Rondleiding door de Dordtse tentoonstelling From Dusk Till Dawn

Onlangs sloot ik me in Dordrecht aan bij een evenement dat door Museumtijdschrift georganiseerd werd. Het omvatte een middag in het prachtige pand van het in het Dordrechts Museum, waarbij een interview gecombineerd werd met een bezoek aan de tentoonstelling “From Dusk Till Dawn“. Nog nooit eerder heb ik op deze manier met een groep een tentoonstelling bezocht, maar het beviel heel goed.

Het onderwerp van de tentoonstelling sprak me direct aan, namelijk “nachtkunst” uit de 17e eeuw. Nachtkunst is een genre op zichzelf en draait om schilderkunst waarin de duisternis, het maanlicht en kunstmatige lichtbronnen een hoofdrol spelen. Daaronder kunnen dan weer verschillende taferelen vallen: van nachtlandschappen met religieuze symboliek tot aan realistische “maneschijntjes” en van intieme scènes bij kaarslicht tot aan dramatische stadsbranden. Het gaat erom dat de kunstenaar in het schilderproces heeft onderzocht hoe licht en donker de wereld veranderen zodra de zon ondergaat. Als we vervolgens kijken naar werken uit de 17e eeuw, dan ontdekken we hoe anders de wereld (of ons land) er in tijden zonder straatverlichting of felle lichtreclame uitzag. In het donker van de vroegmoderne tijd was het contrast tussen lichtbronnen (kaarslicht, vuur en het maanlicht) en schaduwvlakken (steegjes, straten, onverlichte hoeken in het huis) veel sterker dan vandaag. Ook is de sterrenhemel vaak prominent op de schilderijen afgebeeld, simpelweg omdat de sterren destijds goed zichtbaar waren. In tegenstelling tot nu natuurlijk, met alle lichtvervuiling in ons land. Ik vind dit zo interessant dat ik niet lang twijfelde over mijn bezoek; ik wilde het graag met eigen ogen komen bekijken.

Na een lange treinreis liep ik eerst een rondje door Dordrecht. Ik was er nog nooit van mijn leven geweest (oeps), dus alles was nieuw voor me. 🙂 De hoeveelheid standbeelden in het centrum is niet mis, in een paar minuten liep ik al langs Willem van Oranje, de gebroeders De Witt en de Dordtse kunstenaar Ary Scheffer. Ieder straatje heeft wel een monumentaal pand. De architectuur is authentiek, dus voor een impressie van wat er in de Gouden Eeuw gebouwd werd in rijke handelssteden, ben je hier aan het juiste adres.

Omdat ik nog steeds te vroeg was, heb ik het museum eerst zelf bezocht. Zo kon ik ook de vaste tentoonstelling bekijken; die zou namelijk geen onderdeel zijn van het evenement. Het Dordrechts Museum heeft een omvangrijke collectie die meerdere eeuwen aan kunst omsluit. Als je beneden begint, dan loop je terug in de tijd. Als je boven begint, dan loop je chronologisch met de kunst naar beneden. De keuze is aan de bezoeker. De ruimten zijn enorm en doen denken aan de tussenkamers in het Rijksmuseum Amsterdam. Het voordeel daarvan is dat de werken overzichtelijk zijn opgehangen (je ziet bij binnenkomst meteen wat er hangt) en dat er plaats is voor grote, lange en hoge kunstwerken. Sommige mensen vinden dat misschien saai, of te statisch. Maar ik kan zo’n klassieke museumopstelling wel waarderen, omdat het rust schept.

Werken die er voor mij uitsprongen waren (hierboven van links naar rechts) “Kardinaal” van Thérèse Schwartze (1884), “Spiegel met Zelfportret” van Antonio Mancini (ca. 1916-1918) en “Man met een bak vis” van Albert Cuyp (ca. 1652). Het museum heeft sowieso veel werken van de familie Cuyp, die oorspronkelijk uit Dordrecht kwam. Niet uit Amsterdam dus! 😉

Ook nog even een speciale shout-out naar een werk van de Zweedse schilder Carl Skånberg (1850-1883). Deze naam was mij voorheen nog onbekend. Het blijkt dat Skånberg op zijn vele reizen door Europa vaak naar Nederland kwam, vanwege zijn voorliefde voor zonnige havens. In Dordrecht bezocht hij het Dordrechts Museum (getuige de gastenboeken uit 1876 en 1879) en schilderde hij de typische kades. Zo ook voor bovenstaand werk, “Gezicht op de Merwedekade vanaf het Groothoofd” (1876).

