Ja, zin om te werken zullen ze ook wel hebben. Maar ik refereer hier aan de naam van een voormalige steenfabriek. Vandaag is de fabriek een museum en is de authentieke ringoven een monument.
Kijk mee naar een paar sfeerbeelden:
Berichten die draaien om bepaalde musea in binnen- of buitenland.
Ja, zin om te werken zullen ze ook wel hebben. Maar ik refereer hier aan de naam van een voormalige steenfabriek. Vandaag is de fabriek een museum en is de authentieke ringoven een monument.
Kijk mee naar een paar sfeerbeelden:
Dit weekend dronken we koffie op een schitterende plek: Bistrobar Beaune naast het Kasteel(domein) Rosendael in het dorp Roozendaal bij Arnhem. Na afloop konden we nog even door de tuinen slenteren voordat we naar een afspraak moesten. Het leverde onderstaande video met dromerige beelden op, die ons ervan overtuigt nog eens terug te keren om ook het interieur van het kasteel te bekijken. 🙂
Kijk mee naar een korte compilatie met wat feiten over het kasteel en de omgeving:
Tja… zoals de titel van dit bericht al verraadt, gaat onderstaande video over een bijzonder bouwwerk. Nabij de Zuid-Duitse stad Regensburg prijkt er een neoclassicistische tempel boven de landbouwakkers uit, speciaal gebouwd voor bewonderenswaardige mensen die een Germaanse taal als moedertaal hadden.
Hoe zit dat nou? En wat hebben Vikingen ermee te maken? Het gebouw blijkt een bolwerk van het Duitse nationalisme te zijn. Klik snel op de video om meer te leren over deze ongewone combinatie van culturen.
Onlangs reisde ik af naar Innsbruck en bezocht ik het Tiroler Panoramamuseum, waar het Innsbrucker Riesenrundgemalde het meest bijzondere onderdeel is. Dit is een panoramisch (rondlopend) schilderij over de Derde Slag op de Bergisel (een heuvel bij Innsbruck). Na het beklimmen van een brede trap, kom je “middenin” het schilderij terecht. Vanwege de ronde vorm kun je letterlijk langs het verhaal lopen. Het schilderij laat zien hoe een groep gewapende boeren uit Tirol, onder leiding van de herbergier-handelaar Andreas Hofer, het Keizerlijke Franse leger van Napoleon verslaat.




Het unieke schilderij is bijna 11 meter hoog en is meer dan 90 meter lang. Vóór het schilderij is de omgeving van de veldslagen nagebootst door middel van echte struiken, boerenhekjes, zandheuvels en opgezette dieren. Op de achtergrond spelen geluiden, je hoort vogels en natuurgeluiden en je hoort de soldaten in de verte. Zo is de 3D-ervaring compleet en krijg je het gevoel dat je de veldslag met eigen ogen ziet.
In het museum is nog veel meer te zien, zoals portretten, informatiepanelen, beelden, wapens en voorwerpen uit deze tijd. De gevechten tussen de Tirolers en de Franse troepen krijgen hier alle aandacht.
Wat is de historische achtergrond van deze gebeurtenissen? Vandaag hoort Tirol bij Oostenrijk en Italië, maar er was een tijd waarin de Tirolers streden voor hun onafhankelijkheid. In 1805 versloegen de Franse troepen van Napoleon Bonaparte de Oostenrijkse en Russische legers in de Slag bij Austerlitz. Het gevolg was dat de regio Tirol werd afgesneden van het Habsburgse Rijk en aan het Koninkrijk Beieren werd toegevoegd (wat nu het Duitse Bundesland Bayern is).
Het Beierse bestuur was loyaal aan Napoleon en werd door de Tirolers gehaat; want zowel de boerenklasse als de gegoede burgerij werden beperkt in hun vrijheden. In april 1809 brak er een opstand uit onder leiding van eerdergenoemde herbergier en handelaar Andreas Hofer. Op de Bergisel behaalden de gewapende opstandelingen (inclusief vele boze boeren met simpele spiesen en harken) een overwinning op Napoleons getrainde troepen.


