Glasstad, glasmuseum en glasblazerij

Dat kan maar betrekking hebben op één Nederlandse stad: Leerdam! Op weg naar een andere afspraak, maakte ik er een uitgebreide tussenstop om bij het Nationaal Glasmuseum alles te leren over het ambachtelijke glasblazen.

Het feest begint buiten het museum al, want op het parkeerterrein staat “De Tempel” van Hans van der Pennen (een enorm kunstwerk uit 1990). Het trekt meteen je aandacht en als je dichterbij komt, zie je steeds meer gekleurde stukken glas in het bouwwerk. Direct naast het Glasmuseum staan fabriekshallen waar vandaag nog steeds glas verwerkt wordt. Je ziet de grondstoffen en afvalproducten buiten liggen.

Eenmaal in het museum, kom je van alles te weten over de glasindustrie. Van Leerdam natuurlijk, maar ook van andere steden en plekken. Je maakt er kennis met een aantal hoofdpersonen, zoals Petrus Marinus Cochius (toenmalig directeur van de glasfabriek, het museum is in zijn voormalige woonhuis gevestigd) en Karel de Bazel (gerenommeerd architect en glaskunstenaar). Je ziet veel voorwerpen die met het productieproces te maken hebben, zoals grondstoffen en houten mallen.

Beneden, bij de cafetaria, staat een grote glascaleidoscoop. Als je met je hoofd in de tunnel naar voren kijkt en aan de drie wielen draait, verandert het beeld constant met drie verschillende platen (een achtergrond en twee patroonplaten). Ik kan daar echt uren naar kijken. 🙂

In de tuin(huisjes) is momenteel de tentoonstelling “Inflatable Thoughts” (“Opblaasbare Gedachten”) van Marinke van Zandwijk te zien. Een hoop kleurrijke bubbels en bobbels, vrij hangend en rollend, of juist geblazen in een kooitje.

Ook binnen hangt er werkt van haar. Wat mijn aandacht trok, was haar glasversie van de Rorsachplaten. Dat zijn die bekende plaatjes van suggestieve vlekken die in de psychologie gebruikt worden. De cliënt interpreteert de afbeelding op de kaart en vertelt wat de vorm oproept. De behandelaar komt dan meer te weten over het karakter en de denkwijze van de cliënt. Hoewel de waarde van de Rorsachplaten betwist wordt, worden ze nog steeds gebruikt in de psychiatrie. De glasversie van de Rorsachplaat met de meeste kleuren, vult een hele wand in het museum. Zie de linkerfoto. En of je nou interpreteert of “alleen maar kijkt”, dat ziet er prachtig uit.

Op de overige verdiepingen van het museum is er aan glaskunst geen gebrek, je loopt continu langs het open depot (vitrinekasten met collecties). Op zolder is het werk van Mieke Groot uitgelicht, in de tentoonstelling “Van Klein naar Groot”. Daar zitten veel stukken bij die je zou willen aanraken; met ribbeltjes, bolletjes en laagjes. Maar kijken doen we natuurlijk met onze ogen. 😉

Deel II van het avontuur is een bezoek aan de glasblazerij, die je bereikt door een korte wandeling door Leerdam. Dit hoort bij het museum, maar het is tegelijkertijd een werkplek waar glasblazers en kunstenaars opdrachten en/of eigen werk vervaardigen. Bezoekers zien de vakmensen dus letterlijk aan het werk; er wordt niet zomaar iets gemaakt wat vervolgens weggegooid wordt. Je neemt plaats op een tribune en je blijft zitten zo lang je wil. Er wordt ondertussen uitleg gegeven bij het proces van het glasblazen, zodat je leert hoe glas gemaakt wordt. We mochten op een gegeven moment langs de werkplekken lopen, waar we van de glasblazers meer informatie kregen over de ovens en de gereedschappen. Hoogtepunt (in ieder geval betreft de temperatuur) was dat we ook een kijkje mochten nemen in de oven waar het vloeibare glas in zit. Een heel kort kijkje, want je steekt je hoofd in een oven waarbinnen het 1250 graden is. Unieke ervaring! De werktemperatuur is overigens nog steeds 1130 graden (!).

