DetectorDinsdag: Een tube PBG

Gevonden aan de buitenrand van München: een tube PBG. Wat is dat precies?

PBG staat voor “Pulverbeschichtungs-Gesellschaft“; een specifiek bedrijf uit Großostheim in Beieren. Ze zijn gespecialiseerd in Pulverbeschichtung, oftewel, in poedercoating. Dat is een elektrostatisch proces waarbij met een spuitpistool poeder wordt aangebracht op metaal. Tijdens het uitharden in de oven worden de poederdeeltjes door de warmte eerst vloeibaar. Daarna stroperig en vervolgens uitgehard tot een coating.

Interessant proces, maar wel minder chill dat dat de (half)lege tube in het bos gedumpt is. 🙁

Zuivere pilsjes uit Ingolstadt (Duitsland)

Onlangs liep ik in de Beierse stad Ingolstadt langs onderstaande plaquette, met prachtige afbeeldingen en een klein tekstje. Ik zocht op wat het betekende en ontdekte een grappig stukje geschiedenis.

In het voorjaar van 1516 werd in Ingolstadt een wet afgekondigd die de geschiedenis van bier voorgoed zou veranderen: het Reinheitsgebot. Deze “zuiverheidswet” bepaalde dat bier alleen mocht worden gebrouwen met water, gerstemout en hop. Meer niet. Gist werd pas later aan de lijst toegevoegd, toen men begreep waar dat mysterieuze schuim op het brouwsel voor diende.

De maatregel kwam van de hertogen Wilhelm IV en Ludwig X van Beieren. Hiermee moest de kwaliteit van het bier gewaarborgd worden. Ook kon het beschikbare graan (bijv. tarwe en rogge) zo gereserveerd/bewaard worden voor het bakken van brood. En als bijkomstig voordeel bleef de prijs van bier binnen de perken. Dat was in die tijd van algemeen belang, omdat bier dagelijks werd gedronken. Het was vanwege de gebrekkige riolering en afwatering in de steden vaak veiliger om bier te drinken in plaats van het lokale water.

Het Reinheitsgebot groeide uit tot een soort icoon van de Duitse brouwcultuur. Eeuwen later verwijzen brouwerijen er nog steeds naar op hun etiketten. Trots, alsof het een keurmerk van zuiverheid is. Hoewel de moderne Duitse bierwet (het Biergesetz) inmiddels iets soepeler is, blijft die oude bepaling uit Ingolstadt symbool staan voor wat Duits bier al 500 jaar belooft te zijn: eenvoudig, eerlijk en zuiver. 🙂

DetectorDinsdag: Middag zoeken in het Isartal (Duitsland)

We hebben beneden in het Isartal even heerlijk een frisse neus gehaald door met de detector en een schep door de bevroren bodem heen te werken. We verwachtten er helemaal niks van, maar kwamen toch wat interessante dingen tegen.

Hoe leuk zijn die onderbindschaatsen? Het duurde niet lang voordat we het paar compleet hadden. Natuurlijk zagen we meteen voor ons hoe iemand deze gebruikt heeft om naar de overkant van de Isar te schaatsen. Maar hoe kun je ze dan achterlaten? Gewoon vergeten? En was die emaillen mok dan van dezelfde persoon? Haha! Verder vonden we nog een simpele ijzeren ring en een zware pin waarmee traptreden en trapleuningen in de bergwand worden bevestigd. Je ziet die pinnen overal hier in de omgeving. Typische Alpiene vondsten, toch? 😀

Huis Nijenburg in Heiloo

Aan de Kennemerstraatweg in Heiloo staat het Huis Nijenburg, een buitenplaats met een lange geschiedenis. Wie tussen Alkmaar en Limmen rijdt, komt er standaard langs. Het Heilooerbos ligt aan de andere kant van de weg. Een wandeling door het gebied levert in ieder seizoen mooie plaatjes op.

Archeologen en historici hebben onderzoeksgegevens gecombineerd en denken nu dat de naam “Nijenburg” verwijst naar het verdwenen kasteel Nieuwburg bij Alkmaar. Dit was een middeleeuws kasteel dat in de 16e eeuw werd verwoest, maar in de regio nog eeuwenlang bekend bleef. Door de naam voort te zetten, verbonden de latere bewoners van Heiloo hun buitenplaats met een zekere mate van status en macht.

Tekening door A. Rademaker (1718).
Collectie Regionaal Archief Alkmaar, PR 1001253.

Het huis dat we nu zien werd rond 1705 gebouwd in opdracht van Jan van Egmond van de Nijenburg. Hij liet een eerdere woning vervangen door een representatief landhuis in de destijds populaire Hollands-classicistische stijl.

