedrijvigheid heeft plaatsgevonden. De nederzetting werd namelijk in 1916 gesticht door de Kings Bay Kull Compani AS (KBKC); een Noors mijnbouwbedrijf uit Ålesund, op het vasteland van Noorwegen. De naam van het bedrijf laat zich makkelijk verklaren: Kings Bay is de Engelse term voor de Kongsfjord, kull betekent “steenkool” en compani betekent “bedrijf”. Het plan voor de KBKC kwam dus uit Ålesund in Noorwegen en Ny-Ålesund werd speciaal aangelegd als mijndorp op Spitsbergen om daar steenkool te kunnen winnen. In 1917 werd er onder leiding van oprichter en ijszeekapitein Peter S. Brandal begonnen met de aanleg van de mijn en de voorzieningen voor de mijnwerkers.
Voordat je aanmeert bij Ny-Ålesund, moet je de WiFi en Bluetooth van je elektronische apparaten uitschakelen. Daartoe is iedereen wettelijk verplicht, omdat hier zeer gevoelige meetapparatuur staat. Ze hebben het liefste dat je helemaal geen apparaten meeneemt. Ik moest ook ruim van tevoren een vergunning voor mijn diabetessensor aanvragen, want dat ding opereert standaard met Bluetooth maar zit vast in mijn lichaam. Beetje moeilijk om hem op de boot te laten liggen… Ook mag je alleen wandelen over de paden van de rode lijn. Overal daarbuiten is de natuur kwetsbaar of wordt er wetenschappelijk onderzoek uitgevoerd. Even opletten dus.
Het eerste wat je ziet als je aan land gaat is een afgeschreven locomotief. Ernaast liggen oude spoorrails. Een opmerkelijk aanzicht, maar eigenlijk logisch om hier tegen te komen. Want om de gewonnen steenkool naar de haven te vervoeren, werden er spoorlijntjes aangelegd. Ny-Ålesund kreeg daarmee de meest noordelijke spoorlijn ter wereld! Het dorpse karakter wordt bepaald door de houten gebouwen. Eenvoudig en sober ingericht, maar knus. De huizen in Ny-Ålesund werden speciaal gebouwd voor de mijnwerkers en hun gezinnen. Maar naast woningen waren er natuurlijk ook werkplaatsen, opslagruimtes en andere voorzieningen nodig voor de gemeenschap die op deze afgelegen plek ging wonen.
De mijnbouw bleef tot 1963 de belangrijkste economische bezigheid. Daarna kreeg Ny-Ålesund geleidelijk aan een nieuwe bestemming als centrum voor (internationaal) wetenschappelijk onderzoek. Je kunt er een gratis museum bezoeken, met enkele objecten en historische foto’s. Het is interessant om daarmee te beginnen, zodat je tijdlijn van het dorpje helder hebt voordat je de gebouwen bekijkt. En eerlijk gezegd was het ook fijn om even binnen te zijn, beschermd tegen de kou en de snijdende wind. Aan de randen van het dorp zijn de overblijfselen van de mijnactiviteiten inmiddels onderdeel geworden van het historische landschap. De installaties worden nu als erfgoed beschermd. Alle historische gebouwen worden daarentegen nog steeds gebruikt, maar meestal wel met een andere functie. Veel woonhuizen zijn bijvoorbeeld getransformeerd tot kantoren en onderzoeksruimten.
