Eergisteren bezocht ik Kasteel het Nijenhuis in Heino, Overijssel. Hier vind je een constante combinatie van kunst en historie: in het gebouw, in de collectie en in de beeldentuin rondom.
Kasteel het Nijenhuis is eigenlijk een havezate. Het is één van de best bewaarde middeleeuwse borghoven van Overijssel en de buitenkant is meteen al indrukwekkend. De eerste vermelding van het kasteel dateert uit 1382, maar het huidige aanzien is het resultaat van diverse bouwfases. Het begon met een middeleeuwse kern en transformeerde via talloze uitbreidingen en ingrepen door adellijke families tot het huidige kunstkasteel. Na een periode van verval werd het landgoed in de 20e eeuw gered dankzij de inspanningen van kunstverzamelaar Dirk Hannema, die het kasteel vanaf 1958 tot zijn dood in 1984 bewoonde en zorgde voor de restauratie ervan. Onder leiding van architect Gunnar Daan onderging Het Nijenhuis in 2003 een herinrichting tot museum, waarna het sinds 2004 is opengesteld voor publiek.
Binnen de muren van het kasteel heeft Museum de Fundatie (met basis in Zwolle) ervoor gezorgd dat een deel van de rijke kunstcollectie van Dirk Hannema wordt tentoongesteld. Zo zijn er schilderijen, tekeningen, sculpturen en toegepaste kunstwerken uit diverse tijden en culturen te zien. Er is een vaste presentatie en er zijn regelmatig wisseltentoonstellingen. Mooie stukken die mij persoonlijk opvielen waren een Picasso, een graffiguur van een paard uit de Chinese Tang-dynastie (619-906), een ambachtelijke vleugel en een (stilleven met) dooie vis.
Buiten gaat het feest verder. Rondom het kasteel strekt zich een uitgebreide beeldentuin uit, die ook prima te bewonderen is als het een beetje regent. In deze siertuin staan meer dan honderd sculpturen van nationale en internationale makers.
Opvallend is het “Wilhelminabeeld“, vervaardigd door beeldhouwer Mari Andriessen. Het verbeeldt koningin Wilhelmina als symbool van standvastigheid en nationale identiteit. Ik weet dat er vele (kleinere) kopieën van zijn gemaakt, want ik ben dit beeld al vaker tegengekomen in musea en kastelen. Ook “De Zilveren Bol” springt in het oog, een sculptuur van Adriaan Rees. Het spiegelende kunstwerk vormt, aldus de kunstenaar, “een eigentijds tegenwicht voor de historische omgeving”.
En inderdaad. Ik heb het naar mijn zin gehad in deze geslaagde combinatie van kunst, geschiedenis en kunstgeschiedenis. 🙂
Toen ik slaagde voor het vwo, wilde ik graag een lange reis maken. De lange zomervakantie na de eindexamens leende zich daar immers goed voor. Terwijl mijn klasgenoten in groepjes naar Albufeira en Barcelona gingen, vertrok ik in mijn eentje naar Noorwegen. Nog even op avontuur voordat ik aan mijn studie zou beginnen.
Ik kwam terecht in het dorpje Dalen, een beetje in het midden van Noorwegen. Ik ging daar werken op een camping, dus het werd een ‘werkvakantie’. Mijn lieve collega Rosalin liet me alles in de omgeving zien. Op een middag klommen we naar Riarhamaren, een plek die ook wel Rui genoemd wordt (hoewel Riarhamaren en Rui twee verschillende bergtoppen zijn die dicht bij elkaar liggen). Het is een cultureel herkenningspunt op een berg net buiten Dalen, waar je een geweldig uitzicht over het Telemarkkanaal hebt. Er staat een trekkershut en onderweg kom je langs een waterval en een aantal spirituele plekken.
Op een informatiebordje las ik dat er ook een saga uit Riarhamaren komt. Het verhaal speelt zich deels af op de berg waar nu de trekkershut staat en deels in het nabijgelegen dorpje Eidsborg.
