Kasteel het Nijenhuis – Museum de Fundatie

Eergisteren bezocht ik Kasteel het Nijenhuis in Heino, Overijssel. Hier vind je een constante combinatie van kunst en historie: in het gebouw, in de collectie en in de beeldentuin rondom.

Kasteel het Nijenhuis is eigenlijk een havezate. Het is één van de best bewaarde middeleeuwse borghoven van Overijssel en de buitenkant is meteen al indrukwekkend. De eerste vermelding van het kasteel dateert uit 1382, maar het huidige aanzien is het resultaat van diverse bouwfases. Het begon met een middeleeuwse kern en transformeerde via talloze uitbreidingen en ingrepen door adellijke families tot het huidige kunstkasteel. Na een periode van verval werd het landgoed in de 20e eeuw gered dankzij de inspanningen van kunstverzamelaar Dirk Hannema, die het kasteel vanaf 1958 tot zijn dood in 1984 bewoonde en zorgde voor de restauratie ervan. Onder leiding van architect Gunnar Daan onderging Het Nijenhuis in 2003 een herinrichting tot museum, waarna het sinds 2004 is opengesteld voor publiek.

Binnen de muren van het kasteel heeft Museum de Fundatie (met basis in Zwolle) ervoor gezorgd dat een deel van de rijke kunstcollectie van Dirk Hannema wordt tentoongesteld. Zo zijn er schilderijen, tekeningen, sculpturen en toegepaste kunstwerken uit diverse tijden en culturen te zien. Er is een vaste presentatie en er zijn regelmatig wisseltentoonstellingen. Mooie stukken die mij persoonlijk opvielen waren een Picasso, een graffiguur van een paard uit de Chinese Tang-dynastie (619-906), een ambachtelijke vleugel en een (stilleven met) dooie vis.

Buiten gaat het feest verder. Rondom het kasteel strekt zich een uitgebreide beeldentuin uit, die ook prima te bewonderen is als het een beetje regent. In deze siertuin staan meer dan honderd sculpturen van nationale en internationale makers.

Opvallend is het “Wilhelminabeeld“, vervaardigd door beeldhouwer Mari Andriessen. Het verbeeldt koningin Wilhelmina als symbool van standvastigheid en nationale identiteit. Ik weet dat er vele (kleinere) kopieën van zijn gemaakt, want ik ben dit beeld al vaker tegengekomen in musea en kastelen. Ook “De Zilveren Bol” springt in het oog, een sculptuur van Adriaan Rees. Het spiegelende kunstwerk vormt, aldus de kunstenaar, “een eigentijds tegenwicht voor de historische omgeving”.

En inderdaad. Ik heb het naar mijn zin gehad in deze geslaagde combinatie van kunst, geschiedenis en kunstgeschiedenis. 🙂

De saga van Åse Stålekleiv

Toen ik slaagde voor het vwo, wilde ik graag een lange reis maken. De lange zomervakantie na de eindexamens leende zich daar immers goed voor. Terwijl mijn klasgenoten in groepjes naar Albufeira en Barcelona gingen, vertrok ik in mijn eentje naar Noorwegen. Nog even op avontuur voordat ik aan mijn studie zou beginnen.

Ik kwam terecht in het dorpje Dalen, een beetje in het midden van Noorwegen. Ik ging daar werken op een camping, dus het werd een ‘werkvakantie’. Mijn lieve collega Rosalin liet me alles in de omgeving zien. Op een middag klommen we naar Riarhamaren, een plek die ook wel Rui genoemd wordt (hoewel Riarhamaren en Rui twee verschillende bergtoppen zijn die dicht bij elkaar liggen). Het is een cultureel herkenningspunt op een berg net buiten Dalen, waar je een geweldig uitzicht over het Telemarkkanaal hebt. Er staat een trekkershut en onderweg kom je langs een waterval en een aantal spirituele plekken.

Op een informatiebordje las ik dat er ook een saga uit Riarhamaren komt. Het verhaal speelt zich deels af op de berg waar nu de trekkershut staat en deels in het nabijgelegen dorpje Eidsborg.

