Glasstad, glasmuseum en glasblazerij

Dat kan maar betrekking hebben op één Nederlandse stad: Leerdam! Op weg naar een andere afspraak, maakte ik er een uitgebreide tussenstop om bij het Nationaal Glasmuseum alles te leren over het ambachtelijke glasblazen.

Het feest begint buiten het museum al, want op het parkeerterrein staat “De Tempel” van Hans van der Pennen (een enorm kunstwerk uit 1990). Het trekt meteen je aandacht en als je dichterbij komt, zie je steeds meer gekleurde stukken glas in het bouwwerk. Direct naast het Glasmuseum staan fabriekshallen waar vandaag nog steeds glas verwerkt wordt. Je ziet de grondstoffen en afvalproducten buiten liggen.

Eenmaal in het museum, kom je van alles te weten over de glasindustrie. Van Leerdam natuurlijk, maar ook van andere steden en plekken. Je maakt er kennis met een aantal hoofdpersonen, zoals Petrus Marinus Cochius (toenmalig directeur van de glasfabriek, het museum is in zijn voormalige woonhuis gevestigd) en Karel de Bazel (gerenommeerd architect en glaskunstenaar). Je ziet veel voorwerpen die met het productieproces te maken hebben, zoals grondstoffen en houten mallen.

Beneden, bij de cafetaria, staat een grote glascaleidoscoop. Als je met je hoofd in de tunnel naar voren kijkt en aan de drie wielen draait, verandert het beeld constant met drie verschillende platen (een achtergrond en twee patroonplaten). Ik kan daar echt uren naar kijken. 🙂

In de tuin(huisjes) is momenteel de tentoonstelling “Inflatable Thoughts” (“Opblaasbare Gedachten”) van Marinke van Zandwijk te zien. Een hoop kleurrijke bubbels en bobbels, vrij hangend en rollend, of juist geblazen in een kooitje.

Ook binnen hangt er werkt van haar. Wat mijn aandacht trok, was haar glasversie van de Rorsachplaten. Dat zijn die bekende plaatjes van suggestieve vlekken die in de psychologie gebruikt worden. De cliënt interpreteert de afbeelding op de kaart en vertelt wat de vorm oproept. De behandelaar komt dan meer te weten over het karakter en de denkwijze van de cliënt. Hoewel de waarde van de Rorsachplaten betwist wordt, worden ze nog steeds gebruikt in de psychiatrie. De glasversie van de Rorsachplaat met de meeste kleuren, vult een hele wand in het museum. Zie de linkerfoto. En of je nou interpreteert of “alleen maar kijkt”, dat ziet er prachtig uit.

Op de overige verdiepingen van het museum is er aan glaskunst geen gebrek, je loopt continu langs het open depot (vitrinekasten met collecties). Op zolder is het werk van Mieke Groot uitgelicht, in de tentoonstelling “Van Klein naar Groot”. Daar zitten veel stukken bij die je zou willen aanraken; met ribbeltjes, bolletjes en laagjes. Maar kijken doen we natuurlijk met onze ogen. 😉

Deel II van het avontuur is een bezoek aan de glasblazerij, die je bereikt door een korte wandeling door Leerdam. Dit hoort bij het museum, maar het is tegelijkertijd een werkplek waar glasblazers en kunstenaars opdrachten en/of eigen werk vervaardigen. Bezoekers zien de vakmensen dus letterlijk aan het werk; er wordt niet zomaar iets gemaakt wat vervolgens weggegooid wordt. Je neemt plaats op een tribune en je blijft zitten zo lang je wil. Er wordt ondertussen uitleg gegeven bij het proces van het glasblazen, zodat je leert hoe glas gemaakt wordt. We mochten op een gegeven moment langs de werkplekken lopen, waar we van de glasblazers meer informatie kregen over de ovens en de gereedschappen. Hoogtepunt (in ieder geval betreft de temperatuur) was dat we ook een kijkje mochten nemen in de oven waar het vloeibare glas in zit. Een heel kort kijkje, want je steekt je hoofd in een oven waarbinnen het 1250 graden is. Unieke ervaring! De werktemperatuur is overigens nog steeds 1130 graden (!).