Met de tijd veranderde het huis mee met de smaak van de bewoners. Rond 1730 kreeg het interieur versieringen in Lodewijk XIV-stijl. En rond 1830 werd de buitenkant aangepast: de gevel werd gepleisterd en voorzien van grotere ramen in Empire-stijl.

Tekening door C.W. Bruinvis (1895). Publiek domein.

Ook het landgoed ontwikkelde zich. De oorspronkelijke rechte lanen en zichtassen in barokstijl werden later aangevuld met slingerpaden en romantische doorkijkjes in de Engelse landschapsstijl. Sommige markante elementen zijn er vandaag nog steeds, zoals de beelden bij de vijver.

Vandaag is Natuurmonumenten de eigenaar van Huis Nijenburg, terwijl Stichting Hendrick de Keyser het huis beheert. Het landgoed (inclusief Heilooerbos) is altijd gratis toegankelijk. Het huis zelf opent haar deuren alleen voor speciale gelegenheden. Ik moet dit eigenlijk in de gaten houden, want ik heb er zelf nog nooit binnen gekeken.

Kortom, het Huis Nijenburg is een interessant gebouw in een mooie groene omgeving. En zo zie je maar weer: geschiedenis is overal. 😉

Geert Mak – Grote Verwachtingen

Na afloop van mijn lezing bij het LUF, ontving ik het nieuwste werk van Geert Mak: “Grote Verwachtingen – In Europa 1999-2019″. Wat behandelt Mak allemaal in deze dikke pil van ruim 500 pagina’s?

De grote lijn van het boek wordt gevormd door de macrohistorische ontwikkelingen die Europa in de eerste twee decennia van de 21e eeuw doormaakte. Het boek kan gezien worden als het vervolg op “In Europa – Reizen door de Twintigste Eeuw” dat in 2004 verscheen. Want Mak pakt het verhaal weer op waar het eerste deel eindigde, namelijk bij de eeuwwisseling (waar die knalhit “Millenium” van Robbie Williams ook over ging, maar dat terzijde).

Rond het jaar 2000 geloofden vele Europeanen in een vreedzaam en verenigd Europa, maar de eerste grote crises van de 21e eeuw dienden zich al snel aan. Mak blikt daarop terug en voorziet de gebeurtenissen en ontwikkelingen van historisch perspectief. Het boek wisselt van stijl tussen journalistieke reportages, persoonlijke gesprekken van Mak en een expert of ooggetuige en betogende historische analyses. Die laatste categorie kan ik persoonlijk van Geert Mak altijd wel waarderen, ik vind zijn schrijfstijl prettig en onderhoudend. Wie nog nooit een boek van Mak gelezen heeft, zou dat eigenlijk eens moeten doen. Ik kan zijn schrijfstijl namelijk moeilijk typeren, het is altijd “typisch Geert Mak”. Hij schrijft in ieder geval vloeiend en duidelijk (en meestal ook met humor en aandacht voor details).

De volwassenen die mijn website volgen, hebben de ontwikkelingen uit het boek bewust meegemaakt. Ik ben zelf ook al zo oud dat ik me de aanslag op de Twin Towers (9/11) in 2001, de verwoestende tsunami in 2004 en de financiële crisis van 2008 nog kan herinneren. En hoewel dat allemaal buiten Europa plaatsvond, had Europa er toch intensief mee te maken. Dingen gebeuren en de wereldpolitiek reageert daarop; dat is altijd al zo geweest. Het is fijn dat het boek daarbij een perspectief biedt waarbij Europa duidelijk centraal staat. Zo worden de losse crises een samenhangend verhaal over de motieven achter de Europese politieke besluiten van toen, die vandaag de Europese cultuurhistorie gevormd hebben.

Staat er nieuwe informatie in het boek? Nee, het is juist een terugblik op wat we kennen/weten/meegemaakt hebben. Maar de duiding die Mak geeft, blijft waardevol. Het is een lijvig werk, dus verwacht geen beknopte samenvatting. Maar als je het boek uit hebt, heb je een helder politiek-historisch overzicht over de afgelopen 20 jaar.

Aanrader voor docenten?Moeilijk te zeggen. De meeste lesboeken voor geschiedenis stoppen al eerder dan de laatste gebeurtenissen die Mak beschrijft. Voor geschiedenisdocenten is het boek vooral handig voor het eigen overzicht of als geheugensteuntje. Voor docenten maatschappijleer zou het boek meer waarde kunnen hebben.
Aanrader voor leerlingen?Ja, want leerlingen waren nog niet (of nauwelijks 😉 ) geboren toen de gebeurtenissen uit het boek plaatsvonden. Het boek is voor leerlingen prettig om te lezen, hoewel het met 500+ pagina’s aan de lange kant is. Voor een profielwerkstuk over historische ontwikkelingen tussen 2000-2020 is het boek zeer geschikt als bron.