Op de dag van mijn bezoek was meesterblazer Gert Bullée aan het werk. Hij heeft ontzettend veel vragen beantwoord, ook van mij (haha). Ik wilde bijvoorbeeld weten of de werkwijze anders is voor linkshandigen. Dat kan, soms staat de opstelling gespiegeld voor een linkshandige blazer (en werkt de blazer dus de andere kant op). Maar meestal maakt de dominante hand niet uit; leerlingen beginnen vanaf 0 dus kunnen zichzelf makkelijk aanleren om de gereedschappen met beide handen te hanteren. Interessant, toch?

Die dag werkte hij samen met kunstenaar Hans Muller aan diens patatbakjeslamp. Ja, dat is precies wat je denkt dat het is. Wie altijd al een uniek glazen object in huis had willen hebben, moet maar eens op de website van Gert Bullée kijken (klik hier voor een impressie). Wat een ambachtelijke kunstwerken, ik vind het zo knap! Of bezoek de website van Hans Muller voor de patatbakjes (klik hier).

Het was een leerzame en inspirerende dag in Leerdam. Van meesterproef tot designobject en van koelovens tot blaaspijpen; ik heb echt genoten van wat ik allemaal gezien heb. Aanrader dus!

Chicorei als koffiesurrogaat

Wat moet je als koffieleut doen als koffiebonen schaars of moeilijk te verkrijgen zijn? Tegenwoordig zijn er veel alternatieven om dan toch aan je dagelijkse dosis cafeïne te komen, zoals energiedrankjes. Maar vroeger was dat lastiger. In tijden van schaarste en oorlog bedachten mensen vindingrijke oplossingen. Eén van de bekendste alternatieven waarmee “koffie” gemaakt werd, was chicorei.

Cichorium Intybus
Cichorium Pumilum

Chicorei wordt ook wel gespeld als cichorei, maar beide woorden verwijzen naar de plant Cichorium Intybus. Het is een plant die oorspronkelijk uit het Zuidwesten van Azië en uit Zuidoost-Europa komt, maar met de eeuwen op veel meer plekken begon te groeien. De wilde versie van chicorei groeit van nature in graslanden, maar doet het ook goed in bermen. Zo kan de plant dus ook makkelijk groeien in het gematigde Nederland.

Deze plant wordt al eeuwenlang door de mens gebruikt. De Romeinen gebruikten het loof als groente, maar gooiden de wortels weg. Zonde, weten we nu, want vanwege de bittere smaak van de wortel kun je chicorei dus ook gebruiken als surrogaat (vervanger) voor koffie. Deze toepassing werd waarschijnlijk ontdekt aan het einde van de 18e eeuw. De wortel van de chicoreiplant wordt dan gedroogd, geroosterd en gemalen. Zo ontstaat er een donkerbruine drank die enigszins smaakt als koffie, hoewel de smaak niet zo ‘rijk’ of ‘robuust’ is als van echte koffie.

Door de lage productiekosten en het relatief eenvoudige kweekproces, werd chicorei al snel een populair alternatief voor het luxe cafémomentje van de gegoede burgerij. Vervolgens duurde het ook niet lang voordat chicorei in de bakkies pleur van de minder rijke mensen terechtkwam. Een schaarste aan koffiebonen vindt, niet geheel verrassend, vaak plaats in oorlogstijd. We weten bijvoorbeeld dat chicoreikoffie gretig gedronken werd tijdens de Napoleontische Oorlogen, de Eerste Wereldoorlog en de Tweede Wereldoorlog. Zo bood dit plantje in moeilijke tijden (een bakkie) troost aan alle lagen van de bevolking.

Goed, maar wat is dan de link met Dalfsen? Die is vandaag niet zo makkelijk meer uit het straatbeeld af te leiden, maar het zitbankje aan de Raadhuisstraat (met prachtig uitzicht over de Vecht) geeft alvast een kleurrijke hint. Dit bankje toont namelijk een impressie van de chicoreifabriek die in de tweede helft van de 19e eeuw in Dalfsen gevestigd werd, omlijst door chicoreibloemetjes. Het staat bewust naast de Blauwe Bogen Brug, omdat je daardoor uitkijkt over de uiterwaarden waar deze fabriek ooit stond. Met andere woorden, als je op het bankje zit, “kijk” je naar de oude fabriek.

Berend Hendrik Egberts was degene die de verwerking van chicorei naar Dalfsen bracht. In januari 1857 begon hij met de fabricatie in een pand aan de Zwolscheweg (de huidige Ruitenborghstraat); een ruimte die waarschijnlijk onderdeel van de toenmalige weverij was. Aanvankelijk werd de chicorei -enigszins primitief- gemalen door middel van een rosmolen. Er is niet veel bekend over de eerste jaren van de chicoreiproductie in Dalfsen, maar een nota uit 1858 vertelt ons wel dat er in dat jaar 4825,5 Engelse ponden cichorei voor een prijs van ƒ484,75 aan diverse afnemers in Overijssel en Gelderland geleverd werd.

