Flitsbezoek aan bucketlist-museum

Wat doe je als je een tussenstop van slechts een paar uur in Kopenhagen moet overbruggen? De meeste mensen kruipen dan in bed om uit te rusten, maar kunst- en geschiedenisliefhebbers zoals ik stappen in de eerste de beste stoptrein van het vliegveld naar de stad. Alles eruit halen wat erin zit, is sowieso mijn credo. 😉

En zo bezocht ik vliegensvlug de Ny Carlsberg Glyptotek, een museum dat al enige tijd op mijn bucketlist stond vanwege een imposant achtergrondverhaal. De Glyptotek opende in 1897 zijn deuren dankzij Carl Jacobsen, de zoon van de oprichter van bierbrouwerij Carlsberg. Jacobsen was niet alleen geïnteresseerd in bier, maar ook gepassioneerd kunstverzamelaar. Zijn collectie begon zo’n enorme omvang aan te nemen, dat hij (in lijn met de tijdsgeest) besloot om al dat moois met het publiek te delen. Dat leverde Kopenhagen een museum op waar je met gemak een paar uur kunt spenderen, maar helaas had ik zelf maar een uurtje.

En dat was echt een straf, want het gebouw zelf is meteen al de moeite waard. Het ontwerp is van Vilhelm Dahlerup en werd later uitgebreid door Hack Kampmann. Absolute blikvanger is de wintertuin in het midden van het museum, waar een grote glazen koepel en vele tropische planten zorgen voor een ultieme Instagram-achtergrond. Maar daar mocht ik me niet door laten afleiden, want ik wilde alle zalen bewonderen. Alle objecten bekijken was bij voorbaat onmogelijk, want in de Glyptotek worden meer dan 10.000 kunstwerken en voorwerpen tentoongesteld, die samen maar liefst 6000 jaar aan geschiedenis omvatten. Je vindt er namelijk Egyptische mummies, Griekse en Romeinse archeologische vondsten en Deense en Franse schilder- en beeldhouwkunst uit de 19e en 20e eeuw. De wandelroute in het museum voert je dan ook langs veel uiteenlopende objecten: van gedetailleerde scarabeeën en keizersbeelden van anonieme kunstenaars, tot aan creaties van Auguste Rodin en Paul Gauguin, met bovendien veel (terechte) aandacht voor Deense schilders zoals Christoffer Wilhelm Eckersberg, Elisabeth Jerichau-Baumann, Wilhelm Marstrand, Christen Købke en Vilhelm Hammershøi.

Mijn bezoek was kort, maar krachtig en ik hoef waarschijnlijk niet te vermelden dat ik enorm heb genoten van al die verschillende werelden onder één dak. 🙂

Kunst kijken in Kasteel Ruurlo (Museum MORE)

Onlangs maakte ik op weg naar een afspraak een artistieke tussenstop bij het museum MORE in Kasteel Ruurlo, waar bezoekers momenteel getrakteerd worden op indrukwekkende exhibities over jeugdigheid en vergankelijkheid.

Het kasteel zelf is meteen al een plaatje, zeker in het een nazomerzonnetje. Het kasteel wordt al in hoogmiddeleeuwse bronnen genoemd als bezit van graaf Reinhoud I van Gelre; dus van Gelderland. Tot de eerste bewoners behoorde de familie Van Roderlo, waaraan het kasteel waarschijnlijk zijn naam dankt. Kort na 1400 kwam het kasteel in handen van Jacob van Heeckeren en zijn familie zou het vervolgens meer dan 500 jaar beheren. Bouwtechnisch hebben vooral de 16e en 17e eeuw hun sporen nagelaten; de stijlperioden uit de vroegmoderne tijd bepalen daarmee grotendeels het uiterlijk van Kasteel Ruurlo. Binnen is er los van de tentoonstellingen veel pracht en praal te zien, zoals je dat van zo’n imposant gebouw (dat door de eeuwen heen herhaaldelijk gerestaureerd is) ook wel mag verwachten. Kijk dus vooral ook om je heen als je binnen bent, om de details van de vloeren, de plafonds, de gordijnen en de lambrisering te bewonderen.

De vaste collectie van Museum MORE draait om het werk van Carel Willink (1900-1983), één van de bekendste Nederlandse schilders van de 20e eeuw. Zijn kunstwerken zijn te herkennen aan een nauwkeurige weergave van de werkelijkheid (bijvoorbeeld van zuilengalerijen of landschappen), waaraan enkele vervreemdende, soms zelfs onheilspellende elementen zijn toegevoegd (zoals exotische dieren of natuurrampen). Misschien geen verrassing dat Willink zijn artistieke loopbaan begon als een zoekend kunstenaar. Hij experimenteerde met verschillende stromingen, waaronder het expressionisme en het dadaïsme. Uiteindelijk ontwikkelde hij een eigen stijl die wordt geduid als magisch realisme. Willink zelf sprak liever van “imaginair” of “fantastisch realisme”.

