DetectorDinsdag: Bollenvelden

Toen er zonnig weer voorspeld was, trok ik met mijn vriendin Kim de bollenvelden in. Niet voor de bloemen, maar voor de gouden munten. Uiteraard.

Wat een rommel! De ene vondst nog skeerder dan de andere, na een tijdje vonden we alleen nog stukjes lood en afgebroken spijkers en schroeven. Alles voor een lach, zegt Kim altijd.

Film: The Promised Land (2023)

Gister heb ik de film The Promised Land (Deense titel: Bastarden) van regisseur Nikolaj Arcel gezien in de bioscoop, gebaseerd op de roman Kaptajnen og Ann Barbara van Ida Jessen (2020). Omdat het onderwerp wat mij betreft meer aandacht verdient in de Europese geschiedenis, wil ik graag meer vertellen over het verhaal; uiteraard zonder spoilers.

Zentropa Entertainments – Nordisk Film & TV Fond

In de film volgen we het verhaal van de Deense veteraan Ludvig Kahlen (gespeeld door Mads Mikkelsen). In de 18e eeuw kunnen veteranen die in het Deens-Duitse leger gediend hebben, aanspraak maken op stukken onontgonnen (lees: onvruchtbaar) land in het noorden van Denemarken. Velen proberen een boerenbedrijf te starten op de heidegronden, maar dit is allesbehalve makkelijk.

Kahlen verwerft in 1755 ook zo’n stuk land. En hij heeft grote plannen, want hij wil het gebied niet alleen voor zichzelf gaan cultiveren, maar hij wil er een nederzetting beginnen. Na de verwachte tegenslagen, de enorme inspanningen en een hoop agrarische experimenten , lukt het hem om bepaalde gewassen -letterlijk- te laten bloeien op zijn land.

Hald Hovedgård nabij Viborg, gebouwd in 1787.

Net op het moment dat Kahlen kolonisten voor zijn nederzetting heeft gevonden, ontstaat er een conflict met de plaatselijke machthebber Frederik de Schinkel (gespeeld door Simon Bennebjerg). De Schinkel is van adel en zijn familie beheert Hald Hovedgård (het landgoed Hald, dat overigens echt bestaat) in de buurt van Kahlens nieuwe nederzetting. Het conflict draait uiteraard om de opbrengsten van het land, die door Kahlens noeste arbeid plotseling positiever uitvallen dan verwacht. Kahlen wordt uitgenodigd op het landgoed, maar als hij daar getrakteerd wordt op een “show” waarbij één van zijn arbeiders door marteling om het leven komt, is wel duidelijk dat Kahlen en De Schinkel elkaars vijand zijn. Het politieke conservatisme waar De Schinkel zich op blijft beroepen, wakkert alleen maar de vlam van Kahlens progressivisme aan. Hoe zal dit aflopen, wie wint het land?

Zentropa Entertainments – Nordisk Film & TV Fond

De reden dat ik de film waardevol vind, is de uitgebreide aandacht voor deze historische periode. We weten veel over de Deense Verlichting van de 18e eeuw, maar daarbij ligt de focus op de mooie, nuttige en indrukwekkende dingen. Wat we gauw vergeten, is dat het alledaagse leven voor de boeren, handwerklieden en veteranen zoals Kahlen ook bestond uit tegenslagen en strijd. De film brengt de politieke en agrarische ellende heel treffend in beeld; je kunt sympathie opbrengen voor beide zijden. Dat gezegd hebbende, hoopt de kijker natuurlijk dat Kahlen de strijd wint. Ik als groot fan van Mads Mikkelsen in ieder geval wel. 😉

Historisch correct?Geschikt en nuttig voor leerlingen?
Ja, zeer realistisch.Ja, vooral omdat de film over een onderbelichte periode uit de geschiedenis gaat. Ook de focus op Denemarken is verfrissend.

Yesss! Pinpointer gewonnen!

Onlangs deed ik mee met een winactie van Kooistra Metaaldetectors. Mijn Garrett Ace 200i komt er vandaan, dus ik weet dat Kooistra kwaliteit en goede service levert. En ja hoor… ik kreeg zojuist een heel feestelijk bericht: ik heb de Nokta Accupoint pinpointer gewonnen! 😀

Ik ben heel enthousiast over het formaat en de gebruiksvriendelijkheid. Geen poespas, maar juist duidelijke knoppen en meldingen, net als op mijn detector zelf. Gecombineerd maakt dit een mooie set. Als het niet meer vriest buiten, weet ik wat me te doen staat. 😉

Bedankt Kooistra, hier ga ik veel plezier aan beleven!

