In het weekend van 14, 15 en 16 juni vinden weer de Nationale Archeologiedagen plaats. Door het hele land kun je (gratis) lezingen, opgravingen en musea bezoeken, meegaan met historische wandelingen en je eigen vondsten laten inspecteren door archeologen. Kijk op de website om je bezoek te plannen.
Een absolute aanbeveling van mij is een bezoek aan het terrein van de Field School van de Universiteit Leiden in Oss (aan de Gewandeweg). Daar staat namelijk een team van universitaire medewerkers, studenten en archeologen klaar om jullie alles te leren over opgraven, determineren en conserveren. Scroll naar beneden voor een sfeerimpressie van de opgravingen in Oss.
Toen ik mijn studiekeuze moest maken, heb ik serieus overwogen om de Bachelor Archeologie te gaan volgen. Uiteindelijk viel de keuze toch op de Bachelor Geschiedenis, maar het scheelde niet veel. Als ik voor AlomHistorisch iets met archeologie mag doen, kan ik mijn enthousiasme ook maar moeilijk verhullen. Op 15 mei kon ik een dagje meelopen bij de Field School Archeologie van de Universiteit Leiden. Wat een mooie kans! Hier leren eerstejaarsstudenten de kneepjes van het vak, omdat ze hun -in het klaslokaal geleerde- vaardigheden in de praktijk kunnen toepassen. Wat mogen de studenten allemaal doen op deze opgravingssite bij Oss? We laten het zien in de video hieronder:
Deze crypte (grafkelder) is onderdeel van de beroemde Hexham Abbey, een kerk gewijd aan Sint Andreas in Hexham, Northumberland. Onderwaterarcheoloog Gary Bankhead en zijn vrouw namen me laatst mee naar Hadrian’s Wall en onderweg koos Gary Hexham als halte voor een koffiestop. Zodoende zijn we ook even naar beneden gegaan in de crypte en kon ik wat foto’s nemen. Ik ben zo dankbaar! 🙂
De bouw van de kerk begon in 674, maar het gebouw kreeg pas zijn huidige vorm en opzet in de 12e eeuw. Sindsdien is nog een aantal kleine uitbreidingen toegevoegd. Fascinerend genoeg bestaat de crypte uit Romeinse stenen. Deze zijn weggehaald uit de Romeinse gebouwen in de omgeving en daarna hergebruikt in de kerk (en dat recyclen van Romeins bouwmateriaal is overigens een veelvoorkomende praktijk).
De zuidelijke gang bevat enkele stenen met een blad-en-bespatroon. De Angelsaksische bouwers hebben mogelijk over de rest van deze kunst gepleisterd, om de muren daarna te kunnen versieren met nieuwe afbeeldingen geïnspireerd op Bijbelse verhalen.
De meest opvallende Romeinse steen bevat een inscriptie met waardevolle informatie. Er staat namelijk ingekrast dat de constructie gebouwd werd in opdracht van keizer Lucius Septimus Severus Pius Pertinax en zijn zoons. Deze steen heet de “Geta Stone” en is vernoemd naar één van de zoons, wiens naam eruit gekrast is nadat hij een machtsstrijd tegen zijn broer Caracalla verloren had (de andere zoon dus).
In 875 werd Hexham geplunderd door de Vikings, onder leiding van de beroemde/beruchte Hálfdan Ragnarsson. De kerk brandde af tot de grond, maar de crypte bleef intact.
Vrije interpretatie van Hálfdan Ragnarsson (uit A Child’s Book of Warriors door Canton Williams, 1907).
De centrale ruimte van de crypte op de foto hiernaast was vroeger een kleine kapel, waarin monniken heilige relieken tentoonstelden aan pelgrims, mogelijk van Andreas.
Wanneer mijn leerlingen overwegen om geschiedenis of archeologie te studeren, kan ik ze helpen met hun eventuele vragen. Bij de studie archeologie hoort echter een sub-discipline waar ik weinig over weet, maar dat de laatste jaren wél aan populariteit wint: onderwaterarcheologie.
Omdat ik zelf ook met vragen zat, schakelde ik de hulp in van onderwaterarcheoloog Gary Bankhead. Ik nodigde hem uit in Leiden, waar ik hem mocht interviewen in Museum de Lakenhal. Gary is beroepsmatig brandweerman geweest en ging pas archeologie studeren aan het einde van zijn loopbaan. Omdat hij voor zijn werk in topconditie moest zijn en ook al jaren een ervaren scuba-duiker was, kon hij de stap naar onderwaterarcheologie makkelijk maken. Maar dit werk is niet voor the faint of heart, want het is wel degelijk iets anders dan traditionele archeologie.