Rosalin wist niet precies waar het verhaal over ging en we zijn vergeten om het thuis op te zoeken. Dit was in 2014 en met de jaren was ik het hele avontuur alweer vergeten. Totdat ik laatst, ruim 10 jaar later dus, de foto van het informatiebordje weer tegenkwam. Met hernieuwde interesse ben ik nu wél in de saga gedoken. Ik heb het verhaal hieronder samengevat en begeleid met foto’s uit de oude doos. 🙂
De saga van Åse Stålekleiv, de koningin van Eidsborg
De rijke, intelligente vrouw Åse woonde op de boerderij “Stålekleiv” bij Eidsborg. Daar kwam dus ook haar naam vandaan. Haar zus woonde in Skafså aan de andere kant van de fjordvallei van Dalen. De zussen konden elkaar zien, over het dal. Ze waren allebei zeer koppig en maakten ruzie over de vruchtbare weilanden onder hen.
Åse had drie zoons, die bij haar woonden op de Stålekleiv-boerderij. Vanaf deze plek had je een schitterend uitzicht in (en over) de vallei. Iedereen wist dat de familie rijk was, omdat Åse het hele dorpje Eidsborg tot haar bezit kon rekenen. Net als een koningin. Terwijl anderen slechts een kleine waterbak nodig hadden om hun linnen in te wassen, haalde Åse ieder jaar zo’n grote oogst binnen, dat ze het hele meer van Eidsborg nodig had om al haar gewassen te kunnen cultiveren. Åse bewaarde haar stapels linnen in een grote opslaghut die haar zoons voor haar gebouwd hadden. Toen de jongens klein waren en voor het vee zorgden, hadden ze iedere avond een houten plank meegenomen naar de weide. Zo hadden ze stap voor stap de opslaghut gebouwd.
Destijds werd moed gewaardeerd als de grootste deugd en een sterk lijf als de grootste schat. Åse wilde dat haar zoons precies zo zouden opgroeien: sterk en onbevreesd. Op een dag besloot ze dat haar zoons haar konden helpen bij het verkrijgen van de vruchtbare gronden. Maar om dit te bereiken, begreep Åse dat een voedzaam dieet voor de jongens heel belangrijk was. Ze probeerde verschillende soorten voedsel uit op drie van haar jonge stieren. Eén stier kreeg gestremde melk. De tweede stier kreeg normale melk. De derde stier kreeg graan te eten. De stieren werden vernoemd naar het voedsel dat ze kregen. De stier “gestremde melk” en de stier “graan” werden allebei groot en sterk.
In de winter liet Åse de stieren een krachtmeting uitvoeren tegen elkaar. Ze moesten steenblokken uit de plaatselijke mijn trekken, helemaal van het dorp naar boven toe, door de heuvels en de bossen. De stier die gestremde melk gekregen had, gaf als eerste op. De steen werd ter plekke in de grond geslagen, als een monument dat aanduidde waar de stier gestopt was. De stier die normale melk had gekregen, hield het iets langer vol. Het was een wonder, gezien de bescheiden grootte van het dier. Wederom werd de steen ter plekke neergezet. De stier “graan” werd de winnaar. Ook op deze plek werd de steen tot monument gemaakt. Nu wist Åse welk voedsel ze aan haar zoons moest geven.
Aan het einde van het meer Bandak, op een zandbank waar de Tokke-river in de Bandak stroomt, vinden we het dorp Dalen. Zo was het toen Åse en haar zus Gullborg hier leefden en zo is het nog steeds. De zoons van beide zussen waren inmiddels volwassen mannen geworden. En de zoons van beide zussen waren enorm groot geworden, bijna alsof ze van de trollen afstamden.
Op een dag werd er besloten dat de ruzie over de vruchtbare weilanden in de vallei uitgevochten moest worden middels een zwaardgevecht tussen de zoons. Het gevecht zou plaatsvinden in het midden van de weide en de familie die het sterkste bleek, zou de weilanden in de vallei mogen hebben. Terwijl het gevecht losbarstte, keek Åse Stålekleiv toe vanaf haar paard op een bergtop die Riarhamaren genoemd werd. Ze zag hoe haar eigen zoons vermoord werden door hun eigen neven, één voor één, de zoons van haar eigen zus. Uiteindelijk lagen de zoons van Åse dood op de grond.
