Open Monumentendagen 2025

De jaarlijkse traditie! Meestal bezoeken wij op zaterdag iets in een andere provincie en op zondag iets in de buurt. Maar dit jaar bleef ik het hele weekend dicht bij huis en herontdekte ik Alkmaar.

Als eerste bezocht ik de WO2-bunker R616 die aan de rand van de Alkmaarderhout ligt. Dit is een telefoonbunker, gebouwd door de Duitsers in 1943. Het bouwwerk vormde een belangrijk knooppunt in het telefoonnetwerk van de Atlantikwall, met communicatielijnen tussen o.a. Den Helder, Schagen, Alkmaar, Haarlem en Amsterdam.

Deze bunker heb ik waarschijnlijk meer dan 1000 keer van buiten gezien, maar dit weekend pas voor het eerst van binnen. Er zit een klein museum in, waar veel authentieke spullen tentoongesteld worden. Vanaf nu zal ik het verhaal van deze bunker meenemen in mijn lessen over de WO2. Veel leerlingen komen hier namelijk dagelijks langs.

Vervolgens liep ik naar binnen bij het Hofje van Splinter.

Dit hofje werd in 1646 opgericht met de erfenis van Margaretha Splinter. Het moest onderdak bieden aan “ongehuwde vrouwen van goede komaf” en dat is vandaag nog steeds zo. Het ligt aan het Ritsevoort, op de plek waar Margaretha zelf heeft gewoond. Het hofje is gebouwd in Hollandse renaissancestijl en heeft een rustige binnentuin omringd door eenvoudige woningen. Een mooi voorbeeld van levend erfgoed!

Ook het Stadhuis van Alkmaar opende haar deuren.

Volgens mij mochten bezoekers werkelijk iedere zaal bekijken, want de looproute voerde langs alle verdiepingen. Een prachtig pand. Ik moest een beetje gniffelen om het thema “kaas” dat op verschillende plekken terugkomt in het gebouw, bijvoorbeeld in plafondschilderingen en aan de muren. Alkmaar is niet vergeten dat de eeuwenlange kaashandeltraditie heeft bijgedragen aan het succes van de stad.

Dan een heel ander monument: het logegebouw van de Alkmaarse Vrijmetselaars.

Ik had werkelijk géén idee dat dit bestond in de binnenstad. Wat de vrijmetselaars zijn weet ik wel, omdat ik een paar jaar geleden onderzoek deed naar het gedachtegoed van de Illuminaten uit Ingolstadt (Duitsland).

Maar zo ver gaan ze in Alkmaar niet. Hier komen de vrijmetselaars samen om, zoals zij het stellen, te werken aan persoonlijke groei, moreel bewustzijn en onderlinge verbondenheid. In hun logegebouw worden daarom lezingen en symbolische rituelen georganiseerd. Een belangrijk kenmerk van de vrijmetselarij, is dat zij leven zonder dogma’s en ruimte bieden voor ieders overtuiging/religie. Maar ze hebben hiervoor dus wel een tempel: een ruimte vol symboliek en stilte. Hier kunnen leden in alle rust reflecteren en aan zichzelf werken. Heel interessant om hier een keer geweest te zijn.

Het begon buiten te regenen, dus ik rende door naar de volgende locatie: het Hof van Sonoy.

Het Hof van Sonoy was oorspronkelijk een klooster en werd in 1574 gekocht door Diederick van Sonoy, een belangrijke figuur in de Tachtigjarige Oorlog. Later werd de markante achthoekige toren erbij gebouwd. Door de jaren heen diende het hele complex als diaconiehuis, woonruimte en/of horeca. Voor Open Monumentendag ging speciaal de toren open en die moest ik uiteraard even beklimmen.

Daarna heb ik nog twee voormalige pakhuizen bezocht, één waar tegenwoordig een architectenbureau in huist en één die nu als kunstgalerij gebruikt wordt.

Het eerstgenoemde gebouw staat ook wel bekend als Pakhuis de Korenschoof. Wederom een prachtig pand, met een vide op de bovenste verdieping waar de authentieke, massieve houten balken dwars doorheen lopen.

Op straatniveau is in de vloer een venster op het verleden aangebracht. Letterlijk. Je loopt hier namelijk over een blootgelegd stukje van de fundamenten en ziet daar verschillende aardewerken voorwerpen liggen. Het trok meteen mijn aandacht!