Even later ging Egberts op zoek naar een ander pand, wellicht omdat het bedrijfje uit zijn voegen barstte of misschien omdat de locatie hem niet meer beviel. Omdat het efficiënt was om de chicorei over het water te vervoeren, zocht hij zijn nieuwe stekje langs de Vecht.

De Vecht bij Dalfsen, in de verte Kasteel Rechteren

Er is een brief van 13 juli 1863 bewaard gebleven waarin Egberts aan de gemeenteraad vraagt of hij een echte chicoreifabriek mag bouwen op een stuk land langs de rivier, zodat de fabriek door stoomkracht gedreven kon worden. De Gedeputeerde Staten gingen spoedig akkoord met zijn verzoek, onder de voorwaarden dat de fabriek binnen een jaar in werking moest zijn en dat het stoomtuig (periodiek) gekeurd moest worden.

Zo gezegd, zo gedaan en in april 1864 kocht Egberts het stukje buitendijks land waar hij zijn oog al op had laten vallen. Sterker nog, op het moment van de aankoop had Egberts zijn fabriek hier vermoedelijk al gebouwd, wat blijkt uit de “eerste steen” van de fabriek, waarop de frase “15-07-1860 door J.E.B. Egberts” zichtbaar is. Deze steen moet destijds door de jonge zoon van Egberts aan het bouwwerk toegevoegd zijn, zoals dat wel vaker gebeurt bij familiebedrijven. Dat de officiële vergunningen achterbleven bij de daadwerkelijke bouw van de fabriek, kwam vroeger ook wel vaker voor. Zoiets is door de bureaucratie van vandaag onmogelijk geworden. 😉

Buitendijks land bij Dalfsen
Uiterwaarden van de Vecht

In de decennia daarna werd de fabriek nog uitgebreid, weer verkleind en weer uitgebreid onder toezicht en beheer van verschillende directeuren en partners. Concurrentie in de vorm van thee en koffiestroop bracht moeilijkheden. Met het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog leek het alsof de Nederlandse chicoreiproductie weer zou opleven, maar helaas verboden de Duitsers de vrije verkoop van chicorei (en tal van andere levensmiddelen) tijdens de bezetting.

Kort na de oorlog werd koffie echter steeds duurder en daardoor ontstond er wél tijdelijk meer vraag naar cichorei. Op dit moment waren er in Nederland nog drie cichoreifabrieken: in Ossendrecht, in Leeuwarden en in Dalfsen. De fabriek in Dalfsen was hiervan de grootste. De verwerkte cichorei werd uitgevoerd naar Amerika, Canada, Australië, India en diverse landen in Afrika. Toch werd de internationale concurrentie steeds heviger, vooral van Franse producenten. Frankrijk had haar zinnen namelijk gezet op het veroveren van de wereldmarkt en verkocht chicorei in haar eigen koloniën steevast onder de vraagprijs. De Nederlandse fabrieken konden daar niet tegenop.

Cichorei van De Beukelaar uit Ossendrecht
Cichorei van Egberts uit Dalfsen

Verrassend genoeg werd de meeste chicorei uit Dalfsen verkocht aan India. In samenwerking met de Indiase regering werden er plannen ontwikkeld om de cichoreicultuur ter plekke te starten, waarvoor de N.V. Egberts te Dalfsen de grondstoffen dan zou blijven leveren. En ja hoor, op 9 juli 1962 werd de Indiase cichoreifabriek met de naam “Egberts India Private Ltd” geopend. Wat veelbelovend begon, sloeg helaas binnen 3 jaar weer om. Oorlogen op het Aziatische continent, waaraan ook India ging meedoen, maakten zowel de lokale productie van chicorei als de import van Nederlandse chicorei onmogelijk. In combinatie met de nog altijd oprukkende Franse concurrenten, betekende dit het einde van de chicoreiproductie door het familiebedrijf van Egberts in Dalfsen. De voorraden werden overgenomen door het Franse Chicorée Leroux uit Orchies.

