Verplaatsing van eeuwenoude Vikingschepen

Momenteel wordt er in Oslo (de hoofdstad van Noorwegen) een nieuw onderkomen gebouwd voor de wereldberoemde Vikingschepen Oseberg, Gokstad en Tune.

Deze schepen waren tot 2021 te bewonderen in het Vikingskipshuset (Vikingschipmuseum), maar worden nu één voor één verhuisd naar het gloednieuwe Vikingtidsmuseet (Museum van het Vikingtijdperk) dat in 2027 haar deuren zal openen. De verhuizing van de schepen is een uiterst complexe operatie. Je kunt wel bedenken hoe moeilijk het is om de kwetsbare, zware houten schepen in te pakken, te vervoeren en vervolgens weer netjes neer te zetten. De monsterklus krijgt daarom volop aandacht in het nationale nieuws.

Op de kanalen van het museum (bijvoorbeeld op hun Instagramaccount, @vikingtidsmuseet) verschijnen regelmatig updates, maar ze hadden aangekondigd de verplaatsing van de Oseberg live te zullen uitzenden op 11 september 2025. Ik vind het leuk dat ze dit doen, want het is natuurlijk super interessant om te zien hoe dat in zijn werk gaat (en normaal krijgen bezoekers hier niets van te zien). Uiteraard was ik zelf ook benieuwd. Ik kon niet alles direct volgen omdat ik voor de klas stond, maar ik heb wel veel kunnen terugkijken op YouTube en via stories en reels.

Vanwege het succes van de eerste live-uitzending, heeft het museum onlangs ook de verplaatsing van het tweede schip, de Gokstad, met de wereld gedeeld. Wederom kon ik het niet live volgen, maar heb ik er wel veel van kunnen zien via Instagram. Deze operatie zou nóg moeilijker worden, omdat de Gokstad groter en zwaarder is dan de Oseberg. Ik heb zo met het team te doen! Als er iets één millimeter verkeerd wordt ingeschat, dan krijg je een totale ramp. Maar gelukkig ging alles goed. Wat een inspanning, echt ongelofelijk.

De Noorse premier Jonas Gahr Støre kwam ook kijken. Hij onderstreepte het belang van de Vikingschepen voor de Noorse identiteit. Het land draagt goede zorg voor haar cultuurhistorie, zei hij trots. Je kunt nooit spreken voor de gehele bevolking, maar ik weet van mijn eigen contacten in Noorwegen dat veel Noren inderdaad belang hechten aan dit deel van hun geschiedenis. Vandaar ook dat het Vikingtijdperk een gloednieuw museum in de hoofdstad krijgt.

Nu rest alleen nog de verhuizing van de Tune. Dit staat op de planning voor mei of juni volgend jaar, want eerst worden de stellages rond de Oseberg en Gokstad geplaatst en wordt er verder gebouwd aan het museum zelf. Spannend. Ik ben zo ontzettend benieuwd naar het eindresultaat. Ik weet zeker dat het wachten hierop dubbel en dwars beloond gaat worden in 2027!

Documentaire: The Gullspång Miracle (2024)

Vorige week zag ik op tv iets interessants voorbijkomen. Ik kijk zelden tv, maar bij dit programma bleef ik plakken vanwege de taal die ik hoorde. Het was een Scandinavische documentaire, dat was zeker, maar er werden zowel Zweedse als Noorse plaatsnamen genoemd. Ik had het begin gemist en besloot de hele aflevering terug te kijken via NPO Start. Het bleek een waanzinnig verhaal, treffend vastgelegd door regisseur Maria Fredriksson. Hieronder vertel ik er meer over, zonder het einde te verklappen.

Twee bejaarde Noorse zussen, Kari en May, besluiten min of meer noodgedwongen een appartement te kopen in het Zweedse plaatsje Gullspång. De bezichtiging krijgt een onverwachte wending wanneer de verkoper –een Noorse vrouw genaamd Olaug– een opvallende gelijkenis vertoont met hun overleden zus Astrid. Niet alleen qua uiterlijk, maar ook qua details, zoals haar geboortedatum en bijnaam. Maar Astrid zou in 1988 zelfmoord hebben gepleegd. Voor de strenggelovige zussen kan deze ontmoeting geen toeval zijn: ze noemen het een mirakel.

Deze ervaring zet iets in beweging. Langzaam komen vragen naar boven over hun familiegeschiedenis en over wat hen jarenlang verteld is (en wat juist verzwegen werd). In de documentaire worden oude verhalen opnieuw bekeken. Geloof, herinnering en familiebanden raken met elkaar verstrengeld. Maar er ontstaat ook onenigheid. Kari en May zijn aan de ene kant van een fjord opgegroeid, Olaug juist aan de andere kant daarvan. Zo dichtbij, maar toch ook mijlenver van elkaar verwijderd.

