DetectorDinsdag: Middag zoeken in het Isartal (Duitsland)

We hebben beneden in het Isartal even heerlijk een frisse neus gehaald door met de detector en een schep door de bevroren bodem heen te werken. We verwachtten er helemaal niks van, maar kwamen toch wat interessante dingen tegen.

Hoe leuk zijn die onderbindschaatsen? Het duurde niet lang voordat we het paar compleet hadden. Natuurlijk zagen we meteen voor ons hoe iemand deze gebruikt heeft om naar de overkant van de Isar te schaatsen. Maar hoe kun je ze dan achterlaten? Gewoon vergeten? En was die emaillen mok dan van dezelfde persoon? Haha! Verder vonden we nog een simpele ijzeren ring en een zware pin waarmee traptreden en trapleuningen in de bergwand worden bevestigd. Je ziet die pinnen overal hier in de omgeving. Typische Alpiene vondsten, toch? 😀

Huis Nijenburg in Heiloo

Aan de Kennemerstraatweg in Heiloo staat het Huis Nijenburg, een buitenplaats met een lange geschiedenis. Wie tussen Alkmaar en Limmen rijdt, komt er standaard langs. Het Heilooerbos ligt aan de andere kant van de weg. Een wandeling door het gebied levert in ieder seizoen mooie plaatjes op.

Archeologen en historici hebben onderzoeksgegevens gecombineerd en denken nu dat de naam “Nijenburg” verwijst naar het verdwenen kasteel Nieuwburg bij Alkmaar. Dit was een middeleeuws kasteel dat in de 16e eeuw werd verwoest, maar in de regio nog eeuwenlang bekend bleef. Door de naam voort te zetten, verbonden de latere bewoners van Heiloo hun buitenplaats met een zekere mate van status en macht.

Tekening door A. Rademaker (1718).
Collectie Regionaal Archief Alkmaar, PR 1001253.

Het huis dat we nu zien werd rond 1705 gebouwd in opdracht van Jan van Egmond van de Nijenburg. Hij liet een eerdere woning vervangen door een representatief landhuis in de destijds populaire Hollands-classicistische stijl.

Met de tijd veranderde het huis mee met de smaak van de bewoners. Rond 1730 kreeg het interieur versieringen in Lodewijk XIV-stijl. En rond 1830 werd de buitenkant aangepast: de gevel werd gepleisterd en voorzien van grotere ramen in Empire-stijl.

Tekening door C.W. Bruinvis (1895). Publiek domein.

Ook het landgoed ontwikkelde zich. De oorspronkelijke rechte lanen en zichtassen in barokstijl werden later aangevuld met slingerpaden en romantische doorkijkjes in de Engelse landschapsstijl. Sommige markante elementen zijn er vandaag nog steeds, zoals de beelden bij de vijver.

Vandaag is Natuurmonumenten de eigenaar van Huis Nijenburg, terwijl Stichting Hendrick de Keyser het huis beheert. Het landgoed (inclusief Heilooerbos) is altijd gratis toegankelijk. Het huis zelf opent haar deuren alleen voor speciale gelegenheden. Ik moet dit eigenlijk in de gaten houden, want ik heb er zelf nog nooit binnen gekeken.

Kortom, het Huis Nijenburg is een interessant gebouw in een mooie groene omgeving. En zo zie je maar weer: geschiedenis is overal. 😉

Geert Mak – Grote Verwachtingen

Na afloop van mijn lezing bij het LUF, ontving ik het nieuwste werk van Geert Mak: “Grote Verwachtingen – In Europa 1999-2019″. Wat behandelt Mak allemaal in deze dikke pil van ruim 500 pagina’s?

De grote lijn van het boek wordt gevormd door de macrohistorische ontwikkelingen die Europa in de eerste twee decennia van de 21e eeuw doormaakte. Het boek kan gezien worden als het vervolg op “In Europa – Reizen door de Twintigste Eeuw” dat in 2004 verscheen. Want Mak pakt het verhaal weer op waar het eerste deel eindigde, namelijk bij de eeuwwisseling (waar die knalhit “Millenium” van Robbie Williams ook over ging, maar dat terzijde).

