Hoewel de langste nacht altijd in december is, vindt het jaarlijkse evenement “De Nacht van de Nacht” landelijk plaats in oktober. Dit jaar deed ik voor het eerst mee en ik kon mijn arachnofobische vriendin Kim overtuigen om samen Fort Benoorden (Spaarndam) te bezoeken bij kaarslicht.
Fort Benoorden Spaarndam werd eind 19e eeuw aangelegd als onderdeel van de Stelling van Amsterdam, een verdedigingslinie die Nederland moest beschermen tegen vijandelijke aanvallen. Het fort bewaakte de belangrijke waterwegen en dijken rond Haarlem en kon het omliggende land (indien nodig) onder water zetten. Hoewel het nooit in gevecht is gebruikt, wordt het fort tegenwoordig behouden als industrieel-militair UNESCO-Werelderfgoed vanwege de educatieve waarde ervan.
Gisteravond lag alles er natuurlijk pikkedonker bij en die arme Kim kwam overal spinnen tegen. Wel extra bijzonder omdat het fort normaliter niet te bezoeken is. Het was spannend en leuk om op deze manier meer te leren over de plaatselijke natuurhistorie (vond ook Kim). Haha. 😀
Vorige week was ik in de Sint-Laurenskerk van Alkmaar voor een feestje. 😉 Met een goed verzorgde (en drukbezochte) receptie werd namelijk het herdenkingsfeest rondom 8 oktober officieel geopend.
Vandaag herleef ik deze geschiedenis met het prachtige prentenboek “Alkmaars Victorie” van Jonina Olij. Ze schreef het voor kinderen, maar in deze vorm is het verhaal ook zeer geschikt voor de onderbouw van de middelbare school. De tekst kan bijvoorbeeld dienen als introductie voor een eigen historisch onderzoekje. Ik word heel vrolijk van het boek: het is duidelijk geschreven en de illustraties van Nicole van Dooren zijn er echt schitterend bij. Aanrader! 😀
Onlangs stopte ik de DVD van de film Kingdom of Heaven weer eens in onze brave oude DVD-speler. Dit is een film uit 2005, geregisseerd door Ridley Scott die ook bekend is van onder meer Blade Runner, Hannibal en Gladiator.
De cast is ook niet mis met Orlando Bloom (als Balian van Ibelin), Liam Neeson (als Godfrey van Ibelin), Ghassan Massoud (als Salah ad-Din), Alexander Siddig (als Imad), Jeremy Irons (als Tiberius), Edward Norton (als koning Boudewijn IV van Jeruzalem) en Eva Green (als prinses Sibylla van Jeruzalem). Het onderwerp van de film is het conflict om het Heilige Land; een onderwerp dat eigenlijk ieder jaar opnieuw (akelig) relevant is.
Scott Free Productions – Studio Babelsberg
De film volgt Balian, een eenvoudige smid uit Frankrijk die zijn vrouw onlangs heeft verloren en mede hierdoor worstelt met zijn geloof. Na een onverwachts bezoek van een gezelschap van kruisridders uit het Heilige Land, ontdekt Balian dat hij de bastaardzoon is van een christelijke edelman. Deze edelman is Godfrey van Ibelin, baron over het bescheiden territorium Ibelin in het Heilige Land. Godfrey neemt Balian mee en na Godfreys voorbarige dood onderweg erft Balian zijn land en titel in Jeruzalem. Maar nog voordat Balian in Ibelin aankomt, heeft hij al kennisgemaakt met een aantal ambitieuze christelijke barons en Arabische viziers… Die geen geheim maken van hun expansieplannen.
Scott Free Productions – Studio Babelsberg
Eenmaal in Jeruzalem raakt Balian meteen betrokken bij de politieke spanningen tussen de christenen en de moslims. Hij leert de zieke koning Boudewijn IV kennen, die vrede probeert te bewaren met Salah ad-Din, de sultan van Syrië, Egypte en Irak en tevens leider van de moslims. De koning en de sultan behandelen elkaar met een bewonderenswaardige mate van respect en menselijkheid, maar extremisten aan beide kanten dreigen het wankele evenwicht te verstoren.
Scott Free Productions – Studio Babelsberg
Balian treft zijn nieuwe domein Ibelin kaal en verwaarloosd aan, maar beseft dat het potentie heeft en besluit het opnieuw op te bouwen. Met noeste arbeid en ingenieuze wateraansluitingen maakt hij er samen met de inwoners van Ibelin een bloeiende, vreedzame plek van, wat hem respect oplevert van zowel christenen als moslims.
Scott Free Productions – Studio Babelsberg
Intussen groeit de dreiging van oorlog. Eén van de kruisridders van koning Boudewijn, de van origine Franse Raynald van Châtillon, gaat in tegen de orders van de koning, waarmee hij eigenhandig de spanningen tussen de geloven opvoert. Koning Boudewijn wordt ondertussen steeds zwakker, maar heeft nog net genoeg energie om Raynald te straffen.
