Een frisse duik bij Texas Bar

Bij deze excursie was er voor ieder wat wils: natuur, geschiedenis en een flinke dosis actie. Gretig als ik ben, pakte ik alles mee. 😉

Texas Bar is een bepaald gebouwtje, maar daarover later meer. Eerst iets over de omgeving. We zijn vandaag aan land gegaan in de Liefdefjord, in het noordwesten van Spitsbergen. Waarschijnlijk is de naam ontleend aan het 17e-eeuwse Nederlandse walvisvaardersschip Liefde, maar duidelijk bewijs hiervoor ontbreekt. Het landschap bestaat hier uit bergen, valleien, gletsjers en uitgestrekte stukken toendra. De omgeving ziet er op het eerste gezicht misschien kaal uit, maar als je even bukt of op je knieën gaat zitten, kun je toch veel interessante flora tegenkomen. Althans, in de periode tussen juni en september, want de zomer is overal op Svalbard de enige periode waarin vegetatie kan groeien en bloeien.

Maar bloeien doen ze, die poolbloemen! Duidelijk contrasterend in het mossige landschap, is bijvoorbeeld de stengelloze silene (Silene Acaulis). Om precies te zijn is dit een kussenvormige plant die dicht tegen de bodem groeit en kleine roze of paarse bloemen heeft. Prachtige felle kleuren! Ik heb mijn haar ooit in die magentakleur gehad, lol. Hier en daar zagen we ook nog de poolsilene (Silene Uralensis ssp. Arctica). Deze heeft hangende paarse bloemetjes die aan lampionnetjes doen denken. Ook groeit er overal harige rotsbreek (Micranthes Hieraciifolia); een klein plantje dat vaak tussen de rotsen groeit.

Om warm te blijven liepen we vervolgens omhoog, de heuvels in. De mooie uitzichten en bijbehorende fotosessies volgden elkaar op.

De wandeling voerde weer omlaag, richting de historische hut Texas Bar. Die naam is misleidend, want het was nooit een bar of iets dergelijks. Het gebouwtje is een “fangsthytte“, dus een schuilhut die gebruikt werd door pelsjagers. De hut werd in 1927 gebouwd door de Noorse jagers Hilmar Nøis en (diens oom) Martin Pettersen Nøis, waarvan die eerste uiteindelijk het meest bekend is geworden.

Hilmar Nøis werd in 1891 geboren op Andøya (Noord-Noorwegen) en in 1909 overwinterde hij voor het eerst op Svalbard. In de daaropvolgende decennia bleef hij “plakken” in het Noordpoolgebied, want hij voltooide maar liefst 38 overwinteringsseizoenen in het hoge noorden, waarvan 35 als pelsjager op Svalbard! Daarnaast werkte hij een seizoen in de mijnbouw en nam hij deel aan twee reddingsoperaties om andere mijnwerkers te helpen.

De naam Texas Bar doet denken aan het Wilde Westen. En eigenlijk doet deze eenvoudige hut in dit barre landschap dat ook wel een beetje. Zeker als je naar binnen gaat en stuit op de collectie sterke drank die zich daar door de jaren heen heeft opgestapeld. Verder zag ik nog lucifers, kogels, oud papier, kaarsen en gereedschap op de planken liggen. Aan de muur hing een krant uit januari 1988, wat heerlijk!

