Waar het brood uit het water kwam: Elburg!

Elburg ontstond als vissersdorpje aan de Zuiderzee. Vandaag blokkeert Flevoland de directe toegang naar het IJsselmeer, maar Elburg ligt nog steeds aan het Veluwemeer en aan het Drontermeer.

De levendige visserij in de omgeving maakte Elburg al gauw tot handelsplaats. Kooplieden kwamen en de handel nam toe; het was een zelfversterkend proces. De bevolking groeide en het dorp werd een stadje. Elburg heeft ergens tussen 1220 en 1271 stadsrechten gekregen. Bewijsstukken van een exacte datum missen of zijn onduidelijk, maar in een charter van graaf Floris V van Holland werd “de stad Elburg” voor het eerst genoemd in een politieke context (1291). Door de goed ontwikkelde visserij en alle handel die dit teweegbracht, kon Elburg zich aansluiten bij de Hanze: een middeleeuws netwerk van handelssteden met een reikwijdte van Engeland en Noorwegen tot aan Rusland.

In 1392 gaf de hertog van Gelre, Willem van Gulik, het bevel om het stadje te verplaatsen. Rentmeester Arent thoe Boecop gebruikte toen een deel van de oude bebouwing om een nieuwe stad te bouwen met een rechthoekig stratenplan. De kerk kwam hierdoor buiten de stadsmuren te liggen. In 1397 werd er ook een nieuwe kerk gebouwd binnen de stadsmuren, namelijk de Sint-Nicolaaskerk. Er is nooit bekend geworden waarom dit gebeurd is. Er was geen (veiligheids)noodzaak voor en er speelden ook geen politieke motieven. Enfin, sindsdien is Elburg een vestingstad met middeleeuwse stadsmuren en verdedigingswerken. De kazematten getuigen hier nog van en de stadsplattegrond is bijna symmetrisch.

Hoewel er nog lang vissersbootjes in de haven lagen, zakte de visserij in Elburg vanaf de 18e eeuw in. Met de aanleg van de Afsluitdijk (1927-1932) en de geleidelijke creatie van de provincie Flevoland nam de vissersactiviteit nog meer af. De Vischpoort, de oude stadspoort van Elburg, herinnert nog wel aan de handel die het stadje in het verleden zoveel rijkdom bracht. In de haven werd ruim twee eeuwen geleden een werf gevestigd waar botters werden gebouwd (een historisch type vaartuig). Sinds 2008 zit er op die locatie een nieuwe werf van de botterstichting. Goede zaak, want deze stichting houdt het maritieme erfgoed in leven voor toekomstige generaties.

Onze video opgenomen in de collectie van Brabants Erfgoed

Leuk nieuws! De mini-documentaire over de enclavegeschiedenis van Baarle is door Brabants Erfgoed opgenomen als onderdeel van hun collectie. Daarom is er nu een archiefpagina voor gemaakt (klik hier).

Ik vind het geweldig dat de video nu ook bereikt kan worden via Brabants Erfgoed. Dat maakt het voor geïnteresseerden absoluut makkelijker om de mini-docu te vinden!

België bezoeken zonder Nederland te verlaten? Het kan in Baarle-Nassau/Baarle-Hertog!

In het uiterste zuiden van de Nederlandse provincie Noord-Brabant, liggen de gemeenten Baarle-Nassau en Baarle-Hertog. Op de kaart lijkt dit dorp op een lappendeken van stukjes Nederland en België door elkaar geweven. Kijk maar eens:

Vandaag de dag (anno 2022) kun je hier als Nederlander zonder enige grenscontrole naar België lopen… en omgekeerd ook. De grenzen lopen zelfs dwars door gebouwen heen! De stukken België in Nederland noem je politiek bezien “enclaves”. Maar wat dit verhaal nog gekker maakt, is dat er ook weer Nederlandse enclaves in de Belgische enclaves liggen (en die noem je dan weer “contra-enclaves”).