Ik vind het knap geschilderd. Het perspectief klopt en de landschappen zijn prachtig gedetailleerd. Hoewel die onverwachte elementen (het magische) als eerste de aandacht van de kijker trekken en ik de dode dieren persoonlijk ongemakkelijk vind, kun je het realisme van Willink niet anders dan waarderen en bewonderen. Kijk hieronder maar eens naar de boomblaadjes op “Landschap met vechtenden” (1937):

Tijdens mijn bezoek kwam ik op een gegeven moment in een “combinatieruimte”, waarin het werk van meerdere kunstenaars was samengevoegd. En succesvol, naar mijn mening. In deze zaal stond namelijk de bekende gouden jurk met dierenprints van modeontwerpster Fong-Leng (1937), maar hing ook het portret van Willinks tweede echtgenote Mathilde (1938-1977). Op dit werk, dat in 1975 door Willink geschilderd is, dráágt zij de jurk. En op de overige wanden hingen werken van Sam Drukker (1957) uit de tentoonstelling “De ouder wordende mens“. En die richten zich weer op een héél ander aspect van de werkelijkheid, namelijk het ouder wordende lichaam… en de sporen die het leven achterlaat. Zo was er in de zaal een connectie gelegd tussen schoonheid, jeugdigheid en luxe, met aan de andere kant rauwheid, realiteit en naaktheid. Ik weet niet of deze combinatie altijd zo is opgezet of dat het tijdelijk was, maar mooi gedaan!

Als je doorloopt komt de focus op Sam Drukker te liggen, waarvan er nog veel meer werken te zien waren in de overige zalen. Hij werd geboren in Goes, groeide op in Drenthe en studeerde aan de Minerva Academie in Groningen, waar hij onder meer les kreeg van schilder Matthijs Röling. In de portretten van Drukker draait het niet om een perfect, gestileerd of geïdealiseerd uiterlijk. Drukker toont zijn modellen juist zonder opsmuk. Rimpels, huidplooien en andere tekenen van ouderdom zijn zichtbaar aanwezig op de doeken; de schilderstijl is expressief en direct. De aandacht gaat volledig uit naar de persoon die is afgebeeld. In één van de zalen draait doorlopend een video van een interview met Drukker, waarin hij vertelt hoe hij “onderzoekt hoe schoonheid, kwetsbaarheid en levenservaring samenkomen in een lichaam dat met de tijd verandert”. En die insteek zie je ook terug in de kunstwerken, want de portretten getuigen van veel aandacht en respect voor de modellen. De naakten zijn smaakvol geschilderd, hoe oud de geportretteerden ook zijn. Sam Drukker laat met zijn werken zien dat ouderdom ook schoonheid behelst en dat is prettig om naar te kijken. Hij werkt ook graag op materialen met een eigen geschiedenis. Naast vers, nieuw canvas gebruikt hij bijvoorbeeld oude houten plankjes, stoelrugleuningen of zeildoeken. De sporen van het eerdere gebruik blijven zichtbaar en het materiaal voegt daarmee een extra laagje “no nonsense” toe.

Het verschil tussen deze werken van Sam Drukker en de kunst van Willink uit de vaste collectie is interessant. Schilderijen van Willink zijn glad en nauwkeurig. Hij beeldde zijn modellen af in elegante kleding en in gecontroleerde omgevingen. Drukker hanteert daarentegen een veel lossere schilderstijl en richt zich juist op de onopgesmukte, herkenbare menselijke figuur. De rauwheid daarvan vormt de context, want er is geen omgeving bijgeschilderd. Ik vond het plezierig om de twee kunstenaars met elkaar te vergelijken tijdens mijn bezoek en concludeerde dat ze de werkelijkheid allebei nauwkeurig observeren, maar uiteindelijk heel verschillende accenten leggen op wat er afgebeeld wordt. Een geslaagd dialoog dat volgt uit de opzet van de tentoonstelling. En als afsluiter loop je langs een goedgekozen gedicht van Leo Vroman, waarmee het geheel mooi samengevat wordt.

Betoverende sneeuwlandschappen in Rijksmuseum Twenthe

Als je net zo’n (kunst)geschiedenisnerd bent als ik, dan moet je soms naar een bepaalde tentoonstelling. Je MOET het gewoon zien. Dat had ik met de overzichtstentoonstelling “Pekka Halonen – Een ode aan Finland” die momenteel te zien is in het Rijksmuseum Twenthe in Enschede. Deze schilder wordt ook wel “de sneeuwschilder” genoemd; een volstrekt logische bijnaam voor iemand die de Finse landschappen zo liefdevol en gedetailleerd vastlegde. Lees hieronder wat de cultuurhistorische betekenis van zijn werken is… en verlies jezelf (net als ik) in de Finse natuur!

Hoe schilder je de stilte van een besneeuwd bos? Hoe vang je de laatste zonnestralen van een koude, winterse dag in een schilderij? Dat lijkt mij nog niet zo makkelijk, maar Pekka Halonen wist als geen ander hoe dat moest. Uiteindelijk kwam hij dan ook om zijn landschappen bekend te staan. In de tentoonstelling zijn maar liefst 94 werken te zien, aangevuld met persoonlijke spulletjes uit zijn atelierwoning. Wat is het verhaal van deze nationalistische schilder?