Vanaf de jaren ’30 wilde de Noorse regering Ny-Ålesund promoten onder toeristen. Het idee was dat het geld dat zij hier zouden uitgeven, de nederzetting direct ten goede zou komen. Ook zou het eenvoudiger worden om spullen vanuit Noorwegen mee te nemen. Want als er toch al een toeristisch schip heen zou gaan, maak je geen extra kosten. Om die reden opende in 1939 het charmante Nordpolhotellet (het “Noordpoolhotel”). Deze accommodatie paste goed bij de ontwikkelingen van de tijd, want de jaren ’30 vormden min of meer het hoogtepunt van het tijdperk van de poolexpedities (±1890-1950). In deze decennia werden vele wetenschappelijke ontdekkingstochten naar de Noordpool en Zuidpool uitgevoerd, mede mogelijk gemaakt door nieuwe technologieën zoals het luchtschip en het vliegtuig. Hier kwam ook een enorme internationale wedijver bij kijken, want net als in het koloniale tijdperk wilde ieder westers land de eerste, de snelste en de beste zijn. Het Nordpolhotellet is nog steeds een hotel, want je kunt er in principe overnachten. Maar je kunt geen kamer boeken, je moet je met een hele goede reden aanmelden bij de Gouverneur van Svalbard. 😉
Al struinende langs de gebouwtjes, kom je verschillende oude winkeltjes en faciliteiten zoals een schoolgebouw en een telegraafcentrale tegen. In het oog springt een blauw posthuisje, waar je de meest noordelijke postbus ter wereld vindt. En ja, die wordt echt gebruikt! Ik had mijn kaartjes al verstuurd vanuit Longyearbyen en die deden er slechts 8 dagen over om in Nederland bezorgd te worden. Dat hebben ze goed voor elkaar. 🙂
Het belangrijkste historische object van Ny-Ålesund is de luchtscheepsmast, een enorm metalen bouwwerk ten westen van de bebouwing. Deze constructie was van grote betekenis tijdens het tijdperk van de poolexpedities, want de mast werd gebruikt om luchtschepen aan de grond te bevestigen. In 1926 vertrok het luchtschip Norge vanuit Ny-Ålesund richting de Noordpool, als onderdeel van de expeditie van de Noorse Roald Amundsen, de Amerikaanse Lincoln Ellsworth en de Italiaanse Umberto Nobile. Op 11 mei vloog het luchtschip over de Noordpool om vervolgens door te vliegen naar Alaska. Daarmee was de expeditie een succes en werd Ny-Ålesund internationaal op de kaart gezet als uitvalsbasis voor poolonderzoek.
Het luchtschip Norge (1926).Crew van de Norge (1926). Zittend v.l.n.r. Amundsen, Ellsworth en Nobile.
Twee jaar later keerde Nobile terug naar Ny-Ålesund, deze keer met het Italiaanse luchtschip Italia. Ook deze expeditie had de Noordpool als bestemming. Op 23 mei vertrok hij met zijn bemanning en even later bereikte het luchtschip het poolpunt. Tijdens de terugtocht ging het echter mis: op 25 mei 1928 stortte de Italia neer op het pakijs ten noorden van Svalbard. Een deel van de crew kwam op het ijs terecht, terwijl andere bemanningsleden met het luchtschip in het ijskoude water verdwenen. Er werd direct een internationale reddingsactie op poten gezet, waaraan maar liefst 23 vliegtuigen en 20 schepen uit 7 verschillende landen deelnamen. Ook Roald Amundsen ging op zoek naar de vermiste expeditieleden. Concurrenten of niet, de poolreizigers waren ook altijd nog collega’s. Zijn vliegtuig verdween echter op 18 juni boven zee en daarmee verdween ook Roald Amundsen spoorloos. Hij was dus zelf gesneuveld terwijl hij Nobile probeerde te redden. Uiteindelijk werden de overlevenden van de Italia gevonden en met de Sovjet-ijsbreker Krassin opgehaald. Maar niet iedereen werd gevonden en Amundsen zou nooit meer terugkeren. Het was een internationaal drama en een enorme nationale schok voor Noorwegen en Italië.
Deze geschiedenis is de reden dat Roald Amundsen in Noorwegen, op Svalbard en vooral in Ny-Ålesund geëerd wordt als nationale held. De woning van de directeur van de KBKC werd na het drama omgedoopt tot “Amundsenvilla” omdat Amundsen er in 1925 en 1926 enkele weken had verbleven. Op 11 mei 1976, precies 50 jaar nadat de Norge aan de succesvolle poolreis begon, werd er in het centrum van Ny-Ålesund een bronzen buste van Amundsen onthuld. De (moderne) Noorse ontdekkingsreiziger Helge Ingstad leidde de ceremonie.
Terwijl onze gids vertelde over de Norge en de Italia, verscheen er plotseling een poolvos achter de mast. De eerste die onze groep met eigen ogen kon spotten. Een minuut later hoorden we gespetter achter ons en dook er een zadelrob op in het water van de baai. De natuur is hier echt ongelofelijk.