Cleveringa-lezing Haarlem

Op 26 november 1940, tijdens de Tweede Wereldoorlog, hield professor Rudolph Cleveringa een gewaagde en riskante protestrede in Leiden. Als reactie op het ontslag van twee joodse collega’s, legde Cleveringa uit waarom de maatregelen van de Duitse bezetter in strijd waren met het volkerenrecht.

Om deze protestrede te herdenken en om Cleveringa’s kritische attitude voort te zetten, organiseert het Leids Universiteitsfonds ieder jaar de Cleveringsbijeenkomsten, waarbij Leidse wetenschappers overal ter wereld lezingen geven. Dit jaar had ik de eervolle taak om als studentspreker in het Teylers Museum in Haarlem een lezing te geven; in een prachtige zaal en voor een enthousiast publiek. Het onderwerp was mijn eigen “Leidse loopbaan” en de rol die het Leids Universiteitsfonds daarin gespeeld heeft. Voor degenen die dit gemist hebben: het LUF heeft het archiefonderzoek voor mijn bachelorscriptie mogelijk gemaakt met een beurs. Ik legde daarom aan het publiek uit wat het LUF kan betekenen voor jonge onderzoekers en toonde hen de highlights van mijn onderzoek.

Ik sprak voorafgaand aan prof.dr. Eveline Crone, die een onwijs interessante lezing hield over het puberbrein vis-à-vis de neurocognitieve ontwikkelingspsychologie. Wist u dat mensen in de al Oudheid klaagden over het gedrag van “de jeugd van tegenwoordig”? Dat concept is dus al eeuwenoud! Eveline Crone deelde veel verrassende feiten over de hersenen van jongvolwassenen en plaatste vooral onze mening daarover in perspectief. 😉

Veel dank aan iedereen die deze avond tot een succes gemaakt heeft, want wat was dit evenement goed geregeld zeg!

“30 Jahre Mauerfall” – Evenement in Baarn

Gisteren was het precies dertig jaar geleden dat de Berlijnse Muur viel. West-Duitsland (de BRD) en Oost-Duitsland (de DDR) werden samengevoegd tot een nieuwe Bondsrepubliek Duitsland. In Baarn werd deze gebeurtenis groots herdacht met aandacht voor West én Ost. Er werden lezingen georganiseerd en interviews gehouden (met o.a. Egbert Jacobs, de laatste Nederlandse ambassadeur in de DDR). Maarten van Rossem en ik boden nog wat extra historische context. Geheel in stijl in een retro-outfitje, haha!

De bijdragen van de aanwezigen maakten indruk. Zo vertelde een dame dat zij en haar vriendinnen -allemaal huisvrouwen uit de DDR- ontzettend veel stress kregen van het assortiment in de supermarkt dat met de opheffing van de DDR plotseling ook voor hen in Dresden verkrijgbaar was. Ze waren het huismerk gewend; in winkels kon je weinig kiezen. Het westerse kapitalisme overviel hen omdat de vrouwen nu voor ieder product uit minstens vijf opties konden kiezen. Iets waar ik als kind van de jaren ’90 nog nooit over nagedacht had!

Verder waren er Trabantjes en vloeide de Sekt rijkelijk. Het was een leerzaam en ook gezellig weekend! 🙂

Skulls, of my people

Een tijdje geleden heb ik in Freiburg de filmscreening van “Skulls, of my People” bijgewoond. Dit is een Zuid-Afrikaanse documentaire door Vincent Moloi, waarin getoond wordt hoe Namibische schedels (en andere stoffelijke resten) terechtkwamen in diverse Europese steden. Belangrijk is dat erbij uitgelegd wordt waarom deze objecten daar niet thuishoren.

Het is een pijnlijke en indrukwekkende film, hoewel de aantallen enigszins gemanipuleerd en gedramatiseerd zijn (aldus mijn scriptiebegeleider Dr. Dag Henrichsen). Na afloop was er een wetenschappelijke discussie, geleid door Julia Rensing. Julia is een Namibiëspecialist gelieerd aan de Universiteit van Freiburg; ik had haar al eerder in Basel ontmoet. Tijdens de discussie werden de cijfers bijgesteld en uiteindelijk werd er hierover consensus bereikt onder de aanwezigen.

Het werd me goed duidelijk hoe gevoelig dit onderwerp ligt bij velen. Dit thema is nog altijd zeer relevant voor de betrekkingen tussen de Duitse en Namibische regeringen. De discussie bood me daarom waardevolle input voor mijn scriptie.

Mijn dank gaat uit naar de Kommunales Kino Freiburg voor de uitnodiging.