Åse Stålekleiv werd woedend. Ze kon niet leven met deze schaamte en dit verlies. Ze ging naar huis om haar bezittingen veilig te stellen. Ze heeft haar zilveren en gouden sleutels in het meer Mærdalstjønni nabij Lårdalsstigen geworpen. Daarna keerde ze op haar paard terug naar Riarhamaren, dravend, snel over de bergtop. Ze galoppeerde van de klif af, terwijl ze haar paard nog steeds bereed.
Zo luidt de legende dus. Ik heb niet kunnen ontdekken hoe oud het verhaal is, of hoe lang het al mondeling overgedragen wordt. Het is in ieder geval omstreeks 1820 op papier gezet door de priester Magnus B. Landstad.
Wat weten we vandaag zeker? Er is een ander document van Magnus Landstad, waarin staat “dat er drie grote stenen zijn langs de weg tussen Høydalsmo en Eidsborg”. En deze stenen “staan ongeveer 100 el van elkaar af” en komen bovendien uit de plaatselijke mijn. Uit dit gesteende worden al sinds de 8e eeuw wetstenen gewonnen. Kunnen dit de drie stenen zijn, die de stieren van Åse hebben laten vallen? In Dalen is ook een grafheuvel met de naam “Revahaug”. Hier zou één van de zoons van Åse Stålekleiv begraven liggen, maar de stoffelijke resten onder de heuvel zijn nooit onderzocht.
Maar nog interessanter, is dat er zich op de plek van de opslaghut van Åse Stålekleiv een nieuwe boerderij met de naam “Lofthus” ontwikkelde. Historici denken dat de opslaghut gewoon hergebruikt werd. Sterker nog, er zijn aanwijzingen dat de oude hut van Åse zelfs verplaatst werd aan het begin van de 19e eeuw, zodat ook de moderne boerderij “Vindlaus” de hut nogmaals kon gebruiken. Dit gebouwtje is met zekerheid het oudste niet-kerkelijke houten gebouw van Noorwegen. De laatste onderzoeken dateren de opslaghut omstreeks het jaar 1170. En het mooiste? Deze opslaghut is vandaag nog steeds te zien in de tuin van het Eidsborg Museum! Op de foto hierboven zie je de gebouwen in de tuin van het Eidsborg Museum, met in het midden dus de opslaghut van Åse Stålekleiv.
Naast de deur is rond het jaar 1300 een runeninscriptie aangebracht. Op de tekening hierboven staat de inscriptie uitgeschreven in de onderste hoek rechts. Er staat: “Deze runen zijn gekrast door Vestein. Eer komt toe aan degene die deze runen gekrast heeft en aan degene die de runen interpreteert.” Een onbekende onderzoeker heeft bovenstaande tekening gemaakt omstreeks 1800; met een duidelijke kopie van de runen (geraadpleegd via het regionale archief).
En op de deur zelf zijn kruisjes aangebracht, die met teer zijn ingekleurd. Dit gebruik moest de mensen beschermen tegen bovennatuurlijke wezens die vooral rond jul (de Kerstperiode) vervelende streken uithaalden. Bezien vanuit de Noorse folklore, is het heel logisch om uitgerekend een opslaghut (met kleding en voedsel) op deze manier te beschermen. Om jul te vieren was er immers veel voedsel en drinken nodig.
Hoe meer ik over Åse Stålekleiv ontdek, hoe meer het complete verhaal me interesseert. Wat een prachtige combinatie van archiefonderzoek, saga, archeologie en geschiedenis!
De dauwdruppels hieronder fotografeerde ik in Noorwegen. Stuk voor stuk zo mooi gevormd, het waren net pareltjes in het gras.
Dauw is een atmosferisch verschijnsel waarbij waterdamp uit de lucht op vaste voorwerpen -meestal planten- condenseert. Dan vormen er dus kleine druppeltjes die soms prachtig glinsteren in de zon. Maar in de Noordse mythologie heeft dauw nog een andere oorzaak…
De eerste upload van 2025 is een feit! En meteen duiken we in mijn favoriete onderwerp: de erfenis van de Vikingen. Die erfenis vinden we zelfs in Nederland, want in Utrecht staat een enorme runensteen.
Hoe kwam die kolos daar terecht en wat betekent de inscriptie? Leer het allemaal in de video hieronder.