Na het bezoek aan de luchtscheepsmast was het alweer tijd om terug te keren naar het schip. Voor mij persoonlijk was dit een hoogtepunt van de reis. Amundsen kende ik al, maar in Ny-Ålesund kwam hij voor mij echt “tot leven”. Hier woonde en werkte hij, hier gebeurde het allemaal. En dat nog geen eeuw geleden. Het straatbeeld is zo interessant om te zien. Een oud houten mijnwerkershuis staat makkelijk naast een hypermodern glazen laboratorium. Met de komst van een satellietstation in de jaren ’60 groeide het wetenschappelijke belang van de nederzetting nog meer. En ook dat merk je ter plaatse, want je komt er vriendelijke onderzoekers tegen die niet te beroerd zijn om iets over hun poolexperimenten te vertellen. Zij houden zich onder andere bezig met het klimaat, de atmosfeer, de lokale geologie, de gletsjers, de oceanen en het polaire ecosysteem. Ontzettend interessant allemaal. Op de terugweg in de zodiac volgde de kers op de taart: we zagen een groep bultruggen in de verte. Eentje maakte een diepe duik en liet daarbij zijn staartvin zien. Dat heb ik niet op camera; dat beeld staat voor altijd op mijn netvlies gebrand. 😀
Stel je voor dat je naar de markt gaat om brood en groenten te kopen. In plaats van een portemonnee neem je een slee of een karretje met geld mee. Dat klinkt als een grap, maar in Zweden was dit in de 17e en 18e eeuw bittere ernst. Daar betaalden mensen namelijk met enorme koperen platen die zo zwaar konden zijn dat je ze nauwelijks kon meenemen. Dit geld staat bekend als Zweeds plaatgeld en behoort tot de meest opvallende betaalmiddelen die ooit in omloop zijn geweest.
In de 17e eeuw was Zweden een echte Europese grootmacht. We spreken zelfs van het Zweedse Rijk; een periode die in Scandinavië bekend staat als de “Stormaktstiden” (“Grootmacht-tijd“; 1611-1721). Op het hoogtepunt werden er ook gebieden die tegenwoordig onder Finland, Estland, Letland, Duitsland, Rusland, Noorwegen en Denemarken vallen door de Zweedse regering bestuurd. Daarmee beheerste Zweden dus een zeer groot deel van de Oostzee(kust).
Zweden in de Stormaktstiden. Publiek domein.Stora Kopparberget in Falun. Publiek domein.
Zweden zelf beschikte over rijke koperaders, met de beroemde mijn in Falun (provincie Dalarna) als belangrijkste leverancier. Terwijl zilver schaars was, was koper juist in overvloed aanwezig. Dat bracht de Zweedse overheid op het idee om vooral koper te gebruiken voor het Zweedse muntgeld.
In die tijd vertegenwoordigde een munt (ongeveer) de waarde van het metaal waarvan hij gemaakt was. Omdat koper minder waard was dan zilver, moest een koperen munt veel groter en zwaarder zijn om dezelfde monetaire waarde te vertegenwoordigen. En waarom zou je dan nog de moeite nemen om er een mooi rond exemplaar met een voor- en achterkant van te maken? Een snellere oplossing was om een rechthoekige koperen plaat van officiële stempels te voorzien; in alle vier de hoeken en eentje in het midden. Het plaatgeld was geboren.
De eerste plaatmunten verschenen in 1644 onder koningin Christina. De grootste exemplaren hadden een waarde van 10 “daler silvermynt” (zilveren daalders) en wogen bijna 20 kilo! Daarmee zijn het de zwaarste circulatiemunten die ooit zijn uitgegeven. Later verschenen er ook kleinere waarden, zoals een halve, één, twee, vier en acht daler. Maar zelfs die waren nog veel zwaarder dan een gewone munt. Met een plaatmunt van 8 daler silvermynt (van circa 14 kg) kon je in de tweede helft van de 17e eeuw meerdere varkens kopen, maar lang niet iedereen woonde in de buurt van de markt. Bovendien is het Zweedse landschap niet overal vlak of makkelijk begaanbaar.
