Moesgaard Museum (Aarhus, Denemarken)

Entree: 120 DKK (ruim €16)

Onlangs was ik aan het opruimen in huis. Tussen de hobbyspullen kwam ik het bonnetje tegen van mijn bezoek aan het Moesgaard Museum nabij Aarhus in Denemarken. Geen idee hoe het tussen de verftubes terechtgekomen is, maar ik droomde weg en werd weer helemaal enthousiast. Hieronder zal ik samenvatten waarom.

Ten eerste de vormgeving en architectuur van het gebouw. Over smaak valt niet te twisten, dus je kunt dit mooi of lelijk vinden. Persoonlijk vind ik het praktisch-esthetisch en daarom misschien wel typisch Deens. Er is geen overbodige decoratie aangebracht, maar het heeft toch stijl.

Het gebouw is goed te herkennen, maar het smelt ook samen met het landschap vanwege het groene dak. Ook het feit dat het gebouw deels is ingegraven draagt daaraan bij. Het resultaat is dat de meeste tentoonstellingen zich op een lagere verdieping bevinden dan de hoofdingang; iets wat je meteen ziet als je naar binnen stapt.

Eenmaal binnen zijn er altijd 5 verschillende permanente tentoonstellingen en minstens één grote wisseltentoonstelling. De centrale hal verbindt deze zalen met de entree, de kassa, de museumshop en het restaurant. Bij het betreden van iedere zaal moet je door een poortje, maar de shop en het restaurant zijn vrij toegankelijk.

De wisseltentoonstelling was het onderdeel waar ik als eerste naar binnen ging en ik moest meteen al huilen. Van geluk. En dat kon ook niet anders met een titel als Ud af kaos – Mellem Roms ørne og Odins ravne (“Uit de chaos – Tussen de adelaars van Rome en de raven van Odin”). In deze enorme zaal waren voorwerpen te zien die een beeld schetsten van de turbulente periode van de volksverhuizingen (met een focus op de periode 300-500 na Chr.). Alle objecten toonden aanwijzingen van de ondergang van grote rijken met machtige heersers. Een verrassende insteek, want meestal laten musea juist de glorie daarvan zien.

Amuletten in de vorm van wespen/fallussen
Goud van de Daciërs en Visigoten

Om de ondergang van het West-Romeinse Rijk te illustreren, waren er vitrines met voorwerpen en informatie over de volken die Rome binnenvielen. Zo zag ik sieraden en gebruiksvoorwerpen van Goten, Hunnen en Daciërs. Uniek voor Scandinavië, want er zaten veel bruiklenen bij uit Roemenië en Bulgarije.

De Daciërs droegen amuletten van wespen/horzels. De symboliek daarachter is, zo denken we, dat de drager dezelfde kracht en agressieve moed als het dier verkreeg. Dat kwam in de strijd natuurlijk goed van pas. Tegelijkertijd is het dier een fallussymbool en ook dát zorgde voor voorspoed en vruchtbaarheid. Het kostbare materiaal van bovenstaand exemplaar (goud) versterkte die toegeschreven krachten nog extra. Alleen leidersfiguren konden zich zulke mooie exemplaren veroorloven, waarmee de amuletten waarschijnlijk ook statussymbolen waren.

Gouden ketting met granaat van de Hunnen

Van de Hunnen werd ook een culturele praktijk getoond, namelijk het verlengen van de schedel. Het was voor hen een teken van schoonheid om een ovalen schedel te hebben door het hoofd vanaf de kindertijd strak in te binden, vooral voor vrouwen. Hoe groter het voorhoofd, hoe mooier de vrouw. Het bewijs hiervan zien we vandaag nog terug, als er schedels gevonden worden die nog intact zijn. Of dit de hersenen nadelig aantastte, weten we niet zeker. Hersenen zijn in principe plastisch en kunnen enigszins vervormd worden. Het vermoeden is dat het mogelijk was om normaal te functioneren met een verlengde schedel, maar dat er door het dunnere schedeldak wel meer risico op hoofdletsel en hersenbloedingen was.

