De Steen van Rosetta, onze sleutel tot het oude Egypte

Vandaag toverde ik in 3vwo een mini-replica van één van de belangrijkste archeologische vondsten ter wereld tevoorschijn. Tot mijn grote vreugd vonden de leerlingen dit malle ding hartstikke interessant en waren ze ijverig bezig om de betekenis ervan te ontdekken.

In 1799 vonden Franse soldaten bij het Egyptische stadje Rosetta (Rashid / رشيد) een donkere steen met drie soorten tekst. Deze Napoleontische soldaten waren op expeditie en besteedden hun vrije tijd aan het opduikelen van cultuurhistorische objecten. Destijds een acceptabele praktijk, nu toch wel behoorlijk dubieus te noemen. Afijn, de vondst werd “de Steen van Rosetta” genoemd. Het bleek de sleutel tot het ontcijferen van het Egyptische hiërogliefenschrift.

Op de steen staat dezelfde inscriptie in drie talen: het hiërogliefenschrift, het Demotisch (een versimpeld hiërogliefenschrift voor alledaags gebruik) en het Grieks. Voor de liefhebber: de tekst is een decreet van farao Ptolemaeus V Epiphanes, uitgevaardigd in 196 v.Chr; over zijn goede regering en de noodzaak om standbeelden voor hem op te richten. Dat er drie keer dezelfde tekst staat, maakte het mogelijk om het mysterieuze symbolenalfabet van de Egyptenaren te begrijpen. In 1822 lukte het de Franse taalkundige Jean-François Champollion om de code te kraken. Vanaf dat moment konden eeuwenoude Egyptische teksten dus weer worden gelezen.

Op de bovenste foto houd ik een stuk hout vast, waarin de tekst gegraveerd is. Maar de echte steen van Rosetta is een flink brok granodioriet (zie de foto hierboven). Het topstuk is te zien in het British Museum in Londen. Waarom niet in Parijs? Omdat Napoleon het bezette territorium in Egypte uiteindelijk “verloor” aan Britse troepen onder leiding van admiraal Nelson en generaal Hutchinson. Met het Verdrag van Alexandrië eisten de Britten alle wetenschappelijke vondsten van de Fransen op als oorlogsbuit (1801). Dergelijke verhalen gaan overigens schuil achter bijna alle Egyptische topstukken die in Europese musea tentoongesteld worden. Dat is iets om in gedachten te houden.

Gelukkig zijn de wetenschappelijke inzichten die de Steen van Rosetta opleverde wel altijd met de hele wereld gedeeld. Het is een ware taalkundige brug tussen beschavingen!

De Slotruïne van Kalø (Denemarken)

In 1313 heeft de Deense koning Erik Menved een groot kasteelcomplex laten bouwen op een schiereiland. Maar hoe kwam hij nou uitgerekend dáár terecht? Even later werd er onder de kasteeltoren een gevangenis gegraven, waar niemand minder dan de Zweedse koning Gustav Eriksson (Vasa) een paar maanden heeft moeten wegrotten. Waarom dat zo was en tijdens welke politieke conflicten dit gebeurde, wordt duidelijk in de video hieronder.

Flintstones in Valkenburg – De prehistorie in Nederland

De prehistorie is de periode vóór de komst van het schrift. Omdat men op de ene plek eerder ging lezen en schrijven dan op de andere, eindigt de prehistorie voor ieder gebied/land op een ander moment. Nederland heeft een relatief lange prehistorie, omdat het schrift ons land pas bereikte met de komst van de Romeinen.

Alle historische informatie van de periode daarvóór, moeten we uit de archeologie halen. Maar binnen dit discipline is gelukkig heel veel mogelijk, zeker wanneer er moderne technologie ingezet wordt.

Zo hebben archeologen ontdekt dat er bijzondere vuursteenmijnen in gebruik zijn geweest in Valkenburg aan de Geul (Limburg). Zelfs vandaag trek je daar de stukjes vuursteen nog makkelijk uit de grond. Wij gebruiken dit materiaal niet meer in ons dagelijks leven, maar de prehistorische mensen wisten er wel raad mee! Ontdek meer over hun levenswijze in de mini-documentaire hieronder en verbaas je over hun vindingrijkheid.

