Hoe een Tiroler herbergier de troepen van Napoleon versloeg (bij Innsbruck, Oostenrijk)

Onlangs reisde ik af naar Innsbruck en bezocht ik het Tiroler Panoramamuseum, waar het Innsbrucker Riesenrundgemalde het meest bijzondere onderdeel is. Dit is een panoramisch (rondlopend) schilderij over de Derde Slag op de Bergisel (een heuvel bij Innsbruck). Na het beklimmen van een brede trap, kom je “middenin” het schilderij terecht. Vanwege de ronde vorm kun je letterlijk langs het verhaal lopen. Het schilderij laat zien hoe een groep gewapende boeren uit Tirol, onder leiding van de herbergier-handelaar Andreas Hofer, het Keizerlijke Franse leger van Napoleon verslaat.

Het unieke schilderij is bijna 11 meter hoog en is meer dan 90 meter lang. Vóór het schilderij is de omgeving van de veldslagen nagebootst door middel van echte struiken, boerenhekjes, zandheuvels en opgezette dieren. Op de achtergrond spelen geluiden, je hoort vogels en natuurgeluiden en je hoort de soldaten in de verte. Zo is de 3D-ervaring compleet en krijg je het gevoel dat je de veldslag met eigen ogen ziet.

In het museum is nog veel meer te zien, zoals portretten, informatiepanelen, beelden, wapens en voorwerpen uit deze tijd. De gevechten tussen de Tirolers en de Franse troepen krijgen hier alle aandacht.

Wat is de historische achtergrond van deze gebeurtenissen? Vandaag hoort Tirol bij Oostenrijk en Italië, maar er was een tijd waarin de Tirolers streden voor hun onafhankelijkheid. In 1805 versloegen de Franse troepen van Napoleon Bonaparte de Oostenrijkse en Russische legers in de Slag bij Austerlitz. Het gevolg was dat de regio Tirol werd afgesneden van het Habsburgse Rijk en aan het Koninkrijk Beieren werd toegevoegd (wat nu het Duitse Bundesland Bayern is).

Het Beierse bestuur was loyaal aan Napoleon en werd door de Tirolers gehaat; want zowel de boerenklasse als de gegoede burgerij werden beperkt in hun vrijheden. In april 1809 brak er een opstand uit onder leiding van eerdergenoemde herbergier en handelaar Andreas Hofer. Op de Bergisel behaalden de gewapende opstandelingen (inclusief vele boze boeren met simpele spiesen en harken) een overwinning op Napoleons getrainde troepen.

Als gevolg van een wapenstilstand werd Tirol nogmaals bezet en gecontroleerd door het Franse leger. Hofer trommelde zijn strijdkrachten weer op en wéér bleken zij sterker dan die van Napoleon. Er volgde zelfs een derde campagne, waaruit de Tirolers nogmaals sterker naar voren kwamen dan de Fransen.

Een onafhankelijk Tirol was op dat moment niet ondenkbaar. Ware het niet dat de vrijheidsstrijders bij een vierde veldslag in november 1809 tóch verslagen werden. Hierna ging het voor de Tirolers snel bergafwaarts en brokkelde het verzet tegen Frankrijk en Beieren af. De militaire leiding viel uiteen.

Toen er steeds meer versterking vanuit het Franse Keizerrijk bleef komen, werd de situatie onhoudbaar voor Hofer. Hij moest het gebied ontvluchten, maar werd verraden en werd in Zuid-Tirol al opgepakt. Hij werd in februari 1810 veroordeeld tot executie door een vuurpeloton.

Tirol werd opgedeeld in 3 delen: het noorden werd formeel bij het Koninkrijk Beieren gevoegd, het oosten bij het Franse Keizerrijk en het zuiden bij het (door Napoleon uitgeroepen) Koninkrijk Italië. Maar sinds Napoleons definitieve nederlaag bij Waterloo in 1815 hoort Noord-Tirol bij Oostenrijk. Andreas Hofer wordt ieder jaar op zijn sterfdag, 20 februari, door de Oostenrijkers als vrijheidsstrijder herdacht en als held geëerd.

