Altijd moeilijk kiezen wat ik ga bezoeken tijdens de Open Monumentendag(en). Uiteindelijk heb ik een lezing over prehistorisch Noord-Holland bijgewoond, een buitenhuis en een ruïne bezocht, een imker het hemd van het lijf gevraagd en een regionaal museum meegepakt. Het was weer een feest!
Auteur: Manon Schouten
DetectorDinsdag: Strandvondst
Aan het einde van de zomer gevonden op het strand: een schroef met een oog (oogbout/schroefoog). Ik dacht eerst dat het een sleutel was, maar hier kun je net zo goed over fantaseren.



Komt het van een schip? Van de strandhuisjes? Welke reis heeft de schroef al achter de rug?
DetectorDinsdag: Vondst tussen het zand
Uit een gebied waar vroeger de eerste duinenrij lag, maar nu bebouwing is gekomen: een onderkaak van een konijn.



De kaak kan eventueel van een haas zijn, maar qua formaat lijkt het mij aannemelijker dat het van een konijn is. Het is geen metaalvondst, maar een toevallige organische vondst die naar boven kwam bij het omscheppen van het zand. Het muntje van 5 eurocent heeft er niets mee te maken, die heb ik ernaast gelegd voor de schaal. En oké, dit alles is niet heel bijzonder… Maar wel gaaf, toch? Zoveel details!
De werfkelders van Utrecht
Naast de huisnummers met de toevoeging “bis” (lees het hier), beschikt Utrecht over nóg een bijzonder stedelijk kenmerk. In de binnenstad zijn de grachten op veel plekken voorzien van zogeheten werfkelders.

Oorspronkelijk waren deze kelders bedoeld als opslagruimten en doorgangsruimten tussen de huizen en de grachten. Zo konden goederen worden getransporteerd over het water, wat voordelen had ten opzichte van het vervoer door de drukke en smerige straten van de binnenstad. De middeleeuwse stenen constructies en de bruggetjes uit de Gouden Eeuw (17e eeuw) brengen je vandaag direct terug naar vervlogen tijden. Leuk om te weten is dat de kelders vaak recht onder de straten liggen. De combinatie van bedrijvigheid in de binnenstad en de opslag en het goederentransport rondom de werfkelders, zorgde ervoor dat Utrecht in feite een stadshaven had.


Zelf een keer spieken? In sommige kelders zitten tegenwoordig winkels, restaurants of kantoren. Loop je langs de Drift, de Oudegracht, de Nieuwegracht, de Plompetorengracht of de Kromme Nieuwegracht, dan kun je op veel plekken met een trapje naar beneden om bij de kelderdeuren te komen. Respecteer daarbij wel de privacy van de bewoners aan de grachten. 🙂
DetectorDinsdag: Poetsen maar!
Gevonden op een zandvlakte waar vroeger een GGZ-instelling stond: een retro tube tandpasta. Vandaag poetsen we onze tanden om ons gebit te reinigen, verzorgen en beschermen, maar hoe ging dat vroeger?


Het zou goed kunnen dat onze voorouders in de prehistorie hun tanden ook met dat doel poetsten. Ze gebruikten takjes en twijgjes van bepaalde planten en kruiden. Afhankelijk van de gebruikte plant, moet dat een geneeskrachtige of verfrissende werking gehad hebben. Vermoedelijk werd er ook zout gebruikt om de tanden te schuren. Wat we zeker weten, is dat de Egyptenaren tandpoeder gebruikten rond 5000 vóór Christus. Dit was een mengsel van koolstaf (as) en vermalen eierschalen en/of botjes. De Grieken en Romeinen voegden daar ook nog kruiden en boomschors aan toe. Zij hebben vastgelegd dat ze hun gebit om hygiënische redenen met dit tandpoeder behandelden.

We maken even een sprong door de tijd. Omstreeks 1824 ontwikkelde de Amerikaan John Peabody een tandpoeder van zeep en glycerine. Nu werden er ook spatels en borstels gebruikt voor het “tandenpoetsen”. Rond 1850 werd de eerste moderne tandpasta (uit zeep en kalk) ontwikkeld door de Amerikaan Washington Wentworth Sheffield. Ja, de beste kerel had drie plaatsnamen als eigennaam. Zijn pasta werd als “Dr. Sheffield’s Creme” verkocht in glazen potjes. Vanaf 1892 werd het ook in tubes verkocht.
Overigens werd er pas in 1936 voor het eerst tandpasta in Nederland verkocht. En sindsdien zijn er allerlei nieuwe en verbeterde ingrediënten aan tandpasta’s toegevoegd die ons gebit maximaal reinigen en verzorgen. Dat kunnen we eenvoudig bewijzen door de tanden van overleden personen uit verschillende perioden te vergelijken: tegenwoordig hebben oude mensen veel vaker nog hun eigen, gezonde gebit op het moment van overlijden dan vroeger het geval was.
Lekker blijven poetsen, dus! 😀
Afwijkende Utrechtse huisnummers
Wie weleens in Utrecht komt, heeft deze vreemde toevoeging aan de huisnummers vast weleens gezien: “BIS”, “bis A” of “BIS B”. Waar slaat dat eigenlijk op?