Als gevolg van een wapenstilstand werd Tirol nogmaals bezet en gecontroleerd door het Franse leger. Hofer trommelde zijn strijdkrachten weer op en wéér bleken zij sterker dan die van Napoleon. Er volgde zelfs een derde campagne, waaruit de Tirolers nogmaals sterker naar voren kwamen dan de Fransen.
Een onafhankelijk Tirol was op dat moment niet ondenkbaar. Ware het niet dat de vrijheidsstrijders bij een vierde veldslag in november 1809 tóch verslagen werden. Hierna ging het voor de Tirolers snel bergafwaarts en brokkelde het verzet tegen Frankrijk en Beieren af. De militaire leiding viel uiteen.
Toen er steeds meer versterking vanuit het Franse Keizerrijk bleef komen, werd de situatie onhoudbaar voor Hofer. Hij moest het gebied ontvluchten, maar werd verraden en werd in Zuid-Tirol al opgepakt. Hij werd in februari 1810 veroordeeld tot executie door een vuurpeloton.


Tirol werd opgedeeld in 3 delen: het noorden werd formeel bij het Koninkrijk Beieren gevoegd, het oosten bij het Franse Keizerrijk en het zuiden bij het (door Napoleon uitgeroepen) Koninkrijk Italië. Maar sinds Napoleons definitieve nederlaag bij Waterloo in 1815 hoort Noord-Tirol bij Oostenrijk. Andreas Hofer wordt ieder jaar op zijn sterfdag, 20 februari, door de Oostenrijkers als vrijheidsstrijder herdacht en als held geëerd.




Op deze dag vertrok ik zonder plannen met de trein vanuit München naar Innsbruck. Voorafgaand aan mijn bezoek aan het Tiroler Panoramamuseum bezocht ik ook nog het Keizerlijk Paleis Hofburg; in de middeleeuwen en vroegmoderne tijd een belangrijke machtszetel van het Huis Habsburg. Dat was imponerend en prachtig om te zien, maar het verhaal van de Slag op de Bergisel maakte meer indruk op me. Ik moet eerlijk zeggen dat ik geen idee had van deze gebeurtenissen, misschien kwam het daardoor. Ook Andreas Hofer kende ik nog niet voordat ik Innsbruck bezocht. Mijn zonnige dagje Tirol was dus leuk én leerzaam. En zo zie je maar weer, geschiedenis is overal!
Onlangs bezocht ik het concentratiekamp Dachau in het gelijknamige stadje Dachau, net boven München. Het kamp is enorm, je kunt je voorstellen dat er geen einde kwam aan de rijen barakken (waarvan je er nog een paar kunt bekijken). Er wordt veel informatie aangeboden op het terrein, bijvoorbeeld met bordjes, posters en audiotours. Het is fijn dat je zelf kunt kiezen of je de achtergrondinformatie wil lezen, want laten we eerlijk zijn: dit is geen vrolijk onderwerp. Toch ben ik blij dat ik het gezien heb. Het gevoel dat je krijgt als je zo’n barak van binnen bekijkt, kun je nooit op dezelfde manier oproepen door een tekst te lezen of een foto te bekijken.




Bekijk ook de video hieronder voor een impressie.
Nabij Berchtesgaden in het uiterste zuiden van Beieren (Duitsland) heeft Adolf Hitler in 1937 een “theehuis met uitzicht” laten bouwen… namelijk op 1834 meter hoogte. Sterker nog, Hitler wees de regio aan als privéwoonplaats en tweede regeringszetel. Kosten noch moeite werden hiervoor gespaard en dat terwijl Hitler hoogtevrees had!
In onderstaande video neem ik jullie mee naar de bergtop en gaan we uiteraard ook even binnen kijken. Het gebouwd heet officieel het “Kehlsteinhaus”, maar wordt ook wel “het Adelaarsnest” genoemd. Waarschijnlijk kunnen jullie wel raden waarom.
Extra bijzonder is dat ik toestemming van de gemeente en de uitbater van de huidige horecagelegenheid had, zodat ik zelfs tot in de lift kon filmen!
Op 26 november 1940, tijdens de Tweede Wereldoorlog, hield professor Rudolph Cleveringa een gewaagde en riskante protestrede in Leiden. Als reactie op het ontslag van twee joodse collega’s, legde Cleveringa uit waarom de maatregelen van de Duitse bezetter in strijd waren met het volkerenrecht.
Om deze protestrede te herdenken en om Cleveringa’s kritische attitude voort te zetten, organiseert het Leids Universiteitsfonds ieder jaar de Cleveringsbijeenkomsten, waarbij Leidse wetenschappers overal ter wereld lezingen geven. Dit jaar had ik de eervolle taak om als studentspreker in het Teylers Museum in Haarlem een lezing te geven; in een prachtige zaal en voor een enthousiast publiek. Het onderwerp was mijn eigen “Leidse loopbaan” en de rol die het Leids Universiteitsfonds daarin gespeeld heeft. Voor degenen die dit gemist hebben: het LUF heeft het archiefonderzoek voor mijn bachelorscriptie mogelijk gemaakt met een beurs. Ik legde daarom aan het publiek uit wat het LUF kan betekenen voor jonge onderzoekers en toonde hen de highlights van mijn onderzoek.