Oké, ik moest niet daadwerkelijk huilen. Maar man, ik was zó onder de indruk. Ik vertel mijn leerlingen nog ieder jaar wat ik hier gezien en geleerd heb.

Dan het permanente deel. Drie van de blijvende tentoonstellingen behandelen de geschiedenis van Denemarken door de tijd heen. Deze zalen heten respectievelijk Danmarks Oldtid; Grauballemanden en Middelalderudstillingen.

Danmarks Oldtid behandelt de historische perioden van de Steentijd, Bronstijd, IJzertijd en Vikingtijd in Denemarken. Dit zijn vier verschillende gangen, die je ook afzonderlijk kunt bezoeken. Volg je de looproute, dan pak je ze automatisch allemaal mee. Je leert hier hoe de eerste bewoners van Denemarken geleefd hebben. Zo loop je langs waterputten, ijzersmederijen, boerenerven en zelfs een rivierlandschap met visfuiken. Heel bijzonder zijn de reconstructies van grafheuvels uit de Brons- en IJzertijd, omdat de lichamen hierin liggen zoals ze gevonden zijn, inclusief grafgiften. Bij één van de graven moet je ook echt naar binnen kruipen bij een donkere grafheuvel van aarde en plaggen om de reconstructie te bekijken. In vitrines liggen verder nog ontelbaar veel sieraden en wapens.

De gang die naar de Vikingtijd leidt…

Tja, ook dat was weer janken geblazen. Want bij de ingang staat meteen al de Maskestenen/Århusstenen: een bekende runensteen met een afbeelding van een mythologisch figuur.

Deze Maskestenen is zelfs gebruikt als logo van het museum. Het MoMu heeft in totaal 7 lokale Deense runenstenen uit de Vikingtijd in haar collectie en ze zijn allemaal te zien.

Bij dit deel kun je een losse audiotour volgen, waarvan de kastjes bij de ingang hangen. Uiteraard heb ik er eentje meegenomen omdat ik alles wilde weten. Alles. Ieder icoon heb ik gescand. Als je dat doet, ben je ruim een uur bezig. Maar de bordjes bij de objecten bieden ook al ruimschoots informatie.

Aan het einde van dit onderdeel kom je in een grote hal, met in het midden één van de grote roeiboten die bij de opgraving van het beroemde Noorse Gokstad-schip werd ontdekt. Het is dus niet het Gokstad-schip zelf, dat wordt tentoongesteld in Oslo. Maar het is toch een indrukwekkend en authentiek vaartuig van de Vikingen. Je kunt er omheen lopen en rondom leer je alles over de zeevaart, riviervaart en navigatievaardigheden van de Noormannen.

Dan, helemaal aan het einde van een aparte spiraaltrap (of lift) naar beneden, kun je de laatste rustplaats van de Grauballemanden betreden. Een donkere, ovalen kamer met in het midden het veenlijk van de “Man van Grauballe”. Dit is het best bewaarde veenlijk ter wereld. Deze meneer leefde in de 3e eeuw voor Christus, dus in de Germaanse IJzertijd. Hij werd gevonden in 1952 en bleek een doorgesneden keel te hebben. Mogelijk is hij gestorven door rituele opoffering. Omdat zijn lichaam direct werd geconserveerd in het zure en zuurstofarme veen, is het goed bewaard gebleven.

Zijn lichaam vertoont nog altijd veel details, zoals zijn baardstoppels, zijn nagels en zijn haren. Langs de wanden staan bankjes, dus je kunt even naast hem gaan zitten. Dat heb ik gedaan en wederom was ik ontzettend onder de indruk. Als deze ervaring niet uitnodigt tot wat reflectie over de vergankelijkheid van het leven, dan weet ik het ook niet meer. Even later kwam er een schoolklasje met leerlingen van een jaar of 8 naar binnen. Ze gingen allemaal rustig zitten op de bankjes en ze zullen het ongetwijfeld spannen gevonden hebben, maar niet eng. De begeleider vertelde over het leven van de Grauballeman. Ik bleef gewoon zitten om het verhaal mee te pikken. De manier waarop er in Scandinavië met de dood omgegaan wordt, spreekt me veel meer aan dan de betutteling van de scholieren in Nederland.

