De fossielkust van Selmaneset

We zijn nogmaals getrakteerd op een prehistorisch cadeautje, namelijk een excursie op de landtong Selmaneset, waar je gesteentelagen kunt bekijken uit de overgangsperiode van het Perm naar het Trias. Met het blote oog kun je fossielen spotten van meer dan 250 miljoen jaar oud!

Deze bestaan voornamelijk uit kleine mariene fossielen uit het Perm. In het oog springen meteen de ammonieten vanwege de typische krulvormen. Talrijker aanwezig zijn de koraalfossielen en schelpdieren, zoals mosselachtige soorten. Deze zijn minder herkenbaar dan ammonieten of haaientanden, maar er zijn op Selmaneset wel heel veel verschillende soorten te vinden.

Verder kun je botfragmenten van gewervelde dieren tegenkomen, zoals vissen, brachiopoden en andere kleine zeedieren. En geologen hebben hier zelfs koralen gevonden in nóg oudere kalksteenlagen, namelijk uit het Laat-Carboon en Vroeg-Perm. Deze zijn dan minstens 300 miljoen jaar oud!

Al deze fossielen bewijzen dat Selmaneset vroeger deel uitmaakte van een ondiepe zee. Maar vergeet daarbij niet dat Svalbard vandaag veel noordelijker ligt; dat legde ik al eerder uit in het artikel over dinosauruspootafdrukken op Spitsbergen.

Ik heb enorm genoten van deze excursie, omdat de fossielen het beste zichtbaar waren in een klif waar we met enige moeite doorheen klommen en klauterden. We stonden letterlijk tot onze knieën in de geschiedenis. Eenmaal op de terugweg naar het schip, doorkruisten we een stuk toendra waar we nog enkele Svalbardrendieren zagen grazen. De conclusie blijft elke keer dat dit een enorm indrukwekkend landschap is.

Bron: Forbes, C. L., Harland, W. B., & Hughes, N. F. (1958). Palaeontological evidence for the age of the Carboniferous and Permian rocks of central Vestspitsbergen. Geological Magazine, 95(6), 465–490.

Dinosauriërs in het Noordpoolgebied?

Zeker! En hun pootafdrukken bewijzen het. Momenteel vaar ik met een expeditieschip om Svalbard heen. We gaan elke dag aan land om te genieten van het landschap, de dieren, de geschiedenis en de cultuur van het Arctisch gebied. Vandaag landden we bij Boltodden, waar pootafdrukken van dinosauriërs liggen.

Boltodden ligt in Kvalvågen, aan de oostkust van Spitsbergen; één van de eilanden van Svalbard. Vandaag ligt het op 77° noorderbreedte, maar de paleobreedte is vastgesteld tussen de 63 en 66° noorderbreedte (oftewel: de ligging van deze plek tijdens het Vroege Krijt). Svalbard lag toen in zijn geheel aan de noordwestelijke rand van de Euraziatische Plaat. En ja, daar kwamen dus dinosauriërs voor.

In 1976 werden er twee pootafdrukken ontdekt. De wetenschappers concludeerden destijds dat de afdrukken bij middelgrote, theropode dinos hoorden vanwege de duidelijke klauw-achtige vormen. Theropode dinosauriërs zijn namelijk soorten die op twee achterpoten liepen, scherpe tanden en (vaak) grote klauwen hadden. Denk bijvoorbeeld aan de Tyrannosaurus Rex en de Velociraptor.

Nieuw onderzoek in 2012 en in 2014 weerlegde dat echter. Er werden moderne morfologische analyses uitgevoerd, waardoor we nu weten dat de afdrukken breed zijn (niet lang), stompe tenen en ronde middenvoetzolen hebben. Ook werden de conserveringskenmerken goed bestudeerd en zag men dat afdrukken van eventuele voorpoten afwezig waren. Als laatste werd er nog sedimentologisch onderzoek uitgevoerd; dus er werd achterhaald hoe en wanneer de verschillende gesteentelagen van het gebied zijn afgezet en ontstaan.

