Gespot op het Limburgse platteland: de halve mud!

Een “mud” of “mudde” is een inhoudsmaat van vroeger. Het is een verbastering van het Latijnse woord “modius” en werd gemeten met kuipen/tonnen zoals op de foto.

Een mud was op veel plekken in Nederland gelijk aan 4 schepel. En ook dát is weer een oude inhoudsmaat: een schepel is eigenlijk “een kom vol” droge waren. Met een mud werden echter ook aardappels, kolen en vloeibare stoffen gemeten.

Omdat deze inhoudsmaten per regio flink konden verschillen, werden ze langzaamaan vervangen. De regering van Napoleon had in Frankrijk al voor de invoering van het metriek stelsel gezorgd. Voor Nederland duurde het nog een paar jaar; bij ons werd dit stelsel namelijk pas officieel ingevoerd in 1820. Toen werd een mud gelijkgesteld aan 100 liter.

Hoe een Tiroler herbergier de troepen van Napoleon versloeg (bij Innsbruck, Oostenrijk)

Onlangs reisde ik af naar Innsbruck en bezocht ik het Tiroler Panoramamuseum, waar het Innsbrucker Riesenrundgemalde het meest bijzondere onderdeel is. Dit is een panoramisch (rondlopend) schilderij over de Derde Slag op de Bergisel (een heuvel bij Innsbruck). Na het beklimmen van een brede trap, kom je “middenin” het schilderij terecht. Vanwege de ronde vorm kun je letterlijk langs het verhaal lopen. Het schilderij laat zien hoe een groep gewapende boeren uit Tirol, onder leiding van de herbergier-handelaar Andreas Hofer, het Keizerlijke Franse leger van Napoleon verslaat.

Het unieke schilderij is bijna 11 meter hoog en is meer dan 90 meter lang. Vóór het schilderij is de omgeving van de veldslagen nagebootst door middel van echte struiken, boerenhekjes, zandheuvels en opgezette dieren. Op de achtergrond spelen geluiden, je hoort vogels en natuurgeluiden en je hoort de soldaten in de verte. Zo is de 3D-ervaring compleet en krijg je het gevoel dat je de veldslag met eigen ogen ziet.

In het museum is nog veel meer te zien, zoals portretten, informatiepanelen, beelden, wapens en voorwerpen uit deze tijd. De gevechten tussen de Tirolers en de Franse troepen krijgen hier alle aandacht.

Wat is de historische achtergrond van deze gebeurtenissen? Vandaag hoort Tirol bij Oostenrijk en Italië, maar er was een tijd waarin de Tirolers streden voor hun onafhankelijkheid. In 1805 versloegen de Franse troepen van Napoleon Bonaparte de Oostenrijkse en Russische legers in de Slag bij Austerlitz. Het gevolg was dat de regio Tirol werd afgesneden van het Habsburgse Rijk en aan het Koninkrijk Beieren werd toegevoegd (wat nu het Duitse Bundesland Bayern is).

Het Beierse bestuur was loyaal aan Napoleon en werd door de Tirolers gehaat; want zowel de boerenklasse als de gegoede burgerij werden beperkt in hun vrijheden. In april 1809 brak er een opstand uit onder leiding van eerdergenoemde herbergier en handelaar Andreas Hofer. Op de Bergisel behaalden de gewapende opstandelingen (inclusief vele boze boeren met simpele spiesen en harken) een overwinning op Napoleons getrainde troepen.

Als gevolg van een wapenstilstand werd Tirol nogmaals bezet en gecontroleerd door het Franse leger. Hofer trommelde zijn strijdkrachten weer op en wéér bleken zij sterker dan die van Napoleon. Er volgde zelfs een derde campagne, waaruit de Tirolers nogmaals sterker naar voren kwamen dan de Fransen.

Een onafhankelijk Tirol was op dat moment niet ondenkbaar. Ware het niet dat de vrijheidsstrijders bij een vierde veldslag in november 1809 tóch verslagen werden. Hierna ging het voor de Tirolers snel bergafwaarts en brokkelde het verzet tegen Frankrijk en Beieren af. De militaire leiding viel uiteen.

Toen er steeds meer versterking vanuit het Franse Keizerrijk bleef komen, werd de situatie onhoudbaar voor Hofer. Hij moest het gebied ontvluchten, maar werd verraden en werd in Zuid-Tirol al opgepakt. Hij werd in februari 1810 veroordeeld tot executie door een vuurpeloton.