De trailer van de documentaire (2024)

Het verhaal krijgt vorm door gesprekken en voicemailberichten rechtstreeks te laten zien en horen. De kijker krijgt de puzzelstukjes één voor één aangereikt en het wordt steeds gekker. Eén van de puzzelstukjes relateert aan de experimenten die de nazi’s uitvoerden op tweelingen in de gebieden die ze tijdens de Tweede Wereldoorlog bezetten (zo ook Noorwegen). Een ander puzzelstukje heeft weer te maken met een dubieuze DNA-test.

Kortom, een krimi-drama waar je u tegen zegt. De documentaire heeft dan ook diverse prijzen gewonnen. Wie hem zelf ook nog gratis wil bekijken, kan tot 27 september terecht op NPO Start (klik hier). Daarna verdwijnt de docu achter een pay wall, dus wacht niet te lang!

Historisch correct?Geschikt en nuttig voor leerlingen?
Niet van toepassing.Minder geschikt voor geschiedenislessen, maar wel waardevol voor maatschappijleerlessen. Vooral leuk voor de bovenbouw.

Voormalig koningin Margrethe II van Denemarken bezoekt opgraving uit de Vikingtijd

Onlangs schreef ik enthousiast over de ontdekking van een Vikinggrafveld door de archeologen van het Moesgaard Museum nabij Lisbjerg (scroll naar beneden of klik hier). Nu blijkt dat Margrethe II, de voormalige koningin van Denemarken, er ook als de kippen bij was. Dat leverde leuke foto’s op van een geïnteresseerde koningin-moeder die met wandelstok en al in de opgraving staat te turen.

Dat Margrethe de ontdekking met eigen ogen wilde bekijken, is geen verrassing. Ze heeft zelf namelijk archeologie gestudeerd. En nog altijd ligt hier haar passie, want ze is ook beschermvrouwe van het Moesgaard Museum. Zo blijft ze symbolisch betrokken bij alle nieuwe onderzoeken en ontdekkingen. Dat ze ook regelmatig komt kijken, vind ik vrij uniek. Vorig jaar bezocht ze trouwens ook al een opgraving bij Hedegård, door een team van het Midtjylland Museum.

Leuk toch, om zo’n geïnteresseerd voormalig staatshoofd op bezoek te hebben?!

Nieuwe Vikinggraven ontdekt nabij Aarhus

Hieronder schreef ik over mijn bezoek aan het Moesgaard Museum en legde ik uit wat daar allemaal tentoongesteld wordt. Het prachtige museum is op zichzelf al reden genoeg voor een artikel, maar een recente ontwikkeling inspireerde me nóg meer om juist nu aandacht aan het MoMu te besteden: de ontdekking van Vikinggraven bij Lisbjerg.

Opgravingssite met de graven omcirkeld (© Moesgaard)

De archeologen van het Moesgaard Museum -ze hebben een eigen team- hebben bij Lisbjerg, ongeveer 7 km ten noorden van Aarhus, een onverwacht grote en monumentale Viking-begraafplaats blootgelegd. Deze ontdekking uit juni 2025 omvat maar liefst 30 graven! De begraafplaats dateert uit de tweede helft van de 10e eeuw, wat samenvalt met de regeerperiode van koning Harald Blauwtand.

De locatie van de opgraving ten opzichte van Aarhus (© Moesgaard)

Opmerkelijk is de nabijheid van een adellijke boerderij uit dezelfde tijd, die al in 1989 opgegraven is. Deze hoeve ligt minder dan een kilometer van de grafvelden af. Door de twee ontdekkingen te combineren, kunnen we anno 2025 stellen dat ook de nieuw ontdekte graven waarschijnlijk toebehoren aan een aristocratische familie; dezelfde mensen als die op de hoeve gewoond hebben. Vanwege de omvang van de boerderij en de ontdekking van luxe grafgiften, was deze familie mogelijk militair en/of bestuurlijk verbonden aan de Deense koning.

Maar zelfs als dat niet zo was, dan is er zonder twijfel wél sprake van een elitestatus van deze mensen. De kwaliteit en diversiteit van de grafgiften overtreft namelijk de inhoud van de meeste andere Vikinggraven. Er zijn bij Lisbjerg o.a. munten, kralen, aardewerken voorwerpen en kleine decoraties gevonden. Een vierkant (eiken)houten sierkistje deed de MoMu-archeologen in het bijzonder stuiteren van geluk. Dit kistje heeft een zilverachtig slot met rivetten en bevatte persoonlijke voorwerpen zoals een filigraankraal, een broche, een schaartje en een klosje gouddraad. Werkelijk een historische schatkist, dus! De kwaliteit van de grafgiften is vergelijkbaar met die uit andere Deense elitegraven, bijvoorbeeld met het grafveld van Haldum, 12 km verderop.