Op de dag van mijn bezoek was meesterblazer Gert Bullée aan het werk. Hij heeft ontzettend veel vragen beantwoord, ook van mij (haha). Ik wilde bijvoorbeeld weten of de werkwijze anders is voor linkshandigen. Dat kan, soms staat de opstelling gespiegeld voor een linkshandige blazer (en werkt de blazer dus de andere kant op). Maar meestal maakt de dominante hand niet uit; leerlingen beginnen vanaf 0 dus kunnen zichzelf makkelijk aanleren om de gereedschappen met beide handen te hanteren. Interessant, toch?

Die dag werkte hij samen met kunstenaar Hans Muller aan diens patatbakjeslamp. Ja, dat is precies wat je denkt dat het is. Wie altijd al een uniek glazen object in huis had willen hebben, moet maar eens op de website van Gert Bullée kijken (klik hier voor een impressie). Wat een ambachtelijke kunstwerken, ik vind het zo knap! Of bezoek de website van Hans Muller voor de patatbakjes (klik hier).

Het was een leerzame en inspirerende dag in Leerdam. Van meesterproef tot designobject en van koelovens tot blaaspijpen; ik heb echt genoten van wat ik allemaal gezien heb. Aanrader dus!

Wat is de historie van Werelddierendag?

Op 4 oktober zetten we onze huisdieren in het zonnetje. Zelf ben ik ook dol op dieren; ik vind vooral honden, slangen en haaien leuk. De oorsprong van Dierendag is misschien wel ouder dan je denkt. Waar komt die traditie vandaan?

Deze datum is gekozen vanwege Franciscus van Assisi, een Italiaanse monnik uit de 13e eeuw. Hij was zo dol was op dieren (en planten), dat hij volgens de overlevering zelfs preken hield voor vogels. Franciscus werd hierom uitgeroepen tot de beschermheilige van de dieren en de natuur. Zijn sterfdag, 4 oktober, bleek daarmee ook de perfecte dag om dieren wereldwijd te eren.

Maar pas eeuwen later kreeg dat idee echt vorm. In 1929 kwam de Wereldvereniging voor Dierenbescherming bijeen in Wenen en besloot men om 4 oktober uit te roepen tot Werelddierendag. Het doel was helder: aandacht vragen voor de rechten en het welzijn van dieren, waar ook ter wereld. Nederland sloot zich al snel aan en in 1930 werd Dierendag hier voor het eerst gevierd.

Sindsdien is het uitgegroeid tot een traditie die we allemaal kennen. Scholen besteden er aandacht aan, dierenwinkels organiseren acties en asielen gebruiken de dag om mensen bewust te maken van hun werk. Dierendag herinnert ons eraan dat dieren recht hebben op een goed leven en dat wij verantwoordelijk zijn voor hun welzijn. Tegelijkertijd is het ook een vrolijke feestdag geworden, waarop huisdieren extra aandacht, snoepjes en speeltjes krijgen.

En zo is een middeleeuwse monnik de grondlegger geworden van de dag waarop miljoenen mensen stilstaan bij de waarde van dieren. 🙂

Nogmaals 750 jaar Amsterdam in Haarlem

Als vervolg op mijn eigen lezing over 750 Jaar Amsterdam, bezocht ik precies een week later de lezing van Ranjith Jayasena. Ook over Amsterdam, maar wel wat specifieker, namelijk over de middeleeuwse ontwikkeling van de stad.

Ranjith Jayasena is senior archeoloog bij de Gemeente Amsterdam en wat mij betreft dé stadsarcheoloog van het moment. Hij was al eerder dit jaar te zien in de serie Het verhaal van Nederland – Amsterdam (de vierdelige serie met Daan Schuurmans als verteller). Deze afleveringen zijn overigens nog gratis terug te kijken via NPO Start, dus pak ze nog even mee!

De lezing werd gehouden in het Archeologisch Museum Haarlem. Een prachtige plek onder de grond, want ze zitten in de kelder van de voormalige Vleeshal. De collectie wordt overzichtelijk in vitrines langs de wanden tentoongesteld. Achterin de ruimte is een opgraving nagebouwd en daar ligt ook “Cornelis”. Dit is een skelet van een middeleeuwse Haarlemmer, in 2012 opgegraven bij de Botermarkt. Net als Alewijn van Amsterdam, heeft ook Cornelis een gezichtsreconstructie gekregen. De reconstructie van de Haarlemmer was er echter 9 jaar eerder dan die van de Amsterdammer. 😉

