Kijk mee naar een archeologische opgraving in de Nieuwe Kerk van Delft

Gisteravond moest ik naar een vergadering in Rotterdam waarvoor ik best een eindje met de trein moest reizen. Om dit wat aangenamer te maken, stapte ik in de middag eventjes uit in Delft om daar de Oude Kerk en de Nieuwe Kerk te bezoeken. Zonder goede reden, eigenlijk omdat ik beide plekken weer eens wilde zien. En zodoende viel ik weer met mijn neus in de boter. Kijk mee…

Dit is waar ik op stuitte in de Nieuwe Kerk: een archeologische opgraving onder het oppervlak van de kerk, door een groot team. Door een glazen scheidswand kunnen bezoekers meekijken hoe de bodem onder de Nieuwe Kerk momenteel nauwkeurig onderzocht wordt. En ja, de skeletten worden letterlijk afgestoft en opgegraven ‘waar je bij staat’. Hoe indrukwekkend?

Dit onderzoek is begonnen in juli en zal in november worden afgerond. De archeologen zijn hier actief vanwege de uitbreiding van de Koninklijke grafkelder. Met nog één maand te gaan is er nu al meer opgegraven dan verwacht. Er kwamen al meer dan 400 skeletten naar boven. Het gaat om rijke Delftenaren, die hier in de 18e en 19e eeuw begraven zijn.

Ook werden er al meer dan 150 knekelkuilen ontdekt. Dit zijn kuilen waarin de stoffelijke resten van veel verschillende personen bij elkaar liggen. Door de combinatie van allerlei stoffelijke resten van allerlei mensen, is het moeilijk om individuele skeletten samen te stellen uit de botten uit zulke knekelkuilen, maar door de vondsten te tellen kun je natuurlijk wel een schatting doen van het aantal mensen dat er begraven ligt.

De opgravingen worden uitgevoerd door archeologisch onderzoeksbureau ADC in opdracht van de Gemeente Delft. Met behulp van moderne technieken, zoals 3D-modellering en lasermetingen, wordt alles netjes vastgelegd. Wie dit zelf ook wil zien, kan dus nog een paar weken meekijken.

Concentratiekamp Dachau (Duitsland)

Onlangs bezocht ik het concentratiekamp Dachau in het gelijknamige stadje Dachau, net boven München. Het kamp is enorm, je kunt je voorstellen dat er geen einde kwam aan de rijen barakken (waarvan je er nog een paar kunt bekijken). Er wordt veel informatie aangeboden op het terrein, bijvoorbeeld met bordjes, posters en audiotours. Het is fijn dat je zelf kunt kiezen of je de achtergrondinformatie wil lezen, want laten we eerlijk zijn: dit is geen vrolijk onderwerp. Toch ben ik blij dat ik het gezien heb. Het gevoel dat je krijgt als je zo’n barak van binnen bekijkt, kun je nooit op dezelfde manier oproepen door een tekst te lezen of een foto te bekijken.

Bekijk ook de video hieronder voor een impressie.


Een kijkje nemen in het theehuis van Adolf Hitler in de Beierse bergen

Nabij Berchtesgaden in het uiterste zuiden van Beieren (Duitsland) heeft Adolf Hitler in 1937 een “theehuis met uitzicht” laten bouwen… namelijk op 1834 meter hoogte. Sterker nog, Hitler wees de regio aan als privéwoonplaats en tweede regeringszetel. Kosten noch moeite werden hiervoor gespaard en dat terwijl Hitler hoogtevrees had!

In onderstaande video neem ik jullie mee naar de bergtop en gaan we uiteraard ook even binnen kijken. Het gebouwd heet officieel het “Kehlsteinhaus”, maar wordt ook wel “het Adelaarsnest” genoemd. Waarschijnlijk kunnen jullie wel raden waarom.

Extra bijzonder is dat ik toestemming van de gemeente en de uitbater van de huidige horecagelegenheid had, zodat ik zelfs tot in de lift kon filmen!

Klooster Weltenburg (Kelheim, Duitsland)

Op een prachtige plek aan de Donau bij Kelheim ligt Kloster Weltenburg, één van de oudste kloostergebouwen van Beieren. Onlangs maakten wij hier een korte tussenstop. Te kort eigenlijk, want er was ontzettend veel te zien!

