Film: Oppenheimer (2023)

Barbenheimer gaat aan mij voorbij, maar Oppenheimer heb ik vorige week wél in de bioscoop gezien. Je kunt overal recensies vinden over de betrouwbaarheid van de film, dus ik wil liever schrijven over de historische achtergrond ervan. Ook is er een link met Noorwegen, die in de film niet besproken wordt. Lees dus vooral verder.

In de jaren ’30 ontdekten Duitse wetenschappers hoe kernsplijting ontstaat. In 1938 toonden de natuurkundigen Otto Hahn en Fritz Strassmann met experimenten aan dat uraniumkernen kunnen splijten. Kort daarna gaven Lise Meitner en Otto Frisch hiervoor een theoretische verklaring en introduceerden zij de term “kernsplijting”. Simpel gezegd is kernsplijting het splitsen van een atoom in kleinere fragmenten, waarbij grote hoeveelheden energie vrijkomen. Zou je dit toepassen op oorlogvoering, dan kun je atoombommen creëren die in één keer hele gemeenschappen vernietigen.

In 1939 ontving de Amerikaanse president Franklin D. Roosevelt een brief van de natuurkundige Leó Szilárd, die mede was ondertekend door Albert Einstein. In de brief werd gewaarschuwd dat Nazi-Duitsland mogelijk onderzoek deed naar atoomwapens. Naar aanleiding van deze waarschuwing (en terecht gealarmeerd) steunde Roosevelt vervolgens eigen, Amerikaanse onderzoeken naar kernwapens. Iets later, namelijk in 1942, werd het “Manhattan-project” (het Amerikaanse nucleaire programma) officieel gelanceerd.

De geallieerden wilden achterhalen hoe ver de Duitsers nu echt waren met hun kernonderzoek. Duitse wetenschappers werden gevangengenomen en ondervraagd, archieven werden doorzocht, laboratoria werden overhoop gehaald. Uiteindelijk werden er technische tekeningen en documenten gevonden die verband hielden met kernsplijting en ging het gerucht dat er bommen waren getest in de bossen van Thüringen. Bevestigd werden de vermoedens echter niet. Na de oorlog werden er daarom ook ooggetuigenverslagen verzameld. Lokale bewoners verklaarden lichtflitsen gezien te hebben en sommigen hadden lichamelijke klachten. Maar tot op de dag van vandaag is er geen overtuigend bewijs gevonden voor dergelijke testen in Thüringen. De meeste historici beschouwen deze beweringen daarom als onbewezen.

Maar een ander belangrijk onderdeel van het Duitse kernonderzoek, is wél goed gedocumenteerd. Het speelde zich af in Vemork (Noorwegen) bij de fabriek van Norsk Hydro, waar zwaar water werd geproduceerd. Zwaar water is een speciale vorm van water waarin de waterstofatomen zwaarder zijn dan in normaal water. Het kan worden gebruikt om kernreactoren te laten werken, waarbij mogelijk plutonium kan ontstaan (dat dan weer geschikt is voor kernwapens). Voor de Duitsers was dit daarom een belangrijk materiaal.

Om de nazi’s te dwarsbomen bij de productie ervan, werden verschillende sabotageacties uitgevoerd door Noorse verzetsstrijders. Vaak werden ze gesteund door de Britse Special Operations Executive (SOE). Eén van de bekendste acties was “Operatie Gunnerside“, uitgevoerd door een groep commando’s onder leiding van Joachim Rønneberg in 1943. Daarbij werd een deel van de installatie vernietigd. Later werd ook een transport van zwaar water dat via een veerboot over het Tinnmeer werd vervoerd tot zinken gebracht. Deze acties zorgden ervoor dat de Duitsers maar beperkt over zwaar water konden beschikken.

Mogelijk hadden de onderzoekers van het Duitse kernprogramma beperkte middelen en kreeg het project geen hoge prioriteit van de regering. En dat de wetenschappers op verschillende locaties in Europa werkten, kwam de samenwerking niet ten goede. Bovendien weten we dat de Duitse onderzoeksgroepen relatief klein waren. Het Amerikaanse Manhattan-project beschikte daarentegen over enorme financiële middelen en duizenden wetenschappers, technici en arbeiders. Vooral in Los Alamos (New Mexico) werden grote vooruitgangen geboekt in de ontwikkeling van kernwapens. De wetenschappelijke leiding daar lag bij J. Robert Oppenheimer, een theoretisch natuurkundige met een specialisatie in kwantumfysica. Hij coördineerde de samenwerking tussen de wetenschappers en vertaalde theoretische ideeën naar een werkbaar ontwerp voor een kernwapen.

In augustus 1945 werden deze kernwapens vervolgens door de Amerikanen ingezet tegen Japan. Er werden atoombommen gedropt op de steden Hiroshima en Nagasaki. De bombardementen veroorzaakten enorme verwoestingen en leidden direct tot tienduizenden doden. Maar het aantal slachtoffers liep nog jarenlang op, vanwege de straling en bijbehorende ziektes. Deze gebeurtenissen droegen bij aan de overgave van Japan en het einde van de Tweede Wereldoorlog.

Na de oorlog groeide Oppenheimer uit tot een omstreden figuur. In de media benadrukte hij steeds nadrukkelijker de negatieve, morele gevolgen van zijn werk. Hij verzette zich ook tegen de verdere ontwikkeling van kernwapens. Het is dus zijn verhaal dat we volgen in de film Oppenheimer. Centraal staat zijn rol in het Manhattan-project en zijn worsteling met de potentiële gevolgen van atoomwapens. Wat mij betreft is dat mooi in beeld gebracht. Als kijker moet je wel blijven opletten en enige historische achtergrondkennis hebben. De problematiek rondom Oppenheimers intieme relaties had van mij minder prominent aanwezig mogen zijn. De scènes met Jean Tatlock (gespeeld door Florence Pugh) zijn nogal ongemakkelijk en dragen beperkt bij aan het historische verhaal. Maar ach, het blijft een Hollywoodfilm. We moeten natuurlijk wel wakker blijven, te midden van al die droge kwantumfysica.

Historisch correct?Geschikt en nuttig voor leerlingen?
Grotendeels.Ja, voor bovenbouwleerlingen.