Gary werkt inmiddels als professional mee aan de serie River Hunters op History Channel. In dit programma lijkt het allemaal zo makkelijk, maar in het interview hieronder schetst Gary een reëler beeld van het opgraven onderwater. Waar moet je allemaal rekening mee houden? En wat voor objecten kom je dan tegen onderwater? In ons gesprek staan zogeheten “lakenloodjes” centraal (Gary’s specialiteit). Deze objecten, die erg op munten lijken, onthullen Europese handelsnetwerken en vormen daarmee nieuw archeologisch bewijs voor contact tussen handelssteden. Gary heeft er een paar meegenomen naar Leiden om aan ons te laten zien. Geheel toepasselijk voor het onderwerp, vond het interview plaats in de Regentenkamer van Museum de Lakenhal: de exacte plek waar textiel uit Leiden vroeger gekeurd werd en een lakenloodje kreeg. Hoe mooi kan het zijn?!
Nederlandse ondertiteling beschikbaar via YouTube
Met dank aan Museum de Lakenhal voor het faciliteren van het interview.
Dit weekend vond het jaarlijkse internationale conferentieweekend van de Britse Finds Research Group (FRG) plaats in Leiden. Vanuit mijn connectie met de Universiteit Leiden mocht ik het volledige programma volgen… En wat heb ik genoten! We hebben workshops gevolgd in zowel Leiden als Haarlem en als kers op de taart gingen de deuren van het archiefdepot van het Rijksmuseum van Oudheden voor ons open. Het klinkt cliché, maar dat is voor historici en archeologen een absolute snoepwinkel waar je eeuwig zou willen blijven rondneuzen. Hieronder een kort verslag.
Vrijdag 10 november
Op de vrijdag begon het programma in het Rijksmuseum van Oudheden, waar de FRG welkom geheten werd door Annemarieke Willemsen (conservator collectie middeleeuwen). Er volgde een lezing omtrent de nieuwe wisseltentoonstelling “Het Jaar 1000: Nederland in het Midden van de Middeleeuwen”. Zo werden we alvast voorbereid op wat we daarna in het museum mochten bekijken. Persoonlijke favorieten waren de Ansfridus-codex (rijkelijk gedecoreerd met edelstenen) en de Scandinavische sieraden uit de hoogtijdagen van de Noormannen.
Vervolgens liepen we naar het archiefdepot van het RMO. Een hele unieke kans om de collectie van nabij te bewonderen. Natuurlijk is het meeste materiaal veilig opgeborgen in dozen en kasten, maar wat er momenteel onderzocht wordt staat uitgebreid uitgestald op tafels en planken (zo wordt het overzicht bewaakt tijdens het categoriseren en onderzoeken). Van scarabeeën tot kruiken, van Romeinse helmen tot vroegmiddeleeuws glaswerk. Schitterend om zo bij elkaar te zien! Speciaal voor mij en onderwaterarcheoloog Gary Bankhead werden de lakenloodjes van het RMO (letterlijk) uit de kast getrokken. Zo veel! Zo divers! Die moesten we even nader bekijken en filmen vanwege ons gezamenlijke filmproject, maar daarover volgen nog aparte berichten op de site.
In de middag verzamelden we bij het Textile Research Centre, waar we uitleg kregen over het belang van textiel en kleding als historische bron. Er was een wisseltentoonstelling over nachtmode door de decennia heen. Op de paspoppen zagen we authentieke Amerikaanse korsetjurken uit de jaren ’20, originele zijden shortama’s uit het naoorlogse Italië… en alles er tussenin. Zo beseften we ook gelijk weer hoe zeer cultuur en geschiedenis in kleding tot uiting komen.
Zaterdag 11 november
Op zaterdag pakten we de trein naar Haarlem, waar we eerst het Teylers Museum bezochten en vervolgens een wandeling met een gids door de binnenstad maakten. Beide plekken waar ik al vaak geweest ben, maar vandaag ontdekte ik toch weer nieuwe trivia. Dat blijft leuk. En in het Teylers was er een aantal atlassen van de fameuze kaartenmakersfamilie Blaeu uitgelicht. Ik laat mijn leerlingen altijd plaatjes uit hun atlassen zien, maar dit was de eerste keer dat ik de boekwerken in het echt zag. Wat een details!
We sloten de dag af in het Archeologisch Museum Haarlem, dat gevestigd is in een prachtige middeleeuwse kelder aan de Grote Markt. Bovendien is de entree gratis, dus pak dit museum zeker mee bij een volgend bezoek aan de stad. Na een gezamenlijk diner namen we de trein weer terug naar Leiden.