Als laatste beklom ik nog de Accijnstoren aan de Bierkade.

De Accijnstoren is een vroegmodern torentje dat in 1622 gebouwd is in de renaissancestijl. Oorspronkelijk fungeerde het gebouw als belastingkantoor waar accijnzen -belastingen dus- werden betaald op goederen die per schip de stad binnenkwamen. Denk dan aan bier, kaas, touw en textiel.

Een bijzonder verhaal is de verplaatsing van de toren in 1924. In dat jaar is het hele gebouwd ruim 4 meter naar achteren gerold, omdat de Bierkade verbreed moest worden en de toren daarbij “in de weg stond”. Ongelofelijk hoe ze dat destijds voor elkaar hebben gekregen! Vandaag zit hier het kantoor van de havenmeester.

Tijdens de jaarlijkse Open Monumentendagen kan iedereen (gratis) een kijkje nemen achter historische deuren die normaliter gesloten blijven. Ook musea, molens, kastelen, kerken en woonhuizen doen mee. Dit is ontzettend waardevol, omdat het mensen enthousiast maakt voor erfgoed en geschiedenis. In het hele land maken vrijwilligers dit evenement mogelijk en daar ben ik ze heel dankbaar voor. 🙂

Geschiedenis in honingraten (en meer) bij Museum Kranenburgh

Onlangs bezochten mijn moeder en ik Museum Kranenburgh in Bergen (Noord-Holland). Zoals het museum zichzelf omschrijft, is dit “een plek voor moderne en hedendaagse kunst in het groene kunstenaarsdorp Bergen“. Wij waren er nog nooit eerder geweest, dus we waren benieuwd.

Momenteel neemt de tentoonstelling “For Eternity” (“Voor de eeuwigheid“) van de Slowaakse kunstenaar Tomáš Libertíny de meeste zalen in beslag. Libertíny werkt al bijna twee decennia samen met de natuur om complexe werken te creëren. Dat zie je meteen aan het materiaal: de kunstwerken zijn gemaakt van honingraten.

Toch zijn alle vormen en voorstellingen herkenbaar. Zo liepen we langs amforen uit de Klassieke Oudheid, langs memento mori’s uit de middeleeuwen en zelfs langs de bekende buste van Nefertiti… maar dan gemaakt van bijenwas. Een co-creatie van Libertíny en zijn bijenvolken. Op schermen kun je zien hoe de werken gemaakt zijn. Ontzettend interessant en wat mij betreft ook een indrukwekkend proces. We waren onder de indruk.

Boven in het museum hangt de permanente tentoonstelling, met werken die voornamelijk uit de 20e eeuw komen (maar soms ook uit recentere tijden). Kunst van de Bergense School vormt de kern van de collectie, bijvoorbeeld van Charley Toorop, Jan Sluijters, Else Berg en Leo Gestel. Maar er hangt ook werk van Lucebert, Jaap Mooy en Edgar Fernhout.

Op de laagste verdieping van het museum is de tentoonstelling “De held, de schurk en de waarheid” te zien. Dit is een initiatief van Johan Idema, met werken van Folkert de Jong. Het is een verzameling enorm grote mensfiguren van styrofoam, waar je helemaal omheen kunt lopen. De tentoonstelling wordt beschreven als theatraal, met prikkelende audioverhalen en dramatische belichting. Bij ieder werk staat een bank om even op te zitten terwijl je via een koptelefoon naar het verhaal luistert. De Jong “speelt met het begrip geschiedenis” en wil de kijker bewust maken van de veranderlijkheid daarvan. Tja… Wat kan ik daarover schrijven als historica? Ik vond de verhalen niet prettig om naar te luisteren, omdat het nergens heen ging. Er werd geen punt gemaakt en er werden geen historische gebeurtenissen uitgelegd. Er werd gewoon gegrabbeld in alles wat de mensheid heeft voortgebracht; of dat nou goed of slecht bleek te zijn. Er is een werk dat “Queen of Coal” (“Koningin van de Kolen“) heet en koningin Wilhelmina moet voorstellen, maar het is een circusdirectrice met een stuk kool in haar hand.