De werfkelders van Utrecht

Naast de huisnummers met de toevoeging “bis” (lees het hier), beschikt Utrecht over nóg een bijzonder stedelijk kenmerk. In de binnenstad zijn de grachten op veel plekken voorzien van zogeheten werfkelders.

Oorspronkelijk waren deze kelders bedoeld als opslagruimten en doorgangsruimten tussen de huizen en de grachten. Zo konden goederen worden getransporteerd over het water, wat voordelen had ten opzichte van het vervoer door de drukke en smerige straten van de binnenstad. De middeleeuwse stenen constructies en de bruggetjes uit de Gouden Eeuw (17e eeuw) brengen je vandaag direct terug naar vervlogen tijden. Leuk om te weten is dat de kelders vaak recht onder de straten liggen. De combinatie van bedrijvigheid in de binnenstad en de opslag en het goederentransport rondom de werfkelders, zorgde ervoor dat Utrecht in feite een stadshaven had.

Zelf een keer spieken? In sommige kelders zitten tegenwoordig winkels, restaurants of kantoren. Loop je langs de Drift, de Oudegracht, de Nieuwegracht, de Plompetorengracht of de Kromme Nieuwegracht, dan kun je op veel plekken met een trapje naar beneden om bij de kelderdeuren te komen. Respecteer daarbij wel de privacy van de bewoners aan de grachten. 🙂

Nieuwe opgraving in Alkmaar

Op dit moment vindt er een grote archeologische opgraving plaats bij een voormalige herberg in het centrum van Alkmaar. Wat hoopt men daar te vinden?

Herberg “Het Gulden Vlies” aan de Koorstraat bestond al vóór 1563. De naam komt van de ridderorde die Filips de Goede, de hertog van Bourgondië, in 1430 ingesteld heeft. Filips haalde zijn inspiratie uit de Griekse mythologie. Daarin was het Gulden Vlies de gouden “vacht” van Chrysomallos; een wonderbaarlijke ram die door de goden gestuurd was om de kinderen Phrixos en Helle te redden. Tijdens de vlucht viel Helle in zee (de Hellespont), maar Phrixos bereikte veilig Kolchis, waar hij de ram offerde en het Gulden Vlies schonk aan koning Aiëtes, die het ophing in een heilig bos en liet bewaken door een nooit slapende draak. Generaties later werd Jason eropuit gestuurd om dit Gulden Vlies te halen om zijn recht op de troon van Iolkos te bewijzen. Met hulp van de Argonauten en de tovenares Medea wist Jason de draak te verslaan en het vlies te bemachtigen, waarmee hij een van de beroemdste heldentochten uit de Oudheid volbracht.

Afijn, herbergen die een uithangbord met de gouden vacht, Jason en/of de overwonnen draak erop hadden staan, hadden een speciale status. Hier kwamen gasten van aanzien hun braadstuk smikkelen! Zo ook in Alkmaar. Eeuwenlang kon men bij deze herberg terecht voor bijzondere diners, borrels en vergaderingen. Na een flinke verbouwing werd Het Gulden Vlies in 1924 heropend als theater. Echter, in 1991 viel het doek voor dit etablissement (letterlijk). Het gebouw transformeerde tot feestlocatie, café-restaurant en appartementencomplex.

Omdat er een nieuwe verbouwing op de planning staat voor het gebouw, wordt het terrein nu archeologisch onderzocht. Het is niet alleen aannemelijk dat er (afval)objecten van de middeleeuwse herberg gevonden worden, dit werd zelfs van tevoren verwacht. En ja hoor, de archeologen hadden gelijk. Inmiddels zijn er al muren, kelders, toiletten en riolen blootgelegd uit de 15e, 16e en 17e eeuw. Kleine vondsten zijn onder meer een vingerhoed (17e eeuw), pijpjes en munten, veel keramiek- en glasscherven (1780-1880), een Engels roomkannetje en een pannetje uit de 19e eeuw. Restanten van vijf eeuwen aan horeca-activiteit dus!

