De burchtruïne van Steinhart (Hainsfarth, Duitsland)

Een nieuwe aflevering van Pracht & Praal, dit keer over een ruïne. Deze middeleeuwse burcht (Duits: Burg) vervulde een belangrijke functie tijdens de politiek-militaire campagnes van de Heren van Steinhart, maar raakte al in de vroegmoderne tijd in verval. Gelukkig wordt de ruïne vandaag beschermd door monumentenzorg, zodat de dikke muren niet verder afbrokkelen. Diep verscholen in het bos, loop je zo terug de middeleeuwen in zodra je de poort ziet verschijnen!

DetectorDinsdag: Vondst tussen het zand

Uit een gebied waar vroeger de eerste duinenrij lag, maar nu bebouwing is gekomen: een onderkaak van een konijn.

De kaak kan eventueel van een haas zijn, maar qua formaat lijkt het mij aannemelijker dat het van een konijn is. Het is geen metaalvondst, maar een toevallige organische vondst die naar boven kwam bij het omscheppen van het zand. Het muntje van 5 eurocent heeft er niets mee te maken, die heb ik ernaast gelegd voor de schaal. En oké, dit alles is niet heel bijzonder… Maar wel gaaf, toch? Zoveel details!

De werfkelders van Utrecht

Naast de huisnummers met de toevoeging “bis” (lees het hier), beschikt Utrecht over nóg een bijzonder stedelijk kenmerk. In de binnenstad zijn de grachten op veel plekken voorzien van zogeheten werfkelders.

Oorspronkelijk waren deze kelders bedoeld als opslagruimten en doorgangsruimten tussen de huizen en de grachten. Zo konden goederen worden getransporteerd over het water, wat voordelen had ten opzichte van het vervoer door de drukke en smerige straten van de binnenstad. De middeleeuwse stenen constructies en de bruggetjes uit de Gouden Eeuw (17e eeuw) brengen je vandaag direct terug naar vervlogen tijden. Leuk om te weten is dat de kelders vaak recht onder de straten liggen. De combinatie van bedrijvigheid in de binnenstad en de opslag en het goederentransport rondom de werfkelders, zorgde ervoor dat Utrecht in feite een stadshaven had.

Zelf een keer spieken? In sommige kelders zitten tegenwoordig winkels, restaurants of kantoren. Loop je langs de Drift, de Oudegracht, de Nieuwegracht, de Plompetorengracht of de Kromme Nieuwegracht, dan kun je op veel plekken met een trapje naar beneden om bij de kelderdeuren te komen. Respecteer daarbij wel de privacy van de bewoners aan de grachten. 🙂

DetectorDinsdag: Poetsen maar!

Gevonden op een zandvlakte waar vroeger een GGZ-instelling stond: een retro tube tandpasta. Vandaag poetsen we onze tanden om ons gebit te reinigen, verzorgen en beschermen, maar hoe ging dat vroeger?

Het zou goed kunnen dat onze voorouders in de prehistorie hun tanden ook met dat doel poetsten. Ze gebruikten takjes en twijgjes van bepaalde planten en kruiden. Afhankelijk van de gebruikte plant, moet dat een geneeskrachtige of verfrissende werking gehad hebben. Vermoedelijk werd er ook zout gebruikt om de tanden te schuren. Wat we zeker weten, is dat de Egyptenaren tandpoeder gebruikten rond 5000 vóór Christus. Dit was een mengsel van koolstaf (as) en vermalen eierschalen en/of botjes. De Grieken en Romeinen voegden daar ook nog kruiden en boomschors aan toe. Zij hebben vastgelegd dat ze hun gebit om hygiënische redenen met dit tandpoeder behandelden.

Advertentie uit 1892 (publiek domein)

We maken even een sprong door de tijd. Omstreeks 1824 ontwikkelde de Amerikaan John Peabody een tandpoeder van zeep en glycerine. Nu werden er ook spatels en borstels gebruikt voor het “tandenpoetsen”. Rond 1850 werd de eerste moderne tandpasta (uit zeep en kalk) ontwikkeld door de Amerikaan Washington Wentworth Sheffield. Ja, de beste kerel had drie plaatsnamen als eigennaam. Zijn pasta werd als “Dr. Sheffield’s Creme” verkocht in glazen potjes. Vanaf 1892 werd het ook in tubes verkocht. Overigens werd er pas in 1936 voor het eerst tandpasta in Nederland verkocht. En sindsdien zijn er allerlei nieuwe en verbeterde ingrediënten aan tandpasta’s toegevoegd die ons gebit maximaal reinigen en verzorgen. Dat kunnen we eenvoudig bewijzen door de tanden van overleden personen uit verschillende perioden te vergelijken: tegenwoordig hebben oude mensen veel vaker nog hun eigen, gezonde gebit op het moment van overlijden dan vroeger het geval was. Lekker blijven poetsen, dus! 😀

Rietwerkers, bieswerkers en griendwerkers – Ambachten in de Biesbosch

Wie weet er tegenwoordig nog wat voor werk een rietwerker precies doet? Of een bieswerker? En wat is eigenlijk een griendwerker? Allerlei termen van ambachten die een beetje in de vergetelheid zijn geraakt, maar desalniettemin belangrijk zijn geweest voor de Nederlandse economie. In de Biesbosch kwamen al deze beroepen samen. Het landschap bepaalde de geschiedenis en andersom. Klik op onderstaande video en kijk mee naar dit onvervalste stukje Hollandsche geschiedenis.