Het Lisbjerg-kistje (© Moesgaard)

Aarhus was in de Vikingtijd een belangrijk politiek en commercieel centrum en heette toen Aros. De hoofdweg naar Lisbjerg onderstreept de strategische connectie tussen het stadje en de omliggende landgoederen. Maar de archeologen zien ook een gelaagde samenleving terug in het grafveld, want niet alle graven waren rijk belegd (of gevuld met giften). In een aantal graven lag niet veel meer dan beenderen. Kijkende naar de samenleving van Aros in de Vikingtijd, kunnen deze graven van slaven of arbeiders zijn geweest. Zij leefden en werkten dan wel bij/met de adellijke familie, maar kregen niet dezelfde grafgiften mee. Hun status was zo bij leven en na de dood lager dan die van hun meesters.

De komende maanden worden de botten, houten artefacten en bodemmonsters verder geanalyseerd. De MoMu-archeologen hopen dat dit onderzoek meer informatie over de afkomst en identiteit van de begraven mensen oplevert.

De opgravingssite (© Moesgaard)

Vanaf heden zijn er vondsten uit deze opgraving tentoongesteld in het Moesgaard Museum. De bijbehorende informatie en onderzoeksresultaten zullen continu geüpdatet worden. Extra leuk: momenteel worden de jaarlijkse Vikingdagen gehouden bij het MoMu. Het grafveld van Lisbjerg zal dit weekend dus ruimschoots aandacht krijgen. Helaas ben ik er zelf niet bij, maar de Vikingdagen staan zeker nog op mijn lijstje om te bezoeken. 🙂

En nog een nieuwtje voor mijn Scandinavische volgers: op woensdagavond 20 augustus (19:00-20:30 uur) organiseert het MoMu een informatieavond over de opgravingen bij Lisbjerg. Sprekers zijn de betrokken archeologen Liv Langberg en Mads Ravn. Tickets zijn verkrijgbaar via de website van het Moesgaard Museum (klik hier). Let op, bij dit evenement is de voertaal Deens.

Liv Langberg en Mads Ravn (© Moesgaard)

AlomHistorisch houdt de ontwikkelingen rondom dit onderzoek uiteraard in de gaten. Als er nieuws is, dan lees je het hier. 😉

Moesgaard Museum (Aarhus, Denemarken)

Entree: 120 DKK (ruim €16)

Onlangs was ik aan het opruimen in huis. Tussen de hobbyspullen kwam ik het bonnetje tegen van mijn bezoek aan het Moesgaard Museum nabij Aarhus in Denemarken. Geen idee hoe het tussen de verftubes terechtgekomen is, maar ik droomde weg en werd weer helemaal enthousiast. Hieronder zal ik samenvatten waarom.

Ten eerste de vormgeving en architectuur van het gebouw. Over smaak valt niet te twisten, dus je kunt dit mooi of lelijk vinden. Persoonlijk vind ik het praktisch-esthetisch en daarom misschien wel typisch Deens. Er is geen overbodige decoratie aangebracht, maar het heeft toch stijl.

Het gebouw is goed te herkennen, maar het smelt ook samen met het landschap vanwege het groene dak. Ook het feit dat het gebouw deels is ingegraven draagt daaraan bij. Het resultaat is dat de meeste tentoonstellingen zich op een lagere verdieping bevinden dan de hoofdingang; iets wat je meteen ziet als je naar binnen stapt.

Eenmaal binnen zijn er altijd 5 verschillende permanente tentoonstellingen en minstens één grote wisseltentoonstelling. De centrale hal verbindt deze zalen met de entree, de kassa, de museumshop en het restaurant. Bij het betreden van iedere zaal moet je door een poortje, maar de shop en het restaurant zijn vrij toegankelijk.

De wisseltentoonstelling was het onderdeel waar ik als eerste naar binnen ging en ik moest meteen al huilen. Van geluk. En dat kon ook niet anders met een titel als Ud af kaos – Mellem Roms ørne og Odins ravne (“Uit de chaos – Tussen de adelaars van Rome en de raven van Odin”). In deze enorme zaal waren voorwerpen te zien die een beeld schetsten van de turbulente periode van de volksverhuizingen (met een focus op de periode 300-500 na Chr.). Alle objecten toonden aanwijzingen van de ondergang van grote rijken met machtige heersers. Een verrassende insteek, want meestal laten musea juist de glorie daarvan zien.

Amuletten in de vorm van wespen/fallussen
Goud van de Daciërs en Visigoten

Om de ondergang van het West-Romeinse Rijk te illustreren, waren er vitrines met voorwerpen en informatie over de volken die Rome binnenvielen. Zo zag ik sieraden en gebruiksvoorwerpen van Goten, Hunnen en Daciërs. Uniek voor Scandinavië, want er zaten veel bruiklenen bij uit Roemenië en Bulgarije.

De Daciërs droegen amuletten van wespen/horzels. De symboliek daarachter is, zo denken we, dat de drager dezelfde kracht en agressieve moed als het dier verkreeg. Dat kwam in de strijd natuurlijk goed van pas. Tegelijkertijd is het dier een fallussymbool en ook dát zorgde voor voorspoed en vruchtbaarheid. Het kostbare materiaal van bovenstaand exemplaar (goud) versterkte die toegeschreven krachten nog extra. Alleen leidersfiguren konden zich zulke mooie exemplaren veroorloven, waarmee de amuletten waarschijnlijk ook statussymbolen waren.