Kasteelruïne Seldensate nabij Den Bosch

In Berlicum ligt een ruïne van een middeleeuws kasteeltje. Het fungeerde eerst als buitenplaats voor de lokale adel, toen als plezierkasteel met tennisbaan en uiteindelijk werd het gebouw verlaten en aan de natuur overgeleverd. Kijk mee naar wat sfeerbeelden.

Vroeger was de rustige, groene omgeving bij Berlicum voor de adel een perfect gebied voor een buitenhuis. Rond 1450 bouwden edelen uit het nabijgelegen Den Bosch er heuse kasteeltjes en Kasteel Seldensate was daar één van. Het werd al omstreeks 1300 gebouwd als middeleeuwse hoeve, maar het terrein werd continu uitgebreid. Aan het einde van de 15e eeuw stond er een woonkasteel met de naam Seldensate, een poortgebouw, een duiventoren en een kapel.

In 1629 werd Den Bosch belegerd door stadhouder Frederik Hendrik van Oranje (zoon van Willem van Oranje). Veel lokale bewoners schuilden op Seldensate. Andere conflicten uit de Tachtigjarige Oorlog zorgden ervoor dat Seldensate snel achter elkaar nieuwe eigenaren kreeg. Maar toch raakte het terrein steeds meer in verval. In 1890 blies Valerius Bosch het oude kasteel nieuw leven in middels een grote restauratie. Er werd een nieuwe toren gebouwd en er kwam een serre bij. In de tuin werd zowel een tennisbaan als een ijskelder aangelegd, geheel volgens de laatste mode.

Echter, in 1928 vertrok de familie Bosch. Het kasteel bleef onbewoond achter en degradeerde snel. Het terrein verzakte namelijk door de rivierloop van de Aa, die overal omheen en doorheen slingert. In 1973 kocht de gemeente Sint-Michielsgestel het landgoed op om de fundamenten te conserveren. Het poortgebouw en de duiventoren werden hersteld. Sindsdien worden ook de tuin en de gracht rond de ruïne onderhouden, zodat dit stukje erfgoed netjes behouden kan worden.

Op bezoek bij de bekendste graaf van Egmont, die in Brussel werd onthoofd

In het huidige Egmond aan de Hoef lag vroeger een imposant kasteel, namelijk het Slot op den Hoef. Vandaag is dit een ruïne waarvan de fundamenten gerestaureerd zijn, zodat je toch een idee krijgt van de grootte en de vorm van het bouwwerk. Het is verbonden aan meerdere belangrijke episodes uit de vaderlandse geschiedenis en dus echt een bezoekje waard.

Een stukje verderop staat de abdij van Egmont (in het huidige Egmond-Binnen). In de middeleeuwen verwierf deze abdij steeds meer grondgebied in Holland. De geestelijken besteedden het beheer daarvan uit aan rentmeesters uit het adellijke geslacht (Van) Egmont.

In 1170 besloot Dodo van Egmont dat er dan ook maar een kasteel voor zijn familie moest komen op die plek. Willem I van Egmont voegde daar in 1229 ook nog een slotkapel aan toe. Eind 15e eeuw had het gebouwencomplex onder Jan III van Egmont (de eerste graaf van Egmont) zijn grootste omvang bereikt.

Lamoraal d’Egmont

Maar het was vooral Lamoraal I van Gavere (1522-1568) die een sleutelfiguur in de Nederlandse geschiedenis werd. Hij was onder andere krijgsheer van keizer Karel V, gouverneur van Vlaanderen en Artesië en lid van de Raad van State. Hij werd geboren in een kasteel nabij Lahamaide (België), maar zijn familieburcht was dus het Slot op den Hoef.

