Wat een verrassing!

Al enige tijd geleden kreeg ik van Skript Historisch Tijdschrift te horen dat ik één van de drie genomineerden was voor hun jaarlijkse scriptieprijs. Ik dacht daarmee mijn winst al in de pocket te hebben, maar niets was minder waar. Ik had nooit durven dromen dat juryvoorzitter Kim Beerden mijn naam uitsprak bij het aankondigen van de winnaar, afgelopen week tijdens het bijbehorende evenement in Boekhandel Atheneum aan het Spui. Hiermee is mijn scriptie “The Greater Cause. Hoe de Société Amicale de bevolking van Moyen Congo kon overtuigen.” benoemd tot beste Geschiedenis Bachelorscriptie van Nederland voor het jaar 2017. Wat een eer! 😀

Op zoek naar historisch bewijs in Berlijn

Als voortzetting van het archiefonderzoek voor mijn scriptie, maakte ik een kort uitstapje naar Berlijn. Dit was immers ook ten tijde van het moderne imperialisme de hoofdstad van Pruisen/het Duitse Rijk. Als de Duitse koloniale geschiedenis ergens uitgelicht wordt, dan zou je het hier verwachten. Ik bezocht het Deutsches Historisches Museum dus met een missie.

Helaas kwam ik bedrogen uit. Na een wandelroute langs zo’n 40 zalen met Europese, Frankische, Pruisische en Germaanse geschiedenis, ontdekte ik welgeteld één donkere hoek met koloniale geschiedenis. De enige informatie over Deutsch Südwestafrika is een bordje met de tekst: “Aan het begin van de 20e eeuw heeft het Duitse Rijk een genocide gepleegd in het huidige Namibië”. Verder biedt het museum geen achtergrondinformatie of verdieping. In de vitrine een paar willekeurige voorwerpen van overzee.

Dit kan beter, denk ik dan. Deze ontdekking bevestigt in ieder geval mijn vermoedens over de omgang van de huidige Duitse regering met haar koloniale verleden en onderstreept de noodzaak tot een betere (meer volledige) informatievoorziening hierover. Júist in musea!

Gespot bij mijn grootouders: gekleurde lucifers!

Eén van de bekendste sprookjes van Hans Christian Andersen is “Het meisje met de zwavelstokjes” (1845) over een arm meisje dat met oud en nieuw blootsvoets door de stad zwerft en zwavelstokjes probeert te verkopen. Ik moest er meteen aan denken toen ik deze pakjes gekleurde lucifers vond bij mijn opa en oma. Hoe oud zijn lucifers eigenlijk? 

Er bestaan al heel lang allerlei voorlopers van de moderne lucifers. We weten dat mensen in de prehistorie reeds een soort “fakkels” maakten, zodat ze het cruciale gereedschap vuur konden verplaatsen zonder zichzelf (meteen) te branden. Deze werden vermoedelijk alleen gebruikt als aansteeklont; zodat er een nieuw vuur aangestoken kon worden met de smeulende resten van een oud vuur.

De Romeinen doopten stokken en kleine houtjes in smolten zwavel; ook bij wijze van fakkel. Deze moesten echter wel met vuur aangestoken worden en ontvlamden niet zelf. In historische Chinese teksten wordt dit principe ook beschreven. De tekst “Cho Keng Lu” (1366) vertelt over de verovering van de Noordelijke Qi-dynastie door de Noordelijke Zhou-dynastie in het jaar 577. Tijdens deze machtsstrijd zouden er zwavelstokjes van dennenhout gebruikt worden door het keizerlijke hof.

Een stuk later, in 1805, ontwikkelde Jean-Joseph-Louis Chancel in Frankrijk de dompellucifer: stokjes met zwavel en kaliumchloride die ontvlamden wanneer ze in zwavelzuur gedompeld werden. Niet erg veilig voor de vingers. Het idee was goed, maar de methode moest anders. Al vrij snel daarna ontwikkelde John Walker in Engeland de “friction match“: stokjes met kaliumchloride en antimoonsulfide die ontvlamden wanneer ze langs schuurpapier gewreven werden. Dit was echter nog steeds een vrij hardnekkig mengsel van chemicaliën. Bovendien vlogen de stokjes veel te snel en ongecontroleerd in brand.

Daarop ontwikkelde Gustaf Erik Pasch in 1844 in Zweden de veiligheidslucifer: stokjes met een kop van een verfijnd chemicaliënmengsel die alléén op een speciaal strijkvlak (van glaspoeder en rode fosfor) ontvlamden. Bijna direct werd de massaproductie van deze gebruiksvriendelijke lucifer gestart door het Zweedse bedrijf Lundström & Sjöberg. Ze patenteerden het in 1855.

Europeanen kochten (en kopen) lucifers meestal in doosjes met een strijkvlak. In de Verenigde Staten daarentegen, waren de zogenoemde luciferboekjes populair. Hierin zaten slechts 10 tot 20 kartonnen lucifers die uit het boekje gescheurd werden. De boekjes waren een effectief reclamemedium.

Lucifers bevatten vandaag overigens geen zwavel meer, maar een mengsel van ijzer en fosfor. Daarmee zijn ze veiliger te gebruiken en milieuvriendelijker te produceren. Dat gezegd hebbende… Altijd oppassen voor je vingers! 😉

Wederom de archieven in!