Rosalin wist niet precies waar het verhaal over ging en we zijn vergeten om het thuis op te zoeken. Dit was in 2014 en met de jaren was ik het hele avontuur alweer vergeten. Totdat ik laatst, ruim 10 jaar later dus, de foto van het informatiebordje weer tegenkwam. Met hernieuwde interesse ben ik nu wél in de saga gedoken. Ik heb het verhaal hieronder samengevat en begeleid met foto’s uit de oude doos. 🙂

De saga van Åse Stålekleiv, de koningin van Eidsborg

De rijke, intelligente vrouw Åse woonde op de boerderij “Stålekleiv” bij Eidsborg. Daar kwam dus ook haar naam vandaan. Haar zus woonde in Skafså aan de andere kant van de fjordvallei van Dalen. De zussen konden elkaar zien, over het dal. Ze waren allebei zeer koppig en maakten ruzie over de vruchtbare weilanden onder hen.

Åse had drie zoons, die bij haar woonden op de Stålekleiv-boerderij. Vanaf deze plek had je een schitterend uitzicht in (en over) de vallei. Iedereen wist dat de familie rijk was, omdat Åse het hele dorpje Eidsborg tot haar bezit kon rekenen. Net als een koningin. Terwijl anderen slechts een kleine waterbak nodig hadden om hun linnen in te wassen, haalde Åse ieder jaar zo’n grote oogst binnen, dat ze het hele meer van Eidsborg nodig had om al haar gewassen te kunnen cultiveren. Åse bewaarde haar stapels linnen in een grote opslaghut die haar zoons voor haar gebouwd hadden. Toen de jongens klein waren en voor het vee zorgden, hadden ze iedere avond een houten plank meegenomen naar de weide. Zo hadden ze stap voor stap de opslaghut gebouwd.

Destijds werd moed gewaardeerd als de grootste deugd en een sterk lijf als de grootste schat. Åse wilde dat haar zoons precies zo zouden opgroeien: sterk en onbevreesd. Op een dag besloot ze dat haar zoons haar konden helpen bij het verkrijgen van de vruchtbare gronden. Maar om dit te bereiken, begreep Åse dat een voedzaam dieet voor de jongens heel belangrijk was. Ze probeerde verschillende soorten voedsel uit op drie van haar jonge stieren. Eén stier kreeg gestremde melk. De tweede stier kreeg normale melk. De derde stier kreeg graan te eten. De stieren werden vernoemd naar het voedsel dat ze kregen. De stier “gestremde melk” en de stier “graan” werden allebei groot en sterk.

In de winter liet Åse de stieren een krachtmeting uitvoeren tegen elkaar. Ze moesten steenblokken uit de plaatselijke mijn trekken, helemaal van het dorp naar boven toe, door de heuvels en de bossen. De stier die gestremde melk gekregen had, gaf als eerste op. De steen werd ter plekke in de grond geslagen, als een monument dat aanduidde waar de stier gestopt was. De stier die normale melk had gekregen, hield het iets langer vol. Het was een wonder, gezien de bescheiden grootte van het dier. Wederom werd de steen ter plekke neergezet. De stier “graan” werd de winnaar. Ook op deze plek werd de steen tot monument gemaakt. Nu wist Åse welk voedsel ze aan haar zoons moest geven.

Aan het einde van het meer Bandak, op een zandbank waar de Tokke-river in de Bandak stroomt, vinden we het dorp Dalen. Zo was het toen Åse en haar zus Gullborg hier leefden en zo is het nog steeds. De zoons van beide zussen waren inmiddels volwassen mannen geworden. En de zoons van beide zussen waren enorm groot geworden, bijna alsof ze van de trollen afstamden.

Op een dag werd er besloten dat de ruzie over de vruchtbare weilanden in de vallei uitgevochten moest worden middels een zwaardgevecht tussen de zoons. Het gevecht zou plaatsvinden in het midden van de weide en de familie die het sterkste bleek, zou de weilanden in de vallei mogen hebben. Terwijl het gevecht losbarstte, keek Åse Stålekleiv toe vanaf haar paard op een bergtop die Riarhamaren genoemd werd. Ze zag hoe haar eigen zoons vermoord werden door hun eigen neven, één voor één, de zoons van haar eigen zus. Uiteindelijk lagen de zoons van Åse dood op de grond.

Åse Stålekleiv werd woedend. Ze kon niet leven met deze schaamte en dit verlies. Ze ging naar huis om haar bezittingen veilig te stellen. Ze heeft haar zilveren en gouden sleutels in het meer Mærdalstjønni nabij Lårdalsstigen geworpen. Daarna keerde ze op haar paard terug naar Riarhamaren, dravend, snel over de bergtop. Ze galoppeerde van de klif af, terwijl ze haar paard nog steeds bereed.