Gouden ketting met granaat van de Hunnen

Van de Hunnen werd ook een culturele praktijk getoond, namelijk het verlengen van de schedel. Het was voor hen een teken van schoonheid om een ovalen schedel te hebben door het hoofd vanaf de kindertijd strak in te binden, vooral voor vrouwen. Hoe groter het voorhoofd, hoe mooier de vrouw. Het bewijs hiervan zien we vandaag nog terug, als er schedels gevonden worden die nog intact zijn. Of dit de hersenen nadelig aantastte, weten we niet zeker. Hersenen zijn in principe plastisch en kunnen enigszins vervormd worden. Het vermoeden is dat het mogelijk was om normaal te functioneren met een verlengde schedel, maar dat er door het dunnere schedeldak wel meer risico op hoofdletsel en hersenbloedingen was.

Oké, ik moest niet daadwerkelijk huilen. Maar man, ik was zó onder de indruk. Ik vertel mijn leerlingen nog ieder jaar wat ik hier gezien en geleerd heb.

Dan het permanente deel. Drie van de blijvende tentoonstellingen behandelen de geschiedenis van Denemarken door de tijd heen. Deze zalen heten respectievelijk Danmarks Oldtid; Grauballemanden en Middelalderudstillingen.

Danmarks Oldtid behandelt de historische perioden van de Steentijd, Bronstijd, IJzertijd en Vikingtijd in Denemarken. Dit zijn vier verschillende gangen, die je ook afzonderlijk kunt bezoeken. Volg je de looproute, dan pak je ze automatisch allemaal mee. Je leert hier hoe de eerste bewoners van Denemarken geleefd hebben. Zo loop je langs waterputten, ijzersmederijen, boerenerven en zelfs een rivierlandschap met visfuiken. Heel bijzonder zijn de reconstructies van grafheuvels uit de Brons- en IJzertijd, omdat de lichamen hierin liggen zoals ze gevonden zijn, inclusief grafgiften. Bij één van de graven moet je ook echt naar binnen kruipen bij een donkere grafheuvel van aarde en plaggen om de reconstructie te bekijken. In vitrines liggen verder nog ontelbaar veel sieraden en wapens.

De gang die naar de Vikingtijd leidt…

Tja, ook dat was weer janken geblazen. Want bij de ingang staat meteen al de Maskestenen/Århusstenen: een bekende runensteen met een afbeelding van een mythologisch figuur.

Deze Maskestenen is zelfs gebruikt als logo van het museum. Het MoMu heeft in totaal 7 lokale Deense runenstenen uit de Vikingtijd in haar collectie en ze zijn allemaal te zien.

Bij dit deel kun je een losse audiotour volgen, waarvan de kastjes bij de ingang hangen. Uiteraard heb ik er eentje meegenomen omdat ik alles wilde weten. Alles. Ieder icoon heb ik gescand. Als je dat doet, ben je ruim een uur bezig. Maar de bordjes bij de objecten bieden ook al ruimschoots informatie.

Aan het einde van dit onderdeel kom je in een grote hal, met in het midden één van de grote roeiboten die bij de opgraving van het beroemde Noorse Gokstad-schip werd ontdekt. Het is dus niet het Gokstad-schip zelf, dat wordt tentoongesteld in Oslo. Maar het is toch een indrukwekkend en authentiek vaartuig van de Vikingen. Je kunt er omheen lopen en rondom leer je alles over de zeevaart, riviervaart en navigatievaardigheden van de Noormannen.

Dan, helemaal aan het einde van een aparte spiraaltrap (of lift) naar beneden, kun je de laatste rustplaats van de Grauballemanden betreden. Een donkere, ovalen kamer met in het midden het veenlijk van de “Man van Grauballe”. Dit is het best bewaarde veenlijk ter wereld. Deze meneer leefde in de 3e eeuw voor Christus, dus in de Germaanse IJzertijd. Hij werd gevonden in 1952 en bleek een doorgesneden keel te hebben. Mogelijk is hij gestorven door rituele opoffering. Omdat zijn lichaam direct werd geconserveerd in het zure en zuurstofarme veen, is het goed bewaard gebleven.

Zijn lichaam vertoont nog altijd veel details, zoals zijn baardstoppels, zijn nagels en zijn haren. Langs de wanden staan bankjes, dus je kunt even naast hem gaan zitten. Dat heb ik gedaan en wederom was ik ontzettend onder de indruk. Als deze ervaring niet uitnodigt tot wat reflectie over de vergankelijkheid van het leven, dan weet ik het ook niet meer. Even later kwam er een schoolklasje met leerlingen van een jaar of 8 naar binnen. Ze gingen allemaal rustig zitten op de bankjes en ze zullen het ongetwijfeld spannen gevonden hebben, maar niet eng. De begeleider vertelde over het leven van de Grauballeman. Ik bleef gewoon zitten om het verhaal mee te pikken. De manier waarop er in Scandinavië met de dood omgegaan wordt, spreekt me veel meer aan dan de betutteling van de scholieren in Nederland.