Ik sprak voorafgaand aan prof.dr. Eveline Crone, die een onwijs interessante lezing hield over het puberbrein vis-à-vis de neurocognitieve ontwikkelingspsychologie. Wist u dat mensen in de al Oudheid klaagden over het gedrag van “de jeugd van tegenwoordig”? Dat concept is dus al eeuwenoud! Eveline Crone deelde veel verrassende feiten over de hersenen van jongvolwassenen en plaatste vooral onze mening daarover in perspectief. 😉


Veel dank aan iedereen die deze avond tot een succes gemaakt heeft, want wat was dit evenement goed geregeld zeg!
Als voortzetting van het archiefonderzoek voor mijn scriptie, maakte ik een kort uitstapje naar Berlijn. Dit was immers ook ten tijde van het moderne imperialisme de hoofdstad van Pruisen/het Duitse Rijk. Als de Duitse koloniale geschiedenis ergens uitgelicht wordt, dan zou je het hier verwachten. Ik bezocht het Deutsches Historisches Museum dus met een missie.

Helaas kwam ik bedrogen uit. Na een wandelroute langs zo’n 40 zalen met Europese, Frankische, Pruisische en Germaanse geschiedenis, ontdekte ik welgeteld één donkere hoek met koloniale geschiedenis. De enige informatie over Deutsch Südwestafrika is een bordje met de tekst: “Aan het begin van de 20e eeuw heeft het Duitse Rijk een genocide gepleegd in het huidige Namibië”. Verder biedt het museum geen achtergrondinformatie of verdieping. In de vitrine een paar willekeurige voorwerpen van overzee.


Dit kan beter, denk ik dan. Deze ontdekking bevestigt in ieder geval mijn vermoedens over de omgang van de huidige Duitse regering met haar koloniale verleden en onderstreept de noodzaak tot een betere (meer volledige) informatievoorziening hierover. Júist in musea!
Op een vrije dag liftte ik met mijn collega Rosalin naar het dorpje Åmdals Verk, waar we de gelijknamige mijn bezochten. Eigenlijk is het dorpje vernoemd naar de mijn, want “Åmdals Verk” betekent letterlijk “het werk” of “de fabriek” van Åmdal; in dit geval was het de mijn die het werk verschafte. Zulke constructies kennen we niet in Nederland, maar in het buitenland komt het vaker voor.

Deze historie begint rond het jaar 1689. Een herder of een jager (niemand weet het precies) vond glanzende stenen in de bergen bij Åmdal. De stenen bleken koper te bevatten, een metaal dat toen van groot belang was voor gereedschappen, wapens en munten. Het nieuws verspreidde zich snel door de valleien van Telemark en al in 1691 verleende de Noorse koning de lokale bevolking toestemming om een kopermijn te beginnen. Zo ontstond “Åmdals Kobberverk”.