Voor de jagers die op Spitsbergen of Svalbard opereerden, waren zulke hutten vooral praktisch. Ze konden er tijdens hun tochten in schuilen (voor ijsberen of sneeuwstormen) en overnachten. Uiteraard kon je er ook wat voorraden en hulpmiddelen opslaan. Verspreid over Svalbard stond in de vorige eeuw nog een aanzienlijk aantal van deze hutten, gebouwd door jagers uit diverse landen. Af en toe ontstond er ruzie over het eigendoms- of gebruiksrecht, maar over het algemeen vormden ze voor de jagers een betrouwbaar netwerk van schuilplaatsen en duidelijke bestemmingen van vaartochten, skitochten of wandeltochten. Reken maar dat die drank er aan het einde van zo’n tocht wel in ging…

Daarbij moet ik ook zeggen dat wij hier in de zomer kwamen. Dus wanneer de zon niet ondergaat, de toendra groen is en het landschap volstaat met bloemen. Voor de familie Nøis en andere overwinteraars was deze omgeving een heel andere wereld van maandenlange duisternis, eindeloze sneeuw en temperaturen ver onder het vriespunt. De jagers die hun brood verdienden op Svalbard zullen zich ongetwijfeld ook vermaakt hebben met spelletjes en hobbyisme, maar ze waagden zich niet aan onze laatste activiteit van de dag…

De beruchte polar plunge! Oftewel, een frisse (ijskoude) duik in het water van de Arctische Oceaan. Ik heb een paar keer meegedaan aan de Nieuwjaarsduik op het strand, maar dit was veel heftiger. Zoals de wind in Nederland meestal de grootste uitdaging vormt als je eenmaal nat bent, was dat hier niet anders. Het was zo koud dat het pijn deed, maar tegelijkertijd was het spannend en zelfs gezellig om te doen.

Ons bezoek aan Texas Bar zal me voor altijd bijblijven, want het was wederom een geweldig mooie en interessante dagtocht, op een belangrijke historische plek. 😀

De fossielkust van Selmaneset

We zijn nogmaals getrakteerd op een prehistorisch cadeautje, namelijk een excursie op de landtong Selmaneset, waar je gesteentelagen kunt bekijken uit de overgangsperiode van het Perm naar het Trias. Met het blote oog kun je fossielen spotten van meer dan 250 miljoen jaar oud!

Deze bestaan voornamelijk uit kleine mariene fossielen uit het Perm. In het oog springen meteen de ammonieten vanwege de typische krulvormen. Talrijker aanwezig zijn de koraalfossielen en schelpdieren, zoals mosselachtige soorten. Deze zijn minder herkenbaar dan ammonieten of haaientanden, maar er zijn op Selmaneset wel heel veel verschillende soorten te vinden.

Verder kun je botfragmenten van gewervelde dieren tegenkomen, zoals vissen, brachiopoden en andere kleine zeedieren. En geologen hebben hier zelfs koralen gevonden in nóg oudere kalksteenlagen, namelijk uit het Laat-Carboon en Vroeg-Perm. Deze zijn dan minstens 300 miljoen jaar oud!

Al deze fossielen bewijzen dat Selmaneset vroeger deel uitmaakte van een ondiepe zee. Maar vergeet daarbij niet dat Svalbard vandaag veel noordelijker ligt; dat legde ik al eerder uit in het artikel over dinosauruspootafdrukken op Spitsbergen.

Ik heb enorm genoten van deze excursie, omdat de fossielen het beste zichtbaar waren in een klif waar we met enige moeite doorheen klommen en klauterden. We stonden letterlijk tot onze knieën in de geschiedenis. Eenmaal op de terugweg naar het schip, doorkruisten we een stuk toendra waar we nog enkele Svalbardrendieren zagen grazen. De conclusie blijft elke keer dat dit een enorm indrukwekkend landschap is.

Bron: Forbes, C. L., Harland, W. B., & Hughes, N. F. (1958). Palaeontological evidence for the age of the Carboniferous and Permian rocks of central Vestspitsbergen. Geological Magazine, 95(6), 465–490.

GRWM!

Het is zomer, maar ik draag iedere dag mijn winterjas. Met laarzen, handschoenen en een muts. En in het Arctisch gebied is een bovenste laag waterproof ook nog wettelijk verplicht. Hoe ik me voorbereid op onze tochten aan land in Svalbard, laat ik je zien in een korte video, die nu op YouTube staat. GRWM! 😀

Dinosauriërs in het Noordpoolgebied?