Op deze dag vertrok ik zonder plannen met de trein vanuit München naar Innsbruck. Voorafgaand aan mijn bezoek aan het Tiroler Panoramamuseum bezocht ik ook nog het Keizerlijk Paleis Hofburg; in de middeleeuwen en vroegmoderne tijd een belangrijke machtszetel van het Huis Habsburg. Dat was imponerend en prachtig om te zien, maar het verhaal van de Slag op de Bergisel maakte meer indruk op me. Ik moet eerlijk zeggen dat ik geen idee had van deze gebeurtenissen, misschien kwam het daardoor. Ook Andreas Hofer kende ik nog niet voordat ik Innsbruck bezocht. Mijn zonnige dagje Tirol was dus leuk én leerzaam. En zo zie je maar weer, geschiedenis is overal!

Concentratiekamp Dachau (Duitsland)

Onlangs bezocht ik het concentratiekamp Dachau in het gelijknamige stadje Dachau, net boven München. Het kamp is enorm, je kunt je voorstellen dat er geen einde kwam aan de rijen barakken (waarvan je er nog een paar kunt bekijken). Er wordt veel informatie aangeboden op het terrein, bijvoorbeeld met bordjes, posters en audiotours. Het is fijn dat je zelf kunt kiezen of je de achtergrondinformatie wil lezen, want laten we eerlijk zijn: dit is geen vrolijk onderwerp. Toch ben ik blij dat ik het gezien heb. Het gevoel dat je krijgt als je zo’n barak van binnen bekijkt, kun je nooit op dezelfde manier oproepen door een tekst te lezen of een foto te bekijken.

Bekijk ook de video hieronder voor een impressie.


Een kijkje nemen in het theehuis van Adolf Hitler in de Beierse bergen

Nabij Berchtesgaden in het uiterste zuiden van Beieren (Duitsland) heeft Adolf Hitler in 1937 een “theehuis met uitzicht” laten bouwen… namelijk op 1834 meter hoogte. Sterker nog, Hitler wees de regio aan als privéwoonplaats en tweede regeringszetel. Kosten noch moeite werden hiervoor gespaard en dat terwijl Hitler hoogtevrees had!

In onderstaande video neem ik jullie mee naar de bergtop en gaan we uiteraard ook even binnen kijken. Het gebouwd heet officieel het “Kehlsteinhaus”, maar wordt ook wel “het Adelaarsnest” genoemd. Waarschijnlijk kunnen jullie wel raden waarom.

Extra bijzonder is dat ik toestemming van de gemeente en de uitbater van de huidige horecagelegenheid had, zodat ik zelfs tot in de lift kon filmen!

Cleveringa-lezing Haarlem

Op 26 november 1940, tijdens de Tweede Wereldoorlog, hield professor Rudolph Cleveringa een gewaagde en riskante protestrede in Leiden. Als reactie op het ontslag van twee joodse collega’s, legde Cleveringa uit waarom de maatregelen van de Duitse bezetter in strijd waren met het volkerenrecht.

Om deze protestrede te herdenken en om Cleveringa’s kritische attitude voort te zetten, organiseert het Leids Universiteitsfonds ieder jaar de Cleveringsbijeenkomsten, waarbij Leidse wetenschappers overal ter wereld lezingen geven. Dit jaar had ik de eervolle taak om als studentspreker in het Teylers Museum in Haarlem een lezing te geven; in een prachtige zaal en voor een enthousiast publiek. Het onderwerp was mijn eigen “Leidse loopbaan” en de rol die het Leids Universiteitsfonds daarin gespeeld heeft. Voor degenen die dit gemist hebben: het LUF heeft het archiefonderzoek voor mijn bachelorscriptie mogelijk gemaakt met een beurs. Ik legde daarom aan het publiek uit wat het LUF kan betekenen voor jonge onderzoekers en toonde hen de highlights van mijn onderzoek.

