Onze video opgenomen in de collectie van Brabants Erfgoed

Leuk nieuws! De mini-documentaire over de enclavegeschiedenis van Baarle is door Brabants Erfgoed opgenomen als onderdeel van hun collectie. Daarom is er nu een archiefpagina voor gemaakt (klik hier).

Ik vind het geweldig dat de video nu ook bereikt kan worden via Brabants Erfgoed. Dat maakt het voor geïnteresseerden absoluut makkelijker om de mini-docu te vinden!

Nieuwe opgraving in Alkmaar

Op dit moment vindt er een grote archeologische opgraving plaats bij een voormalige herberg in het centrum van Alkmaar. Wat hoopt men daar te vinden?

Herberg “Het Gulden Vlies” aan de Koorstraat bestond al vóór 1563. De naam komt van de ridderorde die Filips de Goede, de hertog van Bourgondië, in 1430 ingesteld heeft. Filips haalde zijn inspiratie uit de Griekse mythologie. Daarin was het Gulden Vlies de gouden “vacht” van Chrysomallos; een wonderbaarlijke ram die door de goden gestuurd was om de kinderen Phrixos en Helle te redden. Tijdens de vlucht viel Helle in zee (de Hellespont), maar Phrixos bereikte veilig Kolchis, waar hij de ram offerde en het Gulden Vlies schonk aan koning Aiëtes, die het ophing in een heilig bos en liet bewaken door een nooit slapende draak. Generaties later werd Jason eropuit gestuurd om dit Gulden Vlies te halen om zijn recht op de troon van Iolkos te bewijzen. Met hulp van de Argonauten en de tovenares Medea wist Jason de draak te verslaan en het vlies te bemachtigen, waarmee hij een van de beroemdste heldentochten uit de Oudheid volbracht.

Afijn, herbergen die een uithangbord met de gouden vacht, Jason en/of de overwonnen draak erop hadden staan, hadden een speciale status. Hier kwamen gasten van aanzien hun braadstuk smikkelen! Zo ook in Alkmaar. Eeuwenlang kon men bij deze herberg terecht voor bijzondere diners, borrels en vergaderingen. Na een flinke verbouwing werd Het Gulden Vlies in 1924 heropend als theater. Echter, in 1991 viel het doek voor dit etablissement (letterlijk). Het gebouw transformeerde tot feestlocatie, café-restaurant en appartementencomplex.

Omdat er een nieuwe verbouwing op de planning staat voor het gebouw, wordt het terrein nu archeologisch onderzocht. Het is niet alleen aannemelijk dat er (afval)objecten van de middeleeuwse herberg gevonden worden, dit werd zelfs van tevoren verwacht. En ja hoor, de archeologen hadden gelijk. Inmiddels zijn er al muren, kelders, toiletten en riolen blootgelegd uit de 15e, 16e en 17e eeuw. Kleine vondsten zijn onder meer een vingerhoed (17e eeuw), pijpjes en munten, veel keramiek- en glasscherven (1780-1880), een Engels roomkannetje en een pannetje uit de 19e eeuw. Restanten van vijf eeuwen aan horeca-activiteit dus!

Kasteelruïne Seldensate nabij Den Bosch

In Berlicum ligt een ruïne van een middeleeuws kasteeltje. Het fungeerde eerst als buitenplaats voor de lokale adel, toen als plezierkasteel met tennisbaan en uiteindelijk werd het gebouw verlaten en aan de natuur overgeleverd. Kijk mee naar wat sfeerbeelden.

Vroeger was de rustige, groene omgeving bij Berlicum voor de adel een perfect gebied voor een buitenhuis. Rond 1450 bouwden edelen uit het nabijgelegen Den Bosch er heuse kasteeltjes en Kasteel Seldensate was daar één van. Het werd al omstreeks 1300 gebouwd als middeleeuwse hoeve, maar het terrein werd continu uitgebreid. Aan het einde van de 15e eeuw stond er een woonkasteel met de naam Seldensate, een poortgebouw, een duiventoren en een kapel.

In 1629 werd Den Bosch belegerd door stadhouder Frederik Hendrik van Oranje (zoon van Willem van Oranje). Veel lokale bewoners schuilden op Seldensate. Andere conflicten uit de Tachtigjarige Oorlog zorgden ervoor dat Seldensate snel achter elkaar nieuwe eigenaren kreeg. Maar toch raakte het terrein steeds meer in verval. In 1890 blies Valerius Bosch het oude kasteel nieuw leven in middels een grote restauratie. Er werd een nieuwe toren gebouwd en er kwam een serre bij. In de tuin werd zowel een tennisbaan als een ijskelder aangelegd, geheel volgens de laatste mode.