Zeker! En hun pootafdrukken bewijzen het. Momenteel vaar ik met een expeditieschip om Svalbard heen. We gaan elke dag aan land om te genieten van het landschap, de dieren, de geschiedenis en de cultuur van het Arctisch gebied. Vandaag landden we bij Boltodden, waar pootafdrukken van dinosauriërs liggen.

Boltodden ligt in Kvalvågen, aan de oostkust van Spitsbergen; één van de eilanden van Svalbard. Vandaag ligt het op 77° noorderbreedte, maar de paleobreedte is vastgesteld tussen de 63 en 66° noorderbreedte (oftewel: de ligging van deze plek tijdens het Vroege Krijt). Svalbard lag toen in zijn geheel aan de noordwestelijke rand van de Euraziatische Plaat. En ja, daar kwamen dus dinosauriërs voor.

In 1976 werden er twee pootafdrukken ontdekt. De wetenschappers concludeerden destijds dat de afdrukken bij middelgrote, theropode dinos hoorden vanwege de duidelijke klauw-achtige vormen. Theropode dinosauriërs zijn namelijk soorten die op twee achterpoten liepen, scherpe tanden en (vaak) grote klauwen hadden. Denk bijvoorbeeld aan de Tyrannosaurus Rex en de Velociraptor.

Nieuw onderzoek in 2012 en in 2014 weerlegde dat echter. Er werden moderne morfologische analyses uitgevoerd, waardoor we nu weten dat de afdrukken breed zijn (niet lang), stompe tenen en ronde middenvoetzolen hebben. Ook werden de conserveringskenmerken goed bestudeerd en zag men dat afdrukken van eventuele voorpoten afwezig waren. Als laatste werd er nog sedimentologisch onderzoek uitgevoerd; dus er werd achterhaald hoe en wanneer de verschillende gesteentelagen van het gebied zijn afgezet en ontstaan.

Met dit nieuwe bewijs werd vastgesteld dat de voetafdrukken afkomstig zijn van ornithopode dinosauriërs. Dat zijn soorten die planten aten, een snavelachtige bek en sterke kiezen hadden en meestal op twee poten liepen (hoewel sommige grotere soorten ook op vier poten konden lopen). Voorbeelden zijn de Iguanodon, de Hypsilophodon en de Parasaurolophus. Deze specifieke exemplaren op Svalbard komen van de Iguanodon.

De eerste tentoongestelde Iguanodon (1883). Foto uit het publieke domein.

De onderzoeksteams identificeerden bovendien minstens 34 nog niet eerder herkende afdrukken. Het aantal prehistorische pareltjes op Boltodden verschoof daarmee van 2 naar 36! Voor de wetenschap was dit erg belangrijk, omdat de ontdekking suggereert dat viervoetige ornithopoden in het noordelijke deel van Laurazië (het oercontinent waar het huidige Amerika, Europa en Azië vandaan komen) wijder verspreid waren dan fossiele vondsten doen vermoeden. Deze soorten konden zich ook veel beter aan hun omgeving aanpassen dan we voorheen dachten.

En dat wordt dan uitgerekend in het Noordpoolgebied ontdekt… Wat een bizarre toestand! Ik ben erg dankbaar dat ik mijn eigen handen in de pootafdrukken heb kunnen leggen. 🙂

Schilderen met naald en draad

Gisteren rondden we in 2vwo een lessenserie over de Noordse landen af. Het laatste “land” waar ik de leerlingen over vertelde, was Sápmi. Het is een land dat de kinderen niet kennen, omdat het geen natiestaat is. Het is het gebied waar de Sámi nu wonen. Vandaag bezocht ik het Wereldmuseum in Leiden, waar precies op dit moment een aantal kunstwerken van Britta Marakatt-Labba hangt. Dat wist ik niet, maar de timing van deze wisseltentoonstelling kon niet beter.

