Gevonden op een zandvlakte waar vroeger een GGZ-instelling stond: een retro tube tandpasta. Vandaag poetsen we onze tanden om ons gebit te reinigen, verzorgen en beschermen, maar hoe ging dat vroeger?


Het zou goed kunnen dat onze voorouders in de prehistorie hun tanden ook met dat doel poetsten. Ze gebruikten takjes en twijgjes van bepaalde planten en kruiden. Afhankelijk van de gebruikte plant, moet dat een geneeskrachtige of verfrissende werking gehad hebben. Vermoedelijk werd er ook zout gebruikt om de tanden te schuren. Wat we zeker weten, is dat de Egyptenaren tandpoeder gebruikten rond 5000 vóór Christus. Dit was een mengsel van koolstaf (as) en vermalen eierschalen en/of botjes. De Grieken en Romeinen voegden daar ook nog kruiden en boomschors aan toe. Zij hebben vastgelegd dat ze hun gebit om hygiënische redenen met dit tandpoeder behandelden.

We maken even een sprong door de tijd. Omstreeks 1824 ontwikkelde de Amerikaan John Peabody een tandpoeder van zeep en glycerine. Nu werden er ook spatels en borstels gebruikt voor het “tandenpoetsen”. Rond 1850 werd de eerste moderne tandpasta (uit zeep en kalk) ontwikkeld door de Amerikaan Washington Wentworth Sheffield. Ja, de beste kerel had drie plaatsnamen als eigennaam. Zijn pasta werd als “Dr. Sheffield’s Creme” verkocht in glazen potjes. Vanaf 1892 werd het ook in tubes verkocht. Overigens werd er pas in 1936 voor het eerst tandpasta in Nederland verkocht. En sindsdien zijn er allerlei nieuwe en verbeterde ingrediënten aan tandpasta’s toegevoegd die ons gebit maximaal reinigen en verzorgen. Dat kunnen we eenvoudig bewijzen door de tanden van overleden personen uit verschillende perioden te vergelijken: tegenwoordig hebben oude mensen veel vaker nog hun eigen, gezonde gebit op het moment van overlijden dan vroeger het geval was. Lekker blijven poetsen, dus! 😀