Dus hoewel het plaatgeld als officieel betaalmiddel gold, bleek het in de praktijk toch niet handig om de zware plakkaten mee te sjouwen… Of onopvallend te bewaren. En dat is precies de reden dat Zweden een belangrijke rol ging spelen in de ontwikkeling van Europees papiergeld. Omstreeks 1660 begon Stockholms Banco bankbiljetten uit te geven die ingewisseld konden worden voor het zware koper. Het betalingsverkeer werd daardoor uiteraard veel efficiënter en makkelijker. Iets wat maar weinig mensen beseffen, is dat Zweden tot de eerste landen ter wereld behoorde die papiergeld op grote schaal introduceerden onder het volk.
In de loop van de 18e eeuw fluctueerde de waarde van koper nogal. Simpel gezegd verminderde de waarde geleidelijk. Redenen genoeg voor de Zweedse overheid om het plaatgeld in 1776 officieel uit de circulatie te halen. De platen koper werden nog iets langer gefabriceerd, te gebruiken als ballast voor schepen of voor gereedschappen. Maar de plaatmunten met stempels werden alleen nog als curiosa verhandeld.
Vandaag de dag is dit malle geld een zeer gewild verzamelobject binnen de numismatiek. Ik heb de plaatmunten op twee plekken met eigen ogen bewonderd: in het muntenkabinet van het Kasteel van Turku en in het Ostrobotnisch Museum in Vaasa. Twee plaatsen in Finland dus. In het laatstgenoemde museum leerde ik dat plaatgeld in West- en Zuidwest-Finland relatief vaak als muntschat gevonden wordt. Blijkbaar was het voor de Zweedstalige Finnen een manier om hun rijkdom op te slaan. Het Rijksmuseum in Amsterdam zou ook een exemplaar moeten hebben (volgens de website), maar of deze tentoongesteld wordt, weet ik niet.
Als je een plaatmunt ziet en bedenkt hoe zwaar ze zijn, is het moeilijk voor te stellen dat mensen er ooit hun dagelijkse boodschappen mee betaalden. Wel heel interessant en indrukwekkend om te zien! 😀
Gisteren rondden we in 2vwo een lessenserie over de Noordse landen af. Het laatste “land” waar ik de leerlingen over vertelde, was Sápmi. Het is een land dat de kinderen niet kennen, omdat het geen natiestaat is. Het is het gebied waar de Sámi nu wonen. Vandaag bezocht ik het Wereldmuseum in Leiden, waar precies op dit moment een aantal kunstwerken van Britta Marakatt-Labba hangt. Dat wist ik niet, maar de timing van deze wisseltentoonstelling kon niet beter.
Sápmi (via de Decolonial Atlas)Traditioneel halfstenen huis van de Sámi.
Sápmi strekt zich uit over het noorden van Noorwegen, Zweden, Finland en Rusland. Het is de traditionele naam voor het oorspronkelijke leefgebied van de Sámi. Ze zijn de enige erkende inheemse bevolkingsgroep van Europa en wonen daar al duizenden jaren. Hun bestaan was lange tijd gebaseerd op jacht, visserij en rendierhouderij. Eventuele bijproducten hiervan werden verkocht aan de lokale bevolking. Vanaf de 19e eeuw werden de Sámi steeds meer onderdrukt door de regeringen van hun leefgebied. Hun taal en cultuur werd als ondergeschikt gezien en veel ervan dreigde voorgoed te verdwijnen. Sommige Sámi-talen zijn zelfs al uitgestorven. Maar de tijden zijn veranderd en de nationale overheden begrijpen inmiddels beter welke gevolgen hun kolonisatiebeleid heeft (gehad). Tegenwoordig wordt er actief gewerkt aan het behoud van hun culturele erfgoed, talen en traditionele levenswijze… maar nog altijd het meeste door de Sámi zelf.