Met dat in gedachten, liep ik door naar de gang van de Middelalderudstillingen; de tentoonstelling over middeleeuws Denemarken. Hier is de rode draad de verspreiding van het christendom over het land. Van een polytheïstisch naar een monotheïstisch geloof en hoe zich dat weerspiegelt in de materiële cultuur. Daarom zie je hier amuletten van Thor naast kruisjes hangen. Of een pagina uit een Bijbel naast een geschreven recept uit de Vikingtijd. Voor Denemarken waren de middeleeuwen niet een heel rijke tijd, maar er werd wel volop gehandeld. Met een intensieve uitwisseling van producten met volken langs de Baltische Zee en de Noordzee, waren de Denen altijd al vertrouwd.

En de laatste permanente tentoonstellingen heten Mød mennesket (“Ontmoet de mens”) en De dødes liv (“Het leven van de doden”) en draaien om etnografie en antropologie. Om bij deze onderdelen te komen, moet je een trap op en dus juist naar boven in plaats van naar beneden. Je moet dan de toegangspoortjes passeren. Die ochtend had een charmante jongeman me veel plezier gewenst bij het scannen van mijn kaartje en ik had hem in mijn Zweeds-Deens hartelijk bedankt. Toen ik naar boven wilde was het minstens 5 uur later. Hij zat er nog en vroeg: “Ben je er nog steeds?”….. Hahaha! 😀

Hoe dan ook, op deze verdieping worden culturele gebruiken van over de hele wereld behandeld. Gelukkig niet op een ouderwetse “aapjes-kijkenmanier” door middel van roofkunst en stereotypen. Nee, bij MoMu staan eerder alledaagse voorwerpen centraal en wordt er een unieke invalshoek gezocht om de informatie te presenteren. Culturen en volken worden bijvoorbeeld aan de hand van een voorwerp met elkaar vergeleken. Denk aan trouwjurken en trouwceremonieën van alle continenten. Of, toen ik er was, het versieren van een kerstboom. Heeft de kerstboom overal ter wereld dezelfde betekenis? Welke volken vieren kerst en waar komt de traditie vandaan? Wat hangen Nederlanders in hun boom? En Argentijnen? Het heeft een hoog Klokhuis-gehalte, maar ik vind dat juist leuk.

Ook buiten is er van alles te doen. Je kunt een Oldtidsstien volgen; een looppad langs een paar reconstructies van prehistorische graven en huizen. Aan het einde van de wandeling kom je bij een reconstructie van de Hørning-stavkirke (“staafkerk van Hørning”). Over staafkerken zal ik binnenkort nog een apart artikel schrijven. Het is allemaal erg mooi nagebouwd en het is heerlijk slenteren door het landschap, dus pak dit paadje zeker nog mee als je het MoMu ooit bezoekt.

In februari buiten koffie drinken!

En, ook niet onbelangrijk: het museum is een fijne, rustige plek met veel faciliteiten. Het bezoeken van de verschillende tentoonstellingen is makkelijk; je volgt gewoon de verschillende looproutes. Er wordt duidelijk aangegeven welke onderwerpen er op welke verdiepingen te zien zijn, zodat je eenvoudig zelf kunt kiezen wat je (wel of niet) gaat bekijken. Het hele museum is rolstoelvriendelijk en ruim opgezet, met veel bankjes en rustplekken tussendoor. Het restaurant is niet heel bijzonder, maar gewoon prima. Buiten mag je bijna overal op klimmen en overheen lopen. En zo niet, dan staat dit heel duidelijk aangegeven. Door de tuinbankjes en het grasveld rondom, kun je eventueel ook buiten een pauze nemen. Er is één directe busverbinding naar het centrum van Aarhus en de bushalte ligt 200 meter van de ingang.

