De fossielkust van Selmaneset

We zijn nogmaals getrakteerd op een prehistorisch cadeautje, namelijk een excursie op de landtong Selmaneset, waar je gesteentelagen kunt bekijken uit de overgangsperiode van het Perm naar het Trias. Met het blote oog kun je fossielen spotten van meer dan 250 miljoen jaar oud!

Deze bestaan voornamelijk uit kleine mariene fossielen uit het Perm. In het oog springen meteen de ammonieten vanwege de typische krulvormen. Talrijker aanwezig zijn de koraalfossielen en schelpdieren, zoals mosselachtige soorten. Deze zijn minder herkenbaar dan ammonieten of haaientanden, maar er zijn op Selmaneset wel heel veel verschillende soorten te vinden.

Verder kun je botfragmenten van gewervelde dieren tegenkomen, zoals vissen, brachiopoden en andere kleine zeedieren. En geologen hebben hier zelfs koralen gevonden in nóg oudere kalksteenlagen, namelijk uit het Laat-Carboon en Vroeg-Perm. Deze zijn dan minstens 300 miljoen jaar oud!

Al deze fossielen bewijzen dat Selmaneset vroeger deel uitmaakte van een ondiepe zee. Maar vergeet daarbij niet dat Svalbard vandaag veel noordelijker ligt; dat legde ik al eerder uit in het artikel over dinosauruspootafdrukken op Spitsbergen.

Ik heb enorm genoten van deze excursie, omdat de fossielen het beste zichtbaar waren in een klif waar we met enige moeite doorheen klommen en klauterden. We stonden letterlijk tot onze knieën in de geschiedenis. Eenmaal op de terugweg naar het schip, doorkruisten we een stuk toendra waar we nog enkele Svalbardrendieren zagen grazen. De conclusie blijft elke keer dat dit een enorm indrukwekkend landschap is.

Bron: Forbes, C. L., Harland, W. B., & Hughes, N. F. (1958). Palaeontological evidence for the age of the Carboniferous and Permian rocks of central Vestspitsbergen. Geological Magazine, 95(6), 465–490.

Dinosauriërs in het Noordpoolgebied?

Zeker! En hun pootafdrukken bewijzen het. Momenteel vaar ik met een expeditieschip om Svalbard heen. We gaan elke dag aan land om te genieten van het landschap, de dieren, de geschiedenis en de cultuur van het Arctisch gebied. Vandaag landden we bij Boltodden, waar pootafdrukken van dinosauriërs liggen.

Boltodden ligt in Kvalvågen, aan de oostkust van Spitsbergen; één van de eilanden van Svalbard. Vandaag ligt het op 77° noorderbreedte, maar de paleobreedte is vastgesteld tussen de 63 en 66° noorderbreedte (oftewel: de ligging van deze plek tijdens het Vroege Krijt). Svalbard lag toen in zijn geheel aan de noordwestelijke rand van de Euraziatische Plaat. En ja, daar kwamen dus dinosauriërs voor.

In 1976 werden er twee pootafdrukken ontdekt. De wetenschappers concludeerden destijds dat de afdrukken bij middelgrote, theropode dinos hoorden vanwege de duidelijke klauw-achtige vormen. Theropode dinosauriërs zijn namelijk soorten die op twee achterpoten liepen, scherpe tanden en (vaak) grote klauwen hadden. Denk bijvoorbeeld aan de Tyrannosaurus Rex en de Velociraptor.

Nieuw onderzoek in 2012 en in 2014 weerlegde dat echter. Er werden moderne morfologische analyses uitgevoerd, waardoor we nu weten dat de afdrukken breed zijn (niet lang), stompe tenen en ronde middenvoetzolen hebben. Ook werden de conserveringskenmerken goed bestudeerd en zag men dat afdrukken van eventuele voorpoten afwezig waren. Als laatste werd er nog sedimentologisch onderzoek uitgevoerd; dus er werd achterhaald hoe en wanneer de verschillende gesteentelagen van het gebied zijn afgezet en ontstaan.

Met dit nieuwe bewijs werd vastgesteld dat de voetafdrukken afkomstig zijn van ornithopode dinosauriërs. Dat zijn soorten die planten aten, een snavelachtige bek en sterke kiezen hadden en meestal op twee poten liepen (hoewel sommige grotere soorten ook op vier poten konden lopen). Voorbeelden zijn de Iguanodon, de Hypsilophodon en de Parasaurolophus. Deze specifieke exemplaren op Svalbard komen van de Iguanodon.

De eerste tentoongestelde Iguanodon (1883). Foto uit het publieke domein.

De onderzoeksteams identificeerden bovendien minstens 34 nog niet eerder herkende afdrukken. Het aantal prehistorische pareltjes op Boltodden verschoof daarmee van 2 naar 36! Voor de wetenschap was dit erg belangrijk, omdat de ontdekking suggereert dat viervoetige ornithopoden in het noordelijke deel van Laurazië (het oercontinent waar het huidige Amerika, Europa en Azië vandaan komen) wijder verspreid waren dan fossiele vondsten doen vermoeden. Deze soorten konden zich ook veel beter aan hun omgeving aanpassen dan we voorheen dachten.