Tirol werd opgedeeld in 3 delen: het noorden werd formeel bij het Koninkrijk Beieren gevoegd, het oosten bij het Franse Keizerrijk en het zuiden bij het (door Napoleon uitgeroepen) Koninkrijk Italië. Maar sinds Napoleons definitieve nederlaag bij Waterloo in 1815 hoort Noord-Tirol bij Oostenrijk. Andreas Hofer wordt ieder jaar op zijn sterfdag, 20 februari, door de Oostenrijkers als vrijheidsstrijder herdacht en als held geëerd.

Op deze dag vertrok ik zonder plannen met de trein vanuit München naar Innsbruck. Voorafgaand aan mijn bezoek aan het Tiroler Panoramamuseum bezocht ik ook nog het Keizerlijk Paleis Hofburg; in de middeleeuwen en vroegmoderne tijd een belangrijke machtszetel van het Huis Habsburg. Dat was imponerend en prachtig om te zien, maar het verhaal van de Slag op de Bergisel maakte meer indruk op me. Ik moet eerlijk zeggen dat ik geen idee had van deze gebeurtenissen, misschien kwam het daardoor. Ook Andreas Hofer kende ik nog niet voordat ik Innsbruck bezocht. Mijn zonnige dagje Tirol was dus leuk én leerzaam. En zo zie je maar weer, geschiedenis is overal!

Concentratiekamp Dachau (Duitsland)

Onlangs bezocht ik het concentratiekamp Dachau in het gelijknamige stadje Dachau, net boven München. Het kamp is enorm, je kunt je voorstellen dat er geen einde kwam aan de rijen barakken (waarvan je er nog een paar kunt bekijken). Er wordt veel informatie aangeboden op het terrein, bijvoorbeeld met bordjes, posters en audiotours. Het is fijn dat je zelf kunt kiezen of je de achtergrondinformatie wil lezen, want laten we eerlijk zijn: dit is geen vrolijk onderwerp. Toch ben ik blij dat ik het gezien heb. Het gevoel dat je krijgt als je zo’n barak van binnen bekijkt, kun je nooit op dezelfde manier oproepen door een tekst te lezen of een foto te bekijken.

Bekijk ook de video hieronder voor een impressie.


Gespot bij mijn beste vriendin: de typemachine!

Wie kent het nostalgische geluid nog? Of het geknoei met de linten?

In 1714 heeft de Britse Henry Mill als eerste een octrooi aangevraagd voor een schrijfmachine. Sindsdien zijn er op verschillende plekken en tijdstippen verbeterde modellen ontwikkeld.

De Amerikaan Christopher Latham Sholes vervaardigde in 1868 een typemachine die makkelijk in elkaar gezet kon worden. Het resultaat was dat de massaproductie van schrijfmachines begon. De beste man is óók de bedenker van het QWERTY-toetsenbord dat vandaag nog veel gebruikt wordt. Hierbij zijn de letters die doorgaans het meeste gebruikt worden, zo ver mogelijk van elkaar af geplaatst. Daarmee werd voorkomen dat de letterstangen (zie de foto hieronder) in elkaar zouden grijpen tijdens het typen.

In de jaren ’60 en ’70 van de 20e eeuw waren er overal ter wereld typemachines te vinden op kantoren. Er ontstond zelfs een nieuwe functie: de typist(e). Deze persoon typte handgeschreven brieven over, of zette een tekst op papier die gedicteerd werd. Dat kostte nogal wat kracht in de vingers, want de toetsen moesten hard ingedrukt worden.

De functie werd langzaam overbodig door de ontwikkeling van de computer. De schrijfmachines werden vervangen door moderne, meer geautomatiseerde techniek.

Vandaag leren kinderen op school middels laptops en tablets (snel en blind) typen als vaardigheid, net zoals ze leren schrijven op papier.

Och, hoe de tijden veranderd zijn…

Stichting NiVo en hun missie om een standbeeld van Lodewijk Napoleon te realiseren

Onlangs werd ik benaderd door Stichting NiVo. De afkorting staat voor “Lodewijk Napoleon in Voorthuizen” en draait, logischerwijze, om de nalatenschap van koning Lodewijk Napoleon in Voorthuizen en de omliggende Veluwedorpen. Hun missie is om deze allereerste koning van Holland de aandacht te geven die hij verdient, uiteindelijk door middel van een standbeeld dat in Voorthuizen moet komen te staan.

