Eens kijken welke historische parels er in de Namibische archieven verscholen liggen…


Eens kijken welke historische parels er in de Namibische archieven verscholen liggen…


Een tijdje geleden heb ik in Freiburg de filmscreening van “Skulls, of my People” bijgewoond. Dit is een Zuid-Afrikaanse documentaire door Vincent Moloi, waarin getoond wordt hoe Namibische schedels (en andere stoffelijke resten) terechtkwamen in diverse Europese steden. Belangrijk is dat erbij uitgelegd wordt waarom deze objecten daar niet thuishoren.
Het is een pijnlijke en indrukwekkende film, hoewel de aantallen enigszins gemanipuleerd en gedramatiseerd zijn (aldus mijn scriptiebegeleider Dr. Dag Henrichsen). Na afloop was er een wetenschappelijke discussie, geleid door Julia Rensing. Julia is een Namibiëspecialist gelieerd aan de Universiteit van Freiburg; ik had haar al eerder in Basel ontmoet. Tijdens de discussie werden de cijfers bijgesteld en uiteindelijk werd er hierover consensus bereikt onder de aanwezigen.


Het werd me goed duidelijk hoe gevoelig dit onderwerp ligt bij velen. Dit thema is nog altijd zeer relevant voor de betrekkingen tussen de Duitse en Namibische regeringen. De discussie bood me daarom waardevolle input voor mijn scriptie.
Mijn dank gaat uit naar de Kommunales Kino Freiburg voor de uitnodiging.
Of om specifiek te zijn: herzliche Grüsse aus Wuppertal!
Ik ga hier de komende weken aan de slag met het materiaal uit de archieven van de Vereinte Evangelische Mission (VEM). Helemaal top is dat ik met de Schwebebahn naar mijn werk ga, haha!



Al enige tijd geleden kreeg ik van Skript Historisch Tijdschrift te horen dat ik één van de drie genomineerden was voor hun jaarlijkse scriptieprijs. Ik dacht daarmee mijn winst al in de pocket te hebben, maar niets was minder waar. Ik had nooit durven dromen dat juryvoorzitter Kim Beerden mijn naam uitsprak bij het aankondigen van de winnaar, afgelopen week tijdens het bijbehorende evenement in Boekhandel Atheneum aan het Spui. Hiermee is mijn scriptie “The Greater Cause. Hoe de Société Amicale de bevolking van Moyen Congo kon overtuigen.” benoemd tot beste Geschiedenis Bachelorscriptie van Nederland voor het jaar 2017. Wat een eer! 😀



Als voortzetting van het archiefonderzoek voor mijn scriptie, maakte ik een kort uitstapje naar Berlijn. Dit was immers ook ten tijde van het moderne imperialisme de hoofdstad van Pruisen/het Duitse Rijk. Als de Duitse koloniale geschiedenis ergens uitgelicht wordt, dan zou je het hier verwachten. Ik bezocht het Deutsches Historisches Museum dus met een missie.

Helaas kwam ik bedrogen uit. Na een wandelroute langs zo’n 40 zalen met Europese, Frankische, Pruisische en Germaanse geschiedenis, ontdekte ik welgeteld één donkere hoek met koloniale geschiedenis. De enige informatie over Deutsch Südwestafrika is een bordje met de tekst: “Aan het begin van de 20e eeuw heeft het Duitse Rijk een genocide gepleegd in het huidige Namibië”. Verder biedt het museum geen achtergrondinformatie of verdieping. In de vitrine een paar willekeurige voorwerpen van overzee.


Dit kan beter, denk ik dan. Deze ontdekking bevestigt in ieder geval mijn vermoedens over de omgang van de huidige Duitse regering met haar koloniale verleden en onderstreept de noodzaak tot een betere (meer volledige) informatievoorziening hierover. Júist in musea!
Eén van de bekendste sprookjes van Hans Christian Andersen is “Het meisje met de zwavelstokjes” (1845) over een arm meisje dat met oud en nieuw blootsvoets door de stad zwerft en zwavelstokjes probeert te verkopen. Ik moest er meteen aan denken toen ik deze pakjes gekleurde lucifers vond bij mijn opa en oma. Hoe oud zijn lucifers eigenlijk?