Pekka Halonen werd in 1865 geboren in Lapinlahti, in het oosten van Finland. Hij groeide op in een landelijke omgeving, met om hem heen “overal natuur”. Niet gek dus dat de uitgestrekte bossen, moerassige meren en typische tafereeltjes met berkenbomen later een belangrijke plaats zouden innemen in zijn schilderkunst. Halonen genoot een artistieke opleiding in Helsinki en vertrok daarna naar Parijs, wat destijds een belangrijk internationaal knooppunt van allerlei kunststromingen vormde. Zodoende maakte hij er kennis met nieuwe artistieke ontwikkelingen en ging hij vanaf 1890 enige tijd in de leer bij de Franse schilder Paul Gauguin.

Toch lag zijn toekomst niet in de hypermoderne Franse hoofdstad. Halonen keerde terug naar Finland, waar hij zijn eigen weg vond. Veel schilders raakten geobsedeerd door het steeds verder industrialiserende en moderniserende Europa, maar Halonen keerde juist terug naar dat landleven van zijn jeugd en die bijbehorende, ongerepte natuur. Hij schilderde bomen, rotsen, boerderijen en mensen die leefden in nauwe verbondenheid met hun omgeving. Simpele scenes, maar tegelijkertijd krachtige tijdsbeelden. We moeten namelijk niet vergeten dat de Finse identiteit aan het einde van de 19e en het begin van de 20e eeuw onder politieke druk stond. Ik schrijf hier vaker over, maar Finland maakte tot 1917 deel uit van het Russische Rijk als een autonoom groothertogdom. In deze periode droegen Finse kunst, Finse literatuur en Finse muziek sterk bij aan de ontwikkeling van een Fins nationaal bewustzijn. Kunstenaars zochten naar manieren om uitdrukking te geven aan wat Finland bijzonder maakte. Zo ook Pekka Halonen. Hij heeft destijds aangegeven dat zijn kunstwerken gezien mogen worden als odes aan Finland; vandaar ook de naam van de tentoonstelling.

Een belangrijke plek in zijn leven was het Tuusulameer, ten noorden van Helsinki. Aan de oever van dit meer liet hij zijn eigen atelierwoning bouwen, die hij Halosenniemi noemde. Het huis was door Halonen zelf ontworpen en bood hem de ruimte om ieder dag te wonen én te werken in de omgeving die hem zo inspireerde. Vanaf zijn deurdrempel kon hij de natuur namelijk door de seizoenen heen bekijken en bewonderen. Het veranderende licht en de eerste sneeuw kon hij zo langdurig observeren. Om de smeltende rijp van een takje te kunnen schilderen, moest je dat fenomeen volgens hem eerst goed begrijpen. Bovendien bood deze leefomgeving hem de mogelijkheid om uren achter elkaar in de buitenlucht te werken. Bij een regenbui of een storende koude wind kon hij immers ieder moment weer even naar binnen om zichzelf en zijn verfspullen veilig te stellen. En Pekka Halonen was niet de enige kunstenaar die zich in deze streek vestigde. Rond het Tuusulameer ontstond een echte kunstenaarsgemeenschap waarin ook de componist Jean Sibelius en de schilder Eero Järnefelt actief waren. Blijkbaar was het een inspirerende plek om elkaar te ontmoeten, ver genoeg verwijderd van de drukte van de stad. Ik heb me voorgenomen om het Tuusulameer de volgende keer dat ik in Helsinki ben te bezoeken, zodat ik de omgeving kan filmen en een nieuwe video kan maken over deze nationalistische kunstenaars. Nog even geduld dus. 😉

De persoonlijke voorwerpen in de tentoonstelling voegen wat mij betreft een emotionele dimensie toe aan de collectie schilderijen. Zo hing er een paar lange ski’s aan de muur en lag zijn kantele (een traditioneel Fins snaarinstrument) in een vitrinekast. Een stukje verderop kon je zijn paletten en kwasten bewonderen, die hij in een soort koker van hout bewaarde. Zo komt Halonen wel erg dichtbij… je ziet hem gewoon over het bevroren meer schuiven op die ski’s. Heerlijk om zo even te dagdromen. Ik heb weer een extreem lange tijd in het museum gespendeerd, haha.

Wat kunstcritici waarderen in het werk van Pekka Halonen, is zijn vermogen om zowel het beweeglijke landschap als het licht dat eroverheen valt te schilderen. Afhankelijk van het weer, het tijdstip en de stand van de zon verandert het landschap “in de echte wereld” voortdurend van kleur. Iedereen weet dat, maar Halonen kon die subtiele verschillen ook ontzettend kundig vastleggen op doek. Wie zijn kunst goed bekijkt, ontdekt ook dat sneeuw zelden alleen maar wit is. In de schaduw verschijnen er ook blauwe, violette en grijze tinten in de sneeuw. En besneeuwde open plekken in het bos krijgen door het zonlicht juist een zachtgele of oranje gloed. Zo zorgt hij ervoor dat een “simpel” winterlandschap toch heel levendig bij je binnenkomt.