Het klooster werd rond het jaar 600 gesticht door Iers-Schotse monniken en kreeg in de eeuwen daarna een vaste plek in het religieuze landschap van het Heilige Roomse Rijk. Weltenburg groeide namelijk uit tot centrum van religie, onderwijs en cultuur. Het Kloster Weltenburg begon bescheiden, met eenvoudige houten en stenen gebouwen. Verscholen in het landschap en toch dicht bij de rivier. Dit maakte landbouw, visserij en een zelfvoorzienend leven voor de monniken mogelijk. In hun werkzaamheden volgden ze de regel van Sint-Benedictus.

Lithografie door Adolph Kunike, naar J. Alt (1826). Publiek domein.

Vandaag is het bekendste gebouw de kloosterkerk, tussen 1716 en 1739 gebouwd door de gebroeders Asam, die overigens bijna alle barokkerken in de omgeving vormgegeven hebben. Deze kerk bij Weltenburg geldt ook weer als een hoogtepunt van de Zuid-Duitse kunst, met uitbundig stucwerk en kleurrijke fresco’s.

Naast het religieuze leven speelt gastvrijheid hier een grote rol. Er zijn bijvoorbeeld retraites te boeken en rondleidingen te volgen. Nog populairder is de bijbehorende Biergarten; waar op een zonnige dag alle tafeltjes bezet zijn. Dat is geen toeval, want het klooster heeft een eigen brouwerij die teruggaat tot ongeveer 1050. Dit moet zelfs de oudste kloosterbrouwerij ter wereld zijn!

Na de Beierse secularisatie van 1803 werd het klooster opgeheven, maar in 1842 kwam er een herstart als priorij. Sinds 1913 is het opnieuw een zelfstandige abdij van de benedictijnen. De meeste bezoekers zullen daar echter weinig mee te maken hebben… en simpelweg proosten op hun eigen succesverhalen. 😉

Of je (middeleeuwse) worst lust

Op zo’n anderhalf uur rijden van mijn woonplaats Pullach (bij München), ligt de indrukwekkende en charmante middeleeuwse stad Regensburg. Hier struikel je letterlijk over de geschiedenis, want de gladde middeleeuwse kloostermoppen liggen nog altijd door de hele binnenstad en het centrum wordt afgebakend door stukken originele stadsmuur. Een plek naar mijn hart, dus.

Omdat we graag het Walhalla bij Donaustauf wilden bezoeken (klik hier voor een mini-documentaire over deze plek), boekten we een nachtje in een nabijgelegen B&B. Zo konden we alles op ons gemak bekijken en de volgende dag ook nog de stad bezoeken voordat we weer terug naar München reden.

Aan de zuidkant van de middeleeuwse brug over de Donau zagen we een stenen huisje met een rokende schoorsteen staan. Er kwam een heerlijke geur vandaan, dus we besloten onze neus te volgen en te kijken wat daar verkocht werd. Het huisje bleek een moderne variant van de oudste worstenkraam ter wereld te zijn: de Wurstkuchl.

In deze worstbranderij wordt al vanaf de 12e eeuw worst gemaakt en (warm) verkocht, eventueel met kool en mosterd en een groot glas bier. Tegenwoordig kun je er allerlei soorten worstjes kopen: dik of dun, van één type vlees of een mix en vegetarisch of juist druipend van het vet.

De vraag is hier dus niet of je worst lust, maar welke worst je het liefste hebt, haha!

Gespot bij mijn beste vriendin: de typemachine!

Wie kent het nostalgische geluid nog? Of het geknoei met de linten?

In 1714 heeft de Britse Henry Mill als eerste een octrooi aangevraagd voor een schrijfmachine. Sindsdien zijn er op verschillende plekken en tijdstippen verbeterde modellen ontwikkeld.

De Amerikaan Christopher Latham Sholes vervaardigde in 1868 een typemachine die makkelijk in elkaar gezet kon worden. Het resultaat was dat de massaproductie van schrijfmachines begon. De beste man is óók de bedenker van het QWERTY-toetsenbord dat vandaag nog veel gebruikt wordt. Hierbij zijn de letters die doorgaans het meeste gebruikt worden, zo ver mogelijk van elkaar af geplaatst. Daarmee werd voorkomen dat de letterstangen (zie de foto hieronder) in elkaar zouden grijpen tijdens het typen.

In de jaren ’60 en ’70 van de 20e eeuw waren er overal ter wereld typemachines te vinden op kantoren. Er ontstond zelfs een nieuwe functie: de typist(e). Deze persoon typte handgeschreven brieven over, of zette een tekst op papier die gedicteerd werd. Dat kostte nogal wat kracht in de vingers, want de toetsen moesten hard ingedrukt worden.