Met dit nieuwe bewijs werd vastgesteld dat de voetafdrukken afkomstig zijn van ornithopode dinosauriërs. Dat zijn soorten die planten aten, een snavelachtige bek en sterke kiezen hadden en meestal op twee poten liepen (hoewel sommige grotere soorten ook op vier poten konden lopen). Voorbeelden zijn de Iguanodon, de Hypsilophodon en de Parasaurolophus. Deze specifieke exemplaren op Svalbard komen van de Iguanodon.

De eerste tentoongestelde Iguanodon (1883). Foto uit het publieke domein.

De onderzoeksteams identificeerden bovendien minstens 34 nog niet eerder herkende afdrukken. Het aantal prehistorische pareltjes op Boltodden verschoof daarmee van 2 naar 36! Voor de wetenschap was dit erg belangrijk, omdat de ontdekking suggereert dat viervoetige ornithopoden in het noordelijke deel van Laurazië (het oercontinent waar het huidige Amerika, Europa en Azië vandaan komen) wijder verspreid waren dan fossiele vondsten doen vermoeden. Deze soorten konden zich ook veel beter aan hun omgeving aanpassen dan we voorheen dachten.

En dat wordt dan uitgerekend in het Noordpoolgebied ontdekt… Wat een bizarre toestand! Ik ben erg dankbaar dat ik mijn eigen handen in de pootafdrukken heb kunnen leggen. 🙂

Moesgaard Museum (Aarhus, Denemarken)

Entree: 120 DKK (ruim €16)

Onlangs was ik aan het opruimen in huis. Tussen de hobbyspullen kwam ik het bonnetje tegen van mijn bezoek aan het Moesgaard Museum nabij Aarhus in Denemarken. Geen idee hoe het tussen de verftubes terechtgekomen is, maar ik droomde weg en werd weer helemaal enthousiast. Hieronder zal ik samenvatten waarom.

Ten eerste de vormgeving en architectuur van het gebouw. Over smaak valt niet te twisten, dus je kunt dit mooi of lelijk vinden. Persoonlijk vind ik het praktisch-esthetisch en daarom misschien wel typisch Deens. Er is geen overbodige decoratie aangebracht, maar het heeft toch stijl.

Het gebouw is goed te herkennen, maar het smelt ook samen met het landschap vanwege het groene dak. Ook het feit dat het gebouw deels is ingegraven draagt daaraan bij. Het resultaat is dat de meeste tentoonstellingen zich op een lagere verdieping bevinden dan de hoofdingang; iets wat je meteen ziet als je naar binnen stapt.

Eenmaal binnen zijn er altijd 5 verschillende permanente tentoonstellingen en minstens één grote wisseltentoonstelling. De centrale hal verbindt deze zalen met de entree, de kassa, de museumshop en het restaurant. Bij het betreden van iedere zaal moet je door een poortje, maar de shop en het restaurant zijn vrij toegankelijk.

De wisseltentoonstelling was het onderdeel waar ik als eerste naar binnen ging en ik moest meteen al huilen. Van geluk. En dat kon ook niet anders met een titel als Ud af kaos – Mellem Roms ørne og Odins ravne (“Uit de chaos – Tussen de adelaars van Rome en de raven van Odin”). In deze enorme zaal waren voorwerpen te zien die een beeld schetsten van de turbulente periode van de volksverhuizingen (met een focus op de periode 300-500 na Chr.). Alle objecten toonden aanwijzingen van de ondergang van grote rijken met machtige heersers. Een verrassende insteek, want meestal laten musea juist de glorie daarvan zien.

Amuletten in de vorm van wespen/fallussen
Goud van de Daciërs en Visigoten

Om de ondergang van het West-Romeinse Rijk te illustreren, waren er vitrines met voorwerpen en informatie over de volken die Rome binnenvielen. Zo zag ik sieraden en gebruiksvoorwerpen van Goten, Hunnen en Daciërs. Uniek voor Scandinavië, want er zaten veel bruiklenen bij uit Roemenië en Bulgarije.