Zo luidt de legende dus. Ik heb niet kunnen ontdekken hoe oud het verhaal is, of hoe lang het al mondeling overgedragen wordt. Het is in ieder geval omstreeks 1820 op papier gezet door de priester Magnus B. Landstad.

Wat weten we vandaag zeker? Er is een ander document van Magnus Landstad, waarin staat “dat er drie grote stenen zijn langs de weg tussen Høydalsmo en Eidsborg”. En deze stenen “staan ongeveer 100 el van elkaar af” en komen bovendien uit de plaatselijke mijn. Uit dit gesteende worden al sinds de 8e eeuw wetstenen gewonnen. Kunnen dit de drie stenen zijn, die de stieren van Åse hebben laten vallen? In Dalen is ook een grafheuvel met de naam “Revahaug”. Hier zou één van de zoons van Åse Stålekleiv begraven liggen, maar de stoffelijke resten onder de heuvel zijn nooit onderzocht.

De gebouwen in de tuin van het Eidsborg Museum, met in het midden de opslaghut van Åse Stålekleiv.

Maar nog interessanter, is dat er zich op de plek van de opslaghut van Åse Stålekleiv een nieuwe boerderij met de naam “Lofthus” ontwikkelde. Historici denken dat de opslaghut gewoon hergebruikt werd. Sterker nog, er zijn aanwijzingen dat de oude hut van Åse zelfs verplaatst werd aan het begin van de 19e eeuw, zodat ook de moderne boerderij “Vindlaus” de hut nogmaals kon gebruiken. Dit gebouwtje is met zekerheid het oudste niet-kerkelijke houten gebouw van Noorwegen. De laatste onderzoeken dateren de opslaghut omstreeks het jaar 1170. En het mooiste? Deze opslaghut is vandaag nog steeds te zien in de tuin van het Eidsborg Museum!

Tekening van de opslaghut uit het regionale archief, omstreeks 1800.

Naast de deur is rond het jaar 1300 een runeninscriptie aangebracht. Op de tekening hierboven staat de inscriptie uitgeschreven in de onderste hoek rechts. Er staat: “Deze runen zijn gekrast door Vestein. Eer komt toe aan degene die deze runen gekrast heeft en aan degene die de runen interpreteert.”

En op de deur zelf zijn kruisjes aangebracht, die met teer zijn ingekleurd. Dit gebruik moest de mensen beschermen tegen bovennatuurlijke wezens die vooral rond jul (de Kerstperiode) vervelende streken uithaalden. Bezien vanuit de Noorse folklore, is het heel logisch om uitgerekend een opslaghut (met kleding en voedsel) op deze manier te beschermen. Om jul te vieren was er immers veel voedsel en drinken nodig.

Hoe meer ik over Åse Stålekleiv ontdek, hoe meer het verhaal me interesseert. Wat een prachtige combinatie van saga, archeologie, archiefonderzoek en geschiedenis!

Vikings in Utrecht?!

De eerste upload van 2025 is een feit! En meteen duiken we in mijn favoriete onderwerp: de erfenis van de Vikingen. Die erfenis vinden we zelfs in Nederland, want in Utrecht staat (naast de Dom) een enorme runensteen. 🪨

Hoe kwam die kolos daar terecht en wat betekent de inscriptie? Leer het allemaal in de video hieronder.

750 jaar Amsterdam bij Zandsculpturen Garderen

Zoals veel mensen al hebben meegekregen (bijvoorbeeld door de nieuwe afleveringen van Het Verhaal Van Nederland – Amsterdam), bestaat onze hoofdstad dit jaar 750 jaar. Althans, het is 750 jaar geleden dat er aan de inwoners van het vroege Amsterdam/Amestelledamme tolprivileges verleend werden. Dit privilege is het eerste document waarin de stad vermeld wordt, dus wordt gezien als de geboorte ervan. Maar de bewoning van het gebied gaat nog veel verder terug in de tijd, omdat er ook in de prehistorie al mensen in dat moerassige rivierengebied leefden.

De viering van dit jubileum wordt groots aangepakt… het gaat tenslotte om de Nederlandse hoofdstad. Wereldbekend vanwege allerlei producten, personen en gebeurtenissen en dat gaan we met zijn allen herdenken. De evenementen vinden vooral plaats in Amsterdam zelf, maar ook in andere provincies wordt er aandacht aan besteed.

Neem bijvoorbeeld mijn favoriete provincie, Gelderland. Op de Veluwe wordt ieder jaar een bijzondere (enorm grote) tentoonstelling opgebouwd waarbij kunst met geschiedenis gecombineerd wordt: “Zandsculpturen Garderen“. Hun nieuwe thema wordt ook 750 jaar Amsterdam, dus de geschiedenis van Amsterdam verbeeld in zand.