Er bestaan al heel lang allerlei voorlopers van de moderne lucifers. We weten dat mensen in de prehistorie reeds een soort “fakkels” maakten, zodat ze het cruciale gereedschap vuur konden verplaatsen zonder zichzelf (meteen) te branden. Deze werden vermoedelijk alleen gebruikt als aansteeklont; zodat er een nieuw vuur aangestoken kon worden met de smeulende resten van een oud vuur.
De Romeinen doopten stokken en kleine houtjes in smolten zwavel; ook bij wijze van fakkel. Deze moesten echter wel met vuur aangestoken worden en ontvlamden niet zelf. In historische Chinese teksten wordt dit principe ook beschreven. De tekst “Cho Keng Lu” (1366) vertelt over de verovering van de Noordelijke Qi-dynastie door de Noordelijke Zhou-dynastie in het jaar 577. Tijdens deze machtsstrijd zouden er zwavelstokjes van dennenhout gebruikt worden door het keizerlijke hof.


Een stuk later, in 1805, ontwikkelde Jean-Joseph-Louis Chancel in Frankrijk de dompellucifer: stokjes met zwavel en kaliumchloride die ontvlamden wanneer ze in zwavelzuur gedompeld werden. Niet erg veilig voor de vingers. Het idee was goed, maar de methode moest anders. Al vrij snel daarna ontwikkelde John Walker in Engeland de “friction match“: stokjes met kaliumchloride en antimoonsulfide die ontvlamden wanneer ze langs schuurpapier gewreven werden. Dit was echter nog steeds een vrij hardnekkig mengsel van chemicaliën. Bovendien vlogen de stokjes veel te snel en ongecontroleerd in brand.


Daarop ontwikkelde Gustaf Erik Pasch in 1844 in Zweden de veiligheidslucifer: stokjes met een kop van een verfijnd chemicaliënmengsel die alléén op een speciaal strijkvlak (van glaspoeder en rode fosfor) ontvlamden. Bijna direct werd de massaproductie van deze gebruiksvriendelijke lucifer gestart door het Zweedse bedrijf Lundström & Sjöberg. Ze patenteerden het in 1855.

Europeanen kochten (en kopen) lucifers meestal in doosjes met een strijkvlak. In de Verenigde Staten daarentegen, waren de zogenoemde luciferboekjes populair. Hierin zaten slechts 10 tot 20 kartonnen lucifers die uit het boekje gescheurd werden. De boekjes waren een effectief reclamemedium.
Lucifers bevatten vandaag overigens geen zwavel meer, maar een mengsel van ijzer en fosfor. Daarmee zijn ze veiliger te gebruiken en milieuvriendelijker te produceren. Dat gezegd hebbende… Altijd oppassen voor je vingers! 😉
Nog geen 6 maanden na het afronden van mijn bachelorscriptie begint mijn masteronderzoek al vorm te krijgen. Ik ging naar Zweden om vragen over Moyen Congo te beantwoorden en ik ben nu in Zwitserland om over prekoloniaal Namibië te brainstormen met historici van de Universiteit van Bazel. Bij de zeer uitgebreide Basler Afrika Bibliographien duik ik de archieven in, waarvoor ik steeds naar Bazel zal terugkeren.
De volgende stap is archiefonderzoek in Wuppertal en daarna zijn de archieven in Namibië zelf aan de beurt. Spannende tijden, ik heb er zin in!

Onverwachts heb ik afgelopen vrijdag een eervolle vermelding van het LUF Internationaal Studiefonds mogen ontvangen als waardering voor het archiefonderzoek dat ik in Stockholm uitvoerde voor mijn bachelorscriptie.



Een mooie prijs met een bijzondere beloning! Het was sowieso een inspirerende middag. Fotograaf-antropoloog Teun Voeten deelde de prijzen uit en gaf een lezing over de wetenschappelijke waarde van culturele uitwisseling.
Hartelijk bedankt, Leids Universiteits Fonds! Op naar de volgende. 😉
Er wordt weleens gezegd dat angst in feite onbegrip is. Het Bureau van het Development Programma for Africa van de Verenigde Naties moet dit ook gedacht hebben toen zij in 6 verschillende landen een onderzoek startten naar de redenen voor jonge Afrikanen om zich aan te sluiten bij gewelddadige/extremistische groepen als al-Shabaab en Boko Haram.


Een week geleden was ik in Amsterdam aanwezig bij de presentatie van het rapport dat hieruit voortkwam en ik was oprecht onder de indruk van het resultaat. Want om iets te kunnen oplossen of verbeteren, moet je het eerst begrijpen. Ik kan dit rapport en de bijbehorende website daarom aanraden aan iedereen die meer te weten wil komen over dit onderwerp. Lees de resultaten via: A Journey to Extremism.
Het archiefonderzoek is afgerond, de resultaten zijn uitgewerkt en de scriptie is inmiddels ingeleverd. Ik heb me enorm thuis gevoeld in Stockholm omdat ik bezig was met mijn passie en ontzettend hartelijk verwelkomd ben in de archieven. Hieronder nog wat terugblikkiekjes. 🙂