DetectorDinsdag: Bouwplaats

De resultaten van een korte zoektocht op een plek waar ik altijd honden naar schatten zie graven. Jaloers als ik was, wilde ik zien wat daar te vinden was…

Positief punt: Paar zonnestraaltjes gepakt. Negatief punt: Alleen maar constructieafval gevonden. Een grote moer, steigermateriaal, een koperen ring en nog een ringetje. Hahaha.

De crypte van Hexham Abbey

Deze crypte (grafkelder) is onderdeel van de beroemde Hexham Abbey, een kerk gewijd aan Sint Andreas in Hexham, Northumberland. Onderwaterarcheoloog Gary Bankhead en zijn vrouw namen me laatst mee naar Hadrian’s Wall en onderweg koos Gary Hexham als halte voor een koffiestop. Zodoende zijn we ook even naar beneden gegaan in de crypte en kon ik wat foto’s nemen. Ik ben zo dankbaar! 🙂

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is Hexham-Abbey-1-768x1024.jpg

De bouw van de kerk begon in 674, maar het gebouw kreeg pas zijn huidige vorm en opzet in de 12e eeuw. Sindsdien is nog een aantal kleine uitbreidingen toegevoegd. Fascinerend genoeg bestaat de crypte uit Romeinse stenen. Deze zijn weggehaald uit de Romeinse gebouwen in de omgeving en daarna hergebruikt in de kerk (en dat recyclen van Romeins bouwmateriaal is overigens een veelvoorkomende praktijk).

De zuidelijke gang bevat enkele stenen met een blad-en-bespatroon. De Angelsaksische bouwers hebben mogelijk over de rest van deze kunst gepleisterd, om de muren daarna te kunnen versieren met nieuwe afbeeldingen geïnspireerd op Bijbelse verhalen.

De meest opvallende Romeinse steen bevat een inscriptie met waardevolle informatie. Er staat namelijk ingekrast dat de constructie gebouwd werd in opdracht van keizer Lucius Septimus Severus Pius Pertinax en zijn zoons. Deze steen heet de “Geta Stone” en is vernoemd naar één van de zoons, wiens naam eruit gekrast is nadat hij een machtsstrijd tegen zijn broer Caracalla verloren had (de andere zoon dus).

De “Geta Stone” (via Hexham Abbey).

In 875 werd Hexham geplunderd door de Vikings, onder leiding van de beroemde/beruchte Hálfdan Ragnarsson. De kerk brandde af tot de grond, maar de crypte bleef intact.

Vrije interpretatie van Hálfdan Ragnarsson (uit A Child’s Book of Warriors door Canton Williams, 1907).

De centrale ruimte van de crypte op de foto hiernaast was vroeger een kleine kapel, waarin monniken heilige relieken tentoonstelden aan pelgrims, mogelijk van Andreas.

Wat een historie hè? 🙂

Een weekend vol musea en archeologie met de Finds Research Group

Dit weekend vond het jaarlijkse internationale conferentieweekend van de Britse Finds Research Group (FRG) plaats in Leiden. Vanuit mijn connectie met de Universiteit Leiden mocht ik het volledige programma volgen… En wat heb ik genoten! We hebben workshops gevolgd in zowel Leiden als Haarlem en als kers op de taart gingen de deuren van het archiefdepot van het Rijksmuseum van Oudheden voor ons open. Het klinkt cliché, maar dat is voor historici en archeologen een absolute snoepwinkel waar je eeuwig zou willen blijven rondneuzen. Hieronder een kort verslag.

Vrijdag 10 november

Op de vrijdag begon het programma in het Rijksmuseum van Oudheden, waar de FRG welkom geheten werd door Annemarieke Willemsen (conservator collectie middeleeuwen). Er volgde een lezing omtrent de nieuwe wisseltentoonstelling “Het Jaar 1000: Nederland in het Midden van de Middeleeuwen”. Zo werden we alvast voorbereid op wat we daarna in het museum mochten bekijken. Persoonlijke favorieten waren de Ansfridus-codex (rijkelijk gedecoreerd met edelstenen) en de Scandinavische sieraden uit de hoogtijdagen van de Noormannen.