Zondag 12 november
De laatste dag van het conferentieweekend! De invulling hiervan was vrij. Gary Bankhead en ik hadden een afspraak in Museum de Lakenhal, waar we één van de indrukwekkende stijlkamers mochten gebruiken om een video op te nemen. En zo kwam het, dat ik Gary interviewde over zijn vondsten (in het bijzonder Europese lakenloodjes) op de plek waar het Leidse textiel vroeger gecontroleerd en gekeurd werd. Dus op dé plek waar het Leidse laken zo’n lakenloodje kreeg! Een schitterende samenloop van omstandigheden, waar we Museum de Lakenhal zeer dankbaar voor zijn. De video verschijnt binnenkort… dus stay tuned! In de namiddag vlogen de meeste leden van de FRG weer terug naar Engeland en pakte ik zelf de trein weer terug naar huis. Ik heb zo enorm genoten! Ik wil alle betrokkenen dan ook hartelijk bedanken voor de interessante bijeenkomsten.
Ik zag weer een nieuwsbericht over een bijzondere archeologische vondst voorbijkomen, deze keer over een opgraving bij een heidense tempel in Noorwegen.
In het dorpje Hov (in de provincie Innlandet) hebben archeologen tientallen piepkleine gouden figuurtjes van meer dan 1400 jaar oud gevonden. De gouden plaatjes zijn extreem dun, bijna net zo fragiel als papier. En ze zijn ook nog eens klein van formaat, ongeveer zo groot als een vingernagel. Toch bevatten ze verrassend gedetailleerde afbeeldingen uit de Noordse mythologie, waaronder de god Freyr en de reuzin Gerðr. Zulke figuurtjes zijn vaker gevonden in Scandinavië en worden gullgubber genoemd, wat letterlijk “gouden mannetjes” betekent. Ze stammen uit de Merovingische periode, dus uit de eeuwen net vóór het Vikingtijdperk. Maar omdat het einde van de Merovingische periode samenvalt met het begin van het Vikingtijdperk, kennen deze opeenvolgende perioden nog veel culturele overeenkomsten. De gullgubber zijn daar een goed voorbeeld van.
Archeologen troffen de gouden plaatjes aan op een plek waar ooit een belangrijk religieus gebouw stond. Ze lagen niet zomaar verspreid, maar waren bewust in paalgaten gestopt. Ook lagen ze langs de voormalige muren van de tempel. Dat houdt verband met rituele en symbolische betekenissen, die we vandaag helaas niet meer kennen. Maar de onderzoekers vermoeden daarom wel dat de figuurtjes geen alledaagse sieraden waren, maar juist offers die bedoeld waren om de goden gunstig te stemmen. Mogelijk vroegen de mensen met deze offers om bescherming, vruchtbaarheid of voorspoed voor het gebouw of hun gemeenschap.
Doordat deze gullgubber nog precies op hun oorspronkelijke plek lagen, is de archeologische context meteen duidelijk. Dat is uitzonderlijk, omdat vergelijkbare vondsten vaak los in de grond worden aangetroffen zonder duidelijke relatie tot een gebouw. Archeologe Kathrine Stene benadrukt dat de ontdekking extra bijzonder is omdat gullgubber meestal in grotere tempelcomplexen worden gevonden. Het gebouw in Hov is namelijk relatief klein. Over heel Scandinavië zijn er inmiddels duizenden gullgubber ontdekt, maar elke nieuwe vondst draagt bij aan ons begrip van de Noordse mythologie, spiritualiteit en cultuur in de periode vóór de Vikingtijd.
Vandaag toverde ik in 3vwo een mini-replica van één van de belangrijkste archeologische vondsten ter wereld tevoorschijn. Tot mijn grote vreugd vonden de leerlingen dit malle ding hartstikke interessant en waren ze ijverig bezig om de betekenis ervan te ontdekken.
In 1799 vonden Franse soldaten bij het Egyptische stadje Rosetta (Rashid / رشيد) een donkere steen met drie soorten tekst. Deze Napoleontische soldaten waren op expeditie en besteedden hun vrije tijd aan het opduikelen van cultuurhistorische objecten. Destijds een acceptabele praktijk, nu toch wel behoorlijk dubieus te noemen. Afijn, de vondst werd “de Steen van Rosetta” genoemd. Het bleek de sleutel tot het ontcijferen van het Egyptische hiërogliefenschrift.
