Om het einde van het hoofdstuk over de middeleeuwen (tevens het einde van het schooljaar) te markeren, hebben mijn brugklasleerlingen vanochtend allemaal een decreet opgesteld. Ze moesten opschrijven wat zij het belangrijkste element uit de middeleeuwen vinden, lest we forget dat er in dit tijdperk veel gebeurde en veel ontdekt werd.
De decreten werden geheel in stijl ondertekend, met veren en ecoline. Dat was even concentreren, maar het lukte prima. Nu kan niemand meer zeggen dat de middeleeuwen “dark ages” waren!
De lesboeken die wij gebruiken, bevatten helaas geen informatie over de Noormannen of de middeleeuwse Scandinavische samenleving. Ik vermoed dat de meeste geschiedenisdocenten in Nederland dit onderwerp overslaan, maar daarvan breekt mijn Vikinghart natuurlijk wel een beetje. Voor docenten die wél met het onderwerp aan de slag willen gaan, heb ik hieronder een inspiratielijstje samengesteld.
Neem spullen mee die de Noormannen bezaten en toon de leerlingen een soort “what’s in my bag“. Scandinavische mannen en vrouwen droegen veel persoonlijke spulletjes op hun lichaam, zoals oorlepels, sleutels, buidels met munten, (hak)zilveren sieraden, naald en draad, mesjes en runenstenen. Veel daarvan kun je zelf in elkaar knutselen.
Laat de leerlingen kennismaken met het runenschrift. Ga op zoek naar een runensteen die jou aanspreekt en bespreek de inscriptie(s) op de steen. Laat de leerlingen als afsluiter hun eigen naam in runen schrijven.
Vertel over de unieke wanderlust van de Vikingen. Terwijl je de middeleeuwen behandelt, kun je bijvoorbeeld vertellen dat de Scandinaviërs als enige Europeanen overal heen reisden (missionarissen en andere reizende beroepen daargelaten). Verreweg het grootste deel van de Europese bevolking kende alleen de eigen omgeving: het eigen dorp, met sporadische bezoeken aan de dichtstbijzijnde stad. De groepen die “Viking” gingen, wilden juist steeds verder reizen om te handelen, plunderen en ontdekken en later ook om nieuwe vestigingsgebieden te vinden. Voor de leerlingen is het verrassend om te leren dat de Scandinaviërs ook een compleet eigen samenleving creërden in Engeland, IJsland en Groenland.
In het verlengde daarvan, kun je de leerlingen uitleggen hoe hoogstaand de navigatie- en scheepsbouwtechnieken van de Noormannen waren. Vertel over feit én over fictie! Noem de terugkerende raven, de zonnewijzer, de zonnesteen, de drakar, de overnaadse werkwijze die voor een bijzonder wendbaar en sterk schip zorgde, etcetera, etcetera. Hierdoor benadruk je het belang en de blijvende waarde van het Vikingtijdperk.
En als laatste: doe iets met de Noordse mythologie! Lees een stukje voor uit de poëtische of prozaïsche Edda, kies één verhaal dat het meeste tot de verbeelding spreekt, laat de leerlingen de hoofdpersonen tekenen tijdens het luisteren, laat hen zélf (het vervolg van) een mythe schrijven… De mogelijkheden zijn eindeloos. Dit is in mijn klassen ieder jaar weer favoriet; iedereen kan hier zijn/haar creativiteit in kwijt en vanwege de popcultuur kennen veel leerlingen de mythologische figuren al.
Fabriceer zelf een zonnewijzer!
Omdat er in het reguliere curriculum zo weinig ruimte is voor onderwerpen die niet in de lesboeken staan, hoef je hier natuurlijk geen complete lessenreeks aan te wijden. Maar neem van mij aan: de leerlingen vinden dit leuk. Het is een onderdeel waarmee je de lessen over de middeleeuwen een flinke oppepper kunt geven, dus het zou zonde zijn om het over te slaan!
Onlangs gaf ik voor I&S les over de schadelijke gevolgen van globalisering. Ik vertelde de klas over de “cocaïnenijlpaarden” van Pablo Escobar en wilde dit opmerkelijke stukje geschiedenis ook even hier delen.
De regering van Colombia gaat later dit jaar zeventig “cocaïnenijlpaarden” verplaatsen. De nijlpaarden zijn afstammelingen van de privécollectie wilde dieren van de (in 1993) doodgeschoten drugsbaas Pablo Escobar. Eind jaren ’80 liet Escobar exotische dieren uit Afrika en Azië vangen en overbrengen naar zijn landgoed Hacienda Nápoles, op zo’n 250 km afstand van Medellín. Zo had hij ook nijlpaarden geïmporteerd. Oorspronkelijk ging het om één stier met 3 vrouwtjes. Maar de dieren hadden het naar hun zin en inmiddels zijn er tussen de 130 en 160 nijlpaarden in Colombia.