Echter, in 1928 vertrok de familie Bosch. Het kasteel bleef onbewoond achter en degradeerde snel. Het terrein verzakte namelijk door de rivierloop van de Aa, die overal omheen en doorheen slingert. In 1973 kocht de gemeente Sint-Michielsgestel het landgoed op om de fundamenten te conserveren. Het poortgebouw en de duiventoren werden hersteld. Sindsdien worden ook de tuin en de gracht rond de ruïne onderhouden, zodat dit stukje erfgoed netjes behouden kan worden.

Sunday, Bloody Sunday

Vandaag is het precies 50 jaar geleden dat Bloody Sunday plaatsvond. Ik ken niemand in Noord-Ierland, maar ik heb wel vrienden uit de Ierse Republiek. Eén van hen, Shane, zou graag willen dat meer Nederlanders leren over Bloody Sunday. Nou, hierbij dan het artikel!

Bloody Sunday” (“Bloederige Zondag”) refereert in de meeste gevallen aan 30 januari 1972. Op deze zondag werd er in de Noord-Ierse stad Derry gedemonstreerd voor burgerrechten. Het protest was van tevoren echter door de regering van het Verenigd Koninkrijk verboden.

De aanleiding was Operation Demetrius: het opsluiten van groepen personen zonder gerechtelijk proces. De operatie omvatte een massa-arrestatie van personen die vermoedelijk banden hadden met de IRA, de Irish Republican Army. Zij streden voor Ierse onafhankelijkheid van het Verenigd Koninkrijk. De meeste gevangenen waren katholiek. Ondanks het vreedzame verloop van het protest, greep het Britse leger in en schoot 14 ongewapende jongens en mannen neer. Sommige van hen werden beschoten terwijl ze andere slachtoffers hielpen. Eén van hen had niets met het protest te maken en was op weg naar een vriend. Ze overleden uiteindelijk allemaal.

Een muurschildering in Derry herinnert aan het incident.
Foto uit het publieke domein.

Er zijn meerdere dagen uit de geschiedenis bestempeld als Bloody Sunday (inclusief twee andere incidenten in Ierland), maar het bloedbad van Derry is het meest bekend. Déze Bloody Sunday wordt gezien als een keerpunt in The Troubles; de burgeroorlog tussen Ierland en het Verenigd Koninkrijk, die dertig jaar duurde.

Er werd een tribunaal ingesteld om de zaak te beoordelen. Lange tijd was het oordeel van dit Widgery-tribunaal dat de Britse militairen niet schuldig waren aan het doden van de 14 mannen, maar slechts roekeloos hadden gehandeld. In 1998 werd de zaak echter onder (internationale) politieke druk heropend, maar het definitieve oordeel laat nog op zich wachten. Het onderzoek is het langstdurende proces uit de Britse geschiedenis. In 2010 heeft de Britse premier David Cameron namens de Britse regering excuses aangeboden voor het incident.

De Brandgrens in Rotterdam

Als litteken van de bombardementen tijdens de Tweede Wereldoorlog, loopt de zogenoemde “brandgrens” kriskras door de stad. Vandaag is de lijn aangegeven met speciale lampen. Als je de grens een tijdje volgt, krijg je een idee van de omvang van de vernielingen. Inmiddels is stadsdeel Rotterdam Blaak zo vaak gerenoveerd dat je er niets meer van ziet!


Praktische holletjes in de muur in Turnhout (België)

Als je naar beneden kijkt terwijl je door de Vlaamse stad Turnhout loopt, dan zal er snel iets opvallen. Sommige gebouwen hebben naast de entree een gat in de muur, waar niks achter zit. De gaten horen niet bij de riolering en zijn ook niet puur decoratief. Wat zijn het wel?

Het zijn holletjes om je voeten in schoon te vegen! Vroeger was er bij de voordeur van veel huizen zo’n voetschraper of schoenschraper aanwezig. De straten waren immers niet altijd zo schoon en vlak als ze nu zijn. Voordat betegelde stoepen de norm werden, was het wel zo hygiënisch om even alle modder (of poep) van je schoeisel te vegen voordat je ergens naar binnen ging.