Afwijkende Utrechtse huisnummers

Wie weleens in Utrecht komt, heeft deze vreemde toevoeging aan de huisnummers vast weleens gezien: “BIS”, “bis A” of “BIS B”. Waar slaat dat eigenlijk op?

Het woord “bis” betekent “twee(maal)” in het Latijn. Wanneer een gebouw met een bepaald huisnummer later werd opgedeeld in meerdere woningen en/of kantoren, werd er onderscheid tussen de ruimten gemaakt door “bis” aan dit huisnummer toe te voegen. Een woning op de begane grond heeft dan bijvoorbeeld huisnummer 5 en de woning op de bovenverdieping (in hetzelfde gebouw) 5 bis.

Wanneer er nog meer afzonderlijke verdiepingen zijn, krijg je…

  • Huisnummer 5 (begane grond)
  • Huisnummer 5 bis (eerste verdieping)
  • Huisnummer 5 bis A (tweede verdieping)
  • Huisnummer 5 bis B (derde verdieping)

Voor zo ver mij bekend is, is Utrecht de enige Nederlandse stad met deze toevoeging aan de huisnummers. In Parijs komt het echter ook voor.

DetectorDinsdag: DIESEL

Gevonden op het strand: een plaatje van gemengd metaal met opdruk DIESEL.

Het lijkt het lettertype van het kledingmerk te zijn. Het hing wellicht aan een petje of aan een schoen. Of zou het van een vaartuig komen en toch op diesel als brandstof duiden?

De geschiedenis van de pruik – Samenwerking met Stichting Haarwensen

In kostuumdrama’s loopt iedereen rond met een pruik, de één nog extravaganter dan de ander. Denk aan rechters in Victoriaans Engeland, of aan de Franse Marie Antoinette en haar peperdure haarwerken met vogelkooitjes erin. Maar sinds wanneer dragen mensen eigenlijk pruiken, hoe ver moeten we dan terug in de tijd? En wat was de oorspronkelijke functie daarvan? Diende de pruik om het hoofd te beschermen of droeg je zoiets alleen maar om mee te pronken?

In de video hieronder wordt de geschiedenis van haarwerken en pruiken behandeld. De tweede helft van de video draait om het werk van Stichting Haarwensen, een hartverwarmende organisatie die haarwerken maakt en gratis beschikbaar stelt voor kinderen die zelf geen haar (meer) hebben door ziektes of aandoeningen. Bij hen kun je altijd vlechten doneren en uiteraard zijn gelddonaties ook altijd welkom.

Zelf probeer ik dit ook zo vaak mogelijk te doen. In 2020 had ik een inzamelingsactie opgezet waarbij mensen €1 konden doneren. Een klein bedrag, maar alle kleine beetjes helpen. En zo vormden die kleine beetjes samen uiteindelijk toch een cheque van €450! Het geld ging samen met mijn haar naar Stichting Haarwensen. Er staat zelfs nog een oude video op hun YouTube-kanaal van deze actie. Voor onderstaande video organiseerde ik een nieuwe inzamelingsactie. Bedankt aan alle donateurs die ook deze keer weer hebben geholpen! Zoals beloofd stuur ik dan ook weer mijn vlecht op.

Stichting Haarwensen maakt echt het verschil. Neem een kijkje op hun website en overweeg eens een donatie. Alle kleine beetjes helpen, tenslotte. 😉

Geruïneerd door overpriced bloembollen – De Tulpenmanie

In de vroegmoderne tijd wist Nederland zich (als Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden) los te maken van het Spaanse Rijk. Het handelsvolk aan de Noordzee had daar bijna een eeuw voor moeten strijden, vandaar de term Tachtigjarige Oorlog (1568-1648). Ondanks deze conflicten, konden de “Nederlanders” zich economisch ontwikkelen. De lokale handelsgeest en ijver werden versterkt door internationale ambities. De VOC en de WIC brachten ons land een ontzettend grote rijkdom, die overzee niet altijd eerlijk vergaard was. Eenmaal onafhankelijk begon er een economische en culturele bloeitijd. We refereren nog altijd aan deze periode als de Gouden Eeuw, grofweg samenvallend met de 17e eeuw (of op zijn minst de tweede helft daarvan).

Maar waar grootschalig geïnvesteerd en gespeculeerd wordt, kunnen ook economische zeepbellen ontstaan. In 1634 sloeg het economische optimisme in de Republiek finaal om: de bloembollenmarkt stortte in elkaar. Niet gek misschien, want de prijs voor één enkele tulpenbol was opgelopen tot enkele duizenden guldens. Daar kon je potdorie ook een heel grachtenpand in Amsterdam voor kopen!

Deze gebeurtenis kwam bekend te staan als de “Tulpenmanie” en was de allereerste economische crash uit de geschiedenis. Kun je nagaan, met je Gouden Eeuw