De functie werd langzaam overbodig door de ontwikkeling van de computer. De schrijfmachines werden vervangen door moderne, meer geautomatiseerde techniek.

Vandaag leren kinderen op school middels laptops en tablets (snel en blind) typen als vaardigheid, net zoals ze leren schrijven op papier.

Och, hoe de tijden veranderd zijn…

Stichting NiVo en hun missie om een standbeeld van Lodewijk Napoleon te realiseren

Onlangs werd ik benaderd door Stichting NiVo. De afkorting staat voor “Lodewijk Napoleon in Voorthuizen” en draait, logischerwijze, om de nalatenschap van koning Lodewijk Napoleon in Voorthuizen en de omliggende Veluwedorpen. Hun missie is om deze allereerste koning van Holland de aandacht te geven die hij verdient, uiteindelijk door middel van een standbeeld dat in Voorthuizen moet komen te staan.

Stichting NiVo nodigde mij uit om op het Bunckmanplein in het dorpshart te vertellen waarom Lodewijk Napoleon belangrijk is geweest voor de geschiedenis van ons land. Zo gezegd, zo gedaan en zodoende hebben we een leuk kort item opgenomen.

Ook heeft Stichting NiVo zojuist een papieren journaal gerealiseerd met bijdragen van historici, archivarissen en (cultureel) ondernemers. Omdat dit journaal alleen in Voorthuizen is verspreid, hebben ze het hele blaadje ook online gezet (bekijk het hier). Ze zijn er goed in geslaagd om hun boodschap en missie beknopt onder de aandacht te brengen. Ik sluit me daarom graag bij hen aan; zoals jullie misschien nog weten vind ik persoonlijk ook dat Lodewijk Napoleon meer aandacht zou moeten krijgen. En ook Maarten van Rossem schaart zich achter ons, hoe leuk is dat?! Ik ben zeer benieuwd naar het vervolg van deze initiatieven!

DetectorDinsdag: Een tube PBG

Gevonden aan de buitenrand van München: een tube PBG. Wat is dat precies?

PBG staat voor “Pulverbeschichtungs-Gesellschaft“; een specifiek bedrijf uit Großostheim in Beieren. Ze zijn gespecialiseerd in Pulverbeschichtung, oftewel, in poedercoating. Dat is een elektrostatisch proces waarbij met een spuitpistool poeder wordt aangebracht op metaal. Tijdens het uitharden in de oven worden de poederdeeltjes door de warmte eerst vloeibaar. Daarna stroperig en vervolgens uitgehard tot een coating.

Interessant proces, maar wel minder chill dat dat de (half)lege tube in het bos gedumpt is. 🙁

Zuivere pilsjes uit Ingolstadt (Duitsland)

Onlangs liep ik in de Beierse stad Ingolstadt langs onderstaande plaquette, met prachtige afbeeldingen en een klein tekstje. Ik zocht op wat het betekende en ontdekte een grappig stukje geschiedenis.

In het voorjaar van 1516 werd in Ingolstadt een wet afgekondigd die de geschiedenis van bier voorgoed zou veranderen: het Reinheitsgebot. Deze “zuiverheidswet” bepaalde dat bier alleen mocht worden gebrouwen met water, gerstemout en hop. Meer niet. Gist werd pas later aan de lijst toegevoegd, toen men begreep waar dat mysterieuze schuim op het brouwsel voor diende.

De maatregel kwam van de hertogen Wilhelm IV en Ludwig X van Beieren. Hiermee moest de kwaliteit van het bier gewaarborgd worden. Ook kon het beschikbare graan (bijv. tarwe en rogge) zo gereserveerd/bewaard worden voor het bakken van brood. En als bijkomstig voordeel bleef de prijs van bier binnen de perken. Dat was in die tijd van algemeen belang, omdat bier dagelijks werd gedronken. Het was vanwege de gebrekkige riolering en afwatering in de steden vaak veiliger om bier te drinken in plaats van het lokale water.

Het Reinheitsgebot groeide uit tot een soort icoon van de Duitse brouwcultuur. Eeuwen later verwijzen brouwerijen er nog steeds naar op hun etiketten. Trots, alsof het een keurmerk van zuiverheid is. Hoewel de moderne Duitse bierwet (het Biergesetz) inmiddels iets soepeler is, blijft die oude bepaling uit Ingolstadt symbool staan voor wat Duits bier al 500 jaar belooft te zijn: eenvoudig, eerlijk en zuiver. 🙂