De eerste voetschrapers stonden los bij de voordeuren. Het waren zware blokken met scherpe beugels van ijzer. Ze waren soms fraai gedecoreerd, maar stonden wel een beetje in de weg. Zeker toen er meer verkeer op straat kwam, vormden de schoenschrapers gevaarlijke obstakels. De oplossing was om een schraper op te hangen in een nisje in de muur naast de deur; dus zoals op de foto’s te zien is.

Vanaf de 20e eeuw werd de schraper geleidelijk overbodig door bestrating en door de opkomst van deurmatten achter de voordeur, in het huis. De lege nisjes bleven. 🙂

Het Kasteel van de Hertogen van Brabant (Turnhout, België)

Net over de grens, in de Vlaamse stad Turnhout, staat het Kasteel van de Hertogen van Brabant. Rond het jaar 1110 gebouwd als jachtslot, is het kasteel door de eeuwen heen vaak uitgebreid en gerestaureerd.

De Heer van Turnhout stond bijna 700 jaar lang aan het hoofd van het Turnhoutse stadsbestuur, namelijk van 1106 tot 1794. Deze functie werd afwisselend vervuld door de Hertog van Brabant, van Bourgondië of van Nassau. Ook keizer Karel V is Heer van Turnhout geweest!

Tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) was het kasteel van strategisch belang. Bij de Slag van Turnhout (1597) had prins Maurits van Oranje-Nassau de Spaanse troepen verslagen en daarna nam Maurits het kasteel in. De oorlog dwong hem overigens wel om een deel van het kasteel in brand te steken, waarna het zwaar beschadigde.

Tekening door Constantijn Huygens (17e eeuw).

Verbazingwekkend veel bekende historische figuren verbleven in het kasteel: Filips de Stoute, keizer Maximiliaan van Oostenrijk, de Deense koning Christian II, de graven van Egmont en Hoorne, keizer Karel V, diens zoon koning Filips II en de Hertog van Alva. Verder nog de Franse koningin Eleonora (van Castilië), stadhouder Willem II, zijn vrouw Mary Stuart, Amalia van Solms, keurvorst Friedrich Wilhelm I van Pruisen, stadhouder (later Engels koning) Willem III en de dichter Constantijn Huygens. Dat kwam wellicht doordat de zus van keizer Karel V, Maria van Hongarije, het kasteel in de 16e eeuw transformeerde tot luxe renaissancepaleis met bijbehorende decoraties en kunstwerken.

In de tijd van Napoleon degradeerde de Franse bezetter het kasteel tot een rechtbank met gevangenis (1796-1797). De kerkers bleven in gebruik tot 1904, totdat er in de stad een nieuwe gevangenis gebouwd werd. Daarna werd er een afdeling van het Provinciale Gerechtshof van Antwerpen in het gebouw gehuisvest (gerechtsafdeling Turnhout). Deze rol vervult het voormalige luxepaleis tot op de dag van vandaag.

Tip! Het gebouw staat midden in de stad, op loopafstand van de winkelstraten. Je kunt er niet zomaar naar binnen, maar je kunt er altijd een kijkje nemen en je kunt op ieder moment om het kasteel heen lopen. 🙂

De kapel van Sancenay, waar wonderen gebeuren

Omdat het Kerst is, deel ik graag een mirakelverhaal met jullie.

Bron: www.geneanet.org

De kapel van het Franse gehucht Sancenay (in Zuid-Bourgondië) wordt ook wel “het witte kapelletje” genoemd. Het gebouw is namelijk gewijd aan de zogenoemde “catholiques blancs” (“witte katholieken”), die het geloof belijden volgens een oude traditie. Zij hangen het katholicisme aan van vóór het concordaat van 1801, dat paus Pius VII met Napoleon sloot. Maar de kapel zelf is al veel ouder! Het hoorde aan het begin van de 11e eeuw waarschijnlijk bij het kasteel van de Baronnen van Sancenay, die destijds afkomstig waren uit het Huis van Semur.

In de 17e eeuw is het plafond verfraaid met zeer gedetailleerde schilderingen. De motieven bestaan onder andere uit familiewapens en monogrammen. De opdracht hiervoor kwam van de plaatselijke adel, maar de uitvoerder was de Nederlandse (!) schilder Abraham Graffe. Het plafond is uniek en daarom verheven tot historisch monument.

Maria is overal te zien. Achterin de kerk hangen veel ex voto’s; plaquettes waarmee de Heilige Maagd gesmeekt wordt om hulp of juist bedankt wordt voor haar bescherming en genezing. Deze zijn door de eeuwen heen door de lokale bevolking opgehangen.