Rond het jaar 2000 geloofden vele Europeanen in een vreedzaam en verenigd Europa, maar de eerste grote crises van de 21e eeuw dienden zich al snel aan. Mak blikt daarop terug en voorziet de gebeurtenissen en ontwikkelingen van historisch perspectief. Het boek wisselt van stijl tussen journalistieke reportages, persoonlijke gesprekken van Mak en een expert of ooggetuige en betogende historische analyses. Die laatste categorie kan ik persoonlijk van Geert Mak altijd wel waarderen, ik vind zijn schrijfstijl prettig en onderhoudend. Wie nog nooit een boek van Mak gelezen heeft, zou dat eigenlijk eens moeten doen. Ik kan zijn schrijfstijl namelijk moeilijk typeren, het is altijd “typisch Geert Mak”. Hij schrijft in ieder geval vloeiend en duidelijk (en meestal ook met humor en aandacht voor details).

De volwassenen die mijn website volgen, hebben de ontwikkelingen uit het boek bewust meegemaakt. Ik ben zelf ook al zo oud dat ik me de aanslag op de Twin Towers (9/11) in 2001, de verwoestende tsunami in 2004 en de financiële crisis van 2008 nog kan herinneren. En hoewel dat allemaal buiten Europa plaatsvond, had Europa er toch intensief mee te maken. Dingen gebeuren en de wereldpolitiek reageert daarop; dat is altijd al zo geweest. Het is fijn dat het boek daarbij een perspectief biedt waarbij Europa duidelijk centraal staat. Zo worden de losse crises een samenhangend verhaal over de motieven achter de Europese politieke besluiten van toen, die vandaag de Europese cultuurhistorie gevormd hebben.

Staat er nieuwe informatie in het boek? Nee, het is juist een terugblik op wat we kennen/weten/meegemaakt hebben. Maar de duiding die Mak geeft, blijft waardevol. Het is een lijvig werk, dus verwacht geen beknopte samenvatting. Maar als je het boek uit hebt, heb je een helder politiek-historisch overzicht over de afgelopen 20 jaar.

Aanrader voor docenten?Moeilijk te zeggen. De meeste lesboeken voor geschiedenis stoppen al eerder dan de laatste gebeurtenissen die Mak beschrijft. Voor geschiedenisdocenten is het boek vooral handig voor het eigen overzicht of als geheugensteuntje. Voor docenten maatschappijleer zou het boek meer waarde kunnen hebben.
Aanrader voor leerlingen?Ja, want leerlingen waren nog niet (of nauwelijks 😉 ) geboren toen de gebeurtenissen uit het boek plaatsvonden. Het boek is voor leerlingen prettig om te lezen, hoewel het met 500+ pagina’s aan de lange kant is. Voor een profielwerkstuk over historische ontwikkelingen tussen 2000-2020 is het boek zeer geschikt als bron.

Cleveringa-lezing Haarlem

Op 26 november 1940, tijdens de Tweede Wereldoorlog, hield professor Rudolph Cleveringa een gewaagde en riskante protestrede in Leiden. Als reactie op het ontslag van twee joodse collega’s, legde Cleveringa uit waarom de maatregelen van de Duitse bezetter in strijd waren met het volkerenrecht.

Om deze protestrede te herdenken en om Cleveringa’s kritische attitude voort te zetten, organiseert het Leids Universiteitsfonds ieder jaar de Cleveringsbijeenkomsten, waarbij Leidse wetenschappers overal ter wereld lezingen geven. Dit jaar had ik de eervolle taak om als studentspreker in het Teylers Museum in Haarlem een lezing te geven; in een prachtige zaal en voor een enthousiast publiek. Het onderwerp was mijn eigen “Leidse loopbaan” en de rol die het Leids Universiteitsfonds daarin gespeeld heeft. Voor degenen die dit gemist hebben: het LUF heeft het archiefonderzoek voor mijn bachelorscriptie mogelijk gemaakt met een beurs. Ik legde daarom aan het publiek uit wat het LUF kan betekenen voor jonge onderzoekers en toonde hen de highlights van mijn onderzoek.

Ik sprak voorafgaand aan prof.dr. Eveline Crone, die een onwijs interessante lezing hield over het puberbrein vis-à-vis de neurocognitieve ontwikkelingspsychologie. Wist u dat mensen in de al Oudheid klaagden over het gedrag van “de jeugd van tegenwoordig”? Dat concept is dus al eeuwenoud! Eveline Crone deelde veel verrassende feiten over de hersenen van jongvolwassenen en plaatste vooral onze mening daarover in perspectief. 😉

Veel dank aan iedereen die deze avond tot een succes gemaakt heeft, want wat was dit evenement goed geregeld zeg!