Met dat in gedachten, liep ik door naar de gang van de Middelalderudstillingen; de tentoonstelling over middeleeuws Denemarken. Hier is de rode draad de verspreiding van het christendom over het land. Van een polytheïstisch naar een monotheïstisch geloof en hoe zich dat weerspiegelt in de materiële cultuur. Daarom zie je hier amuletten van Thor naast kruisjes hangen. Of een pagina uit een Bijbel naast een geschreven recept uit de Vikingtijd. Voor Denemarken waren de middeleeuwen niet een heel rijke tijd, maar er werd wel volop gehandeld. Met een intensieve uitwisseling van producten met volken langs de Baltische Zee en de Noordzee, waren de Denen altijd al vertrouwd.

En de laatste permanente tentoonstellingen heten Mød mennesket (“Ontmoet de mens”) en De dødes liv (“Het leven van de doden”) en draaien om etnografie en antropologie. Om bij deze onderdelen te komen, moet je een trap op en dus juist naar boven in plaats van naar beneden. Je moet dan de toegangspoortjes passeren. Die ochtend had een charmante jongeman me veel plezier gewenst bij het scannen van mijn kaartje en ik had hem in mijn Zweeds-Deens hartelijk bedankt. Toen ik naar boven wilde was het minstens 5 uur later. Hij zat er nog en vroeg: “Ben je er nog steeds?”….. Hahaha! 😀

Hoe dan ook, op deze verdieping worden culturele gebruiken van over de hele wereld behandeld. Gelukkig niet op een ouderwetse “aapjes-kijkenmanier” door middel van roofkunst en stereotypen. Nee, bij MoMu staan eerder alledaagse voorwerpen centraal en wordt er een unieke invalshoek gezocht om de informatie te presenteren. Culturen en volken worden bijvoorbeeld aan de hand van een voorwerp met elkaar vergeleken. Denk aan trouwjurken en trouwceremonieën van alle continenten. Of, toen ik er was, het versieren van een kerstboom. Heeft de kerstboom overal ter wereld dezelfde betekenis? Welke volken vieren kerst en waar komt de traditie vandaan? Wat hangen Nederlanders in hun boom? En Argentijnen? Het heeft een hoog Klokhuis-gehalte, maar ik vind dat juist leuk.

Ook buiten is er van alles te doen. Je kunt een Oldtidsstien volgen; een looppad langs een paar reconstructies van prehistorische graven en huizen. Aan het einde van de wandeling kom je bij een reconstructie van de Hørning-stavkirke (“staafkerk van Hørning”). Over staafkerken zal ik binnenkort nog een apart artikel schrijven. Het is allemaal erg mooi nagebouwd en het is heerlijk slenteren door het landschap, dus pak dit paadje zeker nog mee als je het MoMu ooit bezoekt.

In februari buiten koffie drinken!

En, ook niet onbelangrijk: het museum is een fijne, rustige plek met veel faciliteiten. Het bezoeken van de verschillende tentoonstellingen is makkelijk; je volgt gewoon de verschillende looproutes. Er wordt duidelijk aangegeven welke onderwerpen er op welke verdiepingen te zien zijn, zodat je eenvoudig zelf kunt kiezen wat je (wel of niet) gaat bekijken. Het hele museum is rolstoelvriendelijk en ruim opgezet, met veel bankjes en rustplekken tussendoor. Het restaurant is niet heel bijzonder, maar gewoon prima. Buiten mag je bijna overal op klimmen en overheen lopen. En zo niet, dan staat dit heel duidelijk aangegeven. Door de tuinbankjes en het grasveld rondom, kun je eventueel ook buiten een pauze nemen. Er is één directe busverbinding naar het centrum van Aarhus en de bushalte ligt 200 meter van de ingang.

Kortom: MoMu is een zeer indrukwekkend en fijn museum, waar alles goed geregeld is en waar een nerd als ik zonder problemen 7 uur kan vertoeven. Dit moet toch wel de best gespendeerde 120 DKK van mijn leven zijn geweest, whahaha. 😀

De saga van Åse Stålekleiv

Toen ik slaagde voor het vwo, wilde ik graag een lange reis maken. De lange zomervakantie na de eindexamens leende zich daar immers goed voor. Terwijl mijn klasgenoten in groepjes naar Albufeira en Barcelona gingen, vertrok ik in mijn eentje naar Noorwegen. Nog even op avontuur voordat ik aan mijn studie zou beginnen.