Bij Pekka Halonen krijgt iedere boom en iedere rots een eigen plek, dus dat hij dit allemaal schilderde als lofzang op de Finse natuur snap ik heel goed. In zijn kunstwerken gaat de natuur haar eigen gang en ik ben daar groot, gróót fan van. 🙂

Schilderen met naald en draad

Gisteren rondden we in 2vwo een lessenserie over de Noordse landen af. Het laatste “land” waar ik de leerlingen over vertelde, was Sápmi. Het is een land dat de kinderen niet kennen, omdat het geen natiestaat is. Het is het gebied waar de Sámi nu wonen. Vandaag bezocht ik het Wereldmuseum in Leiden, waar precies op dit moment een aantal kunstwerken van Britta Marakatt-Labba hangt. Dat wist ik niet, maar de timing van deze wisseltentoonstelling kon niet beter.

Sápmi strekt zich uit over het noorden van Noorwegen, Zweden, Finland en Rusland. Het is de traditionele naam voor het oorspronkelijke leefgebied van de Sámi. Ze zijn de enige erkende inheemse bevolkingsgroep van Europa en wonen daar al duizenden jaren. Hun bestaan was lange tijd gebaseerd op jacht, visserij en rendierhouderij. Eventuele bijproducten hiervan werden verkocht aan de lokale bevolking. Vanaf de 19e eeuw werden de Sámi steeds meer onderdrukt door de regeringen van hun leefgebied. Hun taal en cultuur werd als ondergeschikt gezien en veel ervan dreigde voorgoed te verdwijnen. Sommige Sámi-talen zijn zelfs al uitgestorven. Maar de tijden zijn veranderd en de nationale overheden begrijpen inmiddels beter welke gevolgen hun kolonisatiebeleid heeft (gehad). Tegenwoordig wordt er actief gewerkt aan het behoud van hun culturele erfgoed, talen en traditionele levenswijze… maar nog altijd het meeste door de Sámi zelf.

Britta Marakatt-Labba in 2022, © Marja Helander. 

Bijvoorbeeld door de bovengenoemde Britta Marakatt-Labba (1951); één van de bekendste Sami-kunstenaars. Ze groeide op in een Sami-familie van rendierhouders in Noord-Zweden en heeft in haar leven uitsluitend Zweeds onderwijs genoten, waarbij er weinig aandacht aan de geschiedenis van de Sámi werd besteed. Om die reden verwerkt zij in haar kunst wél de geschiedenis, cultuur en leefwereld van haar volk. Haar textielkunst en borduurwerk is internationaal bekend. Met naald en draad verbeeldt Britta kleine verhalen over het dagelijks leven, de relatie met de natuur, oude tradities en de politieke strijd van de Sámi. Schilderen met naald en draad, noemt ze dat.

Haar werk draagt direct bij aan cultuurbehoud. Door verhalen en ervaringen vast te leggen, geeft zij de Sámi-cultuur door aan toekomstige generaties. Het Nasjonalmuseet in Oslo (Noorwegen) heeft haar werk opgenomen in de nationale kunstcollectie. En vandaag stond ik dus in het Wereldmuseum in Leiden te kijken naar twee van haar borduurwerken, allebei even mooi en gedetailleerd.

Met fijne steken en kleine textielfragmentjes creëert Britta begrijpelijke voorstellingen van (onder andere) rendiermigraties, het dagelijks leven van Sámi-families, traditionele gebruiken/rituelen en (soms gruwelijke) gebeurtenissen uit de politieke strijd voor emancipatie. Van veraf lijken haar borduurwerken net schilderijen. Van dichtbij zie je steeds meer details en zo ontdek je langzaam uit hoeveel steken en stofjes één boompje of bergwand bestaat. Ontzettend knap gedaan, ik vind het echt mooi. Deze twee kunstwerken komen allebei uit 2011 en hebben geen titel. Aan de wand tegenover de werken, wordt een korte film over het leven en het werk van Britta vertoond. Het is de documentaire “Sylkvasse Sting” (“Messcherpe Steken”) van het Nasjonalmuseet. De video staat ook op YouTube:

De geschiedenis van de Sámi raakt mij over het algemeen en de borduurwerken van Britta Marakatt-Labba raken mij in het bijzonder. Waarom precies kan ik niet goed uitleggen, maar het gevoel heeft sowieso te maken met de leefwijze van de Sámi. Ik deel hun spirituele opvattingen over de natuur en ik vind dat hun praktische omgang daarmee een voorbeeld moet zijn voor anderen. Als iedereen op aarde filosofieën van balans en eerbied zou nastreven, zou het leven op aarde veel minder penibel zijn. De campagnes die de Sámi voeren gaan over de verbetering van hun eigen positie, natuurlijk, maar tegelijkertijd zijn hun standpunten urgent voor ons allemaal. Misschien is dat precies waarom hun verhaal nog lang niet is uitverteld.