Sápmi strekt zich uit over het noorden van Noorwegen, Zweden, Finland en Rusland. Het is de traditionele naam voor het oorspronkelijke leefgebied van de Sámi. Ze zijn de enige erkende inheemse bevolkingsgroep van Europa en wonen daar al duizenden jaren. Hun bestaan was lange tijd gebaseerd op jacht, visserij en rendierhouderij. Eventuele bijproducten hiervan werden verkocht aan de lokale bevolking. Vanaf de 19e eeuw werden de Sámi steeds meer onderdrukt door de regeringen van hun leefgebied. Hun taal en cultuur werd als ondergeschikt gezien en veel ervan dreigde voorgoed te verdwijnen. Sommige Sámi-talen zijn zelfs al uitgestorven. Maar de tijden zijn veranderd en de nationale overheden begrijpen inmiddels beter welke gevolgen hun kolonisatiebeleid heeft (gehad). Tegenwoordig wordt er actief gewerkt aan het behoud van hun culturele erfgoed, talen en traditionele levenswijze… maar nog altijd het meeste door de Sámi zelf.

Britta Marakatt-Labba in 2022, © Marja Helander. 

Bijvoorbeeld door de bovengenoemde Britta Marakatt-Labba (1951); één van de bekendste Sami-kunstenaars. Ze groeide op in een Sami-familie van rendierhouders in Noord-Zweden en heeft in haar leven uitsluitend Zweeds onderwijs genoten, waarbij er weinig aandacht aan de geschiedenis van de Sámi werd besteed. Om die reden verwerkt zij in haar kunst wél de geschiedenis, cultuur en leefwereld van haar volk. Haar textielkunst en borduurwerk is internationaal bekend. Met naald en draad verbeeldt Britta kleine verhalen over het dagelijks leven, de relatie met de natuur, oude tradities en de politieke strijd van de Sámi. Schilderen met naald en draad, noemt ze dat.

Haar werk draagt direct bij aan cultuurbehoud. Door verhalen en ervaringen vast te leggen, geeft zij de Sámi-cultuur door aan toekomstige generaties. Het Nasjonalmuseet in Oslo (Noorwegen) heeft haar werk opgenomen in de nationale kunstcollectie. En vandaag stond ik dus in het Wereldmuseum in Leiden te kijken naar twee van haar borduurwerken, allebei even mooi en gedetailleerd.

Met fijne steken en kleine textielfragmentjes creëert Britta begrijpelijke voorstellingen van (onder andere) rendiermigraties, het dagelijks leven van Sámi-families, traditionele gebruiken/rituelen en (soms gruwelijke) gebeurtenissen uit de politieke strijd voor emancipatie. Van veraf lijken haar borduurwerken net schilderijen. Van dichtbij zie je steeds meer details en zo ontdek je langzaam uit hoeveel steken en stofjes één boompje of bergwand bestaat. Ontzettend knap gedaan, ik vind het echt mooi. Deze twee kunstwerken komen allebei uit 2011 en hebben geen titel. Aan de wand tegenover de werken, wordt een korte film over het leven en het werk van Britta vertoond. Het is de documentaire “Sylkvasse Sting” (“Messcherpe Steken”) van het Nasjonalmuseet. De video staat ook op YouTube:

De geschiedenis van de Sámi raakt mij over het algemeen en de borduurwerken van Britta Marakatt-Labba raken mij in het bijzonder. Waarom precies kan ik niet goed uitleggen, maar het gevoel heeft sowieso te maken met de leefwijze van de Sámi. Ik deel hun spirituele opvattingen over de natuur en ik vind dat hun praktische omgang daarmee een voorbeeld moet zijn voor anderen. Als iedereen op aarde filosofieën van balans en eerbied zou nastreven, zou het leven op aarde veel minder penibel zijn. De campagnes die de Sámi voeren gaan over de verbetering van hun eigen positie, natuurlijk, maar tegelijkertijd zijn hun standpunten urgent voor ons allemaal. Misschien is dat precies waarom hun verhaal nog lang niet is uitverteld.