De Daciërs droegen amuletten van wespen/horzels. De symboliek daarachter is, zo denken we, dat de drager dezelfde kracht en agressieve moed als het dier verkreeg. Dat kwam in de strijd natuurlijk goed van pas. Tegelijkertijd is het dier een fallussymbool en ook dát zorgde voor voorspoed en vruchtbaarheid. Het kostbare materiaal van bovenstaand exemplaar (goud) versterkte die toegeschreven krachten nog extra. Alleen leidersfiguren konden zich zulke mooie exemplaren veroorloven, waarmee de amuletten waarschijnlijk ook statussymbolen waren.

Gouden ketting met granaat van de Hunnen

Van de Hunnen werd ook een culturele praktijk getoond, namelijk het verlengen van de schedel. Het was voor hen een teken van schoonheid om een ovalen schedel te hebben door het hoofd vanaf de kindertijd strak in te binden, vooral voor vrouwen. Hoe groter het voorhoofd, hoe mooier de vrouw. Het bewijs hiervan zien we vandaag nog terug, als er schedels gevonden worden die nog intact zijn. Of dit de hersenen nadelig aantastte, weten we niet zeker. Hersenen zijn in principe plastisch en kunnen enigszins vervormd worden. Het vermoeden is dat het mogelijk was om normaal te functioneren met een verlengde schedel, maar dat er door het dunnere schedeldak wel meer risico op hoofdletsel en hersenbloedingen was.

Oké, ik moest niet daadwerkelijk huilen. Maar man, ik was zó onder de indruk. Ik vertel mijn leerlingen nog ieder jaar wat ik hier gezien en geleerd heb.

Dan het permanente deel. Drie van de blijvende tentoonstellingen behandelen de geschiedenis van Denemarken door de tijd heen. Deze zalen heten respectievelijk Danmarks Oldtid; Grauballemanden en Middelalderudstillingen.

Danmarks Oldtid behandelt de historische perioden van de Steentijd, Bronstijd, IJzertijd en Vikingtijd in Denemarken. Dit zijn vier verschillende gangen, die je ook afzonderlijk kunt bezoeken. Volg je de looproute, dan pak je ze automatisch allemaal mee. Je leert hier hoe de eerste bewoners van Denemarken geleefd hebben. Zo loop je langs waterputten, ijzersmederijen, boerenerven en zelfs een rivierlandschap met visfuiken. Heel bijzonder zijn de reconstructies van grafheuvels uit de Brons- en IJzertijd, omdat de lichamen hierin liggen zoals ze gevonden zijn, inclusief grafgiften. Bij één van de graven moet je ook echt naar binnen kruipen bij een donkere grafheuvel van aarde en plaggen om de reconstructie te bekijken. In vitrines liggen verder nog ontelbaar veel sieraden en wapens.

De gang die naar de Vikingtijd leidt…

Tja, ook dat was weer janken geblazen. Want bij de ingang staat meteen al de Maskestenen/Århusstenen: een bekende runensteen met een afbeelding van een mythologisch figuur.

Deze Maskestenen is zelfs gebruikt als logo van het museum. Het MoMu heeft in totaal 7 lokale Deense runenstenen uit de Vikingtijd in haar collectie en ze zijn allemaal te zien.

Bij dit deel kun je een losse audiotour volgen, waarvan de kastjes bij de ingang hangen. Uiteraard heb ik er eentje meegenomen omdat ik alles wilde weten. Alles. Ieder icoon heb ik gescand. Als je dat doet, ben je ruim een uur bezig. Maar de bordjes bij de objecten bieden ook al ruimschoots informatie.

Aan het einde van dit onderdeel kom je in een grote hal, met in het midden één van de grote roeiboten die bij de opgraving van het beroemde Noorse Gokstad-schip werd ontdekt. Het is dus niet het Gokstad-schip zelf, dat wordt tentoongesteld in Oslo. Maar het is toch een indrukwekkend en authentiek vaartuig van de Vikingen. Je kunt er omheen lopen en rondom leer je alles over de zeevaart, riviervaart en navigatievaardigheden van de Noormannen.

