Fahrelnissa Zeid in de Deutsche Bank Kunsthalle

Tijdens mijn verblijf in Berlijn zag ik verspreid door de stad aanplakbiljetten voor een unieke tentoonstelling in de Deutsche Bank KunstHalle, in samenwerking met het Tate Modern. Dit museum is voor €4 te bezoeken, dus er is niets dat me tegenhield om even te gaan kijken.

Wie Fahrelnissa Zeid (1901–1991) was, wist ik alleen maar vaag omdat ik ooit eens een stukje over haar gelezen had. Fijn voor mezelf dus om weer even wat informatie op te zoeken. En nodig ook, want deze Turkse kunstenares behoort tot de opvallendste vrouwelijke kunstenaars van de 20e eeuw. Zeid werd geboren als Fahrünissa Şakir in Istanbul, in een Ottomaanse familie van goede komaf. Ze groeide op in de periode waarin het voormalige Ottomaanse Rijk (geleid door de sultan) plaatsmaakte voor de moderne Turkse republiek (geleid door de president). Ze studeerde aan de kunstacademie in Istanbul en vervolgde haar opleiding in Parijs, waar ze in aanraking kwam met stromingen uit de (West-)Europese moderne kunsten.

Ze ontwikkelde al snel een geheel eigen abstracte schilderstijl. Haar schilderijen lijken op mozaïeken, met explosies van kleur, geometrische vormen en vervaagde patronen. Grote kleurvlakken smelten samen met caleidoscopische patronen, soms met piepkleine details. Hoe langer je kijkt, hoe meer vormen je ontdekt. Mij deed het ook wel denken aan glas-in-loodramen, maar dan zonder symmetrie of religieuze voorstellingen. Over smaak valt niet te twisten, maar mij spreekt het wel aan. Ik vind de werken te druk om (als poster) aan mijn eigen muur te hangen, maar ik vind de stijl mooi en intrigerend.

In 1920 trouwde ze met prins Zeid bin Hussein een lid van de Hasjemitische koninklijke familie van Irak. Sindsdien was ze bekend als (prinses) Fahrelnissa Zeid. Samen kregen ze een zoon, prins Ra’ad bin Zeid. Door haar huwelijk kwam Zeid terecht in internationale diplomatieke en zelfs koninklijke kringen, wat haar leven en carrière mede zou beïnvloeden. Zeid woonde en werkte gedurende haar leven dan ook op verschillende plekken, waaronder Istanbul (Turkije), Parijs (Frankrijk), Londen (Engeland) en Amman (Jordanië). Critici menen die internationale context ook terug te zien in haar kunst, omdat traditionele patronen (met bijbehorende vaste kleurcombinaties) worden afgewisseld met een lossere toets, in lijn met Europese modernistische stijlen.

Begin jaren veertig sloot Zeid zich aan bij de avant-gardistische kunstenaarskring D Grubu in Istanbul. Ze behoorde tot de weinige vrouwelijke leden van de groep, die zich afzette tegen traditionele kunstvormen en veel experimenteerde met nieuwe richtingen. In 1948 exposeerde ze in de Saint George’s Gallery in Londen, waar haar werk zelfs de aandacht trok van koningin Elizabeth II. Na de oorlog had Zeid dus ook buiten Turkije naam gemaakt. In de jaren ’70 verhuisde de familie naar Jordanië, waar Zeid een eigen kunstschool oprichtte. Ze wijdde de rest van haar leven aan het opleiden van een nieuwe generatie kunstenaars, met bijzondere aandacht voor vrouwelijke studenten. Ze had immers zelf, als vrouw uit een traditionele leefomgeving, ook zo veel kansen gekregen in het leven. Fahrelnissa Zeid overleed in 1991 in Amman.

Na mijn bezoek aan de tentoonstelling dronk ik nog een frisje in het nabijgelegen PalaisPopulaire en dacht ik na over Zeids levensverhaal. Vandaag heeft haar werk een vaste plek verworven in de internationale kunstgeschiedenis en ik snap nu veel beter waarom.