The Vikings are coming…

…en wel naar het WK Voetbal. Het was overal op het nieuws, maar veel mensen dachten dat het nep was, of dat de foto met AI gemaakt was. Niets is minder waar: de spelers van het nationale team van Noorwegen zijn daadwerkelijk als Vikingen op de foto gezet.

© David Yarrow / Norges Fotballforbund

De Schotse fotograaf David Yarrow had een visie en het Noorse team was niet te beroerd om het idee uit te voeren. Over sportief gesproken! Maar waar kwam het idee vandaan, wat is de reden erachter?

Daarvoor kijken we naar een eerdere fotoshoot. In 2023 fotografeerde Yarrow de Noorse superspeler Erling Haaland (die nu bij Manchester City speelt). De spits werd door Yarrow neergezet als eenzame Viking, trots uitkijkend over een fjord in zijn geboorteland. Het beeld sloeg aan omdat Haaland de rol ontzettend natuurlijk vervulde. Zijn uiterlijk helpt daarbij ook, want Haaland is lang, gespierd en blond. Hij voldoet simpelweg aan het standaardbeeld van een Viking. Yarrow was de shoot nooit vergeten en vertelde in een interview dat hij de Viking-fotosessie wilde herhalen met het hele team. En zo werd dit het uitgangspunt voor het nieuwe groepsportret van de nationale ploeg.

Een beetje bombarie is ook wel op z’n plaats, want Noorwegen heeft zich voor het eerst sinds 1998 weer voor een wereldkampioenschap geplaatst. Logisch dus dat ervoor gekozen werd om dit moment te verbinden aan een belangrijk onderdeel van de Noorse geschiedenis. Yarrow heeft zijn best gedaan om de groep evenwaardig te fotograferen; hij wilde benadrukken dat het Noorse team uit meer spelers bestaat dan alleen publieksfavoriet Erling Haaland en aanvoerder Martin Ødegaard. De Vikingsymboliek verwijst daarbij niet naar oorlog of verovering, maar naar avontuur en het ontdekken van onbekende bestemmingen, aldus Yarrow.

De Noorse koning kondigde twee weken geleden al de spelerslijst aan in een speciale video, die ook gerust indrukwekkend en cinematisch genoemd kan worden:

Oké dan, haha! De boodschap is duidelijk: na bijna drie decennia van afwezigheid, keert Noorwegen terug op het wereldvoetbaltoneel. Ik heb zelf weinig met voetbal, maar ik vind dit wel leuk om te zien en ik kan me voorstellen dat zulke video’s en foto’s de spanning doen stijgen. 😀

3x Kort Vikingnieuws

Minder dan drie weken geleden berichtte ik over de ontdekking van de Mørstad Hoard, de grootste Vikingmuntschat die ooit in Noorwegen gevonden is. Maar enkele dagen later las ik dat er in Denemarken in dezelfde periode ook iets moois opgeduikeld was. Vervolgens zag ik nog een ontdekking voorbijkomen op het Noorse nieuws. En ondertussen kwam er ook Vikingnieuws uit Zweden. Het ging sneller dan ik kon typen, ook omdat ik druk bezig was met de eindexamens. Maar het is allemaal zo interessant, dat ik besloten heb om de nieuwtjes te bundelen in dit artikel. Nooit gedacht dat ik dit ooit zou schrijven, maar ik presenteer u… het Vikingnieuwsbulletin van mei 2026.