Ik kwam terecht in het dorpje Dalen, een beetje in het midden van Noorwegen. Ik ging daar werken op een camping, dus het werd een ‘werkvakantie’. Mijn lieve collega Rosalin liet me alles in de omgeving zien. Op een middag klommen we naar Riarhamaren, een plek die ook wel Rui genoemd wordt (hoewel Riarhamaren en Rui twee verschillende bergtoppen zijn die dicht bij elkaar liggen). Het is een cultureel herkenningspunt op een berg net buiten Dalen, waar je een geweldig uitzicht over het Telemarkkanaal hebt. Er staat een trekkershut en onderweg kom je langs een waterval en een aantal spirituele plekken.

Op een informatiebordje las ik dat er ook een saga uit Riarhamaren komt. Het verhaal speelt zich deels af op de berg waar nu de trekkershut staat en deels in het nabijgelegen dorpje Eidsborg.

Rosalin wist niet precies waar het verhaal over ging en we zijn vergeten om het thuis op te zoeken. Dit was in 2014 en met de jaren was ik het hele avontuur alweer vergeten. Totdat ik laatst, ruim 10 jaar later dus, de foto van het informatiebordje weer tegenkwam. Met hernieuwde interesse ben ik nu wél in de saga gedoken. Ik heb het verhaal hieronder samengevat en begeleid met foto’s uit de oude doos. 🙂

De saga van Åse Stålekleiv, de koningin van Eidsborg

De rijke, intelligente vrouw Åse woonde op de boerderij “Stålekleiv” bij Eidsborg. Daar kwam dus ook haar naam vandaan. Haar zus woonde in Skafså aan de andere kant van de fjordvallei van Dalen. De zussen konden elkaar zien, over het dal. Ze waren allebei zeer koppig en maakten ruzie over de vruchtbare weilanden onder hen.

Åse had drie zoons, die bij haar woonden op de Stålekleiv-boerderij. Vanaf deze plek had je een schitterend uitzicht in (en over) de vallei. Iedereen wist dat de familie rijk was, omdat Åse het hele dorpje Eidsborg tot haar bezit kon rekenen. Net als een koningin. Terwijl anderen slechts een kleine waterbak nodig hadden om hun linnen in te wassen, haalde Åse ieder jaar zo’n grote oogst binnen, dat ze het hele meer van Eidsborg nodig had om al haar gewassen te kunnen cultiveren. Åse bewaarde haar stapels linnen in een grote opslaghut die haar zoons voor haar gebouwd hadden. Toen de jongens klein waren en voor het vee zorgden, hadden ze iedere avond een houten plank meegenomen naar de weide. Zo hadden ze stap voor stap de opslaghut gebouwd.

Destijds werd moed gewaardeerd als de grootste deugd en een sterk lijf als de grootste schat. Åse wilde dat haar zoons precies zo zouden opgroeien: sterk en onbevreesd. Op een dag besloot ze dat haar zoons haar konden helpen bij het verkrijgen van de vruchtbare gronden. Maar om dit te bereiken, begreep Åse dat een voedzaam dieet voor de jongens heel belangrijk was. Ze probeerde verschillende soorten voedsel uit op drie van haar jonge stieren. Eén stier kreeg gestremde melk. De tweede stier kreeg normale melk. De derde stier kreeg graan te eten. De stieren werden vernoemd naar het voedsel dat ze kregen. De stier “gestremde melk” en de stier “graan” werden allebei groot en sterk.

In de winter liet Åse de stieren een krachtmeting uitvoeren tegen elkaar. Ze moesten steenblokken uit de plaatselijke mijn trekken, helemaal van het dorp naar boven toe, door de heuvels en de bossen. De stier die gestremde melk gekregen had, gaf als eerste op. De steen werd ter plekke in de grond geslagen, als een monument dat aanduidde waar de stier gestopt was. De stier die normale melk had gekregen, hield het iets langer vol. Het was een wonder, gezien de bescheiden grootte van het dier. Wederom werd de steen ter plekke neergezet. De stier “graan” werd de winnaar. Ook op deze plek werd de steen tot monument gemaakt. Nu wist Åse welk voedsel ze aan haar zoons moest geven.

Aan het einde van het meer Bandak, op een zandbank waar de Tokke-river in de Bandak stroomt, vinden we het dorp Dalen. Zo was het toen Åse en haar zus Gullborg hier leefden en zo is het nog steeds. De zoons van beide zussen waren inmiddels volwassen mannen geworden. En de zoons van beide zussen waren enorm groot geworden, bijna alsof ze van de trollen afstamden.

Op een dag werd er besloten dat de ruzie over de vruchtbare weilanden in de vallei uitgevochten moest worden middels een zwaardgevecht tussen de zoons. Het gevecht zou plaatsvinden in het midden van de weide en de familie die het sterkste bleek, zou de weilanden in de vallei mogen hebben. Terwijl het gevecht losbarstte, keek Åse Stålekleiv toe vanaf haar paard op een bergtop die Riarhamaren genoemd werd. Ze zag hoe haar eigen zoons vermoord werden door hun eigen neven, één voor één, de zoons van haar eigen zus. Uiteindelijk lagen de zoons van Åse dood op de grond.