Ik sprak voorafgaand aan prof.dr. Eveline Crone, die een onwijs interessante lezing hield over het puberbrein vis-à-vis de neurocognitieve ontwikkelingspsychologie. Wist u dat mensen in de al Oudheid klaagden over het gedrag van “de jeugd van tegenwoordig”? Dat concept is dus al eeuwenoud! Eveline Crone deelde veel verrassende feiten over de hersenen van jongvolwassenen en plaatste vooral onze mening daarover in perspectief. 😉

Veel dank aan iedereen die deze avond tot een succes gemaakt heeft, want wat was dit evenement goed geregeld zeg!

Op zoek naar historisch bewijs in Berlijn

Als voortzetting van het archiefonderzoek voor mijn scriptie, maakte ik een kort uitstapje naar Berlijn. Dit was immers ook ten tijde van het moderne imperialisme de hoofdstad van Pruisen/het Duitse Rijk. Als de Duitse koloniale geschiedenis ergens uitgelicht wordt, dan zou je het hier verwachten. Ik bezocht het Deutsches Historisches Museum dus met een missie.

Helaas kwam ik bedrogen uit. Na een wandelroute langs zo’n 40 zalen met Europese, Frankische, Pruisische en Germaanse geschiedenis, ontdekte ik welgeteld één donkere hoek met koloniale geschiedenis. De enige informatie over Deutsch Südwestafrika is een bordje met de tekst: “Aan het begin van de 20e eeuw heeft het Duitse Rijk een genocide gepleegd in het huidige Namibië”. Verder biedt het museum geen achtergrondinformatie of verdieping. In de vitrine een paar willekeurige voorwerpen van overzee.

Dit kan beter, denk ik dan. Deze ontdekking bevestigt in ieder geval mijn vermoedens over de omgang van de huidige Duitse regering met haar koloniale verleden en onderstreept de noodzaak tot een betere (meer volledige) informatievoorziening hierover. Júist in musea!

Afdalen in een Noorse kopermijn

Op een vrije dag liftte ik met mijn collega Rosalin naar het dorpje Åmdals Verk, waar we de gelijknamige mijn bezochten. Eigenlijk is het dorpje vernoemd naar de mijn, want “Åmdals Verk” betekent letterlijk “het werk” of “de fabriek” van Åmdal; in dit geval was het de mijn die het werk verschafte. Zulke constructies kennen we niet in Nederland, maar in het buitenland komt het vaker voor.

Deze historie begint rond het jaar 1689. Een herder of een jager (niemand weet het precies) vond glanzende stenen in de bergen bij Åmdal. De stenen bleken koper te bevatten, een metaal dat toen van groot belang was voor gereedschappen, wapens en munten. Het nieuws verspreidde zich snel door de valleien van Telemark en al in 1691 verleende de Noorse koning de lokale bevolking toestemming om een kopermijn te beginnen. Zo ontstond “Åmdals Kobberverk”.

Provisorisch spoorlijntje om het erts te vervoeren (ca. 1910, publiek domein).

De eerste mijnwerkers kwamen uit omliggende dorpen. Ze woonden in houten huisjes dicht bij de ingang van de mijn en werkten van zonsopkomst tot zonsondergang. Hun enige bezit was hun eenvoudige gereedschap. In de donkere tunnels hakte men steen voor steen het kopererts uit de rotswand. Vervolgens werd het erts met paard en wagen/slee over nauwe bergpaadjes vervoerd naar de smelterijen, waarvan de meeste vele kilometers verderop lagen. Het werk was zwaar en gevaarlijk. Er waren instortingen, giftige dampen en lange winters waarin het werk stilviel. Toch groeide er langzaam een hechte gemeenschap rond Åmdals Kobberverk. De mijnwerkers brachten hun familie namelijk naar het mijngebied, waar zij eigen woningen, scholen en werkplaatsen bouwden. Er heerste een sterke arbeiderscultuur. Veel gezinnen leefden generaties lang in dienst van de mijn. Verhalen over het harde werk, de gevaarlijke omstandigheden en het hechte samenzijn behoren nog altijd tot het cultureel-historische erfgoed van Tokke.