Over Alewijn gesproken… zijn leven is uitvoerig door Ranjith besproken. De voeding, activiteiten en huizen van de middeleeuwse Amsterdammers kregen archeologische duiding. Net als het tolprivilege van 1275; het document waarin Amsterdam voor het eerst wordt vermeld (en de reden voor het feestjaar 2025). Ranjith bouwde voort op eerdere reconstructies van Amsterdam in de 11e, 12e en 13e eeuw en week ook uit naar nabijgelegen plaatsen als Diemen en Sloten. Maar omdat hij als stadsarcheoloog meewerkt aan de meest recente onderzoeken, kon hij ook nieuwe archeologische inzichten presenteren. De vroege geschiedenis van Amsterdam in een nieuw jasje, dus. 🙂

Het was fijn om zelf weer eens in het publiek te zitten en nieuwe dingen te leren van een expert. Beide lezingen, die van mij en die van Ranjith, werden goed bezocht. Het waren twee mooie bijeenkomsten!

Lezing: 750 Jaar “Amestelledam” en Amsterdamse archeologie

Een week geleden stond ik voor een geïnteresseerd publiek te vertellen over de geschiedenis van onze hoofdstad, aan de hand van archeologische vondsten. Dit was de derde ronde van deze lezingenreeks en wederom viel het verhaal in de smaak.

Het jubileumjaar van onze hoofdstad wordt óók gevierd in de hoofdsteden van de provincies. Met lezingen en bijeenkomsten voor alle wetenschappen, kan het publiek op een toegankelijke manier meer leren over Amsterdam. En zo kwam het dat ik (als historica natuurlijk) op woensdagochtend 17 september de Amsterdamse geschiedenis als invalshoek nam voor een koffielezing. Ik ondersteunde het verhaal met archeologische vondsten die het publiek van dichtbij kon bekijken, voelen en ruiken. Zo werd de geschiedenis tastbaar!

Het mooie aan deze activiteiten, is dat ze gratis te bezoeken zijn. Zo kan iedereen aan het jubileumjaar meedoen; een belangrijke voorwaarde voor partijen als de KNAW, de Vrije Academie en de Gemeente Amsterdam. En als hoofdstad van Noord-Holland zet de Gemeente Haarlem zich hier dus ook voor in.

Wat daarbij altijd onmisbaar is, is het enthousiasme van de vele vrijwilligers die de bijeenkomsten organiseren. Als spreker was ik degene die het applaus en de complimenten ontving, maar de inspanningen van de vrijwilligers verdienen ook alle lof. Daarom: hartelijk dank aan het team van Buurtcentrum de Baan en het Wijkplatform van de Konginnebuurt voor de uitnodiging en de organisatie! 🙂

Open Monumentendagen 2025

De jaarlijkse traditie! Meestal bezoeken wij op zaterdag iets in een andere provincie en op zondag iets in de buurt. Maar dit jaar bleef ik het hele weekend dicht bij huis en herontdekte ik Alkmaar.

Als eerste bezocht ik de WO2-bunker R616 die aan de rand van de Alkmaarderhout ligt. Dit is een telefoonbunker, gebouwd door de Duitsers in 1943. Het bouwwerk vormde een belangrijk knooppunt in het telefoonnetwerk van de Atlantikwall, met communicatielijnen tussen o.a. Den Helder, Schagen, Alkmaar, Haarlem en Amsterdam.

Deze bunker heb ik waarschijnlijk meer dan 1000 keer van buiten gezien, maar dit weekend pas voor het eerst van binnen. Er zit een klein museum in, waar veel authentieke spullen tentoongesteld worden. Vanaf nu zal ik het verhaal van deze bunker meenemen in mijn lessen over de WO2. Veel leerlingen komen hier namelijk dagelijks langs.

Vervolgens liep ik naar binnen bij het Hofje van Splinter.

Dit hofje werd in 1646 opgericht met de erfenis van Margaretha Splinter. Het moest onderdak bieden aan “ongehuwde vrouwen van goede komaf” en dat is vandaag nog steeds zo. Het ligt aan het Ritsevoort, op de plek waar Margaretha zelf heeft gewoond. Het hofje is gebouwd in Hollandse renaissancestijl en heeft een rustige binnentuin omringd door eenvoudige woningen. Een mooi voorbeeld van levend erfgoed!

Ook het Stadhuis van Alkmaar opende haar deuren.