Verder liep ik nog door de kleine wisseltentoonstelling “A Startling Rush” met werken van de Egyptische kunstenares Hend Samir. Haar schilderijen zijn herkenbaar, haar stijl is namelijk ontzettend vloeiend (zie links). De kleuren en vormen lopen letterlijk in elkaar over, maar het geheel klopt. Ze heeft al een aantal prijzen gewonnen met haar expressieve werken. Niet gek, want de thema’s (moeders met kinderen, dieren en geliefden) spreken een universeel publiek aan. Bovenaan de grote trap van het museum hangen nieuw verworven werken, waarvan het minimalistische “Reliëf met schuine, oplopende zaagsnede” (1968) van Ad Dekkers, hierboven rechts, er één was.

Vervolgens was het tijd voor het evenement. We werden ontvangen met koffie (zeer welkom na alles wat ik al gedaan en gezien had, haha) en we kregen allemaal een exemplaar van de tentoonstellingscatalogus. Voorafgaand aan het gezamenlijke bezoek aan From Dusk Till Dawn, zou Jeroen Junte (hoofdredacteur van Museumtijdschrift) Stefan Kuiper (de tentoonstellingsmaker) interviewen in een aparte zaal. Echter, omdat de grootte van de groep het toeliet, verplaatsten we ons meteen naar de tentoonstelling voor een interview op zaal. Zo werd het dus een rondleiding-interview. Prima keuze, want zo kon Kuiper (de keuze voor) bepaalde kunstwerken direct toelichten, maar omdat we ons als groep verplaatsten bleef het geheel interactief. Er was voldoende ruimte voor eigen inbreng en/of vragen.

Ik vond dit een mooie manier om meer te ontdekken over de achtergrond bij de tentoonstelling en de individuele kunstwerken. Stefan Kuiper, van huis uit kunsthistoricus, wist er onwijs veel over te vertellen en lichtte alles op zeer toegankelijke manier toe. Zo leerden we niet alleen over deze exhibitie, maar ook over 17e-eeuwse kunst in het algemeen. Enigszins oververtegenwoordigd in de tentoonstelling is de schilder Aert van der Neer (1603/1604–1677), maar dat is vrij logisch als je weet dat hij gespecialiseerd was in het schilderen van de eerdergenoemde “maneschijntjes” (maanverlichte rivieren, dorpen en landschappen). Persoonlijk vond ik dat ook helemaal niet erg, want ik vind zijn schilderijen prachtig. En wees gerust: met ruim 100 schilderijen, tekeningen en prenten is er genoeg diversiteit verwerkt in de tentoonstelling. In het midden is er zelfs een soort donkere kamer, waarin je plaats kunt nemen op een bank of een zitzak om een impressie van de 17e-eeuwse sterrenhemel boven Dordrecht te bekijken. De projectie is niet bijster spannend, maar het zorgt wel voor afwisseling.

De opzet van From Dusk Till Dawn is uniek. De wandeling door de zalen is namelijk een “reis door de nacht”. Je begint bij werken waarop het golden hour (gouden uur) is vastgelegd, dus dat laatste uurtje vóór zonsondergang waarin de laagstaande zon alles in een zachte, gouden gloed hult. Vervolgens loop je langs werken bij het thema “uitgaansleven” (dat zich rond middernacht afspeelt) en daarna langs kunst die het “diepste” en “donkerste” van de nacht verbeeldt. Daarbij horen ook scènes van stads- en dorpsbranden, heksensymboliek en prenten van nachtdieren. Er wordt afgesloten met de momenten vlak voor zonsopkomst, waar een schilderij van een bakkersknecht die de eerste lading brood uit de oven haalt (en op de hoorn blaast om dit aan te kondigen) heel ludiek op inspeelt. Zo zie je in de tentoonstelling dus hoe verschillende kunstenaars de duisternis verbeeldden, van de laatste avondschemering tot het eerste ochtendlicht. Slim gevonden en mooi gecombineerd. Wat mij betreft een zeer geslaagde opzet.

Bijzonder schattig waren drie schilderijtjes van dezelfde komeet (staartster) die in de winter van 1680-1681 zichtbaar was boven ons land. Ik laat ze niet allemaal zien want ik wil niet alles weggeven, maar het tafereeltje van de komeet boven Alkmaar kan ik jullie niet onthouden. Dit is “Staartster boven Alkmaar” van Lambert Doomer (1681). Wat een feest! Of waren de meeste mensen juist bang voor de komeet? En vandaag dan, met de Starlink-trein van Elon Musk? Interessant om over na te denken.

Het moge duidelijk zijn, ik heb echt genoten van deze middag. Er is een prachtige tentoonstelling samengesteld, waarbij ook de kleur van het licht in de zalen en de ruimtes zelf worden ingezet om een bepaalde sfeer te creëren. De informatieborden tonen de tijdstippen (letterlijk, met een soort klokje onderaan) waardoor het een vloeiend geheel én een echte reis door de nacht wordt. Ook was het leuk om met een groep door de zalen te bewegen; zo heb ik weer wat nieuwe dingen over kunst geleerd. Kortom: voor herhaling vatbaar!