En dat wordt dan uitgerekend in het Noordpoolgebied ontdekt… Wat een bizarre toestand! Ik ben erg dankbaar dat ik mijn eigen handen in de pootafdrukken heb kunnen leggen. 🙂

Tip: Laat je eigen vondsten checken

Even een snelle tip voor iedereen die thuis dubieuze vondsten heeft liggen: op zaterdag 12 april organiseert het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden weer de jaarlijkse Nationale Vondstendag. Heb je weleens iets gevonden waarvan je niet zeker weet wat het is, of hoe oud het is? Dit is je kans om een team van archeologen, historici, biologen en muntspecialisten naar jouw vondst(en) te laten kijken!

Het laten determineren van je eigen vondsten kan tussen 10:00 en 16:00 uur en is gratis, maar er wordt wel gevraagd of je van tevoren een tijdslot wil reserveren. Dat kan via de website, klik hier.

Stuur me vooral een berichtje als je gaat, ik ben reuze benieuwd naar jullie bodemschatten! 🙂

Weer een haaientand gevonden in de polder

Een tijdje geleden liet ik al zien dat ik op een schelpenpad aan de rand van het dorp een puntgave haaientand had gevonden. In dat bericht legde ik ook uit wat een haaientand precies voor fossiel is; klik hier om het nogmaals te lezen. Maar het houdt niet op, want ik heb er weer eentje gevonden tussen de schelpen in de polder. Niet op dezelfde plek, maar in een hondenpark in Heiloo.

Deze is wel een stuk kleiner dan de vorige en niet geheel zwart, maar zwartgrijs. Ook niet 100% intact, maar toch onmiskenbaar een haaientand.

Dit is echt een goede tip voor iedereen die het leuk vindt om te zoeken: probeer het eens op een (vers) schelpenpad in plaats van op het strand. De schelpen hiervoor worden namelijk van de zeebodem gezogen, een stukje verder dan de branding. En dat is dus blijkbaar waar de zeebodem vol ligt met fossielen! 🙂

Treat yourself…

In 2021 parkeerden wij de auto geheel per toeval in een fossielenhotspot. We hadden het Beierse dorp Solnhofen gekozen als beginpunt van een stevige wandeling over de “Twaalf Apostelen“. De enige plek waar we zo vroeg een kopje koffie konden krijgen, was in een fossielenwinkeltje. Ik kon het niet laten om een souvenir mee te nemen. De wandeling was overigens een succes, met vele mooie uitkijkpunten.

Maar de plek liet me niet meer los… ik wilde terug! En zo liepen we in augustus weer door Solnhofen te struinen tussen de prehistorische bodemvondsten. Onder het mom van ‘dit kan ik tijdens de lessen gebruiken‘ nam ik enkele mooie exemplaren mee naar huis.

Kijk dat visje! 😀

Ik maakte ook wat sfeerbeelden met mijn telefoon, eigenlijk vooral omdat we zo’n leuke dag hadden in Solnhofen. Toegegeven: de plek ligt waarschijnlijk voor veel mensen uit de route. Toch is een bezoek aan de winkeltjes voor liefhebbers van paleontologie echt de moeite waard.

Gevonden op het droge: een haaientand

Aan de rand van het dorp is een nieuw natuurgebiedje aangelegd voor vogels, wateropvang en bodemherstel. Dat is op zichzelf al een hele goede zaak, maar het werd nog mooier toen de gemeente het gebied openstelde voor recreanten. Er zijn schelpenpaden aangelegd en er is een houten brug geplaatst, zodat wandelaars hier (met of zonder hond) een frisse neus kunnen halen.

Het pad is al een paar weken geopend, maar wat zag ik vandaag ineens tussen de schelpen liggen? Een haaientand! Een gaaf exemplaar met de kartelrandjes nog intact. Pikzwart ten opzichte van de uitgebleekte tinten van de oude schelpen. Op het strand heb ik nog nooit een haaientand gevonden, maar in de polder nu dus wel. 😉

Wat zijn haaientanden precies? Het zijn letterlijk de gefossiliseerde tanden van haaien. Het gehele skelet van een haai bestaat uit kraakbeen, alleen de tanden niet. Haaientanden worden ook wel tongstenen genoemd en zijn niet zeldzaam. Ze kunnen aanspoelen op alle stranden die grenzen aan water waarin haaien leven of leefden (heel logisch eigenlijk). Daartoe behoort ook de kust van Nederland.

Tanden van haaien die nog leven of recent zijn overleden, zijn nog wit of crèmekleurig (net zoals bij mensen). Tanden van haaien die al miljoenen jaren dood zijn, zijn vaak zwart of bruin geworden onder invloed van de chemische processen in de zeebodem. Ik ben geen specialist in het dateren van fossielen, maar een snelle online check vertelt ons dat de meest voorkomende haaientanden in het Noordzeebekken tussen de 40 miljoen en 65 miljoen jaar oud zijn. Toch gaaf, of niet?! 🙂