Volgens mij mochten bezoekers werkelijk iedere zaal bekijken, want de looproute voerde langs alle verdiepingen. Een prachtig pand. Ik moest een beetje gniffelen om het thema “kaas” dat op verschillende plekken terugkomt in het gebouw, bijvoorbeeld in plafondschilderingen en aan de muren. Alkmaar is niet vergeten dat de eeuwenlange kaashandeltraditie heeft bijgedragen aan het succes van de stad.

Dan een heel ander monument: het logegebouw van de Alkmaarse Vrijmetselaars.

Ik had werkelijk géén idee dat dit bestond in de binnenstad. Wat de vrijmetselaars zijn weet ik wel, omdat ik een paar jaar geleden onderzoek deed naar het gedachtegoed van de Illuminaten uit Ingolstadt (Duitsland).

Maar zo ver gaan ze in Alkmaar niet. Hier komen de vrijmetselaars samen om, zoals zij het stellen, te werken aan persoonlijke groei, moreel bewustzijn en onderlinge verbondenheid. In hun logegebouw worden daarom lezingen en symbolische rituelen georganiseerd. Een belangrijk kenmerk van de vrijmetselarij, is dat zij leven zonder dogma’s en ruimte bieden voor ieders overtuiging/religie. Maar ze hebben hiervoor dus wel een tempel: een ruimte vol symboliek en stilte. Hier kunnen leden in alle rust reflecteren en aan zichzelf werken. Heel interessant om hier een keer geweest te zijn.

Het begon buiten te regenen, dus ik rende door naar de volgende locatie: het Hof van Sonoy.

Het Hof van Sonoy was oorspronkelijk een klooster en werd in 1574 gekocht door Diederick van Sonoy, een belangrijke figuur in de Tachtigjarige Oorlog. Later werd de markante achthoekige toren erbij gebouwd. Door de jaren heen diende het hele complex als diaconiehuis, woonruimte en/of horeca. Voor Open Monumentendag ging speciaal de toren open en die moest ik uiteraard even beklimmen.

Daarna heb ik nog twee voormalige pakhuizen bezocht, één waar tegenwoordig een architectenbureau in huist en één die nu als kunstgalerij gebruikt wordt.

Het eerstgenoemde gebouw staat ook wel bekend als Pakhuis de Korenschoof. Wederom een prachtig pand, met een vide op de bovenste verdieping waar de authentieke, massieve houten balken dwars doorheen lopen.

Op straatniveau is in de vloer een venster op het verleden aangebracht. Letterlijk. Je loopt hier namelijk over een blootgelegd stukje van de fundamenten en ziet daar verschillende aardewerken voorwerpen liggen. Het trok meteen mijn aandacht!

Als laatste beklom ik nog de Accijnstoren aan de Bierkade.

De Accijnstoren is een vroegmodern torentje dat in 1622 gebouwd is in de renaissancestijl. Oorspronkelijk fungeerde het gebouw als belastingkantoor waar accijnzen -belastingen dus- werden betaald op goederen die per schip de stad binnenkwamen. Denk dan aan bier, kaas, touw en textiel.

Een bijzonder verhaal is de verplaatsing van de toren in 1924. In dat jaar is het hele gebouwd ruim 4 meter naar achteren gerold, omdat de Bierkade verbreed moest worden en de toren daarbij “in de weg stond”. Ongelofelijk hoe ze dat destijds voor elkaar hebben gekregen! Vandaag zit hier het kantoor van de havenmeester.

Tijdens de jaarlijkse Open Monumentendagen kan iedereen (gratis) een kijkje nemen achter historische deuren die normaliter gesloten blijven. Ook musea, molens, kastelen, kerken en woonhuizen doen mee. Dit is ontzettend waardevol, omdat het mensen enthousiast maakt voor erfgoed en geschiedenis. In het hele land maken vrijwilligers dit evenement mogelijk en daar ben ik ze heel dankbaar voor. 🙂

Documentaire: The Gullspång Miracle (2024)

Vorige week zag ik op tv iets interessants voorbijkomen. Ik kijk zelden tv, maar bij dit programma bleef ik plakken vanwege de taal die ik hoorde. Het was een Scandinavische documentaire, dat was zeker, maar er werden zowel Zweedse als Noorse plaatsnamen genoemd. Ik had het begin gemist en besloot de hele aflevering terug te kijken via NPO Start. Het bleek een waanzinnig verhaal, treffend vastgelegd door regisseur Maria Fredriksson. Hieronder vertel ik er meer over, zonder het einde te verklappen.

