Sunday, Bloody Sunday

Vandaag is het precies 50 jaar geleden dat Bloody Sunday plaatsvond. Ik ken niemand in Noord-Ierland, maar ik heb wel vrienden uit de Ierse Republiek. Eén van hen, Shane, zou graag willen dat meer Nederlanders leren over Bloody Sunday. Nou, hierbij dan het artikel!

Bloody Sunday” (“Bloederige Zondag”) refereert in de meeste gevallen aan 30 januari 1972. Op deze zondag werd er in de Noord-Ierse stad Derry gedemonstreerd voor burgerrechten. Het protest was van tevoren echter door de regering van het Verenigd Koninkrijk verboden.

De aanleiding was Operation Demetrius: het opsluiten van groepen personen zonder gerechtelijk proces. De operatie omvatte een massa-arrestatie van personen die vermoedelijk banden hadden met de IRA, de Irish Republican Army. Zij streden voor Ierse onafhankelijkheid van het Verenigd Koninkrijk. De meeste gevangenen waren katholiek. Ondanks het vreedzame verloop van het protest, greep het Britse leger in en schoot 14 ongewapende jongens en mannen neer. Sommige van hen werden beschoten terwijl ze andere slachtoffers hielpen. Eén van hen had niets met het protest te maken en was op weg naar een vriend. Ze overleden uiteindelijk allemaal.

Een muurschildering in Derry herinnert aan het incident.
Foto uit het publieke domein.

Er zijn meerdere dagen uit de geschiedenis bestempeld als Bloody Sunday (inclusief twee andere incidenten in Ierland), maar het bloedbad van Derry is het meest bekend. Déze Bloody Sunday wordt gezien als een keerpunt in The Troubles; de burgeroorlog tussen Ierland en het Verenigd Koninkrijk, die dertig jaar duurde.

Er werd een tribunaal ingesteld om de zaak te beoordelen. Lange tijd was het oordeel van dit Widgery-tribunaal dat de Britse militairen niet schuldig waren aan het doden van de 14 mannen, maar slechts roekeloos hadden gehandeld. In 1998 werd de zaak echter onder (internationale) politieke druk heropend, maar het definitieve oordeel laat nog op zich wachten. Het onderzoek is het langstdurende proces uit de Britse geschiedenis. In 2010 heeft de Britse premier David Cameron namens de Britse regering excuses aangeboden voor het incident.

De Brandgrens in Rotterdam

Als litteken van de bombardementen tijdens de Tweede Wereldoorlog, loopt de zogenoemde “brandgrens” kriskras door de stad. Vandaag is de lijn aangegeven met speciale lampen. Als je de grens een tijdje volgt, krijg je een idee van de omvang van de vernielingen. Inmiddels is stadsdeel Rotterdam Blaak zo vaak gerenoveerd dat je er niets meer van ziet!


Praktische holletjes in de muur in Turnhout (België)

Als je naar beneden kijkt terwijl je door de Vlaamse stad Turnhout loopt, dan zal er snel iets opvallen. Sommige gebouwen hebben naast de entree een gat in de muur, waar niks achter zit. De gaten horen niet bij de riolering en zijn ook niet puur decoratief. Wat zijn het wel?

Het zijn holletjes om je voeten in schoon te vegen! Vroeger was er bij de voordeur van veel huizen zo’n voetschraper of schoenschraper aanwezig. De straten waren immers niet altijd zo schoon en vlak als ze nu zijn. Voordat betegelde stoepen de norm werden, was het wel zo hygiënisch om even alle modder (of poep) van je schoeisel te vegen voordat je ergens naar binnen ging.

De eerste voetschrapers stonden los bij de voordeuren. Het waren zware blokken met scherpe beugels van ijzer. Ze waren soms fraai gedecoreerd, maar stonden wel een beetje in de weg. Zeker toen er meer verkeer op straat kwam, vormden de schoenschrapers gevaarlijke obstakels. De oplossing was om een schraper op te hangen in een nisje in de muur naast de deur; dus zoals op de foto’s te zien is.

Vanaf de 20e eeuw werd de schraper geleidelijk overbodig door bestrating en door de opkomst van deurmatten achter de voordeur, in het huis. De lege nisjes bleven. 🙂

Gespot op het Franse platteland: een ouderwets stopcontact!

Voor ons is stroom onmisbaar. Treinen en vliegtuigen zijn tegenwoordig zelfs uitgerust met USB-aansluitpunten zodat wij onze apparaten kunnen opladen. Maar de eerste stroompunten zagen er héél anders uit.