Åse Stålekleiv werd woedend. Ze kon niet leven met deze schaamte en dit verlies. Ze ging naar huis om haar bezittingen veilig te stellen. Ze heeft haar zilveren en gouden sleutels in het meer Mærdalstjønni nabij Lårdalsstigen geworpen. Daarna keerde ze op haar paard terug naar Riarhamaren, dravend, snel over de bergtop. Ze galoppeerde van de klif af, terwijl ze haar paard nog steeds bereed.

Zo luidt de legende dus. Ik heb niet kunnen ontdekken hoe oud het verhaal is, of hoe lang het al mondeling overgedragen wordt. Het is in ieder geval omstreeks 1820 op papier gezet door de priester Magnus B. Landstad.

Wat weten we vandaag zeker? Er is een ander document van Magnus Landstad, waarin staat “dat er drie grote stenen zijn langs de weg tussen Høydalsmo en Eidsborg”. En deze stenen “staan ongeveer 100 el van elkaar af” en komen bovendien uit de plaatselijke mijn. Uit dit gesteende worden al sinds de 8e eeuw wetstenen gewonnen. Kunnen dit de drie stenen zijn, die de stieren van Åse hebben laten vallen? In Dalen is ook een grafheuvel met de naam “Revahaug”. Hier zou één van de zoons van Åse Stålekleiv begraven liggen, maar de stoffelijke resten onder de heuvel zijn nooit onderzocht.

De gebouwen in de tuin van het Eidsborg Museum, met in het midden de opslaghut van Åse Stålekleiv.

Maar nog interessanter, is dat er zich op de plek van de opslaghut van Åse Stålekleiv een nieuwe boerderij met de naam “Lofthus” ontwikkelde. Historici denken dat de opslaghut gewoon hergebruikt werd. Sterker nog, er zijn aanwijzingen dat de oude hut van Åse zelfs verplaatst werd aan het begin van de 19e eeuw, zodat ook de moderne boerderij “Vindlaus” de hut nogmaals kon gebruiken. Dit gebouwtje is met zekerheid het oudste niet-kerkelijke houten gebouw van Noorwegen. De laatste onderzoeken dateren de opslaghut omstreeks het jaar 1170. En het mooiste? Deze opslaghut is vandaag nog steeds te zien in de tuin van het Eidsborg Museum!

Tekening van de opslaghut uit het regionale archief, omstreeks 1800.

Naast de deur is rond het jaar 1300 een runeninscriptie aangebracht. Op de tekening hierboven staat de inscriptie uitgeschreven in de onderste hoek rechts. Er staat: “Deze runen zijn gekrast door Vestein. Eer komt toe aan degene die deze runen gekrast heeft en aan degene die de runen interpreteert.”

En op de deur zelf zijn kruisjes aangebracht, die met teer zijn ingekleurd. Dit gebruik moest de mensen beschermen tegen bovennatuurlijke wezens die vooral rond jul (de Kerstperiode) vervelende streken uithaalden. Bezien vanuit de Noorse folklore, is het heel logisch om uitgerekend een opslaghut (met kleding en voedsel) op deze manier te beschermen. Om jul te vieren was er immers veel voedsel en drinken nodig.

Hoe meer ik over Åse Stålekleiv ontdek, hoe meer het verhaal me interesseert. Wat een prachtige combinatie van saga, archeologie, archiefonderzoek en geschiedenis!

Noordse mythologie: dauwdruppels

De dauwdruppels hieronder fotografeerde ik in Noorwegen. Stuk voor stuk zo mooi gevormd, het waren net pareltjes in het gras.

Dauw is een atmosferisch verschijnsel waarbij waterdamp uit de lucht op vaste voorwerpen -meestal planten- condenseert. Dan vormen er dus kleine druppeltjes die soms prachtig glinsteren in de zon. Maar in de Noordse mythologie heeft dauw nog een andere oorzaak…

Bekijk de video en ontdek welke!

Film: Arctic (2018)

Gisteravond was de film Arctic op televisie. Ik kijk bijna nooit tv, maar zag de aankondiging toevallig en besloot ervoor te gaan zitten.

Armory Films / Union Entertainment Group / Pegasus Pictures

Arctic is geregisseerd door Joe Penna. De hoofdrol is voor Mads Mikkelsen, die het grootste deel van de film in zijn eentje te zien is. Daarnaast speelt María Thelma Smáradóttir een belangrijke rol als een vrouw die onder uitzonderlijke omstandigheden in hetzelfde ijzige landschap terechtkomt. De film ging in première op het filmfestival van Cannes in 2018 en werd het jaar daarop internationaal uitgebracht.