Kortom: MoMu is een zeer indrukwekkend en fijn museum, waar alles goed geregeld is en waar een nerd als ik zonder problemen 7 uur kan vertoeven. Dit moet toch wel de best gespendeerde 120 DKK van mijn leven zijn geweest, whahaha. 😀

De saga van Åse Stålekleiv

Toen ik slaagde voor het vwo, wilde ik graag een lange reis maken. De lange zomervakantie na de eindexamens leende zich daar immers goed voor. Terwijl mijn klasgenoten in groepjes naar Albufeira en Barcelona gingen, vertrok ik in mijn eentje naar Noorwegen. Nog even op avontuur voordat ik aan mijn studie zou beginnen.

Ik kwam terecht in het dorpje Dalen, een beetje in het midden van Noorwegen. Ik ging daar werken op een camping, dus het werd een ‘werkvakantie’. Mijn lieve collega Rosalin liet me alles in de omgeving zien. Op een middag klommen we naar Riarhamaren, een plek die ook wel Rui genoemd wordt (hoewel Riarhamaren en Rui twee verschillende bergtoppen zijn die dicht bij elkaar liggen). Het is een cultureel herkenningspunt op een berg net buiten Dalen, waar je een geweldig uitzicht over het Telemarkkanaal hebt. Er staat een trekkershut en onderweg kom je langs een waterval en een aantal spirituele plekken.

Op een informatiebordje las ik dat er ook een saga uit Riarhamaren komt. Het verhaal speelt zich deels af op de berg waar nu de trekkershut staat en deels in het nabijgelegen dorpje Eidsborg.

Rosalin wist niet precies waar het verhaal over ging en we zijn vergeten om het thuis op te zoeken. Dit was in 2014 en met de jaren was ik het hele avontuur alweer vergeten. Totdat ik laatst, ruim 10 jaar later dus, de foto van het informatiebordje weer tegenkwam. Met hernieuwde interesse ben ik nu wél in de saga gedoken. Ik heb het verhaal hieronder samengevat en begeleid met foto’s uit de oude doos. 🙂

De saga van Åse Stålekleiv, de koningin van Eidsborg

De rijke, intelligente vrouw Åse woonde op de boerderij “Stålekleiv” bij Eidsborg. Daar kwam dus ook haar naam vandaan. Haar zus woonde in Skafså aan de andere kant van de fjordvallei van Dalen. De zussen konden elkaar zien, over het dal. Ze waren allebei zeer koppig en maakten ruzie over de vruchtbare weilanden onder hen.

Åse had drie zoons, die bij haar woonden op de Stålekleiv-boerderij. Vanaf deze plek had je een schitterend uitzicht in (en over) de vallei. Iedereen wist dat de familie rijk was, omdat Åse het hele dorpje Eidsborg tot haar bezit kon rekenen. Net als een koningin. Terwijl anderen slechts een kleine waterbak nodig hadden om hun linnen in te wassen, haalde Åse ieder jaar zo’n grote oogst binnen, dat ze het hele meer van Eidsborg nodig had om al haar gewassen te kunnen cultiveren. Åse bewaarde haar stapels linnen in een grote opslaghut die haar zoons voor haar gebouwd hadden. Toen de jongens klein waren en voor het vee zorgden, hadden ze iedere avond een houten plank meegenomen naar de weide. Zo hadden ze stap voor stap de opslaghut gebouwd.

Destijds werd moed gewaardeerd als de grootste deugd en een sterk lijf als de grootste schat. Åse wilde dat haar zoons precies zo zouden opgroeien: sterk en onbevreesd. Op een dag besloot ze dat haar zoons haar konden helpen bij het verkrijgen van de vruchtbare gronden. Maar om dit te bereiken, begreep Åse dat een voedzaam dieet voor de jongens heel belangrijk was. Ze probeerde verschillende soorten voedsel uit op drie van haar jonge stieren. Eén stier kreeg gestremde melk. De tweede stier kreeg normale melk. De derde stier kreeg graan te eten. De stieren werden vernoemd naar het voedsel dat ze kregen. De stier “gestremde melk” en de stier “graan” werden allebei groot en sterk.