Koska mä oon vantaalainen

Die zin uit Käärijä’s recente nummer vertaalt letterlijk naar: “Omdat ik uit Vantaa kom“. Sinds ik een korte teaser van het lied hoorde, was ik verkocht. En nu hij uit is, luister ik ‘m veel vaker dan ik wil toegeven. 😀 De beat is perfect en de tekst is ludiek. Het nummer is namelijk een soort ode aan Vantaa. Wat is dat dan voor plek?

Käärijä – Vantaalainen (via YouTube):

Vantaa ligt een stukje boven Helsinki. Om de geschiedenis ervan te begrijpen, kijken we eerst naar de tijd waarin Finland nog deel uitmaakte van het Zweedse Rijk (van de 12e eeuw tot aan 1809). In die periode was het gebied een lappendeken van dorpjes langs de Vantaa Rivier. De economie bestond uit landbouw en handel met het achterland. De strategische ligging maakte Vantaa ook interessant voor dienstbodes van de Zweedse koning die belasting kwamen innen in Finland. Lokale bewoners probeerden die belastingen geregeld te ontwijken, wat leidde tot spanningen met de Zweedse autoriteiten. Misschien was dat wel een vroege hint van Vantaa’s eigenzinnigheid. 😉

De historische kern van Vantaa is de Sint-Laurenskerk; een middeleeuws stenen kerkgebouw waarin waar religie en macht hand in hand gingen, want de geestelijken werkten nauw samen met lokale machthebbers. De kerk bewaakte om dezelfde reden ook een beetje de sociale normen van de plattelandsbewoners uit de omgeving. Vanwege de Finse Reformatie verloren de geestelijken in de 16e eeuw echter langzaamaan hun grip op de bevolking. En in de 19e eeuw veranderden zelfs de machthebbers, want toen vestigden de Russen het “Groothertogdom Finland”. Vantaa bleef altijd relatief landelijk, maar zeker niet onbelangrijk. Er werd nieuwe infrastructuur aangelegd, zoals de (vandaag zeer vitale) spoorlijn richting Helsinki.

De grootste omwenteling kwam echter pas na de Tweede Wereldoorlog. Voor de Olympische Spelen van 1952 werd in het gebied het huidige Helsinki Airport aangelegd. Een symbool van vooruitgang en goed voor de economie, maar ook een lokaal drama omdat de boeren uit het gebied hun land (onvrijwillig) moesten afstaan. Het landschap van Vantaa veranderde drastisch en het vliegveld kreeg ironisch genoeg de IATA-code “HEL“, voor Helsinki.

Vandaag is de meeste reuring te vinden achter het station van Tikkurila (Dickursby in het Zweeds), want daar strekken de shopcentra en eetgelegenheden zich eindeloos uit. Met de feestdag Vappu was hier de braderie.

Verder heb je in Vantaa een aantal belangrijke musea. Je kunt vliegtuigen bekijken en alles leren over de luchtvaart in het Finse Luchtvaartmuseum. Voor creatieve, culturele uitspattingen moet je in het kunstmuseum Artsi zijn en om het landelijke verleden van de regio te ontdekken kun je naar het Vantaa Landbouwmuseum. In Tikkurila heb je ook nog het gratis stadsmuseum van Vantaa. Het zit in het oude stationsgebouw, recht naast het nieuwe station. Ik had het graag willen bezoeken, maar vanwege de feestdagen was het dicht. Als laatste (en daar direct om de hoek) heb je het wetenschapsmuseum Heureka. Het is extra aantrekkelijk gemaakt voor kinderen, met scheikundige proefjes en wiskundige spelletjes. Het doet sterk denken aan NEMO in Amsterdam. Buiten vind je de “Heureka Stenentuin”, waar steenmonsters liggen van elke soort steen die in Finland voorkomt. Met andere woorden: een hemel op aarde voor een nerd als ik. Ik heb natuurlijk al die bordjes bekeken en me heerlijk staan verwonderen over die stenen. Zo leuk gedaan, wie bedenkt zoiets?! 😀

Vantaa kreeg reeds in 1972 officiële stadsrechten. De meningen van de Finnen zijn hierover nog altijd verdeeld. Voor de één is Vantaa inderdaad een stad, maar toch niet meer dan een zielloze voorstad van Helsinki. Voor de ander is Vantaa nog altijd een dorp. Een rustige plattelandsgemeenschap dichtbij de stad. En voor Käärijä, die er opgroeide, is het een verademing. Een overzichtelijk, charmant stadje met een eigen gezicht. Hij zingt dan ook:

En lang voordat dit nummer uitkwam, maakten de kunstenaars Viivi Vierinen, Juha Lahtinen en Joonas Koponen al een schitterende, megagrote mural van Käärijä op de zijkant van het Prisma-winkelcentrum. Om het kunstwerk te aanschouwen, loop je onder een parkeerpoort door om bij de binnenplaats van een appartementencomplex te komen. Dat betekent dus dat er van alle kanten huizen uitkijken op de mural. Tja, de bewoners beginnen hun dag in ieder geval vrolijk als ze de gordijnen openschuiven.