Afijn, zo loop je dus in Baarle constant van Nederland naar België en van België naar Nederland, zonder dat je ooit Nederland verlaat. Maar hoe is dit eigenlijk zo gekomen? Wanneer zijn de rijksgrenzen vastgesteld en wat is er door de eeuwen heen in de regio gebeurd? Dat wordt allemaal uitgelegd in onderstaande mini-documentaire. Bekijk de video gerust twee keer om deze complexe geschiedenis te bevatten! 🙂

Nieuwe opgraving in Alkmaar

Op dit moment vindt er een grote archeologische opgraving plaats bij een voormalige herberg in het centrum van Alkmaar. Wat hoopt men daar te vinden?

Herberg “Het Gulden Vlies” aan de Koorstraat bestond al vóór 1563. De naam komt van de ridderorde die Filips de Goede, de hertog van Bourgondië, in 1430 ingesteld heeft. Filips haalde zijn inspiratie uit de Griekse mythologie. Daarin was het Gulden Vlies de gouden “vacht” van Chrysomallos; een wonderbaarlijke ram die door de goden gestuurd was om de kinderen Phrixos en Helle te redden. Tijdens de vlucht viel Helle in zee (de Hellespont), maar Phrixos bereikte veilig Kolchis, waar hij de ram offerde en het Gulden Vlies schonk aan koning Aiëtes, die het ophing in een heilig bos en liet bewaken door een nooit slapende draak. Generaties later werd Jason eropuit gestuurd om dit Gulden Vlies te halen om zijn recht op de troon van Iolkos te bewijzen. Met hulp van de Argonauten en de tovenares Medea wist Jason de draak te verslaan en het vlies te bemachtigen, waarmee hij een van de beroemdste heldentochten uit de Oudheid volbracht.

Afijn, herbergen die een uithangbord met de gouden vacht, Jason en/of de overwonnen draak erop hadden staan, hadden een speciale status. Hier kwamen gasten van aanzien hun braadstuk smikkelen! Zo ook in Alkmaar. Eeuwenlang kon men bij deze herberg terecht voor bijzondere diners, borrels en vergaderingen. Na een flinke verbouwing werd Het Gulden Vlies in 1924 heropend als theater. Echter, in 1991 viel het doek voor dit etablissement (letterlijk). Het gebouw transformeerde tot feestlocatie, café-restaurant en appartementencomplex.

Omdat er een nieuwe verbouwing op de planning staat voor het gebouw, wordt het terrein nu archeologisch onderzocht. Het is niet alleen aannemelijk dat er (afval)objecten van de middeleeuwse herberg gevonden worden, dit werd zelfs van tevoren verwacht. En ja hoor, de archeologen hadden gelijk. Inmiddels zijn er al muren, kelders, toiletten en riolen blootgelegd uit de 15e, 16e en 17e eeuw. Kleine vondsten zijn onder meer een vingerhoed (17e eeuw), pijpjes en munten, veel keramiek- en glasscherven (1780-1880), een Engels roomkannetje en een pannetje uit de 19e eeuw. Restanten van vijf eeuwen aan horeca-activiteit dus!

Rembrandt ondergedoken in de duinen – De kunstbunker van Castricum

Toen duidelijk werd dat de Nationaalsocialistische Partij van Adolf Hitler gebied zou gaan veroveren buiten Duitsland-Oostenrijk, ontstond er logischerwijze grote paniek in de kunstwereld. Nationale topstukken zouden een periode van Duitse bezetting namelijk -waarschijnlijk- niet overleven (door verwoesting of om politieke redenen).

Curatoren en museumdirecteuren staken de koppen bijeen en zochten naar oplossingen om kunstwerken veilig te stellen. In Nederland leidde dat tot de bouw van speciale kunstbunkers, die schilderijen en andere objecten enerzijds bescherming boden tegen bombardementen en anderzijds ook een geheim onderkomen boden totdat de oorlog voorbij zou zijn. Of nou ja… geheim? Wat wisten de Duitsers over deze bunkers? En hoe belandde de Nachtwacht van Rembrandt van Rijn in de Castricumse duinen?