Bijvoorbeeld door de bovengenoemde Britta Marakatt-Labba (1951); één van de bekendste Sami-kunstenaars. Ze groeide op in een Sami-familie van rendierhouders in Noord-Zweden en heeft in haar leven uitsluitend Zweeds onderwijs genoten, waarbij er weinig aandacht aan de geschiedenis van de Sámi werd besteed. Om die reden verwerkt zij in haar kunst wél de geschiedenis, cultuur en leefwereld van haar volk. Haar textielkunst en borduurwerk is internationaal bekend. Met naald en draad verbeeldt Britta kleine verhalen over het dagelijks leven, de relatie met de natuur, oude tradities en de politieke strijd van de Sámi. Schilderen met naald en draad, noemt ze dat.
Haar werk draagt direct bij aan cultuurbehoud. Door verhalen en ervaringen vast te leggen, geeft zij de Sámi-cultuur door aan toekomstige generaties. Het Nasjonalmuseet in Oslo (Noorwegen) heeft haar werk opgenomen in de nationale kunstcollectie. En vandaag stond ik dus in het Wereldmuseum in Leiden te kijken naar twee van haar borduurwerken, allebei even mooi en gedetailleerd.
Met fijne steken en kleine textielfragmentjes creëert Britta begrijpelijke voorstellingen van (onder andere) rendiermigraties, het dagelijks leven van Sámi-families, traditionele gebruiken/rituelen en (soms gruwelijke) gebeurtenissen uit de politieke strijd voor emancipatie. Van veraf lijken haar borduurwerken net schilderijen. Van dichtbij zie je steeds meer details en zo ontdek je langzaam uit hoeveel steken en stofjes één boompje of bergwand bestaat. Ontzettend knap gedaan, ik vind het echt mooi. Deze twee kunstwerken komen allebei uit 2011 en hebben geen titel. Aan de wand tegenover de werken, wordt een korte film over het leven en het werk van Britta vertoond. Het is de documentaire “Sylkvasse Sting” (“Messcherpe Steken”)van het Nasjonalmuseet. De video staat ook op YouTube:
De geschiedenis van de Sámi raakt mij over het algemeen en de borduurwerken van Britta Marakatt-Labba raken mij in het bijzonder. Waarom precies kan ik niet goed uitleggen, maar het gevoel heeft sowieso te maken met de leefwijze van de Sámi. Ik deel hun spirituele opvattingen over de natuur en ik vind dat hun praktische omgang daarmee een voorbeeld moet zijn voor anderen. Als iedereen op aarde filosofieën van balans en eerbied zou nastreven, zou het leven op aarde veel minder penibel zijn. De campagnes die de Sámi voeren gaan over de verbetering van hun eigen positie, natuurlijk, maar tegelijkertijd zijn hun standpunten urgent voor ons allemaal. Misschien is dat precies waarom hun verhaal nog lang niet is uitverteld.
…en wel naar het WK Voetbal. Het was overal op het nieuws, maar veel mensen dachten dat het nep was, of dat de foto met AI gemaakt was. Niets is minder waar: de spelers van het nationale team van Noorwegen zijn daadwerkelijk als Vikingen op de foto gezet.
De Schotse fotograaf David Yarrow had een visie en het Noorse team was niet te beroerd om het idee uit te voeren. Over sportief gesproken! Maar waar kwam het idee vandaan, wat is de reden erachter?
Daarvoor kijken we naar een eerdere fotoshoot. In 2023 fotografeerde Yarrow de Noorse superspeler Erling Haaland (die nu bij Manchester City speelt). De spits werd door Yarrow neergezet als eenzame Viking, trots uitkijkend over een fjord in zijn geboorteland. Het beeld sloeg aan omdat Haaland de rol ontzettend natuurlijk vervulde. Zijn uiterlijk helpt daarbij ook, want Haaland is lang, gespierd en blond. Hij voldoet simpelweg aan het standaardbeeld van een Viking. Yarrow was de shoot nooit vergeten en vertelde in een interview dat hij de Viking-fotosessie wilde herhalen met het hele team. En zo werd dit het uitgangspunt voor het nieuwe groepsportret van de nationale ploeg.