Aan het begin van de 19e eeuw brak er een heuse bloeitijd aan. Buitenlandse investeerders, vooral uit Engeland, zagen namelijk potentie in de Scandinavische mijnen. Zo brachten ze ook geld, kennis en moderne machines mee naar Åmdal. Er werden nieuwe schachten gegraven en de productie nam sterk toe. In die periode was Åmdals Verk op zijn hoogtepunt. Er werkten meer dan 300 mensen en overdag was er in het dorp van alles te beleven. Het koper uit Åmdal werd over heel Noorwegen gedistribueerd en zelfs uitgevoerd naar het buitenland.

Maar, zoals wel vaker in de onvoorspelbare mijnbouw, volgden er al gauw moeilijke tijden. Tegen het einde van de 19e eeuw raakten de beste ertslagen uitgeput. De prijzen op de wereldmarkt daalden, maar de transportkosten bleven hoog. De mijn werd meerdere keren gesloten en heropend, afhankelijk van de economische situatie in Telemark op dat moment. Tijdens de Tweede Wereldoorlog leefde de mijn nog één keer op, toen koper opnieuw hard nodig was. Maar in 1945 werd het werk in de mijn definitief stilgelegd. De arbeiders vertrokken. Bijna alle machines bleven achter en staan er vandaag stil, roestig en vervallen bij.

Foto via de website van Visit Telemark (klik hier).

Gelukkig erkenden de lokale bewoners de historische waarde van het mijngebied. In de jaren ’70 en ’80 werden er historici ingeschakeld. Samen verzamelden ze gereedschap, foto’s en verhalen van voormalige arbeiders en zo werd het Åmdals Verk Gruvemuseum opgericht. Dat is dus ook wat wij bezocht hebben en waar ik de informatie voor dit artikel gevonden heb. Bezoekers kunnen er leren hoe de kleine berggemeenschap van Åmdals Verk zich ontwikkelde tot een bloeiend industrieel centrum (met alle risico’s van dien).

Het leukste aan dit museum, is het afdalen in de mijnschachten. Een heel groot deel van het tunnelstelsel is gerestaureerd en opengesteld. Rosalin kende de gids; dat bleek een oud-klasgenoot van haar te zijn. Zij wilde ons graag een privérondleiding geven en zo daalden we met z’n drietjes af naar beneden, 300 meter de grond in. Zie je ons al gaan? Haha! 😀

Ik vind het mooi dat Åmdals Verk tegenwoordig een sterke educatieve functie heeft. De gids vertelde dat scholen en universiteiten het terrein gebruiken als voorbeeld van de vroeg-industriële ontwikkeling in Scandinavië. Daarnaast werkt het museum samen met lokale organisaties om ambachtelijke tradities, oude werktuigen en historische technieken levend te houden. We hebben echt genoten van alles wat we gezien hebben!

Gevonden in de Noorse fjorden: een schoenhak van de familie Bonaparte

De familie Bonaparte kom je overal in Europa tegen! Deze zomer werk ik op een camping in Centraal-Noorwegen en zelfs hier hebben de Bonapartes hun sporen achtergelaten.

In het museum van Eidsborg (een gehucht in Tokke Kommune, Telemark) viel mijn oog op een stuk van een schoen. Het bleek hier om de schoenhak van Lodewijks kleinzoon, Napoléon Eugène Louis Jean Joseph Bonaparte, te gaan. Het verhaal gaat dat hij zo uitgeput en oververhit in het bergdorpje aankwam, dat hij direct een duik nam in één van de bergstroompjes. Hij zou zich daarbij zo haastig hebben uitgekleed, dat hij de hak van zijn schoen verloor. Of het waar is, kunnen we niet meer achterhalen. Maar een vermakelijke anekdote is het zeker!

Lezing: Lodewijk Napoleon & Rondleiding Paviljoen Welgelegen

Zo… Ik ben inmiddels weer een beetje bijgekomen van de drukke, maar onwijs gezellige en interessante Maand van de Geschiedenis.

Het herdenkingsevenement was een succes, de zaal zat helemaal vol en zowel de lezing als de rondleiding in het Paviljoen werden zeer positief ontvangen. Mijn dank gaat uit naar alle aanwezigen; het is fantastisch om te merken dat u Lodewijk Napoleon, de “vergeten” eerste koning van Holland, nog niet vergeten bent.