Ik heb weleens slechte verhalen gehoord over bepaalde buurten in Vantaa. Met name Tikkurila zou onveilig en druk zijn. Als Nederlander die bijna haar hele leven in de buurt van Amsterdam gewoond heeft, vond ik dat allemaal wel meevallen. Laat in de avond zijn er nog mensen op straat en rijden er nog auto’s rond met harde muziek, dat is waar. Maar met het raam dicht merk je dat niet. De feestelijkheden van Vappu waren in Vantaa overdag net zo gemoedelijk en gezellig als in Helsinki. Ik ben het dus wel met Käärijä eens: dat Vantaa, is zo slecht nog niet.

3x Kort Vikingnieuws

Minder dan drie weken geleden berichtte ik over de ontdekking van de Mørstad Hoard, de grootste Vikingmuntschat die ooit in Noorwegen gevonden is. Maar enkele dagen later las ik dat er in Denemarken in dezelfde periode ook iets moois opgeduikeld was. Vervolgens zag ik nóg een ontdekking voorbijkomen uit Noorwegen. En ondertussen kwam er ook nieuws uit Zweden. Het ging sneller dan ik kon typen, ook omdat ik druk bezig was met de eindexamens. Maar het is allemaal zo interessant, dat ik besloten heb om de nieuwtjes te bundelen in dit artikel. Nooit gedacht dat ik dit ooit zou schrijven, maar ik presenteer u… het Vikingnieuwsbulletin van mei 2026.

Denemarken – 8 mei 2026

Op 22 april ontdekte een man tijdens een boswandeling in Rold (provincie Nordjylland) iets heel opmerkelijks. Tussen het struikgewas staken twee gouden (!) armbanden uit de grond. De man maakte een melding en archeologen haastten zich naar de vindplaats voor verder onderzoek. Ze vonden uiteindelijk nog vier armbanden, samen goed voor bijna 800 gram goud! De schat kreeg direct een naam, namelijk de “Rold Hoard“. Deze vondst is één van de grootste Viking-goudvondsten ooit in gevonden Denemarken… En dat terwijl goud als materiaal voor juwelen veel minder vaak voorkwam dan zilver. De sieraden stammen uit de regeerperiode van koning Harald Blauwtand, net als de recent ontdekte graven bij Lisbjerg waar ik al eerder over schreef. De armbanden kunnen als koninklijke geschenken aan bondgenoten of krijgers gegeven zijn. Een andere mogelijkheid is dat het goud bewust door een rijke eigenaar begraven is tijdens een onrustige periode of als offer aan de goden. Eén van de armbanden valt extra op door een uniek zigzagpatroon dat zelden bij Vikingkunst wordt gezien. Net als bij de Mørstad Hoard, werd de vindplaats een paar weken geheimgehouden voordat het nieuws naar buiten kwam. Binnenkort zullen de armbanden te zien zijn in het Aalborg Historiske Museum.

© Nordjyske Museer

Noorwegen – 10 mei 2026

In de buurt van het Noorse dorp Brandbu (provincie Innlandet) trok de 6-jarige Henrik Refsnes Mørtvedt een Vikingzwaard uit de grond. Hij was met zijn klas op schooltrip bij de Rækstad-boerderij en de kinderen liepen over omgeploegde velden. Henrik zag een ijzeren knop uitsteken en trok vervolgens letterlijk een artefact uit de grond dat meer dan een millennium oud is. Het zwaard stamt vermoedelijk uit het vroege Vikingtijdperk, dus het einde van de 8e eeuw. Dat was in Scandinavië de Merovingische periode en daarover is minder bekend dan over het late Vikingtijdperk. Het type zwaard is een enegget (een enkelsnijdend zwaard, met één scherpe kant). Het onderzoek loopt nog en archeologen hopen met röntgenonderzoek en metaalanalyse te ontdekken hoe het zwaard gemaakt en gebruikt is. Wat een verhaal voor die kleine man! 😀

Zweden – 11 mei 2026

Het Historiska (Historisch Museum) in Stockholm heeft 3D-scans van de Vendel-helmen gemaakt en gepubliceerd op hun website. Deze beroemde helmen werden gevonden in bootgraven in Vendel, Valsgärde en Ultuna (provincie Uppland) en stammen uit de Vendeltijd (ca. 550-750). Let op: deze periode ging dus vooraf aan de Vikingtijd en moet als een afzonderlijke historische periode worden beschouwd. Historici zeggen vaak dat het einde van de Vendeltijd ongeveer het begin vormt van het Vikingtijdperk; geplaatst zo rond het jaar 750 na Christus. De Vendeltijd wordt vooral als een eigen periode gezien vanwege de uitgesproken krijgerscultuur en de rijk versierde wapens. Toch is de Vendeltijd ook interessant in de context van de Vikingen omdat er duidelijke continuïteiten zichtbaar zijn in die krijgerscultuur. En ook de grafrituelen, kunst en materiële cultuur hebben veel parallellen.