Hij ontving hier edelen voor politieke vergaderingen en van hieruit initieerde hij bovendien de drooglegging van het Egmonder- en Bergermeer. Deze bebouwbare polders hebben we dus aan hem te danken. Lamoraal van Egmont voorstond godsdiensttolerantie voor de bevolking, maar dit burgerrecht werd onderdrukt door Filips II (die de zoon van keizer Karel V was en destijds als koning over de Spaans-Habsburgse Nederlanden regeerde).

Lamoraal I werd de bekendste graaf van Egmont, mede door zijn tragische einde. Op 5 juni 1568 werd hij namelijk op orders van Filips II onthoofd op de Grote Markt van Brussel. Meteen daarna moest ook de graaf van Horne (Hoorn) dit lot ondergaan. Deze onthoofdingen bespoedigden de uitbraak van de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) en voedden in het bijzonder de verzetslust van Willem van Oranje, die een bekende was van beide graven en zelfs met hen gediscussieerd had over de juiste mate van godsdiensttolerantie in de Nederlanden.

Hoe liep het af met het kasteel? In de eerste jaren van de Tachtigjarige Oorlog, namelijk in 1573, staken de geuzen onder leiding van Diederik Sonoy het Slot op den Hoef in brand om te voorkomen dat de Spanjaarden het zouden claimen. Het idee hiervoor kwam van Willem van Oranje. Het lukte, maar de schade was groot.

Het kasteel raakte steeds meer in verval. In 1798 werd het zelfs verkocht ‘voor de sloop’ en werd alles afgebroken tot puin. Langzaamaan werden de resten van het bouwwerk opgeslokt door een moerassig weiland. Pas in 1933 gaf een uitstekend brok puin aanleiding om het gebied te ontwateren. Naast allerlei oude gebruiksvoorwerpen, kwamen ook de fundamenten van het kasteel zo weer boven water.

De steenresten werden versterkt met modern beton en opgemetseld met de gevonden bakstenen. Vandaag kun je er overheen lopen en de fundamenten dus van heel dichtbij bekijken. Met een beetje fantasie waan je je bijna op bezoek bij de graven van Egmont! 🙂

Kijk mee naar een archeologische opgraving in de Nieuwe Kerk van Delft

Gisteravond moest ik naar een vergadering in Rotterdam waarvoor ik best een eindje met de trein moest reizen. Om dit wat aangenamer te maken, stapte ik in de middag eventjes uit in Delft om daar de Oude Kerk en de Nieuwe Kerk te bezoeken. Zonder goede reden, eigenlijk omdat ik beide plekken weer eens wilde zien. En zodoende viel ik weer met mijn neus in de boter. Kijk mee…

Dit is waar ik op stuitte in de Nieuwe Kerk: een archeologische opgraving onder het oppervlak van de kerk, door een groot team. Door een glazen scheidswand kunnen bezoekers meekijken hoe de bodem onder de Nieuwe Kerk momenteel nauwkeurig onderzocht wordt. En ja, de skeletten worden letterlijk afgestoft en opgegraven ‘waar je bij staat’. Hoe indrukwekkend?

Dit onderzoek is begonnen in juli en zal in november worden afgerond. De archeologen zijn hier actief vanwege de uitbreiding van de Koninklijke grafkelder. Met nog één maand te gaan is er nu al meer opgegraven dan verwacht. Er kwamen al meer dan 400 skeletten naar boven. Het gaat om rijke Delftenaren, die hier in de 18e en 19e eeuw begraven zijn.

Ook werden er al meer dan 150 knekelkuilen ontdekt. Dit zijn kuilen waarin de stoffelijke resten van veel verschillende personen bij elkaar liggen. Door de combinatie van allerlei stoffelijke resten van allerlei mensen, is het moeilijk om individuele skeletten samen te stellen uit de botten uit zulke knekelkuilen, maar door de vondsten te tellen kun je natuurlijk wel een schatting doen van het aantal mensen dat er begraven ligt.

De opgravingen worden uitgevoerd door archeologisch onderzoeksbureau ADC in opdracht van de Gemeente Delft. Met behulp van moderne technieken, zoals 3D-modellering en lasermetingen, wordt alles netjes vastgelegd. Wie dit zelf ook wil zien, kan dus nog een paar weken meekijken.