Denemarken – 8 mei 2026

Op 22 april ontdekte een man tijdens een boswandeling in Rold (provincie Nordjylland) iets heel opmerkelijks. Tussen het struikgewas staken twee gouden (!) armbanden uit de grond. De man maakte een melding en archeologen haastten zich naar de vindplaats voor verder onderzoek. Ze vonden uiteindelijk nog vier armbanden, samen goed voor bijna 800 gram goud! De schat kreeg direct een naam, namelijk de “Rold Hoard“. Deze vondst is één van de grootste Viking-goudvondsten ooit in gevonden Denemarken… En dat terwijl goud als materiaal voor juwelen veel minder vaak voorkwam dan zilver. De sieraden stammen uit de regeerperiode van koning Harald Blauwtand, net als de recent ontdekte graven bij Lisbjerg waar ik al eerder over schreef. De armbanden kunnen als koninklijke geschenken aan bondgenoten of krijgers gegeven zijn. Een andere mogelijkheid is dat het goud bewust door een rijke eigenaar begraven is tijdens een onrustige periode of als offer aan de goden. Eén van de armbanden valt extra op door een uniek zigzagpatroon dat zelden bij Vikingkunst wordt gezien. Net als bij de Mørstad Hoard, werd de vindplaats een paar weken geheimgehouden voordat het nieuws naar buiten kwam. Binnenkort zullen de armbanden te zien zijn in het Aalborg Historiske Museum.

© Nordjyske Museer

Noorwegen – 10 mei 2026

In de buurt van het Noorse dorp Brandbu (provincie Innlandet) trok de 6-jarige Henrik Refsnes Mørtvedt een Vikingzwaard uit de grond. Hij was met zijn klas op schooltrip bij de Rækstad-boerderij en de kinderen liepen over omgeploegde velden. Henrik zag een ijzeren knop uitsteken en trok vervolgens letterlijk een artefact uit de grond dat meer dan een millennium oud is. Het zwaard stamt vermoedelijk uit het vroege Vikingtijdperk, dus het einde van de 8e eeuw. Dat was in Scandinavië de Merovingische periode en daarover is minder bekend dan over het late Vikingtijdperk. Het type zwaard is een enegget (een enkelsnijdend zwaard, met één scherpe kant). Het onderzoek loopt nog en archeologen hopen met röntgenonderzoek en metaalanalyse te ontdekken hoe het zwaard gemaakt en gebruikt is. Wat een verhaal voor die kleine man! 😀

Zweden – 11 mei 2026

Het Historiska (Historisch Museum) in Stockholm heeft 3D-scans van de Vendel-helmen gemaakt en gepubliceerd op hun website. Deze beroemde helmen werden gevonden in bootgraven in Vendel, Valsgärde en Ultuna (provincie Uppland) en stammen uit de Vendeltijd (ca. 550-750). Het einde van deze periode vormde het begin van het Vikingtijdperk. De Vendeltijd wordt als een eigen periode gezien vanwege de uitgesproken krijgerscultuur en de rijk versierde wapens. Het museum heeft de helmen met fotogrammetrie tot in de kleinste details digitaal vastgelegd, inclusief de bronzen decoraties en brilvormige gezichtsbescherming. Via deze link kun je de modellen bekijken. Je kunt behoorlijk inzoomen en je kunt ze met je muis draaien en zelfs downloaden via platforms als Sketchfab. Het project maakt deel uit van een groter Europees project (met de naam “Twin It!“) om erfgoed te digitaliseren en toegankelijk te maken voor een wereldwijd publiek. Ik dacht meteen na over manieren om de scans te gebruiken voor de geschiedenislessen op school. Dit vind ik nog eens een geweldige inzet van moderne technologie! 🙂

© Historiska Stockholm, CC-BY 4.0

Grootste Vikingmuntschat ooit gevonden in Noorwegen

Soms ga je op pad met de metaaldetector en vind je iets leuks, of iets waardevols. Meestal niet. Maar wat de Noorse detectoristen Vegard Sørlie (links op de foto) en Rune Sætre (rechts) onlangs aantroffen, is ongekend bijzonder.

