Een nieuwe aflevering van Pracht & Praal, dit keer over een ruïne. Deze middeleeuwse burcht (Duits: Burg) vervulde een belangrijke functie tijdens de politiek-militaire campagnes van de Heren van Steinhart, maar raakte al in de vroegmoderne tijd in verval. Gelukkig wordt de ruïne vandaag beschermd door monumentenzorg, zodat de dikke muren niet verder afbrokkelen. Diep verscholen in het bos, loop je zo terug de middeleeuwen in zodra je de poort ziet verschijnen!
Categorie: Middeleeuwen
Berichten waarin onderwerpen uit de middeleeuwen behandeld worden (500-1500).
De werfkelders van Utrecht
Naast de huisnummers met de toevoeging “bis” (lees het hier), beschikt Utrecht over nóg een bijzonder stedelijk kenmerk. In de binnenstad zijn de grachten op veel plekken voorzien van zogeheten werfkelders.

Oorspronkelijk waren deze kelders bedoeld als opslagruimten en doorgangsruimten tussen de huizen en de grachten. Zo konden goederen worden getransporteerd over het water, wat voordelen had ten opzichte van het vervoer door de drukke en smerige straten van de binnenstad. De middeleeuwse stenen constructies en de bruggetjes uit de Gouden Eeuw (17e eeuw) brengen je vandaag direct terug naar vervlogen tijden. Leuk om te weten is dat de kelders vaak recht onder de straten liggen. De combinatie van bedrijvigheid in de binnenstad en de opslag en het goederentransport rondom de werfkelders, zorgde ervoor dat Utrecht in feite een stadshaven had.


Zelf een keer spieken? In sommige kelders zitten tegenwoordig winkels, restaurants of kantoren. Loop je langs de Drift, de Oudegracht, de Nieuwegracht, de Plompetorengracht of de Kromme Nieuwegracht, dan kun je op veel plekken met een trapje naar beneden om bij de kelderdeuren te komen. Respecteer daarbij wel de privacy van de bewoners aan de grachten. 🙂
Kasteel Henkenshage (Sint-Oedenrode, Nederland)
In onze nieuwe serie Pracht & Praal staan kastelen, buitenplaatsen en ruïnes in binnen- en buitenland in de schijnwerpers. Ik kan persoonlijk altijd enorm genieten van een kasteelbezoek. Het maakt niet uit waar. Van de dikke muren en de torens aan de buitenkant, tot aan de jachttrofeeën, familiewapens en kroonluchters aan de binnenkant… Het is heerlijk wegdromen naar middeleeuwse tijden. En als het even kan, maak ik tijdens langere reizen onderweg graag een koffiestop bij een mooie buitenplaats. Zelfs als mijn eindbestemming niets met geschiedenis te maken heeft! 🙂
Met kasteel Henkenshage in Sint-Oedenrode trappen we de serie af. Een kleine parel verscholen in het Brabantse groen, waar je in stijl kunt dineren en zelfs kunt trouwen. Extra bijzonder is de rol die het kasteel vervulde tijdens de Tweede Wereldoorlog. Klik snel op onderstaande video en kijk mee:
Onze video opgenomen in de collectie van Brabants Erfgoed
Leuk nieuws! De mini-documentaire over de enclavegeschiedenis van Baarle is door Brabants Erfgoed opgenomen als onderdeel van hun collectie. Daarom is er nu een archiefpagina voor gemaakt (klik hier).