Er hangt zelfs een paar krukken aan de muur, afkomstig van ene Marcel Ravaud. Dit jongetje leefde een eeuw geleden. Hij kon nauwelijks lopen, hij kon alleen strompelen met krukken. Hij werd zondags vaak naar de kerk gebracht in een rolstoel. Op een dag wilde hij op de terugweg hazelnoten gaan plukken en rapen. Zijn ouders herinnerden hem aan zijn handicap, maar Marcel stond op, gooide zijn krukken neer en werd later monteur in de stad. Maria had hem genezen.

Het verhaal van Marcel werd, uiteraard, het Mirakel van Sancenay. 🙂

Op bezoek bij de bekendste graaf van Egmont, die in Brussel werd onthoofd

In het huidige Egmond aan de Hoef lag vroeger een imposant kasteel, namelijk het Slot op den Hoef. Vandaag is dit een ruïne waarvan de fundamenten gerestaureerd zijn, zodat je toch een idee krijgt van de grootte en de vorm van het bouwwerk. Het is verbonden aan meerdere belangrijke episodes uit de vaderlandse geschiedenis en dus echt een bezoekje waard.

Een stukje verderop staat de abdij van Egmont (in het huidige Egmond-Binnen). In de middeleeuwen verwierf deze abdij steeds meer grondgebied in Holland. De geestelijken besteedden het beheer daarvan uit aan rentmeesters uit het adellijke geslacht (Van) Egmont.

In 1170 besloot Dodo van Egmont dat er dan ook maar een kasteel voor zijn familie moest komen op die plek. Willem I van Egmont voegde daar in 1229 ook nog een slotkapel aan toe. Eind 15e eeuw had het gebouwencomplex onder Jan III van Egmont (de eerste graaf van Egmont) zijn grootste omvang bereikt.

Lamoraal d’Egmont

Maar het was vooral Lamoraal I van Gavere (1522-1568) die een sleutelfiguur in de Nederlandse geschiedenis werd. Hij was onder andere krijgsheer van keizer Karel V, gouverneur van Vlaanderen en Artesië en lid van de Raad van State. Hij werd geboren in een kasteel nabij Lahamaide (België), maar zijn familieburcht was dus het Slot op den Hoef.

Hij ontving hier edelen voor politieke vergaderingen en van hieruit initieerde hij bovendien de drooglegging van het Egmonder- en Bergermeer. Deze bebouwbare polders hebben we dus aan hem te danken. Lamoraal van Egmont voorstond godsdiensttolerantie voor de bevolking, maar dit burgerrecht werd onderdrukt door Filips II (die de zoon van keizer Karel V was en destijds als koning over de Spaans-Habsburgse Nederlanden regeerde).

Lamoraal I werd de bekendste graaf van Egmont, mede door zijn tragische einde. Op 5 juni 1568 werd hij namelijk op orders van Filips II onthoofd op de Grote Markt van Brussel. Meteen daarna moest ook de graaf van Horne (Hoorn) dit lot ondergaan. Deze onthoofdingen bespoedigden de uitbraak van de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) en voedden in het bijzonder de verzetslust van Willem van Oranje, die een bekende was van beide graven en zelfs met hen gediscussieerd had over de juiste mate van godsdiensttolerantie in de Nederlanden.

Hoe liep het af met het kasteel? In de eerste jaren van de Tachtigjarige Oorlog, namelijk in 1573, staken de geuzen onder leiding van Diederik Sonoy het Slot op den Hoef in brand om te voorkomen dat de Spanjaarden het zouden claimen. Het idee hiervoor kwam van Willem van Oranje. Het lukte, maar de schade was groot.

Het kasteel raakte steeds meer in verval. In 1798 werd het zelfs verkocht ‘voor de sloop’ en werd alles afgebroken tot puin. Langzaamaan werden de resten van het bouwwerk opgeslokt door een moerassig weiland. Pas in 1933 gaf een uitstekend brok puin aanleiding om het gebied te ontwateren. Naast allerlei oude gebruiksvoorwerpen, kwamen ook de fundamenten van het kasteel zo weer boven water.

De steenresten werden versterkt met modern beton en opgemetseld met de gevonden bakstenen. Vandaag kun je er overheen lopen en de fundamenten dus van heel dichtbij bekijken. Met een beetje fantasie waan je je bijna op bezoek bij de graven van Egmont! 🙂