Ze haalden in de buurt van Rena (zo’n 180 km ten noorden van Oslo) de ene zilveren munt na de andere naar boven, totdat ze er 19 bij elkaar gevonden hadden. Ze besloten om een archeologische melding te maken, want dit vroeg om versterking en expertise. Een team van archeologen werd naar het specifieke veld gestuurd waar de heren zo veel succes hadden… en samen haalden ze maar liefst 3000 munten naar boven!

Beide foto’s © May-Tove Smiseth, Innlandet fylkeskommune

Het zijn voornamelijk Engelse en Duitse munten uit het late Vikingtijdperk. Interessant genoeg is een deel van de munten geslagen in Denemarken en in Noorwegen zelf, tijdens de regeerperiode van Harald Hardrada (Sigurdsson). Deze koning had het succes van een nationaal muntsysteem meegemaakt in Byzantium en voerde dit na zijn terugkeer zelf ook in, zo rond het jaar 1045. Numismatist Svein Harald Gullbekk vermoedt dat de muntschat rond 1050 begraven is, waarmee de Noorse exemplaren nog vrij ‘jong’ waren voordat ze de grond in gingen. De (her)ontdekking vond bijna een millennium later plaats, namelijk op 10 april 2026. De vindplaats werd aanvankelijk geheimgehouden en vanwege het Noorse allemannsretten is dat natuurlijk niet verrassend. Afgelopen maandag is het grootste deel van de vondst naar het muntenkabinet van het Kulturhistorisk Museum in Oslo gebracht. Daar worden de munten nu verder onderzocht.

Er wordt nog steeds gegraven en er worden nog steeds munten gevonden. Daarmee worden nu de eerste 3000 munten aangeduid als de “Mørstad Hoard“, vernoemd naar de boerderij waar het veld bij hoort. Het begraven van rijkdom was in het Vikingtijdperk een algemeen gebruik. Je stopte je munten in een tasje, buidel of kistje (je ‘portemonnee’) en vervolgens verborg je het op een strategische plek die je geheimhield (je ‘bank’ of ‘kluis’). De grond deed dan het bewaarwerk voor jou. Dat zulke muntdeposities niet (meer) zijn opgegraven door de eigenaar, kon allerlei redenen hebben. Denk aan sterfte, oorlogen en gedwongen verhuizingen. En zo fungeert de bodem niet meer alleen als kluis, maar ook als tijdcapsule.

Gullbekk verwacht nog meer te vinden in het gebied en gehoopt wordt op sporen van menselijke activiteit, met name van nederzettingen. Het onderzoek zal de komende maanden doorgaan, want nu zijn de omstandigheden perfect om te graven. Indien er weer nieuws is, verschijnt het hier in het Nederlands. 😉

En daar gaat ook het laatste Vikingschip…

Niet weg, niet naar de overkant van de Noordzee, niet over woeste wateren om te handelen met onbekende volken… Nee, vandaag wordt het Tune-schip verplaatst naar het nieuwe Vikingtidsmuseet nabij Oslo.

Dit is het laatste Vikingschip dat met bloed, zweet en tranen naar de nieuwe tentoonstellingsruimte verplaatst moet worden. In november schreef ik al over de verhuizing van de Oseberg en de Gokstad (lees het artikel hier). De Tune spreekt misschien minder tot de verbeelding, omdat dit schip er niet zo indrukwekkend uitziet als zijn grotere broers. Het is ook minder gepreserveerd dan de andere twee; dat kun je meteen zien. Maar juist daarom is het ook het meest historisch authentieke schip uit de collectie!

De Tune is in 1867 opgegraven in Sarpsborg (Rolvsøy) in Østfold. Aan het begin van de 10e eeuw is het gebruikt als grafschip, het jaartal wordt geschat op 910. Het schip zelf is iets ouder dan dat en is waarschijnlijk van tevoren nog gebruikt op het water. Het is de laatste onderneming van het monsterproject om het nieuwe Vikingtidsmuseet te realiseren. De Tune legt een “pad” af van maar liefst 130 meter. De totale verhuizing duurt dan ook 3 dagen, waarvan vandaag de belangrijkste dag is. Ik ben deze keer wat meer betrokken dan ik bij de andere schepen was. Omdat het nu voorjaarsvakantie is, kan ik de live-updates volgen. Ook meekijken? Schakel over naar de sociale media van het museum via @vikingtidsmuseet.