Wie kent ze nog, deze ouderwetse stopcontacten? 😀

Een stopcontact wordt ook wel (wand)contactdoos genoemd. Het is letterlijk een aansluitpunt om elektriciteit af te nemen, via een verbinding met het elektriciteitsnet. Het afnemen van elektrische energie (stroom) gebeurt normaliter via een stekker (‘contactstop’); waar dan weer een apparaat aan vastzit. De eerste contactdoos met stekker dateert van 1883. Aan het einde van de 19e eeuw werd er wereldwijd in steeds meer huishoudens elektriciteit aangelegd. Aanvankelijk werd deze energie vooral gebruikt voor verlichting, maar men ontdekte spoedig dat er ook andere apparaten mee aangedreven konden worden, zoals kachels.

Maar let op, elektriciteitsleveranciers vroegen een lagere prijs voor elektriciteit die gebruikt werd voor verlichting, dan voor elektriciteit die gebruikt werd voor andere doeleinden! Daarom begon men aan de stekkers van stofzuigers en föhns te prutsen, zodat deze in het goedkopere elektriciteitsnetwerk gestopt konden worden via de lampfittingen. De dringende vraag naar goede en veilige aansluitingen voor alle moderne huishoudelijke apparaten, leidde tot de ontwikkeling van geaarde stopcontacten. Een geaarde elektrische installatie voorkomt dat het apparaat onder spanning komt te staan (en jij een schok krijgt) door de elektriciteit “naar de aarde” af te voeren via een aardedraad. Tegenwoordig is het verplicht om een stopcontact zo te construeren dat je de stroomvoerende delen niet meer kunt aanraken als je er een stekker in steekt. Die ouderwetse kreet “pas op met je vingers bij het stopcontact!” is dus eigenlijk overbodig vandaag.

Stopcontacten met randaarde hebben extra contactpunten (flappen aan de zijkant van het stopcontact), die met een aardedraad verbonden zijn aan de aardelektrode. De elektrode is vaak van koper en maakt het daadwerkelijke contact met de aarde. Zie de afbeelding hieronder.

Stopcontacten met penaarde functioneren precies hetzelfde, maar zien er anders uit. Penaarde verloopt via een uitsteeksel (“een pen”) in het midden van het stopcontact. Zie wederom de afbeelding hieronder.

Op de foto helemaal bovenaan is te zien dat het oude Franse stopcontact niet geaard is. Alle beveiliging tegen schokken ontbreekt. Verder zitten er schakelaars onder. Gezien de hoogte van het stopcontact op de muur (op ooghoogte naast de deurpost), zijn die schakelaars er voor de verlichting.

Het ouderwetse stopcontact vertelt ons dat dit huis gebouwd is vóórdat er in ieder huishouden elektriciteit beschikbaar was. Sowieso was het niet makkelijk om stroom aan te leggen in gebouwen en huizen van dit type; dus van natuursteen, leem en hout. Het huis is vandaag het dorpscafé van Oyé. Hier zal deze historische stroomvoorziening jarenlang gebruikt zijn om onhandige olielampjes te vervangen door elektrisch licht. Zo was het ook makkelijker om het café na zonsondergang open te houden… wat weer mogelijkheden bood voor grandioze feesten en partijen. En al die verhalen gaan schuil achter één stopcontact. 😉

Gespot op het Limburgse platteland: de halve mud!

Een “mud” of “mudde” is een inhoudsmaat van vroeger. Het is een verbastering van het Latijnse woord “modius” en werd gemeten met kuipen/tonnen zoals op de foto.

Een mud was op veel plekken in Nederland gelijk aan 4 schepel. En ook dát is weer een oude inhoudsmaat: een schepel is eigenlijk “een kom vol” droge waren. Met een mud werden echter ook aardappels, kolen en vloeibare stoffen gemeten.

Omdat deze inhoudsmaten per regio flink konden verschillen, werden ze langzaamaan vervangen. De regering van Napoleon had in Frankrijk al voor de invoering van het metriek stelsel gezorgd. Voor Nederland duurde het nog een paar jaar; bij ons werd dit stelsel namelijk pas officieel ingevoerd in 1820. Toen werd een mud gelijkgesteld aan 100 liter.