AlomHistorisch werkt al sinds 2022 met hen samen om de informatieborden en tentoonstellingsteksten te controleren op chronologie en historische correctheid. Ook op dit moment ben ik daar weer druk mee bezig. Van de organisatie heb ik bovendien vrijkaarten gekregen om te verloten en een prijsvraag voor te bedenken. Die actie zal uiteraard hier op de website en op onze Instagram verschijnen. Neem dus regelmatig een kijkje op onze kanalen om kans te maken! 🙂

Dit jaar zal ik voor het eerst ook een lezing over het thema verzorgen op het terrein. Iets waar ik ontzettend naar uitkijk! Spulletjes worden al verzameld, boeken en archiefdocumenten worden gelezen en nieuwe teksten worden geschreven. De datum en de details volgen binnenkort. Ook de kunstenaars werken al aan de eerste zandsculpturen. Dat begint letterlijk al vorm te krijgen, kijk maar eens naar het portret van graaf Floris V hieronder. Druk, druk, druk!

Kortom, ook AlomHistorisch is bij de viering van 750 jaar Amsterdam betrokken. Hoe kan het ook anders? 😉

Zijn notenkrakers typisch Duits?

U weet wel, die houten poppetjes die overal verschijnen tijdens de feestdagen. Soms kunnen ze echt een noot kraken met het mechanisme in het buikje, maar in Nederland zijn ze meestal puur voor de decoratie.

Maar wat symboliseren die figuurtjes eigenlijk? En komt de notenkraker uit Duitsland of meer uit Rusland? In onderstaande video komt het allemaal aan bod. Fijne dagen!

Film: Conclave (2024)

Gisteravond heb ik de film Conclave van regisseur Edward Berger gezien in de bioscoop, gebaseerd op het gelijknamige boek van Robert Harris (2016). Een artikel waard, want het onderwerp is ontzettend historisch. Hieronder schrijf ik meer over het verhaal, zonder het einde te verraden.

Ten eerste even over het woord “conclave” of “conclaaf”. Wat betekent dat? Een conclaaf/conclave verwijst officieel naar twee dingen: de plek waar de kardinalen van de Rooms-katholieke Kerk bijeenkomen om een nieuwe paus te kiezen en de vergadering die hiertoe moet leiden. Het woord komt van het Latijnse “cum clave”, wat “met sleutel” betekent. Dit slaat op het feit dat de kardinalen zich tijdens het proces bewust afsluiten van de buitenwereld, dus achter slot en grendel.

FilmNation Entertainment – House Productions

De kijker stapt in het verhaal op het moment dat de hervormingsgezinde paus overlijdt. Zoals de traditie voorschrijft, moeten de kardinalen daarna in conclaaf gaan om een nieuwe paus te kiezen. Maar deze gebeurtenis zet het Vaticaan op zijn kop, want het aanstellen van een nieuwe paus gaat gepaard met een hoop politiek-religieus gekonkel.

Het conclaaf wordt geleid door kardinaal Thomas Lawrence (gespeeld door Ralph Fiennes), omdat hij de deken van het College van Kardinalen is. Het is zijn taak om de procedure te overzien zonder persoonlijke overtuigingen, maar dat blijkt moeilijker dan verwacht. Verschillende kardinalen bezoeken hem en proberen op hem in te praten, waardoor hij op een gegeven moment zelf een voorkeur begint te krijgen.

FilmNation Entertainment – House Productions

De kanshebbers strijden bijna openlijk tegen elkaar en hebben allen een eigen reden om te winnen. Eén van hen wil de hervormingen van de vorige paus voortzetten, kardinaal Bellini (gespeeld door Stanley Tucci). Een ander, kardinaal Tedesco (gespeeld door Sergio Castellitto), wil juist terug naar een conservatieve, Latijnse mis. En kardinaal Joshua Adeyemi (gespeeld door Lucian Msamati) begeert de positie omdat hij daarmee de eerste Afrikaanse paus zou zijn. Aanvankelijk kunnen de kandidaten rekenen op grote steun van de overige kardinalen, maar gaandeweg komen er schandalen aan het licht. Zo vallen zij toch één voor één af als serieuze kanshebbers… en moet er gezocht worden naar een betere kandidaat.