Vervolgens liepen we naar het archiefdepot van het RMO. Een hele unieke kans om de collectie van nabij te bewonderen. Natuurlijk is het meeste materiaal veilig opgeborgen in dozen en kasten, maar wat er momenteel onderzocht wordt staat uitgebreid uitgestald op tafels en planken (zo wordt het overzicht bewaakt tijdens het categoriseren en onderzoeken). Van scarabeeën tot kruiken, van Romeinse helmen tot vroegmiddeleeuws glaswerk. Schitterend om zo bij elkaar te zien! Speciaal voor mij en onderwaterarcheoloog Gary Bankhead werden de lakenloodjes van het RMO (letterlijk) uit de kast getrokken. Zo veel! Zo divers! Die moesten we even nader bekijken en filmen vanwege ons gezamenlijke filmproject, maar daarover volgen nog aparte berichten op de site.

In de middag verzamelden we bij het Textile Research Centre, waar we uitleg kregen over het belang van textiel en kleding als historische bron. Er was een wisseltentoonstelling over nachtmode door de decennia heen. Op de paspoppen zagen we authentieke Amerikaanse korsetjurken uit de jaren ’20, originele zijden shortama’s uit het naoorlogse Italië… en alles er tussenin. Zo beseften we ook gelijk weer hoe zeer cultuur en geschiedenis in kleding tot uiting komen.

Zaterdag 11 november

Op zaterdag pakten we de trein naar Haarlem, waar we eerst het Teylers Museum bezochten en vervolgens een wandeling met een gids door de binnenstad maakten. Beide plekken waar ik al vaak geweest ben, maar vandaag ontdekte ik toch weer nieuwe trivia. Dat blijft leuk. En in het Teylers was er een aantal atlassen van de fameuze kaartenmakersfamilie Blaeu uitgelicht. Ik laat mijn leerlingen altijd plaatjes uit hun atlassen zien, maar dit was de eerste keer dat ik de boekwerken in het echt zag. Wat een details!

We sloten de dag af in het Archeologisch Museum Haarlem, dat gevestigd is in een prachtige middeleeuwse kelder aan de Grote Markt. Bovendien is de entree gratis, dus pak dit museum zeker mee bij een volgend bezoek aan de stad. Na een gezamenlijk diner namen we de trein weer terug naar Leiden.

Zondag 12 november

De laatste dag van het conferentieweekend! De invulling hiervan was vrij. Gary Bankhead en ik hadden een afspraak in Museum de Lakenhal, waar we één van de indrukwekkende stijlkamers mochten gebruiken om een video op te nemen. En zo kwam het, dat ik Gary interviewde over zijn vondsten (in het bijzonder Europese lakenloodjes) op de plek waar het Leidse textiel vroeger gecontroleerd en gekeurd werd. Dus op dé plek waar het Leidse laken zo’n lakenloodje kreeg! Een schitterende samenloop van omstandigheden, waar we Museum de Lakenhal zeer dankbaar voor zijn. De video verschijnt binnenkort… dus stay tuned! In de namiddag vlogen de meeste leden van de FRG weer terug naar Engeland en pakte ik zelf de trein weer terug naar huis. Ik heb zo enorm genoten! Ik wil alle betrokkenen dan ook hartelijk bedanken voor de interessante bijeenkomsten.

Gouden mannetjes

Ik zag weer een nieuwsbericht over een bijzondere archeologische vondst voorbijkomen, deze keer over een opgraving bij een heidense tempel in Noorwegen.

In het dorpje Hov (in de provincie Innlandet) hebben archeologen tientallen piepkleine gouden figuurtjes van meer dan 1400 jaar oud gevonden. De gouden plaatjes zijn extreem dun, bijna net zo fragiel als papier. En ze zijn ook nog eens klein van formaat, ongeveer zo groot als een vingernagel. Toch bevatten ze verrassend gedetailleerde afbeeldingen uit de Noordse mythologie, waaronder de god Freyr en de reuzin Gerðr. Zulke figuurtjes zijn vaker gevonden in Scandinavië en worden gullgubber genoemd, wat letterlijk “gouden mannetjes” betekent. Ze stammen uit de Merovingische periode, dus uit de eeuwen net vóór het Vikingtijdperk. Maar omdat het einde van de Merovingische periode samenvalt met het begin van het Vikingtijdperk, kennen deze opeenvolgende perioden nog veel culturele overeenkomsten. De gullgubber zijn daar een goed voorbeeld van.