Het woord “bis” betekent “twee(maal)” in het Latijn. Wanneer een gebouw met een bepaald huisnummer later werd opgedeeld in meerdere woningen en/of kantoren, werd er onderscheid tussen de ruimten gemaakt door “bis” aan dit huisnummer toe te voegen. Een woning op de begane grond heeft dan bijvoorbeeld huisnummer 5 en de woning op de bovenverdieping (in hetzelfde gebouw) 5 bis.


Wanneer er nog meer afzonderlijke verdiepingen zijn, krijg je…
- Huisnummer 5 (begane grond)
- Huisnummer 5 bis (eerste verdieping)
- Huisnummer 5 bis A (tweede verdieping)
- Huisnummer 5 bis B (derde verdieping)
Voor zo ver mij bekend is, is Utrecht de enige Nederlandse stad met deze toevoeging aan de huisnummers. In Parijs komt het echter ook voor.
DetectorDinsdag: DIESEL
Gevonden op het strand: een plaatje van gemengd metaal met opdruk DIESEL.



Het lijkt het lettertype van het kledingmerk te zijn. Het hing wellicht aan een petje of aan een schoen. Of zou het van een vaartuig komen en toch op diesel als brandstof duiden?
Het Mosseloproer van Bruinisse (1773)
Dat de mosselvisserij ook heel spannend kan zijn, bewezen de vissers van Bruinisse in 1773.



Bruinisse is een Zeeuws vissersdorp aan de Oosterschelde en aan het Grevelingermeer. Al eeuwenlang wordt er in het bijzonder op mosselen gevist. In de 18e eeuw bloeide het dorp (tijdelijk) dankzij de mosselvisserij. De verse vangst werd aan de ‘kaaien’ (kades) verkocht. Dagelijks voeren er zo’n 100 schepen, vooral “hoogaars”, uit op de Oosterschelde. Maar de drukte van de uitvarende en aanmerende schippers zorgde voor chaos. De Staten van Zeeland (het provinciebestuur) grepen in en stelden in 1771 een ordonnantie op. Bepaald werd dat ieder schip dat de haven van Bruinisse bezocht, zich eerst moest melden bij de havenmeester. Er moest een bedrag van 2 stuivers betaald worden. Vervolgens moesten de schippers wachten tot ze aan de beurt waren om aan te meren en hun vangst te lossen.


De vissers uit Bru (Bruinisse) vonden het oneerlijk dat dit ook voor hen gold, in plaats van alleen voor buitenstaanders. Ook stierven de mosselen tijdens het wachten, waardoor ze onverkoopbaar werden. De vissers klaagden zo lang, dat de regels in 1772 een beetje versoepeld werden. Het was niet voldoende. De vissers uit Bru kwamen in juni 1773 in opstand. Zeker 30 kerels eisten dat de regels zouden verdwijnen. Ze trokken boos naar het huis van de baljuw; een soort politiecommissaris. Daar begonnen ze dingen te vernielen. De spanningen liepen zo hoog op, dat er soldaten vanuit Zierikzee gestuurd werden. Zij moesten de baljuw helpen om de vissers tot bedaren te brengen.

De rust werd hersteld, maar de Bruse vissers bleven hun zaak verdedigen. De ordonnantie paste niet bij de gebruiken van de mosselvisserij en schaadde de economie. De burgemeester van Bru erkende dat uiteindelijk. Daarna voelden de Staten van Zeeland zich ook gedwongen om daar rekening mee te houden. De ordonnantie werd niet ingetrokken, maar werd simpelweg niet meer nageleefd.
Wat vinden jullie, was de reactie van de mosselvissers terecht?
Lekker mosseltje!
Liedje: Bruinisser Visserskoor & Johnny Hoes – Zeeuwse Mosselen
Tip voor het Paasweekend: Lodewijk Napoleon fietsroute
Koning Lodewijk Napoleon, rustig fietsen door de natuur en de Veluwe… Drie dingen waar ik groot fan van ben. De toeristische organisatie van Barneveld, de Stichting Visit Regio Barneveld, heeft een fietsroute uitgezet waarin al deze elementen gecombineerd worden en daarom wil ik dit graag met jullie delen.
Deze nieuwe “Route de Lodewijk Napoléon” is in totaal 55 km, maar kan natuurlijk ook ingekort worden en/of gewandeld worden. De route loopt tussen Amersfoort en Apeldoorn en is gebaseerd op de verharde weg die Lodewijk Napoleon precies daar liet aanleggen in 1809. Die verbetering van de infrastructuur gaf de lokale economie destijds een flinke boost, want ook handelaren (marskramers, eigenlijk) gingen de weg gebruiken. Zodoende kwamen er in de regio allerlei uitspanningen en herbergen bij, waarvan sommige vandaag nog steeds bestaan.



Omdat dat kroondomein Het Loo en het gelijknamige koninklijke paleis bij Apeldoorn liggen, worden in de route beide “koningshuizen” van ons land gecombineerd: de familie Bonaparte en de familie Oranje-Nassau. Naar eigen inzicht kunnen deze plekken natuurlijk ook bezocht worden als tussenstop op de fietsroute. Kortom, onderweg valt er een hoop te beleven met een koninklijk tintje!
Klik hier voor de GPS-kaart en nog wat meer achtergrondinformatie.
