Lesinspiratie: Noormannen / Scandinavië / Vikingen

De lesboeken die wij gebruiken, bevatten helaas geen informatie over de Noormannen of de middeleeuwse Scandinavische samenleving. Ik vermoed dat de meeste geschiedenisdocenten in Nederland dit onderwerp overslaan, maar daarvan breekt mijn Vikinghart natuurlijk wel een beetje. Voor docenten die wél met het onderwerp aan de slag willen gaan, heb ik hieronder een inspiratielijstje samengesteld.

  1. Neem spullen mee die de Noormannen bezaten en toon de leerlingen een soort “what’s in my bag“. Scandinavische mannen en vrouwen droegen veel persoonlijke spulletjes op hun lichaam, zoals oorlepels, sleutels, buidels met munten, (hak)zilveren sieraden, naald en draad, mesjes en runenstenen. Veel daarvan kun je zelf in elkaar knutselen.
  2. Laat de leerlingen kennismaken met het runenschrift. Ga op zoek naar een runensteen die jou aanspreekt en bespreek de inscriptie(s) op de steen. Laat de leerlingen als afsluiter hun eigen naam in runen schrijven.
  3. Vertel over de unieke wanderlust van de Vikingen. Terwijl je de middeleeuwen behandelt, kun je bijvoorbeeld vertellen dat de Scandinaviërs als enige Europeanen overal heen reisden (missionarissen en andere reizende beroepen daargelaten). Verreweg het grootste deel van de Europese bevolking kende alleen de eigen omgeving: het eigen dorp, met sporadische bezoeken aan de dichtstbijzijnde stad. De groepen die “Viking” gingen, wilden juist steeds verder reizen om te handelen, plunderen en ontdekken en later ook om nieuwe vestigingsgebieden te vinden. Voor de leerlingen is het verrassend om te leren dat de Scandinaviërs ook een compleet eigen samenleving creërden in Engeland, IJsland en Groenland.
  4. In het verlengde daarvan, kun je de leerlingen uitleggen hoe hoogstaand de navigatie- en scheepsbouwtechnieken van de Noormannen waren. Vertel over feit én over fictie! Noem de terugkerende raven, de zonnewijzer, de zonnesteen, de drakar, de overnaadse werkwijze die voor een bijzonder wendbaar en sterk schip zorgde, etcetera, etcetera. Hierdoor benadruk je het belang en de blijvende waarde van het Vikingtijdperk.
  5. En als laatste: doe iets met de Noordse mythologie! Lees een stukje voor uit de poëtische of prozaïsche Edda, kies één verhaal dat het meeste tot de verbeelding spreekt, laat de leerlingen de hoofdpersonen tekenen tijdens het luisteren, laat hen zélf (het vervolg van) een mythe schrijven… De mogelijkheden zijn eindeloos. Dit is in mijn klassen ieder jaar weer favoriet; iedereen kan hier zijn/haar creativiteit in kwijt en vanwege de popcultuur kennen veel leerlingen de mythologische figuren al.
Fabriceer zelf een zonnewijzer!

Omdat er in het reguliere curriculum zo weinig ruimte is voor onderwerpen die niet in de lesboeken staan, hoef je hier natuurlijk geen complete lessenreeks aan te wijden. Maar neem van mij aan: de leerlingen vinden dit leuk. Het is een onderdeel waarmee je de lessen over de middeleeuwen een flinke oppepper kunt geven, dus het zou zonde zijn om het over te slaan!

Afdalen in een Noorse kopermijn

Op een vrije dag liftte ik met mijn collega Rosalin naar het dorpje Åmdals Verk, waar we de gelijknamige mijn bezochten. Eigenlijk is het dorpje vernoemd naar de mijn, want “Åmdals Verk” betekent letterlijk “het werk” of “de fabriek” van Åmdal; in dit geval was het de mijn die het werk verschafte. Zulke constructies kennen we niet in Nederland, maar in het buitenland komt het vaker voor.

Deze historie begint rond het jaar 1689. Een herder of een jager (niemand weet het precies) vond glanzende stenen in de bergen bij Åmdal. De stenen bleken koper te bevatten, een metaal dat toen van groot belang was voor gereedschappen, wapens en munten. Het nieuws verspreidde zich snel door de valleien van Telemark en al in 1691 verleende de Noorse koning de lokale bevolking toestemming om een kopermijn te beginnen. Zo ontstond “Åmdals Kobberverk”.

Provisorisch spoorlijntje om het erts te vervoeren (ca. 1910, publiek domein).