Scott Free Productions – Studio Babelsberg
Boudewijn treft Salah ad-Din om (voor de zoveelste keer) te onderhandelen zonder bloedvergieten. Maar dat wordt moeilijk als een andere fanatieke ridder, Guy de Lusignan, Salah ad-din provoceert door moslimkaravanen aan te vallen. Salah ad-Din besluit daarop Jeruzalem aan te vallen om zijn eigen volk te beschermen.
Scott Free Productions – Studio Babelsberg
Deze slag is enorm indrukwekkend vastgelegd, zeker als je bedenkt dat de film al 17 jaar oud is. Je kunt je goed inleven in de soldaten en heersers aan beide zijden: iedereen staat voor een moeilijke keuze. Een goede afloop is eigenlijk niet meer mogelijk. Te midden van alle vernietiging die volgt, vraag je jezelf -samen met de hoofdrolspelers uit de film- af waar het allemaal goed voor was. En het gevecht houdt aan…
Scott Free Productions – Studio Babelsberg
Balian is één van de weinigen die de stad nog kan verdedigen. Hij weigert te vluchten en leidt de verdediging van Jeruzalem tegen het veel grotere leger van Salah ad-Din.
Maar omdat ik de afloop van het verhaal niet wil verraden, zal ik niet vertellen hoe het gevecht om Jeruzalem afliep. Als je wil weten wie de volgende heerser over het Heilige Land wordt, moet je Kingdom of Heaven echt zelf gaan bekijken. Het is een spannende film met een emotionele lading en vele wijze boodschappen. De mate van historische correctheid is hoog: alle figuren hebben echt bestaan en ook het verhaal volgt de kronieken uit de geschiedenis. Kortom, Kingdom of Heaven is een waardevol en indrukwekkend historisch drama.
Altijd moeilijk kiezen wat ik ga bezoeken tijdens de Open Monumentendag(en). Uiteindelijk heb ik een lezing over prehistorisch Noord-Holland bijgewoond, een buitenhuis en een ruïne bezocht, een imker het hemd van het lijf gevraagd en een regionaal museum meegepakt. Het was weer een feest!
Uit een gebied waar vroeger de eerste duinenrij lag, maar nu bebouwing is gekomen: een onderkaak van een konijn.
De kaak kan eventueel van een haas zijn, maar qua formaat lijkt het mij aannemelijker dat het van een konijn is. Het is geen metaalvondst, maar een toevallige organische vondst die naar boven kwam bij het omscheppen van het zand. Het muntje van 5 eurocent heeft er niets mee te maken, die heb ik ernaast gelegd voor de schaal. En oké, dit alles is niet heel bijzonder… Maar wel gaaf, toch? Zoveel details!
Naast de huisnummers met de toevoeging “bis” (lees het hier), beschikt Utrecht over nóg een bijzonder stedelijk kenmerk. In de binnenstad zijn de grachten op veel plekken voorzien van zogeheten werfkelders.
Oorspronkelijk waren deze kelders bedoeld als opslagruimten en doorgangsruimten tussen de huizen en de grachten. Zo konden goederen worden getransporteerd over het water, wat voordelen had ten opzichte van het vervoer door de drukke en smerige straten van de binnenstad. De middeleeuwse stenen constructies en de bruggetjes uit de Gouden Eeuw (17e eeuw) brengen je vandaag direct terug naar vervlogen tijden. Leuk om te weten is dat de kelders vaak recht onder de straten liggen. De combinatie van bedrijvigheid in de binnenstad en de opslag en het goederentransport rondom de werfkelders, zorgde ervoor dat Utrecht in feite een stadshaven had.
Zelf een keer spieken? In sommige kelders zitten tegenwoordig winkels, restaurants of kantoren. Loop je langs de Drift, de Oudegracht, de Nieuwegracht, de Plompetorengracht of de Kromme Nieuwegracht, dan kun je op veel plekken met een trapje naar beneden om bij de kelderdeuren te komen. Respecteer daarbij wel de privacy van de bewoners aan de grachten. 🙂
Gevonden op een zandvlakte waar vroeger een GGZ-instelling stond: een retro tube tandpasta. Vandaag poetsen we onze tanden om ons gebit te reinigen, verzorgen en beschermen, maar hoe ging dat vroeger?
Het zou goed kunnen dat onze voorouders in de prehistorie hun tanden ook met dat doel poetsten. Ze gebruikten takjes en twijgjes van bepaalde planten en kruiden. Afhankelijk van de gebruikte plant, moet dat een geneeskrachtige of verfrissende werking gehad hebben. Vermoedelijk werd er ook zout gebruikt om de tanden te schuren. Wat we zeker weten, is dat de Egyptenaren tandpoeder gebruikten rond 5000 vóór Christus. Dit was een mengsel van koolstaf (as) en vermalen eierschalen en/of botjes. De Grieken en Romeinen voegden daar ook nog kruiden en boomschors aan toe. Zij hebben vastgelegd dat ze hun gebit om hygiënische redenen met dit tandpoeder behandelden.