“30 Jahre Mauerfall” – Evenement in Baarn

Gisteren was het precies dertig jaar geleden dat de Berlijnse Muur viel. West-Duitsland (de BRD) en Oost-Duitsland (de DDR) werden samengevoegd tot een nieuwe Bondsrepubliek Duitsland. In Baarn werd deze gebeurtenis groots herdacht met aandacht voor West én Ost. Er werden lezingen georganiseerd en interviews gehouden (met o.a. Egbert Jacobs, de laatste Nederlandse ambassadeur in de DDR). Maarten van Rossem en ik boden nog wat extra historische context. Geheel in stijl in een retro-outfitje, haha!

De bijdragen van de aanwezigen maakten indruk. Zo vertelde een dame dat zij en haar vriendinnen -allemaal huisvrouwen uit de DDR- ontzettend veel stress kregen van het assortiment in de supermarkt dat met de opheffing van de DDR plotseling ook voor hen in Dresden verkrijgbaar was. Ze waren het huismerk gewend; in winkels kon je weinig kiezen. Het westerse kapitalisme overviel hen omdat de vrouwen nu voor ieder product uit minstens vijf opties konden kiezen. Iets waar ik als kind van de jaren ’90 nog nooit over nagedacht had!

Verder waren er Trabantjes en vloeide de Sekt rijkelijk. Het was een leerzaam en ook gezellig weekend! 🙂

Skulls, of my people

Een tijdje geleden heb ik in Freiburg de filmscreening van “Skulls, of my People” bijgewoond. Dit is een Zuid-Afrikaanse documentaire door Vincent Moloi, waarin getoond wordt hoe Namibische schedels (en andere stoffelijke resten) terechtkwamen in diverse Europese steden. Belangrijk is dat erbij uitgelegd wordt waarom deze objecten daar niet thuishoren.

Het is een pijnlijke en indrukwekkende film, hoewel de aantallen enigszins gemanipuleerd en gedramatiseerd zijn (aldus mijn scriptiebegeleider Dr. Dag Henrichsen). Na afloop was er een wetenschappelijke discussie, geleid door Julia Rensing. Julia is een Namibiëspecialist gelieerd aan de Universiteit van Freiburg; ik had haar al eerder in Basel ontmoet. Tijdens de discussie werden de cijfers bijgesteld en uiteindelijk werd er hierover consensus bereikt onder de aanwezigen.

Het werd me goed duidelijk hoe gevoelig dit onderwerp ligt bij velen. Dit thema is nog altijd zeer relevant voor de betrekkingen tussen de Duitse en Namibische regeringen. De discussie bood me daarom waardevolle input voor mijn scriptie.

Mijn dank gaat uit naar de Kommunales Kino Freiburg voor de uitnodiging.

Wat een verrassing!

Al enige tijd geleden kreeg ik van Skript Historisch Tijdschrift te horen dat ik één van de drie genomineerden was voor hun jaarlijkse scriptieprijs. Ik dacht daarmee mijn winst al in de pocket te hebben, maar niets was minder waar. Ik had nooit durven dromen dat juryvoorzitter Kim Beerden mijn naam uitsprak bij het aankondigen van de winnaar, afgelopen week tijdens het bijbehorende evenement in Boekhandel Atheneum aan het Spui. Hiermee is mijn scriptie “The Greater Cause. Hoe de Société Amicale de bevolking van Moyen Congo kon overtuigen.” benoemd tot beste Geschiedenis Bachelorscriptie van Nederland voor het jaar 2017. Wat een eer! 😀

Op zoek naar historisch bewijs in Berlijn

Als voortzetting van het archiefonderzoek voor mijn scriptie, maakte ik een kort uitstapje naar Berlijn. Dit was immers ook ten tijde van het moderne imperialisme de hoofdstad van Pruisen/het Duitse Rijk. Als de Duitse koloniale geschiedenis ergens uitgelicht wordt, dan zou je het hier verwachten. Ik bezocht het Deutsches Historisches Museum dus met een missie.

Helaas kwam ik bedrogen uit. Na een wandelroute langs zo’n 40 zalen met Europese, Frankische, Pruisische en Germaanse geschiedenis, ontdekte ik welgeteld één donkere hoek met koloniale geschiedenis. De enige informatie over Deutsch Südwestafrika is een bordje met de tekst: “Aan het begin van de 20e eeuw heeft het Duitse Rijk een genocide gepleegd in het huidige Namibië”. Verder biedt het museum geen achtergrondinformatie of verdieping. In de vitrine een paar willekeurige voorwerpen van overzee.

Dit kan beter, denk ik dan. Deze ontdekking bevestigt in ieder geval mijn vermoedens over de omgang van de huidige Duitse regering met haar koloniale verleden en onderstreept de noodzaak tot een betere (meer volledige) informatievoorziening hierover. Júist in musea!