In de winter liet Åse de stieren een krachtmeting uitvoeren tegen elkaar. Ze moesten steenblokken uit de plaatselijke mijn trekken, helemaal van het dorp naar boven toe, door de heuvels en de bossen. De stier die gestremde melk gekregen had, gaf als eerste op. De steen werd ter plekke in de grond geslagen, als een monument dat aanduidde waar de stier gestopt was. De stier die normale melk had gekregen, hield het iets langer vol. Het was een wonder, gezien de bescheiden grootte van het dier. Wederom werd de steen ter plekke neergezet. De stier “graan” werd de winnaar. Ook op deze plek werd de steen tot monument gemaakt. Nu wist Åse welk voedsel ze aan haar zoons moest geven.

Aan het einde van het meer Bandak, op een zandbank waar de Tokke-river in de Bandak stroomt, vinden we het dorp Dalen. Zo was het toen Åse en haar zus Gullborg hier leefden en zo is het nog steeds. De zoons van beide zussen waren inmiddels volwassen mannen geworden. En de zoons van beide zussen waren enorm groot geworden, bijna alsof ze van de trollen afstamden.

Op een dag werd er besloten dat de ruzie over de vruchtbare weilanden in de vallei uitgevochten moest worden middels een zwaardgevecht tussen de zoons. Het gevecht zou plaatsvinden in het midden van de weide en de familie die het sterkste bleek, zou de weilanden in de vallei mogen hebben. Terwijl het gevecht losbarstte, keek Åse Stålekleiv toe vanaf haar paard op een bergtop die Riarhamaren genoemd werd. Ze zag hoe haar eigen zoons vermoord werden door hun eigen neven, één voor één, de zoons van haar eigen zus. Uiteindelijk lagen de zoons van Åse dood op de grond.

Åse Stålekleiv werd woedend. Ze kon niet leven met deze schaamte en dit verlies. Ze ging naar huis om haar bezittingen veilig te stellen. Ze heeft haar zilveren en gouden sleutels in het meer Mærdalstjønni nabij Lårdalsstigen geworpen. Daarna keerde ze op haar paard terug naar Riarhamaren, dravend, snel over de bergtop. Ze galoppeerde van de klif af, terwijl ze haar paard nog steeds bereed.

Zo luidt de legende dus. Ik heb niet kunnen ontdekken hoe oud het verhaal is, of hoe lang het al mondeling overgedragen wordt. Het is in ieder geval omstreeks 1820 op papier gezet door de priester Magnus B. Landstad.

Wat weten we vandaag zeker? Er is een ander document van Magnus Landstad, waarin staat “dat er drie grote stenen zijn langs de weg tussen Høydalsmo en Eidsborg”. En deze stenen “staan ongeveer 100 el van elkaar af” en komen bovendien uit de plaatselijke mijn. Uit dit gesteende worden al sinds de 8e eeuw wetstenen gewonnen. Kunnen dit de drie stenen zijn, die de stieren van Åse hebben laten vallen? In Dalen is ook een grafheuvel met de naam “Revahaug”. Hier zou één van de zoons van Åse Stålekleiv begraven liggen, maar de stoffelijke resten onder de heuvel zijn nooit onderzocht.

De gebouwen in de tuin van het Eidsborg Museum, met in het midden de opslaghut van Åse Stålekleiv.

Maar nog interessanter, is dat er zich op de plek van de opslaghut van Åse Stålekleiv een nieuwe boerderij met de naam “Lofthus” ontwikkelde. Historici denken dat de opslaghut gewoon hergebruikt werd. Sterker nog, er zijn aanwijzingen dat de oude hut van Åse zelfs verplaatst werd aan het begin van de 19e eeuw, zodat ook de moderne boerderij “Vindlaus” de hut nogmaals kon gebruiken. Dit gebouwtje is met zekerheid het oudste niet-kerkelijke houten gebouw van Noorwegen. De laatste onderzoeken dateren de opslaghut omstreeks het jaar 1170. En het mooiste? Deze opslaghut is vandaag nog steeds te zien in de tuin van het Eidsborg Museum!

Tekening van de opslaghut uit het regionale archief, omstreeks 1800.