Aan het einde van deze week mag het team zó trots zijn op deze prestaties! Dan staan de drie Vikingschepen klaar voor het grote publiek. 🙂

Film: De laatste Viking (2025)

Gisteren heb ik de gloednieuwe Deense film “Den sidste viking” (“De laatste Viking“) in de bioscoop gezien. Het verhaal is geheel fictief, met hoofdrollen voor Mads Mikkelsen, Nikolaj Lie Kaas en Sofie Gråbøl. Maar de laatste Viking bestaat wél als concept en wordt symbolisch verbeeld in Trondheim. In dit artikel leg ik uit wat de connectie is tussen de Deense film en het Noorse concept.

Eerst een woordje over de film. Het verhaal draait om de crimineel Anker die gearresteerd wordt voor een bankoverval. Terwijl hij een gevangenisstraf van 15 jaar uitzit, moet zijn broer Manfred het gestolen geld verstoppen. Na zijn vrijlating ontdekt Anker dat Manfred inmiddels een behoorlijk zware dissociatieve identiteitsstoornis heeft ontwikkeld. Omdat Manfred het ene moment denkt dat hij John Lennon is en het andere moment gelooft dat hij een Viking is, kan hij zich ook niet meer herinneren waar hij het geld verstopt heeft. Het verhaal is typisch en ook tamelijk bizar. Eigenlijk is de hele film gewelddadig, zielig en grappig tegelijk. Deense cinema ten voeten uit; ik vond het een leuke film.

Zentropa / Film i Väst / Vertigo Média (foto door Rolf Konow).

Maar de naam is niet zonder reden gekozen. Referenties aan het Vikingerfgoed moet je in Scandinavië serieus nemen, omdat daarmee vaak een concreet gevoel of concept bedoeld wordt. In mijn beleving is het Vikingtijdperk voor Denemarken net zo belangrijk als voor Zweden en Noorwegen. En zo komen we bij de Noorse stad Trondheim. Wie daar langs de oude vismarkt Ravnkloa wandelt, kan het bronzen beeld “Den siste viking” niet missen. Hoewel de naam anders doet vermoeden, herdenkt het beeld geen historische krijger uit de Vikingtijd. Nee, het is juist een modern symbolisch werk om de Noorse zeevaarttraditie te herdenken.

Het beeld werd in 1990 gemaakt door de Noorse beeldhouwer Nils Aas. Het stelt een visser voor, verwijzend naar de gevaarlijke oceaantochten die de Noorse vissers tot ver in de 20e eeuw maakten voor hun broodwinning. Dat concept (stoere zeevaarders die hun leven wagen op zee) sluit het aan bij het romantische beeld dat veel mensen vandaag van de Vikingen hebben. Op een bepaalde manier is Scandinavië daar ook trots op; want nog altijd worden er boeken, films, kunstwerken en theatervoorstellingen aan gewijd. De naam van het standbeeld benadrukt daarom ook een soort culturele continuïteit tussen de middeleeuwse Vikingen en de (vroeg)moderne Noorse vissers en kustbewoners. In de literatuur, zoals in de roman “Den siste Viking” van Johan Bojer, werd deze vergelijking overigens al veel eerder gemaakt (namelijk in 1929).

De Vikingtijd eindigde rond het midden van de 11e eeuw. Maar de herinnering aan dit tijdperk leeft voor altijd voort… en kunnen we regelmatig in de bioscoop bewonderen. 😉

Historisch correct?Geschikt en nuttig voor leerlingen?
Niet van toepassing.Geschikt, maar zonder educatieve waarde.