Bij deze excursie was er voor ieder wat wils: natuur, geschiedenis en een flinke dosis actie. Gretig als ik ben, pakte ik alles mee. 😉



Texas Bar is een bepaald gebouwtje, maar daarover later meer. Eerst iets over de omgeving. We zijn vandaag aan land gegaan in de Liefdefjord, in het noordwesten van Spitsbergen. Waarschijnlijk is de naam ontleend aan het 17e-eeuwse Nederlandse walvisvaardersschip Liefde, maar duidelijk bewijs hiervoor ontbreekt. Het landschap bestaat hier uit bergen, valleien, gletsjers en uitgestrekte stukken toendra. De omgeving ziet er op het eerste gezicht misschien kaal uit, maar als je even bukt of op je knieën gaat zitten, kun je toch veel interessante flora tegenkomen. Althans, in de periode tussen juni en september, want de zomer is overal op Svalbard de enige periode waarin vegetatie kan groeien en bloeien.



Maar bloeien doen ze, die poolbloemen! Duidelijk contrasterend in het mossige landschap, is bijvoorbeeld de stengelloze silene (Silene Acaulis). Om precies te zijn is dit een kussenvormige plant die dicht tegen de bodem groeit en kleine roze of paarse bloemen heeft. Prachtige felle kleuren! Ik heb mijn haar ooit in die magentakleur gehad, lol. Tussen de rotsen zagen we ook nog de poolsilene (Silene Uralensis ssp. Arctica). Deze heeft hangende paarse bloemetjes die aan lampionnetjes doen denken. Ook groeit er overal harige rotsbreek (Micranthes Hieraciifolia); een klein plantje dat vaak tussen de rotsen groeit.


Om warm te blijven liepen we vervolgens omhoog, de heuvels in. De mooie uitzichten en bijbehorende fotosessies volgden elkaar op.


De wandeling voerde weer omlaag, richting de historische hut Texas Bar. Die naam is misleidend, want het was nooit een bar of iets dergelijks. Het gebouwtje is een “fangsthytte“, dus een schuilhut die gebruikt werd door pelsjagers. De hut werd in 1927 gebouwd door de Noorse jagers Hilmar Nøis en (diens oom) Martin Pettersen Nøis, waarvan die eerste uiteindelijk het meest bekend is geworden.


Hilmar Nøis werd in 1891 geboren op Andøya (Noord-Noorwegen) en in 1909 overwinterde hij voor het eerst op Svalbard. In de daaropvolgende decennia bleef hij “plakken” in het Noordpoolgebied, want hij voltooide maar liefst 38 overwinteringsseizoenen in het hoge noorden, waarvan 35 als pelsjager op Svalbard! Daarnaast werkte hij een seizoen in de mijnbouw en nam hij deel aan twee reddingsoperaties om andere mijnwerkers te helpen.


De naam Texas Bar doet denken aan het Wilde Westen. En eigenlijk doet deze eenvoudige hut in dit barre landschap dat ook wel een beetje. Zeker als je naar binnen gaat en stuit op de collectie sterke drank die zich daar door de jaren heen heeft opgestapeld. Verder zag ik nog lucifers, kogels, oud papier, kaarsen en gereedschap op de planken liggen. Aan de muur hing een krant uit januari 1988, wat heerlijk!




Voor de jagers die op Spitsbergen of Svalbard opereerden, waren zulke hutten vooral praktisch. Ze konden er tijdens hun tochten in schuilen (voor ijsberen of sneeuwstormen) en overnachten. Uiteraard kon je er ook wat voorraden en hulpmiddelen opslaan. Verspreid over Svalbard stond in de vorige eeuw nog een aanzienlijk aantal van deze hutten, gebouwd door jagers uit diverse landen. Af en toe ontstond er ruzie over het eigendoms- of gebruiksrecht, maar over het algemeen vormden ze voor de jagers een betrouwbaar netwerk van schuilplaatsen en duidelijke bestemmingen van vaartochten, skitochten of wandeltochten. Reken maar dat die drank er aan het einde van zo’n tocht wel in ging…


Daarbij moet ik ook zeggen dat wij hier in de zomer kwamen. Dus wanneer de zon niet ondergaat, de toendra groen is en het landschap volstaat met bloemen. Voor de familie Nøis en andere overwinteraars was deze omgeving een heel andere wereld van maandenlange duisternis, eindeloze sneeuw en temperaturen ver onder het vriespunt. De jagers die hun brood verdienden op Svalbard zullen zich ongetwijfeld ook vermaakt hebben met spelletjes en hobbyisme, maar ze waagden zich niet aan onze laatste activiteit van de dag…


De beruchte polar plunge! Oftewel, een frisse (ijskoude) duik in het water van de Arctische Oceaan. Ik heb een paar keer meegedaan aan de Nieuwjaarsduik op het strand, maar dit was veel heftiger. Zoals de wind in Nederland meestal de grootste uitdaging vormt als je eenmaal nat bent, was dat hier niet anders. Het was zo koud dat het pijn deed, maar tegelijkertijd was het spannend en zelfs gezellig om te doen.
Ons bezoek aan Texas Bar zal me voor altijd bijblijven, want het was wederom een geweldig mooie en interessante dagtocht, op een belangrijke historische plek. 😀