Omdat nijlpaarden niet in Colombia thuishoren, schaadt hun aanwezigheid de lokale ecosystemen. Er is sprake van watervervuiling door de ontlasting van de dieren. En boeren in de omgeving hebben veel last van de gevaarlijke nijlpaarden, die akkers platwalsen en leegvreten. Binnenkort worden er eerst 10 nijlpaarden naar Mexico gebracht en later nog eens 60 naar India. Deze operatie zou de regering minstens $3.500.000 gaan kosten. Tja… Escobar moet net als Madame de Pompadour gedacht hebben dat de zondvloed ná hem zou komen.
Nadat de eerste kreten van verontwaardigdheid over Escobar en zijn nijlpaarden verstomden, ontstond er een inhoudelijke discussie over globalisering, dierentuinen en overconsumptie. Dat maakte dit nieuwsitem tot een geschikte aandachtstrekker, die ik ook volgend jaar nog kan gebruiken.
In de klas hebben de leerlingen de kaart van Afrika opnieuw ingetekend, net zoals dat in 1884-1885 gebeurde tijdens de Conferentie van Berlijn.
Deze Conferentie van Berlijn was een bijeenkomst van een aantal leiders van industrialiserende Europese naties. Onder andere het Duitse Rijk, België, Groot-Brittannië en Frankrijk waren aanwezig. Deze vier naties werden de hoofdrolspelers van het evenement, hoewel er nog meer landen vertegenwoordigd waren.
De Europese machten kwamen bijeen om “koloniale problemen” op te lossen (denk aan dubbele claims, gebrek aan industriële grondstoffen of juist gebrek aan afzetgebieden). Door het Afrikaanse continent onderling te verdelen, herdefinieerden ze de grenzen van Afrikaanse landen en creëerden ze tegelijkertijd nieuwe naties. De mensen die in deze gebieden woonden, waren nooit om advies gevraagd. Ze hadden niets te zeggen bij de creatie van deze nieuwe landsgrenzen. En dus sneden de lijnen dwars door stamgebieden en graasgebieden/migratieroutes van dierenkuddes, waardoor er automatisch nieuwe spanning ontstond onder de lokale bevolking.
Hoewel het tijdperk van dit moderne imperialisme nu achter ons ligt, vormen de afspraken uit de Conferentie van Berlijn nog altijd de reden dat sommige Afrikaanse grenzen er vandaag zo vreemd “recht” uitzien.
Als docent kun je dit vertellen en aanwijzen op de kaart, maar je kunt het de leerlingen ook zelf laten ontdekken. De klas speelt de Conferentie dan na en probeert zoveel mogelijk de belangen van het eigen land te behartigen. Met een paar kaartjes op tafel, zeiden ze dingen als “Ik claim dit stuk land, jij mag dat hebben!” en “Stop, dit is mijn territorium!”. Of, helemaal berekenend en tevreden met zichzelf: “Dat overige stukje kunnen we nog in tweeën snijden!”. Door hen na afloop met hun eigen uitspraken te confronteren, begrepen we aan het einde van de les allemaal hoe absurd de Conferentie van Berlijn eigenlijk was.
Als je dit zelf ook eens wil proberen, dan is de PDF van Barbaar Educatie meteen bruikbaar en goed functionerend (klik hier). Aanrader voor de lessen over kolonialisme!
Het is de voorloper van de veiligheidsspeld: de fibula! De Romeinen hielden hiermee hun kleding bij elkaar. En ook andere bevolkingsgroepen, zoals de Germanen en de Kelten, gebruikten mantelspelden.
Vandaag heb ik in mijn TTO-brugklas een werkblad uitgedeeld met duidelijke instructies waarmee de leerlingen zelf een fibula konden maken. Benodigdheden zijn verder (dik) ijzerdraad, schuurpapier en ronde vormen om het ijzer omheen te buigen. Het bleek best makkelijk om zo’n historisch sieraad in elkaar te fröbelen. De leerlingen hadden een hoop lol toen ze hun eigen fibula’s door mijn handdoek mochten spelden, haha! 😀
Vorige week was ik in de Sint-Laurenskerk van Alkmaar voor een feestje. 😉 Met een goed verzorgde (en drukbezochte) receptie werd namelijk het herdenkingsfeest rondom 8 oktober officieel geopend.
Vandaag herleef ik deze geschiedenis met het prachtige prentenboek “Alkmaars Victorie” van Jonina Olij. Ze schreef het voor kinderen, maar in deze vorm is het verhaal ook zeer geschikt voor de onderbouw van de middelbare school. De tekst kan bijvoorbeeld dienen als introductie voor een eigen historisch onderzoekje. Ik word heel vrolijk van het boek: het is duidelijk geschreven en de illustraties van Nicole van Dooren zijn er echt schitterend bij. Aanrader! 😀
Na afloop van mijn lezing bij het LUF, ontving ik het nieuwste werk van Geert Mak: “Grote Verwachtingen – In Europa 1999-2019″. Wat behandelt Mak allemaal in deze dikke pil van ruim 500 pagina’s?