Stichting NiVo nodigde mij uit om op het Bunckmanplein in het dorpshart te vertellen waarom Lodewijk Napoleon belangrijk is geweest voor de geschiedenis van ons land. Zo gezegd, zo gedaan en zodoende hebben we een leuk kort item opgenomen.

Ook heeft Stichting NiVo zojuist een papieren journaal gerealiseerd met bijdragen van historici, archivarissen en (cultureel) ondernemers. Omdat dit journaal alleen in Voorthuizen is verspreid, hebben ze het hele blaadje ook online gezet (bekijk het hier). Ze zijn er goed in geslaagd om hun boodschap en missie beknopt onder de aandacht te brengen. Ik sluit me daarom graag bij hen aan; zoals jullie misschien nog weten vind ik persoonlijk ook dat Lodewijk Napoleon meer aandacht zou moeten krijgen. En ook Maarten van Rossem schaart zich achter ons, hoe leuk is dat?! Ik ben zeer benieuwd naar het vervolg van deze initiatieven!

Skulls, of my people

Een tijdje geleden heb ik in Freiburg de filmscreening van “Skulls, of my People” bijgewoond. Dit is een Zuid-Afrikaanse documentaire door Vincent Moloi, waarin getoond wordt hoe Namibische schedels (en andere stoffelijke resten) terechtkwamen in diverse Europese steden. Belangrijk is dat erbij uitgelegd wordt waarom deze objecten daar niet thuishoren.

Het is een pijnlijke en indrukwekkende film, hoewel de aantallen enigszins gemanipuleerd en gedramatiseerd zijn (aldus mijn scriptiebegeleider Dr. Dag Henrichsen). Na afloop was er een wetenschappelijke discussie, geleid door Julia Rensing. Julia is een Namibiëspecialist gelieerd aan de Universiteit van Freiburg; ik had haar al eerder in Basel ontmoet. Tijdens de discussie werden de cijfers bijgesteld en uiteindelijk werd er hierover consensus bereikt onder de aanwezigen.

Het werd me goed duidelijk hoe gevoelig dit onderwerp ligt bij velen. Dit thema is nog altijd zeer relevant voor de betrekkingen tussen de Duitse en Namibische regeringen. De discussie bood me daarom waardevolle input voor mijn scriptie.

Mijn dank gaat uit naar de Kommunales Kino Freiburg voor de uitnodiging.

Wat een verrassing!

Al enige tijd geleden kreeg ik van Skript Historisch Tijdschrift te horen dat ik één van de drie genomineerden was voor hun jaarlijkse scriptieprijs. Ik dacht daarmee mijn winst al in de pocket te hebben, maar niets was minder waar. Ik had nooit durven dromen dat juryvoorzitter Kim Beerden mijn naam uitsprak bij het aankondigen van de winnaar, afgelopen week tijdens het bijbehorende evenement in Boekhandel Atheneum aan het Spui. Hiermee is mijn scriptie “The Greater Cause. Hoe de Société Amicale de bevolking van Moyen Congo kon overtuigen.” benoemd tot beste Geschiedenis Bachelorscriptie van Nederland voor het jaar 2017. Wat een eer! 😀

Op zoek naar historisch bewijs in Berlijn

Als voortzetting van het archiefonderzoek voor mijn scriptie, maakte ik een kort uitstapje naar Berlijn. Dit was immers ook ten tijde van het moderne imperialisme de hoofdstad van Pruisen/het Duitse Rijk. Als de Duitse koloniale geschiedenis ergens uitgelicht wordt, dan zou je het hier verwachten. Ik bezocht het Deutsches Historisches Museum dus met een missie.

Helaas kwam ik bedrogen uit. Na een wandelroute langs zo’n 40 zalen met Europese, Frankische, Pruisische en Germaanse geschiedenis, ontdekte ik welgeteld één donkere hoek met koloniale geschiedenis. De enige informatie over Deutsch Südwestafrika is een bordje met de tekst: “Aan het begin van de 20e eeuw heeft het Duitse Rijk een genocide gepleegd in het huidige Namibië”. Verder biedt het museum geen achtergrondinformatie of verdieping. In de vitrine een paar willekeurige voorwerpen van overzee.