Naast de deur is rond het jaar 1300 een runeninscriptie aangebracht. Op de tekening hierboven staat de inscriptie uitgeschreven in de onderste hoek rechts. Er staat: “Deze runen zijn gekrast door Vestein. Eer komt toe aan degene die deze runen gekrast heeft en aan degene die de runen interpreteert.”

En op de deur zelf zijn kruisjes aangebracht, die met teer zijn ingekleurd. Dit gebruik moest de mensen beschermen tegen bovennatuurlijke wezens die vooral rond jul (de Kerstperiode) vervelende streken uithaalden. Bezien vanuit de Noorse folklore, is het heel logisch om uitgerekend een opslaghut (met kleding en voedsel) op deze manier te beschermen. Om jul te vieren was er immers veel voedsel en drinken nodig.

Hoe meer ik over Åse Stålekleiv ontdek, hoe meer het verhaal me interesseert. Wat een prachtige combinatie van saga, archeologie, archiefonderzoek en geschiedenis!

Noordse mythologie: dauwdruppels

De dauwdruppels hieronder fotografeerde ik in Noorwegen. Stuk voor stuk zo mooi gevormd, het waren net pareltjes in het gras.

Dauw is een atmosferisch verschijnsel waarbij waterdamp uit de lucht op vaste voorwerpen -meestal planten- condenseert. Dan vormen er dus kleine druppeltjes die soms prachtig glinsteren in de zon. Maar in de Noordse mythologie heeft dauw nog een andere oorzaak…

Bekijk de video en ontdek welke!

Vikings in Utrecht?!

De eerste upload van 2025 is een feit! En meteen duiken we in mijn favoriete onderwerp: de erfenis van de Vikingen. Die erfenis vinden we zelfs in Nederland, want in Utrecht staat een enorme runensteen.

Hoe kwam die kolos daar terecht en wat betekent de inscriptie? Leer het allemaal in de video hieronder.

Oud ijzer… of toch Vikingschat?

Op een afgelegen boerderij bij het Noorse Årdal (in de provincie Rogaland), wilde boer Tårn Sigve Schmidt graag een nieuwe weg voor zijn tractor aanleggen. Voordat de werkzaamheden konden beginnen, onderzochten archeologen het terrein. Gelukkig heeft de boer zich aan de regels gehouden, want er kwam van alles naar boven!

De archeologen vonden veel oud ijzer, wat erg logisch is rondom een boerderij. Maar een deel daarvan trok toch hun aandacht. Want wat op het eerste gezicht op oud ijzerdraad leek, bleek van onschatbare waarde te zijn: het waren vier zilveren Vikingarmbanden! De armbanden of armringen zijn meer dan 1100 jaar oud. Ze lagen verborgen onder de vloer van een klein gebouw op het terrein, dat mogelijk ooit gebruikt werd door arbeidskrachten, dan wel slaven, op een grote Vikingboerderij. Tijdens de opgraving werden er namelijk ook spekstenen kookpotten, diverse klinknagels, mesbladen en slijpstenen gevonden.

De onderzoekers probeerden een historische reconstructie te maken. Ze vermoeden dat de boerderijhoeve ooit deel uitmaakte van een landgoed dat de toegang tot het nabijgelegen fjord controleerde. Ze baseerden zich op de afstanden tussen de vondsten en daarmee dus op de schaal van de boerderij. Ze konden ook zien dat de schat nog exact lag waar de Vikingen hem verstopt hadden, omdat de objecten én de context ervan beide nog intact waren. Volgens Volker Demuth van het Archeologisch Museum van de Universiteit van Stavanger is de vondst daarom uitzonderlijk waardevol. Bovendien had Noorwegen in het Vikingtijdperk geen eigen zilvermijnen, wat betekent dat het zilver via handel, als geschenken of middels rooftochten in het buitenland verkregen was. En zo voegen de armbanden een laagje geschiedenis toe aan het grote geheel.

Bron: Persbericht van de Universiteit van Stavanger.