Advertentie uit 1892 (publiek domein)
We maken even een sprong door de tijd. Omstreeks 1824 ontwikkelde de Amerikaan John Peabody een tandpoeder van zeep en glycerine. Nu werden er ook spatels en borstels gebruikt voor het “tandenpoetsen”. Rond 1850 werd de eerste moderne tandpasta (uit zeep en kalk) ontwikkeld door de Amerikaan Washington Wentworth Sheffield. Ja, de beste kerel had drie plaatsnamen als eigennaam. Zijn pasta werd als “Dr. Sheffield’s Creme” verkocht in glazen potjes. Vanaf 1892 werd het ook in tubes verkocht. Overigens werd er pas in 1936 voor het eerst tandpasta in Nederland verkocht. En sindsdien zijn er allerlei nieuwe en verbeterde ingrediënten aan tandpasta’s toegevoegd die ons gebit maximaal reinigen en verzorgen. Dat kunnen we eenvoudig bewijzen door de tanden van overleden personen uit verschillende perioden te vergelijken: tegenwoordig hebben oude mensen veel vaker nog hun eigen, gezonde gebit op het moment van overlijden dan vroeger het geval was. Lekker blijven poetsen, dus! 😀
Wie weleens in Utrecht komt, heeft deze vreemde toevoeging aan de huisnummers vast weleens gezien: “BIS”, “bis A” of “BIS B”. Waar slaat dat eigenlijk op?
Het woord “bis” betekent “twee(maal)” in het Latijn. Wanneer een gebouw met een bepaald huisnummer later werd opgedeeld in meerdere woningen en/of kantoren, werd er onderscheid tussen de ruimten gemaakt door “bis” aan dit huisnummer toe te voegen. Een woning op de begane grond heeft dan bijvoorbeeld huisnummer 5 en de woning op de bovenverdieping (in hetzelfde gebouw) 5 bis.
Wanneer er nog meer afzonderlijke verdiepingen zijn, krijg je…
Huisnummer 5 (begane grond)
Huisnummer 5 bis (eerste verdieping)
Huisnummer 5 bis A (tweede verdieping)
Huisnummer 5 bis B (derde verdieping)
Voor zo ver mij bekend is, is Utrecht de enige Nederlandse stad met deze toevoeging aan de huisnummers. In Parijs komt het echter ook voor.
Gevonden op het strand: een plaatje van gemengd metaal met opdruk DIESEL.
Het lijkt het lettertype van het kledingmerk te zijn. Het hing wellicht aan een petje of aan een schoen. Of zou het van een vaartuig komen en toch op diesel als brandstof duiden?
Dat de mosselvisserij ook heel spannend kan zijn, bewezen de vissers van Bruinisse in 1773.
Bruinisse is een Zeeuws vissersdorp aan de Oosterschelde en aan het Grevelingermeer. Al eeuwenlang wordt er in het bijzonder op mosselen gevist. In de 18e eeuw bloeide het dorp (tijdelijk) dankzij de mosselvisserij. De verse vangst werd aan de ‘kaaien’ (kades) verkocht. Dagelijks voeren er zo’n 100 schepen, vooral “hoogaars”, uit op de Oosterschelde. Maar de drukte van de uitvarende en aanmerende schippers zorgde voor chaos. De Staten van Zeeland (het provinciebestuur) grepen in en stelden in 1771 een ordonnantie op. Bepaald werd dat ieder schip dat de haven van Bruinisse bezocht, zich eerst moest melden bij de havenmeester. Er moest een bedrag van 2 stuivers betaald worden. Vervolgens moesten de schippers wachten tot ze aan de beurt waren om aan te meren en hun vangst te lossen.
Prent door Cornelis Pronk (ca. 1760).Bron: BRUSEA
De vissers uit Bru (Bruinisse) vonden het oneerlijk dat dit ook voor hen gold, in plaats van alleen voor buitenstaanders. Ook stierven de mosselen tijdens het wachten, waardoor ze onverkoopbaar werden. De vissers klaagden zo lang, dat de regels in 1772 een beetje versoepeld werden. Het was niet voldoende. De vissers uit Bru kwamen in juni 1773 in opstand. Zeker 30 kerels eisten dat de regels zouden verdwijnen. Ze trokken boos naar het huis van de baljuw; een soort politiecommissaris. Daar begonnen ze dingen te vernielen. De spanningen liepen zo hoog op, dat er soldaten vanuit Zierikzee gestuurd werden. Zij moesten de baljuw helpen om de vissers tot bedaren te brengen.
Aquarel door Maurice Segher (1900).
De rust werd hersteld, maar de Bruse vissers bleven hun zaak verdedigen. De ordonnantie paste niet bij de gebruiken van de mosselvisserij en schaadde de economie. De burgemeester van Bru erkende dat uiteindelijk. Daarna voelden de Staten van Zeeland zich ook gedwongen om daar rekening mee te houden. De ordonnantie werd niet ingetrokken, maar werd simpelweg niet meer nageleefd.
Wat vinden jullie, was de reactie van de mosselvissers terecht?