Eén troost is dat de naam Egberts nog op de verpakkingen staat van de latere doorstartfabriek in India. Op hun chicorei staat namelijk vermeld dat het product vervaardigd is “onder know-how van Egberts te Dalfsen (Holland)”. En zo leeft dit stukje historisch Dalfsen nog altijd voort op een ander continent. 🙂

Cichoreibereiding, prent door Louise Danse (1890)

Echte koffie wordt vandaag eigenlijk nog steeds beschouwd als een soort luxeproduct, dat in verschillende kwaliteiten (en bijbehorende prijsklassen) te koop is. In Nederland hebben we sinds de jaren ’50 geen koffieschaarste meer gehad, maar toch is het gebruik van chicorei nooit gestopt. Sterker nog, vandaag de dag wordt chicoreikoffie juist weer in toenemende mate als gezonde, prebiotische drank aangeprezen. Hebben jullie het weleens geprobeerd?

Bron:

  • Halfman, C.Z., ‘Verdwenen Industrieën’, in: Hove, J., ten, Pereboom, F. & Stalknecht, H.A. (red.), Uit de Geschiedenis van Dalfsen (Kampen: IJsselakademie 1989) 355─370.

Nerdland Festival 2025

Jaaa, eindelijk kan ik het bekendmaken: ik ben dit jaar spreker op het fameuze Nerdland Festival in Wachtebeke, België! 🙂

Dit is geen muziekfestival, maar een wetenschapsfestival. Het duurt 4 dagen en begint met een openingsavond. De locatie is het groene terrein van het Provinciaal Domein Puyenbroeck, waar vele festivaltenten en science hubs opgebouwd worden voor meer dan 250 shows en lezingen.

Aan mij de eer om de wetenschap GESCHIEDENIS te vertegenwoordigen met een lezing-quiz over de Lage Landen in de Romeinse Tijd. Ja, velen (vooral mannen) denken elke dag aan deze geschiedenis. Kennen jullie die trend nog, what is your Roman Empire? Met andere woorden, waar denk jij geregeld aan? En als dat inderdaad het Romeinse Rijk is, hoe veel weet je dan daarover? Tijdens mijn lezing kan iedereen zijn kennis over de Romeinen testen aan de hand van een aantal stellingen. En telkens volgt daarna de wetenschappelijke uitleg ervan.

Mijn focus talk zal plaatsvinden op zondagmiddag 8 juni in de tent The Voyager, met ruimte voor maar liefst 500 mensen.

Voor de details, klik hier. En voor kaarten voor het festival, klik hier.

Geloof mij, hier wil je bij zijn. Kijk alleen al naar de headliners… In Wachtebeke wordt heel veel kennis en talent verzameld. En dan hebben we het nog niet eens gehad over alle activiteiten en workshops. Ik heb er in ieder geval ontzettend veel zin in! 🙂

Delfts Blauw – Typisch Nederlands?

Misschien hebben jullie het zelf ook in de kast staan thuis: Delfts Blauw aardewerk. Standaard uitgevoerd in blauw en wit, met een typisch Hollands motiefje van een tulp, scheepje of molentje. Dit aardewerk geniet tegenwoordig een beschermde status, maar is nog niet zo ontzettend lang onderdeel van de Nederlandse cultuur.

Kijkende naar de geschiedenis van Chinees porselein, dat ook in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden onwijs populair werd als statussymbool, rijst de vraag hoe “Hollands” Delfts Blauw nu eigenlijk is. Ik dook in het onderwerp en creëerde onderstaande geschiedenisflits. Aan het einde van de video verraad ik hoe je zelf kunt checken of je een waardevol exemplaar bezit. 😉

Nederlandse ondertiteling beschikbaar via YouTube.

De luchtschepen van Graaf von Zeppelin en de ramp met de Hindenburg (1937)

In de zomer van 2022 bezochten wij Friedrichshafen aan de Bodensee. Het was een spontaan weekend weg en we hadden niets gepland. Wel wisten we al dat de plek bekend staat om een eigenzinnige uitvinding, namelijk de zeppelin.

Een zeppelin is een luchtschip en is in feite een zwevend geraamte van ijzer en zeildoek. De naam komt van het meesterbrein achter dit type vervoersmiddel: Graaf Ferdinand von Zeppelin (1838-1917). En ja hoor… nog voordat we geparkeerd hadden, zagen we er eentje boven ons zweven. Het was de eerste keer dat ik een zeppelin in de lucht zag en ik vond het toch een bijzonder gezicht. Heel langzaam, heel stil en heel kalm gleed het ding boven ons langs, totdat de zeppelin achter de nabijgelegen Zwitserse bergtoppen verdween.