Zoals veel mensen al hebben meegekregen (bijvoorbeeld door de nieuwe afleveringen van Het Verhaal Van Nederland – Amsterdam), bestaat onze hoofdstad dit jaar 750 jaar. Althans, het is 750 jaar geleden dat er aan de inwoners van het vroege Amsterdam/Amestelledamme tolprivileges verleend werden. Dit privilege is het eerste document waarin de stad vermeld wordt, dus wordt gezien als de geboorte ervan. Maar de bewoning van het gebied gaat nog veel verder terug in de tijd, omdat er ook in de prehistorie al mensen in dat moerassige rivierengebied leefden.
De viering van dit jubileum wordt groots aangepakt… het gaat tenslotte om de Nederlandse hoofdstad. Wereldbekend vanwege allerlei producten, personen en gebeurtenissen en dat gaan we met zijn allen herdenken. De evenementen vinden vooral plaats in Amsterdam zelf, maar ook in andere provincies wordt er aandacht aan besteed.
Neem bijvoorbeeld mijn favoriete provincie, Gelderland. Op de Veluwe wordt ieder jaar een bijzondere (enorm grote) tentoonstelling opgebouwd waarbij kunst met geschiedenis gecombineerd wordt: “Zandsculpturen Garderen“. Hun nieuwe thema wordt ook 750 jaar Amsterdam, dus de geschiedenis van Amsterdam verbeeld in zand.
AlomHistorisch werkt al sinds 2022 met hen samen om de informatieborden en tentoonstellingsteksten te controleren op chronologie en historische correctheid. Ook op dit moment ben ik daar weer druk mee bezig. Van de organisatie heb ik bovendien vrijkaarten gekregen om te verloten en een prijsvraag voor te bedenken. Die actie zal uiteraard hier op de website en op onze Instagram verschijnen. Neem dus regelmatig een kijkje op onze kanalen om kans te maken! 🙂
Dit jaar zal ik voor het eerst ook een lezing over het thema verzorgen op het terrein. Iets waar ik ontzettend naar uitkijk! Spulletjes worden al verzameld, boeken en archiefdocumenten worden gelezen en nieuwe teksten worden geschreven. De datum en de details volgen binnenkort. Ook de kunstenaars werken al aan de eerste zandsculpturen. Dat begint letterlijk al vorm te krijgen, kijk maar eens naar het portret van graaf Floris V hieronder. Druk, druk, druk!
Kortom, ook AlomHistorisch is bij de viering van 750 jaar Amsterdam betrokken. Hoe kan het ook anders? 😉
In het Noord-Engelse graafschap Durham ligt het charmante marktstadje Barnard Castle. De plek is vernoemd naar het kasteel dat eeuwenlang een regionaal politiek centrum vormde. Maar zelfs vóór die tijd was de regio al van strategisch belang, want er zijn gegronde aanwijzingen voor een Romeinse aanwezigheid in het gebied. En met het oog op het het nabijgelegen Binchester, lijkt dat heel plausibel.
Toen het kasteel eenmaal voltooid was, duurde het niet lang voordat er marktrechten aan Barnard Castle verleend werden. Nu mochten kooplieden hun goederen rondom het kasteel verkopen en werden er ook herbergen gebouwd. Het vroegmoderne ‘marktkruis’ (market cross) bevestigde deze economische positie.
Verder is het romantische zicht op de rivier de Tees een inspiratiebron geweest voor menig kunstschilder, waaronder J.M.W. Turner (1775-1851). En dit leidde weer tot de oprichting van het fameuze Bowes Museum in 1892, waar een enorme collectie kunstwerken te bewonderen valt.
Onderwaterarcheoloog Gary Bankhead en ik hebben alle noemenswaardige plekken bezocht en gefilmd. In onderstaande video nemen we jullie mee op tijdreis. Geniet ervan!
Gisteren heb ik met een oud-collega het Huis van Hilde bezocht, waar we tussen de archeologische vondsten konden bijkletsen (en een goede kop koffie konden drinken). Inmiddels heb ik dit museum zo vaak bezocht dat ik favoriete stukken kan aanwijzen, zoals deze toegetakelde schedel uit de Slag bij Vronen (1297).