De crypte van Hexham Abbey

Deze crypte (grafkelder) is onderdeel van de beroemde Hexham Abbey, een kerk gewijd aan Sint Andreas in Hexham, Northumberland. Onderwaterarcheoloog Gary Bankhead en zijn vrouw namen me laatst mee naar Hadrian’s Wall en onderweg koos Gary Hexham als halte voor een koffiestop. Zodoende zijn we ook even naar beneden gegaan in de crypte en kon ik wat foto’s nemen. Ik ben zo dankbaar! 🙂

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is Hexham-Abbey-1-768x1024.jpg

De bouw van de kerk begon in 674, maar het gebouw kreeg pas zijn huidige vorm en opzet in de 12e eeuw. Sindsdien is nog een aantal kleine uitbreidingen toegevoegd. Fascinerend genoeg bestaat de crypte uit Romeinse stenen. Deze zijn weggehaald uit de Romeinse gebouwen in de omgeving en daarna hergebruikt in de kerk (en dat recyclen van Romeins bouwmateriaal is overigens een veelvoorkomende praktijk).

De zuidelijke gang bevat enkele stenen met een blad-en-bespatroon. De Angelsaksische bouwers hebben mogelijk over de rest van deze kunst gepleisterd, om de muren daarna te kunnen versieren met nieuwe afbeeldingen geïnspireerd op Bijbelse verhalen.

De meest opvallende Romeinse steen bevat een inscriptie met waardevolle informatie. Er staat namelijk ingekrast dat de constructie gebouwd werd in opdracht van keizer Lucius Septimus Severus Pius Pertinax en zijn zoons. Deze steen heet de “Geta Stone” en is vernoemd naar één van de zoons, wiens naam eruit gekrast is nadat hij een machtsstrijd tegen zijn broer Caracalla verloren had (de andere zoon dus).

De “Geta Stone” (via Hexham Abbey).

In 875 werd Hexham geplunderd door de Vikings, onder leiding van de beroemde/beruchte Hálfdan Ragnarsson. De kerk brandde af tot de grond, maar de crypte bleef intact.

Vrije interpretatie van Hálfdan Ragnarsson (uit A Child’s Book of Warriors door Canton Williams, 1907).

De centrale ruimte van de crypte op de foto hiernaast was vroeger een kleine kapel, waarin monniken heilige relieken tentoonstelden aan pelgrims, mogelijk van Andreas.

Wat een historie hè? 🙂

Gouden mannetjes

Ik zag weer een nieuwsbericht over een bijzondere archeologische vondst voorbijkomen, deze keer over een opgraving bij een heidense tempel in Noorwegen.

In het dorpje Hov (in de provincie Innlandet) hebben archeologen tientallen piepkleine gouden figuurtjes van meer dan 1400 jaar oud gevonden. De gouden plaatjes zijn extreem dun, bijna net zo fragiel als papier. En ze zijn ook nog eens klein van formaat, ongeveer zo groot als een vingernagel. Toch bevatten ze verrassend gedetailleerde afbeeldingen uit de Noordse mythologie, waaronder de god Freyr en de reuzin Gerðr. Zulke figuurtjes zijn vaker gevonden in Scandinavië en worden gullgubber genoemd, wat letterlijk “gouden mannetjes” betekent. Ze stammen uit de Merovingische periode, dus uit de eeuwen net vóór het Vikingtijdperk. Maar omdat het einde van de Merovingische periode samenvalt met het begin van het Vikingtijdperk, kennen deze opeenvolgende perioden nog veel culturele overeenkomsten. De gullgubber zijn daar een goed voorbeeld van.

Archeologen troffen de gouden plaatjes aan op een plek waar ooit een belangrijk religieus gebouw stond. Ze lagen niet zomaar verspreid, maar waren bewust in paalgaten gestopt. Ook lagen ze langs de voormalige muren van de tempel. Dat houdt verband met rituele en symbolische betekenissen, die we vandaag helaas niet meer kennen. Maar de onderzoekers vermoeden daarom wel dat de figuurtjes geen alledaagse sieraden waren, maar juist offers die bedoeld waren om de goden gunstig te stemmen. Mogelijk vroegen de mensen met deze offers om bescherming, vruchtbaarheid of voorspoed voor het gebouw of hun gemeenschap.