Het inspireerde ons om het Zeppelinmuseum Friedrichshafen te bezoeken. En wouw, dat viel niet tegen! Het bleek een enorm museum te zijn met verschillende hallen en zelfs een nagebouwd onderstel om doorheen te lopen (hangend aan het plafond). Zo kreeg je als bezoeker echt het idee dat je zelf in een zeppelin zat. Het museum bood veel informatie en leuke, verrassende objecten. Ik besloot ons bezoek te filmen voor een nieuwe video. Onderstaande video is het resultaat van enkele weken aan historisch onderzoek. Ik ontdekte dat het ook nog weleens finaal misgegaan is tijdens een zeppelinreis, waarvan het ongeluk met de Hindenburg in 1937 boven Amerikaans grondgebied het meest dramatische voorbeeld is.

Wij hebben veel geleerd van ons bezoek aan Friedrichshafen en hebben genoten van dit stukje technische geschiedenis… Hopelijk kan het jullie ook bekoren! 🙂

Gespot op de Veluwe: een biljartklok!

Nog niet zo lang geleden stonden deze rakkers nog overal in cafés en kantines, maar vandaag zie je ze bijna nooit meer. Wie kent ze nog?

Een biljartklok is een hulpmiddel om (betaalde) potjes biljart bij te houden. Je gooide een muntstuk, bijvoorbeeld een kwartje of een dubbeltje, in de klokkast. De ballen bovenop de klok raakten dan los van hun houders. Je pakte de ballen eraf en kon dan vervolgens een vooraf ingestelde tijd spelen. Meestal was dat 30 minuten.

Na die 30 minuten, begon de klok te rinkelen als een wekker. Dan was het de bedoeling om de score of de tussenstand te noteren en de ballen terug te drukken in hun houders. De wekker stopte en daarna moest je bepalen of je zou stoppen, of nog een potje wilde spelen. Dan moest je natuurlijk wel weer een nieuw muntstuk in de klok gooien.

Je kocht dus eigenlijk je speeltijd. Dat had je in mijn jeugd ook nog, bijvoorbeeld met pooltafels en air-hockeytafels waar het speelmateriaal pas uit kwam wanneer je er een gulden of een euro ingooide. Schoot de bal of de hockeypuck in een gat, dan kwam hij er gewoon niet meer uit. Zelfde principe, maar dan in de speeltafel zelf.

Naast de biljartklokken bestonden er ook poolklokken, die uiteraard meer dan 3 ballen hadden en geschikt waren voor een potje pool. In bruine cafés werden de muntjes uit de klokken vaak gebruikt om nieuwe keus of lakens voor de speeltafels te kopen.

Kneuterig, maar eerlijk. En gezellig! 🙂

Fort Benoorden Spaarndam (Nacht van de Nacht 2022)

Hoewel de langste nacht altijd in december is, vindt het jaarlijkse evenement “De Nacht van de Nacht” landelijk plaats in oktober. Dit jaar deed ik voor het eerst mee en ik kon mijn arachnofobische vriendin Kim overtuigen om samen Fort Benoorden (Spaarndam) te bezoeken bij kaarslicht.

Fort Benoorden Spaarndam werd eind 19e eeuw aangelegd als onderdeel van de Stelling van Amsterdam, een verdedigingslinie die Nederland moest beschermen tegen vijandelijke aanvallen. Het fort bewaakte de belangrijke waterwegen en dijken rond Haarlem en kon het omliggende land (indien nodig) onder water zetten. Hoewel het nooit in gevecht is gebruikt, wordt het fort tegenwoordig behouden als industrieel-militair UNESCO-Werelderfgoed vanwege de educatieve waarde ervan.

Gisteravond lag alles er natuurlijk pikkedonker bij en die arme Kim kwam overal spinnen tegen. Wel extra bijzonder omdat het fort normaliter niet te bezoeken is. Het was spannend en leuk om op deze manier meer te leren over de plaatselijke natuurhistorie (vond ook Kim). Haha. 😀

DetectorDinsdag: Poetsen maar!

Gevonden op een zandvlakte waar vroeger een GGZ-instelling stond: een retro tube tandpasta. Vandaag poetsen we onze tanden om ons gebit te reinigen, verzorgen en beschermen, maar hoe ging dat vroeger?