Historisch afval: zeeglas

Onlangs vond ik dit bijzondere stuk zeeglas op het strand. Zie je de beestenkop? Is dit een draak of een wild zwijn? Hoe dan ook, dit moet wel het fraaiste stukje zijn dat ik ooit gevonden heb.

Zeeglas komt als strandvondst langs de meeste kustlijnen voor: kleine, gladde stukjes glas die mat glanzen in het zonlicht. Zo’n stukje lijkt misschien op een klein edelsteentje, maar zeeglas is eigenlijk gewoon afval dat door de zee is getransformeerd. De scherpe randen van gebroken flessen, vensterglas of servies zijn in de loop der jaren afgesleten door zand en zout water. Wat overblijft, is een afgeronde, melkachtige scherf. Desalniettemin zijn het wel leuke stukjes geschiedenis, die je zo met het blote oog tussen de schelpen vindt.

Tot ver in de 20e eeuw belandde veel glasafval rechtstreeks in zee. Dorpen en steden dumpten hun afval in het water en mensen op zee gooiden hun gebroken flessen en borden rechtstreeks overboord. En wanneer een schip verging, kwam al het materiaal aan boord natuurlijk ook direct in het water terecht. In de 19e eeuw was glas vaak gekleurd met metaaloxiden die vandaag verboden zijn als grondstof, waardoor sommige tinten glas (zoals kobaltblauw, paars of rood) tegenwoordig zeldzaam zijn.

Afbeelding van The Blue Bottle Tree

Zeeglas kan gebruikt worden als historische bron indien er een leesbare tekst op staat. Denk dan aan het merkteken van de producent van de flessen, of juist aan de fabriek die de inhoud ervan vervaardigde. Fabrikanten wilden graag dat hun (bedrijfs)naam leesbaar was op hun product, bij wijze van reclame. Zo wist je welk product het was, ook al was de fles leeg. Ambachtelijke glasvervaardigers waren al helemaal trots op hun werk en zetten dan ook graag hun (atelier)naam op hun creaties. Gecombineerd met informatie over de plek en de tijd van de productie, kun je dan veel zeggen over de historische context.

Ik heb een aantal stukjes met tekst, maar slechts één stuk met zo’n mooie afbeelding. Het is zo’n ongewone dierenkop, dat ik geen idee heb van de oorsprong.

Kijken we naar een jachtglas, waarin de koppen van de trofeedieren gegraveerd werden? Of is dit simpelweg een deel van een decoratief bord?

Wie het weet, mag het zeggen!

Met de opkomst van plastic nam de hoeveelheid glasafval wereldwijd sterk af. Maar glas dat ooit in zee terechtkwam, spoelt nog eeuwenlang aan. Want als de stukjes klein genoeg zijn, worden ze door de golven en de stroming naar de kustlijn getransporteerd. Wat we vandaag op het strand vinden, zijn kleine bewijzen van hoe het verleden zich letterlijk aan onze kusten heeft afgezet.

Première “Soldaat onder het Zand”

Daar is ‘ie dan: de film op dvd! Het resultaat van een bijzonder en vooral gezellig project. Vandaag was de feestelijke première in bioscoop Corso in Castricum.

Er was een rode loper uitgerold voor alle acteurs en figuranten. En voor de hoofdrolspelers (Torsten Colijn, ik, Floris van Ewijk en Tim van Ewijk) was er zelfs een koets met paarden geregeld. Dat is nog eens arriveren in stijl, haha! Heel onwerkelijk.

De film is ook op YouTube gezet, om de educatieve waarde ervan te benadrukken. Iedereen kan het resultaat dus kosteloos thuis bekijken door op onderstaande thumbnail te klikken:

De reacties op het eindresultaat zijn louter positief, maar dat is niet verrassend. Pauline van Vliet heeft ook echt iets neergezet hier! Het team bestond uit enthousiaste mensen die allemaal (met heel veel liefde) hun vrije tijd aan het project besteed hebben. Bedankt iedereen, dit was een ervaring om nooit meer te vergeten! 🙂