Hoe een Tiroler herbergier de troepen van Napoleon versloeg (bij Innsbruck, Oostenrijk)

Onlangs reisde ik af naar Innsbruck en bezocht ik het Tiroler Panoramamuseum, waar het Innsbrucker Riesenrundgemalde het meest bijzondere onderdeel is. Dit is een panoramisch (rondlopend) schilderij over de Derde Slag op de Bergisel (een heuvel bij Innsbruck). Na het beklimmen van een brede trap, kom je “middenin” het schilderij terecht. Vanwege de ronde vorm kun je letterlijk langs het verhaal lopen. Het schilderij laat zien hoe een groep gewapende boeren uit Tirol, onder leiding van de herbergier-handelaar Andreas Hofer, het Keizerlijke Franse leger van Napoleon verslaat.

Het unieke schilderij is bijna 11 meter hoog en is meer dan 90 meter lang. Vóór het schilderij is de omgeving van de veldslagen nagebootst door middel van echte struiken, boerenhekjes, zandheuvels en opgezette dieren. Op de achtergrond spelen geluiden, je hoort vogels en natuurgeluiden en je hoort de soldaten in de verte. Zo is de 3D-ervaring compleet en krijg je het gevoel dat je de veldslag met eigen ogen ziet.

In het museum is nog veel meer te zien, zoals portretten, informatiepanelen, beelden, wapens en voorwerpen uit deze tijd. De gevechten tussen de Tirolers en de Franse troepen krijgen hier alle aandacht.

Wat is de historische achtergrond van deze gebeurtenissen? Vandaag hoort Tirol bij Oostenrijk en Italië, maar er was een tijd waarin de Tirolers streden voor hun onafhankelijkheid. In 1805 versloegen de Franse troepen van Napoleon Bonaparte de Oostenrijkse en Russische legers in de Slag bij Austerlitz. Het gevolg was dat de regio Tirol werd afgesneden van het Habsburgse Rijk en aan het Koninkrijk Beieren werd toegevoegd (wat nu het Duitse Bundesland Bayern is).

Het Beierse bestuur was loyaal aan Napoleon en werd door de Tirolers gehaat; want zowel de boerenklasse als de gegoede burgerij werden beperkt in hun vrijheden. In april 1809 brak er een opstand uit onder leiding van eerdergenoemde herbergier en handelaar Andreas Hofer. Op de Bergisel behaalden de gewapende opstandelingen (inclusief vele boze boeren met simpele spiesen en harken) een overwinning op Napoleons getrainde troepen.

Als gevolg van een wapenstilstand werd Tirol nogmaals bezet en gecontroleerd door het Franse leger. Hofer trommelde zijn strijdkrachten weer op en wéér bleken zij sterker dan die van Napoleon. Er volgde zelfs een derde campagne, waaruit de Tirolers nogmaals sterker naar voren kwamen dan de Fransen.

Een onafhankelijk Tirol was op dat moment niet ondenkbaar. Ware het niet dat de vrijheidsstrijders bij een vierde veldslag in november 1809 tóch verslagen werden. Hierna ging het voor de Tirolers snel bergafwaarts en brokkelde het verzet tegen Frankrijk en Beieren af. De militaire leiding viel uiteen.

Toen er steeds meer versterking vanuit het Franse Keizerrijk bleef komen, werd de situatie onhoudbaar voor Hofer. Hij moest het gebied ontvluchten, maar werd verraden en werd in Zuid-Tirol al opgepakt. Hij werd in februari 1810 veroordeeld tot executie door een vuurpeloton.

Tirol werd opgedeeld in 3 delen: het noorden werd formeel bij het Koninkrijk Beieren gevoegd, het oosten bij het Franse Keizerrijk en het zuiden bij het (door Napoleon uitgeroepen) Koninkrijk Italië. Maar sinds Napoleons definitieve nederlaag bij Waterloo in 1815 hoort Noord-Tirol bij Oostenrijk. Andreas Hofer wordt ieder jaar op zijn sterfdag, 20 februari, door de Oostenrijkers als vrijheidsstrijder herdacht en als held geëerd.

Op deze dag vertrok ik zonder plannen met de trein vanuit München naar Innsbruck. Voorafgaand aan mijn bezoek aan het Tiroler Panoramamuseum bezocht ik ook nog het Keizerlijk Paleis Hofburg; in de middeleeuwen en vroegmoderne tijd een belangrijke machtszetel van het Huis Habsburg. Dat was imponerend en prachtig om te zien, maar het verhaal van de Slag op de Bergisel maakte meer indruk op me. Ik moet eerlijk zeggen dat ik geen idee had van deze gebeurtenissen, misschien kwam het daardoor. Ook Andreas Hofer kende ik nog niet voordat ik Innsbruck bezocht. Mijn zonnige dagje Tirol was dus leuk én leerzaam. En zo zie je maar weer, geschiedenis is overal!