Nog geen 6 maanden na het afronden van mijn bachelorscriptie begint mijn masteronderzoek al vorm te krijgen. Ik ging naar Zweden om vragen over Moyen Congo te beantwoorden en ik ben nu in Zwitserland om over prekoloniaal Namibië te brainstormen met historici van de Universiteit van Bazel. Bij de zeer uitgebreide Basler Afrika Bibliographien duik ik de archieven in, waarvoor ik steeds naar Bazel zal terugkeren.

De volgende stap is archiefonderzoek in Wuppertal en daarna zijn de archieven in Namibië zelf aan de beurt. Spannende tijden, ik heb er zin in!

Eervolle vermelding van het LUF

Onverwachts heb ik afgelopen vrijdag een eervolle vermelding van het LUF Internationaal Studiefonds mogen ontvangen als waardering voor het archiefonderzoek dat ik in Stockholm uitvoerde voor mijn bachelorscriptie.

Een mooie prijs met een bijzondere beloning! Het was sowieso een inspirerende middag. Fotograaf-antropoloog Teun Voeten deelde de prijzen uit en gaf een lezing over de wetenschappelijke waarde van culturele uitwisseling.

Hartelijk bedankt, Leids Universiteits Fonds! Op naar de volgende. 😉

Rapportpresentatie van de VN

Er wordt weleens gezegd dat angst in feite onbegrip is. Het Bureau van het Development Programma for Africa van de Verenigde Naties moet dit ook gedacht hebben toen zij in 6 verschillende landen een onderzoek startten naar de redenen voor jonge Afrikanen om zich aan te sluiten bij gewelddadige/extremistische groepen als al-Shabaab en Boko Haram.

Een week geleden was ik in Amsterdam aanwezig bij de presentatie van het rapport dat hieruit voortkwam en ik was oprecht onder de indruk van het resultaat. Want om iets te kunnen oplossen of verbeteren, moet je het eerst begrijpen. Ik kan dit rapport en de bijbehorende website daarom aanraden aan iedereen die meer te weten wil komen over dit onderwerp. Lees de resultaten via: A Journey to Extremism.

Wat ik zoal tegenkom in de archieven…

Voor mijn bachelorscriptie voer ik momenteel archiefonderzoek uit op twee locaties van het Zweedse Riksarkivet in en net buiten Stockholm. Ik tref hier documenten aan in het Zweeds, Engels, Frans en Kikongo (en soms allemaal door elkaar). En dan die handschriften!

Tja… wat kan ik zeggen? Het leven van een historica is niet altijd makkelijk! 😉

Historisch afval: zeeglas

Onlangs vond ik dit bijzondere stuk zeeglas op het strand. Zie je de beestenkop? Is dit een draak of een wild zwijn? Hoe dan ook, dit moet wel het fraaiste stukje zijn dat ik ooit gevonden heb.

Zeeglas komt als strandvondst langs de meeste kustlijnen voor: kleine, gladde stukjes glas die mat glanzen in het zonlicht. Zo’n stukje lijkt misschien op een klein edelsteentje, maar zeeglas is eigenlijk gewoon afval dat door de zee is getransformeerd. De scherpe randen van gebroken flessen, vensterglas of servies zijn in de loop der jaren afgesleten door zand en zout water. Wat overblijft, is een afgeronde, melkachtige scherf. Desalniettemin zijn het wel leuke stukjes geschiedenis, die je zo met het blote oog tussen de schelpen vindt.

Tot ver in de 20e eeuw belandde veel glasafval rechtstreeks in zee. Dorpen en steden dumpten hun afval in het water en mensen op zee gooiden hun gebroken flessen en borden rechtstreeks overboord. En wanneer een schip verging, kwam al het materiaal aan boord natuurlijk ook direct in het water terecht. In de 19e eeuw was glas vaak gekleurd met metaaloxiden die vandaag verboden zijn als grondstof, waardoor sommige tinten glas (zoals kobaltblauw, paars of rood) tegenwoordig zeldzaam zijn.

Afbeelding van The Blue Bottle Tree

Zeeglas kan gebruikt worden als historische bron indien er een leesbare tekst op staat. Denk dan aan het merkteken van de producent van de flessen, of juist aan de fabriek die de inhoud ervan vervaardigde. Fabrikanten wilden graag dat hun (bedrijfs)naam leesbaar was op hun product, bij wijze van reclame. Zo wist je welk product het was, ook al was de fles leeg. Ambachtelijke glasvervaardigers waren al helemaal trots op hun werk en zetten dan ook graag hun (atelier)naam op hun creaties. Gecombineerd met informatie over de plek en de tijd van de productie, kun je dan veel zeggen over de historische context.

Ik heb een aantal stukjes met tekst, maar slechts één stuk met zo’n mooie afbeelding. Het is zo’n ongewone dierenkop, dat ik geen idee heb van de oorsprong.

Kijken we naar een jachtglas, waarin de koppen van de trofeedieren gegraveerd werden? Of is dit simpelweg een deel van een decoratief bord?

Wie het weet, mag het zeggen!

Met de opkomst van plastic nam de hoeveelheid glasafval wereldwijd sterk af. Maar glas dat ooit in zee terechtkwam, spoelt nog eeuwenlang aan. Want als de stukjes klein genoeg zijn, worden ze door de golven en de stroming naar de kustlijn getransporteerd. Wat we vandaag op het strand vinden, zijn kleine bewijzen van hoe het verleden zich letterlijk aan onze kusten heeft afgezet.