Ik vind het geweldig dat de video nu ook bereikt kan worden via Brabants Erfgoed. Dat maakt het voor geïnteresseerden absoluut makkelijker om de mini-docu te vinden!
België bezoeken zonder Nederland te verlaten? Het kan in Baarle-Nassau/Baarle-Hertog!
In het uiterste zuiden van de Nederlandse provincie Noord-Brabant, liggen de gemeenten Baarle-Nassau en Baarle-Hertog. Op de kaart lijkt dit dorp op een lappendeken van stukjes Nederland en België door elkaar geweven. Kijk maar eens:

Vandaag de dag (anno 2022) kun je hier als Nederlander zonder enige grenscontrole naar België lopen… en omgekeerd ook. De grenzen lopen zelfs dwars door gebouwen heen! De stukken België in Nederland noem je politiek bezien “enclaves”. Maar wat dit verhaal nog gekker maakt, is dat er ook weer Nederlandse enclaves in de Belgische enclaves liggen (en die noem je dan weer “contra-enclaves”).
Afijn, zo loop je dus in Baarle constant van Nederland naar België en van België naar Nederland, zonder dat je ooit Nederland verlaat. Maar hoe is dit eigenlijk zo gekomen? Wanneer zijn de rijksgrenzen vastgesteld en wat is er door de eeuwen heen in de regio gebeurd? Dat wordt allemaal uitgelegd in onderstaande mini-documentaire. Bekijk de video gerust twee keer om deze complexe geschiedenis te bevatten! 🙂
Kasteelruïne Seldensate nabij Den Bosch
In Berlicum ligt een ruïne van een middeleeuws kasteeltje. Het fungeerde eerst als buitenplaats voor de lokale adel, toen als plezierkasteel met tennisbaan en uiteindelijk werd het gebouw verlaten en aan de natuur overgeleverd. Kijk mee naar wat sfeerbeelden.


Vroeger was de rustige, groene omgeving bij Berlicum voor de adel een perfect gebied voor een buitenhuis. Rond 1450 bouwden edelen uit het nabijgelegen Den Bosch er heuse kasteeltjes en Kasteel Seldensate was daar één van. Het werd al omstreeks 1300 gebouwd als middeleeuwse hoeve, maar het terrein werd continu uitgebreid. Aan het einde van de 15e eeuw stond er een woonkasteel met de naam Seldensate, een poortgebouw, een duiventoren en een kapel.
In 1629 werd Den Bosch belegerd door stadhouder Frederik Hendrik van Oranje (zoon van Willem van Oranje). Veel lokale bewoners schuilden op Seldensate. Andere conflicten uit de Tachtigjarige Oorlog zorgden ervoor dat Seldensate snel achter elkaar nieuwe eigenaren kreeg. Maar toch raakte het terrein steeds meer in verval. In 1890 blies Valerius Bosch het oude kasteel nieuw leven in middels een grote restauratie. Er werd een nieuwe toren gebouwd en er kwam een serre bij. In de tuin werd zowel een tennisbaan als een ijskelder aangelegd, geheel volgens de laatste mode.


Echter, in 1928 vertrok de familie Bosch. Het kasteel bleef onbewoond achter en degradeerde snel. Het terrein verzakte namelijk door de rivierloop van de Aa, die overal omheen en doorheen slingert. In 1973 kocht de gemeente Sint-Michielsgestel het landgoed op om de fundamenten te conserveren. Het poortgebouw en de duiventoren werden hersteld. Sindsdien worden ook de tuin en de gracht rond de ruïne onderhouden, zodat dit stukje erfgoed netjes behouden kan worden.
Het Kasteel van de Hertogen van Brabant (Turnhout, België)
Net over de grens, in de Vlaamse stad Turnhout, staat het Kasteel van de Hertogen van Brabant. Rond het jaar 1110 gebouwd als jachtslot, is het kasteel door de eeuwen heen vaak uitgebreid en gerestaureerd.


De Heer van Turnhout stond bijna 700 jaar lang aan het hoofd van het Turnhoutse stadsbestuur, namelijk van 1106 tot 1794. Deze functie werd afwisselend vervuld door de Hertog van Brabant, van Bourgondië of van Nassau. Ook keizer Karel V is Heer van Turnhout geweest!
Tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) was het kasteel van strategisch belang. Bij de Slag van Turnhout (1597) had prins Maurits van Oranje-Nassau de Spaanse troepen verslagen en daarna nam Maurits het kasteel in. De oorlog dwong hem overigens wel om een deel van het kasteel in brand te steken, waarna het zwaar beschadigde.