Concentratiekamp Dachau (Duitsland)

Onlangs bezocht ik het concentratiekamp Dachau in het gelijknamige stadje Dachau, net boven München. Het kamp is enorm, je kunt je voorstellen dat er geen einde kwam aan de rijen barakken (waarvan je er nog een paar kunt bekijken). Er wordt veel informatie aangeboden op het terrein, bijvoorbeeld met bordjes, posters en audiotours. Het is fijn dat je zelf kunt kiezen of je de achtergrondinformatie wil lezen, want laten we eerlijk zijn: dit is geen vrolijk onderwerp. Toch ben ik blij dat ik het gezien heb. Het gevoel dat je krijgt als je zo’n barak van binnen bekijkt, kun je nooit op dezelfde manier oproepen door een tekst te lezen of een foto te bekijken.

Bekijk ook de video hieronder voor een impressie.


Gespot bij mijn beste vriendin: de typemachine!

Wie kent het nostalgische geluid nog? Of het geknoei met de linten?

In 1714 heeft de Britse Henry Mill als eerste een octrooi aangevraagd voor een schrijfmachine. Sindsdien zijn er op verschillende plekken en tijdstippen verbeterde modellen ontwikkeld.

De Amerikaan Christopher Latham Sholes vervaardigde in 1868 een typemachine die makkelijk in elkaar gezet kon worden. Het resultaat was dat de massaproductie van schrijfmachines begon. De beste man is óók de bedenker van het QWERTY-toetsenbord dat vandaag nog veel gebruikt wordt. Hierbij zijn de letters die doorgaans het meeste gebruikt worden, zo ver mogelijk van elkaar af geplaatst. Daarmee werd voorkomen dat de letterstangen (zie de foto hieronder) in elkaar zouden grijpen tijdens het typen.

In de jaren ’60 en ’70 van de 20e eeuw waren er overal ter wereld typemachines te vinden op kantoren. Er ontstond zelfs een nieuwe functie: de typist(e). Deze persoon typte handgeschreven brieven over, of zette een tekst op papier die gedicteerd werd. Dat kostte nogal wat kracht in de vingers, want de toetsen moesten hard ingedrukt worden.

De functie werd langzaam overbodig door de ontwikkeling van de computer. De schrijfmachines werden vervangen door moderne, meer geautomatiseerde techniek.

Vandaag leren kinderen op school middels laptops en tablets (snel en blind) typen als vaardigheid, net zoals ze leren schrijven op papier.

Och, hoe de tijden veranderd zijn…

Stichting NiVo en hun missie om een standbeeld van Lodewijk Napoleon te realiseren

Onlangs werd ik benaderd door Stichting NiVo. De afkorting staat voor “Lodewijk Napoleon in Voorthuizen” en draait, logischerwijze, om de nalatenschap van koning Lodewijk Napoleon in Voorthuizen en de omliggende Veluwedorpen. Hun missie is om deze allereerste koning van Holland de aandacht te geven die hij verdient, uiteindelijk door middel van een standbeeld dat in Voorthuizen moet komen te staan.

Stichting NiVo nodigde mij uit om op het Bunckmanplein in het dorpshart te vertellen waarom Lodewijk Napoleon belangrijk is geweest voor de geschiedenis van ons land. Zo gezegd, zo gedaan en zodoende hebben we een leuk kort item opgenomen.

Ook heeft Stichting NiVo zojuist een papieren journaal gerealiseerd met bijdragen van historici, archivarissen en (cultureel) ondernemers. Omdat dit journaal alleen in Voorthuizen is verspreid, hebben ze het hele blaadje ook online gezet (bekijk het hier). Ze zijn er goed in geslaagd om hun boodschap en missie beknopt onder de aandacht te brengen. Ik sluit me daarom graag bij hen aan; zoals jullie misschien nog weten vind ik persoonlijk ook dat Lodewijk Napoleon meer aandacht zou moeten krijgen. En ook Maarten van Rossem schaart zich achter ons, hoe leuk is dat?! Ik ben zeer benieuwd naar het vervolg van deze initiatieven!