Archeologen troffen de gouden plaatjes aan op een plek waar ooit een belangrijk religieus gebouw stond. Ze lagen niet zomaar verspreid, maar waren bewust in paalgaten gestopt. Ook lagen ze langs de voormalige muren van de tempel. Dat houdt verband met rituele en symbolische betekenissen, die we vandaag helaas niet meer kennen. Maar de onderzoekers vermoeden daarom wel dat de figuurtjes geen alledaagse sieraden waren, maar juist offers die bedoeld waren om de goden gunstig te stemmen. Mogelijk vroegen de mensen met deze offers om bescherming, vruchtbaarheid of voorspoed voor het gebouw of hun gemeenschap.

Doordat deze gullgubber nog precies op hun oorspronkelijke plek lagen, is de archeologische context meteen duidelijk. Dat is uitzonderlijk, omdat vergelijkbare vondsten vaak los in de grond worden aangetroffen zonder duidelijke relatie tot een gebouw. Archeologe Kathrine Stene benadrukt dat de ontdekking extra bijzonder is omdat gullgubber meestal in grotere tempelcomplexen worden gevonden. Het gebouw in Hov is namelijk relatief klein. Over heel Scandinavië zijn er inmiddels duizenden gullgubber ontdekt, maar elke nieuwe vondst draagt bij aan ons begrip van de Noordse mythologie, spiritualiteit en cultuur in de periode vóór de Vikingtijd.

De Steen van Rosetta, onze sleutel tot het oude Egypte

Vandaag toverde ik in 3vwo een mini-replica van één van de belangrijkste archeologische vondsten ter wereld tevoorschijn. Tot mijn grote vreugd vonden de leerlingen dit malle ding hartstikke interessant en waren ze ijverig bezig om de betekenis ervan te ontdekken.

In 1799 vonden Franse soldaten bij het Egyptische stadje Rosetta (Rashid / رشيد) een donkere steen met drie soorten tekst. Deze Napoleontische soldaten waren op expeditie en besteedden hun vrije tijd aan het opduikelen van cultuurhistorische objecten. Destijds een acceptabele praktijk, nu toch wel behoorlijk dubieus te noemen. Afijn, de vondst werd “de Steen van Rosetta” genoemd. Het bleek de sleutel tot het ontcijferen van het Egyptische hiërogliefenschrift.

Op de steen staat dezelfde inscriptie in drie talen: het hiërogliefenschrift, het Demotisch (een versimpeld hiërogliefenschrift voor alledaags gebruik) en het Grieks. Voor de liefhebber: de tekst is een decreet van farao Ptolemaeus V Epiphanes, uitgevaardigd in 196 v.Chr; over zijn goede regering en de noodzaak om standbeelden voor hem op te richten. Dat er drie keer dezelfde tekst staat, maakte het mogelijk om het mysterieuze symbolenalfabet van de Egyptenaren te begrijpen. In 1822 lukte het de Franse taalkundige Jean-François Champollion om de code te kraken. Vanaf dat moment konden eeuwenoude Egyptische teksten dus weer worden gelezen.

Op de bovenste foto houd ik een stuk hout vast, waarin de tekst gegraveerd is. Maar de echte steen van Rosetta is een flink brok granodioriet (zie de foto hierboven). Het topstuk is te zien in het British Museum in Londen. Waarom niet in Parijs? Omdat Napoleon het bezette territorium in Egypte uiteindelijk “verloor” aan Britse troepen onder leiding van admiraal Nelson en generaal Hutchinson. Met het Verdrag van Alexandrië eisten de Britten alle wetenschappelijke vondsten van de Fransen op als oorlogsbuit (1801). Dergelijke verhalen gaan overigens schuil achter bijna alle Egyptische topstukken die in Europese musea tentoongesteld worden. Dat is iets om in gedachten te houden.

Gelukkig zijn de wetenschappelijke inzichten die de Steen van Rosetta opleverde wel altijd met de hele wereld gedeeld. Het is een ware taalkundige brug tussen beschavingen!