Kasteeldomein de Renesse (Oostmalle, België)

Dat de geschiedenis van Nederland en België innig met elkaar verbonden zijn, zal niemand verbazen. Onze historie begon immers gezamenlijk in de middeleeuwen, toen we nog één land vormden. In de jaren dat de Noordelijke Nederlanden (het huidige Nederland) in opstand kwamen tegen de Spaanse overheersing door het Huis Habsburg, bleven de Zuidelijke Nederlanden (het huidige België) de Spaanse koning juist trouw. Vanaf dat moment liepen de levenslijnen van de twee landen uiteen, maar na de Franse periode werden ze toch weer samengevoegd.

Deze historische meanders komen tot uiting in het indrukwekkende Domein de Renesse in Oostmalle. De geschiedenis is hier letterlijk in de gebouwen terug te zien, met name in het kasteel (dat ooit symmetrisch was, maar door de eeuwen heen een eclectisch bouwwerk is geworden). Zelfs de beplanting in de tuin is onderhevig geweest aan verschillende historische invloeden, waardoor het vandaag zeer plezierig is om over het groene, bloeiende en netjes onderhouden domein te wandelen.

Nadat Napoleon verslagen was bij Waterloo, werd er een nieuw “Verenigd Koninkrijk der Nederlanden” gevormd (1815). Dat betekende ook dat er een gezamenlijk koloniaal rijk was. Zowel Nederlandse als Belgische ambtenaren werkten in Nederlands-Indië, zo ook de markante figuur Leonard du Bus de Gisignies. Echter, tijdens zijn diensttijd begon de Belgische Revolutie en werd België een zelfstandig land (1830). Wat dat voor hem als Belg betekende in de Nederlandse kolonie, wordt in de video besproken, samen met nog veel meer andere interessante feiten over het domein.

Met hartelijke dank aan Raymonde vanden Broeck en Joke Kenis voor de gastvrijheid en voor de ondersteuning bij de totstandkoming van de video.

Film: Oppenheimer (2023)

Barbenheimer gaat aan mij voorbij, maar Oppenheimer heb ik vorige week wél in de bioscoop gezien. Je kunt overal recensies vinden over de betrouwbaarheid van de film, dus ik wil liever schrijven over de historische achtergrond ervan. Ook is er een link met Noorwegen, die in de film niet besproken wordt. Lees dus vooral verder.

In de jaren ’30 ontdekten Duitse wetenschappers hoe kernsplijting ontstaat. In 1938 toonden de natuurkundigen Otto Hahn en Fritz Strassmann met experimenten aan dat uraniumkernen kunnen splijten. Kort daarna gaven Lise Meitner en Otto Frisch hiervoor een theoretische verklaring en introduceerden zij de term “kernsplijting”. Simpel gezegd is kernsplijting het splitsen van een atoom in kleinere fragmenten, waarbij grote hoeveelheden energie vrijkomen. Zou je dit toepassen op oorlogvoering, dan kun je atoombommen creëren die in één keer hele gemeenschappen vernietigen.

In 1939 ontving de Amerikaanse president Franklin D. Roosevelt een brief van de natuurkundige Leó Szilárd, die mede was ondertekend door Albert Einstein. In de brief werd gewaarschuwd dat Nazi-Duitsland mogelijk onderzoek deed naar atoomwapens. Naar aanleiding van deze waarschuwing (en terecht gealarmeerd) steunde Roosevelt vervolgens eigen, Amerikaanse onderzoeken naar kernwapens. Iets later, namelijk in 1942, werd het “Manhattan-project” (het Amerikaanse nucleaire programma) officieel gelanceerd.

De geallieerden wilden achterhalen hoe ver de Duitsers nu echt waren met hun kernonderzoek. Duitse wetenschappers werden gevangengenomen en ondervraagd, archieven werden doorzocht, laboratoria werden overhoop gehaald. Uiteindelijk werden er technische tekeningen en documenten gevonden die verband hielden met kernsplijting en ging het gerucht dat er bommen waren getest in de bossen van Thüringen. Bevestigd werden de vermoedens echter niet. Na de oorlog werden er daarom ook ooggetuigenverslagen verzameld. Lokale bewoners verklaarden lichtflitsen gezien te hebben en sommigen hadden lichamelijke klachten. Maar tot op de dag van vandaag is er geen overtuigend bewijs gevonden voor dergelijke testen in Thüringen. De meeste historici beschouwen deze beweringen daarom als onbewezen.