Het evenement was nooit tot stand gekomen zonder samenwerking met het Historisch Museum Haarlem en het Provinciehuis van Noord-Holland, dus ook veel dank aan de medewerkers daar.

We kunnen terugkijken op een hele bijzondere dag! 🙂

Lezing: Lodewijk Napoleon & Rondleiding Paviljoen Welgelegen

Ieder jaar opnieuw wordt oktober omgedoopt tot nationale Maand van de Geschiedenis. Een hele maand waarin er historische evenementen georganiseerd worden, altijd gekoppeld aan een bepaald thema.

Om hierop in te spelen, zal ik op 25 oktober in het Historisch Museum Haarlem (Groot Heiligland 47, 2011 EP, Haarlem) een lezing geven over het opmerkelijke leven van koning Lodewijk Napoleon. Aansluitend bezoeken we “zijn” Paviljoen Welgelegen aan de Haarlemmerhout. Vandaag doet dit prachtige neoclassicistische paleis dienst als Provinciehuis van Noord-Holland, maar aan het begin van de 19e eeuw was het de favoriete zomerresidentie van de koning. We zullen daar de voormalige slaapkamer van Lodewijk bekijken, waar nog een aantal originele empiremeubelen van hem staat. Een unieke kans om héél dicht bij Lodewijk Napoleon te komen!

Met Gerrit Bosch, conservator van Paviljoen Welgelegen.

Geboren als Luigi Bounaparte op Corsica, heeft het jongere broertje van keizer Napoleon zijn eigen militaire en politieke carrière doorlopen… met zowel hoogte- als dieptepunten. In 1806 werd hij op de troon van het nieuwe Koninkrijk Holland gezet, na een eeuwenlange republikeinse periode in ons land. Verrassend genoeg stak koning Lodewijk Napoleon veel tijd en moeite in het landsbestuur (en nog meer in de Hollandse cultuur en schone kunsten), tegen de wil van zijn broer Napoleon in.

Lodewijk Napoleon (1778-1843)

Het afgelopen schooljaar heb ik me verdiept in Lodewijks levensloop en daaruit is een profielwerkstuk ontstaan dat gezien kan worden als een herziene biografie van Lodewijk Napoleon. Ik zet hem bewust in een positief daglicht, omdat ik vind dat hij dat verdient. Ter ondersteuning hiervan is onlangs het Herdenkingscomité Lodewijk Napoleon opgericht.

Als u benieuwd bent naar Lodewijks nalatenschap in het huidige Nederland en naar mijn argumenten om hem hiervoor te prijzen, dan nodigen we u van harte uit om de lezing en de rondleiding bij te wonen. Het evenement is gratis, maar aanmelding is verplicht (klik hier).

Tip voor de Open Monumentendagen 2013

Altijd al een koninklijk paleis van binnen willen zien? Dit weekend, tijdens de Open Monumentendagen, kan iedereen gratis een kijkje nemen in Paviljoen Welgelegen in Haarlem. Dit is vandaag het Provinciehuis van Noord-Holland, maar was in de 19e eeuw het geliefde “zomerpaleisje” van Lodewijk Napoleon. Iedereen die het bezoekt, begrijpt meteen waarom.

Het gebouw is één van de mooiste neoclassicistische gebouwen van Nederland en heeft een boeiende geschiedenis. De nieuwe tentoonstelling “Welkom in Welgelegen” laat een groot deel van die geschiedenis zien. Deze permanente tentoonstelling is ook na het monumentenweekend te bezoeken. Maar let op… Dat geldt niet voor alle historische vertrekken op de bovenverdiepingen van het paleis. Deze stijlkamers, waartoe ook de voormalige slaapkamer van Lodewijk Napoleon behoort, zijn alleen voor speciale gelegenheden opengesteld voor het grote publiek. Een unieke kans, dus! 🙂

Praktisch: Paviljoen Welgelegen (Dreef 3 te Haarlem) is op zaterdag 14 september geopend van 10.00 uur tot 17.00 uur en op zondag 15 september van 12.00 uur tot 17.00 uur. Er zijn doorlopend rondleidingen door de stijlkamers, maar bezoekers kunnen ook zelfstandig een route door Paviljoen Welgelegen volgen.