Dan, helemaal aan het einde van een aparte spiraaltrap (of lift) naar beneden, kun je de laatste rustplaats van de Grauballemanden betreden. Een donkere, ovalen kamer met in het midden het veenlijk van de “Man van Grauballe”. Dit is het best bewaarde veenlijk ter wereld. Deze meneer leefde in de 3e eeuw voor Christus, dus in de Germaanse IJzertijd. Hij werd gevonden in 1952 en bleek een doorgesneden keel te hebben. Mogelijk is hij gestorven door rituele opoffering. Omdat zijn lichaam direct werd geconserveerd in het zure en zuurstofarme veen, is het goed bewaard gebleven.

Zijn lichaam vertoont nog altijd veel details, zoals zijn baardstoppels, zijn nagels en zijn haren. Langs de wanden staan bankjes, dus je kunt even naast hem gaan zitten. Dat heb ik gedaan en wederom was ik ontzettend onder de indruk. Als deze ervaring niet uitnodigt tot wat reflectie over de vergankelijkheid van het leven, dan weet ik het ook niet meer. Even later kwam er een schoolklasje met leerlingen van een jaar of 8 naar binnen. Ze gingen allemaal rustig zitten op de bankjes en ze zullen het ongetwijfeld spannen gevonden hebben, maar niet eng. De begeleider vertelde over het leven van de Grauballeman. Ik bleef gewoon zitten om het verhaal mee te pikken. De manier waarop er in Scandinavië met de dood omgegaan wordt, spreekt me veel meer aan dan de betutteling van de scholieren in Nederland.

Met dat in gedachten, liep ik door naar de gang van de Middelalderudstillingen; de tentoonstelling over middeleeuws Denemarken. Hier is de rode draad de verspreiding van het christendom over het land. Van een polytheïstisch naar een monotheïstisch geloof en hoe zich dat weerspiegelt in de materiële cultuur. Daarom zie je hier amuletten van Thor naast kruisjes hangen. Of een pagina uit een Bijbel naast een geschreven recept uit de Vikingtijd. Voor Denemarken waren de middeleeuwen niet een heel rijke tijd, maar er werd wel volop gehandeld. Met een intensieve uitwisseling van producten met volken langs de Baltische Zee en de Noordzee, waren de Denen altijd al vertrouwd.

En de laatste permanente tentoonstellingen heten Mød mennesket (“Ontmoet de mens”) en De dødes liv (“Het leven van de doden”) en draaien om etnografie en antropologie. Om bij deze onderdelen te komen, moet je een trap op en dus juist naar boven in plaats van naar beneden. Je moet dan de toegangspoortjes passeren. Die ochtend had een charmante jongeman me veel plezier gewenst bij het scannen van mijn kaartje en ik had hem in mijn Zweeds-Deens hartelijk bedankt. Toen ik naar boven wilde was het minstens 5 uur later. Hij zat er nog en vroeg: “Ben je er nog steeds?”….. Hahaha! 😀

Hoe dan ook, op deze verdieping worden culturele gebruiken van over de hele wereld behandeld. Gelukkig niet op een ouderwetse “aapjes-kijkenmanier” door middel van roofkunst en stereotypen. Nee, bij MoMu staan eerder alledaagse voorwerpen centraal en wordt er een unieke invalshoek gezocht om de informatie te presenteren. Culturen en volken worden bijvoorbeeld aan de hand van een voorwerp met elkaar vergeleken. Denk aan trouwjurken en trouwceremonieën van alle continenten. Of, toen ik er was, het versieren van een kerstboom. Heeft de kerstboom overal ter wereld dezelfde betekenis? Welke volken vieren kerst en waar komt de traditie vandaan? Wat hangen Nederlanders in hun boom? En Argentijnen? Het heeft een hoog Klokhuis-gehalte, maar ik vind dat juist leuk.

Ook buiten is er van alles te doen. Je kunt een Oldtidsstien volgen; een looppad langs een paar reconstructies van prehistorische graven en huizen. Aan het einde van de wandeling kom je bij een reconstructie van de Hørning-stavkirke (“staafkerk van Hørning”). Over staafkerken zal ik binnenkort nog een apart artikel schrijven. Het is allemaal erg mooi nagebouwd en het is heerlijk slenteren door het landschap, dus pak dit paadje zeker nog mee als je het MoMu ooit bezoekt.

