In 2021 parkeerden wij de auto -geheel per toeval- in een fossielenhotspot. We hadden het Beierse dorp Solnhofen gekozen als beginpunt van een stevige wandeling over de “Twaalf Apostelen”. De enige plek waar we zo vroeg een kopje koffie konden krijgen, was in een fossielen- en edelstenenwinkeltje. Ik kon het niet laten om een fossiel mee te nemen als aandenken. De wandeling was overigens ook een succes, met vele mooie uitkijkpunten.
Maar de plek liet me niet meer los… ik wilde terug! En zo liepen we in augustus weer door Solnhofen te struinen tussen de prehistorische bodemvondsten. En onder het mom van ‘dit kan ik tijdens de lessen gebruiken’ (en ook van ’treat yourself’) nam ik weer enkele mooie exemplaren mee naar huis.
Ik heb de vondsten van de Waalkade en de uiterwaarden bij Tiel inmiddels behandeld in een badje cola.
Er kwam veel aanslag af, dat was duidelijk te zien. Helaas waren de drie ronde schijfjes na hun bad nog even enigmatisch als vóór het schoonmaken… Waar kijken we naar?
Is het vislood? De pointer zegt dat ze van ijzer zijn, dus dat kan eigenlijk niet. Maar is het wel nautisch, komt het van een boot? Ik heb werkelijk geen idee. Alle tips zijn welkom! 😀
Aan de rand van het dorp is een nieuw natuurgebiedje aangelegd voor vogels, wateropvang en bodemherstel. Dat is op zichzelf al een hele goede zaak, maar het werd nog mooier toen de gemeente het gebied openstelde voor recreanten. Er zijn schelpenpaden aangelegd en er is een houten brug geplaatst, zodat wandelaars hier (met of zonder hond) een frisse neus kunnen halen.
Het pad is al een paar weken geopend, maar wat zag ik vandaag ineens tussen de schelpen liggen? Een haaientand! Een gaaf exemplaar met de kartelrandjes nog intact. Pikzwart ten opzichte van de uitgebleekte tinten van de oude schelpen. Op het strand heb ik nog nooit een haaientand gevonden, maar in de polder nu dus wel. 😉
Wat zijn haaientanden precies? Het zijn letterlijk de gefossiliseerde tanden van haaien. Het gehele skelet van een haai bestaat uit kraakbeen, alleen de tanden niet. Haaientanden worden ook wel tongstenen genoemd en zijn niet zeldzaam. Ze kunnen aanspoelen op alle stranden die grenzen aan water waarin haaien leven of leefden (heel logisch eigenlijk). Daartoe behoort ook de kust van Nederland.
De grootte van verschillende soorten haaien vergeleken bij een gemiddeld mens.
Gefossiliseerde tanden van de witte haai.
Tanden van haaien die nog leven of recent zijn overleden, zijn nog wit of crèmekleurig (net zoals bij mensen). Tanden van haaien die al miljoenen jaren dood zijn, zijn vaak zwart of bruin geworden onder invloed van de chemische processen in de zeebodem. Ik ben geen specialist in het dateren van fossielen, maar een snelle online check vertelt ons dat de meest voorkomende haaientanden in het Noordzeebekken tussen de 40 miljoen en 65 miljoen jaar oud zijn. Toch gaaf, of niet?! 🙂
Deze zomer stuurt Naturalis Leiden een kudde triceratops dinosauriërs naar de openbare bibliotheken van vijf verschillende steden: Leeuwarden, Haarlem, Delft, Tilburg en Maastricht. Het bekijken van deze indrukwekkende skeletten is gratis, maar aanmelding is verplicht. Kijk hiervoor op de website van de bibliotheek die het dichtst bij jou in de buurt is. Ik ben zelf op bezoek geweest in Haarlem en was enorm onder de indruk. De tentoonstelling biedt veel leuke informatie voor kinderen én volwassenen. En het is een unieke kans om oog in oog te staan met een dino!
Voor de liefhebber hier nog wat informatie over de triceratops:
De naam ’triceratops’ betekent ‘driehoornig gezicht’, uiteraard vanwege de 3 hoorns op de kop.
Ze konden meer dan 9 meter lang worden.
Triceratops dino’s waren herbivoren. Ze aten dus geen vlees, alleen maar planten.
De ouderdom van het exemplaar in Haarlem wordt geschat tussen de 66 en 68 miljoen jaar!
Dit type dinosauriër kwam voor in het gebied dat nu het continent Noord-Amerika is.
De kudde van Naturalis is ontdekt in Wyoming (Noord-Amerika), allemaal bij elkaar in een moeras. We denken dat dit groepje familie van elkaar was.
Onlangs hebben we afscheid genomen van twee van onze Zuid-Afrikaanse leerlingen. Ik vond dat zij wel fatsoenlijke ‘kos’ verdienden na afloop van hun laatste lessen, om lekker met de hele klas te proeven. Dus hop, ik reed naar KuierKos in Bloemendaal voor wat snacks. Zoete mini melktertjies en hartige biltong gingen in mijn mandje. Verrassend genoeg was de biltong bij de leerlingen meer in trek dan de melktert! 🙂
Het is waarschijnlijk wel bekend dat de Republiek Zuid-Afrika een levendige koloniale geschiedenis heeft. Veel delen van het land werden in de 17e eeuw bestuurd door de VOC, voordat deze regio’s bezet werden door de Britten. Daarna transformeerde het territorium in een kolonie van de Bataafse Republiek, voordat het weer de Britse “Kaapkolonie” werd. Kort gezegd was het een kat-en-muisspelletje tussen de Nederlanders en de Britten, hoewel de situatie nog veel complexer was dan dat. Aan het begin van de 20e eeuw werd Zuid-Afrika zélf een kolonisator, namelijk van het buurland Namibië. Dit heeft tot aan de onafhankelijkheid van Namibië in 1990 geduurd.