Verbazingwekkend veel bekende historische figuren verbleven in het kasteel: Filips de Stoute, keizer Maximiliaan van Oostenrijk, de Deense koning Christian II, de graven van Egmont en Hoorne, keizer Karel V, diens zoon koning Filips II en de Hertog van Alva. Verder nog de Franse koningin Eleonora (van Castilië), stadhouder Willem II, zijn vrouw Mary Stuart, Amalia van Solms, keurvorst Friedrich Wilhelm I van Pruisen, stadhouder (later Engels koning) Willem III en de dichter Constantijn Huygens. Dat kwam wellicht doordat de zus van keizer Karel V, Maria van Hongarije, het kasteel in de 16e eeuw transformeerde tot luxe renaissancepaleis met bijbehorende decoraties en kunstwerken.


In de tijd van Napoleon degradeerde de Franse bezetter het kasteel tot een rechtbank met gevangenis (1796-1797). De kerkers bleven in gebruik tot 1904, totdat er in de stad een nieuwe gevangenis gebouwd werd. Daarna werd er een afdeling van het Provinciale Gerechtshof van Antwerpen in het gebouw gehuisvest (gerechtsafdeling Turnhout). Deze rol vervult het voormalige luxepaleis tot op de dag van vandaag.
Tip! Het gebouw staat midden in de stad, op loopafstand van de winkelstraten. Je kunt er niet zomaar naar binnen, maar je kunt er altijd een kijkje nemen en je kunt op ieder moment om het kasteel heen lopen. 🙂
De kapel van Sancenay, waar wonderen gebeuren
Omdat het Kerst is, deel ik graag een mirakelverhaal met jullie.

De kapel van het Franse gehucht Sancenay (in Zuid-Bourgondië) wordt ook wel “het witte kapelletje” genoemd. Het gebouw is namelijk gewijd aan de zogenoemde “catholiques blancs” (“witte katholieken”), die het geloof belijden volgens een oude traditie. Zij hangen het katholicisme aan van vóór het concordaat van 1801, dat paus Pius VII met Napoleon sloot. Maar de kapel zelf is al veel ouder! Het hoorde aan het begin van de 11e eeuw waarschijnlijk bij het kasteel van de Baronnen van Sancenay, die destijds afkomstig waren uit het Huis van Semur.


In de 17e eeuw is het plafond verfraaid met zeer gedetailleerde schilderingen. De motieven bestaan onder andere uit familiewapens en monogrammen. De opdracht hiervoor kwam van de plaatselijke adel, maar de uitvoerder was de Nederlandse (!) schilder Abraham Graffe. Het plafond is uniek en daarom verheven tot historisch monument.


Maria is overal te zien. Achterin de kerk hangen veel ex voto’s; plaquettes waarmee de Heilige Maagd gesmeekt wordt om hulp of juist bedankt wordt voor haar bescherming en genezing. Deze zijn door de eeuwen heen door de lokale bevolking opgehangen.
Er hangt zelfs een paar krukken aan de muur, afkomstig van ene Marcel Ravaud. Dit jongetje leefde een eeuw geleden. Hij kon nauwelijks lopen, hij kon alleen strompelen met krukken. Hij werd zondags vaak naar de kerk gebracht in een rolstoel. Op een dag wilde hij op de terugweg hazelnoten gaan plukken en rapen. Zijn ouders herinnerden hem aan zijn handicap, maar Marcel stond op, gooide zijn krukken neer en werd later monteur in de stad. Maria had hem genezen.
Het verhaal van Marcel werd, uiteraard, het Mirakel van Sancenay. 🙂
Op bezoek bij de bekendste graaf van Egmont, die in Brussel werd onthoofd
In het huidige Egmond aan de Hoef lag vroeger een imposant kasteel, namelijk het Slot op den Hoef. Vandaag is dit een ruïne waarvan de fundamenten gerestaureerd zijn, zodat je toch een idee krijgt van de grootte en de vorm van het bouwwerk. Het is verbonden aan meerdere belangrijke episodes uit de vaderlandse geschiedenis en dus echt een bezoekje waard.