De begeleidende tekst is:

Zo vond ik de elementen van de overige werken ook enigszins bij elkaar gegraaid. Als Idema en De Jong iets wilden losmaken bij het publiek, dan is dat zeker gelukt. Maar mooi of interessant vond ik het persoonlijk niet. Maar goed, iedereen mag zich daar een eigen mening over vormen natuurlijk.

Omdat we van slag waren van de styrofoampoppen, trokken we snel de beeldentuin in om te kalmeren (haha). Daar loop je onder andere langs een enorm glinsterend vogelfiguur van Lucebert, langs “Flora” van Pauline Eecen en langs een aantal hazen “met menselijke trekjes” door Iris Le Rütte. Dat vonden we wél prettig, maar dat kwam ook door de mooie tuin. In de zomer bloeien er overal kleurrijke planten. Er is een natuurvijver en er staat zelfs een mammoetboom. Een fijne plek om te zitten met een versnapering uit het restaurant, dus.

Ten slotte nog een eervolle vermelding voor het werk “Mediterranean Wind” van de hedendaagse kunstenares Claudy Jongstra. Het is een groot kunstwerk en het hangt in de entreeruimte (tevens gang naar het restaurant), dus het is niet te missen. Er is wol, zijde en katoen gebruikt en deze stoffen vloeien in elkaar over, zodat ook de kleuren samensmelten. Kijk, dat vind ik nou mooi.

We hebben een gezellige moeder-dochtermiddag beleefd in Bergen, maar ons bezoek verliep niet helemaal vlekkeloos. Het museum is bereikbaar met het OV (met de bus vanaf station Alkmaar), maar wij kwamen met de auto. Het aantal parkeerplaatsen bij het museum is zéér beperkt. We kwamen op een doordeweekse middag, maar omdat mensen ook naar Bergen komen voor het duingebied en voor het dorpje zelf, is het vechten om een plekje. Misschien was het een momentopname, maar er heerste echt chaos. Er werd geschreeuwd en getoeterd en er ging een paar keer een autoalarm af. Uiteindelijk vonden we een betaalde parkeerplek op 15 minuten lopen, wat toch een beetje jammer was. Maar als je dit van tevoren in gedachten houdt, word je er niet door verrast. En hoef je dus ook niet te schreeuwen en te toeteren, haha.

Scheurend door de tijd (letterlijk)

Zijn jullie ook zo druk aan het scheuren in de Alkmaarse Scheurkalender? Vandaag kwam er een puzzel naar boven. Hieronder zomaar een selectie van de afgelopen weken; de kalender zit echt boordevol historische weetjes. Voor de geïnteresseerden die bij onze winactie misgrepen: via de website zijn er nog enkele scheurkalenders verkrijgbaar. 😉

Alkmaars Victorie (maar dan als kinderboek)

Vorige week was ik in de Sint-Laurenskerk van Alkmaar voor een feestje. 😉 Met een goed verzorgde (en drukbezochte) receptie werd namelijk het herdenkingsfeest rondom 8 oktober officieel geopend.

Vandaag herleef ik deze geschiedenis met het prachtige prentenboek “Alkmaars Victorie” van Jonina Olij. Ze schreef het voor kinderen, maar in deze vorm is het verhaal ook zeer geschikt voor de onderbouw van de middelbare school. De tekst kan bijvoorbeeld dienen als introductie voor een eigen historisch onderzoekje. Ik word heel vrolijk van het boek: het is duidelijk geschreven en de illustraties van Nicole van Dooren zijn er echt schitterend bij. Aanrader! 😀

Nieuwe opgraving in Alkmaar

Op dit moment vindt er een grote archeologische opgraving plaats bij een voormalige herberg in het centrum van Alkmaar. Wat hoopt men daar te vinden?

Herberg “Het Gulden Vlies” aan de Koorstraat bestond al vóór 1563. De naam komt van de ridderorde die Filips de Goede, de hertog van Bourgondië, in 1430 ingesteld heeft. Filips haalde zijn inspiratie uit de Griekse mythologie. Daarin was het Gulden Vlies de gouden “vacht” van Chrysomallos; een wonderbaarlijke ram die door de goden gestuurd was om de kinderen Phrixos en Helle te redden. Tijdens de vlucht viel Helle in zee (de Hellespont), maar Phrixos bereikte veilig Kolchis, waar hij de ram offerde en het Gulden Vlies schonk aan koning Aiëtes, die het ophing in een heilig bos en liet bewaken door een nooit slapende draak. Generaties later werd Jason eropuit gestuurd om dit Gulden Vlies te halen om zijn recht op de troon van Iolkos te bewijzen. Met hulp van de Argonauten en de tovenares Medea wist Jason de draak te verslaan en het vlies te bemachtigen, waarmee hij een van de beroemdste heldentochten uit de Oudheid volbracht.