Het zou goed kunnen dat onze voorouders in de prehistorie hun tanden ook met dat doel poetsten. Ze gebruikten takjes en twijgjes van bepaalde planten en kruiden. Afhankelijk van de gebruikte plant, moet dat een geneeskrachtige of verfrissende werking gehad hebben. Vermoedelijk werd er ook zout gebruikt om de tanden te schuren. Wat we zeker weten, is dat de Egyptenaren tandpoeder gebruikten rond 5000 vóór Christus. Dit was een mengsel van koolstaf (as) en vermalen eierschalen en/of botjes. De Grieken en Romeinen voegden daar ook nog kruiden en boomschors aan toe. Zij hebben vastgelegd dat ze hun gebit om hygiënische redenen met dit tandpoeder behandelden.

Advertentie uit 1892 (publiek domein)

We maken even een sprong door de tijd. Omstreeks 1824 ontwikkelde de Amerikaan John Peabody een tandpoeder van zeep en glycerine. Nu werden er ook spatels en borstels gebruikt voor het “tandenpoetsen”. Rond 1850 werd de eerste moderne tandpasta (uit zeep en kalk) ontwikkeld door de Amerikaan Washington Wentworth Sheffield. Ja, de beste kerel had drie plaatsnamen als eigennaam. Zijn pasta werd als “Dr. Sheffield’s Creme” verkocht in glazen potjes. Vanaf 1892 werd het ook in tubes verkocht. Overigens werd er pas in 1936 voor het eerst tandpasta in Nederland verkocht. En sindsdien zijn er allerlei nieuwe en verbeterde ingrediënten aan tandpasta’s toegevoegd die ons gebit maximaal reinigen en verzorgen. Dat kunnen we eenvoudig bewijzen door de tanden van overleden personen uit verschillende perioden te vergelijken: tegenwoordig hebben oude mensen veel vaker nog hun eigen, gezonde gebit op het moment van overlijden dan vroeger het geval was. Lekker blijven poetsen, dus! 😀

Afwijkende Utrechtse huisnummers

Wie weleens in Utrecht komt, heeft deze vreemde toevoeging aan de huisnummers vast weleens gezien: “BIS”, “bis A” of “BIS B”. Waar slaat dat eigenlijk op?

Het woord “bis” betekent “twee(maal)” in het Latijn. Wanneer een gebouw met een bepaald huisnummer later werd opgedeeld in meerdere woningen en/of kantoren, werd er onderscheid tussen de ruimten gemaakt door “bis” aan dit huisnummer toe te voegen. Een woning op de begane grond heeft dan bijvoorbeeld huisnummer 5 en de woning op de bovenverdieping (in hetzelfde gebouw) 5 bis.

Wanneer er nog meer afzonderlijke verdiepingen zijn, krijg je…

  • Huisnummer 5 (begane grond)
  • Huisnummer 5 bis (eerste verdieping)
  • Huisnummer 5 bis A (tweede verdieping)
  • Huisnummer 5 bis B (derde verdieping)

Voor zo ver mij bekend is, is Utrecht de enige Nederlandse stad met deze toevoeging aan de huisnummers. In Parijs komt het echter ook voor.

Praktische holletjes in de muur in Turnhout (België)

Als je naar beneden kijkt terwijl je door de Vlaamse stad Turnhout loopt, dan zal er snel iets opvallen. Sommige gebouwen hebben naast de entree een gat in de muur, waar niks achter zit. De gaten horen niet bij de riolering en zijn ook niet puur decoratief. Wat zijn het wel?

Het zijn holletjes om je voeten in schoon te vegen! Vroeger was er bij de voordeur van veel huizen zo’n voetschraper of schoenschraper aanwezig. De straten waren immers niet altijd zo schoon en vlak als ze nu zijn. Voordat betegelde stoepen de norm werden, was het wel zo hygiënisch om even alle modder (of poep) van je schoeisel te vegen voordat je ergens naar binnen ging.

De eerste voetschrapers stonden los bij de voordeuren. Het waren zware blokken met scherpe beugels van ijzer. Ze waren soms fraai gedecoreerd, maar stonden wel een beetje in de weg. Zeker toen er meer verkeer op straat kwam, vormden de schoenschrapers gevaarlijke obstakels. De oplossing was om een schraper op te hangen in een nisje in de muur naast de deur; dus zoals op de foto’s te zien is.

Vanaf de 20e eeuw werd de schraper geleidelijk overbodig door bestrating en door de opkomst van deurmatten achter de voordeur, in het huis. De lege nisjes bleven. 🙂