In februari buiten koffie drinken!

En, ook niet onbelangrijk: het museum is een fijne, rustige plek met veel faciliteiten. Het bezoeken van de verschillende tentoonstellingen is makkelijk; je volgt gewoon de verschillende looproutes. Er wordt duidelijk aangegeven welke onderwerpen er op welke verdiepingen te zien zijn, zodat je eenvoudig zelf kunt kiezen wat je (wel of niet) gaat bekijken. Het hele museum is rolstoelvriendelijk en ruim opgezet, met veel bankjes en rustplekken tussendoor. Het restaurant is niet heel bijzonder, maar gewoon prima. Buiten mag je bijna overal op klimmen en overheen lopen. En zo niet, dan staat dit heel duidelijk aangegeven. Door de tuinbankjes en het grasveld rondom, kun je eventueel ook buiten een pauze nemen. Er is één directe busverbinding naar het centrum van Aarhus en de bushalte ligt 200 meter van de ingang.

Kortom: MoMu is een zeer indrukwekkend en fijn museum, waar alles goed geregeld is en waar een nerd als ik zonder problemen 7 uur kan vertoeven. Dit moet toch wel de best gespendeerde 120 DKK van mijn leven zijn geweest, whahaha. 😀

Wonen in de Bronstijd of de middeleeuwen? Het kan in Dalfsen!

Oké, misschien kun je in het Overijsselse dorp Dalfsen niet ín, maar wel áán de middeleeuwen wonen. Hier is namelijk een wijk aangelegd waarin de straten allemaal namen van historische perioden of oude werktuigen hebben gekregen. Ik nam er een kijkje.

De gehele wijk heeft de naam “Merovingen” gekregen. De Merovingen of Merovingers vormden tussen grofweg 480 en 750 na Christus een dynastie van Frankische koningen. Dat was dus (inderdaad) grotendeels in de middeleeuwen.

En de naam van de wijk is niet willekeurig gekozen: op deze plek in het huidige Dalfsen is een Merovingisch grafveld gevonden uit de 6e eeuw. Vooral de opgegraven grafgiften speken tot de verbeelding. Twee van de graven toonden namelijk een uitzonderlijke rijkdom. Het gaat om een mannengraf en een vrouwengraf, samen bijgezet in een houten grafkamer. Mogelijk vormden zij een echtpaar.

Bij de man werd een luxe wapenuitrusting gevonden, met twee zwaarden (een spatha en een sax), een umbo (de knop op het midden van een schild), een bijl en een lanspunt. De vrouw had prachtige sieraden meegekregen, namelijk twee mantelspelden (met edelstenen en goudfolie) en twee halssnoeren met barnsteenkralen. Ook werd er bij haar een aardewerken pot met een glazen beker erin gevonden. Misschien minder speciaal dan de sieraden; maar desalniettemin een statussymbool in de middeleeuwen.

In het midden van de wijk is een “ontmoetingsheuvel” met informatiebordjes aangelegd, waar je doorheen kunt lopen en met bankjes aan weerszijden. Zoals te lezen valt achter de bankjes, ontmoeten mensen elkaar in feite al 5.000 jaar op deze plek. Een mooie gedachte.

Maar wat is dan de link met de straten “Steentijd” of “Bronstijd”? Nou, voordat er begonnen kan worden aan de bouw van een nieuwe woonwijk, moet er archeologisch onderzoek verricht worden. Dat geldt tegenwoordig voor alle gemeenten in Nederland. Je moet immers zeker weten dat je niet gaat bouwen op een plek waar waardevol erfgoed ligt (zoals een oud graf of een religieus gebouw).

Dat gebeurde ook in Oosterdalfsen, in 2015. Al gauw werd er een zeer oud grafveld gevonden dat van de Trechterbekers bleek te zijn. Dit was een volk dat in Noordwest-Europa leefde in de prehistorie. Om iets preciezer te zijn, ongeveer tussen 4350 tot 2750 vóór Christus. Deze periode noemen we het Neolithicum, oftewel, de Nieuwe Steentijd. De Bronstijd kwam daarna en duurde in Europa van ongeveer 3000 tot 800 vóór Christus.