Op de steen staat dezelfde inscriptie in drie talen: het hiërogliefenschrift, het Demotisch (een versimpeld hiërogliefenschrift voor alledaags gebruik) en het Grieks. Voor de liefhebber: de tekst is een decreet van farao Ptolemaeus V Epiphanes, uitgevaardigd in 196 v.Chr; over zijn goede regering en de noodzaak om standbeelden voor hem op te richten. Dat er drie keer dezelfde tekst staat, maakte het mogelijk om het mysterieuze symbolenalfabet van de Egyptenaren te begrijpen. In 1822 lukte het de Franse taalkundige Jean-François Champollion om de code te kraken. Vanaf dat moment konden eeuwenoude Egyptische teksten dus weer worden gelezen.
De Steen van Rosetta in het British Museum (1985, foto uit het publieke domein)Schematische tekening (1842, publiek domein)
Op de bovenste foto houd ik een stuk hout vast, waarin de tekst gegraveerd is. Maar de echte steen van Rosetta is een flink brok granodioriet (zie de foto hierboven). Het topstuk is te zien in het British Museum in Londen. Waarom niet in Parijs? Omdat Napoleon het bezette territorium in Egypte uiteindelijk “verloor” aan Britse troepen onder leiding van admiraal Nelson en generaal Hutchinson. Met het Verdrag van Alexandrië eisten de Britten alle wetenschappelijke vondsten van de Fransen op als oorlogsbuit (1801). Dergelijke verhalen gaan overigens schuil achter bijna alle Egyptische topstukken die in Europese musea tentoongesteld worden. Dat is iets om in gedachten te houden.
Gelukkig zijn de wetenschappelijke inzichten die de Steen van Rosetta opleverde wel altijd met de hele wereld gedeeld. Het is een ware taalkundige brug tussen beschavingen!
In 1313 heeft de Deense koning Erik Menved een groot kasteelcomplex laten bouwen op een schiereiland. Maar hoe kwam hij nou uitgerekend dáár terecht? Even later werd er onder de kasteeltoren een gevangenis gegraven, waar niemand minder dan de Zweedse koning Gustav Eriksson (Vasa) een paar maanden heeft moeten wegrotten. Waarom dat zo was en tijdens welke politieke conflicten dit gebeurde, wordt duidelijk in de video hieronder.
De prehistorie is de periode vóór de komst van het schrift. Omdat men op de ene plek eerder ging lezen en schrijven dan op de andere, eindigt de prehistorie voor ieder gebied/land op een ander moment. Nederland heeft een relatief lange prehistorie, omdat het schrift ons land pas bereikte met de komst van de Romeinen.
Alle historische informatie van de periode daarvóór, moeten we uit de archeologie halen. Maar binnen dit discipline is gelukkig heel veel mogelijk, zeker wanneer er moderne technologie ingezet wordt.
Zo hebben archeologen ontdekt dat er bijzondere vuursteenmijnen in gebruik zijn geweest in Valkenburg aan de Geul (Limburg). Zelfs vandaag trek je daar de stukjes vuursteen nog makkelijk uit de grond. Wij gebruiken dit materiaal niet meer in ons dagelijks leven, maar de prehistorische mensen wisten er wel raad mee! Ontdek meer over hun levenswijze in de mini-documentaire hieronder en verbaas je over hun vindingrijkheid.
Naast de huisnummers met de toevoeging “bis” (lees het hier), beschikt Utrecht over nóg een bijzonder stedelijk kenmerk. In de binnenstad zijn de grachten op veel plekken voorzien van zogeheten werfkelders.
Oorspronkelijk waren deze kelders bedoeld als opslagruimten en doorgangsruimten tussen de huizen en de grachten. Zo konden goederen worden getransporteerd over het water, wat voordelen had ten opzichte van het vervoer door de drukke en smerige straten van de binnenstad. De middeleeuwse stenen constructies en de bruggetjes uit de Gouden Eeuw (17e eeuw) brengen je vandaag direct terug naar vervlogen tijden. Leuk om te weten is dat de kelders vaak recht onder de straten liggen. De combinatie van bedrijvigheid in de binnenstad en de opslag en het goederentransport rondom de werfkelders, zorgde ervoor dat Utrecht in feite een stadshaven had.
Zelf een keer spieken? In sommige kelders zitten tegenwoordig winkels, restaurants of kantoren. Loop je langs de Drift, de Oudegracht, de Nieuwegracht, de Plompetorengracht of de Kromme Nieuwegracht, dan kun je op veel plekken met een trapje naar beneden om bij de kelderdeuren te komen. Respecteer daarbij wel de privacy van de bewoners aan de grachten. 🙂