Het museum heeft de helmen met fotogrammetrie tot in de kleinste details digitaal vastgelegd, inclusief de bronzen decoraties en brilvormige gezichtsbescherming. Via deze link kun je de modellen bekijken. Je kunt inzoomen en je kunt ze met je muis draaien en zelfs downloaden via platforms als Sketchfab. Het project maakt deel uit van een groter Europees project (met de naam “Twin It!“) om erfgoed te digitaliseren en toegankelijk te maken voor een wereldwijd publiek. Ik dacht meteen na over manieren om de scans te gebruiken voor geschiedenisles op school. Dit vind ik nog eens een geweldige inzet van moderne technologie! 🙂

© Historiska Stockholm, CC-BY 4.0

Appetijtelijk kijken in het LAM

Afgelopen weekend bezochten mijn moeder en ik het LAM in Lisse. We waren er allebei nog nooit eerder geweest en ik was erg benieuwd naar een specifiek doek waarover ik in het Museumtijdschrift gelezen had: een portret met… kaas.

Op dit moment loopt namelijk de tentoonstelling “Lekker portret”, boordevol eetportretten. Dat zijn kunstwerken waarin voedsel als gezicht of karakter wordt verbeeld. Op de bovenste verdieping loop je als bezoeker zodoende langs kunstwerken waarin je een glimlach kan ontdekken, of juist een sip gezichtje. Het zien van gezichten in dingen die eigenlijk geen gezicht zijn, noem je pareidolie. Het eerdergenoemde doek met de plak kaas vond ik daarvan het beste voorbeeld. Het schilderij is van Robert Roest en heet “Casus I”. Ik werd er zelf erg geval vrolijk van. 😀

Op de tweede en eerste verdieping (in het LAM loop je van boven naar beneden) zijn nog meer werken te zien die met smaak, voedsel, eetcultuur of walging te maken hebben. Het LAM staat dan ook bekend om moderne kunst rondom eten, drinken en consumeren. De foto’s hierboven en hieronder tonen slechts een greep daarvan. Het ene werk is nog absurder dan het andere, zoals “Jan Patat” van Sietske Zandbergen. Een ongemakkelijk figuur, waar je dan toch even naast wil gaan zitten. Een enkel werk vond ik ronduit smerig, zoals de kauwgomballen van Kira Fröse. Goed, het materiaal was keramiek, maar de associatie met uitgekauwde kauwgomproppen maakte dat ik er geen foto van gemaakt heb. Andere schilderijen waren gelukkig stukken frisser, zoals “Iceberg Lettuce” van Tjalf Sparnaay. Daar kreeg je bijna trek van.

Indrukwekkend is de installatie van Itamar Gilboa, die een jaar lang bijhield wat hij at en dronk en het eindresultaat tot uiting brengt in een werk met 8000 porseleinen voedselproducten. De titel is “Self Portrait – What I Ate in a Year”. Dit is misschien wel het bekendste werk dat het museum heeft.

Het laatste grote driedimensionale werk waar je langsloopt, is “Bad Grapes” van Kathleen Ryan. Deze druiven van edelstenen en kralen trekken meteen de aandacht. De afzonderlijke steentjes glinsteren je tegemoet. Ik, als ekster die van edelstenen houdt, kan hier echt uren naar kijken. Zo mooi. En alle losse delen maken een herkenbaar geheel. Dit zijn de enige rotte druiven die je in je huis zou willen hebben!

En nog een eervolle vermelding voor een foto waar wij hard om moesten lachen, van een druiventakje op een stukje keukenpapier. Als mijn moeder druiven eet, legt ze ook altijd een klein takje op een stukje keukenpapier na het wassen van de druifjes. Dan eet ze het trosje uit de hand, met het keukenpapiertje eronder tegen het druppen. Ze had het thuis direct nagemaakt, hahaha. Kan ze dit werk nu verkopen? 🙂

Of de getoonde werken nu wel of niet kunstwaardig zijn, is natuurlijk een kwestie van perspectief en smaak. Wij hebben in ieder geval een gezellige tijd gehad in het museum en deden na afloop ook nog even een rondje door de tuinen van Kasteel Keukenhof, dat er direct naast ligt. Het LAM is goed te bereiken en er is gratis parkeergelegenheid. Bedenk van tevoren wel even of je het LAM gaat (wilt) bezoeken als de Keukenhof ook open is. Dit veroorzaakt namelijk een behoorlijke file rondom het terrein. Daar hadden wij niet over nagedacht en zo waren we ineens een half uur langer onderweg. Afijn, het was niet onoverkomelijk, maar wel iets om rekening mee te houden. In het museum zelf was het weer rustig en overzichtelijk. 🙂

De Tijdlijn van Suomenlinna (Finland)

Eindelijk! Deze nieuwe tijdlijnvideo toont de geschiedenis van Suomenlinna, een forteiland voor de kust van Helsinki (Finland). In de 18e eeuw werden deze kalme, kale rotsen door de Zweedse overheid omgevormd tot een indrukwekkend bastionfort. Het project kreeg de naam “Sveaborg” (“Kasteel van de Zweden“) en was bedoeld om de Finse kustlijn te verdedigen tegen aanvallen van het Russische Rijk.