De naam “Trechterbekers” is simpelweg ontleend aan het type aardewerk dat deze mensen maakten: potten en bekers die wijd uitlopen (als een trechter). De welbekende hunebedden zijn overigens ook door deze mensen gebouwd. Als gereedschap gebruiken ze onder andere stenen vuist- en hamerbijlen. In 2015 werden er in Oosterdalfsen meer dan 100 trechterbekers opgegraven, bij maar liefst 120 graven. En zo werd in Dalfsen het grootste grafveld van de hunebedbouwers van heel Noordwest-Europa gevonden!

De gemeente liet vervolgens extra bodemonderzoek uitvoeren en daarbij werd het (veel jongere) Merovingische grafveld ontdekt. Onverwachts dus, als extra archeologisch cadeautje. Daar word je toch blij van? De wijknaam en de straatnamen herinneren alle bewoners/bezoekers aan de geschiedenis van de plek. Wat mij betreft een geslaagd nieuwbouwproject! 🙂

Meer informatie via de website van DNA van Dalfsen.

Weer een haaientand gevonden in de polder

Een tijdje geleden liet ik al zien dat ik op een schelpenpad aan de rand van het dorp een puntgave haaientand had gevonden. In dat bericht legde ik ook uit wat een haaientand precies voor fossiel is; klik hier om het nogmaals te lezen. Maar het houdt niet op, want ik heb er weer eentje gevonden tussen de schelpen in de polder. Niet op dezelfde plek, maar in een hondenpark in Heiloo.

Deze is wel een stuk kleiner dan de vorige en niet geheel zwart, maar zwartgrijs. Ook niet 100% intact, maar toch onmiskenbaar een haaientand.

Dit is echt een goede tip voor iedereen die het leuk vindt om te zoeken: probeer het eens op een (vers) schelpenpad in plaats van op het strand. De schelpen hiervoor worden namelijk van de zeebodem gezogen, een stukje verder dan de branding. En dat is dus blijkbaar waar de zeebodem vol ligt met fossielen! 🙂

Huis van Hilde

Gisteren heb ik met een oud-collega het Huis van Hilde bezocht, waar we tussen de archeologische vondsten konden bijkletsen (en een goede kop koffie konden drinken). Inmiddels heb ik dit museum zo vaak bezocht dat ik favoriete stukken kan aanwijzen, zoals deze toegetakelde schedel uit de Slag bij Vronen (1297).

En deze middeleeuwse sleutels. Ik heb nu eenmaal een zwakke plek voor historische sleutels, want… waar passen ze op? Welke geheimen hielden ze schuil? Wat hebben ze beschermd? Gebouwen, mensen of spullen? Aaahh…

Het Huis van Hilde is een klein, maar veelzijdig en interactief museum. Voor meer informatie kan men terecht op hun website.

Treat yourself…

In 2021 parkeerden wij de auto geheel per toeval in een fossielenhotspot. We hadden het Beierse dorp Solnhofen gekozen als beginpunt van een stevige wandeling over de “Twaalf Apostelen“. De enige plek waar we zo vroeg een kopje koffie konden krijgen, was in een fossielenwinkeltje. Ik kon het niet laten om een souvenir mee te nemen. De wandeling was overigens een succes, met vele mooie uitkijkpunten.

Maar de plek liet me niet meer los… ik wilde terug! En zo liepen we in augustus weer door Solnhofen te struinen tussen de prehistorische bodemvondsten. Onder het mom van ‘dit kan ik tijdens de lessen gebruiken‘ nam ik enkele mooie exemplaren mee naar huis.

Kijk dat visje! 😀

Ik maakte ook wat sfeerbeelden met mijn telefoon, eigenlijk vooral omdat we zo’n leuke dag hadden in Solnhofen. Toegegeven: de plek ligt waarschijnlijk voor veel mensen uit de route. Toch is een bezoek aan de winkeltjes voor liefhebbers van paleontologie echt de moeite waard.