Maar een ander belangrijk onderdeel van het Duitse kernonderzoek, is wél goed gedocumenteerd. Het speelde zich af in Vemork (Noorwegen) bij de fabriek van Norsk Hydro, waar zwaar water werd geproduceerd. Zwaar water is een speciale vorm van water waarin de waterstofatomen zwaarder zijn dan in normaal water. Het kan worden gebruikt om kernreactoren te laten werken, waarbij mogelijk plutonium kan ontstaan (dat dan weer geschikt is voor kernwapens). Voor de Duitsers was dit daarom een belangrijk materiaal.

Om de nazi’s te dwarsbomen bij de productie ervan, werden verschillende sabotageacties uitgevoerd door Noorse verzetsstrijders. Vaak werden ze gesteund door de Britse Special Operations Executive (SOE). Eén van de bekendste acties was “Operatie Gunnerside“, uitgevoerd door een groep commando’s onder leiding van Joachim Rønneberg in 1943. Daarbij werd een deel van de installatie vernietigd. Later werd ook een transport van zwaar water dat via een veerboot over het Tinnmeer werd vervoerd tot zinken gebracht. Deze acties zorgden ervoor dat de Duitsers maar beperkt over zwaar water konden beschikken.

Mogelijk hadden de onderzoekers van het Duitse kernprogramma beperkte middelen en kreeg het project geen hoge prioriteit van de regering. En dat de wetenschappers op verschillende locaties in Europa werkten, kwam de samenwerking niet ten goede. Bovendien weten we dat de Duitse onderzoeksgroepen relatief klein waren. Het Amerikaanse Manhattan-project beschikte daarentegen over enorme financiële middelen en duizenden wetenschappers, technici en arbeiders. Vooral in Los Alamos (New Mexico) werden grote vooruitgangen geboekt in de ontwikkeling van kernwapens. De wetenschappelijke leiding daar lag bij J. Robert Oppenheimer, een theoretisch natuurkundige met een specialisatie in kwantumfysica. Hij coördineerde de samenwerking tussen de wetenschappers en vertaalde theoretische ideeën naar een werkbaar ontwerp voor een kernwapen.

In augustus 1945 werden deze kernwapens vervolgens door de Amerikanen ingezet tegen Japan. Er werden atoombommen gedropt op de steden Hiroshima en Nagasaki. De bombardementen veroorzaakten enorme verwoestingen en leidden direct tot tienduizenden doden. Maar het aantal slachtoffers liep nog jarenlang op, vanwege de straling en bijbehorende ziektes. Deze gebeurtenissen droegen bij aan de overgave van Japan en het einde van de Tweede Wereldoorlog.

Na de oorlog groeide Oppenheimer uit tot een omstreden figuur. In de media benadrukte hij steeds nadrukkelijker de negatieve, morele gevolgen van zijn werk. Hij verzette zich ook tegen de verdere ontwikkeling van kernwapens. Het is dus zijn verhaal dat we volgen in de film Oppenheimer. Centraal staat zijn rol in het Manhattan-project en zijn worsteling met de potentiële gevolgen van atoomwapens. Wat mij betreft is dat mooi in beeld gebracht. Als kijker moet je wel blijven opletten en enige historische achtergrondkennis hebben. De problematiek rondom Oppenheimers intieme relaties had van mij minder prominent aanwezig mogen zijn. De scènes met Jean Tatlock (gespeeld door Florence Pugh) zijn nogal ongemakkelijk en dragen beperkt bij aan het historische verhaal. Maar ach, het blijft een Hollywoodfilm. We moeten natuurlijk wel wakker blijven, te midden van al die droge kwantumfysica.

Historisch correct?Geschikt en nuttig voor leerlingen?
Grotendeels.Ja, voor bovenbouwleerlingen.

Lesinspiratie: middeleeuwen

Om het einde van het hoofdstuk over de middeleeuwen (tevens het einde van het schooljaar) te markeren, hebben mijn brugklasleerlingen vanochtend allemaal een decreet opgesteld. Ze moesten opschrijven wat zij het belangrijkste element uit de middeleeuwen vinden, lest we forget dat er in dit tijdperk veel gebeurde en veel ontdekt werd.

De decreten werden geheel in stijl ondertekend, met veren en ecoline. Dat was even concentreren, maar het lukte prima. Nu kan niemand meer zeggen dat de middeleeuwen “dark ages” waren!

Lesinspiratie: Noormannen / Scandinavië / Vikingen

De lesboeken die wij gebruiken, bevatten helaas geen informatie over de Noormannen of de middeleeuwse Scandinavische samenleving. Ik vermoed dat de meeste geschiedenisdocenten in Nederland dit onderwerp overslaan, maar daarvan breekt mijn Vikinghart natuurlijk wel een beetje. Voor docenten die wél met het onderwerp aan de slag willen gaan, heb ik hieronder een inspiratielijstje samengesteld.