De film heeft een eenvoudige opzet, maar een zware lading. Het verhaal speelt zich af in een verlaten, arctisch gebied waarin mensen maar moeilijk kunnen overleven. Een naamloze man (Mads Mikkelsen) doet onderzoek in dit poolgebied, maar moet de ene tegenslag na de andere verwerken. Op een gegeven moment is hij niet langer op zichzelf aangewezen, omdat er een naamloze vrouw verschijnt (María Thelma Smáradóttir). De ontmoeting tussen hen verandert de situatie subtiel, maar ingrijpend. Denk aan nieuwe verantwoordelijkheden en een andere invulling van het overleven in het arctische klimaat. De film bevat nagenoeg geen dialoog, nauwelijks uitleg en geen muziek. Alles draait om de handelingen en emoties die de hoofdpersonen laten zien. Dat is indrukwekkend gedaan en de film verschuift langzaam van een puur individueel overlevingsverhaal naar een verhaal over zorg, verantwoordelijkheid en morele afwegingen onder extreme omstandigheden.

Hoewel de film niet is gebaseerd op een waargebeurd verhaal, sluit de inhoud wel aan bij bekende overlevingsverhalen uit het poolgebied. Het verhaal van de Noorse verzetsstrijder Jan Baalsrud heeft bijvoorbeeld veel raakvlakken met “het verhaal” van Mads Mikkelsen in Arctic. Deze Jan Baalsrud (1917–1988) werd nationaal bekend tijdens de Tweede Wereldoorlog. In 1943 nam hij deel aan Operatie Martin, een sabotageactie tegen de Duitse bezetter in Noord-Noorwegen. De operatie mislukte vrijwel volledig. Zijn kameraden kwamen om of werden gevangengenomen, maar Baalsrud wist als enige te ontsnappen. Er volgde voor hem een maandenlange vlucht door het Noorse arctische landschap (destijds een gebied dat zwaar onder Duitse controle stond). Baalsrud wist te overleven, mede door de hulp van lokale bewoners die grote risico’s namen om hem te helpen. Maar hij betaalde er een behoorlijke prijs voor. Bovendien zijn de acties van Baalsrud niet filmisch indrukwekkend geweest; veel van wat hij probeerde mislukte.

Juist daarin raakt zijn verhaal aan de kern van Arctic. Want in de film draait het, net als bij Baalsrud, vooral om het uithoudingsvermogen van een sterk individu.

Historisch correct?Geschikt en nuttig voor leerlingen?
Niet van toepassing, maar het verhaal is realistisch en er zijn historische parallellen.Ja, voor lessen over (pool)expedities of overleven in oorlogstijd.

Vikings in Utrecht?!

De eerste upload van 2025 is een feit! En meteen duiken we in mijn favoriete onderwerp: de erfenis van de Vikingen. Die erfenis vinden we zelfs in Nederland, want in Utrecht staat een enorme runensteen.

Hoe kwam die kolos daar terecht en wat betekent de inscriptie? Leer het allemaal in de video hieronder.

Oud ijzer… of toch Vikingschat?

Op een afgelegen boerderij bij het Noorse Årdal (in de provincie Rogaland), wilde boer Tårn Sigve Schmidt graag een nieuwe weg voor zijn tractor aanleggen. Voordat de werkzaamheden konden beginnen, onderzochten archeologen het terrein. Gelukkig heeft de boer zich aan de regels gehouden, want er kwam van alles naar boven!

De archeologen vonden veel oud ijzer, wat erg logisch is rondom een boerderij. Maar een deel daarvan trok toch hun aandacht. Want wat op het eerste gezicht op oud ijzerdraad leek, bleek van onschatbare waarde te zijn: het waren vier zilveren Vikingarmbanden! De armbanden of armringen zijn meer dan 1100 jaar oud. Ze lagen verborgen onder de vloer van een klein gebouw op het terrein, dat mogelijk ooit gebruikt werd door arbeidskrachten, dan wel slaven, op een grote Vikingboerderij. Tijdens de opgraving werden er namelijk ook spekstenen kookpotten, diverse klinknagels, mesbladen en slijpstenen gevonden.

De onderzoekers probeerden een historische reconstructie te maken. Ze vermoeden dat de boerderijhoeve ooit deel uitmaakte van een landgoed dat de toegang tot het nabijgelegen fjord controleerde. Ze baseerden zich op de afstanden tussen de vondsten en daarmee dus op de schaal van de boerderij. Ze konden ook zien dat de schat nog exact lag waar de Vikingen hem verstopt hadden, omdat de objecten én de context ervan beide nog intact waren. Volgens Volker Demuth van het Archeologisch Museum van de Universiteit van Stavanger is de vondst daarom uitzonderlijk waardevol. Bovendien had Noorwegen in het Vikingtijdperk geen eigen zilvermijnen, wat betekent dat het zilver via handel, als geschenken of middels rooftochten in het buitenland verkregen was. En zo voegen de armbanden een laagje geschiedenis toe aan het grote geheel.

Bron: Persbericht van de Universiteit van Stavanger.