En deze middeleeuwse sleutels. Ik heb nu eenmaal een zwakke plek voor historische sleutels, want… waar passen ze op? Welke geheimen hielden ze schuil? Wat hebben ze beschermd? Gebouwen, mensen of spullen? Aaahh…
Het Huis van Hilde is een klein, maar veelzijdig en interactief museum. Voor meer informatie kan men terecht op hun website.
In de stad Trier staat de oudste kathedraal van heel Duitsland. De Dom van Sint Peter stamt uit de tijd van de Romeinen en werd gebouwd in opdracht van keizer Constantijn de Grote. Niet zo gek als je bedenkt dat Trier in de tijd van Constantijn de ‘hoofdstad’ van het West-Romeinse Rijk was en al helemaal niet gek als we erbij vermelden dat deze keizer zich tot het christendom bekeerde. De fundamenten van de Dom zu Trier zijn dus Romeins, maar in de eeuwen die volgden is het bouwwerk nog vele malen aangepast, uitgebreid, afgebroken en weer opgebouwd. De huidige aanblik met Salische façade dateert uit de 11e eeuw.
Er liggen ook twee relikwieën in de Dom: de schedel van Sint Helena (de moeder van keizer Constantijn) en de Heilige Tuniek van Jezus Christus. Verder bevinden de grafmonumenten van een aantal (aarts)bisschoppen en keurvorsten zich in de Dom.
Kijk mee naar het interieur in de video hieronder:
Op een afgelegen boerderij bij het Noorse Årdal (in de provincie Rogaland), wilde boer Tårn Sigve Schmidt graag een nieuwe weg voor zijn tractor aanleggen. Voordat de werkzaamheden konden beginnen, onderzochten archeologen het terrein. Gelukkig heeft de boer zich aan de regels gehouden, want er kwam van alles naar boven!
De archeologen vonden veel oud ijzer, wat erg logisch is rondom een boerderij. Maar een deel daarvan trok toch hun aandacht. Want wat op het eerste gezicht op oud ijzerdraad leek, bleek van onschatbare waarde te zijn: het waren vier zilveren Vikingarmbanden! De armbanden of armringen zijn meer dan 1100 jaar oud. Ze lagen verborgen onder de vloer van een klein gebouw op het terrein, dat mogelijk ooit gebruikt werd door arbeidskrachten, dan wel slaven, op een grote Vikingboerderij. Tijdens de opgraving werden er namelijk ook spekstenen kookpotten, diverse klinknagels, mesbladen en slijpstenen gevonden.
De onderzoekers probeerden een historische reconstructie te maken. Ze vermoeden dat de boerderijhoeve ooit deel uitmaakte van een landgoed dat de toegang tot het nabijgelegen fjord controleerde. Ze baseerden zich op de afstanden tussen de vondsten en daarmee dus op de schaal van de boerderij. Ze konden ook zien dat de schat nog exact lag waar de Vikingen hem verstopt hadden, omdat de objecten én de context ervan beide nog intact waren. Volgens Volker Demuth van het Archeologisch Museum van de Universiteit van Stavanger is de vondst daarom uitzonderlijk waardevol. Bovendien had Noorwegen in het Vikingtijdperk geen eigen zilvermijnen, wat betekent dat het zilver via handel, als geschenken of middels rooftochten in het buitenland verkregen was. En zo voegen de armbanden een laagje geschiedenis toe aan het grote geheel.
Zoals hieronder al aangekondigd was, werden de Nationale Archeologiedagen dit jaar gehouden tijdens het weekend van 14, 15 en 16 juni. Zelf bezocht ik het archeologisch museum Huis van Hilde in Castricum.
Op zaterdag werd daar een workshop middeleeuwse buidels maken gegeven. Uit een rond stuk leer ontstond met slechts een paar handelingen een handig tasje met een makkelijk treksysteem. Touwtje erdoor en klaar! Op zondag konden bezoekers leren twijnen en naaldbinden. De korte video hieronder toont wat dit inhoudt.
Het waren leerzame en interessante dagen. Huis van Hilde organiseert vaker zulke workshops, dus wie zelf ook een buidel wil maken of sieraden wil twijnen, moet even hun website in de gaten houden.
Voor docenten is het zeker de moeite waard, want je gaat altijd met origineel lesmateriaal naar huis! 😉