Twee bejaarde Noorse zussen, Kari en May, besluiten min of meer noodgedwongen een appartement te kopen in het Zweedse plaatsje Gullspång. De bezichtiging krijgt een onverwachte wending wanneer de verkoper –een Noorse vrouw genaamd Olaug– een opvallende gelijkenis vertoont met hun overleden zus Astrid. Niet alleen qua uiterlijk, maar ook qua details, zoals haar geboortedatum en bijnaam. Maar Astrid zou in 1988 zelfmoord hebben gepleegd. Voor de strenggelovige zussen kan deze ontmoeting geen toeval zijn: ze noemen het een mirakel.

Deze ervaring zet iets in beweging. Langzaam komen vragen naar boven over hun familiegeschiedenis en over wat hen jarenlang verteld is (en wat juist verzwegen werd). In de documentaire worden oude verhalen opnieuw bekeken. Geloof, herinnering en familiebanden raken met elkaar verstrengeld. Maar er ontstaat ook onenigheid. Kari en May zijn aan de ene kant van een fjord opgegroeid, Olaug juist aan de andere kant daarvan. Zo dichtbij, maar toch ook mijlenver van elkaar verwijderd.

De trailer van de documentaire (2024)

Het verhaal krijgt vorm door gesprekken en voicemailberichten rechtstreeks te laten zien en horen. De kijker krijgt de puzzelstukjes één voor één aangereikt en het wordt steeds gekker. Eén van de puzzelstukjes relateert aan de experimenten die de nazi’s uitvoerden op tweelingen in de gebieden die ze tijdens de Tweede Wereldoorlog bezetten (zo ook Noorwegen). Een ander puzzelstukje heeft weer te maken met een dubieuze DNA-test.

Kortom, een krimi-drama waar je u tegen zegt. De documentaire heeft dan ook diverse prijzen gewonnen. Wie hem zelf ook nog gratis wil bekijken, kan tot 27 september terecht op NPO Start (klik hier). Daarna verdwijnt de docu achter een pay wall, dus wacht niet te lang!

Voormalig koningin Margrethe II van Denemarken bezoekt opgraving uit de Vikingtijd

Onlangs schreef ik enthousiast over de ontdekking van een Vikinggrafveld door de archeologen van het Moesgaard Museum nabij Lisbjerg (scroll naar beneden of klik hier). Nu blijkt dat Margrethe II, de voormalige koningin van Denemarken, er ook als de kippen bij was. Dat leverde leuke foto’s op van een geïnteresseerde koningin-moeder die met wandelstok en al in de opgraving staat te turen.

Dat Margrethe de ontdekking met eigen ogen wilde bekijken, is geen verrassing. Ze heeft zelf namelijk archeologie gestudeerd. En nog altijd ligt hier haar passie, want ze is ook beschermvrouwe van het Moesgaard Museum. Zo blijft ze symbolisch betrokken bij alle nieuwe onderzoeken en ontdekkingen. Dat ze ook regelmatig komt kijken, vind ik vrij uniek. Vorig jaar bezocht ze trouwens ook al een opgraving bij Hedegård, door een team van het Midtjylland Museum.

Leuk toch, om zo’n geïnteresseerd voormalig staatshoofd op bezoek te hebben?!

Geschiedenis in honingraten (en meer) bij Museum Kranenburgh

Onlangs bezochten mijn moeder en ik Museum Kranenburgh in Bergen (Noord-Holland). Zoals het museum zichzelf omschrijft, is dit “een plek voor moderne en hedendaagse kunst in het groene kunstenaarsdorp Bergen“. Wij waren er nog nooit eerder geweest, dus we waren benieuwd.

Momenteel neemt de tentoonstelling “For Eternity” (“Voor de eeuwigheid“) van de Slowaakse kunstenaar Tomáš Libertíny de meeste zalen in beslag. Libertíny werkt al bijna twee decennia samen met de natuur om complexe werken te creëren. Dat zie je meteen aan het materiaal: de kunstwerken zijn gemaakt van honingraten.

Toch zijn alle vormen en voorstellingen herkenbaar. Zo liepen we langs amforen uit de Klassieke Oudheid, langs memento mori’s uit de middeleeuwen en zelfs langs de bekende buste van Nefertiti… maar dan gemaakt van bijenwas. Een co-creatie van Libertíny en zijn bijenvolken. Op schermen kun je zien hoe de werken gemaakt zijn. Ontzettend interessant en wat mij betreft ook een indrukwekkend proces. We waren onder de indruk.