Onderstaande video is een samenwerking met historisch auteur John Heideman, die werkelijk alles weet over de oorlogsjaren in zijn geboortedorp Castricum. Hij neemt ons mee naar die tijd en legt alles duidelijk uit. Dat doet hij overigens ook in een reeks zeer gedetailleerde boeken, waarover op zijn website meer informatie te vinden is.

Kasteelruïne Seldensate nabij Den Bosch

In Berlicum ligt een ruïne van een middeleeuws kasteeltje. Het fungeerde eerst als buitenplaats voor de lokale adel, toen als plezierkasteel met tennisbaan en uiteindelijk werd het gebouw verlaten en aan de natuur overgeleverd. Kijk mee naar wat sfeerbeelden.

Vroeger was de rustige, groene omgeving bij Berlicum voor de adel een perfect gebied voor een buitenhuis. Rond 1450 bouwden edelen uit het nabijgelegen Den Bosch er heuse kasteeltjes en Kasteel Seldensate was daar één van. Het werd al omstreeks 1300 gebouwd als middeleeuwse hoeve, maar het terrein werd continu uitgebreid. Aan het einde van de 15e eeuw stond er een woonkasteel met de naam Seldensate, een poortgebouw, een duiventoren en een kapel.

In 1629 werd Den Bosch belegerd door stadhouder Frederik Hendrik van Oranje (zoon van Willem van Oranje). Veel lokale bewoners schuilden op Seldensate. Andere conflicten uit de Tachtigjarige Oorlog zorgden ervoor dat Seldensate snel achter elkaar nieuwe eigenaren kreeg. Maar toch raakte het terrein steeds meer in verval. In 1890 blies Valerius Bosch het oude kasteel nieuw leven in middels een grote restauratie. Er werd een nieuwe toren gebouwd en er kwam een serre bij. In de tuin werd zowel een tennisbaan als een ijskelder aangelegd, geheel volgens de laatste mode.

Echter, in 1928 vertrok de familie Bosch. Het kasteel bleef onbewoond achter en degradeerde snel. Het terrein verzakte namelijk door de rivierloop van de Aa, die overal omheen en doorheen slingert. In 1973 kocht de gemeente Sint-Michielsgestel het landgoed op om de fundamenten te conserveren. Het poortgebouw en de duiventoren werden hersteld. Sindsdien worden ook de tuin en de gracht rond de ruïne onderhouden, zodat dit stukje erfgoed netjes behouden kan worden.

De Brandgrens in Rotterdam

Als litteken van de bombardementen tijdens de Tweede Wereldoorlog, loopt de zogenoemde “brandgrens” kriskras door de stad. Vandaag is de lijn aangegeven met speciale lampen. Als je de grens een tijdje volgt, krijg je een idee van de omvang van de vernielingen. Inmiddels is stadsdeel Rotterdam Blaak zo vaak gerenoveerd dat je er niets meer van ziet!


Zandsculpturen Garderen

Sinds januari 2022 werkt AlomHistorisch samen met Zandsculpturen Garderen.

Op het terrein van Zandsculpturen Garderen (voorheen Het Veluws Zandsculpturenfestijn) is doorlopend een tentoonstelling met meer dan 100 zandsculpturen te zien. De beelden van zand zijn levensgroot, hebben enorm veel details en zijn gemaakt door kunstenaars uit binnen- en buitenland. Ieder jaar wordt er een nieuw thema gekozen, zodat de zandsculpturen samen een verhaal vertellen. 

Voor het seizoen 2022-2023 is dit thema ‘Vaderlandse Geschiedenis’. AlomHistorisch verzorgde de teksten op de informatieborden naast de sculpturen, zodat het verhaal historisch gezien klopte en de looproute een duidelijke tijdlijn volgde. Het ontwerp van de borden is van Maxim Gazendam en Jeroen Advocaat.