  1. Neem spullen mee die de Noormannen bezaten en toon de leerlingen een soort “what’s in my bag“. Scandinavische mannen en vrouwen droegen veel persoonlijke spulletjes op hun lichaam, zoals oorlepels, sleutels, buidels met munten, (hak)zilveren sieraden, naald en draad, mesjes en runenstenen. Veel daarvan kun je zelf in elkaar knutselen.
  2. Laat de leerlingen kennismaken met het runenschrift. Ga op zoek naar een runensteen die jou aanspreekt en bespreek de inscriptie(s) op de steen. Laat de leerlingen als afsluiter hun eigen naam in runen schrijven.
  3. Vertel over de unieke wanderlust van de Vikingen. Terwijl je de middeleeuwen behandelt, kun je bijvoorbeeld vertellen dat de Scandinaviërs als enige Europeanen overal heen reisden (missionarissen en andere reizende beroepen daargelaten). Verreweg het grootste deel van de Europese bevolking kende alleen de eigen omgeving: het eigen dorp, met sporadische bezoeken aan de dichtstbijzijnde stad. De groepen die “Viking” gingen, wilden juist steeds verder reizen om te handelen, plunderen en ontdekken en later ook om nieuwe vestigingsgebieden te vinden. Voor de leerlingen is het verrassend om te leren dat de Scandinaviërs ook een compleet eigen samenleving creërden in Engeland, IJsland en Groenland.
  4. In het verlengde daarvan, kun je de leerlingen uitleggen hoe hoogstaand de navigatie- en scheepsbouwtechnieken van de Noormannen waren. Vertel over feit én over fictie! Noem de terugkerende raven, de zonnewijzer, de zonnesteen, de drakar, de overnaadse werkwijze die voor een bijzonder wendbaar en sterk schip zorgde, etcetera, etcetera. Hierdoor benadruk je het belang en de blijvende waarde van het Vikingtijdperk.
  5. En als laatste: doe iets met de Noordse mythologie! Lees een stukje voor uit de poëtische of prozaïsche Edda, kies één verhaal dat het meeste tot de verbeelding spreekt, laat de leerlingen de hoofdpersonen tekenen tijdens het luisteren, laat hen zélf (het vervolg van) een mythe schrijven… De mogelijkheden zijn eindeloos. Dit is in mijn klassen ieder jaar weer favoriet; iedereen kan hier zijn/haar creativiteit in kwijt en vanwege de popcultuur kennen veel leerlingen de mythologische figuren al.
Fabriceer zelf een zonnewijzer!

Omdat er in het reguliere curriculum zo weinig ruimte is voor onderwerpen die niet in de lesboeken staan, hoef je hier natuurlijk geen complete lessenreeks aan te wijden. Maar neem van mij aan: de leerlingen vinden dit leuk. Het is een onderdeel waarmee je de lessen over de middeleeuwen een flinke oppepper kunt geven, dus het zou zonde zijn om het over te slaan!

De Slotruïne van Kalø (Denemarken)

In 1313 heeft de Deense koning Erik Menved een groot kasteelcomplex laten bouwen op een schiereiland. Maar hoe kwam hij nou uitgerekend dáár terecht? Even later werd er onder de kasteeltoren een gevangenis gegraven, waar niemand minder dan de Zweedse koning Gustav Eriksson (Vasa) een paar maanden heeft moeten wegrotten. Waarom dat zo was en tijdens welke politieke conflicten dit gebeurde, wordt duidelijk in de video hieronder.

Een stukje Colombiaanse kartelgeschiedenis

Onlangs gaf ik voor I&S les over de schadelijke gevolgen van globalisering. Ik vertelde de klas over de “cocaïnenijlpaarden” van Pablo Escobar en wilde dit opmerkelijke stukje geschiedenis ook even hier delen.

De regering van Colombia gaat later dit jaar zeventig “cocaïnenijlpaarden” verplaatsen. De nijlpaarden zijn afstammelingen van de privécollectie wilde dieren van de (in 1993) doodgeschoten drugsbaas Pablo Escobar. Eind jaren ’80 liet Escobar exotische dieren uit Afrika en Azië vangen en overbrengen naar zijn landgoed Hacienda Nápoles, op zo’n 250 km afstand van Medellín. Zo had hij ook nijlpaarden geïmporteerd. Oorspronkelijk ging het om één stier met 3 vrouwtjes. Maar de dieren hadden het naar hun zin en inmiddels zijn er tussen de 130 en 160 nijlpaarden in Colombia.