Een beetje bombarie is ook wel op z’n plaats, want Noorwegen heeft zich voor het eerst sinds 1998 weer voor een wereldkampioenschap geplaatst. Logisch dus dat ervoor gekozen werd om dit moment te verbinden aan een belangrijk onderdeel van de Noorse geschiedenis. Yarrow heeft zijn best gedaan om de groep evenwaardig te fotograferen; hij wilde benadrukken dat het Noorse team uit meer spelers bestaat dan alleen publieksfavoriet Erling Haaland en aanvoerder Martin Ødegaard. De Vikingsymboliek verwijst daarbij niet naar oorlog of verovering, maar naar avontuur en het ontdekken van onbekende bestemmingen, aldus Yarrow.
De Noorse koning kondigde twee weken geleden al de spelerslijst aan in een speciale video, die ook gerust indrukwekkend en cinematisch genoemd kan worden:
Oké dan, haha! De boodschap is duidelijk: na bijna drie decennia van afwezigheid, keert Noorwegen terug op het wereldvoetbaltoneel. Ik heb zelf weinig met voetbal, maar ik vind dit wel leuk om te zien en ik kan me voorstellen dat zulke video’s en foto’s de spanning doen stijgen. 😀
Dit evenement is ieder jaar ZÓ LEUK! Wie het Nerdland Festival op de sociale media volgt, weet wat ik bedoel. Het is een meerdaags wetenschapsfestival waar oneindig veel te ontdekken valt. Er zijn shows, lezingen, experiences, spelletjes (van raadsels op papier tot aan retro arcade games), robots, scheikundige proefjes, droneshows, bakken vol met LEGO, telescopen, archeologische uitdagingen, gladiatorengevechten, insectenboerderijen en geluidsexperimenten. Bezoekers kiezen zelf wat ze meepakken. Niets moet, alles mag. Dat maakt de sfeer ontzettend ontspannen en gemoedelijk.
Ik heb zelf niet veel foto’s gemaakt, maar toch genoeg voor een sfeerimpressie. Bij de Brick Factory van Bricks & More Geel was ik op zoek naar een Vikingfiguur van LEGO. Die hadden ze niet, maar ik werd meteen enthousiast door de kinderen nagebouwd als legopoppetje. Hoe lief?! 🙂 De verschillende sectoren op het terrein zagen er weer prachtig uit. Ik kon de laatste show van de zondag gelukkig nog nét meemaken. Met Erik Van Looy als presentator, streden Alex Agnew, Hetty Helsmoortel en Felix Heremans om de titel Slimste Nerd ter Wereld. Het was de Nerdland-variant van De Slimste Mens en het was een mooie mix van serieuze, leerzame vragen en totale ongein. We hebben gelachen en ik heb persoonlijk veel geleerd over ruimtevaart en het Belgische wegennetwerk. Tja, de ene categorie was bruikbaarder dan de andere. 😉
Nieuw dit jaar was de sector Adventure Land, waar ook een nieuw podium was opgebouwd: The Temple. Hier gaf ik mijn focus talk over de Vikinggeschiedenis. We speelden een quiz om te checken wat wetenschappelijk bewezen is over de Vikingen… en wat niet. De vraag of de Noormannen nu echt helmen met horens droegen of niet, was natuurlijk een inkoppertje. 😉
Aan het begin van de lezing vroeg ik het publiek om de ogen te sluiten, terwijl ik zelf nog backstage stond. Gelukkig heeft iemand gefilmd hoe dat ging… En wouw! Wat leuk dat iedereen meedeed! Kijk zelf maar in de snippet hieronder, die ik heb gekopieerd uit een Instagramreel van @nerdlandbe:
Net zoals Hetty en Lieven zelf al zeiden: een DIKKE MERCI aan iedereen! Dank aan het publiek, dank aan de crew en dank aan iedereen die er was. Tot volgend jaar! 😉
Minder dan drie weken geleden berichtte ik over de ontdekking van de Mørstad Hoard, de grootste Vikingmuntschat die ooit in Noorwegen gevonden is. Maar enkele dagen later las ik dat er in Denemarken in dezelfde periode ook iets moois opgeduikeld was. Vervolgens zag ik nóg een ontdekking voorbijkomen uit Noorwegen. En ondertussen kwam er ook nieuws uit Zweden. Het ging sneller dan ik kon typen, ook omdat ik druk bezig was met de eindexamens. Maar het is allemaal zo interessant, dat ik besloten heb om de nieuwtjes te bundelen in dit artikel. Nooit gedacht dat ik dit ooit zou schrijven, maar ik presenteer u… het Vikingnieuwsbulletin van mei 2026.