FilmNation Entertainment – House Productions

De film was prettig en ontzettend interessant om naar te kijken. Het moderne einde van het verhaal is wat mij betreft niet realistisch, omdat zoiets (nog) niet geaccepteerd zou worden door de Rooms-katholieke Kerk. Maar het verhaal is wel heel waarheidsgetrouw. De procedure is reëel en de symboliek klopt historisch. Het geheel is mooi in beeld gebracht en de acteurs vertolken hele complexe rollen.

Kortom, Conclave is voor geschiedenisliefhebbers de moeite waard!

Wat is het IJzeren Gordijn?

Gisteren was het 35-jarig jubileum van de historische Val van de Berlijnse Muur (9 november 1989). Binnen twee jaar werd ook het zogenoemde “IJzeren Gordijn” afgebroken. Dit veranderde de Europese en wereldwijde politiek voorgoed.

Maar wat was dat “IJzeren Gordijn” precies? Omdat leerlingen dit ieder jaar een lastig onderwerp vinden, heb ik een tweetalige reeks met uitleg gemaakt.

Melktert en biltong in het klaslokaal

Onlangs hebben we afscheid genomen van twee van onze Zuid-Afrikaanse leerlingen. Ik vond dat zij wel fatsoenlijke ‘kos’ verdienden na afloop van hun laatste lessen, om lekker met de hele klas te proeven. Dus hop, ik reed naar KuierKos in Bloemendaal voor wat snacks. Zoete mini melktertjies en hartige biltong gingen in mijn mandje. Verrassend genoeg was de biltong bij de leerlingen meer in trek dan de melktert! 🙂

Het is waarschijnlijk wel bekend dat de Republiek Zuid-Afrika een levendige koloniale geschiedenis heeft. Veel delen van het land werden in de 17e eeuw bestuurd door de VOC, voordat deze regio’s bezet werden door de Britten. Daarna transformeerde het territorium in een kolonie van de Bataafse Republiek, voordat het weer de Britse “Kaapkolonie” werd. Kort gezegd was het een kat-en-muisspelletje tussen de Nederlanders en de Britten, hoewel de situatie nog veel complexer was dan dat. Aan het begin van de 20e eeuw werd Zuid-Afrika zélf een kolonisator, namelijk van het buurland Namibië. Dit heeft tot aan de onafhankelijkheid van Namibië in 1990 geduurd.

Deze geschiedenis bracht diverse culturen naar/door/langs Zuid-Afrika, die allemaal een stempel op het huidige land gedrukt hebben. Zo ook op de keuken, dus de gerechten, de drank en de snacks. Twee typische Zuid-Afrikaanse lekkernijen vond ik geschikt om in de klas uit te delen, de bovengenoemde melktert en biltong. Maar wat is dat precies?

Melktert is een toetje dat door de Nederlandse kolonisten naar Zuid-Afrika gebracht is. De opvatting is dat het geïnspireerd is op de Nederlandse mattentaart, die op kwarktaart lijkt qua uiterlijk en smaak. Vandaag bestaat melktert uit een zoete taartkorst, gevuld met pudding en doorgaans bestrooid met kaneel.

Biltong is gedroogd en gekruid vlees, vaak gemaakt van rundvlees, hoewel andere opties ook populair zijn (bijvoorbeeld van kudu, varken, struisvogel of eland). Het vlees wordt in reepjes gesneden (“tongen”), klaargemaakt met azijn en/of specerijen en aan de lucht gedroogd vóór consumptie. Ook dit recept zou van de Nederlandse kolonisten afstammen, hoewel het drogen van vlees om het te bewaren al overal ter wereld gedaan werd en nooit aan één specifieke plaats gebonden is geweest.

We hebben gesmikkeld als smulpapen en de leerlingen vonden het leuk om over deze lekkernijen te leren. 🙂

Film: The Promised Land (2023)

Gister heb ik de film The Promised Land (Deense titel: Bastarden) van regisseur Nikolaj Arcel gezien in de bioscoop, gebaseerd op de roman Kaptajnen og Ann Barbara van Ida Jessen (2020). Omdat het onderwerp wat mij betreft meer aandacht verdient in de Europese geschiedenis, wil ik graag meer vertellen over het verhaal; uiteraard zonder spoilers.

Zentropa Entertainments – Nordisk Film & TV Fond

In de film volgen we het verhaal van de Deense veteraan Ludvig Kahlen (gespeeld door Mads Mikkelsen). In de 18e eeuw kunnen veteranen die in het Deens-Duitse leger gediend hebben, aanspraak maken op stukken onontgonnen (lees: onvruchtbaar) land in het noorden van Denemarken. Velen proberen een boerenbedrijf te starten op de heidegronden, maar dit is allesbehalve makkelijk.