Gevonden op het droge: een haaientand

Aan de rand van het dorp is een nieuw natuurgebiedje aangelegd voor vogels, wateropvang en bodemherstel. Dat is op zichzelf al een hele goede zaak, maar het werd nog mooier toen de gemeente het gebied openstelde voor recreanten. Er zijn schelpenpaden aangelegd en er is een houten brug geplaatst, zodat wandelaars hier (met of zonder hond) een frisse neus kunnen halen.

Het pad is al een paar weken geopend, maar wat zag ik vandaag ineens tussen de schelpen liggen? Een haaientand! Een gaaf exemplaar met de kartelrandjes nog intact. Pikzwart ten opzichte van de uitgebleekte tinten van de oude schelpen. Op het strand heb ik nog nooit een haaientand gevonden, maar in de polder nu dus wel. 😉

Wat zijn haaientanden precies? Het zijn letterlijk de gefossiliseerde tanden van haaien. Het gehele skelet van een haai bestaat uit kraakbeen, alleen de tanden niet. Haaientanden worden ook wel tongstenen genoemd en zijn niet zeldzaam. Ze kunnen aanspoelen op alle stranden die grenzen aan water waarin haaien leven of leefden (heel logisch eigenlijk). Daartoe behoort ook de kust van Nederland.

Tanden van haaien die nog leven of recent zijn overleden, zijn nog wit of crèmekleurig (net zoals bij mensen). Tanden van haaien die al miljoenen jaren dood zijn, zijn vaak zwart of bruin geworden onder invloed van de chemische processen in de zeebodem. Ik ben geen specialist in het dateren van fossielen, maar een snelle online check vertelt ons dat de meest voorkomende haaientanden in het Noordzeebekken tussen de 40 miljoen en 65 miljoen jaar oud zijn. Toch gaaf, of niet?! 🙂

Triceratops in het wild!

Deze zomer stuurt Naturalis een kudde triceratops dinosauriërs naar de openbare bibliotheken van vijf verschillende steden: Leeuwarden, Haarlem, Delft, Tilburg en Maastricht. Het bekijken van deze indrukwekkende skeletten is gratis, maar aanmelding is verplicht. Kijk hiervoor op de website van de bibliotheek die het dichtst bij jou in de buurt is.

Ik ging zelf langs in Haarlem en was onder de indruk. De tentoonstelling biedt veel leuke informatie voor kinderen én volwassenen. En het is een unieke kans om oog in oog te staan met een dino!

Rondom het skelet staan veel informatiebordjes. De naam “triceratops” betekent “driehoornig gezicht”, uiteraard vanwege de 3 hoorns op de kop. Ik leerde in Haarlem dat deze soort meer dan 9 meter lang kan worden en dat het herbivoren waren. Ze aten dus geen vlees, maar planten.

De ouderdom van het exemplaar in Haarlem wordt geschat tussen de 66 en 68 miljoen jaar, wow! En de gehele kudde van Naturalis is ontdekt in Wyoming (Noord-Amerika); allemaal bij elkaar in een moeras. Daarom wordt gedacht dat dit groepje familie van elkaar was.

Super leuk initiatief van Naturalis! 🙂

Terugblik Nationale Archeologiedagen 2024

Zoals hieronder al aangekondigd was, werden de Nationale Archeologiedagen dit jaar gehouden tijdens het weekend van 14, 15 en 16 juni. Zelf bezocht ik het archeologisch museum Huis van Hilde in Castricum. 

Op zaterdag werd daar een workshop middeleeuwse buidels maken gegeven.  Uit een rond stuk leer ontstond met slechts een paar handelingen een handig tasje met een makkelijk treksysteem. Touwtje erdoor en klaar! Op zondag konden bezoekers leren twijnen en naaldbinden. De korte video hieronder toont wat dit inhoudt.

Het waren leerzame en interessante dagen. Huis van Hilde organiseert vaker zulke workshops, dus wie zelf ook een buidel wil maken of sieraden wil twijnen, moet even hun website in de gaten houden.

Voor docenten is het zeker de moeite waard, want je gaat altijd met origineel lesmateriaal naar huis! 😉