Denemarken – 8 mei 2026
Op 22 april ontdekte een man tijdens een boswandeling in Rold (provincie Nordjylland) iets heel opmerkelijks. Tussen het struikgewas staken twee gouden (!) armbanden uit de grond. De man maakte een melding en archeologen haastten zich naar de vindplaats voor verder onderzoek. Ze vonden uiteindelijk nog vier armbanden, samen goed voor bijna 800 gram goud! De schat kreeg direct een naam, namelijk de “Rold Hoard“. Deze vondst is één van de grootste Viking-goudvondsten ooit in gevonden Denemarken… En dat terwijl goud als materiaal voor juwelen veel minder vaak voorkwam dan zilver. De sieraden stammen uit de regeerperiode van koning Harald Blauwtand, net als de recent ontdekte graven bij Lisbjerg waar ik al eerder over schreef. De armbanden kunnen als koninklijke geschenken aan bondgenoten of krijgers gegeven zijn. Een andere mogelijkheid is dat het goud bewust door een rijke eigenaar begraven is tijdens een onrustige periode of als offer aan de goden. Eén van de armbanden valt extra op door een uniek zigzagpatroon dat zelden bij Vikingkunst wordt gezien. Net als bij de Mørstad Hoard, werd de vindplaats een paar weken geheimgehouden voordat het nieuws naar buiten kwam. Binnenkort zullen de armbanden te zien zijn in het Aalborg Historiske Museum.
In de buurt van het Noorse dorp Brandbu (provincie Innlandet) trok de 6-jarige Henrik Refsnes Mørtvedt een Vikingzwaard uit de grond. Hij was met zijn klas op schooltrip bij de Rækstad-boerderij en de kinderen liepen over omgeploegde velden. Henrik zag een ijzeren knop uitsteken en trok vervolgens letterlijk een artefact uit de grond dat meer dan een millennium oud is. Het zwaard stamt vermoedelijk uit het vroege Vikingtijdperk, dus het einde van de 8e eeuw. Dat was in Scandinavië de Merovingische periode en daarover is minder bekend dan over het late Vikingtijdperk. Het type zwaard is een enegget (een enkelsnijdend zwaard, met één scherpe kant). Het onderzoek loopt nog en archeologen hopen met röntgenonderzoek en metaalanalyse te ontdekken hoe het zwaard gemaakt en gebruikt is. Wat een verhaal voor die kleine man! 😀
Het Historiska (Historisch Museum) in Stockholm heeft 3D-scans van de Vendel-helmen gemaakt en gepubliceerd op hun website. Deze beroemde helmen werden gevonden in bootgraven in Vendel, Valsgärde en Ultuna (provincie Uppland) en stammen uit de Vendeltijd (ca. 550-750). Let op: deze periode ging dus vooraf aan de Vikingtijd en moet als een afzonderlijke historische periode worden beschouwd. Historici zeggen vaak dat het einde van de Vendeltijd ongeveer het begin vormt van het Vikingtijdperk; geplaatst zo rond het jaar 750 na Christus. De Vendeltijd wordt vooral als een eigen periode gezien vanwege de uitgesproken krijgerscultuur en de rijk versierde wapens. Toch is de Vendeltijd ook interessant in de context van de Vikingen omdat er duidelijke continuïteiten zichtbaar zijn in die krijgerscultuur. En ook de grafrituelen, kunst en materiële cultuur hebben veel parallellen.
Het museum heeft de helmen met fotogrammetrie tot in de kleinste details digitaal vastgelegd, inclusief de bronzen decoraties en brilvormige gezichtsbescherming. Via deze link kun je de modellen bekijken. Je kunt inzoomen en je kunt ze met je muis draaien en zelfs downloaden via platforms als Sketchfab. Het project maakt deel uit van een groter Europees project (met de naam “Twin It!“) om erfgoed te digitaliseren en toegankelijk te maken voor een wereldwijd publiek. Ik dacht meteen na over manieren om de scans te gebruiken voor geschiedenisles op school. Dit vind ik nog eens een geweldige inzet van moderne technologie! 🙂