Kahlen verwerft in 1755 ook zo’n stuk land. En hij heeft grote plannen, want hij wil het gebied niet alleen voor zichzelf gaan cultiveren, maar hij wil er een nederzetting beginnen. Na de verwachte tegenslagen, de enorme inspanningen en een hoop agrarische experimenten , lukt het hem om bepaalde gewassen -letterlijk- te laten bloeien op zijn land.

Hald Hovedgård nabij Viborg, gebouwd in 1787.

Net op het moment dat Kahlen kolonisten voor zijn nederzetting heeft gevonden, ontstaat er een conflict met de plaatselijke machthebber Frederik de Schinkel (gespeeld door Simon Bennebjerg). De Schinkel is van adel en zijn familie beheert Hald Hovedgård (het landgoed Hald, dat overigens echt bestaat) in de buurt van Kahlens nieuwe nederzetting. Het conflict draait uiteraard om de opbrengsten van het land, die door Kahlens noeste arbeid plotseling positiever uitvallen dan verwacht. Kahlen wordt uitgenodigd op het landgoed, maar als hij daar getrakteerd wordt op een “show” waarbij één van zijn arbeiders door marteling om het leven komt, is wel duidelijk dat Kahlen en De Schinkel elkaars vijand zijn. Het politieke conservatisme waar De Schinkel zich op blijft beroepen, wakkert alleen maar de vlam van Kahlens progressivisme aan. Hoe zal dit aflopen, wie wint het land?

Zentropa Entertainments – Nordisk Film & TV Fond

De reden dat ik de film waardevol vind, is de uitgebreide aandacht voor deze historische periode. We weten veel over de Deense Verlichting van de 18e eeuw, maar daarbij ligt de focus op de mooie, nuttige en indrukwekkende dingen. Wat we gauw vergeten, is dat het alledaagse leven voor de boeren, handwerklieden en veteranen zoals Kahlen ook bestond uit tegenslagen en strijd. De film brengt de politieke en agrarische ellende heel treffend in beeld; je kunt sympathie opbrengen voor beide zijden. Dat gezegd hebbende, hoopt de kijker natuurlijk dat Kahlen de strijd wint. Ik als groot fan van Mads Mikkelsen in ieder geval wel. 😉

Onderwaterarcheologie, lakenloodjes en Europese handelsnetwerken – Interview met Gary Bankhead

Wanneer mijn leerlingen overwegen om geschiedenis of archeologie te studeren, kan ik ze helpen met hun eventuele vragen. Bij de studie archeologie hoort echter een sub-discipline waar ik weinig over weet, maar dat de laatste jaren wél aan populariteit wint: onderwaterarcheologie.

Omdat ik zelf ook met vragen zat, schakelde ik de hulp in van onderwaterarcheoloog Gary Bankhead. Ik nodigde hem uit in Leiden, waar ik hem mocht interviewen in Museum de Lakenhal. Gary is beroepsmatig brandweerman geweest en ging pas archeologie studeren aan het einde van zijn loopbaan. Omdat hij voor zijn werk in topconditie moest zijn en ook al jaren een ervaren scuba-duiker was, kon hij de stap naar onderwaterarcheologie makkelijk maken. Maar dit werk is niet voor the faint of heart, want het is wel degelijk iets anders dan traditionele archeologie.

Gary werkt inmiddels als professional mee aan de serie River Hunters op History Channel. In dit programma lijkt het allemaal zo makkelijk, maar in het interview hieronder schetst Gary een reëler beeld van het opgraven onderwater. Waar moet je allemaal rekening mee houden? En wat voor objecten kom je dan tegen onderwater? In ons gesprek staan zogeheten “lakenloodjes” centraal (Gary’s specialiteit). Deze objecten, die erg op munten lijken, onthullen Europese handelsnetwerken en vormen daarmee nieuw archeologisch bewijs voor contact tussen handelssteden. Gary heeft er een paar meegenomen naar Leiden om aan ons te laten zien. Geheel toepasselijk voor het onderwerp, vond het interview plaats in de Regentenkamer van Museum de Lakenhal: de exacte plek waar textiel uit Leiden vroeger gekeurd werd en een lakenloodje kreeg. Hoe mooi kan het zijn?!

Nederlandse ondertiteling beschikbaar via YouTube

Met dank aan Museum de Lakenhal voor het faciliteren van het interview.