Omdat nijlpaarden niet in Colombia thuishoren, schaadt hun aanwezigheid de lokale ecosystemen. Er is sprake van watervervuiling door de ontlasting van de dieren. En boeren in de omgeving hebben veel last van de gevaarlijke nijlpaarden, die akkers platwalsen en leegvreten. Binnenkort worden er eerst 10 nijlpaarden naar Mexico gebracht en later nog eens 60 naar India. Deze operatie zou de regering minstens $3.500.000 gaan kosten. Tja… Escobar moet net als Madame de Pompadour gedacht hebben dat de zondvloed ná hem zou komen.

Nadat de eerste kreten van verontwaardigdheid over Escobar en zijn nijlpaarden verstomden, ontstond er een inhoudelijke discussie over globalisering, dierentuinen en overconsumptie. Dat maakte dit nieuwsitem tot een geschikte aandachtstrekker, die ik ook volgend jaar nog kan gebruiken.

“Afrika verdelen” in de klas

In de klas hebben de leerlingen de kaart van Afrika opnieuw ingetekend, net zoals dat in 1884-1885 gebeurde tijdens de Conferentie van Berlijn.

Deze Conferentie van Berlijn was een bijeenkomst van een aantal leiders van industrialiserende Europese naties. Onder andere het Duitse Rijk, België, Groot-Brittannië en Frankrijk waren aanwezig. Deze vier naties werden de hoofdrolspelers van het evenement, hoewel er nog meer landen vertegenwoordigd waren.

De Europese machten kwamen bijeen om “koloniale problemen” op te lossen (denk aan dubbele claims, gebrek aan industriële grondstoffen of juist gebrek aan afzetgebieden). Door het Afrikaanse continent onderling te verdelen, herdefinieerden ze de grenzen van Afrikaanse landen en creëerden ze tegelijkertijd nieuwe naties. De mensen die in deze gebieden woonden, waren nooit om advies gevraagd. Ze hadden niets te zeggen bij de creatie van deze nieuwe landsgrenzen. En dus sneden de lijnen dwars door stamgebieden en graasgebieden/migratieroutes van dierenkuddes, waardoor er automatisch nieuwe spanning ontstond onder de lokale bevolking.

Hoewel het tijdperk van dit moderne imperialisme nu achter ons ligt, vormen de afspraken uit de Conferentie van Berlijn nog altijd de reden dat sommige Afrikaanse grenzen er vandaag zo vreemd “recht” uitzien.

Als docent kun je dit vertellen en aanwijzen op de kaart, maar je kunt het de leerlingen ook zelf laten ontdekken. De klas speelt de Conferentie dan na en probeert zoveel mogelijk de belangen van het eigen land te behartigen. Met een paar kaartjes op tafel, zeiden ze dingen als “Ik claim dit stuk land, jij mag dat hebben!” en “Stop, dit is mijn territorium!”. Of, helemaal berekenend en tevreden met zichzelf: “Dat overige stukje kunnen we nog in tweeën snijden!”. Door hen na afloop met hun eigen uitspraken te confronteren, begrepen we aan het einde van de les allemaal hoe absurd de Conferentie van Berlijn eigenlijk was.

Als je dit zelf ook eens wil proberen, dan is de PDF van Barbaar Educatie meteen bruikbaar en goed functionerend (klik hier). Aanrader voor de lessen over kolonialisme!

Scheurend door de tijd (letterlijk)

Zijn jullie ook zo druk aan het scheuren in de Alkmaarse Scheurkalender? Vandaag kwam er een puzzel naar boven. Hieronder zomaar een selectie van de afgelopen weken; de kalender zit echt boordevol historische weetjes. Voor de geïnteresseerden die bij onze winactie misgrepen: via de website zijn er nog enkele scheurkalenders verkrijgbaar. 😉

Laatste kans bij Zandsculpturen Garderen

…Althans, de laatste kans om de tentoonstelling van 2022-2023 te bezoeken voordat het terrein sluit en het nieuwe thema opgebouwd wordt.

Wij voegden zelf natuurlijk ook de daad bij het woord om alle schitterende kunstwerken nog een laatste keer te bekijken. Er staan zandsculpturen, houtsculpturen en ijssculpturen. Dus zelfs in de laatste weken is er nog van alles te zien!


Alvast terugblikkend op dit seizoen, kan ik niet anders zeggen dan dat het thema Vaderlandse Geschiedenis een groot succes was. De complimenten stroomden bij ons binnen en veel mensen waren verheugd om Zandsculpturen Garderen “ontdekt” te hebben als uitje op de Veluwe. Hartelijk dank voor alle leuke reacties en… Op naar de volgende! 🙂