Boven in het museum hangt de permanente tentoonstelling, met werken die voornamelijk uit de 20e eeuw komen (maar soms ook uit recentere tijden). Kunst van de Bergense School vormt de kern van de collectie, bijvoorbeeld van Charley Toorop, Jan Sluijters, Else Berg en Leo Gestel. Maar er hangt ook werk van Lucebert, Jaap Mooy en Edgar Fernhout.

Op de laagste verdieping van het museum is de tentoonstelling “De held, de schurk en de waarheid” te zien. Dit is een initiatief van Johan Idema, met werken van Folkert de Jong. Het is een verzameling enorm grote mensfiguren van styrofoam, waar je helemaal omheen kunt lopen. De tentoonstelling wordt beschreven als theatraal, met prikkelende audioverhalen en dramatische belichting. Bij ieder werk staat een bank om even op te zitten terwijl je via een koptelefoon naar het verhaal luistert. De Jong “speelt met het begrip geschiedenis” en wil de kijker bewust maken van de veranderlijkheid daarvan. Tja… Wat kan ik daarover schrijven als historica? Ik vond de verhalen niet prettig om naar te luisteren, omdat het nergens heen ging. Er werd geen punt gemaakt en er werden geen historische gebeurtenissen uitgelegd. Er werd gewoon gegrabbeld in alles wat de mensheid heeft voortgebracht; of dat nou goed of slecht bleek te zijn. Er is een werk dat “Queen of Coal” (“Koningin van de Kolen“) heet en koningin Wilhelmina moet voorstellen, maar het is een circusdirectrice met een stuk kool in haar hand.

De begeleidende tekst is:

Zo vond ik de elementen van de overige werken ook enigszins bij elkaar gegraaid. Als Idema en De Jong iets wilden losmaken bij het publiek, dan is dat zeker gelukt. Maar mooi of interessant vond ik het persoonlijk niet. Maar goed, iedereen mag zich daar een eigen mening over vormen natuurlijk.

Omdat we van slag waren van de styrofoampoppen, trokken we snel de beeldentuin in om te kalmeren (haha). Daar loop je onder andere langs een enorm glinsterend vogelfiguur van Lucebert, langs “Flora” van Pauline Eecen en langs een aantal hazen “met menselijke trekjes” door Iris Le Rütte. Dat vonden we wél prettig, maar dat kwam ook door de mooie tuin. In de zomer bloeien er overal kleurrijke planten. Er is een natuurvijver en er staat zelfs een mammoetboom. Een fijne plek om te zitten met een versnapering uit het restaurant, dus.

Ten slotte nog een eervolle vermelding voor het werk “Mediterranean Wind” van de hedendaagse kunstenares Claudy Jongstra. Het is een groot kunstwerk en het hangt in de entreeruimte (tevens gang naar het restaurant), dus het is niet te missen. Er is wol, zijde en katoen gebruikt en deze stoffen vloeien in elkaar over, zodat ook de kleuren samensmelten. Kijk, dat vind ik nou mooi.

We hebben een gezellige moeder-dochtermiddag beleefd in Bergen, maar ons bezoek verliep niet helemaal vlekkeloos. Het museum is bereikbaar met het OV (met de bus vanaf station Alkmaar), maar wij kwamen met de auto. Het aantal parkeerplaatsen bij het museum is zéér beperkt. We kwamen op een doordeweekse middag, maar omdat mensen ook naar Bergen komen voor het duingebied en voor het dorpje zelf, is het vechten om een plekje. Misschien was het een momentopname, maar er heerste echt chaos. Er werd geschreeuwd en getoeterd en er ging een paar keer een autoalarm af. Uiteindelijk vonden we een betaalde parkeerplek op 15 minuten lopen, wat toch een beetje jammer was. Maar als je dit van tevoren in gedachten houdt, word je er niet door verrast. En hoef je dus ook niet te schreeuwen en te toeteren, haha.

Nieuwe Vikinggraven ontdekt nabij Aarhus

Hieronder schreef ik over mijn bezoek aan het Moesgaard Museum en legde ik uit wat daar allemaal tentoongesteld wordt. Het prachtige museum is op zichzelf al reden genoeg voor een artikel, maar een recente ontwikkeling inspireerde me nóg meer om juist nu aandacht aan het MoMu te besteden: de ontdekking van Vikinggraven bij Lisbjerg.

