In Berlicum ligt een ruïne van een middeleeuws kasteeltje. Het fungeerde eerst als buitenplaats voor de lokale adel, toen als plezierkasteel met tennisbaan en uiteindelijk werd het gebouw verlaten en aan de natuur overgeleverd. Kijk mee naar wat sfeerbeelden.


Vroeger was de rustige, groene omgeving bij Berlicum voor de adel een perfect gebied voor een buitenhuis. Rond 1450 bouwden edelen uit het nabijgelegen Den Bosch er heuse kasteeltjes en Kasteel Seldensate was daar één van. Het werd al omstreeks 1300 gebouwd als middeleeuwse hoeve, maar het terrein werd continu uitgebreid. Aan het einde van de 15e eeuw stond er een woonkasteel met de naam Seldensate, een poortgebouw, een duiventoren en een kapel.
In 1629 werd Den Bosch belegerd door stadhouder Frederik Hendrik van Oranje (zoon van Willem van Oranje). Veel lokale bewoners schuilden op Seldensate. Andere conflicten uit de Tachtigjarige Oorlog zorgden ervoor dat Seldensate snel achter elkaar nieuwe eigenaren kreeg. Maar toch raakte het terrein steeds meer in verval. In 1890 blies Valerius Bosch het oude kasteel nieuw leven in middels een grote restauratie. Er werd een nieuwe toren gebouwd en er kwam een serre bij. In de tuin werd zowel een tennisbaan als een ijskelder aangelegd, geheel volgens de laatste mode.


Echter, in 1928 vertrok de familie Bosch. Het kasteel bleef onbewoond achter en degradeerde snel. Het terrein verzakte namelijk door de rivierloop van de Aa, die overal omheen en doorheen slingert. In 1973 kocht de gemeente Sint-Michielsgestel het landgoed op om de fundamenten te conserveren. Het poortgebouw en de duiventoren werden hersteld. Sindsdien worden ook de tuin en de gracht rond de ruïne onderhouden, zodat dit stukje erfgoed netjes behouden kan worden.