Als gevolg van de Finse Oorlog (1808-1809) wisselden de eilanden van eigenaar. Terwijl het Zweedse Rijk afbrokkelde, werd Sveaborg door de Russen beheerd en gemoderniseerd. Aan het begin van de 20e eeuw had de Russische administratie de handen vol aan de Eerste Wereldoorlog en de interne Russische Revolutie(s). Finland werd onafhankelijk en het fort werd omgedoopt tot “Suomenlinna” (“Kasteel van Finland“).

Het bezoeken en filmen van Suomenlinna was voor mij een bucket list-ervaring. Al jaren had ik plaatjes en informatie over deze plek op mijn telefoon staan en nu had ik eindelijk de kans om het met eigen ogen te bekijken. Zelfs in de winter is het een fijne en makkelijke plek om te bezoeken; het pontje brengt bezoekers in 15 minuten heen en weer. Veel gebouwen, winkels en cafés zijn open in het laagseizoen; zo ook het Suomenlinna Museum. Dat is sowieso een warme en leerzame plek. Ik was positief verrast door de faciliteiten op de eilanden. Zomers is er zelfs nóg meer te beleven. Dit is in alle seizoenen een indrukwekkende plek. 🙂

En daar gaat ook het laatste Vikingschip…

Niet weg, niet naar de overkant van de Noordzee, niet over woeste wateren om te handelen met onbekende volken… Nee, vandaag wordt het Tune-schip verplaatst naar het nieuwe Vikingtidsmuseet nabij Oslo.

Dit is het laatste Vikingschip dat met bloed, zweet en tranen naar de nieuwe tentoonstellingsruimte verplaatst moet worden. In november schreef ik al over de verhuizing van de Oseberg en de Gokstad (lees het artikel hier). De Tune spreekt misschien minder tot de verbeelding, omdat dit schip er niet zo indrukwekkend uitziet als zijn grotere broers. Het is ook minder gepreserveerd dan de andere twee; dat kun je meteen zien. Maar juist daarom is het ook het meest historisch authentieke schip uit de collectie!

De Tune is in 1867 opgegraven in Sarpsborg (Rolvsøy) in Østfold. Aan het begin van de 10e eeuw is het gebruikt als grafschip, het jaartal wordt geschat op 910. Het schip zelf is iets ouder dan dat en is waarschijnlijk van tevoren nog gebruikt op het water. Het is de laatste onderneming van het monsterproject om het nieuwe Vikingtidsmuseet te realiseren. De Tune legt een “pad” af van maar liefst 130 meter. De totale verhuizing duurt dan ook 3 dagen, waarvan vandaag de belangrijkste dag is. Ik ben deze keer wat meer betrokken dan ik bij de andere schepen was. Omdat het nu voorjaarsvakantie is, kan ik de live-updates volgen. Ook meekijken? Schakel over naar de sociale media van het museum via @vikingtidsmuseet.

Aan het einde van deze week mag het team zó trots zijn op deze prestaties! Dan staan de drie Vikingschepen klaar voor het grote publiek. 🙂

Op avontuur onder het Domplein (Utrecht)

Ik kreeg laatst een uitnodiging voor een heel leuk uitje: een rondleiding door Paleis Lofen in Utrecht. Deze keizerlijke residentie staat vandaag niet meer overeind… maar bestaat nog wel onder de grond!

De rondleiding begint op het Domplein. Daar schetst de gids een beeld van de historische context. Hoe zag Utrecht eruit in de hoge middeleeuwen? Wat was het belang van de rivieren in de omgeving? Wie had er de macht? Het begint eigenlijk al met een mini-college op de plek waar het allemaal gebeurde. Daarna loop je door naar de tegenwoordige “ingang” van Paleis Lofen, aan de Vismarkt. Daar daal je af naar beneden, totdat je in zalen staat die onder het Domplein liggen.

Onder de grond vertelt de gids verder. Je krijgt ook een audiotour met meer informatie over de vondsten in de vitrines. En als afsluiter neem je plaats in een filmzaal, waar drie grote schermen ervoor zorgen dat je zelf getuige wordt van de geboorte van Utrecht. Het geluid komt uit alle hoeken en je hebt ogen tekort. Als je in het midden van de zaal zit, lopen de schermen bijna 360 graden rond!

In de video hieronder neem ik jullie mee. Maar eigenlijk gaat er niets boven de ervaring ter plaatse. Als je in de kelders onder de imposante zuilen doorloopt, waan je je direct in de middeleeuwen. Zeker met de archeologische vondsten erbij, krijg je een heel accuraat tijdsbeeld. En in de laatste ruimte waar de rondleiding langs voert, kun je zelfs nog op een stukje Romeinse muur staan. Echt een uniek ondergronds avontuur!


Veel dank aan Stichting Ondergronds Domplein voor de uitnodiging.