Afijn, herbergen die een uithangbord met de gouden vacht, Jason en/of de overwonnen draak erop hadden staan, hadden een speciale status. Hier kwamen gasten van aanzien hun braadstuk smikkelen! Zo ook in Alkmaar. Eeuwenlang kon men bij deze herberg terecht voor bijzondere diners, borrels en vergaderingen. Na een flinke verbouwing werd Het Gulden Vlies in 1924 heropend als theater. Echter, in 1991 viel het doek voor dit etablissement (letterlijk). Het gebouw transformeerde tot feestlocatie, café-restaurant en appartementencomplex.

Omdat er een nieuwe verbouwing op de planning staat voor het gebouw, wordt het terrein nu archeologisch onderzocht. Het is niet alleen aannemelijk dat er (afval)objecten van de middeleeuwse herberg gevonden worden, dit werd zelfs van tevoren verwacht. En ja hoor, de archeologen hadden gelijk. Inmiddels zijn er al muren, kelders, toiletten en riolen blootgelegd uit de 15e, 16e en 17e eeuw. Kleine vondsten zijn onder meer een vingerhoed (17e eeuw), pijpjes en munten, veel keramiek- en glasscherven (1780-1880), een Engels roomkannetje en een pannetje uit de 19e eeuw. Restanten van vijf eeuwen aan horeca-activiteit dus!

Huis Nijenburg in Heiloo

Aan de Kennemerstraatweg in Heiloo staat het Huis Nijenburg, een buitenplaats met een lange geschiedenis. Wie tussen Alkmaar en Limmen rijdt, komt er standaard langs. Het Heilooerbos ligt aan de andere kant van de weg. Een wandeling door het gebied levert in ieder seizoen mooie plaatjes op.

Archeologen en historici hebben onderzoeksgegevens gecombineerd en denken nu dat de naam “Nijenburg” verwijst naar het verdwenen kasteel Nieuwburg bij Alkmaar. Dit was een middeleeuws kasteel dat in de 16e eeuw werd verwoest, maar in de regio nog eeuwenlang bekend bleef. Door de naam voort te zetten, verbonden de latere bewoners van Heiloo hun buitenplaats met een zekere mate van status en macht.

Tekening door A. Rademaker (1718).
Collectie Regionaal Archief Alkmaar, PR 1001253.

Het huis dat we nu zien werd rond 1705 gebouwd in opdracht van Jan van Egmond van de Nijenburg. Hij liet een eerdere woning vervangen door een representatief landhuis in de destijds populaire Hollands-classicistische stijl.

Met de tijd veranderde het huis mee met de smaak van de bewoners. Rond 1730 kreeg het interieur versieringen in Lodewijk XIV-stijl. En rond 1830 werd de buitenkant aangepast: de gevel werd gepleisterd en voorzien van grotere ramen in Empire-stijl.

Tekening door C.W. Bruinvis (1895). Publiek domein.

Ook het landgoed ontwikkelde zich. De oorspronkelijke rechte lanen en zichtassen in barokstijl werden later aangevuld met slingerpaden en romantische doorkijkjes in de Engelse landschapsstijl. Sommige markante elementen zijn er vandaag nog steeds, zoals de beelden bij de vijver.

Vandaag is Natuurmonumenten de eigenaar van Huis Nijenburg, terwijl Stichting Hendrick de Keyser het huis beheert. Het landgoed (inclusief Heilooerbos) is altijd gratis toegankelijk. Het huis zelf opent haar deuren alleen voor speciale gelegenheden. Ik moet dit eigenlijk in de gaten houden, want ik heb er zelf nog nooit binnen gekeken.

Kortom, het Huis Nijenburg is een interessant gebouw in een mooie groene omgeving. En zo zie je maar weer: geschiedenis is overal. 😉