De eerste mijnwerkers kwamen uit omliggende dorpen. Ze woonden in houten huisjes dicht bij de ingang van de mijn en werkten van zonsopkomst tot zonsondergang. Hun enige bezit was hun eenvoudige gereedschap. In de donkere tunnels hakte men steen voor steen het kopererts uit de rotswand. Vervolgens werd het erts met paard en wagen/slee over nauwe bergpaadjes vervoerd naar de smelterijen, waarvan de meeste vele kilometers verderop lagen. Het werk was zwaar en gevaarlijk. Er waren instortingen, giftige dampen en lange winters waarin het werk stilviel. Toch groeide er langzaam een hechte gemeenschap rond Åmdals Kobberverk. De mijnwerkers brachten hun familie namelijk naar het mijngebied, waar zij eigen woningen, scholen en werkplaatsen bouwden. Er heerste een sterke arbeiderscultuur. Veel gezinnen leefden generaties lang in dienst van de mijn. Verhalen over het harde werk, de gevaarlijke omstandigheden en het hechte samenzijn behoren nog altijd tot het cultureel-historische erfgoed van Tokke.


Aan het begin van de 19e eeuw brak er een heuse bloeitijd aan. Buitenlandse investeerders, vooral uit Engeland, zagen namelijk potentie in de Scandinavische mijnen. Zo brachten ze ook geld, kennis en moderne machines mee naar Åmdal. Er werden nieuwe schachten gegraven en de productie nam sterk toe. In die periode was Åmdals Verk op zijn hoogtepunt. Er werkten meer dan 300 mensen en overdag was er in het dorp van alles te beleven. Het koper uit Åmdal werd over heel Noorwegen gedistribueerd en zelfs uitgevoerd naar het buitenland.

Maar, zoals wel vaker in de onvoorspelbare mijnbouw, volgden er al gauw moeilijke tijden. Tegen het einde van de 19e eeuw raakten de beste ertslagen uitgeput. De prijzen op de wereldmarkt daalden, maar de transportkosten bleven hoog. De mijn werd meerdere keren gesloten en heropend, afhankelijk van de economische situatie in Telemark op dat moment. Tijdens de Tweede Wereldoorlog leefde de mijn nog één keer op, toen koper opnieuw hard nodig was. Maar in 1945 werd het werk in de mijn definitief stilgelegd. De arbeiders vertrokken. Bijna alle machines bleven achter en staan er vandaag stil, roestig en vervallen bij.

Gelukkig erkenden de lokale bewoners de historische waarde van het mijngebied. In de jaren ’70 en ’80 werden er historici ingeschakeld. Samen verzamelden ze gereedschap, foto’s en verhalen van voormalige arbeiders en zo werd het Åmdals Verk Gruvemuseum opgericht. Dat is dus ook wat wij bezocht hebben en waar ik de informatie voor dit artikel gevonden heb. Bezoekers kunnen er leren hoe de kleine berggemeenschap van Åmdals Verk zich ontwikkelde tot een bloeiend industrieel centrum (met alle risico’s van dien).

Het leukste aan dit museum, is het afdalen in de mijnschachten. Een heel groot deel van het tunnelstelsel is gerestaureerd en opengesteld. Rosalin kende de gids; dat bleek een oud-klasgenoot van haar te zijn. Zij wilde ons graag een privérondleiding geven en zo daalden we met z’n drietjes af naar beneden, 300 meter de grond in. Zie je ons al gaan? Haha! 😀
Ik vind het mooi dat Åmdals Verk tegenwoordig een sterke educatieve functie heeft. De gids vertelde dat scholen en universiteiten het terrein gebruiken als voorbeeld van de vroeg-industriële ontwikkeling in Scandinavië. Daarnaast werkt het museum samen met lokale organisaties om ambachtelijke tradities, oude werktuigen en historische technieken levend te houden. We hebben echt genoten van alles wat we gezien hebben!
De familie Bonaparte kom je overal in Europa tegen! Deze zomer werk ik op een camping in Centraal-Noorwegen en zelfs hier hebben de Bonapartes hun sporen achtergelaten.


In het museum van Eidsborg (een gehucht in Tokke Kommune, Telemark) viel mijn oog op een stuk van een schoen. Het bleek hier om de schoenhak van Lodewijks kleinzoon, Napoléon Eugène Louis Jean Joseph Bonaparte, te gaan. Het verhaal gaat dat hij zo uitgeput en oververhit in het bergdorpje aankwam, dat hij direct een duik nam in één van de bergstroompjes. Hij zou zich daarbij zo haastig hebben uitgekleed, dat hij de hak van zijn schoen verloor. Of het waar is, kunnen we niet meer achterhalen. Maar een vermakelijke anekdote is het zeker!