Dit kan beter, denk ik dan. Deze ontdekking bevestigt in ieder geval mijn vermoedens over de omgang van de huidige Duitse regering met haar koloniale verleden en onderstreept de noodzaak tot een betere (meer volledige) informatievoorziening hierover. Júist in musea!

Gespot bij mijn grootouders: gekleurde lucifers!

Eén van de bekendste sprookjes van Hans Christian Andersen is “Het meisje met de zwavelstokjes” (1845) over een arm meisje dat met oud en nieuw blootsvoets door de stad zwerft en zwavelstokjes probeert te verkopen. Ik moest er meteen aan denken toen ik deze pakjes gekleurde lucifers vond bij mijn opa en oma. Hoe oud zijn lucifers eigenlijk? 

Er bestaan al heel lang allerlei voorlopers van de moderne lucifers. We weten dat mensen in de prehistorie reeds een soort “fakkels” maakten, zodat ze het cruciale gereedschap vuur konden verplaatsen zonder zichzelf (meteen) te branden. Deze werden vermoedelijk alleen gebruikt als aansteeklont; zodat er een nieuw vuur aangestoken kon worden met de smeulende resten van een oud vuur.

De Romeinen doopten stokken en kleine houtjes in smolten zwavel; ook bij wijze van fakkel. Deze moesten echter wel met vuur aangestoken worden en ontvlamden niet zelf. In historische Chinese teksten wordt dit principe ook beschreven. De tekst “Cho Keng Lu” (1366) vertelt over de verovering van de Noordelijke Qi-dynastie door de Noordelijke Zhou-dynastie in het jaar 577. Tijdens deze machtsstrijd zouden er zwavelstokjes van dennenhout gebruikt worden door het keizerlijke hof.

Een stuk later, in 1805, ontwikkelde Jean-Joseph-Louis Chancel in Frankrijk de dompellucifer: stokjes met zwavel en kaliumchloride die ontvlamden wanneer ze in zwavelzuur gedompeld werden. Niet erg veilig voor de vingers. Het idee was goed, maar de methode moest anders. Al vrij snel daarna ontwikkelde John Walker in Engeland de “friction match“: stokjes met kaliumchloride en antimoonsulfide die ontvlamden wanneer ze langs schuurpapier gewreven werden. Dit was echter nog steeds een vrij hardnekkig mengsel van chemicaliën. Bovendien vlogen de stokjes veel te snel en ongecontroleerd in brand.

Daarop ontwikkelde Gustaf Erik Pasch in 1844 in Zweden de veiligheidslucifer: stokjes met een kop van een verfijnd chemicaliënmengsel die alléén op een speciaal strijkvlak (van glaspoeder en rode fosfor) ontvlamden. Bijna direct werd de massaproductie van deze gebruiksvriendelijke lucifer gestart door het Zweedse bedrijf Lundström & Sjöberg. Ze patenteerden het in 1855.

Europeanen kochten (en kopen) lucifers meestal in doosjes met een strijkvlak. In de Verenigde Staten daarentegen, waren de zogenoemde luciferboekjes populair. Hierin zaten slechts 10 tot 20 kartonnen lucifers die uit het boekje gescheurd werden. De boekjes waren een effectief reclamemedium.

Lucifers bevatten vandaag overigens geen zwavel meer, maar een mengsel van ijzer en fosfor. Daarmee zijn ze veiliger te gebruiken en milieuvriendelijker te produceren. Dat gezegd hebbende… Altijd oppassen voor je vingers! 😉

Rapportpresentatie van de VN

Er wordt weleens gezegd dat angst in feite onbegrip is. Het Bureau van het Development Programma for Africa van de Verenigde Naties moet dit ook gedacht hebben toen zij in 6 verschillende landen een onderzoek startten naar de redenen voor jonge Afrikanen om zich aan te sluiten bij gewelddadige/extremistische groepen als al-Shabaab en Boko Haram.

Een week geleden was ik in Amsterdam aanwezig bij de presentatie van het rapport dat hieruit voortkwam en ik was oprecht onder de indruk van het resultaat. Want om iets te kunnen oplossen of verbeteren, moet je het eerst begrijpen. Ik kan dit rapport en de bijbehorende website daarom aanraden aan iedereen die meer te weten wil komen over dit onderwerp. Lees de resultaten via: A Journey to Extremism.