Deze geschiedenis bracht diverse culturen naar/door/langs Zuid-Afrika, die allemaal een stempel op het huidige land gedrukt hebben. Zo ook op de keuken, dus de gerechten, de drank en de snacks. Twee typische Zuid-Afrikaanse lekkernijen vond ik geschikt om in de klas uit te delen, de bovengenoemde melktert en biltong. Maar wat is dat precies?
Melktert is een toetje dat door de Nederlandse kolonisten naar Zuid-Afrika gebracht is. De opvatting is dat het geïnspireerd is op de Nederlandse mattentaart, die op kwarktaart lijkt qua uiterlijk en smaak. Vandaag bestaat melktert uit een zoete taartkorst, gevuld met pudding en doorgaans bestrooid met kaneel.
Biltong is gedroogd en gekruid vlees, vaak gemaakt van rundvlees, hoewel andere opties ook populair zijn (bijvoorbeeld van kudu, varken, struisvogel of eland). Het vlees wordt in reepjes gesneden (“tongen”), klaargemaakt met azijn en/of specerijen en aan de lucht gedroogd vóór consumptie. Ook dit recept zou van de Nederlandse kolonisten afstammen, hoewel het drogen van vlees om het te bewaren al overal ter wereld gedaan werd en nooit aan één specifieke plaats gebonden is geweest.
We hebben gesmikkeld als smulpapen en de leerlingen vonden het leuk om over deze lekkernijen te leren. 🙂
Zoals hieronder al aangekondigd was, werden de Nationale Archeologiedagen dit jaar gehouden tijdens het weekend van 14, 15 en 16 juni. Zelf bezocht ik het archeologisch museum het Huis van Hilde in Castricum.
Op zaterdag werd daar een workshop middeleeuwse buidels maken gegeven. Uit een rond stuk leer ontstond met slechts een paar handelingen een handig tasje met een makkelijk treksysteem. Touwtje erdoor en klaar! Op zondag konden bezoekers leren twijnen en naaldbinden. De korte video hieronder toont wat dit inhoudt.
Het waren twee leerzame en interessante dagen! Het Huis van Hilde organiseert vaker zulke workshops, dus wie zelf ook een buidel wil maken of sieraden wil twijnen, moet even hun website in de gaten houden. Voor docenten is het zeker de moeite waard, want je gaat altijd met origineel lesmateriaal naar huis! 😉
In het weekend van 14, 15 en 16 juni vinden weer de Nationale Archeologiedagen plaats. Door het hele land kun je (gratis) lezingen, opgravingen en musea bezoeken, meegaan met historische wandelingen en je eigen vondsten laten inspecteren door archeologen. Kijk op de website om je bezoek te plannen.
Een absolute aanbeveling van mij is een bezoek aan het terrein van de Field School van de Universiteit Leiden in Oss (aan de Gewandeweg). Daar staat namelijk een team van universitaire medewerkers, studenten en archeologen klaar om jullie alles te leren over opgraven, determineren en conserveren. Scroll naar beneden voor een sfeerimpressie van de opgravingen in Oss.
Gewoon omdat het kan: alles meegenomen naar mijn vakantiebestemming. 😀
En zo liep ik te zoeken langs de oevers van de Waal rondom Tiel. Ik hoopte op Romeinse munten, maar werd in plaats daarvan beloond met een moderne vishaak. Verder nog wat spijkers/haken en moeilijk te identificeren ditjes en datjes. Het gebied was heel schoon, ik vond gelukkig maar één begraven bierblikje. Modder was er wel in overvloed… Geen ideale grond om doorheen te spitten, wel een goede work-out.
Toen ik mijn studiekeuze moest maken, heb ik serieus overwogen om de Bachelor Archeologie te gaan volgen. Uiteindelijk viel de keuze toch op de Bachelor Geschiedenis, maar het scheelde niet veel. Als ik voor AlomHistorisch iets met archeologie mag doen, kan ik mijn enthousiasme ook maar moeilijk verhullen. Op 15 mei kon ik een dagje meelopen bij de Field School Archeologie van de Universiteit Leiden. Wat een mooie kans! Hier leren eerstejaarsstudenten de kneepjes van het vak, omdat ze hun -in het klaslokaal geleerde- vaardigheden in de praktijk kunnen toepassen. Wat mogen de studenten allemaal doen op deze opgravingssite bij Oss? We laten het zien in de video hieronder:
Deze prachtige, glinsterende steen was een cadeau van een leerling.
Ze bezocht Roemenië in de meivakantie en daar heeft ze een indrukwekkende wandeltocht van 19 km gemaakt naar de Cascada Vălul Miresei (“Bruidssluier Waterval“). Dit natuurwonder ligt nabij de plaatsen Poieni en Huedin in het Cluj District.
Kijkende naar Transsylvanië op een mineralenkaart, probeerde ik te ontdekken welk type steen dit is. Ik denk dat het een detritische-kristallijne steen is. Mogelijk zoals witte chalcedoonkwarts, maar ik weet het niet zeker. Soms zou ik willen dat ik een geoloog was! Het is in ieder geval een schitterend cadeautje.