Hieronder plaats ik een sfeerimpressie van de tentoonstelling, die jullie hopelijk uitnodigend en interessant genoeg vinden om Zandsculpturen Garderen zelf te komen bezoeken. Er is in ieder geval veel te zien, want ook de aankleding rondom de sculpturen klopt bij het thema. Van eikenboompjes tot harnassen, van telramen tot koetsen! Verder is er op het terrein ook een gezellige lunchroom en een uitgebreide cadeauwinkel, inclusief een buitengedeelte met de welbekende beeldentuin. Eigenlijk alles voor een compleet dagje uit, dus. 😀

Op bezoek bij de bekendste graaf van Egmont, die in Brussel werd onthoofd

In het huidige Egmond aan de Hoef lag vroeger een imposant kasteel, namelijk het Slot op den Hoef. Vandaag is dit een ruïne waarvan de fundamenten gerestaureerd zijn, zodat je toch een idee krijgt van de grootte en de vorm van het bouwwerk. Het is verbonden aan meerdere belangrijke episodes uit de vaderlandse geschiedenis en dus echt een bezoekje waard.

Een stukje verderop staat de abdij van Egmont (in het huidige Egmond-Binnen). In de middeleeuwen verwierf deze abdij steeds meer grondgebied in Holland. De geestelijken besteedden het beheer daarvan uit aan rentmeesters uit het adellijke geslacht (Van) Egmont.

In 1170 besloot Dodo van Egmont dat er dan ook maar een kasteel voor zijn familie moest komen op die plek. Willem I van Egmont voegde daar in 1229 ook nog een slotkapel aan toe. Eind 15e eeuw had het gebouwencomplex onder Jan III van Egmont (de eerste graaf van Egmont) zijn grootste omvang bereikt.

Lamoraal d’Egmont

Maar het was vooral Lamoraal I van Gavere (1522-1568) die een sleutelfiguur in de Nederlandse geschiedenis werd. Hij was onder andere krijgsheer van keizer Karel V, gouverneur van Vlaanderen en Artesië en lid van de Raad van State. Hij werd geboren in een kasteel nabij Lahamaide (België), maar zijn familieburcht was dus het Slot op den Hoef.

Hij ontving hier edelen voor politieke vergaderingen en van hieruit initieerde hij bovendien de drooglegging van het Egmonder- en Bergermeer. Deze bebouwbare polders hebben we dus aan hem te danken. Lamoraal van Egmont voorstond godsdiensttolerantie voor de bevolking, maar dit burgerrecht werd onderdrukt door Filips II (die de zoon van keizer Karel V was en destijds als koning over de Spaans-Habsburgse Nederlanden regeerde).

Lamoraal I werd de bekendste graaf van Egmont, mede door zijn tragische einde. Op 5 juni 1568 werd hij namelijk op orders van Filips II onthoofd op de Grote Markt van Brussel. Meteen daarna moest ook de graaf van Horne (Hoorn) dit lot ondergaan. Deze onthoofdingen bespoedigden de uitbraak van de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) en voedden in het bijzonder de verzetslust van Willem van Oranje, die een bekende was van beide graven en zelfs met hen gediscussieerd had over de juiste mate van godsdiensttolerantie in de Nederlanden.

Hoe liep het af met het kasteel? In de eerste jaren van de Tachtigjarige Oorlog, namelijk in 1573, staken de geuzen onder leiding van Diederik Sonoy het Slot op den Hoef in brand om te voorkomen dat de Spanjaarden het zouden claimen. Het idee hiervoor kwam van Willem van Oranje. Het lukte, maar de schade was groot.

Het kasteel raakte steeds meer in verval. In 1798 werd het zelfs verkocht ‘voor de sloop’ en werd alles afgebroken tot puin. Langzaamaan werden de resten van het bouwwerk opgeslokt door een moerassig weiland. Pas in 1933 gaf een uitstekend brok puin aanleiding om het gebied te ontwateren. Naast allerlei oude gebruiksvoorwerpen, kwamen ook de fundamenten van het kasteel zo weer boven water.

De steenresten werden versterkt met modern beton en opgemetseld met de gevonden bakstenen. Vandaag kun je er overheen lopen en de fundamenten dus van heel dichtbij bekijken. Met een beetje fantasie waan je je bijna op bezoek bij de graven van Egmont! 🙂