Doordat deze gullgubber nog precies op hun oorspronkelijke plek lagen, is de archeologische context meteen duidelijk. Dat is uitzonderlijk, omdat vergelijkbare vondsten vaak los in de grond worden aangetroffen zonder duidelijke relatie tot een gebouw. Archeologe Kathrine Stene benadrukt dat de ontdekking extra bijzonder is omdat gullgubber meestal in grotere tempelcomplexen worden gevonden. Het gebouw in Hov is namelijk relatief klein. Over heel Scandinavië zijn er inmiddels duizenden gullgubber ontdekt, maar elke nieuwe vondst draagt bij aan ons begrip van de Noordse mythologie, spiritualiteit en cultuur in de periode vóór de Vikingtijd.

Lesinspiratie: Noormannen / Scandinavië / Vikingen

De lesboeken die wij gebruiken, bevatten helaas geen informatie over de Noormannen of de middeleeuwse Scandinavische samenleving. Ik vermoed dat de meeste geschiedenisdocenten in Nederland dit onderwerp overslaan, maar daarvan breekt mijn Vikinghart natuurlijk wel een beetje. Voor docenten die wél met het onderwerp aan de slag willen gaan, heb ik hieronder een inspiratielijstje samengesteld.

  1. Neem spullen mee die de Noormannen bezaten en toon de leerlingen een soort “what’s in my bag“. Scandinavische mannen en vrouwen droegen veel persoonlijke spulletjes op hun lichaam, zoals oorlepels, sleutels, buidels met munten, (hak)zilveren sieraden, naald en draad, mesjes en runenstenen. Veel daarvan kun je zelf in elkaar knutselen.
  2. Laat de leerlingen kennismaken met het runenschrift. Ga op zoek naar een runensteen die jou aanspreekt en bespreek de inscriptie(s) op de steen. Laat de leerlingen als afsluiter hun eigen naam in runen schrijven.
  3. Vertel over de unieke wanderlust van de Vikingen. Terwijl je de middeleeuwen behandelt, kun je bijvoorbeeld vertellen dat de Scandinaviërs als enige Europeanen overal heen reisden (missionarissen en andere reizende beroepen daargelaten). Verreweg het grootste deel van de Europese bevolking kende alleen de eigen omgeving: het eigen dorp, met sporadische bezoeken aan de dichtstbijzijnde stad. De groepen die “Viking” gingen, wilden juist steeds verder reizen om te handelen, plunderen en ontdekken en later ook om nieuwe vestigingsgebieden te vinden. Voor de leerlingen is het verrassend om te leren dat de Scandinaviërs ook een compleet eigen samenleving creërden in Engeland, IJsland en Groenland.
  4. In het verlengde daarvan, kun je de leerlingen uitleggen hoe hoogstaand de navigatie- en scheepsbouwtechnieken van de Noormannen waren. Vertel over feit én over fictie! Noem de terugkerende raven, de zonnewijzer, de zonnesteen, de drakar, de overnaadse werkwijze die voor een bijzonder wendbaar en sterk schip zorgde, etcetera, etcetera. Hierdoor benadruk je het belang en de blijvende waarde van het Vikingtijdperk.
  5. En als laatste: doe iets met de Noordse mythologie! Lees een stukje voor uit de poëtische of prozaïsche Edda, kies één verhaal dat het meeste tot de verbeelding spreekt, laat de leerlingen de hoofdpersonen tekenen tijdens het luisteren, laat hen zélf (het vervolg van) een mythe schrijven… De mogelijkheden zijn eindeloos. Dit is in mijn klassen ieder jaar weer favoriet; iedereen kan hier zijn/haar creativiteit in kwijt en vanwege de popcultuur kennen veel leerlingen de mythologische figuren al.
Fabriceer zelf een zonnewijzer!

Omdat er in het reguliere curriculum zo weinig ruimte is voor onderwerpen die niet in de lesboeken staan, hoef je hier natuurlijk geen complete lessenreeks aan te wijden. Maar neem van mij aan: de leerlingen vinden dit leuk. Het is een onderdeel waarmee je de lessen over de middeleeuwen een flinke oppepper kunt geven, dus het zou zonde zijn om het over te slaan!