Een stukje verderop staat de abdij van Egmont (in het huidige Egmond-Binnen). In de middeleeuwen verwierf deze abdij steeds meer grondgebied in Holland. De geestelijken besteedden het beheer daarvan uit aan rentmeesters uit het adellijke geslacht (Van) Egmont.
In 1170 besloot Dodo van Egmont dat er dan ook maar een kasteel voor zijn familie moest komen op die plek. Willem I van Egmont voegde daar in 1229 ook nog een slotkapel aan toe. Eind 15e eeuw had het gebouwencomplex onder Jan III van Egmont (de eerste graaf van Egmont) zijn grootste omvang bereikt.

Maar het was vooral Lamoraal I van Gavere (1522-1568) die een sleutelfiguur in de Nederlandse geschiedenis werd. Hij was onder andere krijgsheer van keizer Karel V, gouverneur van Vlaanderen en Artesië en lid van de Raad van State. Hij werd geboren in een kasteel nabij Lahamaide (België), maar zijn familieburcht was dus het Slot op den Hoef.
Hij ontving hier edelen voor politieke vergaderingen en van hieruit initieerde hij bovendien de drooglegging van het Egmonder- en Bergermeer. Deze bebouwbare polders hebben we dus aan hem te danken. Lamoraal van Egmont voorstond godsdiensttolerantie voor de bevolking, maar dit burgerrecht werd onderdrukt door Filips II (die de zoon van keizer Karel V was en destijds als koning over de Spaans-Habsburgse Nederlanden regeerde).
Lamoraal I werd de bekendste graaf van Egmont, mede door zijn tragische einde. Op 5 juni 1568 werd hij namelijk op orders van Filips II onthoofd op de Grote Markt van Brussel. Meteen daarna moest ook de graaf van Horne (Hoorn) dit lot ondergaan. Deze onthoofdingen bespoedigden de uitbraak van de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) en voedden in het bijzonder de verzetslust van Willem van Oranje, die een bekende was van beide graven en zelfs met hen gediscussieerd had over de juiste mate van godsdiensttolerantie in de Nederlanden.

Hoe liep het af met het kasteel? In de eerste jaren van de Tachtigjarige Oorlog, namelijk in 1573, staken de geuzen onder leiding van Diederik Sonoy het Slot op den Hoef in brand om te voorkomen dat de Spanjaarden het zouden claimen. Het idee hiervoor kwam van Willem van Oranje. Het lukte, maar de schade was groot.
Het kasteel raakte steeds meer in verval. In 1798 werd het zelfs verkocht ‘voor de sloop’ en werd alles afgebroken tot puin. Langzaamaan werden de resten van het bouwwerk opgeslokt door een moerassig weiland. Pas in 1933 gaf een uitstekend brok puin aanleiding om het gebied te ontwateren. Naast allerlei oude gebruiksvoorwerpen, kwamen ook de fundamenten van het kasteel zo weer boven water.

De steenresten werden versterkt met modern beton en opgemetseld met de gevonden bakstenen. Vandaag kun je er overheen lopen en de fundamenten dus van heel dichtbij bekijken. Met een beetje fantasie waan je je bijna op bezoek bij de graven van Egmont! 🙂
Dromerige beelden van Kasteel Rosendael
Dit weekend dronken we koffie op een schitterende plek: Bistrobar Beaune naast het Kasteel(domein) Rosendael in het dorp Roozendaal bij Arnhem. Na afloop konden we nog even door de tuinen slenteren voordat we naar een afspraak moesten. Het leverde onderstaande video met dromerige beelden op, die ons ervan overtuigt nog eens terug te keren om ook het interieur van het kasteel te bekijken. 🙂
Kijk mee naar een korte compilatie met wat feiten over het kasteel en de omgeving:
