Wandelen langs de mythische Koortsboom van Heumen (Gelderland)

Aan de rand van Overasselt, in het bosrijke gebied van de Overasseltse en Hatertse Vennen, liggen de resten van een middeleeuwse kapel. Deze Walrickkapel was ooit een klein heiligdom; druk bezocht door mensen uit de wijde omgeving. Zij kwamen hier naartoe om te bidden en om hulp te vragen bij ziekte.

De kapel werd in de 14e eeuw (of 15e eeuw) gebouwd en was gewijd aan Sint Walrick, die ook wel Sint Valerius wordt genoemd. Over deze Heilige Walrick is weinig bekend, maar we weten wel dat hij vereerd werd als genezer; vooral bij koorts. Als je Sint Walrick aansprak in jouw gebeden, zou hij jou of jouw naasten genezing kunnen geven. Dat was in de middeleeuwen een gangbare praktijk; voor iedere situatie was er wel een gepaste heilige om aan te spreken.

Maar al lange tijd voor de bouw van de kapel, was dit gebied heilig voor de oorspronkelijke bewoners. Deze groep kennen we als de Hoemannen, een Germaanse stam die na de Romeinse Tijd in het gebied rondom Nijmegen leefde. Het is aannemelijk dat de naam van de gemeente Heumen van hen is afgeleid. De Hoemannen beschouwden bepaalde plekken in de natuur als sacraal en geneeskrachtig. Vooral bomen speelden een centrale rol in hun rituelen: ze geloofden dat ziektes door speciale handelingen bij de boom konden worden afgewend.

In de 7e en 8e eeuw kwam Willibrord, de beroemde missionaris uit Engeland, naar het gebied om het christendom te verspreiden. Willibrord en zijn volgelingen verweefden het christelijke geloof met de bestaande Germaanse tradities. Zo kwam het door hen dat de eerdergenoemde eikenboom verbonden werd aan Sint Walrick (en er eeuwen later dus ook een kapel naast gebouwd werd). Eigenlijk kreeg de genezende kracht van de boom door Willibrord een christelijke betekenis.

De legende gaat dat de leider van de Hoemannen wanhopig bij Willibrord aanklopte. Zijn dochter Heribertha had hoge koorts en niets leek te helpen. De leider vroeg wat hij moest doen om zijn dochter te genezen en Willibrord raadde hem aan om een lapje stof van haar jurk in de eik te hangen. Zo gezegd, zo gedaan. Maar of Heribertha inderdaad weer beter werd, weten we niet.

De eikenboom werd in ieder geval getransformeerd tot “Koortsboom” en de lokale bevolking nam het gebruik over. Wie ziek was of koorts had, knoopte een lapje stof aan de takken van de boom (of liet dat doen door een familielid). De koorts zou dan “in de boom blijven hangen”, terwijl de zieke weer beter werd. Mensen bleven deze handeling herhalen, generatie na generatie. Later werd het ritueel ook wel gecombineerd met gebeden bij de kapel of het maken van kruistekens.

Maar naarmate de eeuwen vorderden, bracht de ontwikkeling van de moderne geneeskunde ook andere oplossingen voor ziektes. Medicijnen en ziekenzorg werden voor steeds meer mensen toegankelijk. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568–1648) raakte de kapel zwaar beschadigd, omdat er in de omgeving veel gevochten werd. De kapel werd niet meer herbouwd en de plek raakte langzaam een beetje in verval.

Toch bleef de boom een plek van hoop en genezing, zelfs nadat de muren van de kapel vervielen tot een ruïne. Tot op de dag van vandaag hangen er nog lapjes aan de takken, stille getuigen van een praktijk die dus al eeuwenlang voortduurt. De Walrickkapel en de Koortsboom laten zien hoe pre-christelijke rituelen, het christelijke geloof en volksgebruiken kunnen samensmelten.

Er komen meerdere wandelroutes langs de Walrickkapel en de Koortsboom, waarvan ik zelf met veel plezier het “Familiepad Vennengebied” gelopen heb. Deze wandeling is 1,7 km lang en duurt ongeveer een uurtje (als je onderweg stopt om foto’s te maken). Het is een rolstoeltoegankelijke route, dwars door het natuurgebied de Overasseltse en Hatertse Vennen. Dat betekent dat je in de nazomer en herfst kunt genieten van het heidelandschap in allerlei tinten paars, rood, geel en oranje.

Er staan veel bankjes langs het pad en de markeringen zijn goed aangegeven. Vlakbij stopt er een streekbus en er zijn twee gratis parkeergelegenheden, waarvan eentje bij Restaurant St. Walrick. Koffie en lunch heb je dus ook binnen handbereik. 😉

Dit is bovendien een ideaal uitstapje bij wisselvallig weer, want je kunt op een paar plekken schuilen voor de regen (en anders ben je snel weer bij je auto of bij het OV). Wat mij betreft is het een heerlijke historische plek. Of je nu komt voor de vroegchristelijke legende of voor de kleurrijke natuur! 🙂

Terugblik: Lezing over de geschiedenis van Amsterdam aan de hand van archeologische vondsten

Afgelopen weekend vonden de twee inlooplezingen over de Amsterdamse geschiedenis plaats op het terrein van Zandsculpturen Garderen. Beide keren kwamen er na afloop nog veel vragen van het publiek, ontzettend leuk!

Ik vertelde over de ontwikkeling van Amsterdam aan de hand van archeologische vondsten. Wat vinden we nog terug in de grond van de verschillende tijdsperioden? Van alles! Van vishaken tot scherven, van rozenkransen tot specerijen. Sommige mensen kwamen nog even extra kijken, voelen en ruiken.

We kunnen wel concluderen dat het jubileum van Amsterdam ook buiten de stad op veel interesse kan rekenen. En in de zaal hing een grote replica van De Nachtwacht van Rembrandt, hoe toepasselijk?! Het was een mooie dag in Garderen en ik wil alle aanwezigen hartelijk bedanken voor het leuke contact. 🙂

Lezing: 750 jaar Amsterdam in… ZAND!

Ja hoor, de datum is bekend: op zaterdag 28 juni geef ik twee inlooplezingen over de geschiedenis van Amsterdam op het terrein van Zandsculpturen Garderen. Het idee is dat bezoekers kunnen aansluiten wanneer ze zelf willen. De tentoonstelling kan vooraf of juist aansluitend bezocht worden. Of doe eens gek: bezoek eerst de binnenhallen, sluit dan aan bij de lezing en rond af met de sculpturen die buiten op het terrein staan. Alles kan, niks moet! 🙂

Wie alvast online toegangskaartjes koopt, bespaart altijd €1 per persoon. En het wordt nog mooier: met de kortingscode HISTORISCH (met hoofdletters) gaat er bij online kaartjes kopen nog eens 15% van de toegangsprijs af. Klik daarvoor hier, vul alle gegevens in en vul de code in vóór het betalen van de kaartjes.

Zie hieronder het bericht waarmee de lezingen worden aangekondigd op hun website:

  • Adres: Oude Barnevelderweg 5, 3886 PT (Garderen, Gelderland)
  • Prijs van de lezing: Gratis bij een regulier entreebewijs.
  • Niet vergeten: met de code HISTORISCH gaat er 15% van de toegangsprijs af bij het kopen van online toegangskaartjes.

Even spieken bij de Overijsselse spiekers – Inclusief wandeltip

Wie ons op Instagram volgt, heeft al gemerkt dat een Overijsselse spieker géén frauderende student is, maar een vroegmodern type gebouw. Het gaat om een speciaal type huis, dat oorspronkelijk niet per se bedoeld was als woonhuis. Zelfs de benaming “spieker” verdween met de tijd, want vanaf ongeveer 1850 werd er simpelweg gesproken van “buitenhuis” of “buitenplaats”. Wat is dat dan, een spieker?

Een spieker was bedoeld als opslagplaats voor koren/graan. Het woord komt van het Latijnse spicarium; dus een plek waar spicae (korenaren) werden opgeslagen. Een brede betekenis van spieker is dan een graanschuur of een voorraadschuur, met maximaal twee extra verdiepingen. Spiekers waren in de middeleeuwen altijd in bezit van rijke grondbezitters, omdat zij hierin de tienden (belastingen) van hun pachters bewaarden. Omdat de pacht veelal betaald werd in natura en niet met geld, had je daarvoor een opslagschuur nodig in plaats van een portemonnee.

De grootgrondbezitters woonden lange tijd zelf in de nabijgelegen steden, zoals Zwolle en Deventer. Aanvankelijk was een spieker dus geen woonhuis. Het is een typisch rivierenfenomeen uit Overijssel, want de spiekers stonden langs de IJssel en langs de Vecht. In mindere mate kwamen ze ook voor langs de IJssel in Gelderland en in de noordelijke provincies. In de rest van het land bestonden er alternatieve constructies voor het opslaan van de pacht, bijvoorbeeld de “tiendenschuren” (die nooit als woonhuis gebruikt werden).

Voor zo ver we ontdekt hebben, stamt de oudste datering van een spieker uit de hoge middeleeuwen. Gevers en Mensema schrijven daarover:

De oudst bekende vermelding van een spieker in Overijssel dateert van 1280. In dat jaar trad een zekere Johan van ‘t Spieker op als getuige in een conflict voor de richter en schepenen van Deventer over een schenking aan de abdij van Sint Mariënhorst bij Ter Hunnepe nabij Deventer. Met dit spieker zal ongetwijfeld de bergplaats bedoeld zijn die de Utrechtse bisschop -toentertijd de landsheer van Overijssel- bij zijn hof te Deventer had laten bouwen.”

Daaruit blijkt met zekerheid een connectie tussen politieke macht, landbezit en het voorkomen van spiekers. Documenten uit de 14e en 15e eeuw bevestigen dit ook nog eens. In 1494 wordt bijvoorbeeld geschreven over de opbouw van het verbrande “saetspyker”, waarmee het gebouw bij het (bisschoppelijk) Hof te Colmschate bedoeld werd.

Tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) werden de voorraden in de spiekers dikwijls ingezet als bevoorrading voor soldaten. Maar let op, het waren vooral de Spanjaarden die de Overijsselse oogst claimden of innamen. De lokale bevolking kon daar niets tegen beginnen, dergelijke praktijken waren namelijk onderdeel van het oorlogsrecht van die tijd (en dus tot op zekere hoogte toegestaan). Na de herovering  van de stad Oldenzaal in 1626-1628 veranderde dat, omdat het aantal Spaanse soldaten in Overijssel toen drastisch verminderde. Dat betekende meer rust en stabiliteit voor de plattelandsbevolking. Edelen keerden terug naar hun landhuizen en gingen hun spiekers zelf weer beheren.

Een eeuw later veranderde er weer iets. De Overijsselse spiekers werden steeds vaker omgebouwd tot buitenhuis. Hoe meer belastingen er met geld betaald werden, hoe minder functie de voorraadschuren kregen. Met de tijd lag er letterlijk steeds minder in opgeslagen en hadden de eigenaren dus “ruimte over” in het gebouw. In de Franse Tijd (1795-1815) verdwenen ook de traditionele politieke rechten die er altijd aan spiekers en havezaten verbonden waren geweest. Met andere woorden, het onderscheid met een normaal buitenhuis vervaagde omdat de spiekers minder gebruikt werden als opslagruimten en omdat er uiteindelijk ook geen privileges voor de eigenaren meer bij hoorden.

Spiekers hadden enkele algemene kenmerken. Er was bijvoorbeeld altijd een “bewaarder” op het terrein aanwezig ter bewaking van de opgeslagen goederen. Wanneer er dranken zoals bier en wijn bewaard werden, dan werd hiervoor meestal een kelder aangelegd. Gewassen zoals uien werden- niet geheel verrassend- juist aan plafondbalken te drogen gehangen. En om het geheel nog eens extra te beschermen tegen beesten en beestachtige schurken, werd er vaak een gracht gegraven. Dan werd de plaats ook wel aangeduid met “pol”, “berg”, of “belt”. Het meest efficiënt was om de spieker direct bij een boerenerf te bouwen, want dan hoefde men niet ver te reizen met de gewassen en de goederen. Spiekers werden gedecoreerd met torentjes, maar omdat we zeer weinig tekeningen hebben van de authentieke gebouwen is het moeilijk te zeggen of dit gangbaar was, of juist uitzonderlijk. In ieder geval was een spieker wel een zeer herkenbaar type gebouw.

We zoomen even in op Dalfsen. Terwijl er in de 18e eeuw nog volop spiekers gebruikt werden als buitenplaats, waarbij ook de meest prachtige landschapstuinen werden aangelegd, waren de meeste een eeuw later toch verdwenen. De tijden waren veranderd. De Industriële Revolutie van Nederland bood veel kansen op rijkdom, maar een faillissement lag ook altijd op de loer. De families die zich geen luxe buitenhuizen meer konden veroorloven (en hun spieker uit schaamte niet wilden verkopen aan een ander), lieten ze verloederen of slopen. Het kleine aantal spiekers dat overbleef, werd steeds vaker gebruikt als permanent woonhuis. Soms werd een compromis gevonden in het afbreken van de authentieke spieker en het toevoegen van efficiëntere nieuwbouw op dezelfde plek. Een voorbeeld hiervan is Huize Ankum, dat rond 1859 transformeerde tot de buitenplaats Hofwijk. Ook bleef er een handjevol spiekers over dat de functie van algemene opslagplaats kreeg, maar dan voor de omliggende boerenerven. Deze spiekers werden juist niet bewoond, waardoor degradatie eveneens op de loer lag.

De Aalshorst
Huize de Horte

Tijdens mijn verblijf in Dalfsen heb ik twee spiekers bezocht: één authentieke spieker (De Aalshorst) en één buitenplaats met spieker (De Horte). De Aalshorst in de buurtschap Millingen is één van de best bewaarde spiekers uit de 18e eeuw. Dit gebouw is vrij te bekijken vanaf de buitenkant, maar moeilijk te vinden en nog moeilijker met de auto te bereiken. Handiger is om langs het gebouw te fietsen of wandelen.

Omdat mijn navigatie het onverharde Aalshorsterpad niet kon vinden, heb ik op het kaartje hierboven de route vanaf de Heinoseweg aangegeven. Geloof mij, het is minder makkelijk te vinden dan het lijkt. Lange tijd lijkt het ook alsof je over privéterrein rijdt/loopt, dus houd hier rekening mee. Bij speciale gelegenheden, zoals Open Monumentendag, is het gebouw geopend en is dus ook het interieur te bekijken. Ik verwacht dat er dan wél aangegeven staat hoe je moet rijden. Alle andere dagen blijft de Aalshorst een beetje een pareltje verscholen in het groen. 😉

Bij het gebouw hoorde een uitgebreide tuin met een “grand canal”. Vandaag ziet het eruit als een gewone sloot, maar met een beetje fantasie zie je de rozenperken en de klassieke standbeelden eromheen staan. Achter het huis zijn nog altijd de oorspronkelijke moestuin en visvijver in gebruik.

Spieker de Horte maakte op mij meer indruk, omdat hier meer is opengesteld voor bezoekers. Er kronkelen twee mooie wandelingen (van 5,5 km en van 3,5 km) over het terrein, waarbij je langs dassenburchten, frisgroene weilanden, oeroude bossen en over tal van bruggetjes slentert. Beide wandelingen zijn zeer duidelijk aangegeven en voeren langs het spieker zelf. Huize de Horte is dus niet te missen. Het landgoed ligt in de buurtschap Emmen. Het beschikt over een gratis parkeerterrein voor bezoekers en is eenvoudig te bereiken vanaf de Kroesenallee.

Het terrein is al sinds mensenheugenis een landgoed, want in een document uit 1391 lezen we dat ene Dirk Bruggeman vier morgen “opper Horten” met een hofstede (te Emmen) schonk aan het Agnietenbergklooster bij Zwolle. De boerderij staat er minstens sinds 1520; want deze kreeg de streeknaam “De Horte”, vernoemd naar een opvallende bocht/horde in de waterloop van de Emmertochtsloot. Dit waterrijke gebied zorgt overigens voor de prachtige natuur rondom De Horte.

Geschat wordt dat het spieker op de Horte door de familie Thomassen-Theussink tussen 1649 en 1667 gebouwd is. Na een aantal eeuwen van wisselend eigendom, werd het landgoed uiteindelijk in 1974 door erfgenamen verkocht aan de tegenwoordige beheerder: de stichting Het Overijsselsch Landschap. De Horte bestond bij deze verkoop uit maar liefst 51 hectare grond. Op het terrein staan naast Huize de Horte ook nog een tuinmanswoning met koetshuis en stallen en een B&B (Het Witte Huis). De uitgebreide Franse (moes)tuin inclusief mammoetboom, de watergangetjes en de lange bomenlanen horen er ook allemaal bij.

Alle paden zijn goed onderhouden, de paaltjes met de route zijn niet te missen en op meerdere plekken staan bankjes om even te pauzeren. Wie durft, kan zelfs plaatsnemen op een bankje dat boven (!) het water hangt. En langs de route kom je overal dieren tegen: koeien, paarden, schapen en heel veel verschillende vogels. Extra leuk is het gebied in de lente, want ik zag ook kalfjes, veulens en lammetjes in de wei. Kortom, het was een genot om hier te wandelen. 🙂

Bron:

  • Mensema, A.J., & Gevers, A.J., ‘Spiekers in Dalfsen’, in: Hove, J., ten, Pereboom, F. & Stalknecht, H.A. (red.), Uit de Geschiedenis van Dalfsen (Kampen: IJsselakademie 1989) 213─246.

Laatste kans bij Zandsculpturen Garderen

…Althans, de laatste kans om de tentoonstelling van 2022-2023 te bezoeken voordat het terrein sluit en het nieuwe thema opgebouwd wordt.

Wij voegden zelf natuurlijk ook de daad bij het woord om alle schitterende kunstwerken nog een laatste keer te bekijken. Er staan zandsculpturen, houtsculpturen en ijssculpturen. Dus zelfs in de laatste weken is er nog van alles te zien!


Alvast terugblikkend op dit seizoen, kan ik niet anders zeggen dan dat het thema Vaderlandse Geschiedenis een groot succes was. De complimenten stroomden bij ons binnen en veel mensen waren verheugd om Zandsculpturen Garderen “ontdekt” te hebben als uitje op de Veluwe. Hartelijk dank voor alle leuke reacties en… Op naar de volgende! 🙂

De Kathedraal van de Veluwe

In de tijd van het moderne imperialisme (toen Europese landen koloniën overzee exploiteerden), was het natuurlijk handig om snel met de tropische gebieden aan de andere kant van de wereld te kunnen communiceren. Maar het internet bestond nog niet, laat staan de sociale media. Toch werd de telecommunicatie al aan het einde van de Eerste Wereldoorlog zodanig verbeterd, dat er ook lange-afstandsverbindingen aangelegd konden worden.

Voor Nederland had dat betrekking op o.a. Suriname en Nederlands-Indië (het huidige Indonesië). Op de Veluwe werd daarom een ultramodern zendpark gebouwd dat er ook nog eens esthetisch uitzag qua architectuur. Omdat de kolos bij Kootwijk ontstond, kwam het gebouw bekend te staan als “Radio Kootwijk”.

Bekijk de geschiedenisflits hieronder voor de historische ontwikkeling van deze “kathedraal van de Veluwe”.

Waar het brood uit het water kwam: Elburg!

Elburg ontstond als vissersdorpje aan de Zuiderzee. Vandaag blokkeert Flevoland de directe toegang naar het IJsselmeer, maar Elburg ligt nog steeds aan het Veluwemeer en aan het Drontermeer.

De levendige visserij in de omgeving maakte Elburg al gauw tot handelsplaats. Kooplieden kwamen en de handel nam toe; het was een zelfversterkend proces. De bevolking groeide en het dorp werd een stadje. Elburg heeft ergens tussen 1220 en 1271 stadsrechten gekregen. Bewijsstukken van een exacte datum missen of zijn onduidelijk, maar in een charter van graaf Floris V van Holland werd “de stad Elburg” voor het eerst genoemd in een politieke context (1291). Door de goed ontwikkelde visserij en alle handel die dit teweegbracht, kon Elburg zich aansluiten bij de Hanze: een middeleeuws netwerk van handelssteden met een reikwijdte van Engeland en Noorwegen tot aan Rusland.

In 1392 gaf de hertog van Gelre, Willem van Gulik, het bevel om het stadje te verplaatsen. Rentmeester Arent thoe Boecop gebruikte toen een deel van de oude bebouwing om een nieuwe stad te bouwen met een rechthoekig stratenplan. De kerk kwam hierdoor buiten de stadsmuren te liggen. In 1397 werd er ook een nieuwe kerk gebouwd binnen de stadsmuren, namelijk de Sint-Nicolaaskerk. Er is nooit bekend geworden waarom dit gebeurd is. Er was geen (veiligheids)noodzaak voor en er speelden ook geen politieke motieven. Enfin, sindsdien is Elburg een vestingstad met middeleeuwse stadsmuren en verdedigingswerken. De kazematten getuigen hier nog van en de stadsplattegrond is bijna symmetrisch.

Hoewel er nog lang vissersbootjes in de haven lagen, zakte de visserij in Elburg vanaf de 18e eeuw in. Met de aanleg van de Afsluitdijk (1927-1932) en de geleidelijke creatie van de provincie Flevoland nam de vissersactiviteit nog meer af. De Vischpoort, de oude stadspoort van Elburg, herinnert nog wel aan de handel die het stadje in het verleden zoveel rijkdom bracht. In de haven werd ruim twee eeuwen geleden een werf gevestigd waar botters werden gebouwd (een historisch type vaartuig). Sinds 2008 zit er op die locatie een nieuwe werf van de botterstichting. Goede zaak, want deze stichting houdt het maritieme erfgoed in leven voor toekomstige generaties.