Opgravingssite met de graven omcirkeld (© Moesgaard)

De archeologen van het Moesgaard Museum -ze hebben een eigen team- hebben bij Lisbjerg, ongeveer 7 km ten noorden van Aarhus, een onverwacht grote en monumentale Viking-begraafplaats blootgelegd. Deze ontdekking uit juni 2025 omvat maar liefst 30 graven! De begraafplaats dateert uit de tweede helft van de 10e eeuw, wat samenvalt met de regeerperiode van koning Harald Blauwtand.

De locatie van de opgraving ten opzichte van Aarhus (© Moesgaard)

Opmerkelijk is de nabijheid van een adellijke boerderij uit dezelfde tijd, die al in 1989 opgegraven is. Deze hoeve ligt minder dan een kilometer van de grafvelden af. Door de twee ontdekkingen te combineren, kunnen we anno 2025 stellen dat ook de nieuw ontdekte graven waarschijnlijk toebehoren aan een aristocratische familie; dezelfde mensen als die op de hoeve gewoond hebben. Vanwege de omvang van de boerderij en de ontdekking van luxe grafgiften, was deze familie mogelijk militair en/of bestuurlijk verbonden aan de Deense koning.

Maar zelfs als dat niet zo was, dan is er zonder twijfel wél sprake van een elitestatus van deze mensen. De kwaliteit en diversiteit van de grafgiften overtreft namelijk de inhoud van de meeste andere Vikinggraven. Er zijn bij Lisbjerg o.a. munten, kralen, aardewerken voorwerpen en kleine decoraties gevonden. Een vierkant (eiken)houten sierkistje deed de MoMu-archeologen in het bijzonder stuiteren van geluk. Dit kistje heeft een zilverachtig slot met rivetten en bevatte persoonlijke voorwerpen zoals een filigraankraal, een broche, een schaartje en een klosje gouddraad. Werkelijk een historische schatkist, dus! De kwaliteit van de grafgiften is vergelijkbaar met die uit andere Deense elitegraven, bijvoorbeeld met het grafveld van Haldum, 12 km verderop.

Het Lisbjerg-kistje (© Moesgaard)

Aarhus was in de Vikingtijd een belangrijk politiek en commercieel centrum en heette toen Aros. De hoofdweg naar Lisbjerg onderstreept de strategische connectie tussen het stadje en de omliggende landgoederen. Maar de archeologen zien ook een gelaagde samenleving terug in het grafveld, want niet alle graven waren rijk belegd (of gevuld met giften). In een aantal graven lag niet veel meer dan beenderen. Kijkende naar de samenleving van Aros in de Vikingtijd, kunnen deze graven van slaven of arbeiders zijn geweest. Zij leefden en werkten dan wel bij/met de adellijke familie, maar kregen niet dezelfde grafgiften mee. Hun status was zo bij leven en na de dood lager dan die van hun meesters.

De komende maanden worden de botten, houten artefacten en bodemmonsters verder geanalyseerd. De MoMu-archeologen hopen dat dit onderzoek meer informatie over de afkomst en identiteit van de begraven mensen oplevert.

De opgravingssite (© Moesgaard)

Vanaf heden zijn er vondsten uit deze opgraving tentoongesteld in het Moesgaard Museum. De bijbehorende informatie en onderzoeksresultaten zullen continu geüpdatet worden. Extra leuk: momenteel worden de jaarlijkse Vikingdagen gehouden bij het MoMu. Het grafveld van Lisbjerg zal dit weekend dus ruimschoots aandacht krijgen. Helaas ben ik er zelf niet bij, maar de Vikingdagen staan zeker nog op mijn lijstje om te bezoeken. 🙂

En nog een nieuwtje voor mijn Scandinavische volgers: op woensdagavond 20 augustus (19:00-20:30 uur) organiseert het MoMu een informatieavond over de opgravingen bij Lisbjerg. Sprekers zijn de betrokken archeologen Liv Langberg en Mads Ravn. Tickets zijn verkrijgbaar via de website van het Moesgaard Museum (klik hier). Let op, bij dit evenement is de voertaal Deens.

Liv Langberg en Mads Ravn (© Moesgaard)

AlomHistorisch houdt de ontwikkelingen rondom dit onderzoek uiteraard in de gaten. Als er nieuws is, dan lees je het hier. 😉