De grote lijn van het boek wordt gevormd door de macrohistorische ontwikkelingen die Europa in de eerste twee decennia van de 21e eeuw doormaakte. Het boek kan gezien worden als het vervolg op “In Europa – Reizen door de Twintigste Eeuw” dat in 2004 verscheen. Want Mak pakt het verhaal weer op waar het eerste deel eindigde, namelijk bij de eeuwwisseling (waar die knalhit “Millenium” van Robbie Williams ook over ging, maar dat terzijde).
Rond het jaar 2000 geloofden vele Europeanen in een vreedzaam en verenigd Europa, maar de eerste grote crises van de 21e eeuw dienden zich al snel aan. Mak blikt daarop terug en voorziet de gebeurtenissen en ontwikkelingen van historisch perspectief. Het boek wisselt van stijl tussen journalistieke reportages, persoonlijke gesprekken van Mak en een expert of ooggetuige en betogende historische analyses. Die laatste categorie kan ik persoonlijk van Geert Mak altijd wel waarderen, ik vind zijn schrijfstijl prettig en onderhoudend. Wie nog nooit een boek van Mak gelezen heeft, zou dat eigenlijk eens moeten doen. Ik kan zijn schrijfstijl namelijk moeilijk typeren, het is altijd “typisch Geert Mak”. Hij schrijft in ieder geval vloeiend en duidelijk (en meestal ook met humor en aandacht voor details).
De volwassenen die mijn website volgen, hebben de ontwikkelingen uit het boek bewust meegemaakt. Ik ben zelf ook al zo oud dat ik me de aanslag op de Twin Towers (9/11) in 2001, de verwoestende tsunami in 2004 en de financiële crisis van 2008 nog kan herinneren. En hoewel dat allemaal buiten Europa plaatsvond, had Europa er toch intensief mee te maken. Dingen gebeuren en de wereldpolitiek reageert daarop; dat is altijd al zo geweest. Het is fijn dat het boek daarbij een perspectief biedt waarbij Europa duidelijk centraal staat. Zo worden de losse crises een samenhangend verhaal over de motieven achter de Europese politieke besluiten van toen, die vandaag de Europese cultuurhistorie gevormd hebben.
Staat er nieuwe informatie in het boek? Nee, het is juist een terugblik op wat we kennen/weten/meegemaakt hebben. Maar de duiding die Mak geeft, blijft waardevol. Het is een lijvig werk, dus verwacht geen beknopte samenvatting. Maar als je het boek uit hebt, heb je een helder politiek-historisch overzicht over de afgelopen 20 jaar.
Aanrader voor docenten?
Moeilijk te zeggen. De meeste lesboeken voor geschiedenis stoppen al eerder dan de laatste gebeurtenissen die Mak beschrijft. Voor geschiedenisdocenten is het boek vooral handig voor het eigen overzicht of als geheugensteuntje. Voor docenten maatschappijleer zou het boek meer waarde kunnen hebben.
Aanrader voor leerlingen?
Ja, want leerlingen waren nog niet (of nauwelijks 😉 ) geboren toen de gebeurtenissen uit het boek plaatsvonden. Het boek is voor leerlingen prettig om te lezen, hoewel het met 500+ pagina’s aan de lange kant is. Voor een profielwerkstuk over historische ontwikkelingen tussen 2000-2020 is het boek zeer geschikt als bron.
Al enige tijd geleden kreeg ik van Skript Historisch Tijdschrift te horen dat ik één van de drie genomineerden was voor hun jaarlijkse scriptieprijs. Ik dacht daarmee mijn winst al in de pocket te hebben, maar niets was minder waar.
Ik had nooit durven dromen dat juryvoorzitter Kim Beerden mijn naam uitsprak bij het aankondigen van de winnaar, afgelopen week tijdens het bijbehorende evenement in Boekhandel Atheneum aan het Spui. Hiermee is mijn scriptie “The Greater Cause. Hoe de Société Amicale de bevolking van Moyen Congo kon overtuigen.” benoemd tot beste Geschiedenis Bachelorscriptie van Nederland voor het jaar 2017. Wat een eer! 😀
Er wordt weleens gezegd dat angst in feite onbegrip is. Het Bureau van het Development Programma for Africa van de Verenigde Naties moet dit ook gedacht hebben toen zij in 6 verschillende landen een onderzoek startten naar de redenen voor jonge Afrikanen om zich aan te sluiten bij gewelddadige/extremistische groepen als al-Shabaab en Boko Haram.
Een week geleden was ik in Amsterdam aanwezig bij de presentatie van het rapport dat hieruit voortkwam en ik was oprecht onder de indruk van het resultaat. Want om iets te kunnen oplossen of verbeteren, moet je het eerst begrijpen. Ik kan dit rapport en de bijbehorende website daarom aanraden aan iedereen die meer te weten wil komen over dit onderwerp. Lees de resultaten via: A Journey to Extremism.