De eerste mijnwerkers kwamen uit omliggende dorpen. Ze woonden in houten huisjes dicht bij de ingang van de mijn en werkten van zonsopkomst tot zonsondergang. Hun enige bezit was hun eenvoudige gereedschap. In de donkere tunnels hakte men steen voor steen het kopererts uit de rotswand. Vervolgens werd het erts met paard en wagen/slee over nauwe bergpaadjes vervoerd naar de smelterijen, waarvan de meeste vele kilometers verderop lagen. Het werk was zwaar en gevaarlijk. Er waren instortingen, giftige dampen en lange winters waarin het werk stilviel. Toch groeide er langzaam een hechte gemeenschap rond Åmdals Kobberverk. De mijnwerkers brachten hun familie namelijk naar het mijngebied, waar zij eigen woningen, scholen en werkplaatsen bouwden. Er heerste een sterke arbeiderscultuur. Veel gezinnen leefden generaties lang in dienst van de mijn. Verhalen over het harde werk, de gevaarlijke omstandigheden en het hechte samenzijn behoren nog altijd tot het cultureel-historische erfgoed van Tokke.

Aan het begin van de 19e eeuw brak er een heuse bloeitijd aan. Buitenlandse investeerders, vooral uit Engeland, zagen namelijk potentie in de Scandinavische mijnen. Zo brachten ze ook geld, kennis en moderne machines mee naar Åmdal. Er werden nieuwe schachten gegraven en de productie nam sterk toe. In die periode was Åmdals Verk op zijn hoogtepunt. Er werkten meer dan 300 mensen en overdag was er in het dorp van alles te beleven. Het koper uit Åmdal werd over heel Noorwegen gedistribueerd en zelfs uitgevoerd naar het buitenland.

Maar, zoals wel vaker in de onvoorspelbare mijnbouw, volgden er al gauw moeilijke tijden. Tegen het einde van de 19e eeuw raakten de beste ertslagen uitgeput. De prijzen op de wereldmarkt daalden, maar de transportkosten bleven hoog. De mijn werd meerdere keren gesloten en heropend, afhankelijk van de economische situatie in Telemark op dat moment. Tijdens de Tweede Wereldoorlog leefde de mijn nog één keer op, toen koper opnieuw hard nodig was. Maar in 1945 werd het werk in de mijn definitief stilgelegd. De arbeiders vertrokken. Bijna alle machines bleven achter en staan er vandaag stil, roestig en vervallen bij.

Foto via de website van Visit Telemark (klik hier).

Gelukkig erkenden de lokale bewoners de historische waarde van het mijngebied. In de jaren ’70 en ’80 werden er historici ingeschakeld. Samen verzamelden ze gereedschap, foto’s en verhalen van voormalige arbeiders en zo werd het Åmdals Verk Gruvemuseum opgericht. Dat is dus ook wat wij bezocht hebben en waar ik de informatie voor dit artikel gevonden heb. Bezoekers kunnen er leren hoe de kleine berggemeenschap van Åmdals Verk zich ontwikkelde tot een bloeiend industrieel centrum (met alle risico’s van dien).

Het leukste aan dit museum, is het afdalen in de mijnschachten. Een heel groot deel van het tunnelstelsel is gerestaureerd en opengesteld. Rosalin kende de gids; dat bleek een oud-klasgenoot van haar te zijn. Zij wilde ons graag een privérondleiding geven en zo daalden we met z’n drietjes af naar beneden, 300 meter de grond in. Zie je ons al gaan? Haha! 😀

Ik vind het mooi dat Åmdals Verk tegenwoordig een sterke educatieve functie heeft. De gids vertelde dat scholen en universiteiten het terrein gebruiken als voorbeeld van de vroeg-industriële ontwikkeling in Scandinavië. Daarnaast werkt het museum samen met lokale organisaties om ambachtelijke tradities, oude werktuigen en historische technieken levend te houden. We hebben echt genoten van alles wat we gezien hebben!

Gevonden in de Noorse fjorden: een schoenhak van de familie Bonaparte

De familie Bonaparte kom je overal in Europa tegen! Deze zomer werk ik op een camping in Centraal-Noorwegen en zelfs hier hebben de Bonapartes hun sporen achtergelaten.

In het museum van Eidsborg (een gehucht in Tokke Kommune, Telemark) viel mijn oog op een stuk van een schoen. Het bleek hier om de schoenhak van Lodewijks kleinzoon, Napoléon Eugène Louis Jean Joseph Bonaparte, te gaan. Het verhaal gaat dat hij zo uitgeput en oververhit in het bergdorpje aankwam, dat hij direct een duik nam in één van de bergstroompjes. Hij zou zich daarbij zo haastig hebben uitgekleed, dat hij de hak van zijn schoen verloor. Of het waar is, kunnen we niet meer achterhalen. Maar een vermakelijke anekdote is het zeker!